logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
giaa_kavka_zapp...
CD Reviews

Hällas

Excerpts From a Future Past

Geschreven door

Wat zijn de kernwoorden voor dit debuut? Virtuositeit, orgels, bij momenten middeleeuws klinkende twin-gitaren, dynamische ritmesectie en progressieve passages. Andere omschrijvingen zijn: Harde rock in een progressief jasje zoals we dat vroeger wel meer hoorden. Denk daarbij aan bands zoals Deep Purple, gitaarwerk dat soms wat aan Iron Maiden doet denken etc... De vocals van Tommy Alexandersson zijn vrij herkenbaar. Er zit een beetje een hese klank in en ze zijn krachtig. De sfeervolle, donkere maar sprookjesachtige cover illustreert heel goed wat de muziek uitstraalt.
De band is afkomstig uit Zweden en ze zijn nog maar sedert 2015 actief maar dat is er niet aan te horen. De songs zijn goed uitgewerkt en dompelen je onder in een warm hardrock bad. De synthsounds en orgels dragen hierbij zeker aan toe. Zoals veel progressieve albums betreft het hier om een concept album dat in zeven songs het verhaal vertelt over een ridder op zoek naar antwoorden en de val van een machtige, grote stad. Zoals eerder al een beetje aangegeven past de muziek, het artwork en de teksten goed samen wat het concept en het album versterken.
Hällas heeft een puik debuut gemaakt dat voor een deel teruggrijpt naar de sound van de oude topgroepen van het genre. Zelf noemen ze hun muziek “Adventure rock” wat ik eigenlijk wel een goede term vind voor hun muziek. Ik zou zeggen luister eens naar “Star Rider”. Als dit je bevalt zal je album zeker de moeite waard vinden.

Neil Young

Hitchhiker

Geschreven door

Neil Young bracht eind vorig jaar alsnog ‘Hitchhiker’ uit, het in de zomer van 1976 in Malibu opgenomen, maar nooit uitgebrachte album. De reden om het album toch nog officieel uit te brengen, heeft vermoedelijk meer te maken met het mogelijk vervallen van auteurs- en reproductierechten dan met het feit dat Ome Neil de opnames nu plots toch goed genoeg vindt om met het publiek te delen.
‘Hitchhiker’ werd opgenomen in één nacht bij volle maan met in de studio enkel een ietwat gedrogeerde Neil Young en David Briggs aan het mengpaneel. Geen begeleidingsband, enkel de man met zijn stem en zijn gitaar. Doorgaans was dat in die tijd ruim genoeg om vuurwerk te verwachten. Young zat in zijn creatieve glorieperiode en zowat alles wat hij tot dan toe uitbracht veranderde in goud. Niet dus zoals op zijn jongste werk, denk maar aan ‘Earth’ en ‘Peace Trail’, waar je het goud – dat er nog wel is – met een zeefje moet gaan zoeken tussen de modder en de keien.
Het siert de man en zijn platenfirma dat ze niets aan de oude opnames toegevoegd hebben. Met het geluid van een band erbij of in de handen van zelfs een brave producer had dit onuitgegeven materiaal veel meer kansen gehad om bv. opgepikt te worden door de radio. Je hoort meteen bij het eerste nummer al waarom het zo lang geduurd heeft dat ‘Hitchhiker’ uitgebracht werd. In interviews geeft Young aan dat hij zelf meteen hoorde dat hij tijdens die opnames licht beneveld was door drank en andere genotsmiddelen en dat is inderdaad in deze kale opnames niet te verstoppen.
Young klinkt solo steeds rauw en klagerig, maar op ‘Hitchhiker’ missen heel wat nummers de vaart en de gebaldheid die ze verdienen. Nummers als “Campaigner” klinken bij momenten zelfs een beetje drammerig. Young’s stem klinkt zwak en soms heb je echt het tekstvel nodig om de gemompelde lyrics te kunnen volgen. De vastberadenheid van ‘After The Goldrush’ of, om eens een recenter werk te nemen, ‘Living With War’ ontbreekt. Maar de flair is er wel. Alsof hij er tijdens het opnemen op vertrouwde dat het wel goed zou komen. Alsof hij erop rekende dat de studiolui dit materiaal wel tot een diamant zouden slijpen.
Het songmateriaal op zich is best oké. Misschien niet echt materiaal voor een wereldhit als “Needle And The Damage Done” of “Heart Of Gold”, maar het behoort tot het betere werk van Neil Young uit die periode. Het beste bewijs daarvan is dat hij zowat alle songs van ‘Hitchhiker’ (op “Hawaii” en “Give Me Strength” na) later nog heropgenomen heeft. O.m. “Pocahontas” en “Powderfinger” krijg je hier in een van alle toeters en bellen ontdane versie voorgeschoteld. Deze beide naakte tracks bestaan ook in betere, opgedirkte versies, al gaat dat misschien niet op voor elke song op ‘Hitchhiker’. “Ride My Llama” komt hier beter uit de verf dan op ‘Rust Never Sleeps’ en ook The Old Country Waltz” kan in deze versie net zo hard bekoren als op ‘American Stars ’n Bars’.
Na een paar luisterbeurten blijft de vraag of je ‘Hitchhiker’ moet zien als een volwaardig album of toch als een werkdocument, als een demo die voorafgaat aan de ‘echte’ opname. Voor diehardfans en critici heeft dit ‘verdwenen’ album door de jaren dusdanige mythische proporties aangenomen dat het voor hen niet alleen een volwaardig album is, maar zelfs meteen een meesterwerk. De waarheid ligt echter bij het demo-verhaal. ‘Hitchhiker’ is een leuk tijdsdocument, maar kan de hoge, opgeklopte verwachtingen niet helemaal inlossen. Ook een begenadigd artiest, een god of een dinosaurus zo je wil, kan al eens mindere dag hebben. Neil Young had geen ongelijk toen hij in 1976 de tapes van Hitchhiker in de kluis opborg. Net zo goed heeft hij nu gelijk om dezelfde tapes er uit te halen. Maak die kluis leeg, Neil! En snel!

Briqueville

II

Geschreven door

Er zijn nogal wat bands de laatste jaren die op een meditatieve manier hun muziek opbouwen door gebruik te maken van intensiteit, drone en andere soundscapes alsook herhaling en muzikale explosies. Zo ook met Briqueville dat zich ergens bevindt in het muzikaal heelal waarin ook bands zoals Amenra, Goat, Wiegedood of Sun o))) zich bevinden.
Briqueville is een ietwat mysterieuze band. De bandleden huldigen zich reeds een decennium lang in maskers (ook tijdens de repetities) en lange zwarte gewaden zodat ze anoniem blijven. Hun site bevat ook geen namen. De metal band Ghost doet iets gelijkaardigs on stage. In 2014 verscheen hun eerste album dat vier nummers (zelf spreken ze over aktes) bevatte. Ze begroeven een twintigtal exemplaren waarna ze stelselmatig coördinaten vrijgaven.
Voor hun tweede release, kortweg ‘II’ genoemd, gaan ze verder waar ze gestopt waren. Letterlijk en figuurlijk. Letterlijk door te starten met “Akte V”. Figuurlijk: omdat ze muzikaal verder gaan waar ze met hun debuut gestopt waren. Namelijk het zorgvuldig opbouwen van soundscapes en songs die opbouwen, stilvallen en terug exploderen. Opener “Akte V” start met een pletwals van drums en gitaren om dan haast stil te vallen en te hernemen met een dreigende overstuurde en groovende gitaar. De cleane synth-soundjes ertussen brengen ietwat verlichting. Uiteindelijk krijgen de gitaren een weids geluid dat de sfeer wat open weet te breken. “Akte VI” klinkt iets luchtiger en heeft een herhalende doch verslavende gitaarlijn. Afsluiter “VII” duurt 17 minuten en begint met het geluid van stromend water waarna we dreigende muziek horen aanzwellen. De drums die invallen klinken indringend en loodzwaar. Hier zijn de vocalen nadrukkelijker aanwezig maar toch lijken vocalen bij Briqueville eerder een instrument te zijn dan iets met zeggingskracht en taal.
De opvolger van hun debuut is een bom van een plaat geworden (die in feite nu al een tijdje uit is). Wie hier de eerder genoemde bands kan waarderen zal ik zeker dit kwalitatieve werkje aanraden.

Crowd Of Chairs

Fuck Fuck Fuck

Geschreven door

Crowd of Chairs is een Gentse noiseband dat met deze ‘Fuck Fuck Fuck’ een eerste full album heeft gemaakt. Ervoor hadden ze al twee EP’s uitgebracht waarvan de laatste een split EP was met de jonge postpunk band (en label genoot) Maze.
Nu dus een volledig en elf nummers tellende plaat. Deze opent meteen al sterk met “For”. Een hypnotiserende track dat halfweg ontploft in je gezicht. Als je dan nog niet wakker bent… Maar het is wel een mooie opgebouwde en uitgewerkte song. Schitterende opener. Op “Ibogaine” bijvoorbeeld schieten ze vanaf het begin uit de startblokken en klinkt het gitaarwerk toegankelijker. Doch dat pad wordt al gauw verlaten om stevig te rocken. “Transister Yr Sister” heeft een Pixies-gehalte: snedige Trash rock. Het fijne aan hun muziek is dat ze niet voor één gat te vangen zijn. Het is dan wel noise rock maar ze proberen op verschillende manieren hun muziek op te bouwen. Nu eens ongebreideld luid en snel of meteen to-the-point en dan weer eens traag opbouwend (zoals “Get Up And Go”).
Crowd of Chairs heeft mij met ‘Fuck Fuck Fuck’ absoluut weten te overtuigen. Was ik 25 jaar jonger, ik viel er meteen voor. Maar wacht eens even… want nu ben ik er eigenlijk ook meteen voor gevallen. Dit is muziek vanuit de onderbuik, met de nodige variatie en muzikaliteit om te blijven boeien. Schitterende schijf voor liefhebbers van o.a. The Guru Guru, Brutus, Raketkanon etc…

Lizzy Farrall

All I Said Was Never Heard EP

Geschreven door

Lizzy Farrall is een jonge Britse singer-songwriter die een prachtig debuut heeft uitgebracht. Op de EP ‘All I Said Was Never Heard’ staan vijf pop-parels die doen denken aan de tijden van Deacon Blue, Beautiful South, Prefab Sprout en The Cranberries, al zegt ze zelf dat ze de mosterd haalt bij veel jongere bands als Commonwealth, Basement en Damien Rice.
Lizzy heeft een mooie, heel heldere stem (een beetje een zachte versie van Sinead O’Connor, zonder het drama) en kan een pakkende song schrijven en brengen. Ook haar muziek wordt door echte muzikanten ingespeeld. Anders dan bij veel hedendaagse popartiesten is elk lied van Lizzy Farrall een volledig verhaal en geen verzameling van hippe trefwoorden en wat gehijg op wat beats. Leuk dat popmuziek nog op deze manier gemaakt wordt en een kans krijgt.
Van de vijf songs op deze EP zullen “Broken Toy” en “Better With” zich als eerste vastrijden in uw geheugen.

Kamera Obscura

The Final Cut

Geschreven door

Kamera Obscura is een Franse band met een voorliefde voor cinema en metal. Na een demo in 2009, is ‘The Final Cut’ hun derde langspeler. Hun vorig album bestond uit covers en was een soort hommage aan verschillende artiesten zoals King Diamond, Rob Zombie, Goblin etc… Inzake hun voorliefde voor cinema gaat het vooral om een fascinatie voor horror, vampieren, heksen en nog meer gelijkaardige zaken. Dat kan je goed horen aan bv hun teksten en titels die op ‘The Final Cut’ vooral geïnspireerd zijn op de Amerikaanse b-films uit de jaren 70 en 80. De titels verwijzen bv naar gelijknamige films in het genre zoals bv “Texas Chainsaw” en “Lucifer Rising”.
Muzikaal kunnen we spreken van harde rock en metal met een cinematografische inslag. Dat hoor je goed op opener “The Howling” dat een intro heeft dat als een soundtrack klinkt bij een horror film. Ook King Diamond gebruikt soms gelijkaardige thema’s om sfeer te scheppen. Na de intro krijgen we messcherpe riffs en vocals. Samen met een stevige ritmesectie, die het geheel ondersteunt, is dit een potente track. De zang van Cécile MN past goed bij de muziek die door de onheilspellende synths/keys, die onder de gitaren verweven werden, als een kruising tussen death rock en metal klinken. “Maniac” is de voorloper van dit te verschijnen album is en het is een goede en evenwichtige song. Voorzien van de nodige details.
Nog songs die het vermelden waard zijn “Beyond The Valley of the Dolls” (broeierige song), “I Spit On Your Grave” en het episch klinkende “Antichrist”. Maar echt slechte songs zijn er niet te vinden. Het album klinkt vrij homogeen qua sfeer en arrangementen. De variatie is eerder subtiel en onderhuids.

‘The Final Cut’ is een degelijk album dat ergens tussen Death Rock en Metal zweeft. Extra aantrekkelijk voor mensen die een voorliefde hebben voor horror, occultisme, vampiers en dergelijke meer.

Factice Factory

Lines & Parallels

Geschreven door

We waren al vol lof over ‘The White Days’, de vorige release van deze Frans-Zwitserse cold wave band, en waren dan ook zeer benieuwd naar hun nieuwste worp: ‘Lines & Parallels’. We kunnen nu al zeggen dat het wederom een geslaagd album is geworden. Een beetje kort met zijn dertig minuten. Zeven volwaardige songs en twee korte schetsen. Maar hetgeen we te horen krijgen in die dertig minuten is dan ook subliem. Voor mij is dit de cold wave plaat van 2017. De sfeer, de songs, de vocals, de inkleding… Alles klopt aan deze plaat. “Leuchtturm” heeft bv een heerlijke baslijn met emotieloze vocals en kille maar aantrekkelijke synths. “Audran” klinkt nog een stuk donkerder en troostelozer. Mensen die het zwaar hebben en radeloos zijn luisteren hier beter met mate naar. “Defeat” is eerder een mix tussen dark en cold wave. Ondanks dat alles vrij eenvoudig in elkaar steekt , lijkt het nummer een heleboel te vertellen. Met een mooie opbouw van de track. “Sway” is een samenwerking met Jeanne Lefebvre aka Rajna die hier de vocals voor haar rekening neemt. Het doet wat denken aan Marc Almond goes cold wave… Wederom een sterke track. Op “Extinguisher” krijgen we zowaar een dansbare track te horen. “The Weeping Willow” sluit het album af op een magistrale manier. Atmosferisch, melancholisch en mijmerend zingt Francois Ducarn hier terwijl de song zich naar het einde toe ontwikkelt als een Cure-track.
We kunnen maar één ding zeggen over dit album. Het is nog beter en sterker dan hun vorig. De liefhebbers van dit genre zullen het waarschijnlijk al kennen (het is al enkele maanden uit) maar voor de andere muziekliefhebbers kan ik alleen maar zeggen. Dit is kwaliteit en de rest is een kwestie van smaak.

Trouble Agency

Suspected

Geschreven door

Voor de oorsprong van deze Brusselse band moeten we terug gaan naar de vroege jaren negentig. De band ontstond in 1993 uit de assen van de bands Cyclone en Decadence. Gedurende hun bestaan deelden ze reeds het podium met bands als Exodus, Destruction, Immortal, Ostrogoth, Slayer, Anvil etc… Ze zijn dus niet bepaald aan hun proefstuk toe. Sedert 2013 is Kevin Nolis de man die de vocals doet bij Trouble Agency.
Met ‘Suspected’ zijn ze, nog maar, aan hun derde langspeler toe. Hierop tien tracks die je meenemen op een trip van old-school trash metal met wat hardcore elementen. Denk aan bands zoals bv Testament… Rechtdoor zee en als een bulldozer razen ze doorheen de nummers. Het fijne is dat het ook nog goed klinkt. De solo’s zijn snedig en de ritmesectie klinkt potent. Vernieuwend klinkt het niet maar alles zit goed in elkaar. Beter een goede classic dan een modern klinkende flop zou ik zeggen. Wie het album in één ruk uitzit zal met adem tekort zitten. Het is een helse rollercoaster met ferme tracks zoals “Survival of The Fittest”, “Banksters” en “Suspected” om enkele te noemen.
Je krijgt er ook een mooie hoop maatschappijkritiek bij. De man op de cover lijkt trouwens verdacht veel op Donald Trump.
Het album verdient vast en zeker wat aandacht want dit is trash metal dat niet moet onderdoen voor veel van hun bekendere Amerikaanse genregenoten.
Op 23 maart te zien in JH Asgaard, Gent.

White Boy Wasted

The Dirty South Special

Geschreven door

De Nederlandse band White Boy Wasted heeft zopas ‘The Dirty South Specialuit. Op dit debuutalbum brengt de band uit Eindhoven een mix van speedrock, blues en punk. Als je een paar referenties wil, dan zouden dat Motörhead, The Datsuns en Speed Queen zijn. Er zit ook wat Triggerfinger en wat Peter Pan Speedrock in.
De band bestaat pas ruim een jaar maar heeft het podium al gedeeld met bands als Nashville Pussy, Suicidal Angels en Raven. Ze wonnen de bandbattle om op Dynamo Metalfest te spelen. Het debuutalbum moet de band ook naar het buitenland kunnen brengen.

Peter van Elderen (Peter Pan Speedrock) produceerde het album. Vies, gemeen, snel, hard, luid, energiek en kort, dat is het geluid van dit speedrock trio. ‘The Dirty South Special’ omvat veertien nummers, die variëren van keiharde speedrock tot bluesy, naar boogie neigende rock 'n roll en weer terug naar punkrock. De basgitaar van zanger Sid van Kastel krijgt steeds een hoofdrol, maar de punten worden gescoord door drummer Ian van Kastel en vooral gitarist Alex Kooy.

Op opener “Double Vision” en in o.m. “Ratbag” en “The Only Hair Between Your Legs” (is supposed to be my beard) komt de band in de buurt van punkbands als Belgian Asociality, Funeral Dress en DRI, maar dan met nog een scheut blues. “Love At First Touch” is dan weer een Engelse variant van Fleddy Melculy. Maar deze band heeft ook een eigen gezicht. “I’m A Man” is een gemene blues-shuffle die we met weinig andere kunnen vergelijken, of het zou oud werk van ZZ Top moeten zijn. Misschien kan deze track wel dezelfde impact hebben als I’m Bad, I’m Nationwide van de Texanen. Ruige bluesrock is dan weer het hoofdbestanddeel van “Be My Baby”, terwijl op het vrolijke “Dankrupt” de slinger doorslaat naar potige speedrock of noem het snelle hardrock. Perfecte meezingers ook, die twee.
Op “Supersize My Love” komt een euvel bovendrijven dat op andere nummers ook aanwezig is, maar dan misschien minder storend is: de drumpartijen hadden wat meer aandacht mogen krijgen bij de opnames. Je kan wel stellen dat ze zo dicht bij het live-geluid blijven, maar voor een opname mag je wat meer je best doen. Maar laat dat de pret niet drukken. Eens over de helft van het album barst het feestje helemaal los met “Shit Out Of Luck”, “Wet Beard Boogie”, “Bide My Time” en “Hip Shaker, Jaw Breaker”.
De intro van het instrumentale “777” doet opnieuw aan ZZ Top denken, maar dan gooien ze er mix van punk en surf achteraan. Het afsluitende “White Boy Wasted” is een meesterwerkje. Alsof er nog niet genres aan bod komen, gooien deze Nederlanders er nog een hardcore-koortje bij.
White Boy Wasted is een ontdekking die we dringend naar België moeten halen.

DateMonthYear

March/Numbers

Geschreven door

DateMonthYear is een band uit Nieuw-Zeeland die al sinds 2003 aan de weg timmert door op geregelde tijdstippen demo’s en singles uit te brengen. Voorlopig met weinig succes, maar daar kan met de jongste singles “March” en “Numbers” wel eens verandering in komen.

Met deze twee songs zitten deze Nieuw-Zeelanders op de grens tussen pop en half-akoestische rock en komen ze in de buurt van Sharon Van Etten, Cat Power, Clap Your Hands Say Yeah, Feist en Low. De zangeres heeft een heel verleidelijke stem en als geheel hebben de songs iets van een intimistische film.

Wie al wat ouder is, hoort op “March” en “Numbers” ook nog echo’s van The Beautiful South, This Mortal Coil en The Cranberries.

Een nog te ontdekken band die het in dit Spotify-tijdperk wel eens helemaal zou kunnen maken.

https://datemonthyear.bandcamp.com/


Pagina 167 van 394