logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Stereolab
Concertreviews

The Bollock Brothers

The Bollock Brothers - Met de vingers in de neus

Geschreven door

The Bollock Brothers - Met de vingers in de neus
The Bollock Brothers – The Psychedelics
De Molen
Roeselare

The Psychedelics  als eighties rock & new waveformatie, is ontstaan uit enkele uit de hand gelopen jamsessies met de eeuwig prettig gestoorde Joost en Bjorn in ‘The Manila House’ in Oostnieuwkerke. Daar ontstond tussen geestrijke middelen het idee om een band te starten met eigen nummers en bewerkte nummers uit de new wave-periode (Joy Division, The Sound, The cult,…). Dit kwamen ze even bewijzen als voorprogramma. Wat mij opviel is de stem van Joost die verbazend dicht bij die van Ian Curtis ligt. Geruggensteund door de gitarist die al elders zijn metalsoundsporen heeft achtergelaten kwamen we tot een consistent geheel met een redelijke unieke sound. De nerveusheid in de opener ‘Transmission’ maakte gauw plaats voor gedrevenheid, enthousiasme en speelplezier. Voortdoen, jongens!
Playlist: TRANSMISSION/MANILA ROCK/VISION THING/WINNING/SHE SELLS  SANCTUARY/ IN MEMORIAM/SUNRISE IN MOSCOW/EMMA/THE ESSENCE OF INTOXICATION

The Bollock Brothers -
Jock McDonald is al een dikke dertig jaar de bezieler en frontman van het licht legendarische newwave-punk-cultbandje The Bollock Brothers. Iedereen kent wellicht nummers als “The last supper”, “The bunker”, “Harley Davidson (son) of a bitch”. Destijds vielen ze vooral op door het album van de Sex Pistols volledig te coveren in een electro-versie. Zodus, dertig jaar en evenveel kilo’s later gaat de immer sympathieke nog steeds de hort op met zijn Brothers, zij het in wisselende bezettingen. Meest opvallende figuur daarbij is Pat, die ooit nog de vellen bediende bij het ter ziele gegane Nacht und Nebel.
The Bollock Brothers kwamen , zagen en overwonnen zoals gewoonlijk. “The Bunker” zette meteen het overigens briljante publiek in vuur en vlam en het publiek droeg ‘el sympathico’ meteen zo goed als letterlijk op handen. De band stond, dankzij een retestrakke ietwat funky ritmesectie op scherp en op rood. Pat is bij deze onmisbaar geworden. De originele bassist Keith vervoegde de gelederen om een kervende versie van “The Slow Removal of The Left Ear of Vincent Van Gogh” neer te poten. Een jonge locale getalenteerde veertienjarige doedelzakspeler kwam een nummer meespelen en zorgde voor het nodige kippenvel. Met “Harley Davidson” hoorde je haast Gainsbourg himself zingen.
 Na een hele resem hoogtepunten kreeg ondergetekende de finale doodsteek met meer dan beklijvende versie van “Faith Healer”, waarbij originele schrijver en uitvoerder Alex Harvey zaliger ongetwijfeld een arm veil zou hebben gehad om zo’n versie te spelen.

Conclusie: een ware reünie van long time no see friends. Op naar Brugge op negen mei aanstaande.

Beoordeling

Gruppo di Pawlowski

Gruppo Di Pawlowski - Geniale waanzin

Geschreven door

The Rott Childs waren wat mij betreft totaal overbodig. Scherp en agressief gitaargeweld, geruggensteund door loops,  andere electronica en visuals als was het dat ze het warm water hebben uitgevonden. Robijntje wasverzachterbeertje dat halfduits spreekt, lijkt mij eerder voer voor vierdejaarsstudenten in de kunstschool in hun poging om origineel te zijn.

Gruppo Di Pawlowski - Het is algemeen geweten dat Mauro een van de beste gitaristen van Belgie en omstreken is. Het is algemeen geweten dat hij tevens een geniaal muzikant is. Het is algemeen geweten, sedert zijn passage op de muzikantendag in AB, dat hij een begenadigd entertainer is. En nu is het algemeen geweten dat Mauro een enorm podiumbeest is die zijn duivels als geen ander kan ontbinden. Mauro zonder gitaar op het podium, wie had dat nu kunnen bedenken? Gruppo Di Pawlowski heeft ons in de Kreun meer dan serieus van ons sokken geblazen. De genialiteit van de waanzin. Undergroundlegende Albini, producer van hun album ‘Neutral Village Massacre’, heeft duidelijk zijn stempel op hun sound.
Eigenlijk is het een kloteklus om hierover een verslag te schrijven. Deze vulkanische muziek moet je zien, voelen, horen en vooral live meemaken. Dit zootje ongeregeld en tevens supermuzikanten begonnen hun demonische trip met “Do the watching the ex-wives dance dance”, waarin het begrip noise wordt geherdefinieerd. Elko Blijweert scheurt de ene riff na de andere uit zijn zessnaar, Jeroen Stevens en Ben Younes – het weze hem vergeven dat hij bij de Rott Childs speelt – zorgen voorde retestrakke ritmesectie. Pascal Deweze en Sjoerd Bruil zorgen voor de aanvullende gestructureerde chaos.
Op deze Beefheart van de jaren 2010 mag onze Pawlowski zijn duivels en zijn chaotische gekheid op het hoogste niveau ontbinden. Als een bezetene raast hij vreemde klanken wouwelend over het podium. Het laatste optreden eer de wereld vergaat. Eigenlijk deden de songs er niet meer toe. Toch nog even ‘Jonge Helden’ van Arbeid Adelt! vermelden, alsook het donkere ‘Phone call from a ruin’ en de waanzin van ‘experiments in haste’. Het enige mindere en absurde aan dit super optreden was een soort intermezzo waarin een of andere stand upper enkele flauwe grappen debiteerde.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/gruppo-di-pawlowski-10-04-2014/
Organisatie: Kreun, Kortrijk

Beoordeling

Ingrid Veerman

Ingrid Veerman - De kleine (e) kunst van het wandelen

Geschreven door

Mijn plannen voor vanavond bestonden oorspronkelijk uit wandelen en languit in de zetel liggen. Tot ik telefoon kreeg met de vraag om Ingrid Veerman te reviewen. Toegegeven, ik had er weinig tot geen zin in. Maar eens ik het verhaal achter deze madam hoorde, kon ik niet anders als naar The Other Side trekken en mij op de dichtstbijzijnde stoel te nestelen.

Ingrid Veerman trekt te voet met gitaar en tent door de Lage Landen, een queeste naar het budget om haar derde album ‘Present’ uit te brengen. Iedere kilometer kan gesponsord worden en onderweg zijn de ontmoetingen steeds onvergetelijk. Afhankelijk van vraag en aanbod strijkt Ingrid neer in plaatselijke cafés of geeft ze zelfs huiskamerconcerten. Haar tocht noemt dan ook terecht de ‘Troubatour’.
Ingrid toont hoe letterlijk over alles geschreven kan worden, een paar zwarte laarzen of het stoten van een teen. Haar vrolijkheid doet denken aan Kimya Dawson, haar zang en geluid zijn een combinatie van Melanie Safka en Dolly Parton, ik ben er nog niet uit. Haar medestapper Louche Loe neemt ook plaats op het podium. Samen klinken ze even harmonisch als The Moldy Peaches, al denk ik dat de stem van Loe veel zuiverder is als die van Adam Green.
Tussen de nummers door horen we verschillende anekdotes en  leren we dat Ingrid vaak schrijft over oude vlammen. Het leedvermaak bij de pijnlijke teen van een ex-vriend is herkenbaar voor me, evenals voor de rest van het divers publiek.
Er volgen enkele pauzes en ik neem de tijd om met de artieste in kwestie te praten. Passages in het voorprogramma van Dead Moon en Motörhead zijn zowel verbazend als ontzettend romantisch. Ik beeld me in hoe Ingrid en Loe met lange grasspriet en rieten hoed op een kar zitten getrokken door een echt Brabants paard.
De stem van Ingrid verveelt nooit, echter, ik heb een zwaar weekend voor de boeg en besluit voor het einde van het optreden huiswaarts te trekken. Nieuwsgierig als ik ben en ook onder de indruk, volg ik het duo op hun pagina ingridveerman.be
Nog tot volgende week zullen ze door Vlaanderen trekken, om te eindigen in Gent. Mocht u de kans krijgen haar aan het werk, aarzel dan niet en maak deel uit van deze Troubatour.

Wandelen voor muziek?!? Ik ben fan.

Beoordeling

Jonathan Wilson

Jonathan Wilson - Heerlijke soft rock met broeiende gitaren

Geschreven door


De zaal werd opgewarmd door Syd Arthur uit Canterbury, en om verwarring te vermijden, dit is wel degelijk een groepsnaam.  Met zo een naam (wij durven er gerust een joint of drie op verwedden dat de groepsnaam veel te maken heeft met een adoratie voor opper weirdo Syd Barrett) en afkomst kon het haast niet anders dan dat er een kloeke folk-rock invloed in het geluid moest binnendringen. In combinatie met een vlucht psychedelica, een gezonde scheut prog-rock en zelfs wat Zappateske jazzrock bracht dat een fraai geluid en dito songs teweeg.  Een klein half uurtje volstond om ons te overtuigen. Ook de voortreffelijke debuutplaat  ‘On and On’ is de moeite waard, tenminste als retro geen vies woord is voor u.

Jonathan Wilson is met zijn 40 lentes een kind van de jaren zeventig, ook zijn muziek lijkt te zijn geboren in die periode.  Wilson grijpt met zijn songs terug naar de grote namen van de traditionele Amerikaanse muziek als Neil Young, Jackson Browne, Steely Dan, Bob Dylan en Little Feat. De man heeft er al een rijkelijk verleden op zitten als studio- en sessiemuzikant maar heeft zelf nog maar drie platen op zijn palmares. Zijn laatste ‘Fanfare’ bracht hem en zijn schitterende band naar de AB Box.
Op de heerlijk vloeiende soft-rock van ‘Fanfare’ komen er nog wat strijkers en sax aan te pas om het mooie weer te maken. Deze had Wilson op het podium achterwege gelaten wat uitmondde in een rootsy aanpak waarin zijn gitaar een prominente rol kreeg. Hij bleek dan ook een uitmuntend gitarist te zijn wat zich liet uiten in vaak lange songs met adembenemende solo’s, zo was een werkelijk fenomenaal “Dear Friend” om duimen en vingers bij af te likken. Ook “Valley of the Silver Moon”, een meesterwerk die hij opspaarde tot op het einde, was meer dan tien verrukkelijke minuten kippenvel.
De excellente soft-rock van de plaat evolueerde dus naar een vorm van bedrijvige classic-rock gebouwd op traditionele songs die gemaakt waren naar het oeroude Amerikaanse concept, een aanpak waarin Wilson zeer bedreven leek.
De uiterst getalenteerde songwriter bleek ook nog te beschikken over een glasheldere stem waarmee hij zijn innemende songs nog een stuk intenser deed klinken, in combinatie met diens wervelend gitaarwerk en een geweldige groep achter zich zorgde dit voor een wonderlijk concert.
De man zat er ook niet om verlegen om zijn broeiende songs in te leiden met innig smeulende intro’s, een prachtsong als “Desert Raven” pakte ons alvast van de eerste seconden bij het nekvel. Wilson’s  adembenemende gitaarstijl laveerde tussen die van David Gilmour (het uiterst knappe “Lovestrong” was een wel heel vette knipoog naar Pink Floyd), Neil Young  (“Illumination”) en zelfs Frank Zappa. Hij beroerde zijn instrument met de passie en klasse van de grote voorbeelden en liet bijna twee uur lang een warme gloed door de AB Box vloeien.

Dit was overheerlijke ouwerwetse muziek die lak had aan allerlei trends en hypes die morgen toch alweer de deur uit zijn. Was deze moderne hippie twintig jaar eerder geboren (dertig kan ook) dan stond hij nu zij aan zij met de eerder vermelde grootheden.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/jonathan-wilson-06-04-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/syd-arthur-06-04-2014/
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Forest Swords

Forest Swords - Tijd en ruimte, even van geen belang

Geschreven door

Het deed wat vreemd aan toen we rond 15u een mistige AB Club binnen stapten om ons vrijwillig van het heldere daglicht af te sluiten. We zouden immers getrakteerd worden op een Brits onderonsje ‘om ter donkerst’ tussen Forest Swords en voorprogramma patten. Beide heren wéten wat duistere electronica is en hebben genoeg vers en degelijk materiaal op zak om ons een interessante zondagnamiddag te bezorgen.

Het Londense electronicawonder patten, zonder hoofdletter, mocht de spits afbijten en zette meteen alle registers open. Met ‘ESTOILE NAIANT’ heeft deze Brit uit de Warp-renstal een nieuw album uit en die kwam hij hier even demonstreren. Terwijl de rest van het publiek nog langzaam aan het binnendruppelen was ondergingen de al aanwezige toeschouwers een bombardement aan flashende visuals en alles verpletterende geluidsmuren.
We zagen de Brit af en toe in z’n micro spreken en op een telecaster pingelen maar deze nuances gingen bijna volledig verloren in de noise. Wat definitie in de structuren was welkom geweest, en even de tijd om adem te halen ook. Als een bezeten voodoodokter zat patten aan knoppen te draaien en kanalen te schuiven en bleef hij de geluidssalvo’s maar afvuren. Na net niet te hyperventileren was de set gedaan en werd het opnieuw wat minder zwart voor de ogen. Spijtig, want op plaat werkt deze aanpak uitstekend. Live was het gewoon te veel van het goede. Toch in de gaten houden voor de toekomst.

De zaal was goed volgelopen toen Forest Swords het podium besteeg en de show kon beginnen. Geflankeerd door een stevig bebaarde bassist was Forest Swords, aka Matthew Barnes, er klaar voor ons mee te nemen naar een universum waar tijd en ruimte van geen tel meer zijn.

Beginnen deed het duo met 2 nummers uit de vorige, zeer degelijke EP, ‘Dagger Paths’. Meteen werden we meegezogen in een heerlijk psychedelisch bad van Oosterse gezangen, woestijnritmes en andere wereldse klanken. Eens “Ljoss”, de opener van de recentste plaat ‘Engravings’, van start ging was het volledige publiek al in een diepe trance gebracht. Prachtige visuals waar duidelijk veel tijd in was gestoken werkten het tripgehalte nog meer in de hand. Totempalen, vallende bloemen, headbangende meisjes, beelden van kosmos en autosnelwegen, het passeerde allemaal de revue. De melange aan invloeden bleef maar komen. Heerlijk surfend op dit rijke geluidspallet reisden we naar verschillende uithoeken van het muzikale spectrum; van relaxerende dub naar Massive Attack achtige triphop tot weidse filmarrangementen, de zaal liep er van over. Bovendien bewees Forest Swords meer te zijn dan enkel een knoppendraaier en haalde hij af en toe de gitaar boven om, vooral bij “The Weight Of Gold”, een heerlijke Morricone sound te creëren en anders nog wat postrock vibes uit te sturen.
Wat verder in de set konden we ons verwarmen aan de zalige gloed van het lekker nasmeulende “Friend you will never learn” en kregen we enkele nieuwe nummers voorgeschoteld. Het einde was misschien een tikkeltje abrupt en het deed ons toch wat verlangen naar meer.
Maar goed, no bad feelings na zo’n ijzersterke performance. Dankbaar dat er niets van de infrastructuur naar beneden gekomen was door de dreunende bassen konden we ons rond een uur of 5 nog laven aan een laatste pint. De Ronde van Vlaanderen hadden we dan wel gemist, deze zondagnamiddag was meer dan geslaagd!

Forest Swords is de juiste band op het juiste moment met z’n mysterieuze, weidse en zeer eigentijdse sound. Hier gaan we ongetwijfeld nog veel van horen, en zien.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Nick Waterhouse

Nick Waterhouse - Oneindig veel meer dan zwelgen in nostalgie

Geschreven door

De avond werd geopend door Thierry Steady Go!, naar verluidt de ongekroonde koning van de Brusselse soul. De man draaide zeldzame en naar alle waarschijnlijkheid erg kostbare 45-toerenplaatjes uit de jaren ‘50 en ‘60. Ideale stuff om het publiek op temperatuur te laten komen (voor zover dat nodig was) alhoewel ik een dj als voorprogramma een beetje vreemd blijf vinden.

De 27-jarige Nick Waterhouse (uit Los Angeles) kwam zijn nieuwste plaat ‘Holly’ voorstellen. Die klinkt wat gesofisticeerder dan zijn eerste ‘Time’s all gone’ en ik ben er nog niet uit of ik dit beter of slechter moet vinden. Wat ik wel weet is dat zijn concert in een helemaal volgelopen Orangerie een regelrechte voltreffer was.

Waterhouse had een uitgebreide groep (allen keurig in het pak) meegebracht : twee blazers (tenor sax en bariton sax), een congaspeler, een drummer, een bassist, een toetsenist en de schitterende backingzangeres Roberta Freeman. Ondanks dat vele volk bleef de muziek vrij transparant en waren het enkel de tenor saxofonist en de pianospeler die af en toe ruimte kregen voor een solospotje.
Al heel vroeg in de set kregen we twee hoogtepunten met “Time’s all gone” waarbij het kookpunt in de zaal een eerste keer bereikt werd en “Dead room”, dat vooruit gestuwd werd door een soulvolle piano, die me onwillekeurig deed denken aan James Leg. De muziek van Nick Waterhouse zou je kunnen omschrijven als een mix van authentieke rhythm ‘n blues en soul, gekruid met een mespuntje jazz. Retro, dat zeker maar hij is bijvoorbeeld ook niet te beroerd om een recent nummer als “It # 3” van Ty Segall te coveren. Alles werd bijzonder smaakvol gespeeld met veel zin voor details en nuance. Het enige wat men hem zou kunnen verwijten is dat hij het net iets te braaf bracht. Bij de wat steviger gespeelde songs of toen hij plots een oerkreet uit zijn strot ramde waren de reacties van het publiek meteen een stuk uitzinniger. Nu, het volk wat op zijn honger laten zitten kan eigenlijk ook geen kwaad. Tijdens het laatste nummer, een lekker stomend “(If) you want trouble”, gooide de groep dan toch alle remmen los en ging het er een stuk wilder aan toe.
Daarna was het een beetje bang afwachten want wat bisnummers betreft heeft Nick Waterhouse stilaan een wat kwalijke reputatie gekregen. Vorig jaar in Trix kwam hij ondanks lang en luidruchtig aandringen niet terug en onlangs op Motel Mozaïque in Rotterdam presteerde hij het om een bis van welgeteld anderhalve minuut te spelen. En zo zijn er nog verhalen. Ook hier werd er lang en hard geschreeuwd. Dat laatste vooral door het vrouwelijk gedeelte van het publiek dat een regelrechte aanslag op mijn zo al geteisterde trommelvliezen pleegde.

Uiteindelijk verscheen de band opnieuw op het podium, voor één of twee nummers wist Nick ons te vertellen. Het werden er uiteindelijk drie (!) met als laatste een weliswaar hertimmerde maar briljante versie van “Pushin’ too hard” (The Seeds) waarin zijn garagerockroots nog eens opborrelden.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Rodriguez

Rodriguez - de man achter de mythe

Geschreven door

Wie sinds jaar en dag al een plaat van Sixto Rodriguez in de collectie heeft zitten mag zich met recht en rede Een Muziekkenner noemen. De twee albums die deze illustere Amerikaanse troubadour met Mexicaanse roots in de prille jaren ’70 op het erg bescheiden Sussex label uitbracht werden weliswaar meteen de hemel ingeprezen door een handvol critici, toch gingen toen amper een honderdtal exemplaren van beide platen over de toonbank. De maatschappij kritische teksten verpakt in psychedelische en jazzy folk deuntjes leverden hem al gauw het etiket van ‘The Next Dylan’ op, maar nadat hij zijn C4 kreeg van Sussex verdween Rodriguez even snel als ie gekomen was terug in de achterbuurten van Detroit.

Sinds de release in 2012 van de intussen met awards overladen muziekdocu ‘Searching for Sugar Man’, verwijzend naar zijn signature song “Sugar Man”, weet intussen ook de rest van de muziekminnende planeet wie Rodriguez is en verkopen reissues van zijn twee studioalbums als zoete broodjes. Net als generatiegenoot Leonard Cohen voor hem heeft ook deze kranige zeventiger inmiddels zijn weg gevonden naar het lucratieve live circuit, en laat hij in no time de grootste concertzalen vollopen.

Bij aankomst aan een hopeloos uitverkochte AB stond dit keer geen tourbus aan de voordeur geparkeerd, maar wel een opzichtige promostand van Volkswagen die aan de tweedaagse (donderdag en zaterdag) doortocht van Rodriguez de nodige commerciële ruchtbaarheid moest geven. Sommigen zullen er al dan niet terecht een deuk in het imago van de zelfverklaarde working class hero in zien, wij waren vooral benieuwd hoe de man vocaal uit de hoek zou komen. Op basis van recente concertreviews werd het strot van Rodriguez immers unaniem afgekraakt als afgeleefd en versleten, dus het leek ons beter om met luttele verwachtingen de zaal in te trekken.
Lag het aan de sloten thee met honing die hij vlotjes naar binnen werkte of had de man gewoon een begenadigde dag? In ieder geval, iedereen was meteen gerustgesteld toen bleek dat de bijna 72-jarige Rodriguez als liedjesvertolker een zeer degelijke beurt maakte in de Brusselse concerttempel. Geflankeerd door zijn twee dochters werd de langzaam blind wordende Amerikaan schoorvoetend naar de micro geëscorteerd, op zich al goed voor een eerste emo moment, om vervolgens solo “Love Me Or Leave Me” in te zetten. Deze Broadway evergreen werd onsterfelijk gemaakt door ondermeer Nina Simone, in de AB bood de versie van Rodriguez een aardig voorsmaakje van het folkjazz recept waarop veel van zijn liedjes gebaseerd zijn. Er zouden nog meer covers volgen tijdens het verloop van de set, en jammer genoeg vertoonden ze niet allemaal evenveel affiniteit met Rodriguez’ eigen back-catalogue. Met speelse rockabilly versies van “Lucille” en “Blue Suede Shoes” wou de bejaarde Amerikaan waarschijnlijk hulde brengen aan nog een paar andere van zijn muzikale helden, maar zowel qua tempo als qua impact bleken het zowat de enige spelbrekers van de avond.
Veel beter kwamen Rodriguez en zijn driekoppige begeleidingsgroep dus uit de verf toen zowat elk nummer uit debuutplaat ‘Cold Fact’ (‘70) de revue passeerde. Gitarist Matthew Smith vulde hierbij de gaatjes die hier en daar tussen het rudimentaire gitaargetokkel van zijn baas gaapten vakkundig op, zoals tijdens de funky protestfolk van “This Is Not A Song, It’s An Outburst: Or, The Establishment Blues”, de melancholische crooners “Forget It” en “I Wonder”, of de huppelende psychedelica van “Inner City Blues”. Heel wat spaarzamer werd omgesprongen met de wat miskende tweede plaat ‘Coming From Reality’ (‘71), waaruit we enkel het naar de broeierige West Coast sound ruikende “Climb Up On My Music” en het aan Harry Nilsson schatplichtige “I Think Of You” optekenden.
In tegenstelling tot genre- en leeftijdsgenoot Dylan waagt Rodriguez zich nooit aan grote lappen tekst en ellenlange songs. De strakke opeenvolging van de vrij compacte nummers zorgde zo voor een dynamiek die je niet meteen van een illustere 70+ artiest zou verwachten. Enkel aan zijn pièce de résistance “Sugar Man” bleek wat gesleuteld om de grens van de 5 minuten te bereiken; straf trouwens hoe het nummer ook zonder de wenende blazers en psychedelische effecten van de studio versie moeiteloos overeind bleef.
Naarmate de avond vorderde werd Rodriguez steeds spraakzamer en spontaner, liet hij paar ontwapenende levenswijsheden los op het publiek (“Hate Is A Too Powerful Emotion For Someone You Don’t Like” kan zo in het citaten handboek van King en Mandela), en riep hij als eeuwige humanist op tot vrede in Oekraïne. Zijn hoge zwarte hoed ging meerdere malen af als publieksgroet, en dit terwijl het omgekeerde gebaar evenzeer op zijn plaats was. Tijdens de encores haalde de man zelfs de Belgische driekleur boven, een guitige geste voor het AB publiek dat duidelijk verschillende generaties overspande en waarvan de overgrote meerderheid ongetwijfeld pas onlangs met het intussen ruim 40 jaar oude oeuvre van Rodriguez in aanraking kwam.

Net als Frank Sinatra hem ooit voordeed verdween de kranige Amerikaan met een doorleefde interpretatie van Al Hoffman’s “I’m Gonna Live Until I Die” van de bühne. Het spreekwoordelijke doek lijkt dus nog niet gevallen voor Sixto ‘Sugar Man’ Rodriguez, een uitzonderlijke singer-songwriter die het reeds bij leven en welzijn klaarspeelt om uit te groeien tot een mythische figuur én er zelf nog kan van genieten ook.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/rodriguez-03-04-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/bird-03-04-2014/
Organisatie: Jazztronaut + Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Ásgeir

Asgeir - Zwoele IJslandse lava vloeit door de Centrale

Geschreven door

De ‘Badly Drawn Boy’- look is in tegenwoordig: zowel Blaudzun, als de man die vanavond in de Centrale optrad, gaan goedgemutst door het leven. Asgeir Trausti Einarsson is momenteel de populairste artiest in IJsland , wat op zich niet zoveel voorstelt, als je weet dat er meer mensen in Antwerpen stad wonen dan in heel IJsland. Asgeir komt dan nog uit Laugarbakki, een gehucht op de duizend kilometer lange ringweg halfweg tussen Reykjavik en Akureyri, dat uit niet meer dan een benzinestation en enkele huizen bestaat. Asgeir liet zijn IJslands gezongen album ‘Dýrð í dauðaþögn’ door John Grant in het Engels vertalen, wat dan ‘In the silence’ werd, en ook in de sprookjesachtige video van “King and Cross”, mag Grant Monty Python-gewijs opdraven, enkel de kokosnoten ontbreken.

Asgeir heeft dus twee versies van elke song, een in het Engels en een in het IJslands, en zou vanavond afwisselend in de ene of de andere taal zijn nummers brengen. Dit was best interessant omdat iedere taal toch zijn eigen klankkleur heeft en de nummers toch net een andere emotionaliteit krijgen.
De set vanavond begon met een tapeloop met IJslands a cappella gezang, wat ietwat Gregoriaans aandeed, waarna vijf boerenjongens met cowboyhoeden het podium betraden, waarbij de bebaarde drummer in korte broek en Hawaiihemd de opvallendste verschijning was.
Asgeir begon eraan met “Head in the snow”, dat met zijn combinatie van falset en glitchpop klonk alsof Justin Vernon bij The Notwist aan het werk was. Einarsson speelde  afwisselend op keyboards, electrische en akoestische gitaar en ook de oudere broer van Asgeir die deel uitmaakt van de band wisselde tussen keyboards en gitaar. In totaal zaten er een drietal nummers in de set die niet op de plaat stonden, plus een heel originele bewerking van Nirvana’s “Heartshaped box” dat heel ingenieus in mekaar zat met rustige passages op piano waarna de volledige band inviel met een voorname rol voor de drumpartijen die deze donkere grungeclassic vertimmerden tot een tribal remix. Heel toepasselijk ook, het is nu 20 jaar na de dood van Kurt Cobain, en op weg naar de Centrale draaide Studio Brussel de vijftig favoriete platen van Cobain, met heel wat obscure punk en hardcore.
Het bereik van Asgeir’ stem was heel ruim, gaande van falset naar donker murmelend, maar altijd met een heel warme klankkleur en ook met het grappige IJslandse accent in de Engels gezongen nummers. Het publiek maakte het niet uit in welke taal er gezongen werd, het vroeg zelfs om de nummers in het IJslands te zingen toen Asgeir er om vroeg. De bekende nummers zaten aan het einde, met “King and cross” en in de bis mocht natuurlijk “Torrent” niet ontbreken, heel dynamisch door de afwisseling van falset en orkestrale stukken. Dit was een heel warm sfeervol concertje geweest, en pure reclame voor het zien van artiesten in een kleine zaal.

Setlist: Head in the snow - In the silence - Lupin intrigue Ocean Higher - Summer guest - Was there nothing - Going home - Heart shaped box Dreaming - Nu Han blǽs - King and cross - On that day Torrent

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Pagina 220 van 386