logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 14 oktober 2010 02:00

Phosphene dreams

Dat The Black Angels niet vies zijn van een flinke portie retro, is een understatement van jewelste, maar zo sixties als op “Sunday afternoon” en “Telephone” hebben ze nog nooit geklonken, het zijn songs met een vette knipoog naar Beatles en Kinks. Ook The Doors zijn alom aanwezig in “Yellow Elevator 2” en de geest van The Velvet Underground hangt over zowat de hele plaat.
Een en ander doet ons vaststellen dat dit de meest gevarieerde Black Angels plaat tot op heden is, wat maar goed is ook, want de band dreigde na voorganger ‘Directions to see a ghost’ nogal in dezelfde poel te blijven rondzwemmen. Versta ons niet verkeerd, dat was wel een stomend plaatje, want in die poel zat er nog genoeg gevaarlijk ongedierte om het boeltje spannend te houden, maar toch kwam het spook van de eenzijdigheid een beetje te dicht bij de wal staan.
The Black Angels hebben het begrepen en leggen op ‘Phosphene dreams’ wat meer verscheidenheid voor de dag zonder daarbij hun typische dreigende en onheilspellende sound kwijt te spelen. Het zijn nog steeds een bende rare neo-hippies (de psychedelica vloeit weer aardig in het rond) die al eens iets van Joy Division durven op te zetten onmiddellijk na een Black Sabbath plaat.
Ze schuiven ons een bijtend zuurtje voor de neus met “River of blood”, een gemene motherfucker van een song die alles aan flarden scheurt. Ook machtige uitbarstingen als “Bad vibrations”, “The Sniper” en “Entrance song” dragen een constant sluipend gevaar in zich en zijn dan ook beestig goed. De bezwerende stem van Alex Maas dompelt het goedje nog wat meer de donkere mist in, zodat de atmosfeer op dit album alweer duister, hypnotisch en kosmisch is.
Iets minder donker misschien dan debuutplaat ‘Passover’ en een stuk afwisselender dan ‘Directions to see a ghost’, doch vooral terug een onmisbare schakel in het nog jonge Black Angels repertoire.

dinsdag 19 oktober 2010 02:00

De oerkracht van Grinderman

Ook al kan Nick Cave met zijn wonderlijke Bad Seeds venijnig uit de hoek komen, met Grinderman heeft hij voor nog een extra uitlaatklep gezorgd om zijn diepste demonen op de wereld los te gooien. Zijn metgezellen (en tevens Bad Seeds) Jim Sclavonous (drums), Martin P. Casey (bass) en Warren Ellis (al de rest) volgen hem daarin blindelings en zijn net zo bedrijvig als hun baas als het op intens musiceren aankomt. Vooral Warren Ellis is een extreem geval. Hij ziet eruit als een ongewassen holbewoner, beweegt zich voort alsof er constant een paar kwaadgezinde ratten in zijn broek zitten en hij geselt zijn instrumenten met de bezetenheid van een bloeddorstige hyena die zonet een wild konijn aan flarden heeft gebeten. Kortom, Ellis is geniaal.

Alles was geniaal trouwens vanavond in de AB. De vernietigende passage van Grinderman zullen we nooit vergeten. Het concert staat voor ons geboekstaafd als ronduit fantastisch, rauw, brutaal en meedogenloos.
De band speelde zowat bijna alles uit hun 2 albums, twee rauwe lappen verscheurende rock met prachtsongs die schuilen onder de verschroeiende sound.
Nick Cave schitterde als een briljante entertainer, hij bracht zijn songs met stijl, tonnen bezieling en de nodige portie humor. Voor zowat de helft van de songs had hij zelfs een gitaar om zijn nek hangen. Hij is hoegenaamd geen Hendrix maar de duivelse tonen die hij uit dat ding haalde, pasten perfect binnen de psychotische oerkrachtsound van Grinderman. Hij had ook een keyboard op het podium staan, maar dit was niet de avond van de subtiele pianotoetsen, eerder van een onzachte en brutale aanpak van een toetsenbord dat net niet aan diggelen werd geslagen.

Wij hadden het al door van bij de eerste stuiptrekkingen van de allesverslindende opener “Mickey Mouse and the goodbye man”, dit zou een memorabel concert worden. Hard en genadeloos klonk het in “Get it on”, “Worm tamer”, “Heathen child” en vooral “Evil” waarbij halve zot Ellis op de grond ging liggen om er het refrein “Evil ! Evil! Evil!” met doodsverachting uit te schreeuwen. Alle remmen werden losgegooid (voorzover er al een rem op zat vanavond) in gloeiend hete versies van “Love bomb”, “Honey bee” en een verpulverend “No Pussy blues”.
De rauwe sound van Grinderman was een welgekomen bron voor het wilde experiment en buitenzinnige karakter van songs als “When my baby comes”, “Bellringer blues”, “Go tell the women” (“The first song I wrote on guitar”, dixit Cave, beetje stuntelig maar meesterlijk) en “Man in the moon” (nochtans zeer rustig op plaat, maar hier met een extra scheurende en sublieme gitaar-outtro van Ellis). De diepe bas van Martin Casey was de broeiende aanloop voor afsluiter en totale apotheose “Grinderman”, een moordlustig en sluimerend beest van een song die uitgroeide tot een laatste machtige agressor van onze trommelvliezen.

Grinderman was even gewelddadig als fenomenaal. Lang geleden dat we nog eens zo ondersteboven waren van een concert. Dit gaat nog lang blijven nazinderen.

Een aangenaam voorprogramma ook met Anna Calvi, een talentrijke dame met een aparte en fijne, soms bluesy gitaarstijl en met een puike begeleidingsband die nogal percussie gericht was. Gevolg, een vreemd en interessant eigen geluid, duister en begeesterend. De madam heeft met “Jezebel” een eerste knappe single op zak. Het deed een beetje denken aan Siouxsie in betere tijden (nog voor er schimmel op stond) en ook wel aan PJ Harvey of zelfs de eerste plaat van Goldfrapp. Iets om in het oog te houden.

Organisatie: Live Nation

zaterdag 25 september 2010 02:00

U2 - Groot, groter, grootst

Een hoogst indrukwekkende mega show, een oogverblindend totaalspektakel. OK, goed, maar hoe zit het met de muziek ?

Gelukkig maar, met die muziek zat het goed. Ook met de sound trouwens, want daar vreesden we nog het meest voor met die vreselijke akoestiek van dat kille Koning Boudewijn stadion.
Let’s face it, het is eigenlijk al geleden van ‘Achtung Baby’ dat U2 nog eens een echt goede plaat gemaakt heeft, maar op elke plaat die na dat niet te overtreffen album kwam stonden telkens een paar volbloed krakers van songs. Het zijn natuurlijk deze songs die U2, professioneel als ze zijn, uitgekozen heeft om er steevast splijtende versies van te spelen tijdens hun imposante live show. Onverslijtbare en uiterst potente klassiekers als “Beautiful day”, “Elevation”, “Magnificent” en het geweldige “Vertigo” bijvoorbeeld, maar ook mindere dingen als “Walk on”, “In a little while”, “City of blinding lights” en “I’ll go crazy if I don’t go crazy tonight” stegen in de live versie moeiteloos boven zichzelf uit. Vooral die laatste song werd omgedoopt tot een meer dan geslaagde dance-achtige jungle trip.
Leuk om te horen dat U2 creatief weet om te springen met hun eigen songs en zo zichzelf blijft heruitvinden.
Ook “Miss Sarajevo” (waarin Bono met glans de partij van Pavarotti voor zich nam) en “Hold me, kiss me, thrill me” (één van onze favorieten van de avond), songs die eigenlijk nooit een reguliere U2 plaat hebben gehaald, werden gebracht alsof ze reeds jaren tot het beste van hun repertoire behoren.
Als absolute hoogtepunt zouden wij het oudje “Bad” willen aanstippen, en uiteraard waren ook “One” en “Where the streets have no name” kippenvelmomenten. Het zijn wereldsongs die nooit op een U2 gig mogen ontbreken, maar dat weet de band zelf ook wel.

Kortom, U2 bewees nog maar eens de ultieme stadiongroep te zijn. Ook al zijn hun platen van de laatste jaren al lang niet meer wereldschokkend, op een podium schitteren ze als geen ander en dat is wat hen aan de absolute top houdt. De enige band die volgens onze dezelfde energie kan opwekken in stadions van dit kaliber is Muse, voorlopig de enige kandidaat om U2 als stadionrockers op het hoogste schavotje te gaan belagen. We zijn benieuwd.

Organisatie: Live Nation

donderdag 07 oktober 2010 02:00

Le Noise

Neil Young maakt nieuwe plaat getiteld ‘Le Noise’ met Daniel Lanois achter de knoppen. Op papier klinkt het om duimen en vingers bij af te likken. Helaas, helaas.
Young heeft deze keer geen groep nodig, enkel zijn elektrische gitaar en voor een tweetal songs ook zijn akoestische. Op zich geen probleem, want iemand van dit kaliber zou ook in zijn eentje moeiteloos overeind moeten blijven. Niet dus.
Grootste euvel is dat er in zijn valies blijkbaar geen songs zaten, enkel een paar flarden of probeersels, en tonnen echo en distortion. En daar kan Lanois in het beste geval misschien wel wat sfeer mee scheppen, maar de man kan nu ook geen wonderen doen. Het resultaat valt, ondanks de verwoede pogingen van Lanois, dan ook te mager uit.
Neil Young zit maar wat aan te modderen met zijn gitaar, verschroeiende riffs haalt hij er niet uit, hoogstens hier en daar een paar vette akkoorden die neigen naar een Young in betere tijden.
Ook Neil’s stem slaat geregeld eens over. Nu zijn we qua vocale afwijkingen veel gewoon van de brave man, maar soms is het toch echt pijnlijk. De ekster die geregeld in onze achtertuin de wormen komt opvreten, kraait nog helderder dan Neil Young op “Angry world” of “Someone’s gonna rescue you”.
De ouwe rocker laat zich toch nog eens van zijn beste kant zien op het fraaie “Hitchhiker”, waarin de formule ‘man plus splijtende elektrische gitaar’ een zeldzame keer werkt, en op de twee akoestische tracks “Love and war” en “Peaceful valley boulevard”, dingen die wel als volwaardige Neil Young songs door het leven kunnen gaan.
De fans zullen hier wel tevreden mee zijn maar wij verwachten van zo een rockgrootheid veel meer.

Beste Neil, een klasse producer als Daniel Lanois haal je niet binnen om de meubelen te redden maar om een meerwaarde te geven aan materiaal dat op zich al goed genoeg moet zijn, snappie? En waar zit Crazy Horse trouwens ?

zondag 10 oktober 2010 02:00

Fijne punk nostalgie met The Undertones

Het concert van The Undertones baadde volledig in de sfeer die zij creëerden op hun gelijknamige debuutplaat. Er werd dan ook uitvoerig geput uit deze beste plaat die ze ooit gemaakt hebben. Geheel volgens de ongeschreven regels van de punk van einde 70‘s speelden The Undertones hun uiterst korte songs lekker strak, puntig en uiteraard -laat ons zeggen in goeie Ramones traditie- supersnel en zonder adempauzes (alleen de one, two, three, four’s moesten we er ons zelf bij voorstellen, als we al tijd hadden).

Ze staken de lont aan met “Jimmy Jimmy” en het tempo zou maar één zeldzame keer naar beneden gaan met het fijne rustpuntje “Julie Ocean” ergens middenin de set. Voor het overige: rechtdoor !
Heerlijk om vast te stellen dat de songs de tand des tijd met glans hebben doorstaan en dat zanger Paul McLoone deze zo overtuigend kon brengen dat wij op geen enkel moment Feargal Sharkey mistten. Sterker nog, The Undertones hebben nog nooit zo krachtig geklonken. Die Mc Loone stond hier verduiveld goed te zingen, alsof hij al die krakers zelf had geschreven.
Een stomend publiek sloeg in het fijne achterzaaltje van de Aéronef veelvuldig aan het pogoën op venijnige punkstuiptrekkingen als “Male model” (een uiterst viriele kopstoot), “Here comes the summer” (knal erop), “Mars bars”, “Hypnotized”, “True confessions” en “Girls don’t like it”.
Hitgevoelige poppunksongs als “My perfect cousin”, “Its’s gonna happen” en natuurlijk het onsterfelijke en hier absoluut geweldige “Teenage kicks” werkten nog even aanstekelijk als in hun gloriedagen. Met puike nummers als “Thrill me”, “Here comes the rain” en “I’m recommanding me” greep de band ook nog eens iets uit ‘Get what you need’ (2003) en ‘Dig yourself deep’ (2007), de twee fijne post-Sharkey albums die u waarschijnlijk ontgaan zijn, maar ons niet. Toch maar even checken, als u wil.
Een fijne cover van “We’re gonna have a real good time together” van The Velvet Underground klonk fris en was aangenaam om horen, maar de Them cover “Gloria” als tweede bisronde was een beetje overbodig en ongepast, maar toen waren wij toch al lang verkocht.

Doordat The Undertones met hun songs nauwelijks de twee minuten grens doorbraken trakteerden zij ons bijgevolg op een slordige 25 tracks, waarvan de meeste dan nog als klassieker mogen beschouwd worden. Pittig en stomend concertje.

Wij hebben ook complimentjes voor Crusaders Of Love uit Lille (een thuismatch dus) die al evenzeer met beide benen in de punk anno ’77 stonden en een handvol lellen van punksongs in de zaal spuwden, inclusief een heerlijke cover van “Chatterbox”, de klassieker die oerpunker Johnny Thunders (qua punk-icoon schatten wij hem hoger in dan Sid Vicious) schreef voor zijn bandje The New York Dolls. Voor één keertje waren wij wel te spreken over de support act.

Organisatie: Aéronef, Lille

donderdag 30 september 2010 02:00

Absolute Dissent

Na het onvolprezen debuutalbum en het daaropvolgend ‘What’s this for’ uit begin jaren tachtig waren wij Killing Joke nagenoeg volledig uit het oog verloren (ook de koerswijziging met ‘Night time’ uit ‘85 met daarop het hitje “Love like blood” kon ons weinig bekoren) tot zij in 2003 terug aan het front kwamen met de splinterbom ‘Killing Joke’ en drie jaar later met het al even machtige ‘Hosannas from the basements of hell’ (die titel alleen al !). Wij waren weer helemaal wakker geschud en lieten die twee albums gewillig keer op keer als een allesvernietigende pletwals over ons heen gaan.
Op vandaag zijn wij dan ook geweldig opgewonden met ‘Absolute Dissent’ die de lijn van de bulldozerrock van zijn twee voorgangers volop doortrekt en hier en daar zelfs nog een tandje bij steekt.
Dichter bij metal zijn ze nooit geweest, maar het blijft onmiskenbaar Killing Joke. De band creëert een zware volumineuze sound, een geluidsmuur van gortige gitaarriffs en mokerslagen van drums. Daarbovenop schreeuwt een razende Jaz Coleman zijn vocals er met ware doodsverachting uit. Het is des duivels, maar de songs blijven telkens overeind en blijven de melodie in zich houden.
Moordsongs, met Coleman als vrijwillige killer van dienst, zijn “Absolute dissent”, “The great cull”, “In excelsis”, “Depthcharge” en “Endgame” (waarin Coleman nogal naar Lemmy neigt). De totale verpulvering komt er met “This world hell”, een uiterst rauwe lap agressie die uw hersenen met volle geweld uit uw hoofd komt rukken.
Toch mogen de vocals al iets melodieuzer en worden ook de synths bovengehaald op het fraaie eighties klinkende “European super state” die het venijn in zich heeft wat “Love like blood” bijvoorbeeld mistte. Ook een pompend “The raven king” werkt zich na een rustige aanvangsfase naar een ware bruisende climax toe.
Afsluiter “Ghost of ladbroke grove” begeeft zich zelfs op dub gebied en ontpopt zich zonder uit te schuiven tot een bijtende knoert van een song.
‘Absolute Dissent’ is een ronduit schitterend en vooral verpletterend weerzien met deze culthelden en een meer dan waardige opvolger voor de twee onvergetelijke klassiekers ‘Killing Joke’ uit 2003 en ‘Hosannas from the basements of hell’ uit 2006.

donderdag 30 september 2010 02:00

Innerspeaker (2)

De jongste Pukkelpopeditie, dag 1, 14.00 hr. In Humo’s Pukkelpop ABC lezen wij onder Tame Impala :‘Psychedelische rock die elke lsd-boer op de wei werkloos zal maken’. Toch maar even gaan kijken, denken wij, en wat blijkt ? We worden helemaal van onze sokken geblazen door deze Australische neo hippies. Meteen is de revelatie van Pukkelpop 2010 gekend.
Zo snel mogelijk de plaat binnen doen is onze eerstvolgende gedachte.
En inderdaad, ‘Innerspeaker’ is psychedelisch, en nog geen klein beetje. Ook de hoes laat er geen twijfels over bestaan, hierop wordt een soort utopia afgebeeld waaruit op elk moment een bende stonede weed-vogels kunnen tevoorschijn komen.
De muziek zweeft in zeven lagen door onze koptelefoon, Midlake en Dungen hangen in de buurt, de keyboards en gitaren zijn overladen met tonnen echo’s, de zang komt ergens van tussen de wolken aangewaaid, sixties en seventies zijn alom tegenwoordig en de groove is constant aanwezig. We menen in de verte ook ergens de Stone Roses te hebben bespeurd, maar dat kan ook aan de kwaliteit van onze spacecake gelegen hebben.
Geen echte uitschieters van songs te melden op deze plaat, wel een kleurrijke totaalsound waar een mens als het ware in verdwaalt en er met de nodige middeltjes op zak kan blijven in rond dwarrelen. U moet het echt eens proberen.
Bedwelmend plaatje.

woensdag 06 oktober 2010 02:00

Pendulum - AB in lichterlaaie

In de Brusselse AB hebben we nu al een hoop artiesten aan het werk gezien maar nog nooit hebben we de zaal zo zien overkoken als bij de doortocht van het Australische Pendulum. Zelfs de meest hyperkinetische kangoeroes in hun thuisland zijn nog zo hitsig niet als die gasten.

Met hun uiterst opzwepende cocktail van drum’n’bass en dance-rock wisten zij het overwegend jonge publiek danig op te hitsen dat de AB vanaf de eerste tot de laatste noot onafgebroken in lichtelaaie stond. Zelden of nooit gezien.
Hun songs waren pompende adrenalinestoten die de kolkende menigte constant opzweepte en geen enkel moment van rust gunde. Maar goed ook, want op rustpuntjes zat het alsmaar heter wordende volkje nu ook niet bepaald te wachten. Dansen en uitfreaken, dat was de boodschap. En gefuifd werd er, en hoe !? Het zweet droop met liters van de muren.
De band kwam vanavond vooral het nieuwe en op zijn zachtst gezegd nogal explosieve album ‘Immersion’ promoten, enkel de rustige tracks werden achterwege gelaten. En er staan er haast geen op !
Wat ook niet onbelangrijk was en ons behoorlijk aangenaam verraste, het ganse zootje werd volledig live gespeeld, iets wat soms wel eens anders kan uitdraaien bij dance of techno bands.

Hoewel we hoegenaamd geen liefhebber zijn van het genre (we zijn ooit eens op Pukkelpop weggelopen bij The Prodigy omdat het echt niet te harden was) moeten we bekennen dat dit echt wel een fenomenaal en spetterend concertje was. Zo zijn we, dankzij deze sensationele live act van Pendulum, alweer een ervaring rijker.
Met dank aan onze 15 jarige dochter die ons naar dit concert meezeulde. De oogkleppen zijn voorgoed af. Alhoewel, nobody’s perfect, diezelfde dochter houdt ook van Britney Spears, maar vooral niet voortvertellen, hé.

Organisatie: Live Nation

Met een nagelnieuwe cd ‘Absolute Dissent’ op zak is Killing Joke terug op tournee. Het ding is nog maar net uit en toch bleek het Franse publiek de plaat al door en door te kennen. De fans hadden blijkbaar hun huiswerk gemaakt, ze hadden goed naar dat fameuze album geluisterd en onthaalden de potige nieuwe songs op enthousiast gejuich.

Killing Joke heeft inderdaad weer een almachtig werk afgeleverd en putte er tot onze grote vreugde veelvuldig uit. Tussenin werd er ook flink gegrepen uit dat schitterende debuut ‘Killing Joke’ uit 1980. Wat moest een mens nog meer hebben om van een geweldig concert te spreken? Een waanzinnig “Madness” misschien of een finale stroomstoot “Pandemonium” als finale bijvoorbeeld? Jawel, Killing Joke was vanavond gul met de hoogtepunten.
De heren waren al hard en bezwerend aan hun set begonnen met onder andere killers van songs als ‘Wardance’, “In excelsis”, “European super state” (prachtige nieuweling, en meteen ook publiekslieveling) en “Bloodsport” om dan met een openbarstend en verpletterend “Requiem” in overdrive te schakelen.
Vanaf dan schoot de vlam er zowaar nog meer in met ondermeer een oppermachtig ”The great cull”, een uiterst explosief “Asteroid” en de pompende klassieker “The wait”.

De combinatie van de beste oude songs met de gloeiende nieuwe pronkstukken zorgde voor een knallende set. Killing Joke slaagde er met glans in om het hele optreden lang een stevige spanningsboog aan te houden en de theatrale podiumact van de prettig gestoorde Jaz Coleman was een perfecte aanvulling voor het droge muzikale geweld van zijn uiterst strak spelende band. Coleman was overigens bijzonder goed bij stem. Hij zong, brieste en brulde met volle overgave terwijl hij voortdurend met een dreigende blik de zaal in staarde. Het zou best wel eens kunnen dat die gast op een andere planeet is geboren.
Een kanjer van een optreden.

Organisatie: Aéronef, Lille

donderdag 16 september 2010 02:00

Wig!

Peter Case is eind jaren tachtig, na het ontbinden van zijn garage pop groepje The Plimsouls (hun live show van ’81 in ‘The Whisky A Go Go’ in L.A. is begin dit jaar op cd verschenen, een aanrader), als solo artiest heel eventjes een klein beetje hot geweest waardoor hij wat bescheiden media aandacht kreeg, maar lang heeft het niet geduurd en nadien is de singer-songwriter zowat in de vergetelheid geraakt. En dat lag heus niet aan de kwaliteit van zijn platen, want die waren nooit ondermaats, maar zijn liedjes waren nooit trendy of blits genoeg om nog in de mainstream enige rol van betekenis te spelen. Case trok zich niks aan van de trends en is gestaag verder plaatjes blijven maken. Op zijn gemakjes weliswaar, want deze ‘Wig !’ is pas zijn elfde werkje in 25 jaar.
Dat zo iemand vroeg of laat zijn toevlucht zoekt in de blues is helemaal niet verwonderlijk. Op zijn voorlaatste plaat ‘Let us now praise Sleepy John’, een eerbetoon aan folk blues artiest Sleepy John Estes, deed hij dat via naakte akoestische blues- en folkballads die schitterden in al hun eenvoud. Op ‘Wig’ trekt hij de kaart van de ongepolijste rammelblues met krakende en piepende gitaren, een halfgestemde piano en een gemene smoelschuiver. De plaat is niet toevallig uitgebracht op Yep Roc Records, een label die net als Fat Possum niet al te veel geld wil uitgeven aan dure producers of vernuftige technische apparatuur, maar die graag de muziek in zijn ruwste vorm op band zet.
‘Wig’ is een plaat die zich in de richting begeeft van wat Paul Westerberg deed via zijn alter ego Grandpaboy op het ruwe pareltje ‘Dead man shake’ uit 2003 (verschenen op, jawel, Fat Possum).
Peter Case vertolkt zijn blues vuil en gruizig, maar tevens gemeend en gedreven zoals Jeffrey Lee Pierce het ook kon op ‘Lucky Jim’, het laatste wapenfeit van The Gun Club dat eveneens zwaar in de blues gedrenkt was.
Case zijn begeesterende stem zit de songs als gegoten. Als het nu gaat om een vuile tempo rocker (“Aint got no dough”, “House rent jump”, “Look out !”), een tergend traag slepende bluesworm (“My kind of trouble”) of een op de Byrds georiënteerde sixties song (“The words in red”), hij pakt het aan met een authenticiteit die tegelijkertijd oprecht en duivels is. Hij raapt ook nog eens “Old blue car” op die hij in 1986 op zijn debuutplaat zette. Hij sleurt de song eerst door de modder, vervolgens doorheen een vettige garage en maakt er zo een onweerstaanbaar bronstige rocksong van. Van de openingssong “Banks to the river” gaat een zekere onheilsdreiging uit. We weten niet juist wat, maar broeit iets in die song.
Snedige plaat, straight to the bone !

Pagina 88 van 111