logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
The Wolf Banes ...
Concertreviews

Beirut

Beirut: onderhouden Balkanfeestje

Geschreven door

Beirut, rond de talentvolle singer/songwriter Zach Condon uit Albuquerque, New Mexico, debuteerde in 2007 en bracht op een goed jaar tijd twee belangvolle cd’s uit ‘Gulag Orkestar’ en ‘The flying club cup’. Met een zevenkoppige band slaagt de charismatische Zach erin verschillende culturen samen te brengen van Balkan, zigeunerpop, wereldse ritmes en melodieën, indiefolk, americana en pop, gedragen door z’n melancholisch zweverige, dwarrelende stem, die nauw durft te leunen aan Jeff Buckley.
Vorig jaar verscheen dan de dubbele EP ‘March of the Zapotec’, die door de blazersectie de zigeunerBalkan richting hoempapa trapte en ‘Realpeople Holland’, die elektronica uitstapjes introduceerde. De plaat prikkelde minder en werd matig ontvangen. De heren werken aan nieuwe songs, voor een groot deel in Mexico opgenomen als inspirerende trigger; In het pittoreske Rivierenhof konden we er al iets van horen.
En Zach heeft alvast iets met Frankrijk, luister maar naar de talrijke verwijzingen aan Franse chansonniers (Charles Aznavour, Françoise Hardy en ons eigen Jacques Brel). Hij loofde alvast onze J. Brel, neuriede “Marieke”en hield met z’n band van ‘the Belgian beers’.

De band moet over een garde hondstrouwe fans beschikken, want het optreden was al vroeg uitverkocht en het bekendste materiaal is al ruim twee jaar oud en. De concerten van Beirut hebben een sympathieke, subtiele rommeligheid en chaos; ook vanavond leek het er niet beter op … het is altijd een oefenronde om alle instrumenten en melodieën op elkaar afgestemd te krijgen. Het onderhouden, beheerste spel klinkt heerlijk, ontspannend, dromerig, fris en uitgelaten. Beirut balanceerde tussen zwier, melancholie en ontroering. Het balorkest met z’n orkestleider had een breed assortiment aan blazers (trompetten, trombone, tuba, …), gitaren (akoestische gitaar, ukelele, mandoline en banjo), accordeon, piano, toetsen, (contra) bas en drums mee, riep beelden op van een tuinfeest en refereerde nauw aan Kaizers Orkestra, Goran Bregovic, de ‘Balkan Banquets’ van Orchestra Vetex en Les Negresses Vertes.
Binnen de noemer van hun Balkan pop trokken ze een wolkendek op in het zalvende “The concubine” en het meeslepende “Elephant gun”, gingen we prat op de aanstekelijke ritmes van “Nantes” en het ingetogen ”The shrew”, waarop zelfs een tapdansje van af kon.
Maar overwegend hoorden we doorsnee evenwichtige Balkanpop met sfeervolle en huppelende ritmes, waaronder  “Scenic world”, “Cherbourg”, “Sunday smile” en nieuwkomers “East Harlem” (gevoelige pianotune!) en de afsluitende “Untitled/closing song”. “Postcards from Italy” sierde door het trompetgeschal. En spaghetti western fragmenten waren niet vreemd op “The akara” en het instrumentale “Cocek”.
In de bis prikkelden en klonken de Sergio Leone tunes enthousiaster. Op een nummer als “Carousels” was de band duidelijk op dreef want ook “Mt. Wroclai” en “Gulag Orkestar” overtuigden sterk door de zwierige aanpak. Onder de indruk waren we tot slot van het broeierige “Penalty”, dat eerst solo werd ingezet op ukelele.

Op het Beirut-feestje ontbraken enkel de zigeuners van ‘la vie & la lumière’ nog om het blazergarnizoen en de hoempapa krachtig door te trekken, wat maakte dat het vanavond wat onderhouden bleef …

Ook de support, het uit Oxford afkomstige Stornoway, was hier op z’n plaats met hun onschuldige neo-romantische folkpop. Het dromerige, pakkende materiaal, gedragen door de heldere vocale pracht van zanger/tekstschrijver Brian Biggs en de meerstemmige backing vocals, waanden ons niet in het Rivierenhof, maar in een verlicht binnenhof van een goed versterkte burcht als in Bouillon: kaarsjes en lampjes zijn de sfeermakers. Tja, niet voor niks klinkt de Britfolk van Fairport Convention en Steeleye Span door, en voelen we de adem van  de fijne, subtiele, beeldschone pop van James en Belle & Sebastian. Stornoway plaveit zich een weg tussen The Decemberists, The Unthanks en Megafaun. En onderhuids is er de sfeervolle country inslag van Fleet Foxes en Mumford & Sons. Hun boeiende, hemelse, lieflijke luistertrip vormde het ideale aperitiefconcert en nodigde uit voor een avondje keuvelen en mijmeren aan het kampvuur. Op die manier waren ze een geslaagde opener, met songs als “The coldharbour road”, “Boats & trains”, “Here comes the blackout”, “Watching bars”, “I saw you blink” en een stevige “On the rocks”; En met “Zoring” speelden ze de meest belangvolle song van de plaat ‘Beachcomber’s windowmill’.

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Beoordeling

Mercury Rev

Mercury Rev perfect gecast op gevarieerd M-idzomerfestival

Geschreven door

Bij het afdalen van de brede trap naar de toegangsruimte van het Leuvense M-museum werd meteen duidelijk dat het nieuwe M-idzomerfestival zich niet enkel met zijn multidisciplinaire aanbod onderscheidt van diens gemiddelde Vlaamse tegenhanger. Talrijke bevallige assistentes sprongen meteen in de bres om de wat onwennige festivalganger, die zich normaal als vee naar de wei gedreven weet, de weg te wijzen. Kunstliefhebbers mochten met hun festivalticket alle zalen van dit vorig jaar geopende museum bezoeken, een bonus die ons sterk beviel omdat men niet elke dag de kans krijgt om een puike selectie uit de oude en nieuwe kunst te bezichtigen. Diversiteit was hierbij troef want bovenop vele waardevolle schilderijen presenteert dit museum ook fotografie, installaties, videokunst, beeldhouwwerk, diamontages, enzovoortsenzoverder. Het gebouw zelf is een geslaagde integratie van oude en nieuwe architectuur waarbij men meermaals getrakteerd wordt op een adembenemend zicht op de Leuvense binnenstad. We kwamen letterlijk ogen en tijd te kort, de volgende keer zullen we dus wat vroeger opstaan alvorens ons naar de M-idzomerfestivalsite te begeven. U merkt het: we waren reeds verkocht alvorens de eerste muzieknoot weerklonk. Als we u op het hart drukken dat niet enkel de culturele maar ook de culinaire fijnproevers en veelvraten aan hun trekken kwamen, beseft u meteen dat onze avond niet stuk kon. En dan zwijgen we nog over het feit dat er overal voldoende vuilnisbakken voorzien waren en er daarenboven enkele medewerkers permanent de weinig op de grond geworpen bekertjes aan het oprapen waren. Lang geleden dat we na afloop nog zo’n ongerept festivalterrein mochten aanschouwen!

Toch was die eerste avond niet alles pico bello. De intimistische songs op ‘And So It Is Morning Dew’ zijn meer dan verdienstelijk maar on stage kon The Bear That Wasn’t nog niet overtuigen. Ook de zevenkoppige band die het podium na het solo gebrachte openingsnummer inpalmde kon ons niet voldoende bekoren om van een sterke opener te spreken. Zijn 365 opeenvolgende huiskamerconcerten zijn hoogstwaarschijnlijk stuk voor stuk sterker dan hetgeen hij in grote zaal of op een festivalpodium ten berde brengt. Songs als "Winterwandering" en afluiter “Headphones” illustreerden dat Nils Verresen heel wat in zijn mars heeft, maar het zou ons verbazen als hij ooit massa’s in vervoering zal brengen. Misschien is het dus ook beter om dit materiaal - waarmee hij trouwens heel terecht hoge ogen gooit! – enkel in zijn meest pure vorm (dus zonder versterking) aan de waarlijk geïnteresseerde liefhebbers te presenteren. Het is immers spijtig als de meeste toeschouwers zich een optreden zullen herinneren dankzij de weinig alledaagse songtitels (wat denkt u van "The Exciting Adventures Of A Bad Bet, A Bad Alliteration And Mister Consequence"?) i.p.v. o.v. de tekstuele en muzikale pareltjes die deze singer-songwriter op zijn debuutplaat liet persen.

Hoofdact Mercury Rev tapt muzikaal uit andere vaatjes. Deze Amerikanen etaleerden vier jaar terug zowel hun eigenzinnigheid als hun veelzijdigheid op ‘The Essential Mercury Rev – Stilness Breathes 1991-2006’. Na een periode waarin rijk georkestreerd, haast etherisch werk op de voorgrond kwam (hierbij denken we vooral aan ‘All is Dream’ uit 2001) greep deze groep twee jaar geleden op ‘Snowflake Midnight’ terug naar de meer experimentele, vaak psychedelische muziek waarmee ze op Yerself Is Steam’ (1991) enBoces’ (1993) debuteerden. Het Leuvense publiek kreeg een twaalftal eigen nummers en twee covers te horen. Omdat we verrast werden door het stipte aanvangsuur van het optreden (we waren diepgeconcentreerd aan het proberen om één van die moderne kunstwerken te snappen, belastende hersenactiviteit die ons belemmerde om vlot de uitgang van de museumzalen te vinden), misten we het begin van hun set. Het eerste hoogtepunt waarvan we zelf getuige konden zijn, was “Holes” (uit doorbraakalbum ‘Deserter’s Songs’ - 1998). Het daaropvolgende “You’re my Queen” begon goed maar kreeg vervolgens een te lange uitloper die muzikaal niet spannend genoeg was om minutenlang te boeien. Gelukkig was dit één van de zeer schaarse momenten waarop Jonathan Donahue en de zijnen de pedalen verloren. Over het algemeen hadden we niet te klagen: o.a. “Diamonds” (uit ‘The Secret Migration’ - 2005), “Spiders and Flies” en het onverwoestbare “The Dark is Rising” werden met de vertrouwde gedrevenheid geserveerd. Tijdens Peter Gabriels “Solsbury Hill” dachten we even dat een middelmatige covergroep de honneurs waarnam, maar gelukkig bewees Mercury Rev niet veel later met “Once in a Lifetime” (Talking Heads) dat een gedurfde eigen toets een cover kan rechtvaardigen (wie had ooit gedacht dat deze klassieker overeind kon blijven zonder refrein?).
Na een stomende (en veel te korte!) versie van “
Senses On Fire” namen de heren hun biezen. Ongetwijfeld omdat Keizer Louis strenge instructies gegeven had, kregen we tegen tienen met “Goddess on a Highway” slechts één bisnummer. Al te lang moeten de fans van Mercury Rev echter niet op hun honger blijven zitten: op 20 november zal de groep onder de noemer ‘The Mercury Rev Clear Light Ensemble’ avantgardistische films begeleiden. Een kolfje naar hun hand dus dat wordt ongetwijfeld opnieuw een fantastische avond….ook al is het in Antwerpen…;-)

De allereerste avond van dit Leuvense festival maakte duidelijk dat het veel potentieel heeft. Organisatorisch was het alvast af. Nu maar hopen dat het voldoende publiek lokt om een blijver te worden in het stilaan verzadigde festivallandschap.

Organisatie: M-idzomerfestival ism Depot, Leuven

Beoordeling

Zappa plays Zappa

De muzikale erfenis van Frank Zappa in Zappa plays Zappa

Geschreven door

Er zijn waarschijnlijk praktisch niet veel muzikale formaties die je elke keer aan het werk wil zien en horen als de gelegenheid zich voordoet. Met Zappa plays Zappa heb je dat dus wel: het gaat nooit vervelen. Ik ben dat aan het uittesten en moest het toch zover komen, dan laat ik het weten. Er zijn genoeg redenen om uit te leggen hoe het komt dat dit zo is. Sedert 2006 hebben we namelijk een interessante evolutie meegemaakt in de optredens van de groep van Zappa’s zoon. Toen kwam Dweezil Zappa zich voorstellen (Vorst Nationaal) met in zijn zog vele grote namen, oudgedienden uit het leger van Frank zaliger. We vermelden vocalist-saxofonist Napoleon Murphy Brock, gitarist Steve Vai en drumbeest Terry Bozzio.
Eind 2007, tijdens Dweezils doortocht in de Elisabethzaal te Antwerpen, waren de veteranen al flink uitgedund en werden het concert opgesmukt met allerlei beelden uit het archief van de meester. We herinneren ons nog goed dat op het scherm de vader zich overgaf aan een briljante gitaarsolo, terwijl het de zoon was die op het podium de snaren beroerde. Het was een perfecte dubbing over het graf heen.
Bij de volgende concerten werd het repertoire telkens aangepast met ander materiaal, zodat zelfs de kenner zijn muzikaal geheugen moest afscannen om er telkens de juiste titel bij te plaatsen.

In het OLT Rivierenhof in Deurne heeft de groep blijkbaar de ideale bezetting gevonden. Dezelfde muzikanten als in de Gentse Handelsbeurs (mei 2009) treden aan. Dweezil neemt zijn tijd om iedereen een goeie avond te wensen. Hij belooft ons om zo stil mogelijk te spelen en zal zich daar geruime tijd aan houden. Je kon de drums tegelijk versterkt en akoestisch horen vanop 20 meter afstand. Uniek en heerlijk.
Leuk is ‘our youngest fan’, een dreumes van enkele jaren oud die al wacht op de muziek en al op voorhand staat te dansen op de gegalvaniseerde roosters in de ruimte tussen het amfitheater en het podium. Een ramp zoals in het casino van Montreux kan zich hier echter niet voordoen, want de toeschouwers op de eerste rij zitten klaar om het kereltje desgevallend uit het water te halen als hij zijn stap zou missen. Blijkbaar is dit het ritueel voor het slapengaan voor het zoontje van drummer Joe Travis, want als zijn tijd er opzit en hij met zijn mama zijn bedje opzoekt, krijgt hij van hem zijn nachtzoentjes toegestuurd.
Als leadsinger neemt Ben Thomas de meeste zangpartijen voor zijn rekening. Een grappige kerel: ziet eruit als de ideale schoonzoon, ware het niet dat zijn roze hemd niet in zijn broek steekt maar rond zijn benen flappert. Als vocalist is hij zo juist gekozen dat hij ons af en toe laat geloven dat het Frank zelf is die ons onderhoudt met zijn grollen en fratsen.
Met “Montana (Overnite Sensation)” is de toon gezet voor een onvergetelijke avond. Geen enkele moeilijke passage wordt geschuwd en elke noot die de overleden componist op papier gezet heeft valt op het juiste moment.
”Easy Meat” volgt en krijgt een heel lang tussenstuk mee in een Oosterse toonaard, door Dweezil met een fiddlesound geserveerd. “Daddy, Daddy, Daddy (200 Motels)” is nu aan de beurt en saxofoniste-keyboardster-fluitiste Scheila Gonzales verdedigt zich ook vocaal heel goed tegen de vermaningen ‘what kind of girl do you think she are’. Nog vettiger is uiteraard “Keep it Greasy (so it’ll go down easy)” van ‘Joe’s Garage’, maar ook daarvoor is elke Zappafan toch ook wel voor een stuk naar hier gekomen. Tijd dan voor “Blessed Relief (The Grand Wazoo)”, een jazzy schijf die in geen enkele collectie mag ontbreken. Het kan echt niet op, want tijdens het magistrale “Inca Roads” bedenken we dat een dergelijke uitvoering veel meer deugd doet dan het beluisteren van het ingeblikte materiaal dat we thuis door onze dure luidsprekers sturen. We krijgen nu “Advanced Romance (Bongo Fury)” met een onweerstaanbaar meezingmoment (we moesten). “Big Swifty (Waka Jawaka)” valt dan op door de gekke vibrafoon en saxsolo’s. Tijdens “The Blue Light (Tinseltown Rebellion)” worden de Belgen door zanger Thomas in hun hemd gezet, maar van goeie vrienden kan men veel verdragen. Hij laat ons in onze eigen ziel kijken, want blijkbaar hoort hij van ieder van ons dat Duvel lekker is en Trappist nog beter, maar – opgelet vreemdeling – oh so many degrees of alcohol heeft. Het nummer zelf is mij eigenlijk minder bekend maar het blijkt een hoogtepunt in het hele optreden te zijn.
Dweezil kiest toch wel met oneindig veel zorg de allerbeste songs uit het repertoire van zijn vader. Ook de minder gekende composities worden steengoed geserveerd. Het publiek begint uit de bol te gaan en er wordt om het luidst geschreeuwd om de verschuldigde dank over te brengen. “Do you think this is your personal concert?” vraagt Dweezil aan de roepers die hem met suggesties bestoken. Het wordt dan “The Fillmore record” en “The Little House I used to Live” in. Van “Hot Rats” zullen we ons de hallucinante intro nog lang herinneren. “Apostrophe” krijgt een lange bassolo mee van Pete Griffin, allicht één van de grootste Zappafreaks ter wereld want zijn bevlogen attitude is mooi om zien.
Even gewoon opsommen nu: “Don’t eat that Yellow Snow”, “The Purple Lagoon” (enkel het thema), “Echidna’s Arf of You”, “Wild Love”, “Maybe you should stay with your mama“ (het is bassist Griffin die telkens met het fijne stemmetje op zijn mama roept).
De bisnummers worden: “Peaches”, “Regalia” en “I’m the Slime”.

Was je er zelf ook bij? Even tevreden als ik? Of was je elders? Waar zat je dan, toch niet gewoon thuis? Besef je wat je hebt laten passeren? Maar er komen nog gelegenheden. Ik zal er ook zijn. Na het concert kan je trouwens al wat je wilt vragen aan Zappa Junior. Hij poseert voor elke gewenste foto met jou erbij en ondertekent elk stuk dat hem wordt voorgelegd (wel geen contracten). Hij wacht tot iedereen bediend is en tot iedereen doorgaat. Hij ziet er heel tevreden uit. Hoe zou je zelf zijn als je in staat bent om de muzikale erfenis van je vader op zo’n grandioze wijze over de wereld uit te dragen?

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne ism met Arenberg, Antwerpen + Greenhouse Talent, Gent

Beoordeling

Status Quo

Status Quo - 40 years of hits

Geschreven door

De inhoud en het aantal ‘hits’ op de website van MusicZine groeit gestadig. Je vindt er stilaan een massa nuttige informatie over concerten en nieuw uitgebracht werk op cd en dvd. De site is niet gespecialiseerd maar bestrijkt alle denkbare genres van de populaire muziek. Als nu de vaste recensent van hun afdeling ‘klassieke krakers’ bij zijn lief in Zweden zit, wil de hoofdredacteur de concertgangers toch plichtsgetrouw een verslag aanbieden. Daarvoor sprak hij mij als vervanger aan met de missie: ga op 10 juli naar het Status Quo -concert in het Kursaal in Oostende en schrijf om de liefde Gods iets voor die mensen… Ik durf zeggen dat ik vrij goed op de hoogte ben als het over Engelse bands gaat, maar een Quo-kenner ben ik allerminst. Toch kan je waarschijnlijk haast niemand vinden die geen vijf songs van Status Quo kent en herkent. Zelfs de meest gesofisticeerde medemens wil geen slecht woord kwijt over de groep. Een gevoel van onzekerheid bekroop mij omtrent de vraag: zal ik in staat zijn iets zinnigs toe te voegen aan wat al bekend is? Wat weet uiteindelijk iedereen al op voorhand? Geweten is toch dat de teksten kort zijn, maar wel knal er op. Dat de melodietjes rechtdoor gaan om er op los te beuken. Is het echter überhaupt mogelijk om hier meer over te zeggen?

Toen ik met wat ongelukkige vertraging het Kursaal binnenstapte viel die druk echter meteen van mijn schouders. Meteen werd ik opgetild en ik rockte het nummer dat bezig was gewoon uit tot op het eind, zo’n 80 cm boven de grond in mijn geval. Het is duidelijk dat de présence van frontman Francis Rossi en zijn maat Rick Parfitt dit voor mekaar krijgt. Beheerst gooien zij de bekende riffs over de massa, die niet anders kan dan reageren zoals de hond van Pavlov. Figuurlijk dan, want gekwijld wordt er niet, waar wel overal om je heen wordt er gestampt en geschud. Ik zie een veertienjarige ongelovig zijn grootouders observeren die blijkbaar opgaan in hun opvoedende rol en hun kleinzoon even tonen hoe dat nu eigenlijk moet met die rock ‘n’ roll. Beneden, vóór het podium, bruist het ondertussen van de beweging van de fans voor het leven. Met opgestoken handen wordt er gedanst en gesprongen. We moeten de organisatie alvast nageven dat de hardcorefan hier in Oostende nog steeds zijn idolen van op enkele meters aan het werk kan zien. Niks geen dranghekkens, niks betutteling: iedereen gedraagt zich hier rock en roll, maar opvallend verantwoordelijk: enkele kinderen worden door een pak omstaanders behulpzaam tot bij het podium geloodst, waar zij hun ogen uitkijken op de groepsleden en hun instrumenten.
Twee van de vijf muzikanten deden al mee in het prille begin: Francis Rossi en Rick Parfitt . Andy Bown (keyboards) en John Edwards (bas ) kwamen erbij in 1986. Zij worden de laatste jaren aangevuld met Matt Letley (drums). Het concert is overduidelijk heel goed en de muzikanten zijn in supervorm. Ik zie hen voor het eerst. Doen zij dit elke keer op zo’n overtuigende manier of hebben wij vanavond geluk gehad? De klank is goed bij het podium, maar nog beter bovenaan in de zaal en wij verplaatsen ons om het beste plekje te vinden. Waarschijnlijk is het uitzonderlijk dat een optreden van Quo plaatsvindt in een zaal vol gerieflijke zetels, maar niemand kan blijven neerzitten want elke intro doet de mensen overeind veren. “Down Down”, “Whatever You Want” en “Roll Over Lay Down” zijn daar natuurlijk bij. En ook “Rockin’ all over the World” (van John Fogerty) en het nummer “Rock ‘n’ Roll Music” (met “If you wanna dance with me”). Zij breien er nog “Bye Bye Johnny” achteraan terwijl al wie een gitaar vastheeft op zijn achterste voor het drumstel gaat neerzitten, want zij nemen nog enkel de begeleiding voor hun rekening terwijl het publiek voor de stemmen instaat.

Na 40 jaar samenspelen met een onderbreking à la Clijsters/Henin blijft een optreden van Status Quo duidelijk nog een echte belevenis. Je ziet gewoon dat de muzikanten zich rot amuseren. De organisatoren van het volgende Belgisch concert mogen gerust zijn dat de fans hun zaal komen opvullen … btw Country Hall, Liège 7 oktober …

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Beoordeling

Prince

Prince heeft het nog ‘grotendeels’

Geschreven door

Samen met een kleine 25.000 anderen (waaronder aardig wat Belgen en Nederlanders) trokken we vrijdag naar de nieuwe locatie van het Main Square Festival om getuige te zijn van de passage van Prince.

Vooraf mocht het vijftal genaamd Mint Condition de meute opwarmen, een nutteloze job want de thermometers sloegen onder een loden zon sowieso al tilt. Heel veel beweging kregen ze dus ook niet echt in het puffende publiek dat eerder zocht naar een manier om enige koelte te vinden. Ook Larry Graham maakte met zijn Graham Central Station deel uit van het vaste voorprogramma, vooral de nummers van het mede door hem gevormde Sly & the Family Stone deden de vlam extra in de pan slaan. Klassiekers als “Family Affair”, “Dance to the music” en “Thank you (for lettin’ me be mice elf again)” werden massaal meegezongen en toonden aan dat het publiek klaar was voor ‘The One’, Prince dus.

Om kwart voor tien tokkelde de toetseniste van de New Power Generation flarden van “Venus de Milo” op haar keyboards alvorens eindelijk ook ‘His Royal Badness’, Prince zelve op de bühne verscheen. Het waanzinnige “Let’s go crazy” werd verweven met “Delirious”. Een uitzinnige gitaarsolo verzorgde de overgang naar de klassiek geworden synthesizer-intro van “1999” waarna een traag ingezet “Little Red Corvette” bevestigde dat de vroeger vaak grilligheid verweten artiest tegemoet komt aan de smaak van het hem resterende publiek door vooral hits te spelen. Na “Take me with U” weerklonk de heerlijke riff van “Guitar”, een drie jaar oud nummer dat in Arras nog meer rockte dan de versie die op ‘Planet Earth’ prijkt. Wie vindt dat Prince al jaren passé is, kreeg met “Guitar” ontegensprekelijk een zwaar tegenargument te slikken. Toen meteen erna de nieuwe single (“Hot summer”) weerklonk, begonnen zelfs de fanatiekste fans te vrezen dat die eerder vernoemde disbelievers misschien wel een punt hebben. Gelukkig weet ‘The Minneapolis Midget’ zelf ook dat zijn laatste single allesbehalve zijn beste is dus na een minuutje schakelde hij met “Controversy” over naar één van zijn allereerste successen.
Het feestje werd verder gezet met “Le Freak” (van Chic) en hoewel Prince vol overtuiging beweerde dat men nog maar net begonnen was, verdween hij meteen erna in de coulissen om energie bij te tanken terwijl één van de drie achtergrondzangeressen op het voorplan mocht treden. Een goeie vijf minuten later was het tijd voor een duet waarin diezelfde zangeres, Shelby J., haar baas “Nothing compares 2 U” mocht toezingen (iets wat het voltallige publiek trouwens massaal beaamde). Tot onze grote vreugde kregen we vervolgens voor het eerst in decennia het machtige “Mountains” live te horen. Als eerbetoon aan zijn generatiegenoot Michael Jackson werd “Shake your body (down to the ground)” (van The Jacksons) gecoverd, gewoontegetrouw werd er eveneens tijd gemaakt voor een Sly & the Family Stone-medley (met o.a. “Everyday People” en “I want to take you higher”). Met “Alphabet Street” en de in de eerste bisronde gebrachte klassiekers “Kiss” en “Purple Rain” bewees Prince dat hij geen covers brengt omwille van een ontoereikend eigen oeuvre.
Reeds in de beginjaren van zijn indrukwekkende carrière hamerde hij op het belang van het pionierswerk dat respectabele voorgangers uit de soul- (zoals Otis Redding), gospel- (zoals Mavis Staples), funk- (zoals George Clinton) en jazzwereld (zoals Miles Davis) deden, er zijn maar weinig optredens waarin hij nalaat om hieraan te herinneren.
Tot grote vreugde van het publiek kwam hij nog een tweede keer terug voor een bisronde waarin eerst wat geplukt werd uit zijn nieuwste CD (die hij in meerdere Europese landen als gratis bijlage bij populaire kranten laat voegen).
Een nieuwe song als “Everybody loves me” heeft nog een lange weg te gaan alvorens tot een klassieker uit te groeien, maar bon, iedereen in Arras was ondertussen voldoende goed gestemd om een dergelijke prul als instant-classic te onthalen. Prince toonde zich tevreden over zoveel enthousiasme en bood ons met “Peach” nog een extra zoetigheid aan.

Na twee uur trekt het publiek tevreden huiswaarts. We zijn getuige geweest van een meer dan gemiddeld - maar spijtig genoeg niet legendarisch - optreden. Prince was minder snedig en minder venijnig dan in zijn jongere jaren. Ook fysiek beginnen ’s mans 52 jaren wel degelijk hun tol te eisen. Hier en daar lazen we dat hij een week eerder in Roskilde nog danste als in zijn beste dagen, maar zelf zagen we geen enkele verbluffende move zoals hij er wel nog meerdere uit zijn broekpijpen schudde tijdens zijn laatste Belgische passage (in 2003 in het Sportpaleis zagen we hem bijvoorbeeld nog bewegingen maken die zelfs Kim Clijsters op die gewijde grond niet zou aandurven). Zijn heupen functioneren wel degelijk nog maar van de soepelheid waarmee hij er vroeger mee zwierde is toch niet zo veel meer te merken. Hij maskeert dit professioneel door veel te springen en allerlei minder halsbrekende danspasjes uit te voeren maar de schwung die hij tot enkele jaren terug met de vingers in de neusgaten etaleerde is er toch een beetje uit. Wie anders beweert, heeft hem vroeger waarschijnlijk nooit zien optreden.
Ook het feit dat hij na een uurtje even van het podium verdween, getuigt niet van een bloedvorm. Om nog maar te zwijgen van zijn schoeisel dat door oneerbiedige fashionista als ‘orthopedische turnsloefkes’ bestempeld zou worden.
Maar laat ons vooral niet te negatief zijn want dat verdient Prince na zo’n puike prestatie niet. Dit concert bewees dat hij er nog steeds staat en muzikaal nog niet versleten is (al zal men lang moeten zoeken om iemand te vinden die oprecht gelooft dat hij qua platen nog een relevante rol zal spelen).
Terwijl velen al bijna aan de auto waren, weerklonk plots die strakke beat van het beklijvende “Forever in my life”. De daaropvolgende minuten mochten we genieten van een zanger die even cool en zwoel klonk als in de tijd dat “Sign’o’the times” een mijlpaal werd in de muziekgeschiedenis. Nadien werden we nog verwend op een groovy versie van “7”. Om middernacht deed de makke reactie van het gelaïciseerde Franse publiek op iets wat waarschijnlijk “Let go, let God” genoemd wordt de diepgelovige Prince zijn bed opzoeken. Het was mooi geweest en de dag erna wachtte hem nog het ongetwijfeld eveneens veeleisende Belgische publiek.

Afsluitend onthouden we dat Prince met de glimlach in zijn rijkgevulde hits-trommel tastte en nog steeds gitaar speelt alsof hij het instrument zelf uitgevonden heeft. Dat alles soms iets minder gezwind verliep in vergelijking met vroeger zien we makkelijk door de vingers want de gehele show was beter dan hetgeen de zogezegd hedendaagse toppers een week ervoor op Rock Werchter lieten horen en zien. Hopelijk maakt hij zijn belofte om binnenkort terug te keren dus waar, graag zien we hem nog eens schitteren in een zaal zoals hij dat in 1998 in een kolkend Vorst-Nationaal deed tijdens een optreden dat bij ons nog steeds als het beste dat we ooit meemaakten geboekstaafd staat.
We dienden in het Sportpaleis, Flanders Expo en Vorst-Nationaal al meermaals te beamen dat er geen betere live-artiest bestaat dan Prince, hopelijk slaagt hij er in de toekomst nog in om dat niveau opnieuw te evenaren. In Arras twijfelden we wat maar uiteindelijk slaat de balans toch over naar de positieve zijde. Er is dus nog hoop. Of zoals de religieuze Prince zou zeggen (ware hij een Vlaming geweest): “Ge moet erin geloven!”.

Organisatie: Main Square Festival+ FLP - Live Nation France Festivals

Beoordeling

Crosby, Stills & Nash

David Crosby (68), Stephen Stills (65) en Graham Nash (68): Icoon opa’s om te koesteren!

Geschreven door

De in 1969 samengesmolten supergroep (Byrds, Buffalo Springfield en The Hollies) bewees nogmaals dat ze nog niet afgeschreven zijn. Alhoewel de 3 bandleden niet zo productief zijn bij het maken van nieuwe platen in vergelijking met hun goeie vriend Neil Young is het optreden van de drie ééntje om nog lang van na te genieten.

De set bestond hoofdzakelijk uit hun 2 eerste LP’s, de titelloze ‘Crosby, Stills & Nash’ (’69) en de fel gelauwerde ‘Déjà vu’ (‘70). Men koos ook om nummers te plukken uit ieders soloplaten. Sedert kort vertoeven de 3 pioniers geregeld in de studio met producer Rick Rubin met als bedoeling een plaat uit te brengen met nummers die ze zelf graag hadden geschreven. (The Who, The Beatles, Bob Dylan, Rolling Stones, The Allman Brothers Band, Neil Young, James Taylor en Tim Hardin). Naar wat we te horen kregen belooft dit een heel mooie plaat te worden!
De harmonieuze samenzang waardoor C, S & N zo gekend is, heeft toch wat moeten inboeten. Dit was vooral te merken bij Stills. Het gevoel van gitaar spelen is hij echter nog niet verleerd. De drie werden verstekt door een band waar vooral James Raymond (zoon van David Crosby) op toetsen en Joe Vitale op drums uitblonken. Het optreden was een resem hoogtepunten na elkaar dat door het veelal oudere publiek ferm gesmaakt werd.
Crosby op zijn best tijdens “Almost cut my hair” en “Delta” (opgedragen aan Jackson Brown), de meezingers van Nash, “Teach your children” en “Our house” en de Buffalo Springfields “Rock’n roll woman” en “Love the one you’re with” van Stills.

“Come and see us again” beloofde Nash op het einde van het optreden. Wat mij betreft, graag en breng … Neil Young dan maar eens mee.

Setlist:
Woodstock (Joni Mitchell), Military madness , Long time gone , Bluebird , Marrakesh express , Southern cross, In your name, Long may you run (Neil Young), Déjà vu, Wooden ships, Helplessly hoping, Norwegian wood (this bird has flown) (The Beatles), Midnight rider (The Allman Brothers band), Girl from the north  (Bob Dylan), Ruby Tuesday (The Rolling stones), What Are Their Names?, Guinnevere, Delta, Cathedral, Our house, Behind blue eyes (The Who), Rock ’n roll woman, Almost cut my hair
Love the one you’re with, Teach your children

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Beoordeling

The Fabulous Thunderbirds

The Fabulous Thunderbirds laten ons het WK voetbal even vergeten

Geschreven door

Wat heb ik van deze groep uit Austin gehouden! Hun eerste vijf LP's heb ik destijds grijsgedraaid. Vooral de eerste bezetting was legendarisch met naast wonderkinderen Kim Wilson en Jimmie Vaughan (die ik zo veel meer bewonderde dan broer Stevie Ray), Keith Ferguson (later nog bij de fantastische Tailgators en intussen reeds wijlen) op bas en Mike Buck (later nog bij The Texas Tornados en het South Filthy van Jack Oblivian en Jeffrey Evans) op drums. Al vlug begon de eindeloze reeks personeelswissels maar hun swampy rock-'n-roll bleef tot de verbeelding spreken. Toen in '89 ook Jimmie Vaughan de handdoek in de ring gooide (om solo nooit echt gensters te slaan) hield ik het definitief voor bekeken. De laatste plaat met Jimmie deugde eigenlijk ook al niet meer.
En nu 20 jaar later spelen ze plots aan mijn achterdeur en kon ik het toch niet laten om mijn oude helden nog eens te gaan zien. Correctie : oude held want ‘The Fabulous Thunderbirds’ staat eigenlijk gewoon voor Kim Wilson & band. Een beetje tegen mijn verwachtingen in maakten ze er een behoorlijk spetterende avond van en zal het toch net iets leuker geweest zijn dan ‘Duitsland – Spanje’.

Nochtans begonnen ze als een doorsnee bluesband waar ik het warm noch koud van kreeg. En veel oude nummers (buiten "Tuff Enuff", "She's tuff" en "My babe") om me aan op te trekken waren er ook al niet. Maar gaandeweg kwam de vaart er toch in en dat vooral dankzij gitarist Johnny Moeller. Een Jimmie Vaughan is hij zeker niet, integendeel, hij leek wel diens tegenpool. Terwijl Vaughan, steeds strak in het pak, zijn spel ook steeds bijzonder strak hield, zagen we hier een gitarist met wapperend bloemenhemd en dito haren die zich niet op één stijl liet vastpinnen en zijn inspiratie de vrije loop liet. Naast de traditionele blueslicks hoorden we een waaier aan invloeden (funk, soul, psychedelische rock, ...). Kim Wilson van zijn kant is nog steeds een begenadigd zanger en superb op mondharmonica. Toch ging hij één keer serieus uit de bocht met een oneindige mondharmonicasolo die de groep de gelegenheid gaf om achter de coulissen uitgebreid te gaan eten. Wou Wilson misschien bewijzen over wat voor een adem hij beschikt? Het is hem vergeven want plots hing er zowaar magie in de lucht toen tweede gitarist Mike Keller de leadgitaar voor zijn rekening nam en Johnny Moeller op een verse gitaar ramde alsof hij solliciteerde bij The Gories. "Payback time" klonk plots even swampy als de Thunderbirds uit de begindagen en het is verdomd een nummer uit 2009!! Zou ik dan toch eens naar hun laatste plaat moeten luisteren?

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Beoordeling

Van Dyke Parks

Van Dyke Parks - Legende sluit stijlvol het concertseizoen van de Gentse Handelsbeurs af

Geschreven door

Na een goedgevuld en zeer gevarieerd concertseizoen besloot de Gentse Handelsbeurs om Van Dyke Parks als seizoensafsluiter op de affiche te plaatsen. Deze 68-jarige kranige legende werkte met iedereen samen waar maar met te werken viel (dat gaat van U2, Little Feat tot Saint Etienne) en verder had hij ook nog zijn zegje op één van de meest legendarische albums uit de popgeschiedenis ooit, ‘Smile’ van Beach Boys.
Het had trouwens geen haar gescheeld of Van Dyke zat op vraag van David Crosby bij The Byrds maar in de muziekgeschiedenis vinden we wel eens meer zaken terug waar nu eenmaal geen verklaringen voor te vinden zijn.

Zo’n mysterie schuilt bijvoorbeeld in het voorprogramma (en tevens later ook de begeleidingsband) van Van Dyke Parks, nl. Clare & The Reasons.
Voor de gelegenheid werd de Handelsbeurs met de nodige tafeltjes en stoeltjes omgebouwd tot een heuse jazzclub en zangeres Clare Muldaur Manchon opende met de woorden “Gent, the best city in the world. I kid you not” meteen haar liefdesoffensief. Die Clare is trouwens niet één van de minste want deze dochter van Geoff Muldaur (iemand die destijds nogal vaak rondhing met Bob Dylan) mocht op haar derde album ‘The Movie’ op o.a. de medewerking rekenen van Sufjan Stevens en Van Dyke Parks, met wie ze trouwens reeds drie maal een Amerikaans/Canadese toer achter de kiezen heeft.
De muziek van Clare & The Reasons kun je een beetje met Wizard Of Oz vergelijken waarbij Clare de rol van Dorothy vertolkt en die je doorheen een wereld van klassieke muziek (soms hoor je wel eens invloeden van Mussorgsky), easy jazz, crooners en pop leidt. Hun muziek is tamelijk minimalistisch, zo kan een fluitmelodietje bij deze New Yorkers uitgroeien tot iets wondermoois en schrikken ze er ook niet voor terug om bijvoorbeeld een afschuwelijk nummer als “That’s all” van Genesis om te bouwen tot iets waar bijvoorbeeld The Sundays wel trots zouden kunnen op zijn.
Ook al bleef het bij voorzichtig handgeklap, kon je toch op het gezicht van het publiek een blik van intens genot terugvinden.

Net voor deze fijne groep het publiek verliet werden zij vergezeld door de man voor wie de Handelsbeurs in de eerste plaats volgelopen was : Van Dyke Parks.
Deze legende mag dan wel mede verantwoordelijk zijn voor een grote brok popgeschiedenis en vandaag de dag hedendaagse heldinnen als Joanna Newson bijstaan, toch blijft hij de onzichtbare eenvoud zelve want zo zit hij gewoonweg zijn piano te stemmen terwijl alles in gereedheid wordt gebracht, tot hij op een bepaald moment het publiek toespreekt met de lovende woorden : “Thank you for coming to our shows in times where football has become an art”.
Gedurende meer dan een uur wist deze opa, die trouwens ooit zijn carrière als filmacteur begon aan de zijde van Grace Kelly, ons te entertainen op singersongwriterstuff met een hoge jazzy inbreng die verzorgd werd door The Reasons weliswaar zonder Clare die reeds achter de coulissen was verdwenen.
Van Dyke Parks wordt wel eens aangehaald omwille van zijn bizarre arrangementen maar tijdens dit optreden werd alles herleidt tot de eenvoud van het lied, wat meteen een zeer sterk punt is als je naam Van Dyke Parks is.
Voor sommige nummers ging Van Dyke wel zeer ver terug in de geschiedenis zo was er bijvoorbeeld de eigenwijze bewerking van een traditionele song uit New Orleans uit 1874, of zo is “Cowboy” een nummer dat hij ontdekte tijdens zijn doorreis doorheen Hawaï of is het aangrijpende “The Attic” een bewerking van een nummer die zijn vader had geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog wanneer hij als majoor van de medische dienst de oorlogsgruwelen meemaakte in Normandië.
De meeste mensen zullen de muziek van Van Dyke Parks terecht vergelijken met die andere singer-songwriter Randy Newman zeker omdat door de vele verwijzingen naar allerlei dieren doorheen de nummers, Van Dyke’s muziek meer dan eens herinneringen oproept aan talrijke liedjes uit de Walt Disney-cartoons. Het ene moment is de fantasiewereld van Van Dyke opgebouwd uit sprookjes maar eens hij van wal steekt met een nummer als “Black Gold” dat een tragische verwijzing is naar de schandalige milieuramp die deze planeet teistert, weet je dat hij alweer de bittere waarheid van het leven bovenhaalt.
Na een uurtje kondigde Van Dyke plots aan “That’s it, we’re through”, waarbij hij zijn publiek op de knieën aanbad en vervolgens het podium verliet langs de weg van de gewone man, niet langs de zijkant van het podium maar wel via de zaal naar de bar.

Bij het verlaten van de zaal kon je een goedlachse Daan gadeslaan die blijkbaar had genoten van het concert en met zo’n beeld kon je tevreden huiswaarts trekken want je wist dat een legende weer maar eens je levenspad had doorkruist.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Pagina 321 van 386