logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Cure
Afghan Whigs
Festivalreviews

Karma Hotel 2009: volgeboekt Karma Hotel alweer een voltreffer

De tweede editie van het Karma Hotel in het Casino Kursaal was een alweer een bruisende golf die uit de kuststad Oostende uitdeinde tot ver in het Belgische binnenland en waarop elf uur lang gesurfdancet werd door jong en iets ouder. Op een hapering bij Zombie Nation na was het dans- en rockwater van de zuiverste kwaliteit. En dat zullen de drieduizend muziekliefhebbers beaamd hebben.

De Jeugd van Tegenwoordig mocht de spits afbijten. Misschien een ondankbare beet en op zich niet lekker, maar de hap die Willie Wartaal, Vieze Fur, P. Fabergé en Bas Bron namen werd smakelijk gedeeld door een al half volgelopen main room. Om 19u al de handen op elkaar krijgen, het zijn maar ‘Hollandse hoeren’ die het kunnen.
En ze deden het. Constant. Zelf hadden ze er onwijs veel zin in, vonden het ‘kankergezellig’ en verloren er zelfs de tijd bij uit het oog. Amper veertig minuten kregen ze en met duidelijke tegenzin werden ze van het podium getrokken, niet zonder al meteen over de tijd te gaan met “Hollereer” als een soort bisnummer.
Simpel toch: een keyboard en drie micro’s. Zuinig, maar niet op hun taal, dat Amsterdamse trio. Ze geilden de Belgische jeugd van tegenwoordig (zo vroeg op de avond haast niet ouder dan twintig) met hun rappende woorden op, daagden ze voortdurend uit, overrompelden ze met beats, maar lieten hen ook delen in de sfeer van ‘een drankje links en een pil rechts’. ‘Hollandse hoeren met een hart van goud’, betitelden ze zichzelf. En dat hart opent zich graag naar hun zuiderburen, zo blijkt steeds weer.
,Maak België trots’! galmde het de zaal in en onze eigenste jeugd wilde niet onderdoen voor hun naamgenoten van boven de Moerdijk. Met onder andere een lekker zomerse flamenco beat, wat later “De stofzuiger” en “Wopwopwop” spurtte de tijd onder hun heen- en weerschuifelende voeten voorbij. Ze hadden zelfs geen nood of tijd voor een “Watskebeurt”. Dat was misschien nog toepasselijk geweest, want plots was het dus over en out. Watskebeurt? Ewel, het Karma Hotel was meer dan opgewarmd.

Het is al bijna vijf jaar geleden, dat debuutalbum ‘Stop Talking ’ van Soldout, het Franstalige duo David en Charlotte. Maar ze zijn terug. Sterker, zwarter, breder en zelfs evenwichtiger durven we ‘Cuts’, hun tweede duivelskindje (mede ter wereld gebracht door Jason Boshoff van Basement Jaxx) noemen. De set die ze brachten was bijgevolg een vernieuwende, verrijkte en verrijpte electro-ervaring. Front 242 en The Neon Judgement mogen gerust zijn, het waardevol Belgisch vervolg is verzekerd. Het overwegend jonge volkje dat in Oostende de second stage verkoos boven The Hickey Underworld keek verrast zijn oren uit. En terecht.
Opgejaagde keyboarddeuntjes, versnellende drumritmes, bij momenten hijgerig-smachtend gezongen Frengels –Charlotte met de donkere zonnebril murmelt in een vette combinatie van Engels met Franse cheveux erop – en soms lichte, maar des te meer zwarte synthesisermuziek die de eighties klanken weer opzwepen en oppoetsen. Het klonk verdorie lekker.
Dat zangeres Charlotte niet de perfecte stembeheersing heeft, stoort niet eens. Wel integendeel, het smeert als het ware bewust een vette veeg lipstick boven de lippen. Er net iets over en toch juist niet kitscherig, want het is kwaliteit wat ze brengen.
Ook de act mag/mocht gezien worden. Knappe, doch sobere beelden achter het duo op een verder heel donker belicht podium. Soms met meeschreeuwende letters, zoals bij “Build it up, knock it down”. Of een zwart-witte live-projectie van Charlotte in eigenste actie.
”I don’t wanna have sex with you”, sneed diep naar binnen in. Bezwerend. ‘We are soldout’, wat een statement ! Of “I can’t wait”, ook al uit ‘Stop Talking’, simpel maar rechtuit. Geen dance pur sang, af en toe gewoon wat electrobeats en gitaren (jaja) – vooral daterend uit hun beginperiode - maar een eigen gezicht, een eigen geluid, een eigen belichaming. Ja, we hebben het voor Soldout. Uiterlijk simplistisch, maar met diepgang en performance. Te volgen. Zeker nu ze nog rijper geworden zijn.

Terwijl Sold Out op de second stage zwarte synthesiserklanken de zaal in joeg, mocht The Hickey Underworld hun eerste gitaarsnaar aanslaan op de main stage. De term ‘aanslag’ is beslist een voltrefferbenaming die voor geen enkele groep op Karma Hotel meer van toepassing was dan voor THU. Ok, dit was onze eerste live kennismaking met de ‘street gang’ van Younes Faltakh en misschien moeten we het nog eens proberen, maar door hun melodische single “Future Words” hadden we andere (betere?) verwachtingen.
Cd-gewijs – pas een maand uit trouwens hun titelloze debuut- zit het behoorlijk tot goed, al was het een tijd wachten (lees herbeluisteren) vooraleer de oester stilletjes opende en wat diepgang en oorbaarheid prijsgaf. De winnaars van de Rock  Rally anno 2006 sloegen hun set loeihard de zaal in en  de eerste rijen konden niet zien hoe achter hen de anderen zich (af en toe) wegdraaiden.
De stormgolven bleven tegen de Oostendse branding inklotsen, schuurden de niet zo vuurvaste zandkorrels snel achteruit en lieten een dampende betonvlakte achter. THU, de nieuwste hype in België? Tja, even wennen zeker. Ook voor het jonge Karmapubliek dat vooral gekomen was om te dansen. Al bewees het postpunk rock’n’roll van The Subways een uur later dat er wél laaiend enthousiasme van af kon voor gitaarriffs.
Rauw, schurend, veel geluid en weinig melodisch tussen de herrie, vonden wij, maar smaken verschillen. Wel een pluim: hun riffs, hun gitaarexpansies en de hese stem van Faltakh geven THU een eigen geluid. Smerige, vunzige en vuile energie, maar ook dàt kan mooi zijn. Herkenbaar in elk geval. En wie weet, was het niet van “Future Words” geweest, we hadden er anders tegenaan gekeken. We proberen het later nog wel eens, maar toch even laten bezinken.

De tweede band op de second stage was Madensuyu, één van de meest onderschatte bands als het op live performance aan komt, had een kenner mij verteld. Kritisch als we zijn stonden we dan ook effectief op de eerste rij toen Stijn De Gezelle (gitaar, keyboard en zang) en Pieterjan Vervondel (drums en zang) nog aan het soundchecken waren. En toen al viel op dat in hun kelen twee sterke en uiteenlopende stemmen huisden. Het zittende Gentse duo had een schijnrustige flair over zich, die hun eerste afrikadrumbeats helemaal wegsloegen.
Qua originaliteit zal Madensuyu (Turks voor bruisend, natuurlijk bronwater) veruit het hoogst gescoord hebben op het Oostendse indoorfestival. Hun muziek omschrijven heeft weinig zin, het is een eigenheid die vooral gebaseerd is op bijwijlen bezwerend ritme en dynamische tot overrompelende klanken en die laatste kunnen van allerlei aard zijn. Van gitaar en drums tot computertrucs en hun eigenste stemmen, al kwamen die nog te weinig tot hun recht.
Het tweetal, dat derde eindigde op Humo’s Rock Rally, bewijst live - net als The Kills en The White Stripes bijvoorbeeld - inderdaad dat twee muzikanten het volle geluid van een hele band kunnen maken en dragen. Nadeel op Karma Hotel was dat dat geluid afnam in sterkte en intensiteit naarmate je meer achterin de zaal trok. Om volop in de emotie van Madensuyu meegezogen te worden, moest je wel voorin staan.
Madensuyu is speciaal. Geen zware teksten, geen vaste muzikale lijn, geen diepgaande betekenis, wel klank en geluid met tempoversnellingen en vooral passie. Soms dansbaar, soms loeihard, maar altijd verrassend. ‘D is Done’ is hun nieuwe plaat, waarin je het magische onoplosbare raadsel van ‘wat is dit nu?’ ook niet kan verklaren. Niet proberen dus, gewoon luisteren.

Na het geweld van THU mocht op Karma Hotel het Engelse indie-rocktrio van The Subways de main stage op met een set die in broeierigheid het Antwerpse lawaai nog oversteeg. De ambiance zat er van noot één al meteen in en het jonge volkje voor hen had blijkbaar uitgekeken naar dat uurtje springen en schreeuwen op de postpunk zonder franjes.
Wie zich niet liet meesleuren en het een beetje van op afstand bekeek, doorzag echter al snel het show-concept van zanger en gitarist Billy Lunn in blote bovenbast . De simpele ‘Yeahs’ en ‘Ooohs’, het herhaaldelijke ‘Ostend go crazy’ en het gatlikkende ‘Belgium/Ostend you f***ing rock’ tussen zowat elke song door werkten op den duur zelfs irriterend. Het geloof in de waarde van zijn bindteksten (?) was meteen snel weggespoeld.
Maar het moet gezegd, de podiumbeesten (want ook bassiste Charlotte Cooper liet zich niet onbetuigd en steekt met haar schril stemmetje lekker af van Lunn) schieten rock‘n’roll met punkkogels de zaal in. Nummer als “Kalifornia”, “Young for Eternity”, “Mary” en “Holiday” rolden als een tsunami uit de zee het Oostendse Kursaal binnen. De energie van de groep muteerde de voorste rijen in hoog deinende golven die over alles en iedereen heen sloegen.  Veel onderscheid is er trouwens niet tussen de nummers onderling. Daarvoor ontbreekt het de groep aan variatie van muziek en muzikanten. Maar het publiek maalde er niet om, had een driekwartier vette fun en ging helemaal uit de bol. Als het aan hen gelegen had, mochten ze na hun afsluiter “Rock ’n’ roll Queen” nog eens herbeginnen. En het zouden pas de enkelingen geweest zijn die dan gehoord hadden dat ze opnieuw “Girls & Boys” en al de rest gespeeld hadden. En o ja, het watertje dat Lunn, Cooper en drummer Morgan parmantig dronken, miste ergens ook wat punkgehalte… Knipoog.

Guru’s Jazzmatazz, on the second stage, is na drie jaar opnieuw ‘on the road’. Inderdaad, het was van 2006 op FihP in Oudenaarde dat we de man en z’n crew nog aan het werk zagen. Guru maakte samen met DJ Premier deel uit van Gangstarr en gaf een verfrissende kijk op de hiphop, door een jazzy/soul/pop look. Op plaat klinkt de Jazzmatazz bende sfeervol, loungy en zwoel. Guru is aan de vierde reeks toe en was inspiratievol voor bands als The Fugees, Brand New Heavies, Us 3, Buckshot le Fonque en Blackalicious.
Onze Hip Hop Jazz Messengers klonken live heel aanstekelijk, broeierig en freaky. Een krachtige set dus, wat sterk werd geapprecieerd. Hij was vol lof over artiesten als Donald Byrd en John Coltrane en in de samples en scratches eerden ze Grandmaster Flash en Marrs. Samen met een tweede MC, DJ/scratcher, toetsenist en blazer maakten ze een compilatie van hun Jazzmatazz platen. De ‘Making noise’, ‘Keep on moving’ en ‘NY shit’ - bindteksten namen we er zonder problemen bij.

Ook een vol uur ‘speeltijd’ kregen Vive La Fête. En geen seconde daarvan verveelden Pinoo en co. Geen wonder, nomen est omen, de naam zegt het zelf: leve het feest en dat was het (alweer).
Sexy blonde vamp Els Pynoo, op de obligate high heels en een zwart pakje waar iedereen naar op moést kijken, zette met haar krolse gegil meteen de zaal in de fik na de klassieke intro van de Vier Jaargetijden. Dat de aankondiger even in de microproblemen zat ervoor was meteen vergeten.
Uit de synthesizer kitschpop rolden de voorbije tien jaar al voldoende hits om ook de minder ingewijden bijwijlen te laten meejoelen. Mommens en Pynoo haalden een strakke set boven, haast nog strakker dan het pakje van de front lady herself. Black & white en andere  contradicties met af en toe een uitschuiver naar The Cure (niet enkel muzikaal maar ook visueel on stage) of een Jesus Christ Superstar gitaargrapje.
De meezingers volgden elkaar vloeiend op en op “Maquillage” en “Ne Touche Pas” legde Pynoo nog een extra streepje diva-make-up op. De kreetjes van La Pynoo zijn trouwens zowat het waarmerk geworden van onze electrotrots, al zat ze bij de meer gezongen nummers af en toe wel even scheef.
Het einde kwam los van keyboards en het poppy imago en eindigde met vlammend gitaargeweld op ‘JC Superstar’ en het grappige melodietje van “Popcorn”. Het blijft een bont allegaartje dat intussen al wel al jaren bewijst dat een feest ook serieus kan zijn. En serieus fout is ook serieus, alle knipoogjes incluis.

Middernacht op Karma Hotel: tijd voor beats’n’pieces …
Een samensmelting tussen Starski & Tonic en Jeroen de Pessemier van Foxylane werd in 2006 The Subs. Sindsdien zijn er weinig Belgische zalen en festivals die ze nog niet aan hun lijstje hebben kunnen toevoegen. Om dan nog maar te zwijgen van hun uithuis avonturen. Enkele laptops, een paar synthesizers en een verschroeiende stem, dat zijn de wapens waarmee dit drietal ten oorlog trekt.
Het concept is gekend en dat merk je. De verrassing geraakt zoek en de ééntonigheid neemt gauw toe. De tijd dat "Kiss my Trance" een bom veroorzaakte op diverse radiostations en in menige zalen is nu ondertussen ook stilaan voorbij.De overdonderende manier waarop de videoclip voor "My Funk" is opgenomen is moeilijk te herkennen op het podium. Een bij wijlen irriterend gekrijs troeft het elektronisch talent van deze jonge muzikanten af. The Prodigy hoorden we zeggen. Goed vergelijkbaar alvast van in die prachtige beginjaren maar daarna met de tijd altijd moeten terugvallen op die vroegere successen. The Subs is nog
nauwelijks met vroeger te herkennen. Jammer, maar misschien een bewuste keuze …

Vorig jaar hadden we Tocadisco en Dada Lifa en nu hebben we Paul Kalkbrenner. Hij mag nu al als één van de DJ’s van 2009 genoemd worden. Eerlijk, wie had voordien al van gehoord van deze uit Berlijn afkomstige Duitser? Althans is deze getalenteerde DJ al jaren actief en verwierf naambekendheid van zijn releases. Maar dan heb je die ene single "Sky and sand" die de doorbraak forceerde naar het grote publiek.
De single leidde de set in en z’n dance kreeg een forse scheut electro en zalvende, trancy beats mee. Pompende technobeats bleven eerder uit. Op vrijdag 17 april staat hij geprogrammeerd in de Petrolclub waar we beslist op een andere manier zullen kijken wat onze DJ te bieden heeft.

Zombie Nation is al jaren een grote Duitse elektrofreak en is van dezelfde generatie als Kalkbrenner. Zombie Nation wordt achtervolgd door het feit dat hij een monsterhit scoorde maar het zelf nooit geweten heeft. De remix die wij kennen van "Kernkraft 400" is een wereldwijd succes maar origineel dus wel van Zombie Nation. Iedereen kent wel dit nummer, en zeker voetbalfans leggen de link met de ploeg uit Gent. En ook op ieder dance-event hoor je de bonkende beats wel eens van deze Duitser.
Maar, Zombie Nation is uiteraard meer dan zomaar één single. Door de jaren heen bouwde Florian Senfter een stevige live reputatie op waarbij hij geen schrik heeft om te experimenteren. Hij trakteerde op een stevige elektroparty en had zin voor avontuur met rock’n’roll en beats. De hapering in het begin verzwolg meteen na het aanhoren van deze freakende DJ …

Alex Gopher en Yamo mochten definitief de nacht besluiten van Karma voor de dansende menigte …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW de Zwerver, Leffinge + Jong Oostende

Domino 2009: Venetian Snares en Squarepusher bouwen stomend en opwindend elektronica- feestje

Geschreven door

Een uitverkochte AB was gisteren getuige van indrukwekkende en intense liveshows van twee elektronica grootheden: Venetian Snares en Squarepusher.

Venetian Snares, het pseudoniem van de Canadees, Aaron Funk bewees waarom hij terecht de koning van de breakcore genoemd mag worden. De man die al sinds '94 actief is en talloze albums op zijn naam heeft (we zijn inmiddels de tel kwijtgeraakt), bracht een explosieve, brutale en knalharde set. De beats haalden krankzinnige snelheden en de decibels naderden de pijngrens. Het was bewonderend hoe hij de ultracomplexe en onnavolgbare (break/gabber)beats mengde met invloeden uit klassieke muziek, dub/reggae, rap, ambient en noise. Naar het einde, schakelde hij nog een versnelling hoger en kregen we pure speedcore voor de tanden. Dit was beslist niet voor gevoelige oortjes en sommige mensen keken dan ook verdwaasd op. Toch was dit best een memorabele performance en kijken we al uit naar de zijn volgende passage op Belgische bodem, nl. op het Dourfestival in juli. Don't miss it!!

Tom Jenkinson aka Squarepusher, die eind november nog te zien was in de Gentse Vooruit, ging nog een stapje verder. Centraal tijdens zijn bijna anderhalf uur durende optreden stond zijn fenomenale basvirtuositeit, waarmee hij toonde een uitzonderlijk muzikant te zijn die meer kan dan enkel aan knopjes te draaien. Bovendien werd hij voor een groot deel van het concert bijgestaan door een echte drummer die het tempo nog wat de hoogte in jaagde en zo zorgde voor een extra dosis adrenaline. Deze live-ervaring had veel weg van een rockshow en dit werd dan ook zichtbaar gewaardeerd door het uitzinnige publiek. Toch was het vooral de verdienste van Squarepusher dat het concert niet verzandde in een geluidsbrij of chaos. Hij mixte feilloos zijn fantastische basspel met elektronica, jazz, fusion, ambient en drum 'n' bass. Hij toonde dat experimentele dance-muziek zeker geen zielloze, kunstmatige en saaie aangelegenheid was en dat ze beslist bestaansrecht heeft in het huidige muzieklandschap. Much respect!!

Toch even meegeven dat we door het vroege aanvangsuur het optreden misten van Tim Exile, één van de nieuwe beloftes en aanstormende talenten van het befaamde Engelse Warp-label. Spijtig. Misschien krijgen we een herkansing tijdens één van de vele zomerfestivals.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

Domino 2009: wegdromen in het tijdloos labyrint van muziekmagiërs Jon Hopkins, Fennesz en Jóhann Jóhannsson

Geschreven door

De openingsavond van Domino editie 13 was er meteen eentje om in te kaderen! Met Jon Hopkins, Fennesz en Jóhann Jóhannsson schotelde de AB drie artiesten voor die volharden in eigenzinnig muzikale diepgang. Drie artiesten die, met hun composities op de grens van elektronica en klassiek, maar weinig gelukkige aanwezigen onberoerd liet.

Jon Hopkins was voor ons een nieuwe naam. Enig opzoekingswerk resulteerde in de bevinding dat de jonge Brit reeds een indrukwekkend palmares heeft bijeengesprokkeld. Hij was o.a. medeproducer van het jongste Coldplay-album ‘Viva La Vida’ en werkte ook al samen met Brian Eno en Massive Attack. Als getalenteerd pianist en componist maakt Hopkins vooral vernieuwende elektronische muziek. Hij kan beschouwd worden als één van de belangrijkste adepten van de nieuwe generatie binnen het prestigieuze label Warp Records. Jon Hopkins stelde in de AB zijn derde en nieuwste album ‘Insides’ voor dat in mei verschijnt.
We hoorden een fantastische mix van elektronica en klassieke elementen die zich ongegeneerd als een bloedzuiger tussen de oren nestelt. De muziek laat zich bijzonder moeilijk omschrijven: we houden het bij ambient doorspekt met synths en hoogdravende baslijnen die, samen met de lyriek van piano, zorgt voor een dromerige trance. We hoorden na onze snelcursus alvast volgende nummers de revue passeren: het neerslachtige en zilte nat oproepende “The Wider Sun”, de intrieste pianoballad “Small Memory”, “Light Through The Veins” dat zich langzaam ontrafeld op een parcours naar het hart, het door een zekere funk gedreven en gelaagde “Wire” en het voor ons intussen onmisbaar geworden “Vessel”. Het optreden van Jon Hopkins, met fantastisch ondersteunende visuals van Vince Collins, was een heel erg bijzondere ervaring en dito ontdekking!

De talentvolle Oostenrijker Christian Fennesz uit de klassieke muziekhoofdstad Wenen vergaarde onvoorziene roem met zijn mijlpaal ‘Endless Summer’, maar ook zijn platen ‘Venice’ en ‘Black Sea’ kregen de nodige lof. Fennesz is een laptop- en gitaarartiest en kan ondergebracht worden bij de Weense muzikale avant-garde. Hij werkte in het verleden nauw samen met artiesten als Jim O’Rourke, David Sylvian (die de vocalen verzorgt in het nummer “Transit”), Ryuichi Sakamoto, Sparklehorse en Mike Patton van Faith No More. Naar eigen zeggen is hedendaagse klassieke muziek à la Morton Feldman van grote invloed op zijn werk. Het optreden van Fennesz moest het niet hebben van de individuele nummers, maar veeleer van de sfeerscheppende eenheid. De individuele nummers doen dan wel aan melodieuze suggestie maar geven zich niet onmiddellijk prijs. Alleen geoefende oren ontdekken in de sfeerloze kilte langzamerhand de details en de schoonheid uit een muzikaal labyrint van ruis. Onvoorstelbaar welke gelaagde sound van gitaren Fennesz uit zijn schootcomputer haalde! De schijnbaar vanzelfsprekende sereniteit en kilte maakten plaats voor warme ruis en kalme, mooi uitgewerkte subtiliteit. Het optreden van Fennesz was donker en mysterieus, maar de muziek gaf blijk van een schijnbaar vertekende en gecompliceerde structuur. Knap!

De Ijslander Jóhann Jóhannsson is naast een bekend componist en producer ook een begenadigd muzikant. Naast oprichter van het met aftandse orgels dwepende ‘Apparat Organ Quartet’ is hij groepslid van het donkere elektronicagroep ‘Evil Madness’. Solo is Jóhann Jóhannsson ook al aan zijn 5e plaat toe. Zijn jongste plaat en meesterwerk ‘Fordlandia’ balanceert op een koord tussen elektronica en klassiek. Klassieke strijkers, piano, klarinet, elektronica en percussie vertellen zonder taal het verhaal van een mislukte utopie. Met emotionele diepgang schetst Jóhannsson het mooie maar tragische verhaal van Henry Ford. De beklijvende muziek van Jóhannsson glijdt subtiel als natuurzijden wattenstaafjes je oren binnen en streelt zacht de zintuigen door de traag ontluikende composities en de vanzelfsprekend aanvoelende slowmotion.
Wat we hoorden was cinema zonder veelzeggende beelden, sterk filmisch met een bijzonder hypnotiserend effect: tegelijkertijd intens, dromerig en vertederend maar ook een weerslag van volmaakte echtheid. Jóhannsson zocht maar weinig interactie met het publiek en was bijna perfectionistisch in de weer met knoppen, zijn piano of de laptop. Verder zorgden een strijkkwartet en een man achter de elektronica, ingehouden percussie en een rieten kralendoosje voor de muzikale omlijsting. Jóhannsson putte in zijn set vooral uit ‘Fordlandia’, ‘Englabörn’ en ‘IBM 1401, A User’s Manual’ waardoor er genoeg variatie was. We hoorden met zekerheid titeltrack “Fordlandia”, “Jói & Karen”, “The Sun’s Gone Dim and The Sky’s Turned Black”, “Sálfræðingur”, “The Rocket Builder”, “The Melodia (Guidelines for a Space Propulsion Device based on Heim's Quantum Theory)”, “Flugeldar” en de prachtige engelenstem van de ontroostbare computerstem in het naar de keel grijpende en afsluitende “Odi et Amo” (naar een gedicht van de Romeinse lyricus Catullus).
Enig minpuntje die we toch ervoeren was het feit dat er na elk nummer een stilte viel waardoor het ritme naar ons gevoel ietwat werd verstoord. Vooral bij de kortere melodia-stukjes vroegen we ons af waar dit dit heen moest. Op de plaat ‘Fordlandia’ zijn deze korte stukjes essentieel voor het consistente geheel van de plaat, maar live komt het een beetje vreemd over als er niks meer volgt behalve een daverend applaus.
 Soit, hierover vallen zou muggenzifterij zijn want Jóhann Jóhannsson gaf een subliem concert dat een heel erg diepe indruk maakte. Op 31 oktober is hij te gast in het concertgebouw van Brugge in het kader van ‘Music in Mind’ in een organisatie van Muziekcentrum Cactus.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

Sonic City Festival 2009: zondag 5 april 2009

Op de zonnige 2e dag van Sonic City '09 startte de twee koppen tellende Oddateee (NY, USA), dat gedurende een half uur experimentele old school hiphop bracht, én met overtuiging. De met noise doordrongen beats klonken agressief, punchy en donker, terwijl een melodische saus van onder meer viool samples het geheel gemakkelijk te verteren maakte. Oddateee verheerlijkte zijn liefde voor hiphop en bracht dit met grote expressie in
sterk verhalende lyrics, die opgesmukt werden door een sfeervolle
gitaarpartij. Een lekkere start om de menu mee te beginnen!

Het kreunende schip keerde totaal van koers met Destructo Swarmbots, dat direct na het concert van Oddateee op het podium sprong, en klonk als kermend hout dat met een nonstop feedback door Mike Mare onder controle gehouden werd. De man stond in zijn eentje op het podium, ramde soms keihard de snaren af en leek bij momenten een eerder sfeervolle
plectrumtoets te hanteren terwijl de sound constant dezelfde eentonige zachte noise bleef. Maar wat hij vooral deed was een bijna half volle zaal naar buiten jagen.

Het Engelse Guapo bewees dat een ferme scheut psychedelica ook kan boeien om 16 uur. Dit kwartet opgericht in '94 bracht een sfeervolle en geslaagde mengeling van pyschedelica, Oosterse invloeden, art-rock, avantgarde, jazz en progressieve rock. Hun muziek had duidelijk roots in de seventies met referenties naar Pink Floyd, Magma, Ruins, Popul Vuh, King Crimson, Sun Ra en This Heat. Toch klonken deze instrumentale uitgesponnen 'stukken' beslist niet oubollig of achterhaald, ze ademden een mystieke en donkere sfeer uit die voldoende kwaliteiten hadden om de volle vijftig minuten te boeien. De spooky keyboardpartijen van Daniel O' Sullivan en het knappe gitaarwerk van Karvus Torabi (ex-Cardiacs) maakten het plaatje compleet. Wie houdt van eclectische en experimentele rock moet beslist hun platen 'Elixirs' en 'Black oni' in huis halen. Sterke performance van deze heren!

De Nederlander Bong-Ra (Jason Kohnen) is al sinds '96 actief met elektronische muziek. Zijn korte set kon ons niet geheel overtuigen, sommige delen waren nogal inspiratieloos, mak, routineus en monotoon. De mix van breakbeats, metal, noise, dub/reggae en jungle hebben wij al beter en overtuigender gezien (Squarepusher, Venetian Snares, Otto von Schirach...). De reactie van het publiek was dan ook maar mager; hier hadden we meer van verwacht.

Het trio Zu (Italië) brengt een moeilijk te definiëren genre dat best kan omschreven worden door een hele resem genres achter mekaar te zetten. Laat ons zeggen dat Vlaamse Schlagers en Gregoriaanse zang een van de weinigen zijn die er niet bijhoren. Deze ongelofelijk hard werkende band met een tour- en release tempo om U tegen te zeggen, klonk live even gedreven als hun ambitie. Massimo Pupillo bepaalde de algemene sound van de band met
zijn overstuurde en scherp agressief klinkend basgeluid, en klonk met drummer Jacopo Battaglia als een woeste Siamese ritmesectie dat mekaar naadloos aanvoelde. Derde lid van het experiment is Luca T Mai dat op zijn baritonsax speelde zoals weinigen hem dat vermoedelijk reeds voorgedaan hadden. De instrumentale songs die op het eerste zicht een pure chaos leken, waren goed afgemeten en met een gebalde kracht en timing subliem
gespeeld. Zu heeft bij deze zijn ijzersterke live reputatie nog maar eens op Sonic City moeiteloos bevestigd. Voor wie Zu tijdens hun ‘Carboniferous’ tour nog eens live aan het werk wil zien, moet zich op 24 april reppen naar de Nijdrop, waar ze samen met Kong (NL) het podium delen. Allen daarheen!

Het Engelse Action Beat zorgde voor een ferme en welgekomen adrenalinestoot. Het zevental bestaande uit vier gitaristen, één bassist en twee drummers bracht een explosieve en intense cocktail van noise, punk en no-wave, denk hierbij aan Sonic Youth, The Boredoms, Todd, Rhys Chatham en Glenn Branca. Wie op zoek was naar muzikale hoogstandjes, subtiele geluidjes of mooie melodietjes was aan het verkeerde adres, dit was noiserock zoals die hoort te klinken: vuil, vettig, snoeihard, uitbundig en zonder veel franjes! Soms moet dat niet meer zijn.

Met Small Silence (USA/EUR) haalde de Kreun een superband in een uiterst unieke formatie binnen. Small Silence is de afgeslankte versie van Original Silence zonder Thurston Moore (Sonic Youth) en Jim O'Rourke (The Thing), maar mét improvisatie goeroe, en oprichter van de band, Mats Gustafsson, drummer Paal Nilssen-Love (beiden van The Thing), gitarist
Terrie Ex (The Ex) en bassist Massimo Pupillo (Zu). Het was de eerste maal dat deze beperkte formatie live speelde, en dit omwille van het unieke concept van Sonic City. Wat je van dit allegaartje kon verwachten kregen we ook. Een groots agressief over-the-top freejazz/rock
improvisatie-kiekenkoterij waarbij de noise experten geen enkel scheef idee uit de weg gingen, klonk als een sprint met volle blaas. Gustafsson bediende zijn sax én boog zich over zijn analoge noise effecten, terwijl Pupillo zijn typische basstijl neerzette, geruggensteund door drummer Nilssen-Love, terwijl Terrie Ex als de huidige Da Vinci de meest verfrissende experimenten op zijn gitaar uitoefende. Een plank, handdoek, drumsticks of cimbaal als plectrum gebruiken, duck tape op zijn snaren plakken en de rol lekker uitrekken: het leken voor hem precies langverwachte speeltjes die hij recentelijk gekregen had. Het spreekt voor
zich dat het uitbundige publiek deze zeer levendige performance kon smaken. Small Silence is de naam, big noise de gedaante.

Afsluiter van dit avontuurlijke en gevarieerde festival waren de dronedoom-godfathers Earth. Hun unieke mix van drone-echo's, americana en country is nog steeds uit duizenden herkenbaar en ongeëvenaard. Deze cultband uit Seattle rond bandleider/gitarist Dylan Carlson serveerde ons uitsluitend materiaal van het vorig jaar verschenen meesterwerk ‘The bees made honey in the lions skull’. We herkenden prachtige versies van “Engine of ruin”, “Hung from the moon”, “Omens and portents” en het titelnummer. Steve Moore zorgde voor duistere en minimale Hammond-klanken en bij het exclusieve “Junkyard Priest” (enkel verkrijgbaar op LP) toverde hij wat noten uit zijn trombone. Er werd afgesloten met een nieuw nummer dat naadloos aansloot bij hun oeuvre en het machtige “Rise to glory”. De repetitieve en trage klanken van deze grootmeesters namen een groot deel van de aanwezigen mee op een kosmische trip. Jammer genoeg duurde die reis maar een uurtje. Dit mocht beslist wat langer duren.Een terechte headliner!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk (ism Hitch vzw)

Sonic City Festival 2009: zaterdag 4 april 2009

Geschreven door

Sonic City is geïnspireerd op het ‘All Tomorrows Parties’ Festival en biedt een eigenzinnige kijk op het gedifferentieerde en rijke muzieklandschap. De tweedaagse happening biedt een gevarieerd avontuurlijk programma, een combinatie van enkele gevestigde waarden en aanstormend talent in de undergroundscène. Voor de organisatie van De Kreun is Sonic City een artistiek hoogtepunt.
Het festival vond voor het eerst plaats in het najaar van 2007. De opzet is dat een band het festival cureert. Bij de vorige editie waren dit Millionaire freaks Tim Vanhamel en Aldo Struyf. Met enig vrijblijvend uitstel kon Dälek, één van de meest gerespecteerde experimentele hiphoppers, de uitdaging aangaan. Een divers programma, wat succesvol werd onthaald door het publiek.
Btw de indie-rockers van Deerhoof nemen volgend jaar het curatorschap op zich …

Op zaterdag 4 april traden volgende bands op: Dälek, AmenRa, Candie Hank, Charles Hayward, 2nd Gen, Subtitle, Uniform en Zucchin Drive.
Op zondag 5 april konden we terecht voor Odatteee, Destructo Swarmbots, Guapo, Bong Ra, Zu, Action Beat, Small Silence en Earth

Dag 1 Sonic City: zaterdag 4 april 2009
De eerste drie bands lieten we over ons heen gaan, en sloten aan bij de cyber/industrial van het Britse trio 2nd Gen. Een aanstekelijk experimental stoorzendergeluid, waarachter intrinsieke schoonheid schuilde, door de waaier van elektronica, laptops, resonantie en ontstemde gitaarloops, wat deed denken aan Fxx Buttons. Maw een geheel van dronesoundscapes, noise, psychedelica, vette basses, neurotische sounds en industriële beats. Af en toe weerklonken grauwe screamo’s in de beste traditie van ‘80’s Swans Michael Gira.
Het publiek liet zich meeslepen in dit grotendeels instrumentaal bezwerend avant-gardistisch muzieklandschap, wat zorgde voor een uiterst overtuigend concert.

Charles Hayward is al van de jaren ’80 actief. Al ruim vijftien jaar is de man op gerespecteerde leeftijd solo actief. Een éénmansband op drums, die stoeit met elektronica en allerhande tierlantijntjes om zijn intense energieke drums een breder concept te bieden. De man heeft een indringende blik, wat zeggingskracht bood aan z’n dreunende spacey synths. Z’n declamerende brabbelende en onvaste zangstijl deed denken aan Gavin Friday, maar dan in de tijd van de Virgin Prunes. Hayward heeft al in het zaaltje in de jaren ‘80 langs geweest, toen het nog de Limelight heette. De magie van toen haalde hij aan in lang uitgesponnen songs van snedige drums, cimbaalgeroffel en mokerslagen, aangevuld met soms dreigende soundscapes.
Een overwegend donker, soms apocalyptisch geluid dat de kaart van de toegankelijkheid niet uit de weg ging. Hayward kreeg een sterke respons, en zoals het een waardige Brit beaamt, dankte hij z’n publek op een weledele, nobele wijze.

Eén van de alter ego’s van de Duister Patric Catani is Candie Hank. Deze jonge Beck lookalike was omgeven door een sliert elektronica. Op een videowall zagen we beelden van allerhande volumeknoppen, schuivers en fragmenten van zwart-wit weirde soms wansmakelijke science-fiction b- films uit de jaren stilletjes. Hij overweldigde met een wall van gabberhouse, hardcoretechno, ‘80’s Neue Deutsche Welle, trance en schlager, ergens tussen de terreur van Atari Teenage Tiot, T-Raumschmiere en Otto Von Schirach. De eerste rijen gingen maar al te graag uit hun dak op deze bonkende beats.

AmenRa, vaandeldragers van de postmetal/doom/sludge, is al toe aan hun vierde ‘Mass’ cd en beschikken over een trouwe fanbase. De groep was zowaar letterlijk sterven op dood, maar heeft zich waardig kunnen herpakken om er in te vliegen met een immens verpletterende sound, broeierig, donker, dreigend en … apocalyptisch; hard en zacht stonden in een continu spanningsveld. Een pikzwart duistere sound van diverse tempowisselingen, wat de ideale soundtrack leek voor de komende Kapellekensroute in de Mariamaand … een soort Vespers at Midnight onder volle maan op het uur van de weerwolf. Het roept beelden op van arachnofobia’s, tornado’s en tsunami’s. De strakke en krachtige gitaarstukken (dito soli), een log ronkende bas en het intense drumspel zijn afgestemd op de screams en cleane zang van Colin Vaneeckhout, die steeds met de rug naar het publiek stond en oogcontact hield met de drummer. Uit het recente album haalden ze o.a. “Silver needle, golden nail” en “Aorte, …”. Een klein uur lang hielden ze het publiek in hun greep in een donker decor van twee à drie witte spotlights en traag lopende projecties.

Tot slot mocht curator van dienst Dälek met z’n drieën optreden als headliner. Een bijzondere muzikale wereld van donkere hiphopsounds, trage, lome triphopbeats en noiserock onder de declamerende zegrap van Dälek himself. De drie heren Will Brooks (MC Dälek), Alap Momin (aka The Oktopus) en Hsi-Chang Linaka (aka Still) stelden in een verschroeiend tempo het nieuwe werk voor van ‘Gutter Tactics’: “Who medgar ever was …”, “No question”, “Armed with Krylon” en “We lost sight” bepaalden meteen die unieke sfeer in de songs en dompelden ons onder in dat broeierig spanningsveld, aangevuld met enkele classics van hun debuut ‘From filtry tongue of Gods & Griots’ (“Spiritual healing” en “Street diction”) en “Ever somber” uit ‘Abscence’. De titelsong van de recentste plaat besloot een eerste keer deze krachtige, intrigerende en boeiende set. Op “Atypical Stereotype” en “Classical homicide” in de bis werd het trio aangevuld met andere group members, die de songs nog wat meer dynamiek en intensiteit gaven. Ze besloten in een oorverdovende oase van noise en wahwah deze eerste Sonic City avond. Much respect for Dälek, die de hiphop een vernieuwend gezicht gaf …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk (ism Hitch vzw)

Novarock Kortrijk 2009 kan rekenen op ruim 2000 bezoekers

Novarock gaf definitief het startschot van de indoorfestivals. Het gebeuren te Kortrijk vond dit jaar voor de achtste keer plaats en bood ook nu weer een bonte mengelmoes van gevestigde waarden en opkomende bands. Ruim 2000 belangstellenden vonden de weg naar de Xpo te Kortrijk. Er werd zoals in het verleden ook teruggegrepen naar 2 podia, de Nova hall en de Rambla hall. In de Nova hall stonden de hoofdgroepen verzameld en in de Rambla hall stonden o.a. 4 groepen die meededen aan een soort rockrally waarvan Salvador als winnaar uit de bus kwam en volgend jaar het festival mag openen.

* Nova Hall
De belangstelling en de drive was er al meteen met de
18 jarige Leuvense Selah Sue (Sanne Putseys). Zij is één van de beloftevolle artiesten, die bekend werd via de Grote Peter VDV-show en het nummer “Valerie” (oorspronkelijk van The Zutons en ook op de plaat van Mark Ronson terug te vinden). Ze heeft een doorleefde, indringende, emotievolle stem, waarbij ze zich met gemak meet met Erykah Badu, Joss Stone en Amy Winehouse. Een EP verscheen onlangs en de akoestische songs worden gedragen door haar gouden soulstem.
We zagen haar vorig jaar nog totaal onbekend de derde dag van FihP openen en daar bleek al dat ze geen podiumvrees had en overtuigend haar innemende gitaarnummers bracht. Naast een handvol cluboptredens solo gaf Novarock een primeur: Selah Sue & Band. Inderdaad,voor de eerste keer werd ze begeleid door drie andere leden aan haar zijde, die de songs alvast kleurrijker en in een breder concept plaatsten. Ze vatte nochtans haar set solo aan met een pakkende “Mommy”. Vanaf de huidige single “Black part love” kregen de nummers meer groove en klonken ze zelfs snedig en gedreven, “Raggamuffin”, “Famous” en de afsluitende “Reggae medley”. “Summer” werd uiterst sfeervol gehouden en met “Valerie” en “Fyah fyah” onderstreepte ze de hitpotentie! De toetsenist nam een prominente rol in. Puike set zo vroeg in de namiddag.

De 4-koppige band Lemon uit het Brugse is bij de meeste mensen wel gekend van hun debuut album ‘Magnetic’ ( waar de meeste nummers op de soundtrack van de serie 'Kinderen van De windt' terecht kwamen). De groep bracht typische poprock en stelde nummers uit de nieuwe plaat 'Endless Days' centraal. Ze openden zeer sterk met “Man In Control” en “Blind” . Na een aantal iets hevigere nummers was er ook plaats voor een zachtere noot, dit was met “Stay with me” geen enkel probleem, dit zorgde er voor dat er hier en daar spontaan enkele armen de lucht in gingen. Kortom Lemon was de ideale opwarmer voor het jong talent van Freaky age.

Wie Freaky Age niet kent moet afgelopen jaar wel op een andere planeet doorgebracht hebben, want de 4 jonge gasten uit Ternat barsten van het talent en sinds hun debuutsingle ‘Time is over” laten ze steeds meer van zich horen.
Ook het nummer “Where Do We Go Now” was een schot in de roos, en zorgde dat ze wekenlang in de bovenste regionen van menige hitlijsten vertoefden. Bij Freaky Age was het van het begin tot het einde blazen dat het een lieve lust was. Met nummers als “Every Morning Breaks Out” en “They Never Lie” lieten ze niemand onberoerd, na de bisronde was duidelijk dat weer enkele zieltjes gewonnen waren en dat het laatste woord over hen nog niet gezegd is.

Zita Swoon. Deze uit Antwerpen afkomstige formatie, die een fijnzinnige mix van pop,soul en funk speelde, zorgde voor iets meer rust al was dit zeer relatief te noemen.
Stef Kamil Carlens (ex-dEUS) en de zijnen slaagden er in om de menigte te laten bewegen, al was dit niet zo moeilijk met hun zeer dansbare ritmische muziek. Na het chill gevoel van Zita Swoon was het weer tijd voor pure rock.

Die kwam uit de gitaren van A Brand, de Antwerpse band die na ‘45rpm' en ‘Hammerhead’ aan hun derde album toe zijn. Die vers geboren spruit heeft de naam ‘Judas’ meegekregen.
Met nummers als “Hammerhead”, “Time”, “Beauty booty killerqueen” en “Riding your ghost” brachten ze onvervalste rock ’n roll op het scherpst van de snee. Dit werd zeer gesmaakt door het publiek dat enthousiast meedeed en op ging in de show. Ook hun nieuwe single “Mad love sweet love” werkte aanstekelijk.

Als we zeggen “Kiss My Trance”, “Music is the new religion” en “My punk” dan zeggen we The Subs! The Subs bestaan uit Jeroen de Pessemier, Wiebe Loccufier en Stefan Bracke. Als formatie zijn ze slechts enkele jaren actief, maar in die paar jaar hebben ze al de puike resultaten geboekt met optredens op spraakmakende festivals als Pukkelpop, Dour, 10 Days Off en Tomorrowland. Dit Gents trio was voor velen het hoogtepunt van de avond. Wat volkomen terecht was want vanaf de eerste tot de laatste minuut werd een energiestoot opgemeten tot ver buiten de Kortrijkse Expo. The Subs deden met hun mengeling van electro, electrohouse en techhouse de boel ontploffen! Beats’n’Pieces, ergens tussen Bonzai, Prodigy en Underworld trance.

* Rambla hall
Naast de 4 groepen voor de rockrally stonden nog 4 beloftevolle groepen geprogrammeerd.
The Vault, een 5 koppige formatie uit Waregem, speelde een halve thuismatch en had z'n vaste supportersschare meegebracht. Nadat ze vorig jaar meededen aan de rockwedstrijd Hippodium en ze deze ook wonnen mochten ze zo Rock Waregem 2008 openen. Dit was meteen een stap in de goede richting voor meer naambekendheid en succes. The Vault bracht een zeer gevarieerde set met een mix van electro-rock/indie-rock.

Later op de avond mocht het Brusselse The Sedan Vault bewijzen waarom ze als grote belofte gecatalogeerd zijn. Hun nieuwe langspeler 'Vanguard' kreeg lovende recensies en ook hun liveset met een mix van rock,punk en electronica mocht gezien worden.

Naast het mooie aanbod aan groepen zorgde Novarock dit jaar ook voor heel wat randanimatie. Zo was er na het succes van vorig jaar opnieuw plaats voor de  'Silent Disco room', en werd het festivalgevoel aangewakkerd met een grasterras en kon men o.a. het spel 'Guitar hero' spelen. Kortom er was voor ieders wat wils! Een gesmaakte formule!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Novarock Kortrijk

Bota@AB 2009 - Part I - Papa Dada, Selah Sue, Vismets, Jeronimo

Geschreven door

Actueel en alert. Zo labelde de derde editie van de tijdelijke samensmelting van de Ancienne Belgique en de Botanique zich. Op vrijdag 27 februari opende de AB zijn Box en zijn Club voor een line up van vier muzikale variëteiten. Papa Dada opende, Selah Sue en Vismets vervolgden, Jeronimo sloot: de Vlaams-Waals-Brussels openingsavond van de dubbelaffiche was alvast een succes.

Voor Papa Dada was de Club nog niet nokvol, maar de opwarmer bracht rechttoe rechtaan pretentieloze rock met tempoversnellingen, af en toe melodisch gedragen door de keyboards. Aangekondigd als de verzamelaars van geluiden allerhande, bleven de winnaars van Finale Concours Circuit 2008 toch binnen de heel muzikale lijnen, al zijn ze misschien nog wat op zoek naar maturiteit. Hun composities houden de baan wel, er is een podiumattitude en de muziek doet je bijwijlen glimlachend mee schuifelen. Dat  de Franstalige leadzanger er bij ‘Heb jij mijn kat’ gezien aan toevoegde dat hij dit nummer straks helemaal in het Nederlands zal zingen als zijn taalbeheersing beter is, maakte de interactie alleen nog leuker. All I Want to do is Dance, Art Gallery, and Silverscreen echoden lekker. Te volgen.

Een stap verder, zij het vrijdag letterlijk een etage lager, staat de haast maagdelijk ogende Leuvense Selah Sue (Sanne Putseys)  die onder andere met “Black Part Love” al behoorlijk wat airplay kreeg op StuBru. De ontdekking van Milow – ze kan het niet nalaten naar haar muzikale vader te verwijzen – genoot van haar eerste ‘eigen show’. We zagen ze nog onwezenlijk bedeesd als voorprogramma van Jamie Lidell, maar op het podium van de AB ontpopte ze zich tot een podiumperformance en zelfs niet echt meer in wording !
Ontroerend, grappig, breekbaar (net als haar stem eigenlijk) en zelfs stevig en funky hield ze de Box een drie kwartier ademloos in de ban van haar eigenste expressieve persoontje.
Sterk vocaal en de synergie van haar volwassen stem met haar meisjesuiterlijk verkoopt het hele plaatje nog beter. Iets wat zus aan de ingang van de AB ondervond aan de ‘promostand’ met haar EP-tje. Hopelijk raakte ze haar writer’s Block (‘al zo’n vier maanden’, dixit Sue) snel overschreven.

Dé verrassing van de avond voor ons was toch Vismets. De Brussels gang of three bestaat sinds oktober 2007 en hoopt tegen oktober 2009 hun eerste album op de markt te hebben. Hun four track title EP klinkt stevig en geolied, maar tipt niet aan hun live-act. ‘Dan Klein’ (Dany Desmet) instrueert als een Romeinse keizer centraal achter zijn keyboards. Een coole group, zo willen ze door het leven zingen en ze plukken graag uit de eighties of dat nu de new wave de disco of de metal-punk is. Het gesmede geheel krijgt dan ook moeilijk een naam, al zou symfonische punkrock niet misstaan. Het gevecht tussen de gloeilampen en de stroboscoop maakte het er alleen maar karakteristieker op.
Even dachten we terug aan de Belgische ontdekkingsavond van de Kaiser Chiefs enkele jaren terug in de Bota: luid, hard, rechtdoor en toch/zelfs dansbaar. Cool dus, vandaar de naamsverwijzing. Niet enkel naar de Brusselse vismarkt (vismet), maar naar de stoere leather jacket boys die indertijd rondhingen in de Brusselse côté. Dat hun sound wat minder was door het late aandienen en korte soundchecken wegens een traffic jam (“Bruxelles c’est la merde pour ça”) kon hun enthousiasme achteraf niet drukken. We hoorden dus al en horen zeker nog van Vismets !

Moeilijker hadden we het met ouderdomsdeken Jeronimo (Jerome Mardaga), nochtans heel populair, zo bleek, bij het overwegend Franstalig overgebleven gedeelte van het publiek. Hun opstart klonk zeurderig, op het randje van het schlager-chanson-achtige. Vervelend zelfs even en voorspelbaar. De songs pikten ook iets te nadrukkelijk riffs en grooves. Uiteindelijk evolueerde het kwartet wel naar een heviger genre, wat ons zijn ‘geheel’ in twijfel deed trekken. Even duwde hij “Putain Putain” van TC Matic nog in een chaotisch einde vooraleer hij biste met een slow over Oostende. Een paar hoogtepunten waren wel “Ma femme me trompe” en “Moi je voudrais”, maar toch leek de routinier van de avond ons te huilerig. Jammer, voor iemand die toch een gedegen verleden in zijn gitaar zitten heeft. Of is het juist dat? Te weinig actueel en alert?

Neem gerust een kijkje naar de live foto’s

Organisatie: Bota@AB, Brussel

Het luik van de techno in Les Transardentes 2009

Geschreven door

De organisatie van Les Ardentes had voor de tweede maal een wintereditie van haar zomerfestival georganiseerd. In de Halles de Commerce in Luik kon je in drie zalen terecht voor wat meer dan een doorsnee van de hedendaagse elektronica moest zijn. Techno, electro en drum ’n bass kregen een aparte zaal. Gezien de locatie en het grote aanbod aan acts had de sfeer veel weg van een festival of zo je wil van andere grote dance-evenementen en dat kan niet altijd met de sfeer in een club wedijveren, maar dat hoor je dan ook niet te verwachten. De organisatie was in ieder geval vlekkeloos, tot en met de waterbedeling toe (hoewel ze tegen het einde van de avond blijkbaar toch zonder bekertjes vielen). Ik heb me dan maar uit arren moede terug naar de VIP-bar begeven.

Op zo’n festival moet je kiezen en ik ben dan ook voluit voor de techno-zaal gegaan, terwijl ik in de andere zalen slechts een paar keer de sfeer kon gaan opsnuiven of wat kortere stukjes heb gezien en beleefd, te kort in ieder geval voor een gefundeerde report. Gezien de programmatie daar was dit te verantwoorden, hoewel je dan onvermijdelijk heel wat lekkers zoals Tocadisco of een monument als Grooverider aan je moet laten voorbijgaan, het eeuwige dilemma van de festivalganger kortom. James Holden was de eerste grote naam bij wie ik langere tijd ben verbleven. Op basis van zijn set blijft hij in ieder geval evolueren. In 2003 werd hij binnengehaald als de nieuwe god in de ‘progressive’, een aantal jaar later evolueerde hij naar minimal, of werd er gewoon een andere naam op geplakt, wat niet altijd even duidelijk is en ondertussen is hij in ieder geval in zijn live-sets geëvolueerd naar iets waar ik niet onmiddellijk een naam op kan plakken. Het blijft bij momenten klinken als ‘progressive’, soms als minimal. Het belangrijkste is uiteindelijk de conclusie dat hij gewoon zeer goed was en dat het net het kenmerk is van originele artiesten. Hij blijft evolueren, zeker vergeleken bij zijn wat ontgoochelende, te kabbelende “The Idiots Are Winning”. Volgens de organisatoren beperkt hij zijn DJ-sets behoorlijk en als hij het zo goed doet, mag hij dat blijven doen.
Daarna was het de beurt aan een levende legende van de techno, en zo’n epitheton kan je maar beter spaarzaam gebruiken, maar voor Jeff Mills is het absoluut van toepassing. In recenter jaren houdt hij zich niet meer met de spijkerharde techno waardoor en waarvoor hij bekend is, maar als DJ is dat nog altijd wat hij brengt, en dat als absoluut geen ander. De begeleidende visuals waren ten andere erg goed. Deze man kwam wel degelijk van een ander melkwegstelsel, zoals al van bij de erg atmosferische openingstrack, dank zij de spectaculaire visuals ook voer voor dove synestheten, duidelijk was.  Het mocht meer van dat zijn, maar het werd uiteindelijk gezien de uren waarop hij geprogrammeerd stond een typische en heel goed Mills-set. Het wonderlijke is dat zelfs als je tracks herkent, Mills er altijd nog een aantal percussielijnen bovenop speelt zodat werkelijk iets nieuws ontstaat. Het is weinigen gegeven.
Een van die weinigen kan best wel eens François Kevorkian zijn, die samen met een van de godfathers van de Detroit-techno, Derrick May,de maker van klassiekers als “Icon, Drama” of natuurlijk “Strings of Life”, naar Luik afgezakt was. In recentere jaren brengt May slechts mondjesmaat nieuw materiaal uit en hij houdt zich dan ook voornamelijk met DJ-en bezig. François K gaat al een eeuwigheid mee in het (New Yorkse) dance-wereldje, sinds zijn begindagen als drummer onder de auspicieën van Walter Gibbons zaliger. Tegenwoordig gaan de twee af en toe de hort op als de Cosmic Twins. De naam zou het zelf moeten zeggen, maar eigenlijk spelen ze vooral harde techno geserveerd met voldoende atmosferische elementen. Tijdens een DJ-set houdt dat ook in dat de tracks door de effectenmangel worden gehaald en dat kon het publiek best wel appreciëren. Eerlijk gezegd weinig herkend, behalve flarden Laurent Garnier en Aril Brikha’s “Groove la Chord”. In andere omstandigheden kunnen deze heren een bredere muzikale selectie serveren en dat is nog wel net zo leuk, maar voor deze keer kon ik er mij in vinden. Voor een volgende keer graag een vleug meer space.

Organisatie: Les (Trans)Ardentes, Luik


Pagina 138 van 147