logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Stereolab
CD Reviews

The Great Discord

The Rabbit Hole

Geschreven door

De Zweedse metalformatie The Great Discord brengen progressive death-pop. Voor wie zich daar niets kan bij voorstellen: denk aan de door mysterie omgeven melodische metalband Ghost, die overigens net als The Great Discord uit de stad Linköping komt. Toch zijn de bands geen kopie van elkaar, zo blijkt uit het pas uitgebracht The Rabbit Hole’ van The Great Discord, hoewel ze beiden in dezelfde flow zitten.

The Great Discord heeft misschien iets minder aandacht voor melodie, speelt iets agressiever (vooral in de gitaarstukken) en heeft met Sofia Kempe een knappe zangeres in huis. The Great Discord heeft dan weer minder mysterie om zich heen dan Ghost en minder vlot meezingbare stukken. Maar via het tekstvel krijg je wel mooi het bekende verhaal van Alice in Wonderland van Lewis Carrol. The Great Discord is niet de eerste band die zich aan een interpretatie waagt, maar bepaalde hoofdstukken weten ze mooi te vatten in één of meer songs.

Muzikale hoogtepunten zijn “Omen”, met een solo van Mark Holcomb van de Amerikaanse band Periphery, en de prachtig uitgewerkte ballade “Neon Dreaming”, waarin Kempe eens voluit emotie kan leggen. Andere knappe tracks op dit album zijn “Darkest Day”, “Cadence” en ”The Red Rabbit”. 

 

The Cribs

24-7 Rock Star Shit

Geschreven door

Voor The Cribs lijkt het maar niet te willen lukken in België. Ze kwamen net als de Kaiser Chiefs in de slipstream van Franz Ferdinand en Bloc Party met veel branie en lef naar Europa om eigenhandig de poort naar het grote succes open te breken. In 2005 speelden ze samen met de Kaiser Chiefs een double bill in de Brusselse Botanique. De Chiefs hadden net hun eerste radiohitje met “Oh My God”, maar het hebbedingetje van de avond voor het handvol geïnteresseerden was een gratis vinylsingle waarop de Cribs en de Chiefs een nummer van elkaar coveren. Daar vang je vandaag op een gespecialiseerde website al snel 50 euro voor. Hun nieuwe album (‘24-7 Rock Star Shit’) kan je downloaden voor een fractie daarvan.

De Kaiser Chiefs is het sindsdien voor de wind gegaan. Hun albums verkopen nog steeds goed, al blijven de hits nu even uit, maar ze spelen bij ons nog in de grote zalen en op de grote weides. The Cribs hebben daarentegen – althans in ons land – niet dat pad kunnen volgen. Pukkelpop heeft deze drie Britse broers nog drie keer naar Kiewit gehaald, maar echt memorabel waren die passages niet. Belgische zaalshows voor The Cribs zijn nog schaarser. Het Depot heeft hen één keer naar Leuven gehaald en ze deden het voorprogramma van Franz Ferdinand in de Lotto Arena in Antwerpen. Verder dan een halve radiohit (“Men’s Needs”) zijn ze hier niet geraakt.

Dat is best jammer. The Cribs is een prima rockband met een stevige livereputatie. Ze brengen een smerige Britpoprock die moeilijk te vergelijken valt. Een beetje als de Libertines of (de oude) Bush, maar dan harder en vuiler, meestal zonder dat het echt punkrock wordt. Ze zaten bij hippe labels als Wichita en bij majors als Warner en Sony voor de distributie.

In andere landen lukt wel (bijna) alles voor The Cribs. Ze spelen wereldwijd de grootste festivals (Lowlands, Rock Am Ring, Sziget, Lollapalooza, Reading, Fuji Rock, Glastonbury,  …) en hebben zich steeds weten te omringen met goed volk. Zo was Johnny Marr van The Smiths een paar jaar het vierde lid van de band. Lee Ranaldo van Sonic Youth kreeg een gastrolletje op hun derde album. Legendes als Edwyn Collins, Nick Launay, Rick Ocasek, Alex Kapranos, Andy Wallace en Steve Albini hebben hun albums geproduced en gemixt. De meesten polijsten de ruwe kantjes van The Cribs weg, wat hen commercieel succes opleverde. Alleen Albini zette die ruwe kantjes extra in de kijker op album nummer 5, ‘In The Belly Of The Brazen Bull’. Hij mocht opnieuw aan de slag voor hun jongste, zevende, album.

’24-7 Rock Star Shit’ opent met een veeg gitaardistortion, als was het maar om duidelijk te maken dat Steve –back-to-basics- Albini aan de knoppen zat bij de opnames. Naar Albini’s gewoonte werd de hele zwik in amper vijf dagen ingeblikt. Oorspronkelijk zou het een EP worden met vijf punksongs die niet op Brazen Bull geraakt waren, maar waar de fans wel pap van lusten tijdens de liveshows. Uiteindelijk hebben ze er toch maar een album van gemaakt.

De broertjes Jarman doen op dit album hard hun best om nog steeds relevante indierock te maken, maar een aantal tracks klinken tam en lusteloos op een manier waar Oasis vroeger wel mee weg kwam. De magie van de begindagen van The Cribs komt de kop opsteken in een paar nijdige, rauwe noiserockers als “Partisan”, “In Your Palace” en “Year Of Hate” en in een klagerig en wel heel traag nummer als “Dead At The Wheel” en de akoestische ballad “Sticks Not Twigs”. Maar echt betoveren lukt niet het hele album en punk is het ook niet helemaal. Een slordig huwelijk tussen Bob Mould’s Sugar en The Melvins, met The Vaccines en Teenage Fanclub als getuigen, daarmee kom je misschien nog het beste in de buurt.

Voorlopig promoten ze dit nieuwe album enkel live in de VS, Mexico en de UK. Jammer, want deze noisevariant van The Cribs zou hier wel eens heel populair kunnen zijn bij de fans van Brutus en Cocaine Piss.

 

Van Morrison

Roll With The Punches

Geschreven door

Opa brompot maakt op tijd en stond een nieuw plaatje en steeds druipt het vakmanschap er van af, ongeacht welk genre hij beroert. Al naargelang de windrichting kiest Van Morrison voor celtic folk, soul, big band, jazz, country of blues. Meestal maakt hij er samen met een schare uitmuntende muzikanten een leerrijke masterclass van.
Amper een jaartje na het fijne soulvolle ‘Keep Me Singing’ is Van The Man hier al terug met ‘Roll With The Punches’ en daarop is hij nog eens resoluut voor de blues gegaan, af en toe aangelengd met een nachtelijke jazzy inslag of een streepje pure soul.
Van Morrison, die zich wederom laat begeleiden door een stel indrukwekkende muzikanten en gastzangers (Jeff Beck, Georgie Fame, Chris Farlowe,…), speelt en zingt de blues met klasse, flow, stijl, ziel en warmte.
De titelsong is een potige opener waarmee de 72 jarige nukkige bompa aantoont dat hij de blues nog flink in zijn lijf en leden heeft zitten en ook “Ordinary People” is authentieke Chicago-blues die ver in de tijd terug gaat. Nog zo eentje om lekker achterover in de schommelstoel te zakken is de trage “Automobile Blues” waarin piano en harmonica een harmonieus samenwerkingsverbond aangaan.
Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat Van Morrison in herhaling valt, dingen als “Stormy Monday” en “Lonely Avenue” heeft hij vroeger ook al ter hand genomen, maar de manier waarmee hij die twee songs hier nog eens samenbundelt getuigt van een uitzonderlijke klasse.
Echt verrassend klinkt het natuurlijk allemaal niet meer, dit is Van Morrison zoals we hem gewend zijn. Hij wijkt geenszins af van de paden die hij al tientallen jaren bewandelt en elk van deze songs had wel ergens op één van de andere platen uit zijn rijkelijk repertoire kunnen staan. ‘Roll With The Punches’ is gewoon een nieuwe staaltje vakwerk van deze inmiddels legendarische songwriter en muzikant.

Republica

Brutal & Beautiful

Geschreven door

De Braziliaanse rockband Republica staat na de verovering van het eigen land klaar om de rest van de wereld aan te vallen. Hun nieuwe album wordt daarom wereldwijd uitgebracht en ze komen naar Europa om het album live te promoten. Begin december spelen ze o.m. het voorprogramma van Alice Cooper in Deinze en Parijs.

‘Brutal & Beautiful’ is het vierde album van Republica. Ze brengen een mix van heavy rock, stoner en metal en ze brengen die met veel power en veel aandacht voor de melodie. Matt Wallace mocht aantreden voor de productie en mix. Hij deed dat eerder al voor o.m. The Replacements, Train en Faith No More en dat zijn ook goede referentiepunten voor dit album: zeker geen zuivere metal, maar eerder daartegen aanleunende rock. Met Deftones, Soundgarden en Audioslave kom je ook al aardig in de buurt.

Zanger Leo Beling heeft een stevige stem en trekt in de songs alle aandacht naar zich toe, met doorgaans meer power dan emotie. De band brengt een volle en bij momenten inderdaad brutale sound met rollende baslijnen zoals bij de betere stonerbands. Ook de gitaristen leveren uitstekend werk. De meeste nummers hebben veel vaart of aangename tempowisselingen. De beste nummers van ‘Brutal & Beautiful’ zijn opener “Black Wings” en dan ook nog zeker “One Left In The Chamber”, “Stand Your Ground”, “Beautiful Lie” en “Endless Pain”. De powerballad “Intimacy Of Your Soul” heeft een heel lange aanloop nodig om dan nog niet helemaal uit te barsten en zal niet iedereen kunnen overtuigen. “Tears Will Shine” is dan een betere poging om hier emotie te leggen in een traag nummer.

‘Brutal & Beautiful’ is een knap album van een band die zeker ook in België fans zal vinden. Liefhebbers van pakweg King Hiss, Soundgarden en Pearl Jam moeten dit misschien eens een luisterbeurt geven. En wie naar Alice Cooper gaat in Deinze en op tijd de Brielpoort binnenloopt, krijgt er zomaar een fijn voorprogramma bovenop.

https://www.facebook.com/RepublicaRock/

Secret Sight

Shared Loneliness

Geschreven door

Johnny Marr is een geweldige gitarist. Ik moest eraan denken toen ik het Italiaanse Secret Sight voor de eerste maal aan het beluisteren was. Het gitaarspel heeft wel wat mee van Marr. Ik denk dan aan de fingerpicking en de klankkleur bij momenten. Maar we gaan deze kerel (Cristiano Polli) hier niet te veel eer aan doen. In tegenstelling tot Marr moet hij nog leren een beetje beter doseren en leren ruimte laten. Want dat is toch wel één van mijn opmerkingen. De gitarist heeft alles tjokvol gestoken zodat je na een heel album murw van het gitaarspel bent. Ook de muziek verdient een wat opvallender mix zodat bepaalde melodieën en lijnen beter tot hun recht komen (Alhoewel het in de hoofdtelefoon dan weer minder plat klinkt). En dat is zonde want er zitten zeker mooie gitaar- en baslijnen tussen. Dat geldt eveneens voor de kwaliteit van het songmateriaal. De zang klinkt, net als Morrisey of Harry McVeigh, als een treurwilg en monotoon. Wat natuurlijk een beetje verwacht wordt in dit genre. Tussen hun debuut en dit album hebben ze trouwens een andere zanger aangetrokken. Die heeft de fakkel prima overgenomen. 
‘Shared Loneliness’ is een degelijk album geworden met nog wat ruimte voor groei. Wie houdt van The House of Love, The Smiths, Interpol of White Lies zal waarschijnlijk ook dit wel weten te smaken.

The Sad Flowers

The Sad Flowers

Geschreven door

Je band The Sad Flowers noemen, dan weet je als luisteraar al voor je de eerste noot hebt gehoord dat je hier geen feestmuziek voorgeschoteld zal krijgen. En ze hebben gelijk. Het album heeft, net als de prachtige hoes, een duistere en melancholische sfeer meegekregen.
The Sad Flowers zijn een duo uit Antwerpen. Jan Ooms en Jany Claeskens schreven alle teksten en muziek zelf. Daarnaast deden ze ook de productie en de mixing in de Compound Studio eigendom van Jan Ooms. Echte doe-het-zelvers dus. We kunnen meteen al een pluim geven voor de productie en mixing.
Hun muziek klinkt als een blend van een aantal stijlen zoals o.a. gothic, metal, alternatieve rock en wave. Daaruit puurden ze hun eigen stijl met daarbovenop de karakteristieke stem van Jan Ooms. Die stem klinkt, een beetje qua klankkleur, als een mix van David Mc Comb (The Triffids) en Mark Lanegan. Zo krijg je een idee van wat je kan verwachten wanneer je deze schijf op je platenspeler legt. Een donker stemgeluid waarmee Ooms toch wel een aantal richtingen uit kan. Hetzij metal en stoner; maar daarnaast ook richting gothic en zelfs crooners zoals Tom Waits om maar iets te noemen.
Ze bestaan sedert 2013 en ze brachten reeds enkele singles ( “Schmetterling”, “Never Mind” en “The Legend”) uit die trouwens ook op dit dertien tracks tellende album terug te vinden zijn. Ik vind het album over het geheel erg geslaagd. Enkel bij “The Calling” verlies ik de aandacht halverwege maar songs zoals “Never Mind” en “Feeling Strange” (heel sterke vocals in het refrein) zijn nummers om van te smullen. Er is aandacht voor de sfeer maar ook voor de melodieuze aspecten in de songs. Met als resultaat een mooie afwisseling en bij momenten samengaan van key- en gitaarlijnen. Een mooi voorbeeld hiervan is “The Cry”; een instrumentale opener die verder overgaat in de tweede song “Hate”. Daarnaast zijn er nog enkele sterke momenten zoals “The Autumn Of Life” (mooie lyric) of “The Legend”.
The Sad Flowers zijn een duo maar klinken als een volledige band. Ze hebben hier een fijn debuut afgeleverd dat al talloze speelbeurten in de auto achter de rug heeft. Ik ben dan ook benieuwd hoe ze live overkomen.

Oscar & The Wolf

Infinity

Geschreven door

De omhooggevallen ijdeltuit Max Colombie heeft een nieuwe plaat gemaakt, ‘Infinity’ heet het vehikel en ‘t is een lauwe mossel met een strik er rond. Net als de vorige plaat ‘Entity’ staat het ding vol met pathetisch geneuzel, hoogdravend theatraal gezwam en kitscherige nichtenpop met beperkte houdbaarheidsdatum. Het gezanik wordt af en toe ondersteund door enkele hippe beats die de fans naar de dansvloer moeten drijven. Goede songs daarentegen zijn ver te zoeken, net als de bandleden blijkbaar. Oscar And The Wolf zou eigenlijk een groep moeten zijn, maar in alle voorbeschouwingen, artikels, interviews en recensies gaat alle aandacht naar de poseur Colombie en wordt er met geen woord gerept over eventuele andere groepsleden. Kun je nagaan wie er achteraf met de centen zal gaan lopen. Ook de hoes laat duidelijk blijken dat het hier maar om één figuur draait, doch het album zelf laat eens te meer uitschijnen dat er achter die egotripper weinig of geen talent schuilgaat.
Colombie zweeft nu nog weelderig op zijn wolkje van succes waar hij blijft smullen van de grenzeloze aandacht van een kritiekloos Vlaams publiek. Dat hij er nog maar een beetje van geniet, want echt lang zal het niet meer duren eer zijn luchtbal doorprikt wordt, en dan is het voorgoed voorbij. Oscar & The Wolf is de Lernaut & Hauspie van de popmuziek.
Dat Het Sportpaleis op 27 en 28 oktober alweer volledig overstag zal gaan, daar twijfelen we niet aan. Maar dat is ook zo bij K3.

W.I.L.D.

Purgatorius

Geschreven door

De Franse Trash-Death metal band W.I.L.D. bestaat sedert 2004 en brengt met ‘Purgatorius’ hun vijfde langspeler uit. Na de instrumentale intro “A Start That Isn’t One” krijgen we met de eerste drie/vier songs snedige trash metal voorgeschoteld. Snedig en uptempo. Een solide ritmesectie als basis voor het gitaarwerk en de zang. De vocals van zanger Jérôme Thilly bestaat uit donker gegrom dat wel past bij de sfeer van de muziek. Op “Trapped” beginnen iets rustiger om daarna het tempo iets op te trekken. Deze track is ook iets melodieuzer dan de voorgaande tracks. Dat uit zich in iets cleanere zang en een melodieuzer gitaarspel. De song is even sterk als de rest maar wijkt hierdoor wel een beetje af van de andere nummers. “An End That Isn’t One” sluit het album, net zoals het begon, instrumentaal af.
“Purgatorius” is gewoon een heel degelijk Trash metal album. Ze zijn goed in wat ze doen zonder veel franjes en tierlantijntjes erom heen. Het toont tevens aan waarom ze reeds talloze supports voor bands als o.a. Carcass, Textures, Hate, Kronos en Entombed hebben mogen doen.

Steven Wilson

To The Bone

Geschreven door

Steven Wilson, de voormalige frontman van de progband Porcupine Tree, is een purist en een perfectionist, iemand die muziek maakt met behulp van microscoop en waterpas. Hij sleutelt eindeloos aan zijn platen tot alles perfect zit. Naar zijn normen toch, want wanneer iets perfect zit voor een virtuoos of precisiemens als Wilson is het voor ons dikwijls al lang naar de kloten, wij zijn bijvoorbeeld ook geen fan van de nieuwe van Roger Waters.
Wilson is met dit nieuwe album opgeschoven van progrock naar progpop en heeft zich gericht op compacte harmonieuze songs die deze keer niet persé 10 meer dan minuten moeten duren. Op ‘To The Bone’ zijn uiteraard een hoop muzikale hoogstandjes te vinden, maar in zijn zoektocht naar uitgebalanceerde melodieën en gestroomlijnde pop is Wilson toch wel een paar keer zwaar over de slijmbalgrens gegaan. Met de platte commerciepop van “Permanating” bijvoorbeeld lonkt hij zeer nadrukkelijk naar de hitparade en zelfs naar de dansvloer, dit klinkt als The Scissor Sisters, maar dan zonder de humor.
De dingen waar progrock-fans doorgaans op kicken, namelijk epische rocksongs met vaak lange virtuoze uitweidingen, zijn hier ver te zoeken. De virtuositeit is evenwel nog steeds aanwezig, maar die zit in een keurslijf van beknopte en te cleane songs gewrongen. Wij vrezen dan ook dat de Porcupine Tree fans die nog aan boord waren nu wel definitief zullen afhaken, tenzij ze zich nog hardnekkig vastklampen aan die ene lange track “Detonation”, eentje waarin Wilson nog eens met verve het brede spectrum van de progrock bewandelt.
Wilson zal zelf niet wakker liggen van de verloren fans, hij heeft zijn pijlen duidelijk op andere doelen gericht. We wensen hem veel succes, maar wij zoeken liever andere oorden op.

Steven Wilson concerteert op 09/03/2018 in de AB, breng een comfortabel kussen en een dekentje mee.

Wolf Alice

Visions Of A Life

Geschreven door

In 2015 was Wolf Alice in de UK heel even de zoveelste nieuwe hype. Zoals steeds bleek dat weer eens sterk overdreven. Wij stelden toen een beloftevol bandje vast dat een eerder onsamenhangend album (‘My Love Is Cool’) had afgeleverd, maar waar live aardig wat stoom achter zat.
De nieuwe plaat ‘Visions Of A Life’ is in hetzelfde bedje ziek als het debuutalbum. Wolf Alice lijkt nog steeds op zoek te zijn naar zichzelf en gaat daarbij te veel verschillende richtingen uit. Positivo’s zullen de woorden eclectisch en veelzijdig uit de kast halen, maar wij zien het eerder als inconsistent en een beetje spoorloos. We krijgen de indruk dat we hier niet met een nieuw groepsalbum maar wel met een playlist zitten van diverse Britse bandjes.
Op hun wildst zetten ze bij Wolf Alice straffe girl punk à la Bikini Kill neer (“Yuk Foo”) of pakken ze uit met overtuigende bubblegum punk (“Space & Time”). Op het vrij knappe “Heavenward” en het aanzwellende “St. Purple & Green” treden ze voorzichtig de shoegaze wereld van Slowdive binnen, en dat is een biotoop die hen wel ligt.
Elders loopt het compleet verkeerd, “Beautifully Unconventionel” neigt naar de zoetgevooisde Britpop  van Lily Allen, “Planet Hunter” kopieert het pathetische gezwam van London Grammar , “Sky Missings” wil iets aanvangen met elektropop maar weet niet goed wat en “Don’t Delete The Kisses” gaat gewoon helemaal nergens naar toe.
Een meer dan behoorlijk “Formidable Cool” redt enkele meubelen en de epische titelsong is een verdomd sterke afsluiter die een stel welgekomen uitbarstingen in petto heeft.
Het glas is dus weer halfvol en net als de vorige keer krijgt Wolf Alice van ons het voordeel van de twijfel. Maar de volgende keer zullen we zo mild niet meer zijn.
In de Botanique zal Wolf Alice trouwens op 28/10 bewijzen dat er wel degelijk voor een heet en strak concertje kan worden gezorgd.

Pagina 172 van 394