logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Gavin Friday - ...

Akron / Family

Set ‘em wild, set ‘em free

Geschreven door

Een artistiek indierockend bandje lijkt Akron/Family wel. Ze gaan een paar fikse stappen verder dan Port o’Brien, Fleet Foxes, Arcade Fire en Band Of Horses die binnen het Akron/Family concept uiterst toegankelijk klinken.
Het kwartet uit Brooklyn NY komt pas nu in de picture met ‘Set ‘em wild, set ‘em free’, ondanks het feit dat ze al een paar platen uithebben. Ze putten uit de ‘60’s psychedelica en pop van Beach Boys, Captain Beefheart en zorgen voor een opmerkelijke groove van pop, americana, freejazz en elektronica. De band heeft zin voor avontuur en experiment, geven aan hun evenwichtige dromerige, broeierige composities breed uitwaaierende, onverwachtse wendingen, bepaald door een bezwerende soms ietwat hoog uithalende zang en een goed op elkaar afgestemde stemmenpracht. Grillige songs als “Everyone is guilty”, “River”, “Gravelly mountains of the moon”, “Many ghosts” en het noisy schreeuwende “MBF” staan tegenover het sfeervolle “Creatures”, “The alps & their orange evergreen”, “They will appear” en “Sun will shine”, wat het geheel uiterst boeiend, spannend en adembenemend maakt.

The Horrors

Primary Colours

Geschreven door

Het Britse The Horrors werd twee jaar geleden al gehypetet met hun debuut ‘Strange house’. Een doorbraak bleef uit, aangezien de plaat nét niet voldoende kon overtuigen en beklijven door de rommelige en rauw rammelende aanpak.
Deze vijf in zwart geklede (graatmagere) heren grijpen terug naar de ‘80’s waverock en halen er de muzikale stijlen garagerock’n’roll, punk, galmende shoegaze en glamrock bij. Op de opvolger ‘Primary Colours’ gingen ze doordacht en bezield te werk. Het geheel klinkt beheerst, toegankelijk en melodieus wat de song op zich ten goede komt; ze raken dieper en  vormen een gestroomlijnd, opwindend en boeiend geheel.
The Horrors situeren zich ergens tussen The Cramps, Joy Division, The Cure, Psychedelic Furs, Jesus & Mary Chain en My Bloody Valentine.
Binnen dit concept brengt het vijftal voldoende variaties aan in gitaren, pedaaleffects, synths en vocals. De eerste songs “Mirror’s image” en “Three decades” rocken stevig met shoegaze en galm; het gaat dan over in poppier songs, “Who can say” en “Do you remember”. Vervolgens horen we sfeervoller materiaal, “Scariet fields” en “I only think of you”. De groep zweert alvast trouw aan de ‘80’s waverock/shoegaze en overtuigt hierin met “I can’t control myself” en de titelsong van de cd. De vijf Londenaars besluiten en verve met het acht minuten durende, de in fuzz gedrenkte electrowave –er “Sea within a sea”, waarin alle stijlen eens overhoop worden gehaald.
The Horrors bijten van zich af als vaandeldragers van deze onder het stof gehaalde stijl …

Pissed Jeans

King of jeans

Geschreven door

Er bestaat nog zo iets als brutale hardcore met een gezonde dosis inhoud. Eerder kwam de Canadese band Fucked Up met dergelijke fijnzinnige herrie aanzetten op ‘The chemistry of common life’, hier doet Pissed Jeans uit Los Angeles het met een beukende portie lawaai nog eens met brio over. ‘King of jeans’ is hun tweede album na het al even waanzinnige ‘Hope for men’ (2007) en het beukt als een drilboor doorheen uw schedelpan.
Zanger Matt Korvette gaat vanaf de machtige en agressieve opener “False Jesi part 2” al tekeer als een halve gek, denk aan David Yow van The Jesus Lizard of aan een jonge Henry Rollins in zijn Black Flag periode. De band ramt er een heftige geluidsmuur van gitaren bovenop en straalt zo een primitieve oerkracht uit : hard, vet en to the point.
De overwegend korte tracks zijn niet zelden prettig gestoord en stormen aan een razend tempo recht door de muren, zo overtreedt “Human upskirt” alle mogelijke snelheids- en geluidsbeperkingen, die song is een hardcore splinterbom. Uitzonderingen, maar niet bepaald rustpunten, zijn de zware sleper “Request for masseuse” en vooral het meer dan 7 minuten durende “Spent” dat zich tergend traag en dreigend voortbeweegt in een duistere en onheilspellende omgeving ergens tussen Black Sabbath, Shellac en The Birthday Party.
Dit album is een rauwe lap punk, hardcore en oerrock en is een aanwinst voor elke fan van hierboven genoemde bands.

Absynthe Minded

Absynthe Minded

Geschreven door

Al bij de vorige twee cd’s There is nothing’ en New day’ hadden we het erover dat het Gentse Absynthe Minded een volwassen indruk naliet. Hun broeierige diversiteit van pop, jazz, psychedelica, swing en balkan is mooi uitgewerkt in warme, sfeervolle en fris speelse popsongs, gedragen door Bert Ostyn’s emotievolle melancholische stem. Het smaakvol allegaartje zorgt opnieuw voor een uiterst gevarieerd boeiend album, dat duidelijk in het verlengde ligt van vorig werk. De jazzy Balkanesque aanpak van hun debuut ‘Acquired taste’ is tot een minimum herleid, maar toont de wortels van de bandleden nog aan, wat we horen op “Fortress Europe” en opener “If you don’t go, I don’t go”. Ze weten een breed publiek aan te spreken met de singles “Heaven knows” en “Envoi”; “Dead on my feet” en “Mercury” hebben een broeierige intensiteit. De piano/toetsen klinken duidelijk door op deze nummers, net als bij het intieme “Papillon”. Maar we vergeten de sfeermakers viool, contrabas en bezwerende drums niet, die net het totaalgeluid bepalen van Absynthe Minded. Het zorgt ervoor dat we hier kunnen spreken van een grootse band. Gewaagder gaat de band te werk op “Paramount” en “Multiple choice”.
Absynthe Minded kreeg al een verdiende erkenning met hun vroeger werk; de titelloze vierde onderstreept dit moeiteloos …

Faith No More

The Very Best Definitive Ultimate Greatest Hits Collection

Geschreven door

Faith No More onderneemt een reünie(festival)tour en in het kader daarvan verscheen een ‘greatest hits’ plaat. Er werd gretig geput uit albums als 'The real thing', 'Angel dust' en 'King for a day'. FNM bracht stevig rockend, poppy als avontuurlijk, creatief materiaal, een pittig gekruide, tijdloze mix waarin uitstapjes richting funk, metal, jazz, soul, punk en progrock te horen zijn. Niet voor niks worden ze omschreven als funkmetal pioniers.
De band draait rond de weirde superieure zanger/componist Mike Patton (die we kennen van een pak projecten Mr Bungle, Fantomas, Tomahawk, Peeping Tom). We vergeten de andere leden niet, die elk op hun manier een belangvolle bijdrage leverden tot dit epische geluid: keyboardspeler Roddy Bottum, bassist Billy Gould en drummer Mike Bordin. Origineel gitarist Jim Martin zien we niet tijdens de tour; hij had geen zin om mee te doen aan de reünie en werd vervangen door Jon Hudson die ook meespeelde op de laatste langspeler 'Album of the year'.
Cd 1 bevat de smaakvolle songs zoals we FNM het best kennen: van “The real thing”, “Epic”, “We care a lot” naar “Caffeine”, “R’n’r”, “Be aggressive”, “Midlife crises”, “A small victory” tot “Evidence”, “Ricochet”, “Ashes to ashes” en de melige Commodores cover “Easy”.
Fun en sarcasme met de nodige scherpte …
Cd 2 op z’n beurt zijn b-sides en rarities. We horen enkele snedige rockers als “Absolute zero” en “Light up and let go”, horen de psychedelica doorklinken op “New improved song”, er is het hoempapa absurdisme met “Das schutzenfest” en de cd sluit en verve af met de sfeervolle live “This guy’s in love with you”.
Kijk, de dubbelaar is een absolute aanrader voor wie wil kennismaken met deze invloedrijke band, voor de anderen die de platen van FNM in de kast hebben, is dit alvast een bont overzicht van hun indrukwekkende oeuvre.
Het zorgt voor jeugdsentiment en toont aan hoe bepalend zij wel waren voor de huidige rits math/prog/experimenterende rockbandjes …

Billy Talent

III

Geschreven door

De Canadese punkrockers van Billy Talent zijn niet erg origineel qua albumnamen. ‘III’ is het logische derde album van de band. Wie de plaat begint te beluisteren zal misschien opmerken dat ze wat softer klinken dan hun vorige albums. Op het eerste schreeuwde zanger Ben Kowalewicz nog zijn stembanden aan flarden, op ‘II’ was het al wat kalmer en meeslepender. Nu is het vooral qua zang meer zoals ‘II’, muzikaal neigen ze meer naar het debuut. Een evenwichtige mix van jong en oud, zo blijkt. De nummers “Devil On My Shoulder” en “Rusted From The Rain” klinken meer naar rock dan naar punk, maar vanaf het derde nummer “Saint Veronika” besloot de band duidelijk te veranderen naar punk, want vanaf dan gaat het beenhard. “Tears Into Wine”, “Pocketful of Dreams”, “The Dead Can’t Testify” en vooral ook “Turn Your Back” dat samen geschreven is met Anti-Flag. Ook hier enkele tragere nummers zoals het prachtige “White Sparrows” en “Diamond On A Landmine”. Wij hielden vooral van de gitaarriffen en de diepe basgitaar (enkele fantastische solo's voor beide instrumenten). Billy Talent brengt genoeg variatie in hun nummers zodat het geheel boeiend blijft. 11 goede nummers tellen we op deze plaat, maar absolute top zijn ze niet.

Arctic Monkeys

Humbug

Geschreven door

Hoe moeten we dit nu gaan interpreteren : ‘De moeilijke derde’ of  ‘een interessante nieuwe richting ?
Feit is dat de jachtige en flitsende sound van de eerste twee fantastische Arctic Monkeys platen grotendeels heeft moeten wijken voor een nieuw geluid, te omschrijven als weids, donkerder en meer gelaagd. Veel heeft natuurlijk te maken met de locatie van opname (Joshua Three USA, midden in de woestijn !) en uiteraard de producer (Josh Homme, the man himself). Neen, dit is geen stoner-rock plaat geworden, maar de Homme invloeden zijn wel degelijk aanwezig, vaak horen we raakpunten met Homme’s experimentele desert sessions cd’s, zo klinken de gitaren als iets wat uit de withete woestijn komt en niet uit een flashy Brits repetitiekot.
En, u voelde het misschien al komen, wij waren meer ingetogen met de oude dan met de nieuwe sound van deze nog steeds piepjonge knapen. Niet dat Josh Homme zijn best niet heeft gedaan, maar het is met de songs dat er iets schort. Die zijn, op enkele uitzonderingen na, wat te traag, te loom of te inspiratieloos. De uitzonderingen van dienst zijn opener “Crying lightning” en een zinderend “Pretty visitors” die de frisheid van de eerste platen perfect doet samenvallen met een paar typische Josh Homme- gitaren in een geslaagde tempowisseling. Ook “My propeller”, “Dangerous animals”, “Potion approaching” en het ingetogen “Cornerstone” zijn best straffe songs maar wat wij elders op de plaat vooral missen is snelheid, puntigheid en snedigheid, precies die dingen die de Arctic Monkeys tot op heden zo bijzonder maakten.
‘Humbug’ geeft ons de indruk dat er iets te veel aandacht is besteed aan de sound en te weinig aan de songs. Alleen de combinatie goede producer / goede songs kan voor vuurwerk zorgen. Als één van beiden mankeert, dan pruttelt de motor. Vraag het maar aan U2 en Coldplay die allebei voor hun laatste album met opperproducer Brian Eno in zee zijn gegaan maar wel een sof van een plaat afleverden. Doch, laat ons niet overdrijven, want deze ‘Humbug’ klinkt toch nog heel wat frisser dan de bombastische vehikels van deze twee voornoemde zogenaamde grote bands.
Misschien zijn Arctic Monkeys te ongeduldig en te vroeg met een nieuwe plaat op de proppen gekomen, met als gevolg een half geslaagd album die niet anders kan onthaald worden dan als een kleine ontgoocheling. Een moedige poging om anders te klinken, dat wel, maar ver beneden de huizenhoge verwachtingen. Vermeende muziekkenners zullen dit misschien een groeiplaat noemen, maar wij zullen toch steevast in ons cd rek blijven grijpen naar ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’, ‘Favourite worst nightmare’ en, ook niet te versmaden natuurlijk, The Last Shadow Puppets, waar Alex Turner ook iets anders uitprobeerde maar dan wel met een schitterend resultaat.
Goed geprobeerd, maar de volgende keer toch liever wat meer tempo en vuurwerk. Ze kunnen het.

La Roux

La Roux

Geschreven door

Retro is nog altijd hip en La Roux grijpt gretig terug naar de synthpop uit het muzikaal decennium van de jaren 80. La Roux is een Brits duo en bestaat uit de rosse Elly Jackon (zangeres en toetsenist met een indrukwekkend kapsel) en Ben Langmaid (co-schrijver en -producer, fungeert meer in de schaduw van Jackson).
De stijl van dit titelloze album ligt dicht bij het werk van Eurythmics, David Bowie en een streepje Depeche Mode. Opener op de plaat is “In It For The Kill” en is misschien wel het beste nummer van de plaat. Elly Jackson zingt met een hoge, soms ietwat valse stem, maar heel overtuigend. “In It For The Kill” is hier onbekend, in het thuisland daarentegen is het een regelrechte hit. “Tigerlily”, “Quicksand” en “Colourless Colour” (die laatste vonden wij ook heel straf) en natuurlijk ook de single “Bulletproof”. De nummers klinken allemaal vrolijk en opgewekt, maar wie de tekst beluistert, zal iets anders ontwaren.
Veel van de nummers gaan over stukgelopen of verstikkende relaties en het daarbij horende liefdesverdriet. De muziek evolueert doorheen de plaat van dansbaar materiaal naar krachtige ballads zoals “Cover My Eyes”, “Reflections Are Protection” en “Armour Love”.
Wie weg is van de synthpop uit de jaren 80, met een emotioneel karakter, raden we deze plaat aan.

Pagina 410 van 462