logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
giaa_kavka_zapp...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

Het gezelschap uit Texas …Trail Of Dead bracht vorig jaar hun vijfde cd uit ‘So divided’ en onderneemt ter promo van de cd een heuse tournee, waaronder in de VK. De band kwam een achttal jaar terug in de belangstelling met platen als ‘Madonna’ en ‘Source Tags & Codes’, waaruit ze live nog steeds rijkelijk putten.
Het zestal onderscheidt zich met een verwoestend geheel van snedige, krachtige, compacte gitaarrock, symfo, psychedelica, orkestraties en bombast, wat door de dubbele percussie en repeterende toetsen wordt opgezweept en avontuurlijk klinkt door de abrupte overgangen en ritmewisselingen.

Live was er sprake van een overweldigende sound: fel, hard, verbeten stukken, die af en toe werden afgewisseld met enkele ingehouden, zachte, sfeervolle stukken . Van catchy melodieën, orkestraties en bombast was er geen sprake! Rauw, teder en beheerst gingen ze te werk; en behielden een intense spanning. Een paar leden wisselden probleemloos van instrument. Een mistige zang zweefde over de gebalde sound. Hun keuze viel op songs als “Relative ways”, “Stand in silence” en “Caterwaul”. Of ze lieten songs in elkaar overgaan als “Will you smile again” en “Another morning stoner”.
Het publiek werd volledig opgeslorpt door die muzikale leefwereld van Trail Of Dead.
Apotheose was een uitgesponnen “Totally natural”: repetitief opbouwend en broeierig; door de diverse tempowisselingen klonk de song krachtig, fors en subtiel, waarbij de 2 percussionisten hun drums pijnigden. De eerste rijen kregen zelfs een paar cimbalen. In de bis overtuigden ze met “Mistakes & regrets”.

…Trail Of Dead speelde een boeiend, intrigerend concert van felle windstoten. Windkracht 10 noteerden we.

De supports The Amber Light uit Duitsland bracht een goed half uur goed gekruide, stevige gitaarrock en het uit San Francisco afkomstige Bellavista liet zich beïnvloeden door ‘80’s Echo & The Bunnymen en ‘90’s Pale Saints en Stone Roses. Gitaarwerk met een zweverig randje!

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

donderdag 15 mei 2008 03:00

All Hour Cymbals

Yeasayer is een collectief uit Brooklyn, New York en heeft met ‘All Hour Cymbals’ een interessant debuut uit, die een pak stijlen integreert: indierock, psychedelica, pop, folk, gospel,afro en een vleugje Indische world. Deze beloftevolle band, onder geluidskunstenaar Chris Keating, dompelt ons onder in een wonderbaarlijke trance. Een zweverig, freaky geluid, dat lichtvoetig en rustgevend kan zijn, maar ook bevreemdend, onheilspellend als apocalyptisch. Moeiteloos slaagt de band erin deze sfeertjes in elkaar laten overgaan. Avontuurlijk, smachtend onder die zalvende groepsvocals/zegzang. Een plaat die per beluistering wint aan zeggingskracht. De groep leunt nauw aan bij een TV On The Radio en Animal Collective. “Sunrise”, “Wait for the summer”, “2080”, “Forgiveness” en het afsluitende “Worms/waves” zijn opvallende songs op dit debuut. Maar overtuigend is “Wait for the wintertime”. We mogen even de dagdagelijkse realiteit vergeten door Yeasayer …

Een te koesteren muzikaal geheim is het Zweedse Loney, dear, onder Emil Svanängen en Jens Lekman. Stijl: melancholische, dromerige, sfeervolle romantische indiepop met een gevoelig breekbare ondertoon. Loney, dear herbergt de ‘60’s pop van The Beach Boys, Belle & Sebastian, Arcade Fire en Sufjan Stevens. Ontroerend, teder, aangenaam en ontstressend!
Twee platen hebben ze tot nu toe uit; ze braken door vorig jaar met ‘Loney: noir’, maar in 2004 verscheen al ‘Sologne’.

Loney, dear komt maar al te graag afgezakt naar de Bota. Vorig jaar tijdens Les Nuits Bota hadden ze er een mooie herinnering aan. Hun toffe indruk was de drijfveer. Live verschenen ze als kwintet
Het vriendelijke, enthousiaste gezelschap hield het publiek een kleine twee uur lang in hun greep. Ze speelden een overtuigend, subtiel verfijnd concert, waarbij we langzaam konden wegdromen, aangenaam genieten en heupwiegen; de frisse, sprankelende toetsen, de lichte elektronicabombast, de zalvende, opzwepende percussie en de prachtige samenzang boden kwalitatieve schoonheid van de opbouwende, aanzwellende songs.
Ze putten rijkelijk uit de recentste plaat en lieten nummers vakkundig in elkaar overgaan als “No one can win” en “I will call you lover again”; we hoorden gejaagde, krachtiger versies van I am John” en “Hard days”, hun favoriet. “Sinister in a state of hope”, “Take it back”, “Saturday waits” en “The meters marks ok” klonken intiem, teder en waren de  kippenvelmomenten van de set.
Ze trakteerden op een uitgebreide bis en klonken steviger, zonder dat de fijne, subtiele melodielijn en de gevoelige snaar verloren gingen. “Carrying a stone” was een in te lijsten song en een schitterende apotheose.
De band werd op handen gedragen. Een terechte waardering trouwens.

Lionel Vanhaute, als Elvy, uit Namen, opende de sfeervolle avond. Hij brengt in september z’n eerste cd uit en zal met hulp van leden van Flexo Lyndo op tournee trekken.
Songs ontdaan van enige franjes en enkel bepaald door een akoestische gitaar, lappen tekst en een warme zang, zorgden voor een ingetogen tof concertje. Hij voegde er nog een nummer van Lauryn Hill aan toe en deed denken aan Jose Gonzales.

Kris Dane & The Bannes putten uit heel wat grootse artiesten van de vaudeville als Waits, Gallon Drunk en Wovenhand. Ze linken het moeiteloos aan Admiral Freebee, Cave, Lloyd Cole en een jonge Cash en Dylan. De band brengt broeierige, doorleefde en zompige rootsrock en americana, onder Dane’s doorleefde stem. De songs hadden een intense spanning en avontuur.
Een band die heel wat in petto had en uitstraling had door sfeerscheppingen. In de laatste songs, “To the belfry”, “Private Lee” en “The damage done” hoorden we een uniek geheel van een grauwe Cold War Kids meets The Waterboys.
Ze gaan een mooie toekomst tegemoet. Na de cd ‘Songs of crime & passion’ verschijnt binnenkort ‘Rise down of the black stallion’. We zijn gewaarschuwd!

Organisatie: Botanique, Brussel ikv Les Nuits Bota 2008

Welkom in de wondere, muzikale magische sprookjes-/droomwereld van het kunstminnende en cabaresque CocoRosie, uit New York, onder de zusjes Casady; het is en blijft iets uniek om te zien en te horen. Ze brengen een kleurenpalet van knusse, iets-niet-van-deze-wereld muziek. Hun freefolk/elektronica zette alvast een heuse beweging op gang met artiesten als Devandra Banhart, Antony (& The Johnsons), Psapp, Tunng, Yeasayer, Bunny Rabbit en de huidige support Quinn Walker.

CocoRosie ging in zee met het orkest van het Belgische Mons Orchestra; een gewaagde onderneming, waarbij de zalvende inbreng van strijkers, blazers, allerhande fluiten en trom/percussie een breder geluid gaven en het origineel avontuurlijke geluid van schrapende elektronica, piano, harp en beatbox, naast de twee aparte stemmen van de zusjes, ondersteunden. Het refereerde aan wat Ryan Adams en Sigur Ros (met Amina) al hebben uitgevoerd.
En toch, na het concert zat ik met het gevoel dat het Mons Orchestra er niet sterk genoeg uitkwam, door het feit dat ze dikwijls (bewust of niet) in een ondergeschikte rol werden geduwd en CocoRosie eenvoudigweg CocoRosie bleef.
Op die klankenwereld toonden ze kleurrijke projecties, familieportretten en zwart-wit fragmenten uit de jaren ’30 films.
Het Mons Orchestra leidde “Bloody twins” in, vocaal gedragen door de klassiek geschoolde operastem van Sierra. Bianca op haar beurt schitterende met haar rauwe, kreunende zegzang op “Beautiful boyz”.
De stemcontrasten van de zusjes, het beatboxen van Tez (= raps, grooves en scratches) hadden meteen een glansrol op “Good friday”, “K-Hole” en “Promise”. Toen Tez af en toe vaart bracht en kracht bijzette, werd hij de lieveling. Het publiek reageerde laaiend enthousiast! Hij tilde de songs, al of niet orkestraal begeleid, naar een hoger niveau, zoals het smachtende “Turn me on”. Iedereen was sterk onder de indruk toen hij een kleine vijf minuten solo zijn ding uitvoerde.
Als band trad CocoRosie in het midden van de set op het voorplan met vernuftig in elkaar verweven versies van “Black poppies”, “Werewolf”, “Animals” en “Rainbowwarriors”. Het Mons Orchestra trad vakkundig bij. Op het dromerige “God has a voice” nam de percussie van het ensemble een prominente rol in. Het nieuwe “Happy eyes” was er eentje met hitpotentie en was de aanzet naar het groovy, dansbare “Japan”, de frisse, speelse song bij uitstek met ‘Wizard Of Oz’/ Familie Trapp’ wortels; samen met de andere artiesten, bouwde CocoRosie een feestje. Sierra, in een vroeger verleden cabaretdanseres, dartelde als een jong veulen en voerde een soort regendans uit op het podium; de vaste afsluiter na anderhalf uur!
Tweemaal kwam CocoRosie terug: eerst met een geïmproviseerde kampvuurversie van “South second” en dan een sentimenteel intieme “By your side”, bepaald door de stemmenpracht van de zusjes. Eindigen in schoonheid, noemen ze zoiets…!

CocoRosie stond garant voor avontuur, durf en subtiliteit.

Support was Quinn Walker. De flower-power beweging van eind de jaren ’60 was nog niet was vergeten bij deze neo-hippie, die deel uitmaakte van het CocoRosie concept. Hij speelde psychedelische folkpop op gitaar en elektronica, en creëerde een galmend geluid door pedaaleffects en bleeps. Hij paste een vooraf opgenomen zang in op z’n hoog uithalende soms vervormde stem. Ergens tussen ‘60’s Rocky Erickson, Spiritualized, Animal Collective en Yeasayer te situeren.

Organisatie: Botanique Brussel ikv Les Nuits Bota 2008

donderdag 08 mei 2008 03:00

Third

Tien jaar na de tweede, trouwens, laatste cd ‘Portishead’ is er nieuw teken van leven van het Bristolse trio Geoff Barrows (knoppenfreak), Adrian Utley (gitaar) en Beth Gibbons (zang). Ze lagen aan de basis van de triphopscene; een pak bands verwerkten hun sound in de eigen stijl.
De reünie heeft alvast z’n vruchten afgeleverd, want ‘Third’ is een opperbeste cd: een rijpere band en een breder geluid door knarsende, zelfs scheurende en jengelende gitaartokkels, dreigende ‘80’s wave elektronica, soundscapes en pop; een ingehouden spanning, gedragen door Gibbons’ klaaglijke, declamerende soms neurotische stem.
Elke song heeft wel z’n eigen verhaal; stemmingen en sfeertjes zijn belangrijk, en vormen de soundtrack voor een film noir; een hoofdrol is weggelegd voor “Silence”, “Hunter” en “The rip”.
En ze zijn niet vies van een vleugje industrial, wat de cd ten goede komt, luister maar eens naar de single “Magic doors” of  naar “We carry on”, de sterkste song op de cd.
De duistere muzikale kronkels van het trio overtuigen. Portishead heeft een meesterlijke cd uit en is één van de comebacks van 2008!

donderdag 08 mei 2008 03:00

Booming back at you

Tom Holkenborg, het mannetje achter de draaitafels met klak, t-shirt en vest, is al enkele jaren actief vanuit de VS (LA); hij maakt momenteel furore met z’n rave muziek voor games. Hij brengt met z’n recentste cd een mainstream dansconcept. Na het beluisteren van deze nieuwe plaat is het overduidelijk dat hij z’n ‘Saturday teenage kicks’, ‘Big sounds of the drags’ en ‘JXL: a broadcast …’ niet meer kan evenaren .
Het eerste deel van de cd is veelbelovend en gevarieerd: van big beats, pompende, beukende beats, trancegerichte dance, aanstekelijke melodietjes, die en af en toe wat vaart kunnen minderen door een sfeervolle aanpak en goed zijn door de vooraf opgenomen stemmen of sampling: “Booming right right at you”, de Siouxie cover “Cities in dust”, “You make me feel good”, “More” en “1967 Poem”.
Maar het overige materiaal is letterlijk huilen met de pet op! Een eentonig ééndimensionaal geluid, weinig spanning, fut en energie.
Resultaat: ‘Booming back at you’ is maar een halve goede plaat!

zaterdag 10 mei 2008 03:00

Portishead: meesters in hun genre …

Het Bristolse trio Geoff Barrows (knoppenfreak), Adrian Utley (gitaar) en Beth Gibbons (zang) kwamen aandraven met een nieuw geluid medio de jaren ’90, triphop genaamd, te horen op hun wonderlijke debuut ‘Dummy’; in die vijftien jaar verwerkten een pak bands deze donker dreigende sound (denk maar aan Massive Attack, Moloko, Ozark Henry, Tricky, Morcheeba en Hooverphonic). Een intens, ingehouden spanning via lome soms loodzware beats, slepende ritme, repeterende elektronicakronkels, logge en strakke drumpartijen, scratches, en verloren gewaand gitaargetokkel, gedragen door Gibbons’ klaaglijke, declamerende, neurotische stem.
Na de tweede plaat ‘Portishead’ en een vermoeiende tournee hielden ze het voor bekeken. Maar eind vorig jaar waaide het stof terug op rond het trio. Ze kwamen bij elkaar, werkten aan een nieuwe cd en het resultaat was ‘Third’: we hoorden een nog rijpere band waarbij de triphop een breder geluid omarmd kreeg door knarsende, zelfs scheurende en jengelende gitaartokkels, dreigende ‘80’s wave elektronica, soundscapes en pop. De beklemmende sfeertjes en stemmingen bleven evenwel behouden in hun voller geluid.

We mogen op onze beide oren slapen want anno 2008 staat Portishead er! Een uitverkocht Vorst onderging de duistere muzikale kronkels van het trio. Op het podium zagen we een pak elektronica, een dubbele percussie, naast gitaar en bas. Een uitgebreid collectief dus! Op een groot scherm waren clips en projecties van de leden te zien.
Portishead putte rijkelijk uit de eerste en de onlangs verschenen nieuwe plaat. Elke song had zijn eigen impact en emotie. Het filmische “Silence” en “Hunter” straalden een ondraaglijke spanning uit. Toen Utley het gitaarloopje “Mysterons” inzette, reageerde het publiek uitgelaten en enthousiast. De song klonk meesterlijk door de pedaaleffects, gitaarslides, scratches en elektronicableeps. De andere oudjes “Glory box”, “Numb” en “Wandering star” waren van dezelfde leest.
Gibbons sleepte zich als een oud vrouwtje voort over het podium, hing aan haar microfoon of keek om naar de band om te zien welke partij precies er kon worden ingezet op haar huiveringwekkende vocals.
Het intiem frisse “The rip” kwam als geroepen, net als de huidige single “Magic doors”, opgezweept door ‘80’s elektronica, toetsen en een dubbele repeterende percussie. “Machine gun” dreunde en klonk hard door de reutelende drumbeats; een referentie aan de industrial van NIN, Einstürzende Neubauten of aan de electronic body music van Front 242. Vorst daverde!
Naast een pakkende “Sour times” stelden ze toch nog twee songs voor van hun tweede plaat: het weerbarstige “Cowboys” en een rustig ingezette “Over”, dat over ging naar een intrigerende pompende beat.
Het draait ‘em om stemmingen en sfeertjes bij deze Britse band. Even gelukkig en enthousiast als hun fans gooiden ze er nog drie songs tegenaan: “Threads”, “Roads”, bepaald door handgeklap, en een overweldigend, mooi uitgesponnen groovy “We carry on”; op plaat al onderscheidt de song zich van de rest, en had live een spannende opbouw en een zware pulserende beat.

De reünie van Portishead sloeg met verstomming. Zij hielden meesterlijk de kroon op het hoofd in hun eigen unieke stijl.

De support Kling Klang balanceerde ergens tussen de ‘70’s retrorock, Kraftwerk elektronica, Pink Floyd/Hawkwind/Ozric Tentacles psychedelica en Black Mountain/Dead Meadow stoner. Hun ‘on the road’ Dr Who sound heeft nog veel te leren van z’n meesters. Want gun setje werd saai en vervelend.

Organisatie: Live Nation

donderdag 08 mei 2008 03:00

Tinariwen: volksfeest met een boodschap!

Vorig jaar verbaasde het nomadencollectief Tinariwen, van de minderheidsgroep Touareg uit de zuidelijke regionen van de Sahara woestijn , het Europees vasteland met de derde cd ‘Aman Iman’. Ze zijn ontstaan in de rebellenkampen van Khadaffi en spelen de ‘tishoumaren’ (muziek van de werklozen). Tinariwen heeft de volgende tekens, + I O : I, en is in het Nederlands vrij vertaald ‘lege plekken’. Ze vormen een  verademing binnen de worldpop, met een intrigerend, pittig bluesy retrorockend sausje; hun gitaargetokkel doet een beetje denken aan CCR, Jimi Hendrickx en John Lee Hooker. Dit gezelschap onderscheidt zich van andere Afrikaanse bands uit Mali als Amadou & Mariam, Toumani Diabeté en Ali Farka Touré.. Oorspronkelijk was hun muziek enkel verkrijgbaar op cassettes. De verzameling‘The radio tisdas sessions’ (’01) waren daar nog het levende bewijs van!

De gesluierde heren en dames van Tinariwen waren met acht op het podium en droegen typische Arabische klederdracht met amuletten. Ze hebben een  instrumentarium van akoestische en elektrische gitaren, bas en een djembe; het handgeklap, de donkere, nasale zang en de hoge vrouwenstemmen gaven een zuiders exotische prikkel. Fris, sfeervol, mystiek, ritmisch, energiek en door de groove, inwerkend op de dansspieren!
Meteen waanden we ons bij een avondlijk kampvuur in de woestijn, tentzeilen, waterpijpen, karaffen wijn en liggende kamelen; een volksfeest dus, maar bij Tinariwen is de boodschap meer dan dit: de problemen van hun volk, de onderdrukking, het uitblijven van politiek bewust zijn en de behoefte aan erkenning, wat te zien was op de projecties, naast de flarden teksten!
Het uitgebreide collectief nam een rustige start met “63” en “I tous”. Het tintelende gitaarspel (gekenmerkt door een bluesy ondertoon) en de repetitieve opzwepende ritmes verhoogden ongeforceerd het tempo. De gepassioneerde danspassen en de golvende armbewegingen gaven elan aan deze bezwerende, aanstekelijke sound; uit hun drie cd’s haalden ze “Chatma”, “Assouf” , “Aldhechen”, “Cler achel”, “Arawan” en “Tamatant tilay”.
Na meer dan anderhalf uur bereikte de band een apotheose met “Amassakoul”, “Win akalin” en “Mataddjem yinmixan” … een schitterend dansfeest op het podium met support Kel Assouf. Het worldcollectief verkreeg een overweldigende respons.

Vorig jaar zetten ze al tijdens Les Nuits Bota de zaal in vuur en vlam; moeiteloos konden ze dit overdoen in de AB!
Toegankelijke band met een ‘Rage’ boodschap, die steeds meer fans wint …

Organisatie: Ubu concerts ism Ancienne Belgique

zondag 04 mei 2008 03:00

Terecht God met dEUS

’Pocket Revolution’, uit 2005, betekende binnen de dEUS historiek een tabula rasa. De nakende crash werd net op tijd opgevangen door Alan Gevaert, Stephane Misseghers en Mauro, naast de bezetting van het eerste uur Klaas Janzoons en Tom Barman. Ze groeiden uit tot een homogene band, die met de opvolger ‘Vantage Point’, genoemd naar de huisstudio van dEUS, bewijzen dat ze op scherp staan; intens broeierige songs, grillig, eigenzinnig, spannend en  bedreven, kortom, een samengebalde energie die soms stoom moet aflaten door enkele vertrouwde ingetogen, smaakvolle melodieuze popsongs. En de winst zit ‘em in de guestvocals van Karin Dreijer (The Knife) op “Slow”, zanger Guy Garvey (Elbow) op “The vanishing of Maria Schneider” (nota bene over het verwelken van vrouwelijke schoonheid …) en natuurlijk Mauro’s inbreng.
Vóór de aanvang van grootse optredens en festivals besloot de band een clubtournee op getouw te zetten. Resultaat: de kaarten waren in een mum van tijd de deur uit (een mooie afwisseling trouwens tussen de drie clubs te Vlaanderen en Wallonië). Een handige zet om het nieuwe materiaal live goed onder de knie te hebben.
En de groep bewees een uur en driekwart op dreef te zijn met lekker nerveuze, gejaagde songs, af en toe geremd door dromerig, sfeervoller materiaal, wat hun vurige intensiteit deels afnam. Besluit van de set: Grote onderscheiding!

Onder een sober decor van witte spotlights stonden, net als bij de vorige tournee, vier heren op één rij , met achter hen drummer Misseghers. Ze creëerden meteen een broeierige spanning met “When the sun comes down” (opener van de nieuwe cd), en het bedreven, donker dreigende “Sun ra”, bepaald door Mauro’s zenuwachtige, creatieve gitaartrekjes en backing vocals.
In het eerste half uur was het tempo stevig, strak en overweldigend; een funkende groove op “Favourite game”, “Fell of the floor, man” en “The architect”, waarbij vooral de mooie samenzang opviel.
Ingetogen en rustig klonken ze met “Smokers reflect” en “The vanishing of Maria Schneider”, live nét de songs die nog wat de mist ingingen (misten we hier een guestvocalist?). Maar “Slow” op z’n beurt kon gepast worden opgevangen door Mauro’s intrigerende gitaarspel, de Blixa van The Bad Seeds!
”Theme from Turnpike” is en blijft een must; onder één witte spot kreeg het nummer vorm door de elektronica- en gitaar experimentjes, overstuurde vocals en Mauro’s schreeuwzang. Wat een muur bouwde dEUS hier op!
”Is a robot” was de ideale song voor een soundtrack van een science-fiction reeks; de neurotische praatzang van Barman gooide er nog een schepje bovenop! En tenslotte hadden we “Roses”, “Nothing really ends” en “Bad timing”: een spannende dreiging, gedreven en pittig opgebouwd door een stevige ritmesectie, snerpende gitaren en een sprankelende fijne melodie.
Als losgeslagen honden gingen ze tekeer op een mooi uitgesponnen “Instant street”, dat uitdeinde door de pedaaleffects, een avontuurlijk “Oh your God” dompelden ze onder in stroboscoop en was gekenmerkt door diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen, en tenslotte “Suds & soda” mocht fors en krachtig het kroonstuk zijn.

De groep werd sterk onthaald. Ze toonden en verve aan het internationaal muzikaal uitgangsbord te zijn. Straf spul! Rock Werchter heeft een hecht rockende headliner op zak! Terecht kreeg Barman een Gouden Erepenning voor z’n cultureel en muzikaal werk. Ere wie ere toekomt!

Vettige en retestrakke garagerock’n’roll blues hoorden we van de support The Black Box Revelation, twee jonge gasten, die een paar jaar terug al een verdiende ereplaats kregen op Humo’s Rock Rally. Ze kwamen aandraven met hun debuut ‘Set your head on fire’, en plaatsten zich meteen naast  de duobands The White Stripes, The Black Keys, The Kills en het jonge Blood Red Shoes. Ze verwerken een vleugje Wolfmother, Datsuns en Jon Spencer. “I think I like you”, “Gravity blues”, en de titelsong zijn pure afrekeningsongs. Maar ook het intense “Never alone/always together” toonde aan dat het duo meer in z’n mars had dan enkel maar rauwe snelvaartsongs. Ergens hoorde ik dat dit jonge duo wel de kleinkinderen konden zijn van de onvolprezen gitaarrock’n’roller Link Wray …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

donderdag 24 april 2008 03:00

These are the good times people

Het Amerikaanse drietal The Presidents of the U.S.A, onder zanger/songschrijver en ‘positivo’ Chris Ballew, ontstonden in het postgrunge tijdperk en brachten frisse en opgewekte rauwe, melodieuze gitaarpopsongs. “Kitty”, “Lump”, “Peaches” en Volcano” uit de beginperiode waren maar een paar voorbeelden van deze vaardige muzikale aanpak. Na ‘Freaked out & small’ (’00) hield het trio een sabbat om dan doodleuk in 2005 met ‘Love everybody’ op hun vroeger elan verder te gaan van vrolijke rock.
De opvolger ‘These are the good times people’ klinkt als de titel van de cd: niks aan de hand liggende leuke muziek met opzwepende, groovy ritmes (“ Mixed up S.O.B.”, “Ladybug”, “French girl”, “Truckstop butterfly”, “Ghosts are everywhere” en “Rot in the sun”). Af en toe mindert de vaart,  “Sharpen up those fangs”, “More bad times” en “Loose balloon”, of is er soul te horen, luister maar naar het afsluitende “Deleter”, wat het geheel ten goede komt.
Het bandje klinkt na al die platen nog even vitaal en aanstekelijk.

Pagina 164 van 180