Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Epica - 18/01/2...
Concertreviews

Fai Baba

Fai Baba - Worstelend met een kater

Geschreven door

Fai Baba is niet meteen een grote naam maar wel een groep die het verdient om ontdekt te worden en de 4AD wou hen hierbij een handje helpen door er een gratis (althans voor de leden) concert van te maken. Mooi gebaar maar daar had duidelijk niet iedereen een boodschap aan want de opkomst was bedroevend laag. Bijzonder jammer want het aloude cliché werd hier nog maar eens bevestigd : de afwezigen hadden ongelijk.

Opener van de avond was het Antwerpse gezelschap Lightning Vishwa Experience. Veel volk op het podium (met zijn zessen) dat desondanks zorgde voor eenvoudige, dromerige pop met een hoog lo fi gehalte. Bij momenten best wel intrigerend waarbij de harmonieuze samenzang tussen zanger Vishwa (Gerrit Van Dyck) en de hemels klinkende zangeres Sarita opviel. Zelden een tweede stem gehoord die zo bepalend was voor het groepsgeluid. Niet alles klonk even sprankelend, een paar keer gleden ze af richting wat te gladde en iets te veel naar de radio lonkende pop (o.a. de single "Milky sea", die dan wel door enkelen in de zaal herkend werd).

Fai Baba uit Zurich was reeds een tiental dagen aan het touren en ze hadden er blijkbaar elke avond een uitbundig feestje met de nodige drank van gemaakt. In die mate zelfs dat de bassist gewoon op zijn bed bleef liggen en de groep er dan maar met zijn drieën aan begon. Echt problematisch was dat niet : twee gitaren en drums volstonden om hun eerste songs, die zich ergens situeerden in de psychedelische garagerockhoek, appetijtelijk te laten klinken.
Na het tweede nummer verscheen plots de bassist dan toch, "back from the grave" zoals zanger Fabian Sigmund zei, om in kleermakerszit mee te spelen. Met hem klonk de sound wat voller maar na een vijftal songs hield hij het zonder een woord uitleg voor bekeken. Een hardnekkige kater blijkbaar. Gelukkig konden de overige drie, die er ook niet allen even fris uitzagen, het wel uitzingen.
Fai Baba bleek vooral de groep van Fabian Sigmund, een buitenissige kerel met een stem die soms deed denken aan een jonge Thom Yorke (Radiohead) maar vooral aan Ryan Sambol (zanger van The Strange Boys). Fai Baba werkte in het verleden ooit samen met Viva L'American Death Ray Music en het zoeken naar minder voor de hand liggende songstructuren hebben ze wel met die Amerikaanse band gemeen. Halverwege dreigden ze toch even weg te zakken in het moeras der middelmatigheid en net toen ik een enorme behoefte voelde opkomen om luidkeels "rock-'n-roll" te schreeuwen zetten ze een sublieme cover van The Gories in. Hiermee bewezen Sigmund en de zijnen nog maar eens dat ze niet voor één gat te vangen zijn. Het werd het startsein voor een spetterende rush naar de eindmeet.
Fai Baba is een groep die zoekt, probeert en durft, niet altijd met evenveel succes maar toch steeds blijft fascineren. Eigenlijk een beetje zoals de club die hen uitnodigde.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Beoordeling

The National

The National - Vorst Nationaal in een passionele wurggreep

Geschreven door

The National lijkt vandaag één van de weinige grote bands in wording die de kleinere zalen noodgedwongen achter zich moeten laten maar toch de eigenheid en de intensiteit van hun muziek weten te behouden. Bands als Kings Of Leon en Editors zijn op dat gebied al veel te ver over de schreef gegaan en zelfs Arctic Monkeys flirtten vorige week in Vorst met enkele onrustwekkende sporen van bombast. Om maar te zeggen, iedereen moet groeien, maar de één verdrinkt al wat sneller in hoogmoed dan de ander.
The National brengt als geen ander de intimiteit van een warme kamer naar de grote zalen. Op de grotere festivalpodia zorgde de band eerder dit jaar met adembenemende sets voor een hartige en intieme sfeer, en dat voor een grote menigte, je moet het maar doen.

In Vorst deden ze het nog eens met verve over. Dat is, de reputatie van die galmende betonbunker in acht genomen, toch een opmerkelijke prestatie voor een band die eerder sombere en integere songs smeedt in plaats van meezingbare rock anthems.
The National nam Vorst in een wurggreep met voornamelijk een hoop pareltjes uit hun laatste twee platen ‘High Violet’ en ‘Trouble will find me’, die omzeggens allebei even schitterend zijn. De passionele frontman Matt Berninger legde als gewoonlijk met behulp van een paar flessen wijn zijn volledige ziel in de songs. In diens stem herkenden we de begeestering van Nick Cave, de devotie van Ian Curtis en de vervoering van Stuart Staples. De broertjes Aaron en Bryce Dessner zorgden de ganse avond voor een onblusbaar knetterend gitaarvuur en een paar blazers stuwden de temperatuur naar eenzame hoogtes.
Live bleek nog maar eens hoe knap al die songs waren, wij konden omwille van de aanhoudende opeenvolging van hoogstandjes hier dan ook geen hoogtepunten van eventuele dieptepunten (die er sowieso niet waren) onderscheiden. Bloedmooie en innemende songs als “I need my girl”, “This is the last time”, “Sorrow” en ”Pink Rabbits” pakten met glans Vorst Nationaal in en deden al onze haartjes rechtstaan. “Bloodbuzz Ohio”, “Anyone’s Ghost”, “Afraid Of Everyone” en “Graceless” bereikten een ongekende intensiteit. Met “Abel” liet The National zich van hun meest loeiende kant bewonderen, Berninger sneerde en brieste alsof hij in een volbloed punkband was verzeild geraakt.
Naarmate de set vorderde werd de sfeer uitbundiger, de zaal heter en Berninger nog gekker. De bevlogen zanger kwam steeds gretiger uit zijn pijp. Dat hij in al zijn ijverigheid tijdens het extatische ‘Mr November’ er flink naast zong, vergeven we hem. Het was al verwonderlijk dat hij vanuit die enthousiaste menigte (de zot was ondertussen al in de tribunes geklommen) überhaupt nog zijn micro kon vasthouden. Berninger had tegen dan toch al lang Vorst Nationaal voor zich gewonnen, een beetje onstuimig vertier was hier nu wel op zijn plaats.

Dit was nu al bijna twee uur lang een memorabele en gepassioneerde avond die met een ultieme trap op het gaspedaal nog een keer explodeerde in het orgelpunt “Terrible Love.
Het akoestische “Vanderlyle Crybaby Geeks” bracht tot slot nog wat extra kippenvel teweeg, het was een innig mooi einde van een bijzonder sterk en uiterst bezield prachtconcert.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Valerie June

Valerie June – Kwalitatief hoogstaand van een levenslustige dame!

Geschreven door

De Amerikaanse Valerie June uit Memphis, Tennessee is naast een mooie verschijning met haar lief gezichtje en lange opgekrulde dreadlocks,  een enthousiaste,  optimistische, zelfverzekerde, praatlustige ‘young lady’ met wie je probleemloos de nacht aan de bar kan doorbrengen . Ze kan alvast haar plaats van herkomst niet verraden. Een beetje lekker dagdromen dus , en eerlijk gezegd, dat kan je ook op haar muziek .  Zuiderse rootspop waarin blues , soul, gospel, folk , country en bluegrass is verweven. Ze heeft al een paar platen uit , maar breekt hier nu pas definitief door met ‘Pushin’ again a stone’ , met de hulp van Dan Auerbach van de Black Keys.
 
Ze plaatst het akoestisch en elektrisch gitaarspel voorop in haar broeierige sound , ondersteund van contrabas , viool en drums ; of je bent helemaal ontroerd als ze solo op banjo en ukelele enkele nummers speelt . Ze charmeert verder door haar innemende, heldere, indringende, gevoelige soms doorleefde vocals .
Deze dame kan perfect op elk festival terecht, en zeer zeker mag Couleur Café of Festival Dranouter om de hoek kijken .
Meteen werden we aan de grond genageld toen ze solo een traditional inzette . De twee leden schuifelden bij en bouwden het rauw dampende “Shakedown” op . Het hier gekende “Workin’ woman blues” klonk bezwerend, aanstekelijk  en had ergens die woestijnblues- ritmiek  van Tinariwen en Tamikrest . De respons was groot en daar speelde June gretig op in. Ze heeft overal wel een verhaal en staat al van jonge leeftijd op eigen benen om haar weg in de muziekbusiness te zoeken. En ze doet ons mannenhart sneller slaan . Goedlachs vertelde ze dat er bij de merchandise , naast de promo, misschien ook wel een bh kon bemachtigd worden …
Haar sing/songschrijverstalent en de muzikale stijlvarianten werden vanavond onderstreept. Intieme songs krijgen een extraverte push . Je kwam verder uit op uitstekende nummers als “This world is not my home”, “Somebody to love”, “Keep the bar open” en de titelsong. ‘Saloonbarmusic’, waarbij het materiaal de nodige zeggingskracht kreeg  … In een mum van tijd was de uitermate boeiende set voorbijgesneld.
Naar het eind op “You can’t be told”  en “Raindance” kregen de instrumenten nog meer ruimte en vrij spel . Tussenin werd  een aangrijpend en pakkend “Twined & Twisted”  geweven . In de vrij korte set misten we als toetje een song als “Wanna be on your mind” , maar niet getreurd, wat we te horen kregen was kwalitatief hoogstaand van deze getalenteerde, levenslustige , dynamische 30 jarige sing/songschrijfster en multi-instrumentaliste …

Ze was in België voor een paar optredens in de kleine clubs en haar tweede optreden in de Bota ging opnieuw niet onopgemerkt voorbij . Ohja, aan de merchandise was ze duidelijk in voor een babbel , maar bleef de bh’s wel opgeborgen … Volgende keer beter!

Neem gerust een kijkje naar de pics
Ben Miller Band - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4309

Valerie June - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4310
Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Mintzkov

Mintzkov – te koesteren Belgisch bandje!

Geschreven door

Het Antwerpse Mintzkov rond zanger/gitarist Philip Bosschaerts is al aan de vierde cd toe . En daaraan wordt een heuse clubtour gekoppeld . De ex Humo’s Rock Rally winnaars onder Mintzkov Luna toen, krijgen terecht heel wat lof omtrent hun songmateriaal, wat gerespecteerd en erkend wordt , maar een serieuze doorbraak blijft uit : de melodieus weerbarstige songs zijn mooi uitgewerkt en kunnen strak, sfeervol, opwindend als gevoelig klinken. Hun materiaal biedt voldoende afwisseling, springerige, slepende als innemende broeierige ritmes , kleurrijke groovende keys en fraaie vocale harmonieën met bassiste Lies Lorquet. Dromerige pop met weerhaken dus . Ze hebben een eigen identiteit ontwikkeld die definitief  dat dEUS lint kan doorknippen .

De levens- en verlies ervaringen van het recente ‘Sky hits ground’ werden hier vanavond samengeperst. O.m. met een broeierige “Old words”, het sfeervol, pakkende “Ages & Days” , het dromerige gekende “Word of mouth”  en “Runners high” , waarbij de gitaren tegen elkaar opboksten. Jawel , de nieuwe plaat kwam duidelijk in de picture en Jasper Maekelberg van het van de support Faces on TV kreeg een bloemetje gesmeten gezien hij samen met het kwintet de nummers mixte .
Ze wisselden het af met het vroegere werk , wat sterk werd onthaald , “Author of the play” zat al vroeg in de set en verderop hadden we een snedige “One equals a lot” en “Opening fire”.  Mintzkov boeit en intrigeert door de opbouwende diepe , zalvende basstunes en stuwende drums. Andere oudjes “Mimosa” en “Ruby red” overtuigden evenzeer.
Even onderhouden waren aantrekkelijke , aanstekelijke versies van “Slow motion full ahead”, “The state we’re in” en “Weapons”  ; die de extravertie, de groove , het avontuur  en de subtiliteit van de Mintzkov - songstructuur onderstrepen. Het tont nog maar eens aan dat het kwintet verschillende richtingen durft uit te gaan, niet verdwaalt in een eenzijdig geluid , en creatief, dynamisch te werk kan gaan, wat  hen sterk maakt .
In de bis hadden we trouwens een uiterst originele versie van Stromae’s “Wonderful/ Formidable” , waarbij het Frans en het Engels elkaar gedegen kruisten. “United something” kreeg een push forward , was opwindend en besloot op overtuigende wijze het concert.

Mintzkov had een goed gevulde Balzaal achter zich , maar verdient meer  … Het goed op elkaar ingespeeld gezelschap  brengt degelijk doordacht, emotievol materiaal , dat getuigt van songschrijverstalent. Gretig en gemotiveerd werd het gespeeld!

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in de Muziekodroom, Hasselt
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4298


Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Pavlov’s Dog

Pavlov’s Dog - Virtuoze progfolk voor drama queens

Geschreven door

Pavlov’s Dog - Virtuoze progfolk voor drama queens
Pavlov’s Dog
Vooruit
Gent

Wie tijdens een dood moment al eens googled naar lijstjes met ‘The weird voices of rock’ zal al gauw botsen op ene David Surkamp, beter bekend als de enigmatische frontman van het illustere 70ies gezelschap Pavlov’s Dog. Haar cultstatus heeft deze uit St. Louis afkomstige band in grote mate te danken aan de debuutschijf ‘Pampered Menial’ (‘75), een fenomenaal werkstuk waar virtuoze progrock en dramatische popsongs hand in hand gaan. Na een geflopte tweede plaat ging de groep echter al gauw op de fles, en moesten fans zich decennia lang zoet houden met diverse bootlegs en wat solo exploten van Surkamp.
Sinds 2010 staat een soort reïncarnatie van Pavlov’s Dog regelmatig terug op de planken, met naast Surkamp enkel voormalig Chuck Berry drummer Mike Safron als originele leden. Opmerkelijk genoeg zitten zowel nieuwe als overjaarse fans wel degelijk te wachten op deze verknipte reünie, getuige een afgelopen donderdag tot de nok gevulde Vooruit.

Anno 2013 lijkt de groep uitgegroeid tot een soort familiebedrijfje met maar liefst twee koppels op de loonlijst. Naast David en zijn overigens muzikaal redelijk overbodig vrouwlief Sara Surkamp heeft het zevenkoppige gezelschap ook wat vers bloed in de rangen met o.a. bassist Rick (bas) en Abbie (viool) Hainz Steiling. Vooral deze laatste nam meteen het voortouw tijdens het instrumentale opwarmertje “Savage” gevolgd door twee iconische stukken uit ‘Pampered Menial’, “Fast Gun” en “Late November”. Het publiek was meteen mee toen van meet af aan bleek dat er nog maar verbluffend weinig sleet zat op Surkamp’s vibrerende alt. Zijn bijna vrouwelijke stem staat zo bol van melancholie en pathos dat zelfs ruimdenkende fans van Rush en early Placebo hier ook wel pap moeten van lusten.
Na wat dan heet een veilige start ging de band ook wat grasduinen in hun andere albums die op papier niet altijd garant staan voor sterke live momenten. Zo staan
nummers als “I Don’t Do So Good Without You”, “Wrong” en “Canadian Rain” nu niet bepaald te dringen voor een plaats in onze platenkast, maar door de doorwinterde en virtuoze muzikale aanpak van de groep werd enige zweem van meligheid toch ternauwernood vermeden. Vanachter zijn zonnebril ontpopte Surkamp zich bovendien tot een begenadigd verteller en oogstte hij sympathie bij het publiek met ludieke complimentjes over de cultuurstad Gent. Maar evengoed zorgde hij voor een spreekwoordelijke krop in de keel wanneer hij herinneringen bovenhaalde over Siegfried Carver en Doug Rayburn, twee oorspronkelijke leden van de band die intussen het tijdelijke voor het eeuwige hebben ingeruild.
Tijdens een sterk laatste half uur passeerde met het instrumentale niemendalletje “Preludin”, een lang uitgesponnen “Of Once And Future Kings”, “Theme From Subway Sue” (een ludieke fonetische verbastering van de oorspronkelijke titel “Someday Soon”) en het apocalyptische “Song Dance” zowat de helft van ‘Pampered Menial’. De bombast waarmee deze nummers de zaal werden ingeblazen stond in schril contrast met de sobere akoestische aanpak van Surkamp tijdens de eerste encores. Op z’n dooie eentje stak hij de zaal in z’n broekzak met “Lost In America”, het titelnummer van de erg magere comeback plaat van Pavlov’s Dog uit ’90 dat in Gent werd uitgekleed tot het beste nummer dat Elliott Murphy vergat te schrijven.
Met het dramatische “Julia” heeft ook Pavlov’s Dog zijn eigen “Nights In White Satin” beet: een radiovriendelijk nummer waar de groep van generatie op generatie wordt mee vereenzelvigd en de pensioenkas van de Surkamps moet helpen spijzen. Ook in Gent was het weer raak en waren tijdens die drie magische minuten nergens meer dolle vijftigers te vinden dan in de Vooruit.

Bring back the good old days’ mijmerde een voldane Surkamp tijdens het afsluitende “Valkerie”. Ruim twee uur lang waren hij en zijn makkers daar inderdaad in geslaagd, en dat zonder al te vaak te vervallen in cheesy sentiment. Pavlov’s Dog lijkt dus nog lang niet rijp voor het Golden Years circus, tenzij natuurlijk daar plots een garnizoen drama queens zou opduiken.


Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Primal Scream

Primal Scream - Een uitstekende tweede helft

Geschreven door

Afgelopen zomer stond Primal Scream nog op De Lokerse Feesten, waar ze de affiche deelden met Beady Eye, die noodgedwongen moesten afzeggen. Liam Gallagher en de zijnen werden vervangen door White Lies, maar voor elke Britpopper die z’n ticket speciaal voor Beady Eye had aangeschaft werd Primal Scream die avond tot headliner gebombardeerd.
Een grote verantwoordelijkheid, maar dankzij onder meer het uitzonderlijk hoog charmegehalte van zanger Bobby Gillespie pakten ze het publiek helemaal in. Bij thuiskomst twijfelden we even of we onze bakkebaarden niet moesten afscheren en ons haar te laten groeien als dat van Bobby. Met andere woorden: we vroegen ons af of Beady Eye daar ooit nog over was geraakt. White Lies alleszins niet.

Er werd dan ook terecht uitgekeken naar hun optreden op 13 november in De Vooruit te Gent. Geen perfectere plaats om The Scream live aan het werk te zien. Ten eerste is het een prachtige zaal met een heuse muzikale voorgeschiedenis, en ten tweede is er ook nog de politieke voorgeschiedenis: De Vooruit is, historisch gezien, het mekka der Gentse socialisten.
Gillespie is diep vanbinnen een punker van het type Joe Strummer. Sloganesk, maar nooit hol. Maatschappijkritische spreekbuis van een verloren generatie via het best denkbare medium: rock ’n’roll. En daarnaast moet je hem ook niet leren hoe een publiek te entertainen. Van alle markten thuis, die man.

Alle ingrediënten voor een topavond, denk je dan. Niks was minder waar. Wat een verschil met de Bobby Gillespie van de vorige twee Belgische doortochten. Was hij toen nog die onvervalste entertainer, dan leek hij er nu allesbehalve zin in te hebben. Wij zijn geen druggebruikers, noch dokters, maar het leek er sterk op alsof Bobby zich in hogere sferen bevond.
Het begon nochtans vrij stevig met “2013”, “Hit Void” en “Jailbird”, niet dat het de meest perfecte versies waren, maar power zat er wel in. Al snel werd ook duidelijk dat we hier ook te maken hadden met een heel aantal geluidstechnische problemen: zo stond Andrew Innes’ leadgitaar veel te luid, de gezangen dan weer veel te stil en klaagden groepsleden zowat continu over het geluid in de monitors.
Gillespie’s enthousiasme daalde met de minuut, zelden iemand zo koel naar zijn publiek weten te kijken. Vreemd voor iemand die bekendstaat om zijn eeuwige, herkenbare glimlach en de interactie met het publiek. Toen hij vroeg of iedereen alright was, vroeg iemand zich terecht af of hijzelf wel alright was. Hij brabbelde iets over het slecht geluid in de monitors, altijd ambetant voor een artiest, maar zoiets zou eigenlijk nooit mogen voorkomen en neigt wat naar amateurisme.
Nummers als “Goobye Johnny”, “Accelerator” en “Tenement Kid” leken de passende nummers voor de band’s gemoedstoestand. Traag, depressief, en apestoned.  Het publiek werd in slaap gewiegd, en het leek wel alsof Bobby zelf ook de voorkeur gaf aan een bed. We waren bijna vergeten dat ze al een uur aan het spelen waren.

En plots was het daar. De aha-erlebnis die niemand zag aankomen. Waar iedereen verwachtte dat Primal Scream pijnlijk ten onder ging gaan, besloot Gillespie de boel om te gooien. Die monitors moesten dichter, zo kon hij de liefde van het publiek voelen. Een meesterzet zo bleek. Uit het niks stond hij terug met overgave te zingen, en vooral, want dat misten we misschien nog het meest, te dansen. Als de setlist een sonnet was, dan was “It’s Alright, It’s Ok” de volta. De nieuwe wending.
Op de antifascistische disco “Swastika Eyes” werd geraved en met “Country” Girl” en het onvermijdelijke “Rocks” eindigden ze met hun twee meest Stonesy nummers.
Nu we een flits hadden gezien van wat ze in staat waren, uptempo nummers, hits zowaar, met volle overgave en zichtbaar genietend gespeeld, konden ze het niet maken er nu al de brui aan te geven. Bovendien hadden ze ook nog geen enkel nummer van het legendarische “Screamadelica” album gespeeld.
Het eerste nummer van de bisronde was met een vijftien minuten durende versie van “Higher Than The Sun”(toepasselijke titel), waar bovendien ook nog eens een snippet van “Who Do You Love” van Bo Diddley inzat, wellicht het hoogtepunt van de hele avond. Al moest het nummer erna ook niet echter onderdoen: “I’m Losing More Than I’ll Ever Have”, een wonderschone ballad met eerbetonen aan zowel The Faces (“Stay with me! Stay with me!”) als, alweer, The Stones (“baby, have mercy on me”). De remix die Andrew Weatherall van dat nummer maakte, bevatte weinig tot niks van het origineel, maar was wel dé doorbraaksingle voor de band: “Loaded”. Bobby spreidde tijdens het no.1 party anthem van begin jaren ’90 de beentjes en schudde naast met zijn graatmagere billen, ook met zijn sambaballen. Zo zien we het graag.
De meer dan twee uur durende set leek te eindigen met “Movin’ On Up”, maar de band wist van geen ophouden en speelde doodleuk “Rocks” opnieuw. Het deed ons denken aan een frats die Peter Doherty ook nog zou uithalen. Zijn optreden in De Vooruit vorig jaar vertoonde eigenlijk vrij veel raakvlakken met dit, een valse start met een plotse ommekeer en vervolgens van geen ophouden weten. Na “Rocks” bleef Bobby Gillespie minutenlang op het podium staan om iedereen te bedanken. Telkens als hij een woord probeerde te zeggen, kwam er een nieuwe lachbui in hem op. Hij beweert zelf, net als Pete, clean te zijn, en nogmaals; wij zijn geen druggebruikers, noch dokters maar bij deze verschijning stellen wij ons vragen.

Primal Scream in De Vooruit, dat was: een set van meer dan twee uur met een barslechte eerste helft en een uitstekende tweede. Wij bleven verwezenlijkt achter, niks aan te doen. Zo word je kampioen.

Organisatie: Democrazy Gent

Beoordeling

Volcano Choir

Volcano Choir – Warme intensiteit!

Geschreven door

Vanavond was ik getuige van een nieuw natuur fenomeen. Het Koninklijk Circus was te betreden op eigen risico om het Volcano Choir ( Vulkanische Koor’) uit Winsconsin te aanschouwen.  Een Amerikaans dream team binnen de indie-rock waarin 7 verschillende personen maar liefst vijf verschillende bands vertegenwoordigen, zoals:  Collections of Colonies of Bees, All Tiny Creatures, Group of the Altos, Death Bleus, Pele en Justin Vernon het alter-ego van Bon Iver.
Deze band bouwde, in mij ogen, met hun eerste album ‘Unmap’ een berg,  die nu vier jaar later door de opvolger ‘Repave’ uitgegroeid is tot een echte vulkaan. De lava van de liederen zijn triest, krachtig en hoopvol tegelijk. Ze weten perfect een complex muzikaal geheel te brengen tot simpel luistergenot. Het album ‘Repave’ is dus geen beklimming van de vulkaan, maar eerder een picknick op de berg ernaast waar je geniet van de zonsopgang achter de vulkaan. Benieuwd of deze zon zal opkomen tijdens het concert of de vulkaan zal uitbarsten?

Een Belg kreeg de eer om het voorprogramma van deze topband te spelen. Het was de Waal Benoît Lizen die op zijn eentje het volledige podium voor zich nam. Alle lichten waren gedoofd op één spot na die recht op hem scheen. Met zijn breekbare stem en ingetogen folkie sound wist hij de aandacht van het publiek gedurende zijn eerste nummers voor zich te winnen. Naarmate het volk binnenstroomde zorgde deze ingetogenheid ervoor dat hij zoek geraakte in de massa. De songs van deze Waal waren verlegen, schattig en leuk. Zijn teksten daarentegen waren moeilijk te verstaan. Soms was het raden in welke taal hij zong, maar ondanks dat… Een Belgische muzikant om trots op te zijn!

Het publiek was klaar voor Volcano Choir. De lichten gingen uit waardoor het publiek enthousiast werd, maar zolang het applaus duurde verscheen er geen kat op het podium. Een nieuwsgierige stilte volgde dit applaus op. Thomas Wincek, toetsenist en bediener van een robot vol klanken, wandelde het podium op, wachtte op stilte en sloeg vervolgens de eerste orgelnoot van het nummer “Tiderays” aan. Op dit signaal verschenen de andere muzikanten uit de coulisse. Het geklap werd voor een vijftal seconden onthaald door de band waarna Justin Vernon al ‘neen-schuddend’ met zijn hoofd plaats nam aan zijn kansel. De complete stilte zorgde voor een intense sfeer waardoor ieder instrument dat inviel je mee op sleeptouw nam naar een bombastische climax. Deze opbouw komt doorgaans veel terug in de nummers en zorgde iedere keer opnieuw voor enkele handjes in de lucht.  Door verschillende nummers aan elkaar te kleven in feilloze overgangen probeerde de band een bepaalde sfeer vast te houden. Hierdoor kwamen sommige nummers veel intenser over.

Volcano Choir verraste het publiek met “Valleyonaire” en “The Agreement”, twee nieuwe nummers. Persoonlijk vond ik dat deze nummers uit de toon vielen. De rustige, dromerige, opbouwende  sfeer viel voor mij weg door deze twee intermezzo’s. Het publiek kon deze twee songs beter appreciëren.
Een hele show lang zagen we hoe Justin Vernon vanachter zijn kansel al gebarend de teksten van zijn liederen illustreerde aan het publiek. Met zijn stemcomputer wist hij vele klanken te creëren en effecten te gebruiken  waardoor zijn nummers een extra dimensie kregen. Al vond ik dat deze ook konden zorgen voor een overkill die de puurheid van de song bedreigde, voornamelijk bij het nummer “Tiderays” stoorde de effecten op zijn stem.
De hoogtepunten van het optreden waren de nummers “Byegone” waarbij het publiek wild ging op de meebrulbare “Set sail” en  het laatste nummer “Still” waarbij de drummer eindeloos bleef slaan op zijn trommels.

De band verliet het podium definitief na hun bisnummer “Youlogy”. Één van de prachtigste afsluiters die ik ooit heb gezien. Memorabel hoe Justin Vernon met zijn stem soleerde op een prille begeleiding van een gitaar en cimbaal. De gitarist, Daniel Spack, , nam spontaan een meditatie pose aan en sloot zijn ogen om mee te genieten met het publiek. Het was een intens warme afsluiter. Bedankt Volcano Choir!

Setlist
Tiderdays, Comrade, Valleyinaire, Keel, Dancepack, Triumph, Alaskans, Acetate, Byegone, Stil
l
Bis: Almanac, Youlogy
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4304


Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Kadavar

Kadavar - Uiterst energieke neanderthaler rock

Geschreven door

Een mens houdt het niet voor mogelijk, maar Kadavar komt uit Duitsland, een land dat even rock’n’roll is als een stuk schuimrubber. Er zijn gelukkig uitzonderingen die de regel bevestigen.

Het even baardige als opwindende trio Kadavar heeft al twee platen uit waarmee ze zichzelf terug in de tijd gekatapulteerd hebben naar een wereld van bronstige neanderthaler rock met gierende solo’s, loeiende drums en stampende riffs. Had je enkele duizenden jaren geleden een stelletje gespierde holbewoners een gitaar in hun harige poten geduwd, dan hadden ze er gegarandeerd een potige sound als die van Kadavar mee gesmeed.
Black Sabbath en Pentagram zijn de hoofdingrediënten die live op een hoogst energieke wijze worden herbereid tot een gloeiende hardrock stoofpot die tegelijkertijd zeer retro als verduiveld energiek is.
Er gaat splijtend vuurwerk van uit en de lange haren en dito baarden wapperen terdege in het rond. Stomende riffs, striemende solo’s en robuuste drums zorgen voor een woelige brandhaard van knetterende oerrock. Een uitbundig Kadavar houdt het strak en opwindend en kiest voor efficiënte elektriciteit in plaats van ellenlange uitweidingen. Bloedstollende tracks als “Doomsday Machine” (wat een riff!) en “Come back to life” zetten het kot in vuur en vlam en in de het spacy psychedelische “Purple Sage” wordt er Hawkwind-gewijs heerlijk uit de bol gegaan.
Kadavar bedient zich meer dan een uur lang van een kloek en heftig geluid die ze hoegenaamd niet zelf uitgevonden hebben maar waar ze wel een paar ferme kloten aan toegevoegd hebben. Belegen seventies rock is dit in geen geval, wel forse en snedige hardrock die aan een serieuze heropleving bezig is met bands als Graveyard, Radio Moscow en Rival Sons. En dat kunnen wij alleen maar toejuichen, onze luchtgitaren draaien weer overuren.

De viking metal van de Zweedse support act Year Of The Goat is niet veel soeps, beetje Iron Maiden, beetje Mercyful Fate en heel veel cliché’s. Met maar liefst drie gitaren fabriceren ze nog geen derde van het voltage dat door Kadavar wordt voortgebracht.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4313
Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix, Antwerpen)

 

Beoordeling

Pagina 232 van 386