Ook al kan Nick Cave met zijn wonderlijke Bad Seeds venijnig uit de hoek komen, met Grinderman heeft hij voor nog een extra uitlaatklep gezorgd om zijn diepste demonen op de wereld los te gooien. Zijn metgezellen (en tevens Bad Seeds) Jim Sclavonous (drums), Martin P. Casey (bass) en Warren Ellis (al de rest) volgen hem daarin blindelings en zijn net zo bedrijvig als hun baas als het op intens musiceren aankomt. Vooral Warren Ellis is een extreem geval. Hij ziet eruit als een ongewassen holbewoner, beweegt zich voort alsof er constant een paar kwaadgezinde ratten in zijn broek zitten en hij geselt zijn instrumenten met de bezetenheid van een bloeddorstige hyena die zonet een wild konijn aan flarden heeft gebeten. Kortom, Ellis is geniaal.
Alles was geniaal trouwens vanavond in de AB. De vernietigende passage van Grinderman zullen we nooit vergeten. Het concert staat voor ons geboekstaafd als ronduit fantastisch, rauw, brutaal en meedogenloos.
De band speelde zowat bijna alles uit hun 2 albums, twee rauwe lappen verscheurende rock met prachtsongs die schuilen onder de verschroeiende sound.
Nick Cave schitterde als een briljante entertainer, hij bracht zijn songs met stijl, tonnen bezieling en de nodige portie humor. Voor zowat de helft van de songs had hij zelfs een gitaar om zijn nek hangen. Hij is hoegenaamd geen Hendrix maar de duivelse tonen die hij uit dat ding haalde, pasten perfect binnen de psychotische oerkrachtsound van Grinderman. Hij had ook een keyboard op het podium staan, maar dit was niet de avond van de subtiele pianotoetsen, eerder van een onzachte en brutale aanpak van een toetsenbord dat net niet aan diggelen werd geslagen.
Wij hadden het al door van bij de eerste stuiptrekkingen van de allesverslindende opener “Mickey Mouse and the goodbye man”, dit zou een memorabel concert worden. Hard en genadeloos klonk het in “Get it on”, “Worm tamer”, “Heathen child” en vooral “Evil” waarbij halve zot Ellis op de grond ging liggen om er het refrein “Evil ! Evil! Evil!” met doodsverachting uit te schreeuwen. Alle remmen werden losgegooid (voorzover er al een rem op zat vanavond) in gloeiend hete versies van “Love bomb”, “Honey bee” en een verpulverend “No Pussy blues”.
De rauwe sound van Grinderman was een welgekomen bron voor het wilde experiment en buitenzinnige karakter van songs als “When my baby comes”, “Bellringer blues”, “Go tell the women” (“The first song I wrote on guitar”, dixit Cave, beetje stuntelig maar meesterlijk) en “Man in the moon” (nochtans zeer rustig op plaat, maar hier met een extra scheurende en sublieme gitaar-outtro van Ellis). De diepe bas van Martin Casey was de broeiende aanloop voor afsluiter en totale apotheose “Grinderman”, een moordlustig en sluimerend beest van een song die uitgroeide tot een laatste machtige agressor van onze trommelvliezen.
Grinderman was even gewelddadig als fenomenaal. Lang geleden dat we nog eens zo ondersteboven waren van een concert. Dit gaat nog lang blijven nazinderen.
Een aangenaam voorprogramma ook met Anna Calvi, een talentrijke dame met een aparte en fijne, soms bluesy gitaarstijl en met een puike begeleidingsband die nogal percussie gericht was. Gevolg, een vreemd en interessant eigen geluid, duister en begeesterend. De madam heeft met “Jezebel” een eerste knappe single op zak. Het deed een beetje denken aan Siouxsie in betere tijden (nog voor er schimmel op stond) en ook wel aan PJ Harvey of zelfs de eerste plaat van Goldfrapp. Iets om in het oog te houden.
Organisatie: Live Nation