De Casino, Sint-Niklaas - events

De Casino, Sint-Niklaas - events 01/10 Hooverphonic & Noémie Wolfs, ‘30Y anniversary tour’ @Stadsschouwburg 02/10 AFTRAP voor scholieren en studenten – info zie site 03/10 The deep dark woods, Stone jack Jones 06/10 Drink the sea w/ members of REM, Screalming…

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Club laat: DJ G2G + guests, Club Wintercircus, Gent op 2 oktober 2026 Laibach, Club Wintercircus, Gent op 4 oktober 2026 (ism VierNulVier) Yaelokre, Ben Caplan, Club Wintercircus, Gent op 7 oktober 2026 Skeler, C8O, Lostmane,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Afghan Whigs
L7

The Black Angels

Directions to see a ghost

Geschreven door

Voor een psychedelische retrotrip in de beste traditie van Spacemen 3, Spiritualised, Rocky Erickson en BRMC kunnen we terecht bij het Texaanse kwintet The Black Angels. Ze hebben hun tweede cd uit en zorgen voor een hallucinante, hypnotiserende nighttrip van bezwerende ritmes, repeterende drumpartijen, gitaargalm en drones, onder een bezwerende zang. Sommige songs klinken dromerig, zijn opbouwend, mooi uitgesponnen en brengen je in een andere realiteit: “Mission district”, “Deer-ree-shee” met sitar, “Never/ever”, “You in color” en het afsluitende “Snake in the grass”, dat ruim 15 minuten doorborduurt, traag slepend klinkt en loom is. De band lijkt af toe beïnvloed door de ‘90’s Manchester Britpop: een directer poppier geluid horen we op “Doves”, “18 years” en “The return”. En Joy Division kijkt goedlachs op “Vikings”. De band heeft alvast met “You on the run” en “Science killer” twee overdonderende songs uit. Tof bandje samen met Black Mountain en Dead Meadow.

The Breeders

Mountain battles

Geschreven door

Het Amerikaanse The Breeders, onder de zusjes Kim en Kelly deal, brengen na ruim vijf jaar een nieuwe plaat ‘Mountain battles’ uit, die ‘Title tk’ opvolgt. Als volgt kunnen we de cd omschrijven: charmant speelse, ontroerende rammelende, rauwe lofi gitaarrock, die net het repetitiekot uit zijn. Luister maar eens naar “Overglazed”, “German studies”, “Istanbul en “No way”. Maar binnen die aanpak zijn er ook een handvol sfeervolle melodieuze songs: “Night of joy”, “Spark” en de titelsong. Ze kunnen zelfs hun oude Pixies jaloers maken met “We’re gonna rise”, “Walk it off” en “It’s the love”. En ze variëren trouwens met het intieme “Here no more” en het warme Spaanstalig gezongen “Regalame esta noche”.
Pretentieloos album, gezapige band, die het graag houdt op een gezellig onderonsje!

Nicole Atkins

Neptune City

Geschreven door

Uit New Jersey waaide het toffe debuut over van Nicole Atkins, ’Neptune City’. Muzikaal leunt haar muziek aan een Twin Peaks sfeertje en de oude Hooverphonic. Een aanstekelijk dromerige sound, (“Maybe tonight”, “Kill the headlights” en “Party’s over”) die soms wat donker dreigend kan zijn, - “The way it is” en de titelsong -, of door de orkestraties fris en zwierig zijn en een poppy geluid hebben (“Together”, “We’re both alone” en “Love surreal”). Bewust of niet, deze nummers hebben net een Eurovisie gehalte. De plaat werd geproduced door Tore Johansson (Franz Ferdinand, Cardigans en New Order).
’Neptune City’ is een onweerstaanbare gevarieerde plaat, waarbij de songs gedragen worden door haar heldere, krachtige stem.

Destruction

D.E.V.O.L.U.T.I.O.N.

Geschreven door

Destruction viert dit jaar zijn vijfentwintigste verjaardag, en dat willen de Duitse Thrashgiganten vieren door een nieuw album uit te brengen, getiteld ‘D.E.V.O.L.U.T.I.O.N.’
Laten we eens zien hoe ze het er van af gebracht hebben.
Na een akoestische intro barst de hel los met het titelnummer “Devolution”. Een heerlijk nummer waarbij ik spontaan de neiging krijg om te gaan headbangen. “Elevator To Hell” is een prima nummer, maar weet me gewoon niet te boeien. Soms klinkt het wat langdradig naar mijn mening.
Heel dit album staat eigenlijk vol typische Destructionnummers die naar eigen zeggen al het goede uit hun carrière combineren. Maar het geheel werd in een modern jasje gestoken, weg ‘old skool’ sound dus. We kunnen wel nog steeds genieten van Mikes solowerk en Schmiers typisch stemgeluid.
Naast Schmiers solo’s kunnen we ook genieten van enkele gastbijdrages, zoals Annihilator’s Jeff Waters tijdens “Urge(The Greed Of Grain)” en UFO’s Vinnie Moore in de titelsong.
Ik heb me nooit echt toegelegd op de Duitse Thrashgroepen, maar dit album bewijst dat ik me bijvoorbeeld eens wat meer moet verdiepen in de werkjes van Kreator of Destruction natuurlijk.
Prima werk geleverd, nog eens vijfentwintig jaar zou ik zo zeggen!

Artas

The Healing

Geschreven door

Na enkele jaren van oprichtingsverschijnselen is het Oostenrijkske Modern Metal gezelschap Artas klaar om de wereld te veroveren. Dit willen ze doen met hun debuutalbum ‘The Healing’. Maar voor ze dat kunnen doen, moet hun muziek op iets trekken ook natuurlijk.
Gelukkig voor Artas is dit het geval. We kunnen al van een goeie start spreken met de nummers “Barbasso” en “Bastardo”, die gedeeltelijk Spaanse lyrics bevatten. Het zijn beide harde, afwisselende nummers die enkele lekkere Death Metal en moderne Thrash Metal riffs bevatten. Hier wordt me al duidelijk dat de zang zo gevarieerd is dat we zowel grunts, screams als cleane zang te horen krijgen. Ik wordt pas echt verrast bij het derde nummer, dat begint als een heuse Black Metal beuker. Het is maar bij het refrein dat ik plotseling hoor dat de jongens van Artas een soort Black/Death Metal versie gemaakt hebben van Coolio’s “Gangsta’s Paradise”. Hiphop heeft nog nooit zo goed geklonken! Titelnummer “The Healing” is dan weer zo’n nummer dat agressie weet te mengen met een tikkeltje melodie.
Met “Fick Das Fett” krijgen we het eerste nummer van het album dat Duitstalige lyrics bevat, zo volgen er nog een paar. En die nummers klinken absoluut niet als Rammstein. Want veel mensen zouden dat automatisch aannemen bij een Duitstalige groep die dan nog eens moderne Metal maakt ook. Ik hoor soms zelf enkele Amon Amarth invloeden bij sommige nummers.
Is deze plaat wereldschokkend en origineel? Nee. Deze plaat is gewoon een heel goed begin voor de jongens van Artas, waar we ongetwijfeld nog van zullen horen. Een aanrader voor mensen die liefhebber zijn van melodische Death Metal, hardcore of groepen als Pantera.

The Charlatans

You cross my path

Geschreven door

The Charlatans zijn trotse overlevers uit de Manchester scene. Dit is al hun elfde plaat sedert 1990, veel wordt er niet meer om gemaald, want hip zijn ze al lang niet meer. Nu ja, in de UK kan je ook nooit veel langer dan een jaartje hip zijn. The Charlatans zullen er niet wakker van liggen, en terecht. Ze hebben immers terug een sterke plaat afgeleverd. De uiterst herkenbare Charlatans sound heeft zich in een paar straffe songs gewurmd als “A day for letting go”, “You cross my path” en “My name is despair”. Ze zijn catchy, fris, bezwerend en op en top Brits, maar nergens zeurderig.
‘You cross my path’ haalt het niveau van hun beste periode in de tweede helft van de jaren negentig, maar bij nader inzien hebben deze heren eigenlijk nooit een slechte plaat gemaakt en kunnen ze bijgevolg terugvallen op een mooi repertoire, alleen nu zijn ze vooral in de Britse pers gereduceerd tot een banaal bandje en zijn ze al lang niet meer The Next Big Thing. Maar vroeg of laat overkomt het al die hippe groepjes. Als de Arctic Monkeys binnen 15 jaar hun pakweg twaalfde plaat uitbrengen zal daar ook niemand meer van wakker liggen, wat niet wil zeggen dat het misschien hun zoveelste meesterwerkje zal zijn. Om maar te zeggen, ervaren ratten als The Charlatans maken nog steeds bijzonder goede platen, ook al heeft niemand dat gemerkt, ‘You cros my path’ is het levende bewijs.

Kings of Leon

Only by the night

Geschreven door

Toen wij de eerste indrukken van deze nieuwe Kings Of Leon in de pers lazen, moesten we toch wel even slikken.  Namen als U2, Bryan Adams en stadionrock zijn niet bepaald dingen waar wij Kings Of Leon mee zouden willen associëren. Bryan Adams is platte kaas bestemd voor Donna-luisteraars, bij stadionrock moeten wij meestal denken aan draken als Live, Nickelback of Meat Loaf  en U2 daarentegen vinden wij nu nog wel te pruimen, maar bands die als U2 proberen te klinken zijn meestal niet om aan te horen. Om maar te zeggen, met enige argwaan haalden wij dit nieuwe schijfje uit  zijn doosje en we werden toch wel al vrij snel gerustgesteld via ijzersterke songs als de dreigende opener “Closer”, een weerbarstig  “Crawl” en de vooruitgestuurde single “Sex on fire” die bij elke beluistering steeds beter wordt. Met zo een trio een plaat openen, dat is om problemen vragen. The Kings Of Leon kunnen die kwaliteit immers niet de ganse plaat door aanhouden,  het blijft niet overal spetteren, zo zijn songs als “Revelry” en “17” te middelmatig. U2 hebben wij inderdaad meerdere malen ontdekt, meer bepaald in “Be somebody” alsook in het hitgevoelige “Use somebody”  (de U2 boter is er hier wel een beetje te dik op gesmeerd) en in de galmende gitaar van “Manhattan” (waarin wel iets subtieler met de invloeden is omgesprongen). Het album eindigt ook zeer mooi met “Cold desert”, een mijmerende woestijnballad met schitterende flirtende gitaren en weer is The Edge niet ver af. Bryan Adams hebben we gelukkig nergens tegengekomen en met die stadionrock valt het ook best mee.
Ok, de Kings hun sound is wat wijdser en epischer geworden maar om te spreken van opgeblazen stadionrock, neen, dat is echt wel te ver gezocht. Zie ook My Morning Jacket, een verwante band die andere en vooral bredere paden inslaat en hier zeer goed mee wegkomt. Kings Of Leon hebben hun horizonten verbreed, de rechttoe rechtaan benadering van de eerste dagen is voor het grootste deel weg (en hiermee dus ook die vervelende Strokes vergelijkingen), maar de angel is er niet helemaal uit verwijderd en die fantastische schuurpapieren stem van Caleb Followill is wederom uitdrukkelijk aanwezig. De songs zijn toegankelijker en zeer zeker hitgevoeliger geworden zonder dat er gezichtsverlies wordt geleden. Deze ‘Only by the night’ gaat nieuwe richtingen uit (minder seventies, meer eighties) , doch de ziel van de Kings Of Leon blijft behouden. Een interessante stap zouden wij het durven noemen en wij verwedden er onze volledige Led Zeppelin collectie op dat deze creatieve band het roer nog wel eens omgooit en dat de volgende plaat een gemene vuile rocker wordt, en als Kings Of Leon aan dat tempo voortdoen zal dat niet zo gek lang meer duren.

American Music Club

Een staalkaart uit het ruime oeuvre van American Music Club

Geschreven door

Parkeerproblemen zorgden ervoor dat het voorprogramma zijn laatste noten bracht toen wijzelf de Handelsbeurs betraden. Veel valt er door ons dus niet te vertellen over het optreden van het Nederlandse Blaudzun, behalve dan dat de enkelingen die we na afloop spraken een tevreden indruk overhielden aan hetgeen zij meteen als de ontdekking van de maand bestempelden. Op de eerste dag van de maand is zulks uiteraard nogal relatief, maar diezelfde enkelingen durfden ons op basis van hun kennismaking garanderen dat we in de nabije toekomst nog wel zullen horen van de groep rond Johannes Sigmond. Op 29 oktober concerteert Blaudzun samen met Swell in de Ancienne Belgique, bij deze beschouwen we dit dus meteen als onze tip van de maand…

In tijden van economische malaise is het niet verwonderlijk dat de mensenmassa de beurzen mijdt, maar het verraste ons desondanks wel dat de Handelsbeurs zo’n schaars publiek (hooguit 200 toeschouwers) mocht ontvangen voor de herenigde American Music Club. Niet enkel de beurscrisis treft blaam, de magere opkomst zal ook wel te maken hebben met het feit dat Mark Eitzel dit jaar al voor de derde keer met zijn bende in een Belgische concertzaal opduikt. Deze keer verschilde de bezetting echter dankzij het toevoegen van Jonathan Heine (gitarist) en Dana Schechter (bassiste, ook bekend als spil van Bee and Flower) aan de vertrouwde namen (gitarist Vudi en drummer Steve Didelot). Heine bewees zijn meerwaarde o.a. door al spelende een spectaculaire koprol uit te voeren, Schechter door zich met haar beheerste basspel naadloos te integreren in de subtiele sound die haar mannelijke collega’s uit hun instrumenten toverden.


Het gebrek aan publiek betekende echter niet dat er ingeboet werd aan sfeer, temeer daar de organisatoren perfect inspeelden op het thema van de avond door de zaal in te richten als een stijl- en sfeervolle club. Voor het podium konden een 50-tal gelukkigen comfortabel plaatsnemen aan lage tafeltjes (met kaarsverlichting!), de latere vogels konden rechtstaand hun drankje koel houden dankzij enkele tafeltjes op elleboog-hoogte. Men waande zich waarlijk in ‘a real American music club’, één waarin het heel aardig toeven was. Applaus dus voor diegenen die het interieur zodanig ingericht hadden dat het iets oudere publiek in comfortabele omstandigheden kon genieten van het optreden. Ook Mark Eitzel voelde zich duidelijk in zijn sas en stak van wal met “What holds the world together” (uit ‘San Fransisco’). Na het eerste van de vele welverdiende applausjes bracht men met
“What Godzilla said to God…” een nummer uit ‘Mercury’, het donkere album uit 1993 dat de grootste bron van de avond bleek, want later in de set volgden ook nog “If I had a hammer”, “Gratitude walks” en “Apology for an accident”. Ook uit het recentste album (‘The Golden Age’) werden er uiteindelijk vier songs gebracht (waaronder een bloedmooi “All my love”). Gewoontegetrouw excelleerde de frontman even veel tijdens de bindteksten als tijdens de liedjes zelf. Naast een flard van “Dreamer” (een cover van het door hem verguisde Supertramp) trakteerde hij ons op allerhande anekdotes. ‘s Mans liederlijke levensstijl (die hij ondertussen in grote mate afgezworen zou hebben) heeft zijn verhalentrommel aardig gevuld en hij liet niet na om het publiek te plezieren met een selectie eruit die o.a. duidelijk maakte dat hij gefascineerd is door vensters (ieder zijn afwijking, nietwaar?). Muzikaal viel er verder nog genot te puren van “Fearless”, “Animal Pen”, “Nightwatchman” en “Another morning”.
De reguliere set werd na een uur afgesloten door “Windows on the world”. Tijdens de inleiding van dit laatste nummer ondernam sympathieke Mark – net als enkele maanden terug - opnieuw een poging om de verbijstering te beschrijven die hij ervaarde toen hij een half jaar voor 9/11 op een decadent feestje bovenaan de WTC-torens belandde. Zijn soms cynische commentaren vonden bijval bij het tolerante publiek, iets wat naar verluidt niet overal het geval zou zijn.
Als bis-nummers noteerden we het heerlijke “Home” (uit comeback-plaat ‘Love Songs for patriots’) en “Outside this bar” (dat ons gisteren duidelijk maakte waar de Counting Crows de mosterd gehaald hebben voor het niet-zeurderige gedeelte van hun repertoire). Op het einde bracht Eitzel solo-versies van “The sleeping Beauty” en “Jesus’ Hands”.

Zijn soms krakkemikkige gitaarspel stoorde niet, vooral omdat je een aimabel man met tonnen zelfkennis, -kritiek en -relativering weinig verwijten kan. Zeker niet na een simpelweg geslaagd optreden dat variatie bracht door een staalkaart te puren uit het ruime oeuvre (maar liefst zeven verschillende albums kwamen aan bod!). Crisis of niet, we blijven eeuwig sparen want American Music Club zal altijd op onze bijdrage voor het lidmaatschap kunnen rekenen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Killing Joke

Killing Joke’s hellevuur nog lang niet uitgedoofd

Geschreven door

Elk einde is een nieuw begin. Althans, dat moeten Jaz Coleman en zijn voormalige Killing Joke kornuiten vorig jaar hebben gedacht op de begrafenis van hun voormalige bassist Paul Raven. Samen met Raven werden ook een aantal oude vetes en meningsverschillen begraven, bandleden van het eerste uur Paul Ferguson (drums) en Martin ‘Youth’ Glover (bas) keerden terug op het oude nest, en als eerbetoon aan hun overleden makker werden prompt plannen gesmeed voor een tournee voorafgaand aan de komende release van een nieuw album in de originele bezetting. Een korte concertenreeks brengt de groep langs 11 steden tussen Tokyo en New York, waarbij telkens twee avonden op rij volgens de ‘rewind’ formule een aantal van hun klassieke albums integraal worden voorgesteld. Het is dan ook een understatement van formaat om te stellen dat ondergetekende reeds maanden reikhalzend uit keek naar de set die afgelopen maandagavond op het programma stond. Want geef toe, wanneer op één avond met ‘Killing Joke’ en ‘What’s THIS for…!’ twee van de meest invloedrijke albums van de 80ies de revue passeren lijkt een muzikaal orgasme wel heel erg dichtbij…

Frontman Jaz Coleman, die alleen al omwille van de overdadige eyeliner veel weg had van een vogelverschrikker aan de vooravond van Halloween, begroette het AB publiek met samengevouwen handen en slenterde voorzichtig naar het midden van het podium als betrof het een hogepriester die het altaar opzocht voor wat een occulte misviering zou worden. Dit alles bleek de perfecte inleider voor de resonerende synth intro van “Requiem” (niet toevallig ‘hymne aan de doden’), het onnavolgbare openingsnummer uit het titelloze Killing Joke debuut (’80). Wat volgde uit dit album was bepaald indrukwekkend te noemen: de opzwepende drive van het onverslijtbare “Wardance”, de pastorale pracht van “Tomorrow’s World”, de strakke punkwave van “Complications” en de unieke crossover van metal en funk in het instrumentale “Bloodsport”. Gitarist Kevin ‘Geordie’ Walker kneep deze vroege 80ies klassiekers nonchalant en met schijnbaar gemak uit zijn gitaar, maar het was vooral de bezwerende grafstem van Coleman die de originele Killing Joke sound hier deed herleven.
Op het tweede Killing Joke album ‘What’s THIS for…!’ (’81) bleek het groepsgeluid duidelijk geëvolueerd; de ritmesectie kreeg een meer prominente rol toebedeeld waardoor de nummers meer repetitief en hypnotiserend gingen klinken. Live bleek nog maar eens waarom het meer dan stevige openingsnummer “The Fall of Because” door velen als prototype voor de latere industrial metal van Ministry, Prong, NIN en Young Gods wordt beschouwd. De tribal drums van Ferguson op “Tension” en “Follow the Leaders” drongen diep door tot in de onderbuik, maar even goed werd het publiek meegesleurd door Coleman’s panische angstgevoelens tijdens “Unspeakable”, “Madness” en “Who Told You How?”. Als een vreemde eend in de bijt tussen al dit klassiek werk uit de begindagen van Killing Joke dook plots “Eighties” in de setlist op, een bijna vergeten single uit ’84 wiens memorabele baslijn een decennium later ongevraagd werd geleend door Nirvana’s Chris Novoselic voor de wereldhit “Come as You Are”.
Persoonlijke favoriet “The Wait” uit het debuutalbum werd opgespaard tot het einde van Killing Joke’s flashback naar de gitzwarte 80ies, dus moest de groep echt wel een verdomd goede reden vinden om aan hun meer dan geslaagde eerste avond in de AB een bisronde te breien. De plots heel serene Coleman vond die ook tijdens wat hij aankondigde als ‘a moment of reflection’ voor zijn overleden vriend en strijdmakker Paul Raven. Verrassing alom toen de groep vervolgens als eerbetoon aan Raven “Love Like Blood” inzette, zondermeer hun grootste commercieel succes dat de laatste jaren echter angstvallig uit de setlist werd geweerd. Met “Change”, het meer dan puike B-kantje van “Requiem”, goten Coleman & co het laatste restje olie op het muzikale hellevuur.

Het nog lichtjes nasmeulend publiek werd bij het aanfloepen van de zaallichten ietwat brutaal uit Killing Joke’s teletijdsmachine geslingerd. Door hun onvoorwaardelijke inzet tijdens dit soort trips tussen hemel en hel dwingt de groep na drie decennia duidelijk nog steeds tonnen respect af. We kunnen onze nieuwsgierigheid naar het volgende muzikale inferno op het komende album nauwelijks in bedwang houden!

Organisatie: AB, Brussel

The Wombats

Pittig strakke gitaarrock van het Britse The Wombats

Geschreven door

Het Britse trio The Wombats uit Liverpool kon op geen betere wijze het laatste zomerse weekend van september besluiten. Een energieke, strakke, korte set, waarbij hun doorbraakplaat ‘A guide to love, loss & desperation’ in een snelvaart tempo werd voorgesteld.

Klonk het op Pukkelpop eerder wat rommelig en rammelend, dan was het in de Handelsbeurs voor een goede 200 man, fris, pittig, gedreven, opzwepend, broeierig en ontspannen, gedragen door de hyperkinetische schreeuwzang van Matthew Murphy. De samenzang in de refreinen, de ‘oohs’ en de ‘aahs’ en de grapjes tussen de nummers door, onderstreepten de jeugdige onbezonnenheid en speelsheid van de band.
Tijdens hun clubtournee waren ze al één van hun knuffeldiertjes kwijt, waardoor ze hun tweede beestje met alle plezier koesterden; met een duracell batterij klapte het beestje mee in het bekende materiaal “Let’s dance to Joy Division” en “Backfire at the disco”. Op het podium verscheen zelfs een gigantische opblaasbare Marsupilami (?), wat het spelplezier van het trio bevestigde.
Het tempo werd in het begin met “Kill the director”, “Lost in the post” en “Here comes the anxiety” hoog gehouden. Slepender klonken “Party in a forest (where’s Laura?)” en “How to pack your bags”, één van de twee nieuwe songs, om dan opnieuw in overdrive te gaan met “Moving to New York”. Vooraan werd stevig gedanst door het jong publiekje.
”Patricia the stripper” en de tweede nieuwe “My circuit board city” hadden een puike opbouw, en op het uiterst sfeervolle “Little Miss Pipedream” lieten ze de jongeren wegdromen wat hun eerste natte droom kon worden.

Een fijn concertje van een jong bandje, die er flink tegenaan ging, en in de bis een vleugje elektronica op “My first wedding” toevoegde en op “Backfire at the disco” een gemaskeerd bal insinueerde…

Support act was het Australische Kitchen Knife Wife, die het publiek makkelijk op z’n hand kreeg met hun aanstekelijke maar inspiratieloze gitaarpop dito samenzang. Een bedreven pianotoets zorgde voor variatie binnen hun sound, maar kon de meubelen niet redden …

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Pagina 920 van 980