Groezrock 2015 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival – vrijdag 1 mei 2015
Groezrock 2015
Festivalterrein
Meerhout
2015-05-01
Hans De Lee en Yentl Stée
1 mei (en 2 mei) was dit jaar niet enkel de Dag van de Arbeid maar ook de Dag van de Punkrock! In Meerhout stond dit jaar alweer een indrukwekkende verzameling bands uit het populaire genre op de affiche. Samen met heel wat ‘collega’s’ uit de hardcore scene werd het een 2-daags aangenaam maar stevig feestje in de niet zo Stille Kempen.
De opkomst lag iets lager dan vorig jaar (minder combitickets verkocht) maar er was toch, van rond het middaguur, al behoorlijk veel volk op de immense vlakte tussen de 5 stagetenten en de talrijke eet-en drankkramen.
dag 1 - vrijdag 1 mei 2015
De dag opende alvast met een sisser, ik keek eerlijk gezegd behoorlijk hard uit naar Set Things Right. Niet dat ik nog steeds de grootste fan ben van hun muziek, maar een viertal jaar geleden vond ik ze fantastisch. Na goed gegeten te hebben zette ik dus aan richting Impericon Stage voor de eerste show van Groezrock (de gigantisch dronken show van Gino’s Eyeball de dag ervoor niet meegerekend). Al van de eerste noot was het duidelijk dat het niet veel soeps ging zijn, de band deed nochtans hun uiterste best, maar de eerder middelmatige Metalcore raakte mij totaal niet. Wat het geheel nog duizend keer erger maakte was het ronduit abominabel geluid in die tent. Je hoorde enkel een geluidsbrij die soms wegviel met een wel heel scherp geluid en geruis (wat trouwens in de loop van de dag er niet beter op werd). Toen mijn medefestivalganger toen voorstelde om op ons gemak nog een pintje te gaan drinken voor Brutus begon moest ik niet lang twijfelen en zijn we vertrokken. Spijtig.
(Yentl)
Na wat verfrissing in de vorm van een pintje , zette ik aan richting Back to Basics, een best wel coole stage waar er net zoals The Revenge stage een lager podium was zonder frontline. Naast wat ik opgezocht had was ik niet echt bekend met Brutus. Het ene nummer die ik beluisterd had klonk wel veelbelovend dus het was nu zien wat het zou worden. Ik was niet teleurgesteld. Een mix van Post-Rock, Punk, Sludge, Stoner en nog heel wat lekkers verwende onze oortjes voor een halfuurtje. Het meest interessante gegeven was wel de combinatie van drums, vocals en een de meest onhandige paardenstaart ter wereld gebracht door Stefanie (althans die naam staat toch op hun facebook). Blijkbaar stond deze Leuvense band al eens op Desertfest en heb ik ze toen gemist, zal na deze show zeker geen 2e keer gebeuren.
(Yentl)
Op naar de Deathcore band waar menig zichzelf te serieus nemend Death Metal-fan afvraagt of ze het leuk mogen vinden omdat het Deathcore is. Neen het is niet Whitechapel, maar wel Carnifex. Het was toch wel al weer een 6 jaar en enkele albums geleden dat ik ze nog eens live gezien had dus dit was het moment. Ze hebben ook net weer een dijk van een plaat losgelaten dus het kon niet mislopen. Of toch wel want blijkbaar stonden ze ook in de Impericon tent. En jawel hoor, ook nu was het geluid weer het equivalent van een kapotte mixer. Gitaren waren nauwelijks hoorbaar en wat er wel te horen was waren de vocals en de drum. Best wel indrukwekkend, maar zonder gitaarwerk niet echt iets om lang naar te luisteren. Het duurde tegen de laatste nummers dat het geluid goed zat en maar best ook. Als “Hell Chose Me” en “Lie To My Face” verneukt werden door het slechte geluid ging ik die tent platbranden. Een amusante show dat veel meer kon geweest zijn dan het was.
(Yentl)
Onder een frisse lentezon startte ik mijn muzikale estafette voor de Monsterstage alwaar ik de gasten van Masked Intruder aanschouwde. Net als enkele maanden geleden bij het optreden in de Kavka te Antwerpen opende de band met het heerlijke “Stick’Em Up” en meteen was de toon gezet voor een fijn half uurtje pretpunkrock! Korte, snedige en catchy nummers, dat is het recept van dit kleurrijk gemaskerde 4-tal. Het publiek reageerde enthousiast en ondersteunde moeiteloos nummers als ondermeer “I don’t wanna be alone tonight”, “25 To Life” en het recente “Crime Spree”.
(Hans)
Terug naar Back to Basics om één van de beste bands van Antwerpen, namelijk Toxic Shock. Al een paar keer gezien en ze vervelen nooit, dus sowieso gaan zien was het verdict. Nu waren we niet met veel die hetzelfde gedacht hadden want de tent was behoorlijk toen ze begonnen. Toegegeven, hun Crossover Thrash Metal/Hardcore Punk is nu niet echt het meest originele dat je ooit gaat horen, maar het is wel enorm goeie. Ook nu brachten ze het er goed vanaf live met al belangrijkste natuurlijk de gestoorde frontman Wally. Die trok zich geen bal aan van de lage opkomst en ging er zoals gewoonlijk volledig voor. Lekkere muziek, een bescheiden pit en een frontman die in de lichtmasten klimt (iets waar menig dronkaard voor buiten gezwierd werd tijdens de afterparty) om vervolgens plat op z’n bek te gaan tijdens een stage dive en geen noot mist, wat heeft een mens nog meer nodig?
(Yentl)
The Dwarves is heel andere koek en live altijd een speciale belevenis! Al viel het deze keer wel mee, op de poedelnaakte Nick Oliveri na, die enkel zijn schoenen en basgitaar had gevonden alvorens het podium te betreden. Deze band bestaan al sinds de jaren 80 en heeft een stevige reputatie opgebouwd. In Meerhout stonden ze garant voor een vette sound met een lekkere garagegroove. “Let’s fuck”, “Anybody out there”, “Sluts of the USA” en “Let’s get high” konden op de meeste bijval rekenen. En als zanger Paul Cafaro (alias Blag Dahlia) beslist om even te gaan crowdsurfen, neemt Nick Oliveri met plezier de micro over.
(Hans)
Na een tussenstop op de camping passeerden we toevallig de Macbeth/Blackstar stage waar Not on Tour de boel aan het afbreken was. Dit gezelschap komt uit Israël en wie Kids Insane vorig jaar op hetzelfde podium aan het werk zag weet dat Punk uit Israël behoorlijk lekker is. In dit geval was dit dus ook, Not on Tour combineert Hardcore Punk met zodanig melodie dat het bijna Pop-Punk wordt (zonder belachelijk slecht te klinken zoals Pop-Punk). Vul dit aan met een vrouwelijk stemgeluid om u tegen te zeggen en je weet dat je gebakken zit voor een goeie show.
(Yentl)
Op de mainstage staat intussen Against Me! klaar om van jetje te geven en de tent is aardig volgelopen voor dit heerschap uit Florida. Al is heerschap misschien geen goede woordkeuze voor wie de voorgeschiedenis van zangeres Laura Jane Grace een beetje kent. De band speelt een potige set en de fans brullen van bij de aanvang de nummers probleemloos mee. Oude nummers worden afgewisseld met de beste songs van hun recenste CD ‘Transgender Dysphoria Blues’ uit 2014. Opener “I was a teenage anarchist” kon mij het meest bekoren, samen met pareltjes als “Fuckmylife666”, “Unconditional Love” en “True Trans”.
(Hans)
Tijd om terug te gaan naar de Back to Basics waar Cold World z’n duivels mocht gaan loslaten. Ik zag ze vorig jaar op Ieperfest en was enorm onder de indruk van dit Amerikaanse gezelschap. De stevige mix van Old-School Hardcore met een stevige Hip-Hop beat bij, klinkt eigenlijk best wel gruwelijk op papier, maar live (en op album) slaat het in als een bom. Dit was ook duidelijk hier waar de tent zich ontpopte tot een zandstorm door de harde pit. Alhoewel dit er cool uit zag was het nogal behoorlijk irritant voor zowel band als publiek in die tent aangezien het ademhalen enorm moeilijk maakte. Na een stevige show besloot ik dan ook om een arafat rond mijn muil te binden als ik nog eens in die tent binnen moest indien ik niet in een levende zandbak wou veranderen.
(Yentl)
Op de Impericonstage stonden de meeste hardcore en metalcore bands geprogrammeerd. Stick to your guns leek me de moeite waard om te bekijken en daar dachten heel wat liefhebbers van het genre ook zo over want nog voor de set begon was het al drummen voor het podium. Wat een krachtig optreden was me dat! Na de intro werd meteen moordend uitgehaald en speelde de band moeiteloos de ganse tent aan flarden. De respons was massaal, de breaks en tempowissels overweldigend en de zanger (Jesse Barnett) van dienst was één brok rondhossende energie. Hardcore pur sang! Het nummer “We still believe” is grote klasse. “Amber” en “What choice did you gave us” mochten er anders ook wezen! Voor de fans maakte het echter weinig uit, van opener “Nobody” tot het einde van de set gingen ze helemaal loos.
(Hans)
Lekkere Southern/Stoner Rock gemixed met heerlijke Hardcore Punk, jawel het was tijd voor Cancer Bats. Ooit nog live gezien in een klein jeugdhuis en sindsdien ken ik een onvoorwaardelijke liefde voor deze band. Ik bond dan ook mijn sjaal rond m’n kop en baande me tot midden vanvoor het podium. Ergens had ik wel twijfels over deze show, mijn enige ervaring met hen op een festival was op Graspop en die show was op z’n best ‘teleurstellend’ te noemen. Gelukkig hebben deze jongens geen festival-vloek en ging deze show gewoon vanaf de eerste noot enorm hard. Ongeveer zevenduizend crowdsurfers op m’n bek, een stevige pit achter mij en een frontman die een beetje boos in m’n gezicht stond te brullen. Zelfs het zand die achter mijn lenzen aan het kruipen was kon dit niet meer verpesten. Kwam dan plots Oathbreaker nog een beetje meespelen en het hek was volledig van de dam.
(Yentl)
Terug naar de Macbethstage waar ik kort de jonge honden van Under the infuence (UK) ging keuren. Voor mij werden ze de ontdekking van de dag omdat ze een geslaagde mix brachten van metal/rock met subtiele rap en hiphop invloeden. Verrassend matuur en met veel lef gebracht. Hun debuut CD ‘The Struggle’ is nog niet zolang uit maar deze kerels verdienen zeker de nodige aandacht in de toekomst. Ik ben fan.
(Hans)
Atreyu is een band die al 15 jaar meegaat en 5 CD’s op de teller heeft staan. Na een rustpauze van zo’n 2 jaar zijn ze sinds vorig jaar weer helemaal terug en brengen ze binnenkort nieuw werk uit. Hun moderne mix van metal en hardcore klinkt van bij de aanvang van het concert complexloos en snel. Al moet de band en vooral frontman Alex(ander) alles uit de kast halen om het afwachtende publiek volledig mee te krijgen. Na een tijdje lukt hij daar vrij goed in en herkennen fans nummers als “A song for the optimists”. Hoogtepunt evenwel is het snelle nummer “When two are one”, met knap tussenstuk, met drummer die deels de zang op zich neemt en met een immense circle pit! Verder in de set wordt nog een nieuw nummer gespeeld en moet het nummer “You gave love a bad name” van Bon Jovi eraan geloven.
(Hans)
Eigenlijk moet ik hier geen review schrijven want zodra je de naam Iron Reagan ziet weet je gewoon dat het goed was (die band met die zanger van Municipal Waste voor de niet-kenners). Waar Municipal Waste zich vooral beroept op lekkere Old-School Crossover Thrash Metal beroept Iron Reagan zich op Old-School Hardcore Punk met een stevige knipoog richting Thrash Metal. Iets origineels hoefde je hier niet te verwachten, maar dat boeit niet als het zo goed is. Vanaf de eerste noot kwam er al een harde pit op gang en die is niet meer gestopt. De korte nummers waren absoluut geen probleem en ook verdeed de band geen tijd met nutteloos gezever, enkel wanneer het eens tijd was om iets te zeggen deden ze dat. Volgend jaar nog eens?
(Yentl)
Op de ‘Revengestage’ vang ik een glimp op van de groep Knapsack. Ik had van deze band nog nooit gehoord ook al blijken ze reeds meer dan 20 jaar te bestaan. Ze spelen eerder ruige indierock of garagerock dan punkrock maar kunnen bogen op het betere gitaarwerk van de dag en op een begenadigd zanger. Vooral door de iets tragere opbouw van de nummers en het oog voor melodie en compositie steken ze wat af tegenover de meeste andere bands op de affiche maar dat geldt zeker niet voor de gebrachte kwaliteit op het podium. En het opgekomen publiek weet hun aanpak zeker te waarderen.
(Hans)
Nu was de tijd aangebroken voor de band waar ik het hardst bij twijfelde dat ik ze wel zou gaan bekijken (Feed the Rhino speelde op hetzelfde moment). Ik heb het over Ceremony. Wie Ceremony kent , weet perfect waarop ik doel, maar aangezien er waarschijnlijk wel wat mensen zijn die niet zo bekend zijn met deze band zal ik het even uitleggen. Ceremony was in z’n beginperiode zonder twijfel één van de beste Hardcore Punk/Powerviolence bands ooit, het album ‘Violence, Violence’ is één van mijn favoriete albums ooit. En toen gebeurde het, ze besloten eens wat anders te spelen. Niet dat ik één of andere narrow-minded kloot ben die wil dat een band iedere keer hetzelfde album uitbrengt, integendeel een genre-wissel kan leuk zijn. In het geval van Ceremony was dit niet zo, plots speelden ze Post-Punk/New-Wave en niet echt goeie. Toen ik binnen kwam leek het ook dat ik niet lang ging blijven, ze openden met een nieuw nummer. Toegegeven, live klinken die nieuwe nummers zo slecht nog niet, maar toch…
Het nummer liep op z’n eind, het geluid bleef nog een beetje hangen en het was tijd voor het volgende nummer. En toen gebeurde het, het was bijna magisch te noemen, er klonk me iets bekend in de oren, de persoon naast mij en ik keken elkaar aan met dezelfde vragende blik “zou het Kersed zijn?”, enkelen hadden het al door en waren duchtig het podium aan het platwalsen en toen de frontman het bevestigde , ontplofte de boel. Als een bezetene repte ik mij de pit in en kwam er niet meer uit tot alles en iedereen pulp was (sorry mensen die naast mij stonden en duidelijk aanwezig waren voor de New-Wave/Post-Punk, maar jullie stonden in mijn weg). Omdat één muzikaal orgasme niet genoeg was besloten ze ook nog eens om “Pressure’s On” te spelen en mijn avond kon niet meer stuk. De mix tussen oud en nieuw materiaal bleek trouwens perfect te werken, het nieuw materiaal werkte een beetje als een deksel op een stoomketel die alles lekker liet borrelen om dan alles los te gooien met oude nummers erna. Nooit meer twijfel ik nog of ik een Ceremony show ga bekijken, ongetwijfeld de topper van Groezrock.
(Yentl)
Alvorens naar mijn favoriete act van de dag te gaan kijken (Lagwagon) probeer ik nog even de sfeer op te snuiven van de doortocht van The Ghost Inside in de Impericontent. Er heerst dezelfde sfeer als bij Stick to your guns, tent afgeladen vol en van bij de intro een geweldige sfeer. De band uit Los Angeles brengt een brutale explosie aan hardcore, met soms loodzware zang en dito wall of sound. Het overwegend jonge publiek, met schijnwerpers in het gezicht, geniet met volle teugen, hoe extreem hard de muziek ook is. Luister maar eens naar de laatste CD van deze heren ‘Dear Youth’ uit 2014.
(Hans)
Lagwagon is helemaal terug van nooit weggeweest. Ze brachten eind 2014, na 6 jaar, nog eens een CD uit : het ijzersterke ‘Hang’. En na Pukkelpop vorig jaar was het nu de beurt aan Groezrock om deze band te verwelkomen. De intro van The A-team liet al het beste vermoeden, de sfeer zat er meteen in en frontman Joey Cape en zijn gevolg hadden er duidelijk zin in. Zijn heel herkenbare stemtimbre past verdomd goed bij de old school punkrock die de band al sinds 1988 brengt. In het begin van de set zaten nummers als “After you my friend” en “Island of shame”. Daarna kwamen enkele sterke nummers van ‘Hang’ aan de beurt, “Obsolete Absolute” met catchy refrein en “Made of broken parts”. Het plezier spatte van de heren hun gezicht en de fans brulden de meeste nummers luidkeels mee. Even werd wat gas terug genomen , werd een nummer opgedragen aan alle overleden dierbaren (Heartbreaking Music) en aansluitend bracht Joey Cape solo op gitaar het mooie “Alien 8” uit 1997. Evenals “Making Friends” van de CD ‘Double Plaidinum’. “May 16th” en “Razor Burn” sloten een zeer geslaagd concert af! Alleen jammer dat het nummer “In your wake” van ‘Hang’ niet in de setlist zat!
(Hans)
Na die prachtige show was het tijd voor Trash Talk, toch wel de band waar ik het meest naar uit keek. In het verleden nog eens live gezien en het was één van de hardste shows van mijn leven, ik was klaar voor meer. Hoe hard ik teleurgesteld was bij hun show op Groezrock valt niet in woorden uit te drukken. Niet dat het een slechte show was, integendeel, zowat iedereen die ze nog nooit gezien had was ronduit euforisch na de show, ze waren gewoon zoveel minder dan de vorige keer ik ze zag. Om te beginnen speelden ze wel heel kort, niet dat ik verwachtte dat Trash Talk hun volle tijd ging uitspelen, maar ongeveer 7 minuten was toch wel heel kort. Dit alles zou nog niet zo erg zijn (7 minuten is perfect voldoende om iedereen verrot te kloppen) als die 7 minuten in een rotvaart achter elkaar gespeeld werden. Jammergenoeg moest die 7 minuten opgesplitst worden in verschillende stukken waarbij achter zowat ieder nummer de (niet bijster nuchtere) frontman langer dan het nummer zelf begon te praten. Normaal zou ik dit niet zo erg vinden (het was behoorlijk grappig), maar het haalde echt wel de vaart uit de show. Geen idee of de rest van het publiek dezelfde mening was aangedaan, maar aangezien de set eindigde met (letterlijk) een berg mensen op het podium vermoed ik van niet.
(Yentl)
Over het optreden van Pennywise kan ik heel kort zijn. Niet dat het optreden slecht was, integendeel, maar iedereen kent intussen de band en de alomgekende nummers die ze live nog steeds met veel gretigheid brengen. Er sluipt natuurlijk een zekere routine in en echte verrassingen tijdens de set van een uur kan je niet verwachten maar de band blijft trouw aan haar roots en wijkt zelden af van hun gekende punkrock recept. Zoals het nummer “Same old story” verloopt het concert…maar het blijft wel een ‘succes’ story en “Bro Hymn” zal altijd het nationaal volkslied van punkrockland blijven! De cover “Stand by me” werd opgedragen aan Ben E King, die de dag vòòr het optreden was overleden.
(Hans)
Na al die ‘boze meneren/mevrouwen/mensen die zich niet tot één van deze twee rekenen, maar ook boos waren’- muziek was het tijd voor iets helemaal anders. Een beetje meligheid is best wel ok dus droop ik voor de eerste keer dat weekend af naar The Revenge-stage voor een beetje Title Fight. Wat daar te zien was was best wel ok, niet schitterend, niet slecht, maar ok. De mix van Melodic Hardcore, Emo, Shoegaze en Punk-Rock kwam wel goed over en ook het publiek kon er van genieten, maar bij mij kwam het niet echt over. Dit kon ook echter zijn omdat ik iets te hard uitkeek naar de volgende band.
(Yentl)
En die band was Defeater, wat voor mij de headliner van de avond werd (Social Distortion kon voor mijn part gestolen worden). Ik had ze nog nooit live gezien, maar deze koningen van de Melodic Hardcore hebben een live-reputatie om u tegen te zeggen dus mijn verwachtingen waren vrij hoog. Gelukkig werden die ingelost, na een rustige akoestische intro was het tijd voor een potje huilen tijdens het boos zijn (ze bezingen niet echt de meest vrolijke thema’s). Het publiek genoot en dat was overduidelijk hetzelfde voor de band die duidelijk plezier had in het spelen. Een mooie afsluiter van een mooie dag.
(Yentl)
Social Distortion, opgericht in 1978, stond voor het eerst op Groezrock en had de eer de eerste festivaldag te mogen afsluiten. Met hun ouderwetse gangsterpunk of maffiarock streken ze in Meerhout neer met de bedoeling het jubileum CD van 25 jaar oud ‘Social Distortion’ integraal te spelen. Opener “So far away” zette meteen de toon! Heerlijke, doorleefde, onversneden en rauwe rock’n’roll die deed denken aan het decor van een gansterfilm uit de gloriedagen van Al Capone. “Story of my life”, “Sick boys”, “Ball and chain”…, allemaal passeerden ze de revue. De coole uitstraling van levende legende Mike Ness maakte het plaatje compleet! Het heerlijke “Ring of Fire” zorgde voor een waar feest in Meerhout en voor een uiterst geslaagde 1 mei!
(Hans)
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/groezrock-2015/
Organisatie: Groezrock, Meerhout