logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Stereolab
Johan Meurisse

Johan Meurisse

The Gaslight Anthem, het kwartet uit New Jersey, onder zanger/gitarist Brian Fallon, heeft z’n folky punkroots op hun tweede volwaardige plaat ‘The ‘59’ sound’ een spannende draai gegeven, want naast de vaardige, puntige punkrock wordt hun sound nog meer doorspekt van americana en classic American poprock van Springsteen. De groep laat eenzelfde groei horen als een Against Me!, die ver buiten de geijkte folkpunkpaden durft te treden. Want we horen zelfs hun erkenning voor soul legendes Cooke, Gaye en jazzvirtuoos Miles Davis (er is trouwens een song aan hem gericht!). Hier kan een band als Dropkick Murphys iets van leren.
Vanuit deze invloedssfeer baant The Gaslight Anthem zich een weg tussen ‘de ‘80’s revival The Clash, This Model Army, The Replacements, Big Country en The Men They Couldn’t Hang.

De groep ging anderhalf uur lang met een eenzelfde oprechte energie, dynamiek en vitaliteit te werk. Melodieus gestroomlijnd materiaal, aanstekelijke refreinen, snedige gitaarpartijen en opzwepende drums. Muziek ‘straight from the heart’! Goed onderbouwde songs en prachtig sentiment, die muzikaal, vocaal als qua uitstraling Bruce ‘the boss’ niet kunnen wegsteken.
Leadzanger Fallon en bassist Alex Levin leken de verpersoonlijking wel van sixtie rock’n’roller James Dean, krachtpatsers met een body vol tatoeages. Ook de twee andere, drummer Benny Horowitz en gitarist Alex Rosamila, moesten niet onderdoen qua tatoeages, maar leken eerder uit een rockende garagescène te zijn ontsnapt.
Het sympathieke kwartet speelde bijna integraal hun recentste cd, de ene nummers wat strakker, openers “Great expectations” en “High lonesome”, de andere wat meer opbouwend en broeierig: “Old white Lincoln” (eerste single van de cd), “Cowgirls get the blues”, “Film noir” en tot slot “Where fore art thou, Elvis”, ingeleid door “It’s a mans mans mans world” van James Brown. Of ze klonken rauwer als op “Boomboxes & dictionairies”, één van de drie oudere songs in de set.
De snedige rockers “We came to dance”, “Drive” en afsluiter “The backseat” behielden het aardige, geestdriftige tempo van de band. Het zat allemaal goed in elkaar! En dat ze ook subtiele, poppy droomsongs kunnen spelen, hoorden we op het bloedmooie “Here’s looking at you, kid”.
The Gaslight Anthem bracht ijzersterk materiaal waarvan ik me kan voorstellen dat de doorsnee hardcore/punkrockliefhebber eerder wat terughoudend kan zijn door de subtiele switchs van de band, maar wetende dat de songs recht vanuit het hart komen, moet hen wel over de streep trekken.
De sterke respons deed het kwartet daadwerkelijk deugd, na hun drie man en een paardenkop optreden in de Frontline, nog vóór de cd midden vorig jaar uitkwam, wat zorgde voor een uitgebreide bis; in de paar sfeervolle songs refereerden ze aan Bruce Cockburn’s “Rocket Launcher” en het filmische ‘Wild at heart’. De rock’n ‘rollers onder ons waren zeker te vinden voor de puike versies van “I’d called you Woody, Joe” en “Cassanova Baby”. Een messcherpe versie van Billy Bragg’s “A new England” tussen bard Frank Turner en Fallon besloot definitief de set van het leuke, zonder enige stoerdoenerij, The Gaslight Anthem.
 
Zonder in te boeten aan die unieke punkrock/hardcore sloeg het kwartet aan met hun flirt naar andere stijlen; een gepaste, gevatte en geslaagde eigen ‘feel’ om uit diverse vaatjes te tappen!

Ook de supports mochten er duidelijk zijn. The Polar Bear Club, uit NY, hield het bij de strakke en krachtige melodieuze hardcore, die richting punkrock durfde in te slaan , onder een fantastisch brullende, charismatische zanger.

Maar het was vooral de tweede act, singer/songwriter Frank Turner, die iedereen met verstomming sloeg. Hij beschikte over een heldere, angry gouden stem, geselde z’n gitaarsnaren en plaatste de power in een song centraal. Deze jonge bard uit Z-Londen palmde solo probleemloos het publiek in en onderscheidde zich binnen de twee krachtige bands van de avond.
Een ‘man van de barricaden’ stond hier enthousiast, bezield en overtuigend te spelen. Een jonge Billy Bragg zonder veel gezeur (!) vormde met z’n publiek één team. Solidariteit en samenhorigheid, zoals we het in jaren niet meer gehoord hadden op een podium. En hij hield het leuk en plezierig en brabbelde zelfs à l’improviste een kort nummer in ‘t Frans. Hij bezorgde ons kippenvel door enkel met z’n indringende stem een song te brengen. We kijken er alvast naar uit als hij in november terug langskomt …

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 19 februari 2009 01:00

All we could do was sing

Een tof en interessant debuutplaatje komt van Port O’Brien, letterlijk via een overzetboot ons landje binnengevaren, want achter deze uit Bay Area, Californië afkomstige band, schuilt het folkduo Van Pierszalowski en Cambria Goodwin.
Puike indie/folkpop horen we op het ijzersterke debuut ‘All we could do was sing’, die de sober gehouden EP ‘The wind and the swell’ op volgt. Ze brengen een gevarieerde aanpak en een vrolijke ondertoon in elke song, van de kaal gehouden intimiteit van Bon Iver en Bonnie Prince Billy ( “Fisherman’s son”, “Don’t take my advice” en “Will you be there”) naar de bredere opzet: door een steviger rocktune van Pavement (“Pigeonhold”, “The rooftop song”, “In vino veritas” en “Close the lid”) of de sfeervolle groove van Shearwater en Arcade Fire: “I woke up today” en “Stuck on a boat”.
Port O’Brien staat garant voor een instrumentarium van akoestische gitaren, banjo en violen, luidkeels in koorvorm meegezongen stemmenpracht, uitbundige refreinen en meestampers. Het is de muzikale opzet van het duo.
Handig om weten: HIJ vangt in de zomer zalm op de vissersboot van z’n pa in Alaska en ZIJ bakt thuis brood als tijdverdrijf. Aan land leggen ze hun afzonderlijke ideeën en teksten te samen, wat resulteert in deze overtuigende debuutplaat. Aanstekelijk materiaal dus … en het mag dus meer zijn van deze leuke, nieuwe muziek.

donderdag 19 februari 2009 01:00

0

Tilly & The Wall is een spring- in-t-veld bandje uit Omaha, Nebraska. Ze zijn al aan hun derde cd  toe en zorgen voor vrolijke, broeierige pop. Het kwintet geeft kleur door pianoriedeltjes, trompetten en xylofoons. Voor de productie stond Mike Mogis in (The Faint, Bright Eyes). In de spotlights staat Jamie Presnall, tapdanseres en zangeres van deze leuke bende. Met haar schreeuwerige vocals sluit ze aan bij de dames van de B 52’s Pierson/Wilson. De band beschikt over de dynamiek en de speelsheid van een Los Campesinos.“Pot Kettle Black”, “Chandelier lake”, “Falling without knowing”, “Tall tell grass” en de xtra track single “Beat control” zijn de AntiDepressiva bij uitstek. Opwindende pop! Soms moet dat écht niet meer zijn …

donderdag 19 februari 2009 01:00

Me and Armini

De sympathieke IJslandse zangeres Emiliana Torrini (uit Kopavogur) breekt definitief door met haar derde plaat ‘Me and Armini’. Een gevarieerd geheel van sfeervol dromerige melodieuze pop met hippe, lichte elektronicabeats, aanstekelijke ritmes en rauwe rock, waarin haar singer/songwriterschap wordt onderstreept. Haar naïeve, onschuldige, maar warme vocalen geven zeggingskracht aan de nummers die refereren aan Joan As Police Woman (“Fireheads, “Beggar’s prayer”), Beth Orton (“Birds”) en Bjork (“Heard it all before”). “Jungle drums”, wat een uptempo groove, en “Gun”, lijkt wel de afwezige Kills song op hun eigen plaat!, zijn de meest snedige songs van de plaat. Toffe dame, tof plaatje en een verdiende erkenning!

maandag 23 februari 2009 01:00

De Nieuwe Snaar - Foor 11

De Nieuwe Snaar van de broers Kris en Jan De Smet, aangevuld met muzikant Walter Populiers en acrobaat/muzikant Geert Vermeulen, hebben alweer een volgende productie in hun al indrukwekkende oeuvre sinds ’77 klaargestoomd. Al 25 jaar lang de absolute top in het muziektheater! Woorden als kleinkunst, pop, rock’n’roll, chanson, entertainment, humor, acrobatie, circus en cabaret, schieten ons te binnen. En na de vorige productie ‘Helden van Vandaag’ (nog maar van 2007 geleden trouwens!), verbaasden de ‘Ouwe Zakken’ (zoals de Jan zichzelf omschreef in het begin van de set!) met hun traditioneel instrumentarium in een twee uur durend, uiterst origineel en creatief geheel van show, spektakel en muzikale diversiteit.

De maatschappij wordt op de korrel genomen in ‘Foor 11’ en biedt stof tot nadenken in deze té snel draaiende wereld, waarbij niet meer kan stilgestaan worden zaken te laten rijpen en groeien. Een overaanbod van informatie, die we niet meer verwerken! Letterlijk zien we de carrousel door een reusachtig rad/skilift/kermismolen, die op het podium in het midden staat opgesteld.
Het begint allemaal leuk, grappig en onschuldig met eenvoudig, ingetogen popliedjes met een Balkannoot door het ruime assortiment aan blazers, als “Mijn hart dat zingt” en “Graven in gruizig zand”. De vier rasechte multi-instrumentalisten breidden vele muzikale miniverhaaltjes aanéén en sleurden ons gaandeweg mee in die gek draaiende wereld van “Ons Irene” of “Daar beeft de grond”.
In de show bouwden ze het spektakel op, er komen halsbrekende stunts en vliegwerk aan te pas, repeterende orgelriedeltjes, akoestische/elektrische gitaren, drum/trommels, Balkanblazers en allerhande soms dolgedraaide instrumentjes. Een schouwspel met een bijna spooky beangstigend einde …

De Nieuwe Snaar vond zichzelf opnieuw uit … en bood met ‘Foor 11’ een volgende stap in hun al verrassende Universum. Ga het allemaal zien wat het allemaal inhoudt, van exposé, straffe verhalen over de liefde en vrouwen, vuur spuwen, over glasscherven lopen, krachttoeren uithalen en onverwachts (zotte) situaties … Kassa Kassa aan de Kermismolen van de Foor van ‘De Nieuwe Snaar’.

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Er was heel wat volk opgedaagd om de twee oudgediende Belgische punkbands Belgian Asociality en Funeral Dress aan het werk te zien. De ene fan haalde z’n oude punkjasje en streepjesbroek uit de stofferige kleerkast op zolder (waarbij hij hoopte er nog in te kunnen!), de andere was letterlijk met vrienden blijven hangen in de roemrijke beruchte ‘70’s punkjaren. De jongere aanwezige wou wel eens weten waar de huidige hardcore/punkrock/nu-metal bandjes (uit eigen streek) de mosterd vandaan haalden. De basis van een goede keuze met deze twee bands.

Het Antwerpse kwartet Belgian Asocialty bestaat twintig jaar en vierde het met de langverwachte voorstelling van de nieuwe cd, waarvan we naar BA traditie U de titel moeten onthouden. De uitdrukking ‘Eenvoud siert’ werkt doeltreffend als je deze band, onder de ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige punkpop Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas), aan het werk ziet. Ze halen invloeden uit de hardcore, ska, metal en country. Hun prettig gestoord, meezing-/brulbaar rammelende pretpunk (kort, rechttoe-rechtaan, opzwepend) met humoristische en cynische no-nonsens teksten, blijft populair en werkt aanstekelijk op de dansspieren! Onterecht wordt hun ‘gezonde boereleute’ amateurisme en gemakzucht verweten, door het feit dat ze door de jaren misschien altijd (meer) van hetzelfde doen. Het publiek ging in de moshpit bij momenten fel tekeer: sky- en stagediven, duw en getrek en pintjes gooien in de lucht; het was leuk om te zien hoe jong en oud zich verenigde op het oude als ook het nieuwe materiaal.
Meteen zat de vonk erin, met prijsbeesten als “BA”, “Feasty boys”, “Keerbergen” en “Stagediv”. De nieuwe songs als “Twee”, “Die van ons”, “Preekwoorden”, “Treimeloe city” en “Tuinkabouter”, zaten mooi verweven binnen de oude klassiekers. Ondanks dat ze wat ‘meer song’ om zich hadden, was het tempo hoog en strak. Ook de bindteksten van het ‘Sergio entertainbeest’ Vosté waren na al die jaren ferm leuk om te horen. Het feestje was compleet met “Jupiler”, “Boerderie”, “Van mijn erf”, “Belg-Ie” (persiflage van het ons volkslied), “De gefrustreerde automobilist”, “Bompa punk” en “Non non rien ne va changer, tout va continuer”. De punkattitude kreeg nog een staartje in de bis met “De moshpit”, de klassieker “Morregen”, “Anarchie” en “Het is gedaan, ’t is weer goed geweest”. En dat het goe was geweest, merkten we alvast toen thuis onze kleren nog naar sigaretten en het gekegelde bier roken, een beetje als op de vroegere plaatselijke chiro- en scoutsfuif. Soms moet da echt niet meer zijn…

Funeral Dress, op z’n beurt, vierde in het Depot z’n 1000ste concert en stelde meteen ook de nieuwe cd ‘Global warning’ voor. De groep uit Herentals/Heist-op-den-Berg ontstond ook al midden de jaren ’90 en is ondertussen uitgegroeid tot één van de bekendste Belgische rockbands in de USA. Hun springerige en dynamische punkrock met folkinvloeden, brak definitief door in 2002 toen ze hun lijflied “Party On” in de hitparade zagen staan. Zij bundelen de kritische blik op anarchie en de muzikale rijkdom van Dropkick Murphys, Flogging Molly, Green day, Blink 182, en oudjes Exploited, Dead Kennedy’s samen.
Ook zij overtuigden een uur lang met twintig korte snedige en felle punksongs. We hoorden songs met spraakmakende titels als “Death and glory”, “Rebel radio”, “Speed psycho”, “Cops are  no …”, “Belguims burnin” en “Angel suicide”, in combinatie met de party klassiekers “Pogo”, “Oi”,“Beer and woman” en “Party on.
Hun ’All for one, and one for all’ klonk als één brok samenhorigheid, want de fans waren één en al respect voor hun favoriete band …

Organisatie: Depot, Leuven

Het Gentse The Bony King Of Nowhere won een paar jaar terug het lokale Beloften concours om zich dan in de schijnwerpers te plaatsen als supports, Folkdranouter 2007 en 25 jaar Vooruit. Een verstilde, ingetogen en sobere aanpak van emotievol semi-akoestisch gitaargetokkel, kleurrijke keyboards en een ingehouden percussie. De groep, bepaald door zanger/componist Bram Vanparys, heeft nu z’n debuut uit, ‘Alas my love’, werd en wordt lovend onthaald en staat voor de immense uitdaging hun muziek van innemende, broeierige en melancholisch romantische pop en de opgedane podiumervaring verder ‘en verve’ uit te werken. Sinds de band werkte aan het debuut kwam er nog een contrabassist en een tweede gitarist bij, die de songs wat meer diepgang geven en wat meer doorleefd laten klinken. Ook de dromerige, indringende, licht overwaaiende vocals van de zanger passen in dit muzikaal plaatje. De groep doet denken aan Bonnie ‘Prince’ Billy, Iron & Wine, Bon Iver, Low en Cowboy Junkies en in de zang aan Girls In Hawaii en Absynthe Minded.

Ondanks de onwennigheid en licht onzekere houding op het podium hoorden we een dosis sfeervolle songs binnen een ‘Duyster’ concept, “The sunset”, “Everything I like” en “There I am”, die door de huidige instrumentatie wonnen aan zeggingskracht. Ontdaan van enige franjes en bepaald door lieflijk gitaargepingel en een verloren gewaande diepe contrabassnaar waren “Taxidream”, “My favorite” en de titelsong, die door handclapping een extra toets kreeg. Perfect gedoseerd binnen de ‘Bony’ context speelden ze een tweetal krachtige songs, “The darkness” en in de bis “Eleonore” (beiden niet op het debuut), die het meeste vaart gaven en zeker iets zijn om in de toekomst mee rekening te houden van een gevarieerde setlist. Een aan Radiohead/Sigur Ros refererend klanktapijt hoorden we door toetsen en soundscapes op “Maria”, “Losing gravity” en “Visitor”. Het intiem pakkende “My invasions” op piano besloot de cd voorstelling. Op het eind kregen de songs zelfs meer impact door Bram’s fluisterzang.

Een klein uur zagen we een talentrijk muzikant en een goed ingespeelde band. Broeierig spannende groeisongs, die door hun intimiteit een pracht zonder praal waren; kortom, klassewerk en een doorbraak die niet mag ontbreken. Vanparys en de zijnen profileerden zich als een de Bony ‘Prince’ Of Nowhere en droegen de naam van een ‘King’ waardig!

Ook de mensen van Keremos hadden iets in petto. Hun tweede ‘The Next Big Thing’ stelden volgende beloftevolle bands voor in de Minnemeers, The Galacticos, Roadburg, Team William, Arquettes en Steak Number Eight.
Na het optreden van The Bony King Of Nowhere konden we nog de springerige, aanstekelijke poprock van The Galacticos meepikken en zagen we Team William (derde plaats op Humo’s Rock Rally vorig jaar!) aan het werk, die overtuigden met hun gevarieerde, snedige en speelse indierock. Het was me duidelijk dat hier bands stonden, die dit jaar een airplay moeten verdienen van hun EP/cd …

Organisatie: Democrazy, Gent (ism Vooruit Gent)

Het NY se sympathieke kwintet O’Death overrompelde vorig jaar al op hun éénmalig optreden in de MaZ te Brugge, toen ze de doorbraakcd ‘Head Home’ voorstelden. Een crossover van rauw rammelende rock, country, folk, bluegrass en punk. Ze hadden in hun liveset iets mee van de dynamiek van The Pogues, Kaizers Orchestra, Arcade Fire, The Pixies,The Levellers en Cold War Kids.

Hun songs ondergaan verrassende wendingen, hebben een krachtig gitaargetokkel door banjo/fiddle, zwierige vioolpartijen, een diepe bas en een opzwepende, strakke drums in combinatie met de zalvende werking van een akoestische gitaar. Het lijken wel zeemansliederen in de prairie, die beheerst en heerlijk klinken binnen de vooropgestelde songstructuur, en geleid worden door ‘kapitein van dienst’/zanger/gitarist Greg Jamie (vocaal refererend aan Fleet Foxes/My Mornig Jacket of Band Of Horses), die eerst de zang inzet, de anderen vocaal laat inhaken om dan luidkeels te zingen en te schreeuwen.
Het weirdo vijftal mag misschien over een overdosis energie beschikken door als een bende gekken in ontbloot bovenlijf te headbangen en heen en weer springen. Je slaat de bal mis als je denkt dat we het hier hebben over een stelletje ongeregeld …want da’s nu net hun formule die op het podium aanstekelijk werkt en het geheel opwindend en feestelijk maakt.
We hoorden 17 songs in een goed uur. Een opbouwende start met “Home” , “On an aching sea” en “Adelita” om beetje in de juiste  stemming te komen. Eénmaal ze op dreef waren, gingen ze als een stoomtrein tekeer op het podium, geselden hun instrumenten en zongen en  schreeuwden de longen uit hun lijf met het weirde walsende “Mountain shift”, “Legs to begin” en “That light does not dim”. De drummer liet zich niet onbetuigd: hij porde het publiek aan en zorgde voor een rauwer en meer opzwepend geluid door de mokerslagen op z’n drums en het ranselen van een ketting op de drums, een ton en cimbalen.
O’Death hield het tempo hoog en strak en liet maar eventjes de teugels los op broeierige songs als “Down to rest”, “Lowtide” en “Angeline”. “Allie Mae Reynolds” en “Nathaniel” in de bis breidden er nog een zwierig eind aan hun rondedans en overtuigende kroegentocht in de Rotonde. Doe het hen maar na in dit razendsnelle tempo.

Ze amuseerden zich alvast te pletter en werden succesvol onthaald in de goed halfgevulde Rotonde. Dit smaakte naar meer … een welverdiende wildcard mag weggelegd worden in een nokvolle biertent op Folkdranouter …

Organisatie: Botanique Brussel

donderdag 12 februari 2009 01:00

Kyte

Het Britse Kyte is een jong beloftevol bandje uit Leicester, die zichzelf profileren als de Kyte Brothers; dit jaar maken ze veel kans om door te breken. Ze hebben alvast enkele troeven in handen: een opmerkelijk gevoelige zang, sfeervol dromerige songs en subtiele arrangementen als kleurrijke xylo en orkestraties. Inderdaad, de acht songs zijn mooi uitgewerkt en klokken op bijna telkens acht minuten! Vakmanschap van het kwintet, die de aandacht behouden en ons laten zweven in hun sprookjeswereld. Hun muzikale weemoed klinkt fris en betoverend! “Sunlight” opent aandachtig en in het midden is er het overtuigende “Planet”; het instrumentale “They won’t sleep” vat de tweede selectie songs aan met het orkestrale “Home” en “Ghosts”, en ze doen ons de ogen sluiten met het ingetogen “These tales of our stacy”. Postal Service, Sigur Ros, Mum, een meer afgelijnd Notwist en ons eigen Yuko zijn terechte referenties. En we mogen Kyte gerust linken aan de horde indiepopelektronica met een vleugje intimistische Mogwai postrock.

donderdag 12 februari 2009 01:00

Singles & Rarities

’Singles & Rarities’ is een overzichtsplaat, waarop we songs horen uit haar drie cd’s ‘Mud stories’ (’99), ‘Helium Sunset’ (’02) en ‘… & White Velvet’. Ze vat de cd aan toen ze nog solo speelde op haar zitbal, bepaald door haar intieme, bedreven pianospel en emotievolle stem, die ergens te situeren is tussen Emmylou Harris en Tori Amos. De eerste vijf nummers zijn ingetogen en sober: van “Tower”, “Anytime you leave” (acapella), “As sudden tears fall” en “Mud stories”. Prachtige sing/songwriterpop!
Toen ze met haar man Koen Gisen over een full band beschikte, ‘White Velvet’ genaamd, hoorden we een breder geluid van broeierige, donkere , ingetogen en sfeervolle poprock, wat het geheel avontuurlijker en gewaagder maakte. Sommige nummers ondergingen onverwachtse wendingen: “How does it feel”, “Jupiter”, “Mary’s had ma baby” (met elektronica/blazers) of “Eldorado” met strijkers . Een zwierig bewerking van J. Dutronc’s “Il est 5 heures Paris s’eveille” besluit cd 1. Ook horen we hier nog de uitgeklede versie van Gary Numan’s “Are friends electric”, de radio edit van “Sing song Sally”, één van haar sterkste songs, en de musical getinte “Here in the woods”.
Cd 2 op z’n beurt is Pierlé met band van gigs te Brussel/Hamburg en Parijs in 2006 en 2007. Een schitterende livetrip van zomaar vijftien nummers, met een prachtversie van het puike “Sing song Sally” (opnieuw!) en “The days of Pearly Spencer” van David McWilliams.
’Singles & Rarities’ bevat een mooie afwisseling van innemend, pakkend en fris songmateriaal, gekenmerkt door een portie avontuur en durf!

Pagina 301 van 337