logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Viagra Boys
The Cure
Festivalreviews

Cactusfestival Brugge 2009: vrijdag 10 juli 2009

Geschreven door

De 28ste editie van het Cactusfestival zal ingaan als de succesrijkste tot nu toe. Ruim 27000 bezoekers konden genieten van een voortreffelijk programma. Het zal de crew van Cactus een hart onder de riem zijn … ’Hear, See, Feel the world’ luidt hun credo, wat de versmelting betekent van verschillende culturen en muziek, wat de variëteit onderstreept. De formule bleef ongewijzigd: één podium, diverse stijlen van muziek, heerlijke spijzen, animatie, sfeer, gemoedelijkheid en … kindvriendelijk.

dag 1: vrijdag 10 juli 2009
De eerste avond van het Cactusfestival in Brugge was er ééntje van alle leeftijden. Het ging van de jonge beloftevolle Leuvense Selah Sue naar ‘opa’ Bunny Wailer, de 60 jarige stiefbroer van Bob Marley tot ‘papa’ Franti en ‘mama’ Chapman. Zo zie je maar dat de organisatie alle leeftijden kon binnenhalen, naast de muzikale diversiteit en songwriting.

De 18 jarige Selah Sue beet solo de spits van de driedaagse. Het is niet iedereen gegeven om op zo’n jonge leeftijd het vriendelijkste festival in Vlaanderen te openen. De beloftevolle artieste overwon de plankenkoorts met haar akoestische gitaar en haar doorleefde, indringende en emotievolle stem. Ze pootte live enkele opmerkelijke gevoelige luistersongs neer: een pakkende “Mommy”, een overtuigende “Black part love” en een uiterst sfeervol groovende “Fyah fyah”. Songs met inhoud en hitpotentie … Chique wat deze talentrijke jonge dame presteerde op zo’n groot podium.

’Opa’ Bunny Wailer werd op z’n beurt dan geruggensteund door een uitgebreid collectief. Bunny Wailer houdt het bij de traditionele zomerse reggae zonder al te veel zware basses, dubs en drum’n’bass. De Jamaicaanse roots hield hij hoog met aanstekelijke ritmes, grooves en een vleugje ska. De blazersectie en de backing vocals gaven kleur aan het geheel. Hij kon van een handvol Marley klassiekers niet onderuit, “No woman, no cry”, “One love” en “Lively up yourself”. Net als de daaropvolgende act Franti/Spearhand waren ‘Peace, Love en Unitiy’ de sleutelwoorden.

Michael Franti & Spearhead putten ten dele verder uit deze rijkelijke traditie, want samen met de Jamaicaanse gastzangeres Charleen Anderson vatte hij de set aan met “Redemption song”. Wat daarop volgde was - naast vrede, samenhorigheid en verdraagzaamheid -, een opwindende en bruisende cocktail van pop, soul, hiphop, reggae, dub en funk. Een groots feestje bouwde hij op voorzien van danspasjes, handjeswuiven en meezingbare slogans … Entertainment en ‘Feeling Good’ music met een geweten …Het was een wervelende show, waar de songs in elkaar overgingen; tussendoor hoorden we flarden “Billie Jean/Pass the dutchie” en “Tainted love/could it be love”. De plaat ‘All rebel rockers’ deed z’n titel alle eer aan … Franti omzeilde de routine van de jaren door aan de nummers een moedige, handige en frisse alternatieve draai te geven.

Tracy Chapman tot slot besloot de eerste Cactusavond. Al twintig jaar staat deze singer/songschrijfster (‘with a message’ en ‘(broken)lovesongs’)op de bühne. Ze scoorde vooral hoge ogen eind de jaren ’80 met haar eerste twee platen. Samen met leeftijdsgenoten Suzanne Vega, Sinead O’Connor, Natalie Merchant en Joan Armatrading wint ze vele vrouwenharten. Het eerste deel van het Park werd dan ook (terecht) overspoeld door vrouwelijke fans. Melodieuze popfolk, onder haar begeesterende en indringende stem (die door de jaren niks heeft ingeboet aan emotionaliteit btw!) …”Talkin’ about the revolution”, “Across the lines”, “Fast car”, “Mountain o’things”, “Baby can I hold you now” en “Tellin’ stories” wisselde ze af met materiaal van haar recente plaat ‘Our brightest future’, waaronder “Save us all” … Een heerlijk innemende en opbouwende sound. Haar gitaarspel stond voorop, wat muzikaal verder werd ingevuld door een tweede gitaar, bas, drums en/of toetsen. Begeesterende set van een talentrijke dame, die ‘full respect’ afdwong.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Gent Jazz Festival 2009: Brad Mehldau Trio: Met de ogen toe en de vingers in de neus

Geschreven door

Het was ruim 10 jaar geleden – zo gaf Brad zelf aan toen hij na 4 nummers eindelijk es de microfoon ter hand nam – dat hij nog in Gent had gespeeld. De organisatie tracht hem al een tijdje te strikken, en na zovele edities van Gentjazz is het hen dan ook eindelijk eens gelukt.
Brad Mehldau is a coming Starr in het jazzcircuit. De concerttent liep dan ook aardig vol voor een concert waarbij de verwachtingen erg hoog gespannen waren. Immers, Brad Mehldau kan nogal wat diversiteit in zijn concerten tentoonspreiden, gaande van erg ritmische nummers over covers van zijn favoriete popsongs (Radiohead, Nick Drake,…) tot hele trage fragiele composities en originals.
Zijn muziek is een subtiele mix van melancholie en vreugdesprongetjes. Met bassist Larry Grenadier en drummer Jeff Ballard is de verstandhouding optimaal. Samen vormen ze een gracieus en welluidend trio.
Het bewerkte “Got me wrong” van grunge-iconen Alice in Chains (maakten furore midden jaren negentig) toont aan tot welke dingen Mehldau in staat is. Hij zet poppy nummers in zijn blootje en kleedt ze terug aan tot een zeer melodieus geheel, met herkenbare patronen uit de original, maar met eigen touch. Het moet gezegd dat zijn bewerkingen heel vaak het originele overstijgen, al zal deze these vrijwel volledig subjectief zijn…
Een eigen compositie waarvoor de meester op dit ogenblik nog geen titel heeft gevonden.… (dixit Mehldau over het tweede nummer in zijn set). Het toont aan waar het Brad over gaat: de muziek primeert, de rest is bijzaak. Al is het in het verleden – naar verluidt – wel het een en ander raar gelopen. Er is immers sprake van een ‘pedant’ en duister verleden, waarvan een grote tatoeage op zijn rechterarm nog steeds restant en getuige is. Wie weet wat zich in Berkelee College allemaal heeft afgespeeld,
Het concert van Mehldau gaat in crescendo: een bewerking van “Brownie speaks” van Clifford Browne, een nummer van Cole Porter, en het meesterlijke “Erogine” van Sonny Rollins. Het publiek lust het wel, en het lijkt wel of ze het applaus opsparen tot na de songs. Want als Brad ‘aanzet’ op zijn piano, passeert de ene toonladder na de andere langs je oren, maakt hij grappige en onverwacht melodieuze uitstapjes. Ook als Grenadier en Ballard hun kunnen tonen, voegt Mehldau steeds een pianotouch toe om ‘U’ tegen te zeggen. “Chicken skin again”. De coolness waarmee drummer Ballard zijn kapotte baspedaal van zijn drumstel  herstelt tijdens zijn drumsolo en daarna gewoon verder gaat, toont aan over welke raspaarden het we hier hebben.
De set eindigt met een bewerking van een nummer uit een musical “Lady in the dark”, genaamd ‘The Ship’. Het toont aan dat Mehldau ook deze klassieke composities de baas kan, met de vingers in de neus dan nog wel. Oh, en Brad spreekt vloeiend Nederlands. Iets nieuws voor mij, maar gezien zijn getrouwde status met een Nederlandse zangeres (Fleurine?) lijkt me dit vrij logisch.
‘Spelen met de ogen toe’. Heel vaak zie je ze, ook binnen het rockcircuit. Het zou kunnen betekenen (maar je kan niet in mensen kijken) ‘kijk naar mij’ en ‘zie wat ik kan’. In het geval van Mehldau (constant met gesloten ogen en gezicht afwendend van de piano) gaat het om uiterste concentratie en genieten van eigen kunnen. Het weze hem gegund! Zolang wij maar de kans krijgen om af en toe mee te genieten!
Top, die Mehldau!

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz festival, Gent

Rock Zottegem 2009: zaterdag 11 juli 2009

Geschreven door

Hoewel Alice Cooper ons geen nachtmerries bezorgde, verschenen we op zaterdag om niet nader vernoemde redenen iets te laat in de tent om getuige te zijn van opener Jasper Erkens. We durven er desondanks vanuit gaan dat zijn optreden een even groot succes was als hetgeen hij een week eerder in de Werchterse Marquee bracht. De hedendaagse jeugd was alleszins vroeg op post om hun idool aan te moedigen, een kerel die trouwens ook de meer volwassen muziekliefhebber weet te overtuigen van zijn talent.

Ook De Jeugd van Tegenwoordig, na De Heideroosjes de tweede Hollandse groep op de affiche, voelde zich in de tent van Zottegem niet minder goed dan in die van Werchter. Onze fotograaf werd samen met de eerste rijen meermaals getrakteerd op een ‘wodka-red bull’-douche hetgeen de nodige afkoeling bracht in de jonge meute die vooraan een feestje van jewelste bouwde. Het hip-hop-collectief werd bekend met “Watskeburt?” en hoewel velen dachten met een ééndagsvlieg te maken te hebben, hebben ze ondertussen al bewezen dat het blijvers zijn. “Hollereer” en het recente “Deze donkere jongen komt zo hard” toverden de ganse tent om tot tijdelijke liefhebbers van het genre, de overige nummers konden enkel de vooraan postgevatte incrowd boeien. Een incrowd die trouwens aanzienlijke proporties aangenomen heeft. Deze grofgebekte doch sympathieke jongens verdienen dus – mede dankzij die enkele ‘berenschijven’ – hun plaats op een groot festival.

Na het jonge geweld was het tijd voor The Neon Judgement die live hun nieuwe worp ‘Smack’ kwamen voorstellen. Het publiek luisterde beleefd maar, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, ook eerder ongeïnteresseerd. De muziek en de licht-show van deze groep past eigenlijk beter in een donkere zaal op een laat uur. Hoe sterk nummers als “The Fashion Party” en “TV treated” ook zijn, zaterdag konden ze ons niet genoeg boeien om met een voldaan gevoel terug te kijken op het optreden van The Neon Judgement. Nieuwe nummers als “The great consumer” klinken niet slecht maar meer we vroegen ons toch luidop af of deze groep niet miscast was op het feestje dat Zottegem zaterdag gepresenteerd kreeg.

Een feestje dat vooral vanaf Therapy? van start ging. Vijftien jaar geleden waren deze Ieren toppers die massa’s naar ’s werelds grootste festivals lokten maar het voorbije decennium verdwenen ze – ondanks een permanente productiviteit die doorgaans vrij positieve recensies krijgt – uit het zicht van het grote publiek. Niet dat ze zich daar veel van aan trekken want het drietal kwam druipend van goesting het podium op om een mooi overzicht te brengen van oud en nieuw werk. Vooral de nummers uit “Troublegum” en “Infernal love” konden op veel bijval rekenen, die twee platen mogen immers geboekstaafd worden als regelrechte klassiekers uit de jaren negentig. Ook andere oude nummers werden vanonder het stof gehaald, de fans van het oude uur konden met hun geluk geen blijf dat ook “Teethgrinder” (uit ‘Nausea’) nog steeds de setlist haalde. Om te illustreren dat ze niet tot een juke-box verworden zijn, durven de veertigers bepaalde nummers volledig anders brengen dan de album-versie. Het van Hüsker Dü ontleende “Diane” klonk bijvoorbeeld veel harder dan op plaat. Therapy? was trouwens de eerste en enige groep die tijdens dit festival een nummer opdroeg aan Michael Jackson. Ze kozen voor “Die laughing” en wie de tekst van dit nummer naleest, zal beseffen dat dit een gepaste keuze was. Wanneer de sterk verwende toeschouwer denkt dat het uitstekende optreden gedaan is en de heren letterlijk als versteend blijven staan, breekt na dik dertig seconden alsnog de hel los middels het onvolprezen “Screamager” en het nog steeds wervelende “Going Nowhere”.

Michael Franti wist dus dat het niet makkelijk zou zijn om zijn voorgangers te overtreffen. Zijn jarenlange ervaring bij Disposable Heroes of Hiphoprisy en Spearhead volstond echter om hem even relaxed als steeds te zien schitteren. Als festivalorganisator ben je met Franti steeds zeker van een geslaagd optreden, de charismatische dubbele meter veegt er nooit zijn (blote) voeten aan en beheerst alle kneepjes van het vak. Eentonig worden zijn optredens nooit, al is het maar omdat hij bovenop zijn eigen nummers ook vaak covers ten berde brengt. In Zottegem hoorden we bijvoorbeeld “Welcome to Jamrock” (van Damian “Jr Gong” Marley) en “Tainted love” (Soft Cell). Niet enkel nodigt hij enthousiaste fans uit op het podium (zaterdag zagen we bijvoorbeeld hete hengst Gert uit de bol gaan met een sexy Spearhead-zangeres, voorts was er een hilarisch intermezzo toen twee zeer jonge fans een gitaar mochten hanteren terwijl de echte gitaristen backstage AC/DC’s “Back in black” inzetten), na het meer dan geslaagde optreden dook hij zelf het publiek in om zijn toeschouwers minutenlang persoonlijk te bedanken voor hun bijdrage aan een onvergetelijk uurtje fun.

Veel van onze superlatieven waren dus al opgebruikt toen er nog twee grote namen gepland stonden. The Pretenders speelden een heel straffe set. Chrissie Hynde is ondertussen ongetwijfeld een vrouw van leeftijd maar daar merkten we zaterdagavond helemaal niets van. Ze zag er ongelofelijk ‘fit’ uit en daarenboven zong en speelde ze – net als de rest van de groep – gigantisch strak. Men kwam ‘Break up the concrete’ voorstellen, een plaat die samen met een ‘best of’ verkocht wordt en ook de set bleek een geslaagde combinatie van nieuwe en oude nummers. Het titelnummer van hun nieuwste CD is een mooi voorbeeld van hoe een oude groep ook in moderne tijden misschien geen vernieuwende maar toch nog steeds relevante muziek kan maken. Zonder exhaustief te willen zijn, sommen we bij deze enkele van de zaterdag gehoorde hits op: “Talk of the town”, “Kid”, “Back on the chain gang”, “Don’t get me wrong”, “Brass in pocket”, “I’ll stand by you” en “Middle of the road”. Op het laatste nummer hoorden we Hynde trouwens schitteren op mondharmonica hetgeen één van de meest memorabele momenten van dit festival opleverde.

Na de meer dan verdienstelijke optredens van Therapy?, Spearhead en The Pretenders hoopten we dat Echo & The Bunnymen zouden tekenen voor een vier op een rij. Spijtig genoeg slaagden de Britten er echter niet in om onze hooggespannen verwachtingen in te lossen. Niet dat Ian McCulloh en de zijnen een zwak optreden gaven, maar na drie heel sterke sets stelden ze toch een beetje teleur. Een voor een topact nogal select publiek genoot met volle teugen van klassiekers als opener “Rescue”, “Stormy Weather”, “Seven seas”, “Bring on the dancing horses”, “The back of love”, “The Killing Moon” en “The Cutter”. Afwezigen moeten watertanden bij het lezen van dit lijstje, maar zij weten zich misschien getroost als we opwerpen dat er soms ook mindere nummers in de set slopen. In de bisronde viel vooral tijdens “Nothing Lasts Forever” op dat McCulloh er vocaal een beetje doorzat, iemand van zeer goede wil zou kunnen beweren dat dit bewust was om te onderstrepen dat werkelijk niks (en dus ook niet ’s mans stembanden) blijft duren. Die stemproblemen bleven zelf trouwens ook niet al te lang duren want afsluiten deed Echo & The Bunnymen met een bij wijlen zinderend “Lips like sugar” dat ervoor zorgde dat we hun concert kwalificeren als goed (zonder meer).

Dag 2 zullen we ons dus vooral herinneren door de onvergetelijke uren die een aanvang namen vanaf het moment dat Therapy? het podium betrad tot en met het ogenblik dat Chrissie Hynde ons een laatste blik op haar strakke kontje gunde.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Rock Zottegem 2009: vrijdag 10 juli 2009

Geschreven door

Rock Zottegem kwam ook in 2009 op de proppen met enkele grote namen die volgens sommigen vergane gloriën zijn maar volgens ons wel degelijk nog steeds in staat zijn om duizenden muziekliefhebbers urenlang te entertainen. Het feit dat men daar bovenop ook nog enkele beloftevolle jongeren kon meepikken, versterkte ons voornemen om volgend jaar opnieuw van de partij te zijn aan de Bevegemse Vijvers. Tot dan!

dag 1: vrijdag 10 juli 2009

Opener The Curvy Cuties Fanclub won vorig jaar het Gentse ‘De Beloften’-concours en trakteert het festivalpubliek deze zomer op een portie rauwe bluesrock. Wie vrijdag op tijd kwam, kon dus zelf vaststellen dat het jonge drietal kans maakt om in de nabije toekomst - samen met The Black Box Revelation, The Hickey Underworld en Team William - de vaandeldragers van de Vlaamse rockscene te worden. De organisatoren van Rock Zottegem oordeelden terecht dat een groep die de voorbije maanden al het voorprogramma speelde van Dirty Pretty Things en The Buzzcocks ook thuishoort op hun podium. Het is dus uitkijken naar de debuutplaat die komende herfst zou verschijnen, we gunnen het de Gentenaars dat het lied “People don’t mind” dan geen betrekking meer heeft op die release.

De tweede groep van de avond, Madensuyu, zagen we de voorbije maanden al regelmatig aan het werk en elke keer slaagde het tweetal erin om ons van onze sokkel te blazen. Ook in Zottegem was het prijs en dat terwijl we zo vroeg op de avond allesbehalve wankel op onze benen stonden. Hun laatste CD, ‘D is Done’, getuigt van grote klasse en het kost beide heren dan ook geen enkele moeite om een set ten berde te brengen die boeit van de eerste tot en met de laatste noot. Het feit dat zo’n sterke groep geen hogere plaats op de affiche krijgt, zouden we kunnen betreuren…ware het niet dat we later op de avond groepen te zien kregen die in het verleden al meer naam gemaakt hebben.

A Brand heeft ondertussen al een zodanig oeuvre bijeengewerkt dat ze hits als “Beauty Booty Killerqueen” en “Time” reeds vrij vroeg in de set durfden spelen. Eén bandlid bracht deze nummers met een geplaasterde arm (en dus zonder gitaar), maar na “Lesser God” had hij er genoeg van en ontdeed hij zich van de bewuste belemmering om op het einde van hun geslaagde concert voluit te kunnen gaan. Monsterhit “Hammerhead” was de mokerslag die het dankbare publiek met graagte ontving.

Op plaat opteerden De Heideroosjes ervoor om hun twintigste verjaardag te vieren met een dubbel tribute-album, op het festivalpodium beperkten ze de odes tot Pennywise (“Wouldn’t it be nice”) en Metallica (“Seek and destroy”) om voornamelijk uit hun eigen werk te kunnen putten. “Lekker belangrijk”, “Nothing’s  wrong”,  “Iedereen is gek (behalve jij)” en “Damclub Hooligan” deden de tent uit zijn dak gaan. Afsluiter “United Scum” werd de perfecte apotheose van een puike set die illustreerde dat de punkrockers duidelijk niet van plan zijn om er de komende twintig jaar de brui aan te geven. Noch de stinkende schoenen die ze naar hun kop gekeild kregen, noch de technische problemen die de gitarist ondervond, waren in staat om deze Hollanders uit hun lood te slaan.

Het Finse Apocalyptica verwierf bekendheid met hun cello-bewerkingen van Metallica-songs. Het waren logischerwijze ook die songs die vrijdag het meeste enthousiasme losweekten bij het publiek. Terwijl we in het begin flarden van kippenvel kregen als bijvoorbeeld “Wherever I may roam” weerklonk, vonden we vanaf “One” dat het stilaan tijd werd om de act af te ronden. De groep is wel degelijk in staat om show te verkopen en een korte set zou dus niet gestoord hebben, maar langer dan drie kwartier blootgesteld worden aan geram op cello’s is ons inziens niet nodig. Het intermezzo met de Viking die twee eigen nummers kwam meezingen (en dat ondanks een aarzelend begin best verdienstelijk deed), was dus meer dan welkom. Nadat men vervolgens opnieuw een paar tientallen valse noten te veel gehoord heeft (ze zouden klassiek geschoold zijn maar we vrezen dat ze al iets te lang niet meer naar de Sibelius-academie geweest zijn om dat niveau vol te houden en door te trekken naar hun metal-bewerkingen), snakt men echter naar iets anders. Eén van de heren vond het uiteindelijk ook nog nodig om zijn schriel bovenlichaam te ontbloten, iets wat ons tot de conclusie bracht dat Apocalyptica letterlijk noch figuurlijk genoeg om het lijf heeft om als topper geafficheerd te worden. Een groot deel van het publiek dacht daar echter anders over dus misschien werd ons gehoor wat verstoord door enkele uren te dicht bij de luide boxen te staan.

Met een bang hart wachtten we af hoe Alice Cooper het er vanaf zou brengen. De levende legende was één van de exclusieve namen die in Zottegem wilden bewijzen dat ze op latere leeftijd nog steeds in staat zijn om de massa in vervoering te brengen. De aftrap werd gegeven met “Hot tonight” en het massaal meegebrulde “No more Mister Nice Guy”. Zowel de groep als de frontman etaleerden hun grote vorm waarbij al vrij vroeg duidelijk werd dat een Alice Cooper-show niet enkel draait om muziek maar minstens evenveel om theater. Tijdens “Only women bleed” en “Dead babies” ging de kitsch-meter nu en dan vervaarlijk in het rood, maar echt deren deed dit niet want velen kwamen speciaal af om de pionier van de schock-rock zijn theatrale zelf te zien zijn. Het almaar langer wegblijven van de zanger tussen twee nummers door (iets wat opgevuld werd met ellenlange drum- en gitaarsolo’s) was het enige dat erop wees dat de man al ettelijke decennia meedraait. Op een bepaald moment hadden we de indruk dat Cooper in de coulissen verdwenen was voor de duur van een volledige naar hem vernoemde test. Naar we vermoeden zat hij achter de schermen eerder energie te tanken dan te verlopen. Best begrijpelijk als je weet dat hij op het podium met zwaarden zwierde, vrouwen afranselde, baby’s vermoordde, dwangbuizen van zich afworp, ….afijn, het leven zoals het is ten huize Alice Cooper. De danseres/actrice die de vrouwelijke hoofdrol vertolkte, bewees eveneens haar veelzijdigheid door zich nu en dan een lid van het ‘Patty Brard’-showballet te wanen hetgeen nogmaals illustreerde dat de goede oude tijden hoogtij vierden in Zottegem. De reguliere set werd besloten met het momenteel weer erg toepasselijke (en dus massaal door de jeugd meegebrulde) “School’s out”. In de bisronde imponeerde Alice Cooper nog een laatste keer tijdens “Billion dollar babies” en het tijdloze “Poison”. Het feit dat hij in dat laatste lied vocaal niet meer in staat bleek om tijdens het refrein voluit te gaan weze de man vergeven want het bewees dat deze levende legende voorafgaand alles uit zijn lijf geperst had om het Zottegemse publiek zijn zin te geven.

Dag 1 bracht dus een geslaagde mix van nieuwe en oude namen. Muzikaal genoten we het meest van Madensuyu maar dankzij de vele moeite die de theatrale Alice Cooper deed (we hebben bijvoorbeeld nog niet vermeld dat hij live on stage verhangen werd), zullen wij later vooral herinneringen ophalen aan de slotshow van de vrijdagavond….iets wat we trouwens met een gelukzalige glimlach zullen doen want het geheel wekte eerder lachbuien dan angstaanvallen op.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Gent Jazz Festival 2009: Mccoy Tyner trio feat. Bill Frisell & Gary Bartz, Randy Weston ’s African Rythms en Aka Moon

Geschreven door

… ’Een lesje in nederigheid’ …

Als trio blijft Aka Moon opwindend om te zien. Ze kunnen dwingende, complexe muziek maken, jongleren met poliritmiek en polyfonie, glijden van de ene zin in de andere, openen nieuwe harmonische en ritmische wegen. Toch weten ze een publiek op te zwepen. Er zit een heel ongewone, vaak dwarse groove in hun muziek. Dat geeft vonken, en zo ook op Gentjazz. Wat jammer dat ze dit als opener programmeren, een tweede plaats op de line-up zou zeker terecht geweest zijn.
Aka Moon heeft reeds wat op hun palmares, ga er de lijstjes op hun webstek maar es op na (http://www.akamoon.com). Hun samenwerking met DJ’s (Grazhoppa and his DJ Big band), dansgezelschap Rosas en Les ballets C de la B, Afrikaanse percussionisten, en niet in het minst met saxofonist en souljazzfunkfenomeen Steve Coleman.
Resultaat van dit alles is duidelijk hoorbaar in de set van Aka Moon. Michel Hadzigeorgiou – in alle opzichten een Griek - (bas) en vurig bewonderaar van Jaco Pastorius, trekt de band op sleeptouw, stichtend lid Cassol (Sax) die nog samen met Toots in een band zat, geeft vonken op zijn sax, en drummer  Stéphane Galland – het lievelingetje van  Axelle red, blaast zijn drumstel omver alsof het een kerncentrale op uitbarsten betrof.
Meer van dat, en graag gauw…

Wat ik aanvankelijk als tussendoor erbij moest nemen, terwijl ik op mijn all-time favourite Frisell moest wachten, werd uiteindelijk een concert van formaat: Randy Weston African Rythms.
Randy Weston, een boomlange Amerikaanse pianist – weliswaar met Afrikaanse roots, is echt wel een imposante figuur achter die piano. In close-up op zijn piano lijkt het wel of ofwel de piano te klein is, of zijn vingers te lang. Hallucinant beeld. Nog een geluk dat hij ziin zin niet kreeg om basketballer te worden, maar dat zijn moeder hem met alle force achter de piano schoof. Het resultaat mag er wezen…
Weston speelt op een indrukwekkende en heel ritmische manier piano. Met zijn tevens uit Brooklyn US afkomstige bassist (waarover later meer) Alex Blake, en de Panamese percussionist Neel Clarke, is het trio compleet. Het was Thelonious Monk die de grootste invloed op Weston heeft gehad. Meng dat met wat Caribische en Afrikaanse muziek en je hebt Randy Weston.
Weston gelooft in de helende kracht van muziek. Wel, hij heeft gelijk, want lang geleden dat ik zo’n begeesterend optreden zag. Een werkelijk ongelooflijk ritmische band, met Weston toonaangevend en continue hamerend op zijn toetsen.
En wat Alex Blake uit zijn contrabas tovert, deed iedereen verstomd staan. Hij slaat en zalft zowel op zijn snaren als op het hout, speelt gitaarakkoorden, hamert, slapt,… Weston geeft zowel hij als zijn percussionist ruimte om af en toe hun ding te doen.
Ik stond erbij en keek ernaar…
De set van Weston is een hedendaagse versie van een Afrikaans kookboek. Al van bij de intro gaat percussionist voor zo’n 10 minuten op solotoer. Weston kijkt vanop de zijlijn goedkeurend toe.
”Little Niles” – een nummer dat Weston opdroeg aan zijn toen 1 jaar oude zoon – is een eigen compositie, en ook hier is muziek maken vooral ‘zich amuseren’, en dat doen ze, elk op hun eigen instrumentarium, maar steeds in de gepaste groepsdynamiek..
Even later gaat Weston de bluestoer op, een zeer intimistische compositie die aanvankelijk alleen door piano begeleid wordt. Al gauw treden Bas en percussie de compositie bij.
”African Sunrise” is een song die Weston schreef voor Dizzy Gilespie, en afsluiter Blue Mozes zet de tent in vuur en vlam.
Een geweldig trio, een bescheiden les in nederigheid…

Headliner van de avond was pianist Alfred Mccoy Tyner, die voor de gelegenheid met niemand minder dan Bill Frisell (gitaar) en Gary Bartz (Sax) op tournee is.
Dat deze meneer  het zich kan permitteren om deze twee heerschappen mee op toer te nemen, getuigt van het feit dat hij zelf een groot meester is; Bill Frisell en Gary Bartz zijn niet van de minsten, dan wel ware virtuozen.
Nccoy Tyner is reeds 70 en heeft er een verschrikkelijk interessante carrière op zitten. Vooral zijn jarenlange samenwerking met John Coltrane blijft plakken. De man studeerde tevens Afrikaanse dans en ballet, en zo te horen heeft hij al deze ingrediënten in zijn pianospel geïntegreerd.
Zijn sound staat bekend om zijn grote akkoorden en een percussieachtig pianospel. Al van bij het tweede nummer worden beide guests aan het trio toegevoegd. “Wal spirit, talk spirit” kondigt zich aan, en al gauw laat Gary Bartz van zich horen. “Blues on the corner” is een andere compositie waarin uitmuntende muzikanten elk hun eigen ding doen. Bill Frisell is één van mijn grote favorieten, en ook nu weer weet ik waarom: de man ontwikkelt een dusdanig herkenbare en fragiele sound op zijn Telecaster, dat ik het er koud van krijg: chicken skin. Gitaarkenners weten waarover ik spreek.
Op naar een volgende festivaldag…

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Les Ardentes 2009: vrijdag 10 juli 2009

Geschreven door

In hartje Luik vond afgelopen weekend de 4 de editie van Les Ardentes plaats. Aan de boorden van de Maas werden terug een 80 tal bands geprogrammeerd over 4 dagen, de brede waaier van genres in combinatie met de gezellige sfeervolle locatie deden dit Waalse festival de laatste jaren flink groeien, deze editie bezochten naar schatting 60000 mensen de diverse podia aan het Parc Astrid de Coronmeuse.
Het festival had de afgelopen weken wel nog 2 late annulaties te verwerken gekregen en dat waren niet van de minsten; Lauryn Hill en Lil Wayne, zij werden vervangen door Emiliana Torrini en Method Man & Redman.

Wij gingen vrijdag een kijkje nemen en kwamen terug met volgende impressie:
We besloten om eerst de 2 indoorstages te gaan bekijken

In het 'Aquarium' – de kleinste zaal-  was er een opeenvolging van dj's waar oa Paul Kalkbrenner, Agoria en Adam Beyer het mooie weer maakten.
Op de 'HF6' was inmiddels Glimmers present Disco Drunkards aan hun set begonnen.
Het colletief rond het Gentse dj duo Mo & Benoeli verzamelde een bont allegaartje muzikanten rond zich met Stephane Misseghers ( Deus), Ben Brunin ( Millionaire, ex Vive la Fête), Francois Demeyer (Foxylane, Soapstarter) en natuurlijk Tim Vanhamel; onlangs verscheen ook hun debuutcd.
Live werden samples in combi met de live band wel gesmaakt, een mix van electro, rock en funk kon zeker bekoren en de “Physical” cover nodigde uit ten dans, helaas was er maar weinig publiek te bekennen mede door de concurrentie op hetzelfde tijdstip met !!! die op het hoofdpodium 'Open air park' ten tonele waren verschenen.

CHK CHK CHK stond hier 2 jaar geleden ook al op de planken toen als één van de openers en dat was de energieke frontman Nic Offer nog niet vergeten.
In de schitterende setting van het park bracht het combo uit Brooklyn funky uptempo discopop en putte uit hun albums ‘Louden Up Now’ en ‘Myth Takes’. “All my heroes are weirdos”, “Yadnus” en “Hearts of hearts” brachten schwung in het publiek en de sympathieke band bedankte met een solide, kwaliteitsvolle performance.

Na het checken van de randanimatie en de eetstandjes was het uitkijken naar de vervangers van Lil Wayne nl Method Man & Redman. Deze leden van Wu Tang Clan en Def Squad waren vorige week nog gesignaleerd in de Vooruit te Gent en brachten hier in Luik ook heel wat aanhangers op de been. Om 21u moest hun set aanvangen maar rond 21.45u was er nog steeds geen spoor van hen zodat we ons naar de HF6 zaal begaven die inmiddels volledig volgelopen was voor de Gentse electrotrashpunksensatie The Subs. Vanaf de eerste beats ontspon zich een feestje dat pas een uur later met electrostamper “My punk” een abrupt einde zou kennen. Traditionele opener “Music is the new religion” bracht de temperaturen direct op kookpunt en de opzwepende woorden van Papillon deden het jonge volkje snakken naar meer. Het herwerkte “Kiss my trance”, Prodigy cover “Breathe” en “Fuck that shit” werden luidkeels meegezongen en als kers op de taart werd een nieuwe track als try out gelanceerd, het trancy werkstuk kon zeer bekoren en doet reeds uitkijken naar een opvolger van ‘Subculture’. Zeer catchy en heavy set die ook hier in Luik op enorm veel bijval kon rekenen.

Door het oponthoud op het hoofdpodium mocht headliner Gossip pas een uur later dan voorzien de bühne betreden. Dit kwartet rond Beth Ditto bracht zopas een opvolger uit voor hun bejubelde “Standing in the way of control”. De volslanke frontvrouw staat als een huis en bracht met haar charismatische verschijning en meeslepende zwoele soulstem het publiek direct in beroering. In tegenstelling tot kolos Ditto staat de frêle drumster Hannah Billie die met haar swingende discodrums en strakke ritmesectie een ook niet onaardig deel van de band vertolkt. Ook de rest van de band moest alert en strak blijven spelen want keer op keer dook Ditto tussen het publiek op en stond ze meer voor dan op het podium. Naast enkele nieuwe nummers uit ‘Music for men’ lag de nadruk toch op hun vorig album, het publiek lustte er wel pap van en “Heavy cross” was het orgelpunt van een stomende dansbare set.

De zeer diverse programmatie met de gezellige sfeer in het unieke idyllisch kader maakt van Les Ardentes een festival dat zekere zijn plaats gevonden heeft in het rijtje van de grotere festivals.
Ook organisatorisch zal alles goed in elkaar wat hen toch wel onderscheid van andere Waalse festivals...

Neem gerust een kijkje naar de livereviews op Musiczine.net, site fr, waar het festival de volle vier dagen werd opgevolgd. Ook de livepics onder live foto’s zijn de moeite waard …

Organisatie: Les Ardentes, Luik

Gent Jazz Festival 2009: Fred Hersch Trio +2: Het oor wil ook wat

Geschreven door

Fred Hersch is een van de briljante pianisten van zijn generatie en een ware poëet op de piano. Hij voegde op Gentjazz aan zijn vertrouwde trio twee schitterende blazers toe, waardoor de muziek aan rijkdom wint: Tony Malaby op de saxofoon, Ralph Alessi op de trompet. Zijn tussenstop in Gent kan gerust als uniek bestempeld worden;  Met uitzondering van Amsterdam, Rotterdam en Parijs, was Gentjazz het 4de concert die Hersch geeft op Europese bodem, althans in deze bezetting.

De meester startte zijn concert met een eigen compositie, iets wat later heel vaak zou terugkomen. Zijn pieces van eigen hand getuigen stuk voor stuk van zijn grote muzikale kennis en virtuositeit, iets wat – niet de minste – muzikanten in NY vroeger in hem reeds hadden opgemerkt: Charlie Haden, Joe Henderson, Art Pepper, Stan Getz, Chet Baker,… : allen wisten ze zijn pianospel te waarderen. Zelfs onze eigen Toots Tielemans engageerde hem in het verleden. De compositie was een bewerking van een nummer van trompettist kenny Wheeler, genaamd “A lark”; een geweldige intro, die de toon zette voor een grandioos concert.
”Gentle scream” blijkt een vast nummer op zijn setlist, een titel vertaald uit het Swahili (ik onthou je de details) met een African touch uiteraard, waarbij trompettist Alessi voor het eerst op zijn trompet a la sourdine uit de kast haalde.
Niets is zo saai als een band, waarvan de ingrediënten / muzikanten, iets hebben van ‘kijk es wat ik kan!’. Niets van dit alles bij dit trio + 2. Hersch gaf zijn muzikanten heel vaak en veel ruimte om te soleren, maar steeds begrensd en met behoud van compositie en structuur. De uistapjes van Alessi -met welk sprekend gemak haalt hij die hoge octaven!- en malaby mochten er telkens wezen. Het publiek bedankte hen voor zoveel magistraliteit.
De set kwam pas goed op gang met een Braziliaanse compositie, waarvan ik u de naam liever onthoud, wegens niet goed begrepen; doorspekt met een hemels Zuiderse melodie en met blazers in een perfecte harmonie.
Ook in “Skipping” – opnieuw van eigen hand van de meester – laat hij ruimte voor solowerk, ditmaal van bassist John Hébert (staande bas, hoornen brilletje, petje, cool!) en drummer Nasheet Waits (de man is zwart, klein van gestalte en hyperkineet – wat heeft een drummer meer nodig?)
”Miss B” en “Still here” sluiten de set af. Dat laatste was een nummer die hij opdroeg aan Wayne Shorter met, hoe kan het anders, een uitgesproken rol voor saxofonist Malaby.

Fred Hersch werd op handen gedragen door het publiek. De tent was zeker niet tot de nok gevuld (zoals bij BB King last night), maar de verstandhouding was prima en Hersch en band konden dit uitermate appreciëren.
Hersch, 53, en al 20 jaar seropositief. …Hij outte zich reeds vrij vroeg als homoseksueel, en strijd nu al jaren tegen een verschrikkelijke ziekte. Het heeft zijn pianospel in ieder geval geen windeieren gelegd; Hersch is veel meer. Hij staat op het kruispunt van klassiek, jazz en improvisatiemuziek. Hersch houdt van een intimistisch klimaat. Al kan hij ritmisch scherp uit de hoek komen en omringt hij zich graag met stevige ritmesecties zodat hij alert moet blijven. Niet te verwonderen dat een van zijn leerlingen niemand minder is dan Brad Melhdau, die inmiddels wel beroemder is. Deze laatste zien we – als het God belieft – zondag aan het werk.
Ik kende de muziek van Hersch (nog) niet zo goed, maar vanaf heden heeft Hersch er een fan bij. Ik verlies hem dan ook niet zo gauw meer uit het oog/oor.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Gent Jazz Festival 2009: BB King: BB King zal nooit sterven

Geschreven door

BB KING
Kwatongen beweren dat deze kloeke tachtiger nog steeds zijn laatste wereldtournee aan het rekken is omdat hij zijn vijftien kinderen bij evenveel vrouwen moet onderhouden. Niets van dat. Het is wel zo dat hij het doet uit noodzaak: de eeuwige liefde voor muziek.
Zijn schitterende boogie band (niggers rule the World!) zette meteen de toon en blies ons omver met twee swingende blueskrakers. Beginnen met een hoogtepunt en niet meer afzwakken noemen ze dat. En toen Zijne Ongeschiktheid Voor Fitnesszalen met zijn knokige vingers zijn zessnaar Lucille beroerde en zijn typische klank produceerde, wisten we al meteen hoe laat het was: We ain’t seen nothing yet. Zijn sarcasme en humor tussen de nummers door zijn aanstekelijk.
Zo sneerde hij naar Melty Face: ‘Keep on living when you’re 50, because they can burry you at this time.’ En soms viel hij ons wat teveel lastig met zijn verhaaltjes en anekdotes uit het verleden en moesten wij maar luisteren als waren we kleine kinderen die onder zachte dwang en met een geveinsde interesse de oorlogsverhalen van grootvader ondergingen.
Maar de muziek was er en dat blijft het belangrijkste. Het begon als iets zeer groots en is geëindigd in een heus bluesfestijn met de verplichte drum-, bas-, toetsen-, gitaar- en andere solo’s voor het VIP publiek. U2 kwam ook even om de hoek kijken met het al reeds twintig jaar oude “When Love Comes to Town”, waar ook weer een resem van obligatoire solos ten berde kwamen. Een Belgische finale met onze enige echte stomende kaalkop Paul Ambach, door Zijne Imposantheid voor de gelegenheid “My Sun” genaamd, toonde helaas voor onze Boogie Boy dat hij nog heel wat te leren had, want hij kon de uitstekende band amper volgen.
… BB King zal nooit sterven …

Voorafgaand op de Grootmeester waren volgende artiesten
BENDER BANKAX
Deze voormalige winnaars van het Jong Jazz Talent te Gent zijn met hun akoestische en eigenzinnige jazz meer dan waardige openers voor dit mooie festival.. Daar het thema voor dit jaar piano is liet onze frontman en saxofonist Eric Bogaerts de pianist Christian Mendoza, die we trouwens ook kennen van the Magnifient Seven, rustig virtuoos wezen.
Met een zekere virtuositeit , een minimalistische ondertoon en prachtig opgebouwde stukken met schitterende overvloeiingen probeerden deze jonge snaken met succes het opkomende publiek te begeesteren. Luister naar het geheel en focus je niet op de individuele muzikanten en je hoort een warme, academische mood-setter voor Gentjazz.
Jazz is duidelijk van en voor alle generaties.

CHINA MOSES & RAPHAEL LEMONNIER
Twee vrouwen aan het bewind en toch loopt het goed af. Deze Franse Tv-presentatrice en dochter van Dee Dee Bridgewater die we straks zullen zien op Middelheim, probeert met pianist Lemonnier een ode te brengen aan de reeds 46 jaar geleden overleden blueszangeres Dinah Washington. Haar stem doet inderdaad aan de jaren dertig denken. In de wetenschap dat gezongen jazz niet echt mijn ding is kon deze mooie en sympathieke verschijning mij wel bekoren. De trompettist had eerder het uitzicht van een historicus maar speelde onder andere tijdens Cry me a River de kloten van zijn lijf. Tenslotte kondigde China cokesgewijs vol enthousiasme de komst van BB King aan.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Pagina 135 van 147