logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Hooverphonic
CD Reviews

Natalie Merchant

Leave your sleep (Selections from the album)

Geschreven door

Natalie Merchant maakte in een vroeger leven deel uit van de folkypop van 10000 Maniacs die midden de jaren ’80 opvielen met ‘In my tribe’ en ‘Blind man’s zoo’ (remember de singles “What’s the matter here”, “Like the weather”, “Trouble me, …). Inmiddels gaf de 47 jarige zangeres haar sing/songwriterschap elan met soloplaten als ‘Tigerlily’, ‘Ophelia’, ‘Motherland, en ‘The house carpenter’s daughter’, één voor één sfeervol, emotievol, subtiel in elkaar gestoken materiaal, die grasduinen in de folk, country, soul, reggae en bluegrass.
Zeven jaar na die laatste cd komt de getalenteerde en ambitieuze songschrijfster opnieuw in de spotlights met ‘Leave your sleep’, een imposant gedocumenteerd werkstuk en hymne aan talrijke Britse en Amerikaanse dichters. Een cd, ‘A selection from the album’ met 16 songs, en zo was hij bedoeld, een dubbelaar met maar liefst 26 nummers.
De lady vertelde dat het uitgangspunt eerst was wat slaapliedjes voor haar jonge dochter te schrijven en zocht inspiratie over ‘de Kindertijd’. Ze deed opzoekingwerk via het internet, schuimde bibliotheken af, dook de archieven in en geraakte gefascineerd in werken van bekende en onbekende Britse en Amerikaanse dichters en dichteressen van de (Victoriaanse) jaren 1800 tot nu. De bijlagen in de cd spreken voor zich en zijn meer dan de moeite waard eens door te nemen.
Er werkten wel 130 muzikanten mee aan de plaat, van een heus symfonisch orkest tot pure eenvoud en soberheid. Zo hielpen o.a. de gospel zangers The Fairfield Four, de Ierse folkies Lúnasa, het NYse Hazmat Modine, het experimenterende jazzensemble Martin Medeski & Wood, de band van Winston Marsalis en The Klezmatics mee. Een veelheid aan genres, klankkleur en timbres horen we. Een verbluffend luisterwerkstuk die zeker niet aan je neus mag voorbijgaan.
De songs wisselen van gevoel, zwaarte en intensiteit en zijn afhankelijk of ze sober werden begeleid of door orkestraties gedragen. Sommige nummers deden denken aan de muzikale diversiteit die Michelle Shocked aan de dag legde.
Laat je alvast meeslepen in de unieke leef - en muziekwereld die dame Merchant aan de dag legde!

El Gato (USA)

Surrender

Geschreven door

’Surrender is de tweede cd van de lofi rockband El Gato. El Gato komt uit Texas, bestaat al sinds 1995 en na twee EP’s en hun debuutalbum ‘We’re Birds’ is dit hun tweede full Opmerkelijk  is dat de plaat al in 2008 werd gereleased in de VS maar pas nu de redactie van Musiczine bereikt. De plaat kwam vrij onconventioneel tot stand: zanger John Vineyard verhuisde namelijk van Texas naar Californië en componeerde daar verschillende nummers. Die stuurde hij dan door naar de andere bandleden in Texas. Vervolgens kwam Vineyard naar Texas terug om met de band een aantal optredens te doen waarna enkel het sterkste materiaal werd bewaard. De plaat werd door verschillende producers opgenomen waaronder David McConnel (Elliot Smith, Wilco), Stuart Sikes (Modest Mouse) ,Mark Pirro (The Polyphonic Spree) en Sir Williams Paul.
Over naar de muziek zelf en wie fan is van genoemde bands als Wilco, Modest Mouse, Sebadoh, Built To Spill... zal die zeker de moeite waard vinden. Uitschieters op de plaat zijn de stevige opener “Scorpions in you shoes”, “Banging on Doors” met hoekig drumwerk en een heerlijk refrein, het uptempo “Wild Turkey” en het duidelijk aan Nirvana schatplichtige “Have you forgotten”. Nog opvallend zijn de teksten van Vineyard die handelen over (afgesprongen) relaties en bij momenten hoopvol en humoristisch klinken om vervolgens om te slaan in frustratie en wanhoop. Kortom, El Gato is  zeker een band die de moeite waard is om ontdekt te worden!

Eels

End Times

Geschreven door

Mark Oliver Everett, alias E van Eels is een van de meest tragische figuren uit de muziekgeschiedenis. Op jonge leeftijd trof hij zijn vader dood aan in bed na een hartstilstand, z’n zus pleegde zelfmoord en z’n moeder overleed aan kanker. Een nicht van E kwam bovendien om in een van de gekaapte vliegtuigen tijdens 9/11. Het is dus niet onlogisch dat dood, verderf, rampspoed en  eenzaamheid de rode draad vormen doorheen de mans teksten.
’End times’ is ondertussen al de achtste plaat en komt  bovendien al uit zeven maanden na de vorige plaat ‘Hombre Lobo’.
Leek de vorige plaat nog enigszins hoopvol en werd die gekenmerkt door ruwe, overstuurde gitaren en een noisy geluid, dan klinkt ‘End Times’ heel wat intiemer en soberder. Niet zo vreemd als je weet dat E de plaat helemaal alleen opnam in de kelder van zijn huis in Californië. De meeste arrangementen beperken zich gitaar, (de zo kenmerkende hese ) stem en hier en daar wat toetsen. De teksten handelen over de stukgelopen relatie van E en de teloorgang van een destructieve wereld. Bevatten die teksten voorheen nog een flinke dosis (zwarte) humor, dan is dat nu veel minder het geval.
E is het geloof in de medemens duidelijk kwijt, dat blijkt uit de openingszin “She locked herself in the bathroom again/so I am pissing in the yard” van de prachtige single “A line in the dirt” dat bol staat van de melancholie en eenzaamheid. Een zeer typerend nummer voor de hele plaat is “Nowadays”, een akoestische track met de tekst “Trouble is a friend of mine, I’d like to leave behind’. Nog een opvallend nummer is “Little Bird” waar E zijn hart uitstort tegen een vogeltje op zijn veranda.
Slechts een paar keer doorbreekt E de rust op deze plaat met een aantal meer uptempo, bluesy nummers  zoals “Gone Man”, “Mansions of Los Feliz” en “Paradise Blues”. Dit zijn echter slechts zeldzame uitzonderingen op een voor de rest zeer donkere, en sombere plaat.
Eels heeft met ‘End Times’ een beklijvende plaat gemaakt die aan je vel blijft hangen en waarbij het bij momenten zeer moeilijk is om er naar te blijven luisteren.

The Postmarks

Memoirs at the end of the World

Geschreven door

’Memoirs at the end of the world’ is het derde album van The Postmarks, een indiepop band uit Florida. De band is hier vooralsnog vrij onbekend, maar misschien komt daar met deze CD verandering in. De hoes van de plaat ziet er nogal retro uit en dat geldt ook voor de muziek: The Postmarks halen duidelijk hun mosterd uit de jaren zestig en zeventig. Ze combineren die sound met elektronische arrangementen en een orkestrale invulling waardoor alles toch vrij eigentijds klinkt. De songs van The Postmarks stralen dromerigheid, melancholie en drama uit en doen daardoor ook zeer filmisch aan, niet zo verwonderlijk als je weet dat twee van de drie muzikanten regelmatig filmmuziek maken. Verder valt de warme stem van zangeres Tim Yehezkely op. Al deze ingrediënten samen doen je denken  aan bands als Hooverphonic, The Cardigans, Air en Portishead. Wie houdt van bovengenoemde bands moet dit plaatje zeker een kans geven.

Githead

Landing

Geschreven door

Dit album is al een vijftal maanden geleden uitgebracht, het was zowaar bijna aan ons voorbijgegaan wegens geen noemenswaardige aandacht in pers en media, laat staan airplay op de radio. Maar kijk, we hebben het nu toch weten op te vissen en we zijn nog geen klein beetje onder de indruk. Het ding werkt namelijk verslavend.
Eerst even kennismaken. De groep is samengesteld uit de restanten van Minimal Compact (herinnert u zich deze nog ?) en Wire. Het geluid heeft iets eighties maar draagt ook een verslavend repetitief karakter, denk ondermeer aan Alan Vega, Death In Vegas, PIL, The Raveonettes, Pixies en Throwing Muses. Het is een boeiende mengeling van synths en ruisende gitaren die het constant goed met elkaar kunnen vinden. De jongedame Malka Spiegel’s bezwerende stem jaagt de songs gestaag vooruit (“Lightswimmer”, “Take off”) of houdt ze plagend tegen (zoals bij “Ride” waarin ze zowaar een overtuigende Grace Jones neerzet). Spiegel beroert ook de basgitaar en is hiermee prominent aanwezig, meermaals moeten wij denken aan een bedrijvige Kim Deal. Een zeldzame keer neemt Wire boegbeeld Colin Newman de vocals voor zijn rekening en dan krijgt het geheel meer een typisch nonchalante Britse post punk sound (is het geval in “Over the limit” dat vooral klinkt als euh…Wire).
Moeilijk om hier uitschieters te vermelden, de plaat staat er immers als geheel, maar afsluiter “Transmission tower” is met zijn acht minuten wel een tamelijk verzwelgende brainwasher en het bijzonder verslavende “Take off” heeft ons zodanig in de greep dat wij het telkens opnieuw willen afspelen.
Een plaat die absoluut uw aandacht verdient. En zeg later niet dat wij het u niet gezegd hebben.

Sweet Apple

Love & Desperation

Geschreven door

John Petkovic, die doorgaans frontman is van indie-rock groep Cobra Verde, heeft na het overlijden van zijn moeder met nogal wat persoonlijke demonen te kampen gehad en heeft die van zich afgeschreven op ‘Love & Desperation’. Zijn gekwelde geest zorgt echter niet voor een neerslachtige plaat, maar eerder voor een venijnig rockbeestje.
Petkovic wordt hier bijgestaan door Tim Parnin (ook al gitarist bij Cobra Verde), bassist Dave Sweetapple (van de stonerrock groep Witch) en verder niemand minder dan Jay Mascis (Dinosaur Jr) op drums, … jawel drums.
De stuiterende rock heeft nogal een seventies kantje, de gitaren gieren bij momenten onstuimig door (vooral die zeldzame keren dat Mascis ook eens een solootje voor zijn rekening neemt, u haalt die er zo uit) en er wordt niet op een valse noot meer of minder gekeken.
De stevige opener “Do you remember” is volgens ons het beste nummer die de Foo Fighters vergeten te maken zijn, Dave Grohl vloekt zich een ongeluk. Verder klinkt Sweet Apple vettig en smerig als The Eagles of Death Metal (“Crawling over bodies”) of The White Stripes (de lekker spitse rocker “Flying up a mountain”),  puntig en catchy als Big Star (“I’s over now”, “I’ve got a feeling”, “Goodnight”) en knarsend als The Gun Club (“Hold me, I’m dying”).
‘Love & Desperation” is een denderend plaatje geworden van amper 39 minuutjes. Voor de oudjes onder ons, was dat niet de reguliere looptijd van een goeie ouwe elpee ? Overdaad schaadt, Sweet Apple heeft dit begrepen, er moesten er zo meer zijn.
U geeft dit schijfje best een plaats ergens in de buurt van uw cd’s van The Raconteurs en Eagles of Death Metal.
Nog dit : Waarom de hoes een kopie moest zijn van Roxy Music’s ‘Country life’ is ook voor ons een volkomen raadsel. Petkovic zal zo wel zijn redenen gehad hebben, muzikaal heeft dit immers niets te maken met Roxy Music, moge dit duidelijk zijn. 

Steve Conte

Steve Conte & The Crazy Truth

Geschreven door

’Who the fuck is Steve Conte?’ zien wij u al denken. Steve Conte, beste mensen, is de gitarist die bij de herboren New York Dolls de onmogelijke taak heeft gekregen om Johnny Thunders te vervangen. Laat ons zeggen dat hij zich bij The Dolls tamelijk goed van die taak gekweten heeft, maar daar heeft hij natuurlijk nog ouwe rot Sylvain Sylvain naast zich staan. Nu hij als volwaardige NYD (ook zijn imago is dermate aangepast) enige naambekendheid heeft verworven, vond hij de tijd rijp om zijn eigen band The Crazy Truth samen te stellen en hiermee een plaatje te maken. En nu wil u natuurlijk weten wat wij als NYD fan daarvan vinden.
Wel, Conte is Thunders niet, The Crazy Truth zijn The New York Dolls niet. Maar daarmee is natuurlijk nog niets gezegd, want in twee groepjes spelen en met allebei hetzelfde doen, dat zou pas een beetje dom zijn, denkt u niet ?
Vooruit dan maar. Dit album is niet onvergetelijk, wel verdienstelijk. Er staan een paar potente rockers op, maar die gaan net iets te weinig in het rood naar ons gedacht. Het is soms iets te veel op de Amerikaanse leest geschoeid, alhoewel de rock cliché’s af en toe met glans worden gemeden. Er mogen bijvoorbeeld al eens blazers meedoen en die staan dikwijls op hun plaats, en op “Get off” komt zelfs een dwarsfluit opduiken.
Geen van de songs zal echter als klassieker de geschiedenis ingaan, de kracht van het album zit hem eerder in de variatie. We horen classic rock en soms wel snedige hard rock met een sleazy kantje, Zo rollen “Her higness” en “This is the end” lekker door en de plaat eindigt ook nog eens stevig met de vuile rocker “Junk Planet”. Onvervalste en licht ontvlambare rock’n’roll komt er uit “Strumpet-hearted monkey girl” en met “Indie Girl” wordt er gas terug genomen in de vorm van een fijne Zuiderse ballad. Zelfs de blues komt aan de deur piepen in “Busload of hope” dat nogal naar Tom Waits of diens volgeling Chuck E Weiss neigt.
Op deze plaat staan er overwegend korte songs trouwens, wat het geheel een puntig rechttoe-rechtaan gevoel geeft. En dat is goed bekeken van Steve Conte, hij is er zich van bewust dat hij niet de beste songs maakt, maar hij weet ze wel overtuigend te brengen.

Xavier Rudd

Koonyum Sun

Geschreven door

Rudd’s vorige album, het sterke ‘Dark shades of blue’ dreef voornamelijk op grillige en soms wel donkere rock, een niet echt voor de hand liggende wending voor deze vrolijke Australiër. De nieuwe ‘Koonyum Sun’ leunt echter weer dichter aan bij Rudd’s vorige werk en ziet het leven dus aan een wat zonniger kant via organische wereldmuziek, luchtige reggae, swingende funk en overwegend optimistische klanken.
Met zijn Zuid-Afrikaanse ritmesectie Tio Molontoa (bass) en Andile Nqubezelo (percussie) heeft Xavier Rudd een lekker swingend duo te pakken gekregen. De heren voegen vaak een aardige hap schwung toe aan de songs, zo doen zij het extreem funky “Set me free” een flink potje swingen en voelen zij zich perfect thuis in de opzwepende reggae van “Yandi” en “Fresh green freedom”. Hun stemmen (want zingen kunnen ze wel degelijk) accentueren nog wat meer het wereldlijke karakter van de songs. In combinatie met het alweer uitgebreide instrumentarium (didgeridoo, banjo’s, conga’s, funky orgeltje,…) bezorgt dit steeds avontuurlijke muziek.
Ook dit keer zijn er hele mooie ingehouden en akoestische momenten te bespeuren, zoals “Love comes and goes” en het perfecte wiegeliedje “Soften the blow” dat met een heerlijk slide gitaartje voorbij glijdt. Xavier Rudd’s stem doet weer wonderen, van helder naar hoog, van indiaans naar zacht. Maar het is vooral zijn zalvende gitaar die schittert, ze klinkt nergens overdadig en is meermaals wonderbaarlijk, ondermeer in lentefrisse pareltjes als “Woman dreaming”, “Breeze” en “Bleed”.
In de lekkere laatste song “Badimo” wordt het nog eens duidelijk gemaakt, het album ‘Koonyum Sun’ is een zwoel en ritmisch Australisch-Afrikaans huwelijk. U haalt er de zomer mee in huis.

Tindersticks

Falling down a mountain

Geschreven door

In navolging van de vorige cd ‘The hungry saw’, die de reünie van Tindersticks inluidde, verschijnt er nu twee jaar later ‘Falling down a mountain’. We horen tien heerlijke, boeiende, romantische luistersongs, onder de typische ‘crooner’, raspende, zalvende stem van Stuart Stapels. De songs klinken broeierig en intens spannend … de opener en titelsong van de cd geeft alvast de toon, wat verder gezet wordt op “No place so alone”, “Factory girls” en “She rode me down”, dat zelfs wordt overstelpt met flutes. “Harmony around my table” en “Black smoke” zijn de meest krachtige nummers. Het ballad en melancholie gehalte is te vinden op “Keep you beautiful” en het in duet gezongen “Peanuts”.
De Tindersticks nummers blijven gedrenkt in smachtende soul en retro en krijgen diepgang en kleur door toevoeging van piano, toetsen, blazers en strijkers. Het filmische “Piano music” besluit de lieflijke, afwisselende plaat!

El Boy Die

The black hawk ladies & tambourines

Geschreven door

Van het Semprini-label dat u reeds het debuut van Valleys bracht, verscheen ook onlangs de eersteling van El Boy Die.  Het mag dan wel het debuut zijn van deze uitgeweken Fransman maar toch hield deze muzikant zich reeds meer dan 10 jaar op met mensen als Calvin Johnson (oprichter van het befaamde K-Records label), Truman’s Water en Herman Dune.
Inderdaad, allemaal het soort mensen die er voor opteren om hun muziek steeds iets anders te laten klinken en dat is dan ook wat je van deze man mag verwachten. ‘The black hawk ladies & tambourines’ is een bizarre mengeling geworden van lo-fi folk (denk aan Bon Iver), moderne psychedelica (denk aan Besnard Lakes) en minimalistische singer-songwriting (denk aan Elliot Smith). Net alsof dat alles nog niet genoeg is heeft deze El Boy Die er geen problemen mee om invloeden die niet zo echt vanzelfsprekend zijn (dat gaat van Hare Krishna-gezang tot een blazerssectie zoals we dat van Beirut gewoon zijn) in zijn songs te verwerken.
Het lijken op het eerste zich misschien onvermengbare ingrediënten maar toch is het eindresultaat een opmerkelijke plaat geworden die weliswaar meerdere luisterbeurten vergt, maar na een tijdje aanvoelt als een klassieker in wording.

Pagina 336 van 394