logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 12 september 2013 03:00

AM

Het is nu wel duidelijk, na 5 platen zijn Arctic Monkeys nog steeds bijzonder hip, en dat is op zijn minst een heuse prestatie. Doorgaans prijst de Britse pers nieuwe bandjes de hemel in bij de eerst twee platen om ze dan vanaf de derde genadeloos de grond in te boren. Zo niet bij hun poulains Arctic Monkeys, die zijn precies met elke plaat nog een stuk cooler geworden. Heeft natuurlijk veel te maken met de supercoole frontman Alex Turner, wiens überhippe vetkuif hem nog populairder gemaakt heeft.
‘AM’ lijkt goed op weg om het meest overschatte album van het jaar te worden. Begrijp ons niet verkeerd, de plaat is best wel OK, maar om ze met zoveel superlatieven te overladen lijkt me toch wat overdreven, zo is de 10 op 10 van NME compleet van de pot gerukt.
Als notoire brompotten hebben wij zo een beetje onze bedenkingen bij ‘AM’. Fans van het eerste uur die zitten te wachten op uppercuts als “I bet you look good on the dancefloor”, “When the sun goes down” of “Brainstorm” krijgen hier eieren voor hun geld. Die fans mogen nu toch echt wel zenuwachtig beginnen worden want het is eigenlijk al vanaf de derde plaat “Humbug” (waarop Josh Homme meer slecht dan goed deed) dat zij op hun honger blijven zitten.
Voorstanders van ‘AM’ zullen u komen vertellen dat Arctic Monkeys geëvolueerd zijn (zo heet dat dan) en een volwassen sound hebben gecreëerd. Kan best, maar wij missen toch vooral de pittige stroomstoten en de vinnigheid van die eerste twee fantastische platen en dat zorgt er al meteen voor dat wij AM een stuk lager inschatten.
Er is uiteraard ook goed nieuws, zo is de onweerstaanbare single “Do I wanna  know” niet uit ons brein weg te branden en ook “RU mine” en  “Why’d you only call me when you’re high” (met dat weergaloos basloopje) zijn kanjers. Maar laat dit nu net de drie veelbelovende voorlopers zijn die ons moesten warm maken voor de definitieve release van ‘AM’. Dat razend knappe drieluik slaagde met glans in zijn opzet, vandaar onze lichte ontgoocheling bij het beluisteren van (een deel van) de rest. Toch ook ongetwijfeld boeiende tracks zijn “One for the road”, “Arabella” en als grote prijsbeest “I want it all” (een absoluut hoogtepunt, met een duidelijke Homme stempel, wel een goeie deze keer). Maar daarna wordt met slappe en slijmerige ballads als “No. 1 party anthem” en “Mad Sounds” het tempo onverbiddelijk uit de plaat gehaald (wat een lachwekkend en stompzinnig Oh la la la refreintje trouwens in “Mad Sounds”, het lijkt wel fuckin’ Elton John).
In “Snap out of it” en “Knee Snocks” (Franz Ferdinand is in de beurt) wordt er terug wat glamrock en fun binnengehaald. Leuke songs, maar nu ook niet wereldschokkend.
Afsluiter “I wanna be yours’ is op zijn best een onschuldig wiegeliedje, maar op het einde van een Arctic Monkeys plaat willen wij nu niet bepaald de slaap vatten, we zouden meer gediend zijn met een welgemikte ultieme adrenalinestoot. Niet dus.
Laat het ons zo stellen. ‘AM’ is zeer degelijk en bij momenten erg boeiend, maar de plaat van het jaar ? Vergeet het.
Ok, de verwachtingen waren dan ook zo onmenselijk hoog, dat het uiteindelijk niet anders kon dan tegenvallen.
‘AM’ kan wedijveren met ‘Humbug’ en ‘Suck it and see’, maar kan hoegenaamd niet tippen aan ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’ en ‘Favourite worst nightmare’.
U vindt ons ondanks alles wel terug in Vorst Nationaal op 09/11.

The Black Angels - Bezwerende psychedelica in een sixties bad
The Black Angels
Aéronef
Lille

We hadden ons voorgenomen om op tijd te komen vandaag, we hadden immers op voorhand ons huiswerk gemaakt om het Canadese Elephant Stone even te checken en waren aangenaam verrast. Hun eerder dit jaar verschenen tweede album ‘Elephant Stone’ blijkt een verborgen pareltje te zijn.
De band zorgde voor een boeiend en meeslepend geluid dat dweepte met een Manchester sound (en dan vooral Stone Roses) doorspekt met sixties- en Indische invloeden. Frontman Rishi Dhir speelde een aardig stukje sitar zonder daarbij in een geitenwollensokken hippie sound te vervallen, een beetje zoals Kula Shaker dat destijds ook kon. De man heeft trouwens al diensten geleverd aan onder andere Brian Jonestown Massacre en Soundtrack of Our Lives, op zich geen grote verrassing aan de sound van Elephant Stone te horen.
Vooral de sterke songs, die af en toe baadden in de sixties (“Setting Son”, “Heavy Moon”), haalden ons over de brug en deden ons deze band met stip in onze agenda en in ons muzikaal brein noteren. Een heuse ontdekking.

‘Indigo Meadow’, de vierde plaat van The Black Angels, is alweer een sterk staaltje bezwerende psychedelische rock met één been in de sixties en het ander been verscholen achter een stapel dreigende onweerswolken. Nieuwe fans hebben ze er niet mee gewonnen, daarvoor klinkt de sound te vertrouwd, maar voor de trouwe volgelingen is ‘Indigo Meadow’ uiteraard een goede reden om nog eens een live set The Black Angels mee te maken, want dat is altijd een belevenis.

Ook in l’Aéronef wist de band hun broeiend optreden terug tot een zompige en slepende climax te loodsen. Bovenop de spannende en sluimerende geluidsgolven die de band creëerde (een flard shoegaze met duistere sixties en een gulp Velvet Underground) wist zanger Alex Maas zijn demonische en galmende vocals, gedrenkt in een walm van echo’s, op de zaal los te laten. Zoals steeds had dit weer een bedwelmend effect waardoor we nog maar eens met volle overgave konden meegaan in de trip die deze zwarte engelen teweegbrachten. Venijnige lappen bijtend zuur uit de nieuwe plaat als “Indigo Meadow”, “Evil things” en een denderend “Don’t play with guns” stonden hun mannetje tussen moordende klassiekers “Bloodhounds on my trail”, “You on the run” en “Young men dead”.
Naar de finale toe werd de set alsmaar giftiger en meer en meer verslavend. Dat is nu net de sterkte van The Black Angels, ze sleuren hun publiek keer op keer mee in een verzwelgend geluid om dan telkens uit te monden in een brandende apotheose.

Ook wij lieten ons gewillig meeslepen tot de laatste streep feedback het licht kwam aansteken.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Elephant Stone - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4144
The Black Angels - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4145

Organisatie: Aéronef, Lille

zaterdag 21 september 2013 03:00

Radio Moscow - Gitaren in de retro stand

Radio Moscow - Gitaren in de retro stand
Radio Moscow
DOKBox
Gent
2013-09-19
Sam De Rijcke

Het retro powertrio rond briljant gitarist Parker Griggs zit momenteel op een nieuwe plaat te broeden en daar kregen we in Gent een bijzonder aangenaam voorsmaakje van. Geen bruuske stijlbreuken, waarom zouden ze. Radio Moscow blijft vasthouden aan een sound die meer dan 40 jaar geleden gecreëerd werd door sprekende namen als Jimi Hendrix, Black Sabbath, Cream en Blue Cheer.

Om zich te kunnen meten met het grenzeloze genie van Jimi Hendrix moet men al wat aangeboren talent in de aderen hebben, Parker Griggs heeft dat. Eens te meer bleek in Gent dat Radio Moscow zijn, en alléén zijn, ding is. Een nogal statische bassist en een iets meer bedrijvig drummer zorgden voor een potente ritmesectie, maar de songs, het brein en de geweldige gitaarsolo’s van Griggs bepalen duidelijk het geluid van Radio Moscow.
Radio Moscow slaagde er in om die schaamteloze retro rock om te zetten in een eigentijdse sound die krachtig, fel, snedig en begeesterend voor de dag kwam. De songs werden naar goede seventies gewoonte al eens wat langer uitgesponnen dan hun vrij korte studioversies. Ze werden overladen met vettige lagen heavy psychedelica en stevige bluesrock, en steeds waren er daar die vinnige solo’s van Griggs die het geheel naar hogere sferen loodsten. Het nieuwe materiaal, dat naar ons gedacht nog een stukje meer Hendrixiaans klonk, was alleszins veelbelovend en wij kijken vol verlangen uit naar die nieuwe plaat.

Dit was een uurtje pure en krachtige retro met de gitaar in een glansrol.

Ook support act Carousel had de klok zowat 30 jaren teruggedraaid. De band serveerde een stevige pot old school hardrock met splijtende riffs en gierende solo’s (twee leadgitaristen in de rangen, kwestie van er een beetje volume in te steken), soms traag scheurend, maar meestal snel en heavy. Een heftige versie van de AC/DC klassieker “Let there be rock” kon als statement wel tellen en zette een krachtig punt achter een korte en knallende set.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Radio Moscow - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4135
Carousel -
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4136
Organisatie: Democrazy Gent (ism Heartbreaktunes)

donderdag 05 september 2013 03:00

Engravings

U mag ons dan al ouderwets vinden, maar wij hebben het doorgaans niet echt begrepen op artiesten die muziek produceren enkel met behulp van een laptop.
Wanneer het ‘afgewerkte’ product van zo een laptop freak aan ons wordt voorgesteld dan worden wij telkens op voorhand al overmand door een walm van argwaan, en dat blijkt dan meestal terecht te zijn. Wij krijgen het niet echt warm van de sufgehypete James Blake en ook de kille dondergeluiden van het door de ‘betere’ pers zwaar bejubelde The Haxan Cloak wekken bij ons geen wow! gevoel op, het lijkt ons eerder een soundtrack voor het mortuarium, en ginder heeft er toch niemand last van. Het is nochtans hip om deze dingen goed te vinden. Maar wij moeten niet persé hip zijn.
Enter Forest Swords, we zullen onze mening moeten herzien.
Forest Swords is het project van de Britse producer Matthew Barnes (in elektronische kringen spreekt men eerder van producers dan van muzikanten, klinkt moderner). Barnes heeft ‘Engravings’ helemaal in zijn eentje in de kille buitenlucht in mekaar geknutseld en hij heeft er echt iets heel moois en bijzonders van gemaakt. Er hangt voortdurend een mist boven dit plaatje, je wordt er niet vrolijk van maar je wordt er wel door bedwelmd. Het is een verzameling atmosferische en mysterieuze soundscapes om bij weg te dromen of naar een ander universum te reizen. Oosters aandoende klanken worden ondergedompeld in een dub-badje, vervormde stemmen worden er doorheen gemixt en op de achtergrond sluimeren af en toe echo’s van verdwaalde gitaren of een gesmoorde piano. We zijn een beetje beneveld door de mooie klanken die Barnes uit zijn laptop getoverd heeft, dit is het betere knip- en plakwerk om de donkere wintermaanden mee door te komen. Geen kille bedoening maar een boeiende reis doorheen een zweem van klanken die uit een andere wereld komen.

donderdag 05 september 2013 03:00

Sequel to the Prequel

Geen idee of Pete Doherty zijn leven terug op de rails heeft, het zou ons verwonderen, maar er wordt tenminste niet meer zo over geroddeld, en dat is goed nieuws wat ons betreft. Een man als Doherty moet je waarderen omwille van zijn songwriter capaciteiten, niet omwille van zijn turbulente leventje en zijn druggebruik. En songs schrijven, dat kan hij nog altijd.
De derde Babyshambles plaat mist dan wel de rafelige kantjes van zijn voorgangers, en zeker die van The Libertines (‘Up the Bracket’ is op vandaag nog steeds ons geliefkoosd zootje rommel), maar dat is geen reden om ‘Sequel to the Prequel’ uit de weg te gaan.
Doherty heeft immers terug een handvol pareltjes uit zijn losse pols geschud en deze op een gevarieerd plaatje gepost. Het begint met “Fireman”, een venijnige punksneer van anderhalve minuut, om dan plotsklaps over te gaan in “Nothing comes to nothing”, het meest gladde en commerciële popsingletje dat Doherty tot op heden gemaakt heeft, maar het werkt wel en het typeert de veelzijdigheid van dit album.
Verder durft Doherty wel al eens te lichtvoetig te worden, zoals op het country niemendalletje “Fall from grace”, maar doorgaans weten Babyshambles hier de nodige variatie aan de dag te leggen met kwieke songs die misschien niet meer zo fel rocken als weleer, maar die alweer getuigen van een frisse en creatieve aanpak, zij het deze keer zonder stekels.
Puik plaatje, doch ietsje meer vuur had wel gemogen, maar daarvoor gaat u ongetwijfeld Babyshambles live aanschouwen in de AB op 16/01/2014 (onder voorbehoud natuurlijk, met Doherty weet je nooit).

donderdag 05 september 2013 03:00

Loud Like Love

Wat valt hier over te zeggen ? ‘Loud like love’ is een vintage Placebo album met …euh vintage Placebo songs. Niks nieuws, geen vermeldenswaardige aardverschuivingen in de sound, maar ook niet pretentieus en toch weer bij momenten fris en aanstekelijk. Placebo heeft op safe gespeeld, er moet tenslotte ook nog van geleefd worden. Het klinkt dus allemaal zeer herkenbaar en vertrouwd in de oren maar er zit toch weer lekker wat vaart achter de songs, hoewel die onderhand nooit meer echt verrassend voor de dag komen. Placebo heeft het wijselijk deze keer ook vrij kort gehouden, 10 songs om precies te zijn (uptempo nummertjes en ballads netjes met elkaar afgewisseld), waardoor de sleur er niet echt komt in te zitten.
Niet hun beste werkje (wij zijn nog altijd het meest te paaien met ‘Without you I’m nothing en ook hun vorige plaatje ‘Battle for the sun’ kon ons ook iets meer bij het nekvel grijpen), maar toch weer een onderhoudend Placebo plaatje.
Meer dan dit hadden we eerlijk gezegd ook niet meer verwacht.
Placebo komt hun jongste telg voorstellen op 07/12 in het Sportpaleis. Kan de moeite zijn.

donderdag 05 september 2013 03:00

Drenge

Drenge is een Brits gitaar/drum duo die rauwe en onversneden rock’n’roll brengt. Op zich is dit al lang geen originele formule meer, maar dat geeft niet, want ze werkt nog steeds.
Het betreft hier de twee broertjes Eoin en Rory Loveless en ze hebben vanuit hun rommelgarage een vettig debuut geleverd. Natuurlijk moeten we u alweer in de richting van The Black Keys doen denken, maar ook Nirvana, Metz en zelfs Queens Of The Stone Age hangen in de lucht. Bij Drenge staan de gitaren namelijk vaak in een modderige grunge- en stonermodus, en dat met een zware voet op het gaspedaal. Er zit vaart, tempo en vettige motorolie in hun songs en dat manifesteert zich in een lekker zompige en vuile gitaarsound doorspekt met gortige drums. Tien korte en vuile lappen van songs razen er door in amper een half uurtje, onze favorieten zijn “I want to break you in half” (moordend), “Backwaters” (supervet) en “Face like a skull” (Nirvana!). Pas met de laatste twee songs (het lange en zompig doorscheurende “Let’s pretend” en het beatlesque “Fuckabout”) wordt de zware voet wat getemperd, maar de vunzigheid blijft wel plakken.
Dergelijke plaatjes kunnen nooit op onze zenuwen werken. Stevig en sterk debuut.
Drenge staat op 24/09 in de Rotonde van de Brusselse Botanique, wij ook.

donderdag 29 augustus 2013 03:00

Imps of Perversion

‘Imps of Perversion’, de tweede plaat van deze New Yorkse noise punkers laat zich net als zijn voorganger ‘The Horror’ kennen als een intense rauwe uppercut op uw bakkes. Het is ongepolijste noise in de geest van The Birthday Party, The Jesus Lizard en Big Black, met kurkdroge mitrailleurdrums, gitaren die vlijmscherp en angstaanjagend door de muur snijden en een zanger die meer bijt dan zingt. Er zit een eighties kantje aan, maar dan wel een vuil en gortig. Vunzige lappen noisepunkrock als “Lights Out” en “Coma Baby” halen de smerigste ratten uit de riolen maar onze favoriet is toch het moordlustige “Nailhouse” dat met een voorhamer 7 minuten lang op ons voorhoofd staat te timmeren. Altijd fijn.

donderdag 22 augustus 2013 02:00

Slave Vows

The Icarus Line draaft al meer dan 12 jaar rond, doorgaans in de underground. Omdat hun muziek altijd te weerbarstig, destructief en chaotisch geweest is heeft deze band nooit een groot publiek kunnen aanspreken. Platen als ‘Penance Soiree’ en ‘Black Lives at the Golden Coast’ waren nochtans venijnige kreten om aandacht met kilo’s aan potentieel, maar de wereld liet toch The Icarus Line aan zich voorbijgaan.
Daar mag voortaan eens verandering in komen want de nieuwe ‘Slave Vows’ lijkt ons het strafste wat deze band tot op heden gepresteerd heeft, hoewel het opnieuw geen gemakkelijk te verteren brok onheil is. Dit snerende album heeft de intensiteit van Swans, de krankzinnigheid van Grinderman (“Laying down for the man”), de rauwheid van The Stooges (op “Don’t let me save your soul” en “Dead Body” lijkt wel een gereïncarneerde Ron Asheton aan het werk te zijn), de vernielzucht van Sonic Youth (gitaren ontsporen compleet op “Marathon Man”), de verbetenheid van Nine Inch Nails, de smerigheid van The Jesus Lizard en de geflipte groove van Primal Scream.
De songs zetten sluimerend in om dan meermaals in uw gezicht te ontploffen. Zanger Joe Cardamone sneert geregeld als de jonge junk Iggy Pop en treedt op het dreigende “No money music” volop in de huid van een ontketende Alan Vega die onder het mom van Frankie Teardrop zijn demonen er uit schreeuwt. Suicide it is.
‘Slave Vows’ bevat amper 8 motherfuckers van songs, het zijn stuk voor stuk bezeten monsters die hongerig uit hun donker hol komen gekropen om zich genadeloos in uw nek vast te bijten. Als dit u afschrikt zouden wij u aanraden om de nieuwe Editors te kopen, maar laat dan wel onze kop gerust.

The Waterboys - Glansprestatie gevuld met klassiekers
The Waterboys
OLT Rivierenhof
Deurne

Met hun glansprestatie in het Antwerpse Rivierenhof is het nog maar eens duidelijk geworden dat Mike Scott en Steve Wickham de steunpilaren en tegelijkertijd de kracht en de klasse zijn van The Waterboys. De andere groepsleden zijn, sorry voor de uitdrukking, niet meer of minder dan begeleidingsmuzikanten.

Mike Scott is sinds jaar en dag de leverancier van een stapel prachtsongs, Steve Wickham weet die steeds prachtig in te kleden met zijn briljante en vaak ook krachtige uithalen op elektrische viool. Het duo lijkt perfect met elkaar te zijn samengesmolten en daar kwamen de ganse avond vonken uit. De heren schitterden meermaals in vrij potige en stevige versies van een hoop alltime Waterboys klassiekers.
De set was zo een beetje een best of waarin The Waterboys zich meermaals van hun vinnig rockende kant lieten zien in onder andere uiterst scherpe versies van “Glastonbury Song”, “Be My Enemy” en als absolute hoogtepunt een briljant “Don’t bang the drum”. De Keltische zijde van de band, met alweer een glansrol voor Steve Wickham, werd prachtig beklemtoond met de folkroots van “The Raggle Taggle Gypsy” en een mooi uitgesponnen “Mad as the mist and snow”.
Met de nadruk op onverslijtbaar ouder werk als “Fisherman’s blues”, “A girl called Johnny” en een wel heel flinke greep uit hun eighties meesterwerkje “This is the sea” (met ondermeer een bloedmooie uitvoering van de titeltrack) wist de groep perfect de noden van het op nostalgie uit zijnde publiek in te lossen, wat resulteerde in een bijzonder fraaie en succesvolle avond. Er was geen tijd voor eventuele kennismaking met nieuw werk (tenzij u het ondertussen al twee jaar oude recentste album ‘An appointment with Mr Yeats” als nieuw materiaal beschouwt), maar daar morde geen mens om want The Waterboys zorgden immers voor een intens, warm en hevig concertje die een mooie samenvatting bleek van hun uitmuntende repertoire.

Dat op het einde de hemelsluizen opengingen, namen we er graag bij want een beetje regen kon nauwelijks de pret bedreven, getuige een overenthousiast publiek. Het zijn tenslotte Waterboys, er moest toch een beetje vochtige substantie aan te pas komen en dat kan niet altijd bier zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-waterboys-25-08-2013/
Org: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

 

Pagina 59 van 111