logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
Ora Cogan

Diane Grace

Pan!c

Geschreven door

Diane Grace maakte indruk tijdens de finale van Humo's Rock Rally. Of viel toen toch minstens op dankzij een liveshow met een dominatrix, een kwaadwillige dwerg en een alpenhoornspeler. Muzikaal leken ze - toch in verhouding tot het spektakel - minder indruk te maken met hun gestoorde punkrock die teruggaat tot The Stooges, MC5 en Black Flag. Met een moderne twist en een scheut Suicide komt Diane Grace uit bij ander volk dat naar dezelfde roots grijpt: The Caveman en Heck/Baby Godzilla. Dat zijn niet toevallig ook bands waarbij er echt wel iets gebeurt op het podium op het moment dat de zaallichten gedoofd worden en die tegelijk nog een deftige song in elkaar kunnen boksen.
Sinds kort is er de debuut-EP Pan!c van het trio, die digitaal uitgebracht wordt door Starman Records. De drie songs verschenen – eentje per week - sinds 7 september op alle digitale platformen, samen met de drie video’s die deel uitmaken van de 7 minuten durende kortfilm ‘Pan!c’, een visuele trip in en regie van Kris Verdonck. Die is intussen geselecteerd voor het filmfestival van Napels.
Deze EP leert ons dat de muziek van Diane Grace ook zonder gestoord gespuis op het podium en zonder YouTube-beelden overeind blijft. Het is smerige, rauwe en huilende bluespunk. Die wordt met een grove korrel en zonder veel nuances opgediend, maar dit soort muziek kan dat wel verdragen. Heeft dat zelfs nodig. Vernieuwend is het allemaal niet, maar niet elke muziekfan zit reikhalzend op een nieuw geluid te wachten. Dat nog steeds nieuwe, jonge bands teruggrijpen naar wat eind jaren ’70 van vorige eeuw als vernieuwend werd beschouwd, geeft mij zelfs het vertrouwen dat het wel goed komt met deze generatie van bands. Laat deze Diane Grace maar donker en wild stoeien op het podium. Met of zonder gestoord gespuis, maar laat dit vooral nooit saai worden.

Ishani

Dark Angel (single)

Geschreven door

Ishani is één van de rijzende sterren in de UK. Haar muziek zit ergens tussen triphop en donkere synthpop. (De vroege) Hooverphonic is een goede referentie, al zit er ook een snuifje gothic-bombast à la No Doubt en This Mortal Coil in haar mix.

Ishani gaat de moeilijke onderwerpen zeker niet uit de weg op haar singles. Met “Dark Angel” vraagt ze aandacht voor zelfmoord en geestelijke gezondheid. Eerder deed ze hetzelfde voor verkrachting (op “Don’t Stop the Fight”), de gevolgen van slaapstoornissen (op “Insomnia”) en vier jaar geleden ook al eens voor zelfmoord (op “One Can Jump”).

Dat Ishani een beetje een getroebleerde ziel is, kan je ook afleiden uit de covers die ze kiest. Op haar Soundcloud-pagina hoor je o.m. een heel etherische cover van het bitterzoete “Love Song” van The Cure.

“Dark Angel” overtuigt niet helemaal als track. Muzikaal en in de teksten klopt het plaatje, maar het gehijg en de wellust die ze in haar stem legt, smaken een beetje wrang in combinatie met het onderwerp. Maar als het publiek zo naar het niet mis te verstane onderwerp van “Dark Angel” getrokken wordt, zien we dat meteen over het hoofd. Een titel als “One Can Jump” was daarin misschien iets te direct.

 

M1NK

The Far Side (single)

Geschreven door

M1NK is het nieuwe samenwerkingsproject van de Brit Barry Snaith (The Inconsistent Jukebox) en de Griekse Erika Bach (Lola Demo). Als M1NK brengen Snaith en Bach op hun eerste single "The Far Side" een mix van synthwave en triphop.

Het doet wat denken aan een zwoelere versie van het werk van Anne Clark. Het is zelfs meer dan zwoel. Lust is zowat het hoofdbestanddeel van deze song. De single is donker, een beetje gothic en vooral heel elektronisch.

“The Far Side” klinkt een beetje als de oer-versie van Hooverphonic die een soundtrack maakt voor een film of serie van David Lynch, met een hitsige Lana Del Rey achter de microfoon.

Als single is dit best vermakelijk, maar of dit duo een volledig album vol krijgt en daarbij de aandacht van de luisteraar niet verliest, is nog maar de vraag. We geven deze M1NK voorlopig het voordeel van de twijfel. 

Kita Menari

Not Again (single)

Geschreven door

In Nederland is de bal al flink aan het rollen voor Kita Menari: de band mag opdraven in de beste tv-shows, haalt de nationale radiozenders, zit in de juiste Spotify-lijsten, is regelmatig live aan het werk, … En dat allemaal zonder de ruggensteun van een label.  Dan kan je jezelf goed verkopen of heb je een flinke dosis talent in huis.
Voor Kita Menari, de band van Micha De Jonge, geldt duidelijk het tweede. Afgaand op vorig werk van de band beschikt De Jonge over het talent om een vrolijke hit te componeren en hij heeft ook nog eens een fluwelen stemgeluid dat daar perfect bij past. Hij heeft ook een fijne band bij elkaar.
Het resultaat is degelijke pop met een beetje dance en een beetje rock door de aderen. Coldplay is een prima referentie voor de single “Not Again”. Licht dansbaar en zomers vrolijk. Catchy en energiek vooral, en nog ver weg van de navelstarende urban en zelfverheerlijkende rap die we maar al te vaak te horen krijgen in de pop. Kita Menari brengt nog songs volgens de aloude songsmeedkunst, maar dan zonder veel pretentie.
Je vindt “Not Again” en ander materiaal van Kita Menari makkelijk op Spotify.

DodenGod

Salvation

Geschreven door

Het album 'Salvation' is het debuut van de Belgische metalband DodenGod, het studioproject dat voortbouwt op Ascend-ency. O.m. dankzij verfijningen in het productieproces (opnames en mix) klinkt dit nieuwe materiaal minder als industrial metal als ‘Regression’, het laatste album van Ascend-ency. Minder ruw en minder koud. Tegelijk werden aan het recept van extreme/death metal nog meer elementen van doom en black toegevoegd. Allemaal samen verklaart dat de naamsverandering van Ascend-ency naar DodenGod, maar over het verhaal van de band verneem je later meer in het interview dat binnenkort op deze site verschijnt.

Als album is ‘Salvation’ een klein meesterwerkje. Behalve de betere studiotechnieken valt ook op dat dit duo gegroeid is inzake productionele visie (songopbouw, -volgorde, -keuze, duurtijd, eenvormigheid, …) en zeker in de arrangementen. Er komt al eens een stukje koor, een laagje synths of een strijkersintro voorbij zonder dat het stoort. Het agressieve gitaarwerk en de grunts voeren wel nog steeds de boventoon, maar soms zit de ijzeren vuist in een handschoen van velours. Het komt daardoor uiteindelijk harder aan dan dat je op het eerste gehoor verwacht. Prachtig ook hoe ze elk nummer volledig als DodenGod laten klinken. Je hoort wel vaag referenties naar andere metalbands, zonder dat je er per nummer een naam kan op plakken.

Ook de mix is met heel veel vakkennis gebeurd. De grunts en de cleane vocalen zitten mooi ‘vooraan’ in het geluid zodat je minstens de grote lijnen van de tekst vlot kan volgen. Terwijl bij vele studioprojecten meteen duidelijk is wat het hoofdinstrument is van de muzikant(en) achter het project, zit het evenwicht tussen de verschillende instrumenten hier mooi in balans.

Openingstrack “A Storm In The Emptyness” is meteen een schot in de roos: een flinke uppercut van agressieve en extreme metal die productioneel verpakt zit in die eerder vermelde zachte handschoen. Die lijn wordt aangehouden doorheen zowat alle tracks: heel stevige gitaren in dikke lagen over elkaar, maar toch heel verteerbaar. De sterkste nummers zijn behalve “A Storm In The Emptiness” nog “Angst”, “Banishment” en “Hewn In Stone”. Het vuurwerk komt zoals zo vaak op het einde van het feest: “Gates Of Nations” is een parel van bijna tien minuten.

‘Salvation’ van DodenGod maakt alle beloftes waar die deze band in zijn vorige gedaante al in zich had. Het lange wachten wordt beloond met een album dat op alle punten af is. Voor andere studioprojecten in de subgenres van de metal: dit is de lat waar je over moet.

 

Mantis

Magnolia

Geschreven door

Het leuke aan festivals bezoeken is dat je naast gevestigde waarden eens zien optreden tijdens het verorberen van een vette hamburger, ook ontdekkingen kunt doen die je de rest van het jaar en de jaren daarna zullen bijblijven. Op Rock Herk deze zomer waren dat een heel pak. Eentje daarvan is Mantis. Deze Alternative, noise, post-rock, pogojazz band - volgens de omschrijving op hun facebook pagina - timmert sinds 2014 aan de weg. Over hun optreden op Rock Herk schreven wij: " Opwerkende naar een ultieme climax, krijgen we een verschroeiende finale voorgeschoteld waardoor je niet alleen menig krop in de keel krijgt, maar dat het dak er uiteindelijk compleet afgaat. Op het einde van de set krijgt Mantis bovendien medewerking van Jan Viggria, gitarist van o.a. Statue en The Guru Guru en ook producer van het debuutalbum van Mantis,’Magnolia’'. Daarbij werden alle registers nog maar eens compleet open gegooid in en meer dan overdonderende , oorverdovende climax."

Dat zijn voldoende climaxen om ons aan te zetten dat debuut van de band ook eens onder de loep te nemen. ‘Magnolia’ doet ons met verstomming slaan, van begin tot einde. Net doordat je als aanhoorder ontelbare keren tegen die geluidsmuur wordt gekwakt, tot je compleet murw geslagen in de hoek van de kamer achterblijft.

Vanaf “Miasma” trekt Mantis een blik boordevol chaos open, waarbij verschillende uiteenlopende tempowisselingen je wakker schudden, tot rust brengen, en daarna weer met een mokerslag van jewelste tot moes slaan. Daarbij is elke instrumentale inbreng even belangrijk, maar het zijn vooral die overdonderende drum salvo's die ons in eerste instantie met een oorverdovende knal van onze sokkel blazen. Waarna verschroeiende gitaar riffs je hart met een akelige soort precisie doormidden snijden.

Begane chaotische wegen worden trouwens verder gezet op “Mono No Aware”, “Malpurajo”, “-7”, “Monstro” tot “Must put Horns on it”.

De heren slaan bovendien aan het improviseren tot het oneindige, of dat nu is door zachtjes te strelen of een wervelstorm ontketenen die je hersenpan verplettert. Vandaar de verwijzing naar 'Jazz' binnen hun muziek. Mantis weet vooral verdomd goed waar en wanneer ze moeten toeslaan, of net dat rustpunt aanbieden om de aanhoorder op adem te laten komen. De perfectie zorgt echter niet voor het doen verdwijnen van enige spontaniteit. Integendeel zelfs. En dat is dus nog het sterkste punt van deze schijf. Het spelplezier loeit voortdurend uit de boxen. Dat merkten we al op Rock Herk, dat blijkt dus ook uit deze knappe schijf.

Besluit: ‘Magnolia’ is vergelijkbaar met het openen van de doos van Pandora. Je weet niet waar je aan begonnen bent als je deze trip aanvat. Je weet ook niet waar je gaat eindigen. Over hobbelige wegen kom je tot gemoedsrust, maar wordt je ook meegesleurd in wervelstormen, plots opkomende tsunami's en verwoestende orkanen. Om daarna, eens alles om jou heen is plat gespeeld, terug met beide voeten op de grond terug te komen. Totaal buiten adem en verweesd achterblijvende. Eigenlijk niet goed weten wat er nu juist is gebeurd. Deze schijf is bovendien zodanig verslavend waardoor je heel bewust die gevaarlijke plekken in dat bos terug gaat opzoeken. Want de muziek op deze schijf drijft je tot waanzin maar geeft je die adrenalinestoot die je terug wil voelen, telkens opnieuw, en opnieuw.. tot het oneindige. Je kunt er maar niet genoeg van krijgen. En nu gaan we terug de snelle achtbaan op om die adrenaline nog maar eens te voelen opborrelen. Want we krijgen er dus maar niet genoeg van.

Tracklist:
1.         Miasma 04:12
2.         Mono No Aware 06:01
3.         Malpurajo 02:49
4.         -7 09:45
5.         Monstro 05:02
6.         Must Put Horns On It 04:46
7.         M 10:29

Vito

Come See Me Again (single)

Geschreven door

Na het eerder dit jaar uitgebrachte "Ever Since I Got To This Town" komt Vito, de Gentse band rond Vito Dhaenens, met een wel heel zomerse single. "Come See Me Again" opent vrolijk en vrijblijvend, als een beetje lo-fi-Beach Boys, om zich dan te ontpoppen tot een kruising tussen Tom Petty en The War On Drugs.

Deze nieuwe single klinkt meer dan de vorige als een rockband met een basisopstelling (gitaar, bas, drum) en met de toetsen helemaal op de voorgrond. Voor een goede rocksong zal er altijd wel een publiek blijven bestaan. De band herkent in het eigen repertoire een song met hit-potentieel en met een zanger met een aangenaam en heel herkenbaar stemgeluid als Vito Dhaenens zitten ze gebeiteld. Het geheime wapen van “Come See Me Again” is zonder meer de raak gekozen klank die de toetsenist uit zijn instrument tovert.

Deze single brengen ze overigens ook in hun Vinyly Live Session (te vinden op YouTube).

Laat deze Vito nog maar wat van die prachtige singles opnemen vóór ze aan een volledig album beginnen.

 

RZMNR

RZMNR

Geschreven door

RZMNR is een vrij jonge band dat sinds 2016 de Vlaamse wegen onveilig maakt. Door middel van strakke gitaar en drumpartijen, die voortdurend in overdrive lijken te gaan, pakten de heren het publiek in Music City te Antwerpen zonder veel moeite in. We schreven daarover: " RZMNR lijkt me echter ook een band die nog kan groeien. Dat bleek op het einde van de set, toen alle registers plots compleet werden open gegooid. Verschroeiende riffs en drum salvo's als een plots opstekende wervelstorm , deden de trommelvliezen barsten. Prompt werd een geluidsmuur opgebouwd, die Antwerp Music City uiteindelijk voor het eerst deze avond op zijn grondvesten deed daveren. Een gewaarwording die we eigenlijk graag wat meer hadden ervaren tijdens de toch voor de rest vrij monotoon opgaande set.

Echter, wat we dus wel te zien en horen kregen is een band die potentieel heeft om binnen stoner - met inderdaad een stevige hoek af - heel hoge ogen te gooien naar de toekomst toe. Daarover bestaat op basis van dit stevige en strak optreden van deze heren in Antwerpen geen enkele discussie."

Het volledige verslag van die avond kunnen jullie nog eens terug lezen via volgende link: http://www.musiczine.net/nl/nl/review-festivals/festival/antwerp-music-city-2018-surya-onrust-rzmnr-de-underground-leeft/

Op 13 juli bracht deze jonge band een eerste schijf op de markt. Het titelloze album is een bloemlezing van hoe instrumentale stoner echt moet klinken. Alsof je met de auto doorheen de woestijn rijdt, de ramen open, versterker op tien. Een hemelse gewaarwording die je niet elke dag tegen komt. De bijzonder hoogstaande manier waarop deze jongens hun instrumenten bespelen, deed ons reeds in Antwerp Music City compleet met verstomming staan luisteren en intens genieten. Ook uit deze plaat blijkt nog maar eens dat de band bestaat uit tovenaars met gitaar en drum klanken.

Luister maar naar het bijzonder aan de ribben klevende songs als “Ålatãr”. Of het circa acht minuten lange huzarenstuk “Pallándø”. Twee songs die alvast de haren op onze armen doen recht komen van puur innerlijk genot. Een gewaarwording die op dit volledig debuut wordt verder gezet. Verschroeiend, als de zon die in je gezicht schijnt op een bloedhete zomerdag, zo voelen die riffs en mokerslagen van drum salvo's telkens aan.

Net door die eerder psychedelisch aanvoelende tongval die we bij elke song opnieuw vaststellen, voelen we ons wegdrijven naar een heel verre wereld. Onontgonnen gebieden in ons hart worden voortdurend aangesproken. Die lijn wordt in de plaat dus aangehouden. Echter net door de bijzonder hypnotiserende inwerking op je gemoed, stoort het nooit dat alles diezelfde lijn uitgaat. Eens gegrepen door die intensieve riffs kom je namelijk in een trance terecht waaruit je niet meer wil ontsnappen.

Besluit: RZMNR brengt een verschroeiend debuut uit, waarbij de band naast kippenvelmomenten een krop in de keel bezorgen. En er ook voor zorgen dat je compleet van de kaart in een hoek terecht komt waaruit je niet meer wil of kunt ontsnappen. De klasse muzikanten van deze band vermorzelen je onder de druk van vlijmscherpe riffs en drum salvo's als mokerslagen in het gezicht. Binnen stoner middens komen we zulke gewaarwordingen niet elke dag tegen. Bovendien wordt het gemis van een vocale aankleding telkens opgevangen door het bouwen van een oorverdovende geluidsmuur, waar je zonder enig medelijden wordt tegen gekwakt zodat je compleet verweesd achterblijft.

Kortom. Voor een debuut is dit een knaller van een schijf, die ons doet uitzien naar meer in de toekomst. Een toekomst die er trouwens, op basis van dit pareltje van een debuut, heel rooskleurig uitziet. Binnen het globale en instrumentale stoner gebeuren zal deze band zeker nog potten breken, zeker weten.

Tracklist:

  1. Ålatãr 05:23
  2. Pallándø 08:07
  3. Čurunír 04:41
  4. Radağašt 04:29
  5. Mithrańdír 04:57

 

Pagina 25 van 71