logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kim Deal - De R...
dimmu_borgir_01...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

maandag 04 augustus 2008 03:00

Folkdranouter 2008: zaterdag 2 augustus 2008

Dag 2 werd ingezet met één van de Vlaamse legendes binnen de kleinkunst Zjef Vanuytsel (Flamundo). Samen met Kris De Bruyne, Wim De Creane , Johan Verminnen en Jan De Wilde, gaf Vanuytsel, inmiddels 61 geworden,  het Vlaamse lied elan door z’n ‘Zotte morgen’. Hij nam vorig jaar een nieuwe plaat op, ‘Ouwe makkers’. Onze architect nam z’n bouwverlof ter harte en grossierde met z’n begeleidingsband en strijkerensemble diep in z’n oeuvre. Het songmateriaal was breder van opzet en werd mooi uitgediept; “Ik weet wel, mijn lief”, “Tederheid”, “Stil inde Kempen”, “Zonneschijn” en “Zotte morgen” klonken emotievol, sfeervol en meeslepend. Nostalgische pop van een sympathiek man, die genoot van de sterke opkomst!

Woven Hand (Kayam) is het vervolgverhaal op 16 Horsepower van singer/songwriter en religieus predikant, Dave Eugene Edwards. Een uurtje onheilspellend, donker dreigend, pakkend materiaal. Adembenemend, spannend en beklijvend. Kippenvelmomenten ervaarden we op songs als “Whistling girl”, “Speaking hands”, “Iron feather” en “Winter shalker”. Sommige nummers als “Tin fingers”, “Deerskin doll” en “Your Russia” klonken pittig, snedig en stevig; ze werden overstelpt door de pedaaleffects, een diepe bas en opzwepende percussie. Tussen de nummers hoorden we een soort kerkgezang. Edwards was nog net tekort voor een ticketje zondagsmis te Dranouter !, doch overschouwde band en publiek op z’n draaistoel… Mooi!
 
Na een ietwat tegenvallende set op het Cactusfestival herstelden Rios, Neve en Proesmans (Kayam) zich. Er zat meer swing en dynamiek in de set, een uitstraling als tijdens hun theatertournee. De moderne kruisbestuiving van pop, latino, jazz en modern klassiek boeide en werkte aanstekelijk. Zuiderse klanken met een knipoog naar de tango van Gotan Project. Een intens samenspel onder Rios’ warme vocals en tintelende gitaarspel, Neve’s beheerste pianospel en de droge drums van Proesmans. Een greep van hun songs: “Baby lone star”, “Angelhead”, “I’m gonna die tonight”, “Auscensia” en “Stay”. Overtuigend optreden!

De New Yorkse singer/songschrijfster Suzanne Vega (Kayam) zagen we al in verschillende gedaantes: met full band, elektronica vernuft en solo. Op Dranouter werd ze een sober begeleid van een bassist en een drummer. Ze besloot haar Europese tournee te Dranouter. Het trio vormde een geoliede machine, wat de melodieuze folky popsongs ten goede kwam. Haar bekendste nummers zaten mooi vervat in de set, aangevuld met enkele nieuwe. Een boeiende set van korte, kernachtige songs. Een spaarzame start met “Rock in this pocket”, “Frank (Sinatra) & Ava (Gardner) (een sprookjeshuwelijk van ups &downs) en “Cracking”. Op het juiste moment stak het trio er meer vaart en ritme in met de dromerige “Marlene on the wall” en “When heroes goes down”. Haar bassist speelde een hoofdrol op “99.9 F” en “Blood makes noise”; z’n diepes bastunes vingen de elektronicabeats op.
Af en toe neuriede het publiek al “Tom’s Dinner”, maar Vega onderschepte dit handig met prachtsongs “Left of centre”, “Solitaire” en “Luka”. “Tom’s Dinner” was de obligate bis, die naast het meezinggehalte een dansbare groove meekreeg. Puike liveset van een vastberaden dame op het podium.

Ozark Henry (Kayam),onder multi-instrumentalist Piet Goddaer, stelde z’n ‘A decade’ voor, de overzichtsplaat van mans oeuvre van vijf cd’s. Een perfect uitgebalanceerde sound van het kwartet (al een tijdje zonder gitarist!) en pareltjes van subtiele, melodieuze songs, die sfeervol, meeslepend klonken of een steviger beatje hadden, onder Goddaers warme stem.
Het publiek werd op z’n wenken bediend van deze hitmachine: van een ingetogen, intiem “Godspeed” en “Vespertine” naar “Word up”, “Rescue me” en “Sweet instigator” tot de dansbeats op de instrumental “Echo as a metaphor”, “Sun dance” en “La donna e mobile”. “Inhaling” kreeg ‘80’s electro mee. Het recenter materiaal “These days”, “At sea”, “Indian summer” en in de bis “Get yourself a chance with me” was de finalereeks van het concert. Poprock op z’n best. Klasse! Een welgemeende Merci en handjes wuiven.

Tenslotte besloot het Engelse The men they could’t hang (Palace), die al 25 jaar bezig trouwens en nog maar sporadisch te zien waren in ons landje. De band is een goed bewaard geheim, die het midden hield van The Pogues, The Waterboys, The Levellers en The Saw Doctors. Een fijn concept van gevarieerde, speelse, vrolijke en ontspannende nummers. De band zong in een verschrikkelijk Brits dialect. Ze trakteerden ons op enkele Schotse traditionals en zeemansliederen. Kortom, het sympathieke The men they couldn’t hang was een rockend boombal.

Organisatie: Folkdranouter Dranouter

donderdag 31 juli 2008 03:00

For Emma, Forever Ago

Een gans verhaal schuilt achter deze prachtplaat van singer/songwriter Justin Vernom aka Bon Iver. Na het uiteenvallen van z’n band, het totaal onbekende DeYarmond Edison, in 2006, ging hij ruim 3 maand in totale afzondering in een hut in de bossen naar het Noordwesten van Wisconsin. In onmenselijke vriestemperaturen sprokkelde hij hout en joeg hij op herten om te overleven; in inspirerende momenten nam hij z’n akoestische gitaar ter hand om liedjes te componeren. Na deze periode van eenzaamheid en isolement bracht hij z’n handvol nummers eerst in eigen beheer uit (in 2007).
Meeslepende en intieme songs van pakkende weemoed, die kwalitatief sterk waren. Ze werden heropgenomen en soms spaarzaam begeleid door toetsen, blazers en percussie, ondersteund van stemmen (een soort Gregoriaanse mannenstemmen), wat een gospel tint gaf.
Z’n songschrijverstalent is optimaal te horen in de warme nummers”Skinny love”, “The wolves (act I and II)”, en “For Emma”.
Dit is een prachtplaat van immense schoonheid, een winterplaat …in volle zomer.

 

donderdag 31 juli 2008 03:00

Port Sunshine

Het Oost-Vlaamse Motek onderscheidde zich binnen de postrock al met hun titelloze debuut uit 2006; met deze opvolger gaan ze muzikaal zelfs een stapje verder, want hun postrock krijgt een avontuurlijk klanklandschap mee door pop, jazzy loops en hemelse melodieën en zang. In het eerste deel van de cd horen we verrassende wendingen, een intense spanning en een sferisch karakter. Een breder concept die menig Amerikaanse, Schotse of Britse postrock doet verbleken. Luister maar eens naar  “Resist”, “Combi collina”, “Epoxy”, “Sevves confetti girl” en hun meesterlijk beklijvende single “Tryer”. De grenzen van de postrock vervagen en wordt nieuw leven ingeblazen. Subliem.
Postrock pur sang zit ‘em vooral in het tweede deel van de cd met “Another seamans song”, “Immer blei”, “Ponderosa”, “Corvo” en “Carnivale”: intiem verradelijk door een forser klinkende opbouw en een geluidsorkaan of die dromerig, zalvend klinkt en filmisch is.
Wat een Belgisch bandje presteren kan …

donderdag 31 juli 2008 03:00

Penguins Know Why (EP)

Het Gentse Penguins Know Why kaapten vorig jaar al de hoofdprijs weg op het Oost-Vlaamse rockconcours ’De Beloften’. Het jonge kwartet onder de broers Dhuyvetters intrigeert door de rauw rammelende rock van Pavement te versmelten met de schuurpapieren gitaarmetaalklank van Steve Albini’s Shellac en het noisy uithalen van Sonic Youth. En ze kruiden het met wat postrock.
De vijf songs op hun EP zijn alvast de moeite waard. “Antfucker” en “Titled” dompelen de luisteraar in de muzikaal dwarrelende leefwereld van Shellac en Sonic Youth, “Teenage Jesus” en “Nifty” beklijven door hun repetitieve opbouw en de rauwe, noisy klanken, en tenslotte “Xoyo” door z’n slepende, subtielere melodie.
Een meedogenloos intrigerend Ep tje, die zich in allerlei bochten wringt tussen melodie, onverwachtse wendingen, diverse tempowisselingen en pedaaleffects stevig indrukken.
Origineel is de hoes: twee kartonnen bordjes met een rood rekkertje. Laat het niet voor uw neus wegschieten …

Info op http://www.penguinsknowwhy.be

donderdag 24 juli 2008 03:00

Weezer (The Red Album)

De ‘college-rock’ van Weezer wordt in de VS erg smaakvol ontvangen. In Europa worden ze koeler onthaald en viel de band vooral op met het wondermooie titelloze debuut in ’96, met songs als “Undone, the sweater song”, “Buddy Holly” en “Say it ain’t so”.
Dit is de derde titelloze plaat in de reeks: ‘The Blue Album’ als debuut, vervolgens verscheen in ‘01 ‘The Green Album’ en nu opnieuw zeven jaar later ‘The Red Album’, met op de hoes een knipoog naar Village People.
De band rondom songwriter/gitarist Rivers Cuomo heeft een goede, doch onevenwichtige plaat uit. Het goede nieuws: “Pork & Beans” springt er torenhoog uit; “Heart songs”, “Cold dark world” en “The angel & the one” hebben een puike opbouw, en klinken broeierig en spannend. Tenslotte is de vermakelijke rock en ‘60’s pop op “Troublemaker”, “Dreamin’” en “Automatic”. Het minder goede nieuws dan: het richtingloze “Everybody get dangerous” en “Thought I knew” en de sferische song “The great man that ever lived” met raps (Cuomo is een grote fan van Eminem!). Rare band met verschillende gezichten …

maandag 28 juli 2008 03:00

Persoonlijke top 10 Dourfestival 2008

- Top: Harvey Milk, Otto Von Schirach, Oxbow, Earth, Life of Agony, Asva, Kruger, Typhoon, Drumcorps, Battles
- Ook sterk: Tortoise, Alter Ego, Eli 'Paperboy' Reed, Dub Trio, Wu-Tang Clan
- Hoogtepunten: het ontmoeten van Trey Spruance (Asva, Secret Chiefs 3, Mr Bungle), een vriendelijke en intelligente persoonlijkheid. Een praatje kunnen slaan met rapper Blu.
- Minpunten
De zwakke programmatie op donderdag
Het annuleren van The Fall (Mark E. Smith doet zijn naam alle eer aan). Het missen van de shows van Beans, DJ Krush, Soil and Pimp Sessions en Woven Hand.

Frank Verwee

donderdag 17 juli 2008 03:00

Funplex

Ze werden omschreven als ’The world’s greatest party band’ sinds de plaat ‘Cosmic thing’ uit ’89, met singles als “Love shack” en “Channel Z”. Begin jaren ‘80 waren zij met “Planet claire”, “Rock lobster” en “Private Idaho” één van de voortrekkers van de dansbare wave .
Na 15 jaar brachten Fred Schneider en z’n twee vocalistes Cindy Wilson en Kate Pierson (de dames met hun suikerspinkapsels!) een nieuwe plaat ‘Funplex’ uit; het plezier blijft een voornaam gegeven , want de groep wenst en wil een party gevoel behouden, maar slaagt er met deze nieuwe plaat maar ten dele in. De eerste songs zitten alvast goed in elkaar en hebben de juiste versnelling van pop, wave en funk, opbouwend, aanstekelijk en een ‘shaking’ feeling: “Pump”, “Hot corner”, “Ultraviolet” en de titelsong.
Naarmate de cd vordert , lijkt de begeestering van hun groovende rock verdwenen, en is er sprake van ordinaire fletsige popdance: “Juliet of the spirits”, “Eyes wide open” en “Deviant ingredient”.
Hun ‘doowop’ is enkel nog te horen op de afsluitende track “Keep this party going”.
‘Funplex’ is niet de plaat waarop we hebben gewacht en is maar een half geslaagde comeback van deze Amerikaanse bommenwerpers …

donderdag 10 juli 2008 03:00

Rockferry

Duffy maakt deel uit van de damesrevolte Estelle, Adele en Amy Winehouse. Ze refereert aan de Motown sound, Dusty Springfield en Petula Clark. Melodieus sensuele, zwoele soulpop, met jazzy loops en orkestraties (die rijkelijk of spaarzaam de songs begeleiden). Haar blanke nachtegalen/soulstem geeft diepte en zeggingskracht aan de nummers, en doen menig persoon van het andere geslacht wegdromen.
’Rockferry’ biedt een gevarieerd geluid. “No mercy”, “Warwick avenue”, “Stepping stone” en de titelsong hebben meer groove en vaart, “Changing on too long”, “Delayed devotion” en “I’m scared” klinken emotievol en ingetogen, en “Distant dreamer” tenslotte besluit in schoonheid met bredere arrangementen. Avondlijke muziek van tijdloze kwaliteit.

dinsdag 08 juli 2008 03:00

Rock Werchter 2008: vrijdag 4 juli

Een paar jaar terug kregen ze al een verdiende ereplaats op Humo’s Rock Rally. Het duo The Black Box Revelation (Mainstage) doen knallers als The Kills, The White Stripes en The Black Keys verbleken en stelden zich meteen naast een Blood Red Shoes. Op een losse, ontspannende wijze speelden ze fris en ongedwongen hun rauwe, vettige en retestrakke garage rock’n’roll blues: “Gravity blues”, “I think I like you” en een schitterend gespeelde “Set your heart on fire” wisselden ze moeiteloos af met een beklijvend “Never alone/always together”. Het jonge duo ging intens en vakkundig te werk op het hoofdpodium. En het leek er op alsof ze daar met twee gitaristen en drummers waren. Wat een puike prestatie!

The Cool Kids (Pyramid Marquee) hitsten het publiek op met hun ‘old school’ hiphop, een mixmax van Cypress Hill, Beastie Boys, Eric B & Rakim, gelinkt aan de funk van Snoop Dogg en enkele ‘80’s klassiekers; van heftiger beats en grooves naar een meer softere aanpak. Niks nieuws , maar goed als opener in de Marquee.

En strak bezielde en een goed geoliede Monza (Mainstage), onder Stijn Meuris, toonde aan dat de Nederlandstalige rock staande bleef op het hoofdpodium. Een snedige aanpak, wat fuzz en een knipoog naar de ‘80’s Belgenpop, met songs als “Tanken in Luxemburg”, “Attica” en “Schuld van de deejay”. “Van God Los” klonk meeslepend, en de meezingers op dit vroege uur waren “Gigant” (één van de Noordkaap klassiekers) en “Wie danst er nog?”.

Met ‘Close to Paradise’ kreeg de Canadese songwriter Patrick Watson (Pyramid Marquee) menig recensent achter zich. Hij schrijft grillige, gesofistikeerde en subtiele verfijnde droomsongs, die onverwachtse wendingen kunnen ondergaan, zonder in te boeten aan intensiteit en gekruid zijn met een vleugje jazz en freefolk.
Het jeugdige enthousiasme van de band bracht hen niet van hun voetstuk. Zelfs niet toen een stroomspanne hen velde en de eerste harde tonen van Slayer op het hoofdpodium te horen waren. Nee, Watson begaf zich onder z’n publiek, en net als tijdens de clubconcerten, jamde hij zonder versterking met enkele bandleden er rustig op los, wat ontwapenend mooi was! Respect! Kippenvelmomenten waren “Weight of the world”, “Luscious life” en de titelsong van z’n plaat. Ergens tussen Buckley, Waits, Devandra Banhart en Radiohead en The Residents te situeren.

Op de duivelse thrashmetal van Slayer (Mainstage) is er na al die jaren nog geen sleet (al van ’82 actief nota bene!). We hoorden een ‘wall of sound’ van het kwartet (wat een versterkers!), die de eer aan zichzelf hielden met een Slayer t-shirt, kettingen en tatoeages. Hun praktisch niet te evenaren gitaarsoli en drumpartijen dwongen respect af. In schril contrast met hun muziek en teksten van satanisme, chaos en terreur kon er bij zanger Tom Araya na elk nummer een verlegen glimlach vanaf, over schouwde hij z’n publiek met z’n indringende blik en gaf  op het einde doodleuk de gouden tip mee “Celebrate life”. Ze haalden enkele klassiekers aan: “Chemical warface”, “Ghosts of war”, “War ensemble”, “Mandatory suicide” en “Angel of death”. Een professioneel coole en beheerste aanpak, wat weinigen hen maar kunnen nadoen.

We bliezen even uit op de vermakelijke, speelse, vrolijke pop van Ben Folds (Pyramid Marquee). Folds ging gretig tekeer en kon praktisch niet stilzitten op zijn piano. De broeierige pianopop kreeg live een forse injectie. Hij kon rekenen op een sterke respons. Zijn Folds Five behoren tot het verleden, maar met z’n huidige band leverde hij een stomend, opzwepende setje af.

Ondertussen verraste op het hoofdpodium Air Traffic (Mainstage) een tweede keer, ter vervanging van Pete Doherty’s Babyshambles.

Het nodige spelplezier beleefde het Amerikaanse My Morning Jacket in de Pyramid Marquee. Deze indie/americana band geeft de laatste jaren hun songs een stevige, krachtige prik mee en laat ze dikwijls ontsporen. Ze onderscheiden zich als een jonge Neil Young & Crazy Horse.
De band, onder zanger/gitarist Jim James, speelde een boeiende set, waarbij ze in eerste instantie fel en hard klonken met “Magheeta”, “Off the record” en “Gideon”, vaart afnamen met sfeervoller werk als “Way he sings”, “Smokin from shooting” en “Evil urges”, titelsong van de nieuwe cd, gedragen door de zalvende, hemelse en melancholische stem van James. My Morning Jacket tekende voor een pittig, bedreven setje.

Duffy ( Pyramid Marquee) maakt deel ut van de damesrevolte Estelle, Adele en Amy Winehouse en refereert aan ‘60’s Dusty Springfield en Petula Clark. Melodieus sensuele soulpop met jazzy loops van een jonge, aantrekkelijke blonde zangeres, - kortgerokt, hoge hakken en verleidelijke blik -, uit Wales, die over een nachtegalenstem beschikte, en menig mannenhartje sneller deed slaan in de komende midzomernachten. “Syrup & honey” en “Rockferry” waren de groovy openers, “Serious” en “Breaking my own heart” het sfeervolle middendeel en “No mercy “en “Distant dreamer” het zwoele slotstuk.

De comeback van The Verve (Mainstage), onder Richard Ashcroft, is er eentje van gemengde gevoelens. De songs kwamen niet echt uit en de groep kon maar schitteren in het tweede deel van de set toen ze enkele klassiekers speelden: “The drugs don’t work”, “Lucky man” en de instant klassieker “Bittersweet symphony”, samen met de huidige single “Love is noise”. Te pas en te onpas straalt Ashcroft een Gallagher mentaliteit uit. Ok, ook “Sonnet” en het nieuwe “Sit & wonder” overtuigden door hun sterke opbouw.
Het ontbrak The Verve aan elan en uitstraling (hoewel Ashcroft een knalgele t- shirt aanhad!). Kortom, een goede, doch weinig spraakmakende set.

Onder de slogan ‘rock’n’roll will never die’ rekenen we twee muziekiconen van de ‘60’s, nl Iggy Pop (die er al was op TW Classic) en Neil Young. Neil Young (Mainstage) was onlangs nog te zien voor een twee uur intense set ifv z’n ‘Continental Tour’; op z’n gezegende leeftijd van 62 jaar boette hij nog niks in van z’n begeesterende, verschroeiende gitaarsoli en doorleefde zang. Voor wie geen (duur en duurzaam) ticket kon bemachtigen tijdens deze clubtournee, was het nu een uitgelezen kans om onze veteraan met vrouwlief Pegi aan het werk te zien. Hij speelde met een tweede generatie Crazy Horse leden een zorgvuldige, uitgekiende en bezielde set, waarbij een pak songs werden gespeeld uit de ‘Harvest’ plaat (’72), waaronder het ingetogen materiaal “Needle & damage done”, “Heart of gold” “Old man” en “Words”. Hij beet van zich af met rockende windvlagen op “Love & only love” en “Hey hey, my my” en varieerde met sfeervoller werk als “Everybody knows this is nowhere” en het recente “Spirit road”. Hij nam de draad opnieuw op met “Fuckin’ up” en Dylans “All along the watchtower”. Ook z’n country roots verloochende hij niet, want hij selecteerde “Get back to the country”. Hij trakteerde, samen met z’n goed op elkaar ingespeelde band, op twintig minuten spelplezier van “No hidden path” uit het recente ‘Chrome Dreams II’.
En verve besloot hij met een unieke Beatles klassieker “A day in the life”, een gierend gitaarspel, waarbij de gaspedaal stevig ingedrukt bleef…
Een grootse prestatie, een levende legende en een rocker met grote R voor jong & oud …

Het Britse kwintet Hot Chip (Pyramid Marquee), onder de tandem Taylor/Goddard, trok de kaart van aanstekelijke popelektronicadeuntjes, bleeps en beats. De soms vreemde wendingen, onverwachtse melodielijnen en dwarrelende sounds van op plaat werden opgeborgen. Ze kozen voor ambiance: heupwiegende en springende dancepop, groovende ritmes en funky loops op songs als “Shake a fist”, “Over & over again”, “And I was a boy from school” en “Ready for the floor”. Hot Chip deinde de party uit met een origineel aangepakte “Nothings compares to U”, die hun andere, eerder zalvende aanpak onderstreepte. Fijne set.

Waar the Chemical Brothers niet in slaagden, was wel weggelegd voor Moby (Mainstage). Hij toverde de wei om in een discotheek! en zorgde voor een dansfeestje om de tweede nacht te besluiten. Vooraf aangekondigd werden z’n hits geremixt en bepaald door keyboards, drums en beats , waarover de gelaagde soulzang zweefde van Joy Malcolm, af en toe geruggensteund door de onvaste stem van Moby, die met het nodige effectbejag het geheel aanscherpte.
Anderhalf uur lang, zonder rust en adempauze, stelden ze er in snelvaarttempo z’n ‘very best of’ voor: “Honey”, “In my heart”, “In this world”, “Go”, “Porcelain”, “Natural blues”, een ophitsende “Lift me up”, “We are all made of stars” en “Why does my heart feel so bad”. Enkele nieuwe songs waaronder “Disco lies” (wel geen “I live to move in here”?) zaten mooi verweven tussen de hits. Te bewonderen waren de drumster en een hyperkinetische Moby (liep als een bezetene over het podium), die het strakke tempo aanhielden. “Bodyrock” (scherpe gitaren ) en “feelin’ so real” werden luidkeels meegezongen. Zegetocht voor hitmachine Moby!

Organisatie: Live Nation

maandag 07 juli 2008 03:00

Rock Werchter 2008: donderdag 3 juli

Het vierdaagse festival Rock Werchter had een sterke, gevarieerde affiche klaargestoomd en kon rekenen op een massale belangstelling van telkens 80.000 muziekfans. De headliners buiten The Chemical Brothers bevestigden, wat de  twee plensbuien al gauw deden vergeten.
Een divers publiek - jong en oud - genoten, de cameraman op de wei zorgde voor animatie van het publiek zelf, er waren de free hugs en …Rock Werchter heeft internationale uitstraling want de buitenlandse aanwezigheid was groot (Britten, Scandinaviërs en Australiërs).
Een tevreden publiek, een tevreden organisatie en een tevreden reporter. Mooi toch …

dag 1: donderdag 3 juli 2008

Vorig jaar al ontpopte het sympathieke Britse Air Traffic (Mainstage) zich als een aangename ontdekking op Rock Werchter. De jonge spruit van bands als Starsailor, Muse en Coldplay is in tussentijd uitgegroeid tot één van de ‘coming bands’. Ze waren onverwachts drie keer te gast op Werchter: als openingsact, op de camping en op dag 2 vervingen ze Pete Doherty’s Babyshambles, die al ettelijke malen verstek liet. Na een overtuigend cluboptreden dit voorjaar, bevestigde dit jonge kwartet opnieuw. Ze behielden hun jeugdig enthousiasme en stonden dicht bij hun fans. De songs van het ijzersterke debuut ‘Fractured life’ stonden als een huis. Chris Wall zong de longen uit zijn lijf, stapte moeiteloos over van gitaar naar piano en speelde met de andere bandleden krachtige en emotievolle pop. Van “Charlotte”, “Just abuse me”, ”Time goes by” tot “No more running away” en “Shooting stars”, wat al meteen gillende keelgaten en meezingrefreinen opleverde. Eens te meer een mooi afgewerkt concert van deze kereltjes uit Bournemouth, Zuid-Engeland.

Het NewYorkse jonge gezelschap Vampire Weekend (Pyramid Marquee) nodigde uit op een versmelting van Rock Werchter met Couleur Café. Inderdaad, hun melodieus, creatief aanstekelijke gitaarpop , met swingende, exotische ritmes, Afrikaanse deuntjes, flamenco en klassiek gaf de indruk dat ze met meer dan vier op het podium stonden. Fris sprankelend songmateriaal in een gevarieerde, uiterst genietbare set: “Campus”, “Cape Cod Kwassa Kwassa”, “M79”, “Oxford Comma” en “Walcott. Deze nummers met een positive vibe werden mooi afgewisseld met de sfeervolle psychedelica van “Mansard roof” en “I stand corrected”. Origineel en sterk!

Het was eventjes wennen aan de zachtere aanpak van Counting Crows (Mainstage). De band, onder charismatische zanger met dreadlocks Adam Duritz, speelde overwegend een sfeervolle set met songs uit de recentste cd ‘Saturday nights & sunday mornings’, die ze gepast varieerden met enkele paraltjes als “Mr Jones”, “Round here”, “Big yellow taxi” van Joni Mitchell, “A long december” en “Hangingaround”. Maar de Mainstage was wel wat te hoog gegrepen, want we hoorden te weinig straf spul om de aandacht te behouden.

Mika (Mainstage) op z’n beurt was het zonnetje in de plensbuien. Vorig jaar cancellede de 23 jarige Libanese/Britse popartiest z’n optreden op Werchter. Z’n Basement Jaxx getinte carnaval en speelse, vrolijke kitsch van discopop werkten in op de dansspieren en boden aangenaam vertier. Er viel veel te beleven met een bloemetjesgordijn, dansende Rio dames, vlezige soulzangeressen en een heen en weer hotsende Mika. Eenvoudige feelgood pop met een meezinggehalte: “Relax, take it easy”, “Big girl, you’re beautiful”, Depeche Mode’s “I just can’t get enough”, “Happy ending” en een uitgesponnen “Love today” (met Mika aka Fred Astaire “I’m singing in the rain”). Het sprookjesachtige “Lollipop” mocht de set besluiten.

Shameboy (Pyramid Marquee) maakt deel uit van de vernieuwende trends in techno en elektro landschap. Ze waren vanavond de aanzet voor een avondje clubdance en rave met een Soulwax /2 Many DJ’s concept. De tweede plaat ‘Heartcore’ komt vervaarlijk in de lijn van de kanonnen Justice, Alter Ego en Digitalism. De knoppenfreaks Luuk Cox en DJ Bobby Ewing deden de Marquee daveren met hun beukende en stampende beats, trance, vettige en schurende basses, chemical breakbeats en elektronicableeps op “Stumble”, “Sunday punk”, “Slaxx”, “Monofour” en “Heartcore”; hartverwarmend waren de massale ‘woowoos’ op de funkende synthloops van “Rechoque”, “Strobot” en “Splend it”.

’It’s time for a love revolution’ is de comeback plaat voor Lenny Kravitz (Mainstage). Weg zijn de tierlantijntjes van orkestraties, gospel, oeverloos soleren en gekostumeerde pakken. In leren jekker leverden Kravitz en de zijnen een goed strak concert af. Enkel in “I’ll be waiting” en “Let love rule” verloor hij zichzelf even. Een retrorock’n’roll hart spreekt de man opnieuw aan: “Bring it on”, “Always on the run”, “Dig in”, “Fields of joy” en “Dancin’ till dawn”; wat hij afwisselde met ingetogen, sfeervoller werk: “It ain’t over till it’s over”, “Stillness of heart” en “I’ll be waiting”. Kravitz breidde een energieke finale met de Guess Who klassieker “American Woman” en “Fly away”; “Are you gonna go my way “ en een massaal meegezongen (en uitgesponnen) “Let love rule”, waarbij Kravitz z’n fans handjes schudde zette het rockfeestje verder in de bis. Kortom, hij bracht het ‘Mama said’ album samen met songs van de recentste cd.

In Soulwax (Nite Versions) (Pyramid Marquee) hebben de broertjes Stephen en David Dewaele de gitaren aan de haak gehouden en resoluut de kaart gekozen van elektronica, elektro, breakbeats, neurotische trance en vervormde vocals, opgezweept door een diepe bas en drums, waarin herkenbare tunes en samples te horen waren (waaronder Kraftwerk, Robbie Williams, Klaxons en Justice).
Een herhaling van hun Xmas feestje weliswaar, onder hun motto ‘Part of the weekend never dies’, wat de logische aanzet was van hun 2 Many DJ set.

R.E.M. (Mainstage) heeft een nieuwe plaat uit ‘Accelerate’, die een directer en strakker aanpak heeft dan hun platen van kortweg de laatste tien jaar. Een wildcard voor Werchter 2008 hadden ze meteen op zak. Het trio Stipe – Mills - Buck & band traden voor de zevende keer aan en konden putten uit hun al indrukwekkende oeuvre. Ze speelden een gevarieerde rockset; ze namen af en toe wat vaart af, doch behielden de aandacht net op tijd door sterke oudjes “Orange crush”, “What’s the frequency Kenneth”, “Bad day”, “The one I love”, “Begin the begin” en “Fall on me” af te wisselen met sfeervol, dromerig werk als “Drive”, “Imitation of life” en “Electrolyte” (wat een wonderbaarlijke pianotoets!) en een handworp nieuwe rocksongs: “Living well is the best revenge”, “Man sized wreath” en de singles “Hollow man” en “Supernatural superserious” , wat het mindere materiaal deed vergeten.
In de bis werd door de herkenbare mandolinetune “Losing my religion” ingezet en het refrein luidkeels meegezongen; de set besloten ze traditioneel met “Man on the moon”.

The Chemical Brothers (Mainstage) zetten de nacht in, maar het écht late uur speelde Rowlands/Simons parten, want de geluidstovenaars legden de klemtoon op een meer chillende trancegerichte aanpak en lange overgangen, wat de uitbundigheid en vuurwerk ontnam. Minder dansbare, pompende beats, wat deels door hun lasers, flashlights en projecties werd gecompenseerd. Een ‘push the button’- injectie hoorden we nog met “Galvanize”, “Do it again/get yourself high”, “Hey boy hey girl”, “Out of control”, “Believe” en “We are the night”.
Tijdens de set waren al vele (vermoeide ) bezoekers richting tent. De Britten besloten zelf moeizaam met “The golden path” en “Chemical beats”.
Een feestje bleef uit, ook al werden we mooi bedankt door onze Chemische Broeders.

Organisatie: Live Nation

Pagina 323 van 348