logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Jon Spencer
Ora Cogan
CD Reviews

Zita Swoon

Wait for me

Geschreven door

Zita Swoon Group - Wait for me
Een onvoorwaardelijk respect hebben voor de charismatische zanger/componist Stef Camil Carlens die z’n muzikale ontdekkingstocht door Burkino Faso en Mali , een kleine tweetal jaar terug, omzette in deze plaat . Eerder kwam hij al op de proppen met een paar voorstellingen van de theater/dansproductie ‘Dancing with the Sound Hobbyist’.
De inspiratie en opgedane ervaring gaven een nieuwe wending voor de toekomst van Zita Swoon.
Inderdaad, de broeierige sfeer , spanning en de verrassende wending van de typische ZS identiteit( = het tossen met muziekstijlen als
 pop, soul, funk, jazz, latingroove, balkan en cabaret) integreert hij moeiteloos met wereldmuziek op een originele, boeiende, creatieve en kwalitatieve wijze . Hij switch in ritme en tempowisseling en verliest de traditie niet uit het oog .
In deze omgeving gaat de ZS Group een kruisbestuiving aan met zangeres Awa Démé en balafonspeler Mamadou Diabaté. De balafon (= een aparte houten xylofoon ) bepaalt alvast de stemmige songs “A ni baara” en “Nisondiya”. De energieke, krachtige stem van Démé plaatst zich moeiteloos naast de licht krakende, hese stem van Stef Camil.
Een muzikale samenwerking en versmelting die warm, teder als aanstekelijk, dansbaar is , en een soort gelukzaligheid uitstraalt.
Op die manier gidst de ZS Group ons van het zwierige “Sababu” naar de broeierige “A sera a waara” tot een breder omlijsting “Tasuma/Ji” , drie songs die de variatie aantonen voor de rest van de cd .
Als een ZS ‘World’ Group is ZS Back!

S.C.U.M.

Again into eyes

Geschreven door

S.C.U.M en The Horrors hebben wat met elkaar gemeen . Eerst en vooral zitten ze binnen die zelfde popwave te denderen , en dan zijn de bassist van de ene en de keyboardspeler van de andere broers . En de keyboardspeler van S.C.U.M is dan de zoon van het electrocombo Add N To (X).  Die muzikale onderkoelde toon is alvast te horen bij het beloftevolle gezelschap. Die solliciteert in een jaren ’80 popwave en siert het met postrock, postpunk, shoegaze, gothic, electrowave of zelfs krautrock.
Naast The Horrors borrelen groepen als ILikeTrains, Filmschool en A place to bury strangers op , die baadt in een typische kaleidoscope lichtgloed.
Muziek voor romantische zwartkijkers door een hoop meeslepende, broeierige songs , die heel wat lome synths, soundscapes en pedaaleffects bevatten. Onbehaaglijk, compromisloos , ontregeld maar gevoelig en beheerst klinkt het allemaal wat een reeks topsongs oplevert als “Faith unfolds”, “Amber hands”, “Sentinental bloom” (met een knipoog naar The Cure’s ‘Pornogrophy’,) “Paris” en “Whitechapel”.  
De groepsnaam is vernoemd naar het manifest Society for Cutting Up Men van de feminste Valerie Solanas, die in 1968 Andy Warhol neerschoot.

Hanne Hukkelberg

Featherbrain

Geschreven door

De Noorse sing/songschrijfster Hanne Hukkelberg had haar eerste plaat uit in 2004 , ‘Little things’, met een sound die zich binnen de jazzy elektronica nestelde en opviel door haar authentiek solide ‘nachtegalen’.
Op de nieuwe plaat rekent ze daar deels mee af en hebben te maken met stemmige, nerveuze songs, die een heel aparte sfeer oproepen door de stemvariatie (tussen Joni Mitchell – Bjork en Polly Harvey) en de wisselende opbouw en instrumentatie, die zalvend, toegankelijk als grillig, oneffen, experimenteel kan zijn. 
Het album ‘Featherbrain’ vergt een actieve inspanning, is best interessant en innovatief , maar klinkt misschien deze keer obscuurder dan haar vroeger werk .
Als je gefascineerd wordt door die afwisseling  door heen de rauwe dreiging van de titelsong naar het sobere “The bigger me”, het klankenspectrum  van “The time and I and what we make” tot het zwaarbewolkt slepende “You gonna” , dan knik je dat er hier een uiterst origineel album is verschenen, die je letterlijk bij de keel kan grijpen.

Voivod

To The Death 84

Geschreven door

Wie spreekt van invloedrijke bands in het metalwereldje kan absoluut niet voorbij de Canadezen van Voivod.  De band ontstond begin jaren tachtig en was zelf beïnvloed door enerzijds de new wave van British Heave Metal en anderzijds de prille hardcore en punkscène.
Het geluid van Voivod ontwikkelde zich al snel tot een hybride mix van trash metal en punk en door die unieke combinatie zou het snel populair worden in Canada en ver daarbuiten.  Deze metaliconen maakten tot op heden twaalf albums, deze ‘To The Death 84’ is geen nieuwe plaat maar wel de eerste demo van de band die in 1984 werd opgenomen in hun oefenruimte.  De vijftien tracks zijn meer dan  bekend bij de echte fans; 9  songs komen uit debuutalbum ‘War And Pain’ en “Slaughter In A Grave” is een nummer dat  op het tweede album werd gebruikt.  Daarenboven zijn er nog een aantal  coole covers van Venom en Mercyful Fate. 
Verwacht op deze demo van 70 minuten geen schitterend geluid want alles werd opgenomen met een simpele taperecorder en twee microfoons.  Wat je wel hoort is rauwe, pure en lekkere ‘in your face’ trash die zoveel jaren na datum nog altijd goed klinkt en een mooi tijdsdocument vormt van een beginnende topband!

Fightball

The Hyperbole Of A Dead Man

Geschreven door

Uit het Duitse Berlijn komen de vijf punkrockers van Fightball!  In 2008 debuteerde de band met een titelloos debuut dat vrij goed onthaald werd in diverse media.  Na wat problemen met de zanger werd geopteerd voor een nieuw exemplaar en gemotiveerder dan ooit begon Fightball opnieuw aan de weg te timmeren. 
Na een resem optredens is er nu hun tweede worp die uitgebracht wordt via Wolverine Records!  Fightball brengt op ‘The Hyperbole of A Dead Man’ een mix van ouderwetse streetpunk, rock’n-roll en melodieze, uptempo  punkrock die refereert naar bands als Social Distortion, Street Dogs, Beatstekas en ZSK. 
Hoewel het geluid van Fightball lekker uit de boxen knalt en de nieuwe zanger zeker een aanwinst blijkt, halen de Duitsers niet het niveau van de genoemde bands.  Openingstrack “On”, “Juxebox” en de leuke meezinger “Dear Diary” zijn prima songs maar de overige tracks zijn jammer genoeg  iets te matig en missen een scherp randje.  ‘The Hyperbole Of A Dead Man’ is zo een degelijke maar geen onvergetelijke punkplaat geworden.

Jim Ward

Quiet In The Valley, On The Shores The End Begins

Geschreven door

Iedere rechtgeaarde muziekliefhebber heeft zijn absolute helden.  Voor ondergetekende is Jim Ward er zo eentje.... Deze Amerikaan uit El Paso stichtte begin jaren negentig de formidabele posthardcoreband At The Drive In (geruchten doen de ronde dat deze formatie opnieuw de handschoen zou opnemen) die drie knappe platen zou maken.  Na de split startte hij met het eveneens fijne Sparta die in vergelijking met ATDI opteerde voor een iets radiovriendelijker geluid.  Nadat ook Sparta er de bui aan gaf, begon Ward met een eigen soloproject dat vergeleken met z’n twee vorige groepen volledig aan de andere kant van het muzikale spectrum bevindt.  Jim Ward begon namelijk  met het uitgeven van akoestische EP’s: ‘Quiet’ uit 2007, ‘In The Valley On The Shores’ uit 2009 en ‘The End Begins’ uit 2011.  Nu heeft hij die drie plaatjes verzameld in zijn eerste full album ‘Quiet In The Valley, On The Shores The End Begins’.
Het kost aanvankelijk flink wat moeite om deze plaat  volledig uit te zitten gezien de twintig songs en de duur van zeventig minuten.  Bovendien klinkt alles in het begin vrij monotoon en het is pas na diverse luisterbeurten dat de schoonheid van de nummers zich prijsgeeft.  Verder dienen we aan te merken dat dit album eigenlijk uiteenvalt in veertien akoestische en rustige songs waarna nog zes hardere uitvoeringen volgen van nummersdie op dit album staan.  De invloeden van Neil Young  en Bob Dylan zijn in verschillende  tracks onmiskenbaar doch door het  talent van Ward is dit toch een bijzonder album geworden.  De plaat start aanvankelijk zeer country , getuige prima opener “On My Way Back Home Again”, “Take It Back” en “Mystery Talks”.  Op “Coastlines” en op “Easer Said Than Done” hoor je vervolgens duidelijk dat de man een begenadigd singer songwriter is.  Op meezinger “All That We Lost” en “Broken Songs”, onze twee favorieten  hoor je de pijn en de breekbaarheid van mans stem en op het instrumentale, jazzy  “Lake Travis” passeert  zowaar een mondharmonica en een trompet.  De laatste zes songs op de plaat zijn zoals vermeld elektrische, stevige  uitvoeringen en het is alsof  Ward hier weer het geluid van Sparta opzoekt.   Het kost dus wat tijd om al dit moois te ontdekken maar het is de investering meer dan waard!

Cerebral Ballzy

Cerebral Ballzy

Geschreven door

Lang geleden dat u nog eens een ferme stamp in uw kloten heeft gekregen ? Cerebral Ballzy verkoopt er u 12 op 20 minuutjes, je zal het geweten hebben.
Pure hardcore in ware Black Flag, Circle Jerks en Minor Threat stijl, loeihard, kwaad, pijlsnel, retestrak en frontaal op uw bakkes. Geniale pokkeherrie.
Aan grondige verbouwingen toe ? Uw muren zijn meteen gesloopt.

The Maccabees

Given to the wild

Geschreven door

‘Given to the wild’ is reeds het derde album van The Maccabees, en het zou wel eens hun definitieve doorbraakplaat kunnen worden. In ieder geval hebben ze van NME met een 9 op 10 een flinke duw in de rug gekregen. Uiteraard mag u, net als ons, een stuk achterdochtig zijn wat de geloofwaardigheid van NME betreft, maar men kan er niet omheen dat het invloedrijke Engelse blad een serieuze impact heeft en bands kan maken of kraken, of dat nu terecht is of niet.
In onze contreien zijn the Maccabees nog een relatief onbekend groepje en hoewel hun vorige album ‘Wall of Arms’ uit 2009 best een aardige plaat was hebben ze het daarmee bij ons niet verder geschopt dan een support postje voor The Editors. Het tij zou nu wel eens kunnen keren, onlangs gaven ze een overtuigend en veelbelovend concertje in een uitverkochte Botanique en hun stekje op Rock Werchter is inmiddels ook al gereserveerd.
The Maccabees zijn een indie band die epische pianoriedeltjes en weidse gitaren a la U2 niet schuwen en hierbij toch een prille frisheid behouden. Op ‘Given to the wild’ proberen ze al eens voorzichtig door de grote poort naar binnen te komen, maar banaal als op de laatste Coldplay platen wordt het nergens. Wij merken vooral een handvol schitterende songs op als het sferische “Child”, het dromerige “Glimmer”,  het heerlijk aanzwellende “Feel to follow” en het springere uptempo singletje “Pelican” (van die soort mochten er van ons wat meer op gestaan hebben). Van het prachtig opbouwende “Unknow” zijn we zelfs helemaal ondersteboven, een beetje bombast kan geen kwaad als het tenminste goed geplaatst is. De song doet ons trouwens niet toevallig aan Archive denken, en wij zijn fan van Archive.
Niet alles is echter onvergetelijk, soms wordt zanger Orlando Weeks een beetje te prekerig (“Heave” en “Go”) en komt het Coldplay spook gevaarlijk dichterbij, maar nergens wordt er echt door het ijs gezakt.
Conclusie : de quotering van NME is nog maar eens fel overdreven, maar toch is dit een bandje waar u rekening zal mogen mee houden.

The Hickey Underworld

I’m under the house, I’m dying

Geschreven door

Het Antwerpse The Hickey Underworld won in 2006 net vòòr The Black Box Revelation de Humo’s Rock Rally. De titelloze cd klonk rauw, hard rockend en verwoestend. De tien nummers waren stevig, scherp en venijnig . Ze kregen zelfs een stevige scheut grunge en noise. “Mystery bruise” en “Future words” waren alvast twee puike singles.
Hevig, intens en overdonderend was het debuut in 2009, de opvolger , drie jaar later, is splijtend, broeierig en slepend; de rauw, rammelende, vettige noisy gitaarrock met screamo achtige stukken hebben ze nog niet verleerd, luister maar eens naar die single “Whistling”.
Het geheel is iets meer gevarieerd, verfijnd en uitgebalanceerd; en een jaren ’70 psychedelica toets vult aan, zoals op  “Martian’s cave” en “Pure hearts in mud”.
Toegankelijkheid, avontuur en creativiteit, daar staat de Hickey garant voor. Klasse opnieuw.

Van Halen

A different kind of truth

Geschreven door

Van Halen staat nog altijd garant voor één van de meest memorabele hardrock platen uit de geschiedenis, namelijk dat onvolprezen debuut ’Van Halen’ uit 1978 met tijdloze klassiekers als “Eruption”, “Running with the devil”, “Ain’t talking bout love”, “Jamies’s crying” en die formidabele cover van de Kinks hit “You really got me”. Zowat de hele plaat was een bom, en dat kwam voornamelijk door de explosieve chemie die er ontstond tussen de vlijmscherpe gitaarlicks van Eddie Van Halen en de wonderlijke strot van groupie-verslinder David Lee Roth.
Hoewel de band nadien nog vijf behoorlijk sterke platen maakte kon men dat huzarenstukje nooit meer evenaren en na het album ‘1984’, die nog de wereldhit “Jump” opleverde, waren de heren elkaar zodanig beu dat ze er met slaande deuren de brui aan gaven. Roth begon aan een succesvolle solocarrière en EddieVan Halen trachtte zijn groep kunstmatig in leven te houden met als nieuwe zanger de heel wat minder getalenteerde Sammy Hagar aan boord (en later zelfs -zowaar nog erger- met Gary Cherone van het verschrikkelijke Extreme). Het Amerikaanse publiek slikte het nog wel, maar de platen die daaruit voortvloeiden verzonken in een poel van typisch Amerikaanse AOR rock met een alarmerend hoog knuffelrock gehalte. Goede verstaanders hadden het algauw door : Van Halen zonder David Lee Roth is als een tiet zonder tepel, het lijkt gewoon nergens op.
28 jaar na datum (28 !) is de vete tussen de twee kemphanen eindelijk bijgelegd en daar is een tournee en een plaat van gekomen. De hamvraag blijft natuurlijk : kunnen de heren op leeftijd nog even scherp uit de hoek komen als destijds ? Wij hebben daarop een verrassend antwoord klaarliggen voor u, een volmondig ja !
De ervaren rotten zijn vol van de goesting aan de slag gegaan met wat oude demo’s en onafgewerkte songs daterend van voor hun debuutplaat en de sound ligt volledig in het verlengde van wat er op dat fenomenale debuutalbum te horen was. Het is heavy en het rockt dat de vonken er van af springen. Eddie Van Halen en David Lee Roth drijven elkaar tot het uiterste, de riffs en solo’s van Eddie zijn snedig, snel en hard en de vocals van David Lee Roth hebben in lang niet zo gedreven en geïnspireerd geklonken. De Van Halen factor is ook nog wat aangedikt, want Eddie heeft voormalig bassist Michael Anthony vervangen door zijn eigen zoon Wolfgang, en gezien drummer en broer Alex ook nog steeds aan boord is, is het wel een erg leuk familieonderonsje geworden.
De band is 13 songs lang geweldig op dreef, bij momenten ongemeen hard en vet, en er zijn in de verste verte geen synths of keyboards te bespeuren. Songs als “Bullethead” (ook al geboren uit een oude demo), “China Town”,  “As is” en “Outta space” hebben een ongehoorde rotvaart en zijn voorzien van de meest striemende gitaarpartijen die Eddie ooit uit zijn instrument heeft getoverd. Wij begrijpen meteen terug waarom die kerel als één van de beste gitaristen van deze aardkloot aanschouwd wordt.
Van Halen klinkt harder dan ooit, enkel bij de intro van het beduidend frisse “Stay Frosty”, duidelijk het halfbroertje van “Ice cream man”, komt een akoestisch gitaarstukje op de proppen. De song zelf is trouwens even potent en vinnig dan zijn 34 jaar oudere halfbroertje.
Een vitaal “She’s the woman” is ook zo een afgestofte demo waarop de spirit van weleer ongeschonden is gebleven, hierin huist de drive en de punch van een bende jonge gasten voor wie het precies allemaal nog moet beginnen.

Het feest duurt een slordige 50 minuten en verzwakt geen moment, aan het eind zitten nog de krachtige vlammenwerpers “Big river” en “Beats workin’ waarin volop met scherp wordt geschoten.


Om het album op hetzelfde schavotje te zetten als dat fantastische debuut zou te veel eer zijn, er is ook wat minder hitpotentieel aanwezig, maar het komt toch verdomd dicht in de buurt.
En nu maar hopen op die Europese tournee.

Pagina 300 van 402