logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_18
Gavin Friday - ...
CD Reviews

These New Puritans

Hidden

Geschreven door

These New Puritains, jong kwartet onder de broers Barnett uit Southend, England, doet de wenkbrauwen fronsen met de tweede cd ‘Hidden’, die ‘Beat pyramid’ van 2008 opvolgt. De groep zwoer bij onrustige, ongeduldige en hitsende punkfunk, maar heeft het over een totaal andere boeg gegooid, waarbij die punkfunk eerder in de drumritmes en in zalvende elektronica te horen is.
De band heeft een ambitieus werkstuk uit, een conceptalbum, die onderhuids durft te refereren aan het latere Talk Talk van ‘Spirit of Eden’. Een andere muzikale dimensie dus die wordt overschaduwd door gestoei met klassiek, orkestraties, bombast, zangkoren, blazers, elektro, wave, dancehall en jazz; wonderlijk sprookjesachtig (denk dan maar aan Midlake) als donker filmisch als abstractie, wat hen richting arty, progressive en avantgarde brengt, naast de Britse pop. Met toppers als “Attack music”, “Fire-power”, “Hologram”, “Drum courts – where corals lie” en “Orion” die ons in een soort ‘Ben Hur’ film waant door de gezangen.
Een eigen geluid, soms niet-van-deze-wereld, wonderschoon en ijzingwekkend!

Stornoway

Beachcomber’s Windowsill

Geschreven door

Onschuldige neo romantische folkpop, dat is toch het minst wat we kunnen zeggen over de plaat van de uit Oxford opererende Stornoway onder zanger/songschrijver Brian Briggs. Eenvoudig, doeltreffend, dromerig, pakkend aangrijpend materiaal met soms wel een breed assortiment aan instrumenten, gedragen door vocale pracht en meerstemmige backing vocals.
We zijn al meteen onder de indruk van de openingssong “Zorbing”. De groep grijpt naar de Britfolk van Fairport Convention en Steeleye Span, maakt het fijner en subtieler met de beeldschone pop van James en Belle & Sebastian en plaveit zich een weg tussen The Decemberists, The Unthanks en Megafaun. Door het gitaarspel, piano, toetsen, viool, banjo en trompet horen we onderhuids een sfeervolle countryinslag van John Denver, Fleet Foxes en Mumford & Sons.
Intrigerend alvast wat het gezelschap weet aan te bieden. Een boeiende, hemelse, lieflijke luistertrip van elf songs, vernuftig in elkaar gestoken, meeslepend en broeierig. Onthouden dus.

Holy Fuck

Latin

Geschreven door

Het uit Toronto, Canada afkomstige Holy Fuck komt opnieuw in de aandacht met een sterke plaat. Hun opbouwende, dwingende, spannende en bezwerende instrumentale songs hebben een aanstekelijke, opwindende, zalvende groove en drive. De nieuwe derde cd ‘Latin’ klinkt iets verfijnder dan het tweede jaar oude ‘LP’. De nummers worden bepaald door elektronica, percussie, gitaar en bas, hebben een repetitieve basis, bouwen op en winnen per beluistering aan zeggingskracht.
De groep pint zich op de mathrock van Battles en Trans am, de postrock van Explosions in the sky en Mogwai, en integreert de soundscapes van het vroegere The aloof en Sabres of paradise met de elektronicadrone, noise en psychedelica van Fuck Buttons.
We horen een gevarieerd, broeierig album: “Latin America”, “Silva & grimes” en “Lucky” zijn eerder dromerig terwijl “Sht mtn” en “Stilettos” de meest krachtige zijn. “Red Lights” op z’n beurt blinkt uit door de improvisaties en met het spannend opbouwende “PIGS” geraken we niet meer los van hun unieke klankenwereld. Het is trouwens ook het langste nummer van de plaat.
Op die manier blijft het leuk vertoeven in die postrock elektronica van Holy Fuck. Overtuigend en puik plaatje opnieuw dus van de heren!

Band of Skulls

Baby darling doll face honey

Geschreven door

Het Britse Band Of Skulls uit Southampton van het trio Russell Marsden (zang/gitaar), bassiste Emma Richardson (bas/tweede zang) en drummer Matt Hayward plaatsen zich meteen in de spotlights met het overtuingende debuut ‘Baby darling doll face honey’. Ze brengen Led Zeppelin, The White Stripes, The Black Keys, The Kills, The Raconteurs, Black Mountain en het oude Smashing Pumpkins samen.
Toegankelijke en aanstekelijke garagerock’n’roll, rauwe en vunzige stonerblues en een stevige scheut alternatieve indierock. Ze behouden een subtiele melodielijn en verliezen zich niet in oeverloze soili. Allemaal gedoseerd en beheerst. De samenzang geeft kleur aan het materiaal.
De eerste songs “Death by diamonds & pearls” en “I know what I am” scherpen meteen de aandacht. Op de plaat vinden we ook enkele heerlijk ballads als “Honest”. Of je geraakt gefascineerd door Led Zeppelin op “Hollywood bowl”. De afsluitende songs “Blood”, “Dull gold heart” en “Cold fame” klinken uitermate doorleefd en durven refereren naar de begindagen van The Smashing Pumpkins van het oude ‘Gish’ door de sfeervolle, dromerige intensiteit, de variaties en de tempowisselingen.
Band Of Skulls zorgt voor schurende emotionaliteit en broeierige, bezwerende trips … straf, onweerstaanbaar en fraai …eerlijk, puur en oprecht …

Good Shoes

No Hope No Future

Geschreven door

Good Shoes is een beloftevol kwartet uit Londen die aan de tweede cd toe zijn. ‘No Hope No Future’ toont een sombere toekomst aan, die ze muzikaal omzetten in gave,gortdroge, puntige (Britpop) gitaarrock en postpunk. Het zijn catchy, frisse, hoekige, snedige en strak gespeelde songs die met een zekere swing worden gebracht; tav hun debuut ‘Think before you speak’ zijn enkele songs breder van opzet, in de zin van trager, slepender en die een meer desolate indruk nalaten.
De groep haalt invloeden van The Jam, The Buzzcocks en Wire aan en houden van de huppelende ritmes van The Gang Of Four; de nasale zang van Rhys Jones zweeft over de songs heen en gaat naar Mark E Smith van The Fall. De groep leunt aan geestesgenoten Futureheads, Maxïmo Park en Little Man Tate.
De single “Under control” lijkt wel de maatstaf van de cd en met het afsluitende “City by the sea” , dat leuk rammelt, helt het Londens kwartet over naar Pavement. Tof plaatje!

The National

High Violet

Geschreven door

Zouden er nog mensen zijn op deze wereldbol die nog nooit van The National gehoord hebben? Of je het nu wou of niet, The National werd sinds ‘Boxer’ uit 2007 uitgeroepen als één van de belangrijkste groepen van dit decennium. Het ging zelfs zover dat Obama één van hun nummers gebruikte voor zijn verkiezingscampagne en iedere concertganger zal ondertussen wel weten hoe ‘gemakkelijk’ het was om een ticket te bemachtigen voor hun concert in de AB op 21 november.
Met al de superlatieven uit het verleden wordt natuurlijk verwacht dat deze ‘High Violet’ op zijn minst één van de hoogtepunten uit 2010 moet worden en zelfs de derde plaats in de Top 10 zal nog niet goed genoeg zijn…
’High Violet’ bespreken is eigenlijk een ongelukkige opgave gewoonweg omdat de muziek van The National tot uiting komt na tientallen beluisteringen en het zal eigenlijk alleen de toekomst zijn die kan uitwijzen of deze plaat ‘Boxer’ kan evenaren of niet. Als je de cd moet samenvatten dan is ‘prachtig’ het kernwoord, en dat ligt niet alleen aan Matt Berninger’s stem. Meteen bij opener “Terrible love”hoor je dat dit een plaat is die je 45 minuten aan je stoel zal gekluisterd houden.
Het is trouwens een plaat die als een perfecte balans van deze tijd aanvoelt want op bepaalde nummers berijdt deze groep uit Brooklyn dankbaar de wegen van de verrezen new wave-revival (“Anyone’s ghost” klinkt als Joy Division terwijl “Conversation 16” Editors met een engelkoor is) en op andere nummers verkiest men de route van de Americana weg (op afsluiter “Vanderlyle Crybaby geeks” kun je Bon Iver horen, terwijl “Runaway” enorm dicht bij Leonard Cohen ligt.).
Of dit nu een plaat is die binnen een paar jaar in de Tijdloze 100 zal prijken is moeilijk te zeggen, maar ik weet nu al heel zeker dat ‘High Violet’ de komende maanden dicht in de buurt van mijn cdspeler zal liggen.

The Dead Weather

Sea Of Cowards

Geschreven door

Je mag van Jack White denken wat je wil maar de man is een bezig bijtje want deze ‘Sea Of Cowards’ is ondertussen de tweede cd van zijn derde groep (naast White Stripes en The Raconteurs) geworden. Naast White vind je er ook schoon volk als Jack Lawrence (The Raconteurs), Dean Fertitia (Queens Of The Stone Age) en Alison Mosshart (The Kills). Met zulke line-up heb je alle redenen om terecht te kunnen spreken van een supergroep maar in plaats van de luisteraar te overdonderen met een over geproduceerde plaat krijg je hier wat je best kan omschrijven als een lekker vuil garagerockplaatje dat zijn ziel ontleed heeft aan de psychedelische rock van de jaren ’60.
Alle nummers klinken spontaan en stralen een sfeer uit die je tegenwoordig enkel nog terug vindt bij groepen als Grinderman en natuurlijk Jon Spencer Blues Explosion, of in een ietsje verder verleden The Make Up. Deze prachtplaat werd uitgebracht op Jack White’s eigen label Third Man Records en ondanks het feit dat je hier met leden zit van vier verschillende megagroepen is er geen enkel nummer op deze cd die ook maar een beetje refereert naar deze bands.  
Het is overduidelijk dat deze groep zich liet inspireren door groepen als Jefferson Airplane, MC5 of zelfs The Doors maar door rauw, vies en vooral vitaal te klinken is deze plaat één van de betere aanraders van deze maand.

Paul Weller

Wake up the nation

Geschreven door

Weller, een klasbak van alle tijden en stijlen, heeft nog maar eens een puike plaat afgeleverd in de goeie ouwe traditie van wijlen The Jam, althans wat de duur van de nummers betreft, die zijn kort en spits. Niet dat we daarom het geluid van The Jam moeten verwachten -ook al mag bassist Bruxe Foxton een keertje meedoen op het fijne rockertje “Fast car, slow traffic”-, het is gewoon terug zo een typische Weller plaat die verschillende richtingen uit gaat maar nergens de weg kwijtraakt.
Veel variatie en verscheidenheid dus op dit album. Er is splijtende rock in “Moonshine”, knappe soul in “No tears left to cry” (waarin Weller wel heel dicht bij de betreurde Willy Deville aanleunt), onvervalste seventies funk in “Find the torch, burn the plans” (pure Curtis Mayfield), psychedelica in “7 & 3 is the strikers name” en stevige punkpop in “Two fat ladies”. In het buitenbeentje “Trees” zijn al die verschillende stijlen dan nog eens in één song gepropt, een mini rock-musical zeg maar (bij Pete Townshend op bezoek geweest, Paul ?).
Na de vette kluif die voorganger ’22 dreams’ toch wel was is dit alweer een boeiend en bruisend Weller album. Zo mag hij nog lang doorgaan.

Delphic

Acolyte

Geschreven door

Delphic is een beloftevolle Britse band. Ze hebben op hun debuut aanstekelijke, dromerig en soms dansbare songs klaar. In de tien nummers brengen ze popelektronica, rock, punkfunk, postpunk en ‘80’s synthpop samen, en er flitsen beelden van Pet Shop Boys, Bloc Party, Hot Chip, The Klaxons, LCD Soundsystem en Friendly Fires voor de ogen. Inderdaad, ze creëren een mooie, broeierige muzikale formule die een hoge graad van hitpotentie heeft, waaronder songs als “Doubt” en “This momentary”. Ook de drie lange tracks op de cd, “Counterpoint”, “Remain” en de instrumentale titelsong hebben een variërende, intrigerende opbouw, betoverende, bezwerende ritmes en klinken uiterst boeiend door de rijke invloedssferen. De synths en soundeffects nemen een prominente plaats in. Knap, leuk en goed is het debuutalbum.

Magnapop

Chase Park

Geschreven door

Voor de iets oudere muziekliefhebber doet Magnapop ongetwijfeld een fijn belletje rinkelen. De band rond zangers Linda Hopper en gitariste Ruthie Morris bestaat al sinds begin jaren negentig. De band uit Atlanta won eerst aan populariteit in de Benelux waarna de rest van Europa en nadien ook de VS voor de bijl gingen.
De eerste twee realeases van de band werden  geproduced door ene Michael Stipe, midden jaren negentig zou hij de band zelfs meenemen naar Europa met de ‘Monster’-tournee van zijn eigen band. Magnapop scoorde vooral met de albums ‘Magnapop’ (1992) en ‘Hot boxing’ (1994) en met de nummers “Slowly Slowly”, “Open the door” en de onvervalste klassieker “Lay it Down”.
De band kende nadien wat personeelswissels en verzeilde in de anonimiteit. In 2005 verscheen de band even terug op het toneel met het weinig succesvolle ‘Mouthfeel’.
Anno 2010 doen ze opnieuw een poging om op de voorgrond te treden en brengen ze het album ‘Chase Park’ uit. De band speelde onlangs op het nieuwe ‘Masters of Rock’-festival in Torhout en later deze maand hebben ze nog een aantal andere optredens in België en Nederland.
Het leek ons daarom de moeite om de nieuwe plaat van naderbij te bekijken. Het valt meteen op dat Magnapop na al die jaren als twee druppels op de band uit de begindagen lijkt. De stem van Linda Hopper is nog steeds dezelfde en ook het gitaarwerk van Morris is amper veranderd. De band speelt nog altijd up-tempo nummers  en staat voor pop met een klein punkrandje. Jammer genoeg zijn er op deze nieuwe cd geen nummers te vinden die ook maar een beetje in de buurt komen van de vroegere hits, geen enkel nummer komt zelfs maar even boven de middelmaat. Misschien dat nostalgische fans van het eerste uur hier iets aan zullen hebben, voor ondergetekende is dit album een zware tegenvaller.

Pagina 334 van 394