logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Jon Spencer
garbage_olt_riv...
CD Reviews

Long

American Primitive

Geschreven door

LONG is het nieuwe groepje van Rubert Huber (Tosca) en Chris Eckman (The Walkabouts).  Beide bands worden gekenmerkt door een atmosferisch geluid. Tosca heeft het meer voor een zomerse lounge cocktail met lichte dance invloeden terwijl The Walkabouts altijd garant hebben gestaan voor sfeervolle Americana.
Fijn om te horen dat de combinatie op zich wel degelijk werkt. Het is niet zo dat een Tosca achtige song afgewisseld wordt met een Walkabouts track, hier is echt een nieuwe groep uit ontsproten met een eigen sound, en dat is een knappe prestatie. Sfeer is het codewoord en de elektronica vloeit mooi samen met de epische gitaren en piano’s. Vooral de instrumentale nummers “Stockerau” en “Longitude Zero” zijn fijne sfeerscheppers.
Verzachte en vaak zwoele vocals van Chris Eckman en de dames Anda Eckman en Chantal Acda stralen een gloed van warmte uit in subtiele songs als “Dust” en het adembenemend mooie “Night Fisherman”.
Zo bezorgt dit hele album ons een lekker humeurtje zonder uitspattingen, het klinkt met name steeds zomers zonder in een echte fiësta uit te barsten.
Het duo heeft tot slot nog een dromerige zonsondergang in petto met een ijl en wegdeemsterend “Run of days”, een knap einde van een mijmerend plaatje.

Foo Fighters

Wasting Light

Geschreven door

De ticketverkoop van Pukkelpop verloopt dit jaar als een Thalys… Dat eerst de donderdag-tickets uitgeput waren, had veel te maken met het optreden van Foo Fighters en dan vooral van Dave Grohl… In meer dan tien jaar wist dit behaarde fenomeen al een uitgebreid oeuvre te componeren waarmee hij festivalweides moeiteloos inpakt.  Stevige riffs gecombineerd met brullende, schreeuwerige vocalen waren en zijn de succesvolle ingrediënten die hiervoor verantwoordelijk zijn.
Zelf  onthouden wij vooral de eerste twee schijven van de FF: het titelloze debuut en ‘The Colour and the Shape’ draaien wij met alle plezier nog steeds op geregelde tijdstippen... De vier daaropvolgende platen konden wij jammer genoeg heel wat minder smaken.  De Foo Fighters slaagden er namelijk niet om zich opnieuw uit te vinden en opteerden steevast voor dezelfde mix van stadionrock en poppunk die we van hen gewend zijn.
Soit, de verwachtingen voor deze zevende waren in ieder geval hooggespannen... Alles werd opgenomen in de garage van Grohl, er werd beroep gedaan op producer Butch Vig en aantal andere oudgedienden uit het Nirvana-tijdperk (gitarist Pat Smear, ten tijde van ‘In Utero’ extra gitarist op tournee én bassist Krist Novoselic die hier opduikt bij “I Should Have Known”) en men beloofde een plaat vol smerige, ruige garagerock. 
We moeten jammer genoeg constateren dat we op ‘Wasting Light’ zeer weinig garagerock horen en dat Dave Grohl en de zijnen voor de zoveelste keer hetzelfde kunstje opvoeren.  Het zou overdreven zijn om ‘Wasting Light’ een slecht album  te noemen want heel wat songs  hebben natuurlijk wel aantrekkelijke refreinen en bevatten de nodige hitpotentie.   Hoogtepunten zijn  het emotionele “I Should Have Known” (deze song over Kurt Cobain bleef ons tot het einde boeien) en de razendsnelle punkrocksongs “Bridge Burning” en “White Limo” die de ideale soundtrack bij een helse rit op een rollercoaster zijn.
Jammer genoeg blijven de meeste nummers  slechts bij mondjesmaat echt hangen en is ‘Wasting Light’ daardoor een goede maar zeker geen uitzonderlijke plaat.

Guillemots

Walk the river

Geschreven door

Toch wel een speciaal en bijzonder bandje, het Britse Guillemots, de band rond Fyfe Dangerfield. Ze zijn toe aan de derde plaat en de  rijkelijk geschakeerde elektronicageluidjes, toetsen en pop, in het verlengde van ‘80’s freak Scritti Politti hebben een dromerig concept met een zekere dramatiek.
Een arty aardse sound zonder echt overdreven te zijn dus. Oorstrelende muziek, die net als de titelsong van de plaat ideaal past bij een picknick aan het water, gedragen door Fyfe’s unieke stemgeluid, dat ergens leunt aan Jeff Buckley, Damon Gough van Badly Drawn Boy en Robert Smith.
De opvolger van ‘Red’ en ‘Through the windowpane’ bevat een handvol prachtsongs als “Vermillion”, “I don’t feel amazing now”, “I must be al over” en de titelsong. Hoogtepunten zijn het uitgesponnen “Sometimes I remember wrong” en “Yesterday is dead”. Met een knipoog naar Alan Parsons. Verder geen uitschieters maar fijn gevarieerd, boeiend, avontuurlijk, sfeervol, dromerig relaxt en mooi materiaal. De multiculturele band heeft gewoonweg een goed en duurzaam album uit …

The Streets

Computers & Blues

Geschreven door

Mike Skinner en de zijnen zijn toe aan hun laatste cd. Het werd steeds meer een moeilijke bevalling. We hoorden vroeger al twee fijne platen ‘Original Pirate Material’ en ‘A grand don’t come’, dan begon het al wat stug te worden met ‘The hardest way to make an easy living’. Op de vorige cd ‘Everything is borrowed’ sijpelde de ideeënarmoede door.
De recente ‘Computers & Blues’ ligt in dezelfde lijn, goed, maar ook niet meer dan dat. Enkele gastvocalisten ondersteunen Skinner, wat elan biedt op deze mengelmoes van pop, hiphop, r&b, (dub)reggae en 2 step, o.m. Robert Harvey (van The Music) Clare Maguire en Laura Vane ( van The Vipertones).
Het tempo ligt beduidend lager dan vroeger; de sounds en bleeps zijn warm, licht, toegankelijk, sfeervol en dromerig.  Songs als “Puzzled by people”, “Without thinking”, “Soldiers”, “We can never be friends”, “Omg”, “Trying to kill me” en het afsluitende “Lock the locks” zijn nog steeds de moeite , maar algemeen werkt die mellow hihop en de raps minder aanstekelijk en treffend.
Ondanks het feit dat The Streets me door de jaren steeds heeft geboeid, zullen we Skinner wel missen, maar het is duidelijk dat het muzikaal kaarsje rustigweg uitdoofde.

Cold Cave

Cherish the light years

Geschreven door

Het Amerikaanse Cold Cave komt verrassend uit de hoek met ‘Cherish the light years’, catchy synthpop en electro-wave siert de plaat. Het is hun tweede plaat trouwens, gedragen door de sterk overtuigende vocals van Wesley Eisold. Hij graaft in die oude wave/electro van Suicide, Cabaret Voltaire, Depeche Mode, New Order, Human League, Heaven 17, Pet Shop Boys en verderop Erasure en zorgt dat de waverock van Editors, Interpol en White Lies een flinke groove krijgen … Aanstekelijk inwerkend op de dansspieren en mijmerend naar die goede jaren ’80 electrowave.
Op de opener “The great pan is dead” komt nogal wat shoegaze waaien, maar daarna is het bodymovin’ met de broeierige, dansbare synthpop van o.m. “Pacing around the church”, “Confetti”, “Catacombe” en “Underworld USA”.
De laatste songs zijn gevarieerder, wat breder en opbouwender, “Alchemy & you” met blazers, de dark wave van The Cure met “Burning sage” en een ware Human League song op het afsluitende “Vilains of the moon” met gepaste vrouwelijke backing vocals …
Goed dat Cold Cave hier rondloopt en een frisse bries biedt aan die huidige stijlrichting …

Pushking

The World As We Love It

Geschreven door

‘The world As We Love It’ is een plaat die al begin 2011 werd uitgebracht maar die ons toch opmerkelijk genoeg leek om alsnog te recenseren. Pushking is een Russische hardrockband die hoge toppen scheert in eigen land. Om ook buiten de landsgrenzen te scoren hebben ze voor deze ‘The World As We Love It’ alles uit de kast gehaald:  tal  van verschillende hardrockiconen leverden namelijk een bijdrage tot deze plaat.
Houdt u vast want hier volgt een greep  uit de indrukwekkende lijst: Alice Cooper, Paul Stanley (Kiss), Billy Gibbons (ZZ Top), Nuno Bettencourt (Extreme), Udo Dirkschneider, Steve Vai, Graham Bonnet, Joe Lynn Turner, Eric Martin, Steve Lukather, Jorne Lander en dan vergeten we nog een aantal anderen.  Al deze muzikanten horen we terug op een of meerdere van  de in totaal 19 nummers.
De songs op zich spelen allemaal op safe en zijn dus vrij braaf, je zou de plaat als een soort trip naar de jaren tachtig kunnen opvatten, de tijd dus waar glamrock en metalballads schering en inslag waren. Wij waren niet wild van meeste tracks maar  de vertolkingen van de verschillende sterren maken gelukkig veel goed.  Dit zorgt ervoor dat deze schijf verplichte kost is voor fans van genoemde muzikanten en van melodieuze hardrock uit de eighties.
Of Pushking echt de grote sprong naar het buitenland zal maken is een andere kwestie...    

The Low Anthem

Smart Flesh

Geschreven door

‘Oh My God Charlie Darwin’ werd een adembenemende doorbraak, emotionele schoonheid, breekbare alt.country/folk/americana/lofipop, die af en toe een rauw, ruw randje kreeg. De melancholie, de intimitiet en de rootsrock van hun ‘DIY’- aanpak nam een voorname plaats in. Wat een charme-offensief.
De opvolger biedt ook veel klasse door de variatie en het warme kamergehalte, maar overtreft de voorganger niet.
Maar geen nood … De muzikanten bieden verslavend inwerkende songs en kunnen ontroeren met hun breed arsenaal aan instrumenten zoals onder meer (akoestische) gitaar, klarinet, drums, contrabas, althoorn, xylofoon, viool en een oud, gerestaureerd orgel; ze geven ze hét juiste gevoel en ze wisselen die instrumenten af alsof het niks is; de vaandel qua vocals wordt dan gedragen door de weemoedige, genererende stem van Ben Knox Miller.
De plaat werd opgenomen in een pastasausfabriek en werd geproduced door Mike Mogis (Bright Eyes). Intieme americana, broeierige alt.country en neofolk, , melancho en (ietwat gejaagde) rootsrock , waaronder het dromerige “Ghost woman blues” die de aanzet geeft, verder “Apothecary love” en “Burn”, een rockende “Boeing 737”, een “Hey, all you hippies” met een Green On Red gehalte, ingehouden stemmenpracht op “Love & altar” en “Golden cattle”, een verdwaalde “Matter of time” en “I’ll take out your ashes” en tussenin een prachtig intermettzo van “Wire”.
Een mooie afwisseling horen we, kamermuziek met een pepersausje indien nodig, eenduidiger dan voorheen; ze intrigeren nog steeds door het bedwelmende karakter, de gemoedsrust en de uitbundigheid. Hier komen songwriters Dylan/Cohen, The Band, The Triffids, Green On Red en My Morning Jacket samen. Puik gedaan!

PJ Harvey

Let England Shake

Geschreven door

We zijn altijd benieuwd wat Polly Harvey weet te brengen van platen. Ze deed beroep op ‘usual suspects’ John Parish en voormalig Bad Seed Mick Harvey, die bij talrijke samenwerkingen met haar te horen waren. Als we even terugblikken over het muzikale verleden ging ze hard, zacht, snel, traag, donker, licht en mooi te werk … Grillig, melodieus, subtiel, sfeervol, lieflijk materiaal dat ze zingt, schreeuwt, declameert of kirt.
De nieuwe plaat is een intens broeierige plaat geworden … “This time I’ve been just looking out”, lezen we ergens in de bio en ze heeft het over de heroïsche als de gewelddadige kant van haar ‘country she loves’.
De songs kunnen elementair, groovy als kronkelend zijn, soms zoekend naar toegankelijkheid, met een typische Britfolky ondertoon én gedragen door een etherische zang, die durft over te helen naar Björk kapsones.
Meeslepende, kwaliteitsvolle songs dus met een dampende titelsong, een bezwerende “The glorious land” met hoorngeschal, een intense “On battleship hill”, de opbouwende, eenduidige “In the dark places” en “Bitter branches”, en de sober ingehouden “All & everyone” en “England” die breder durven te klinken.
Kortom doel - treffende contrasten schuilen er in de plaat die Polly Harvey nog steeds op een voetstuk plaatsen, een begenadigde talent met een conceptplaat over haar land …

Yuck

Yuck

Geschreven door

Het Engelse kwartet brengt heerlijke, onstuimige en beheerste noisy (lofi) gitaarpop, die de brug slaat naar charmante, rakende catchy gitaarpop en wat durft af te wijken met shoegaze pedaaleffects. Daniel Blumberg en Max Bloom zijn de spil van de band. Als jonge Thurston Moore’s hebben ze nog een jonge Kim Gordon, bassiste Mariko Doi en een Mars Volta ‘lookalike’ Jonny Rogoof,  in de band.
Yuck intrigeert door jengelende, rauwe, broeierige, intens meeslepende gitaargeluidjes, - golven, - erupties en uitgeklede, verrassende, melodieuze wendingen. Ze nestelen zich ergens tussen Pavement, Buffalo Tom, Dinosaur Jr, Yo La Tengo, Teenage Fanclub, het oude Soul Asylum, Luna en de shoegaze van Swervedriver en Jesus & Mary Chain. Energiek en ingetogen stuiterend materiaal door het korrelige geluid, dat een mooi debuut oplevert met songs als “Get away”, “The wall”, “Operation holling out” en de dromerige aanpak van “Georgia”, “Suck” en “Stutter”. Hoogtepunt is het afsluitende, opbouwende “Rubber”, die de beiden combineert.
Levenslust, plezier en emotie daar draai ‘em om in de jengelgitaaraanpak van de band.

ORKA

Oro

Geschreven door

Geen makkelijke klus om artiesten uit de Faroer Eilanden op te noemen, maar kijk met ORKA hebben we terug een beloftevolle band.
De groep zijn goede maatjes zijn met de beroemde componist Yann Tiersen en staan aan de vooravond van een nieuwe Europese toernee.

Wie ooit viel voor de schoonheid van (pakweg) Sigur Ros zal deze (hoogst experimentele, maar weliswaar toegankelijke) cd weten te appreciëren.
‘Oro’ is vooral het soort plaat dat zich beroept op het creeëren van sferen waarbij het mystieke nooit ver uit de buurt is.

Inderdaad, niet bepaald het soort plaatje dat geschikt is om luchtgitaar op te spelen, maar mooi is het wel.

Pagina 315 van 402