logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Morrissey
the_offspring_i...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

woensdag 16 januari 2008 01:00

Babyshambles: briljant potje rommel

Het was van 2002 geleden dat we Pete Doherty voor de eerste keer aan het werk zagen in de kelder van de Brusselse Botanique, toen nog met The Libertines. De man zelf was toen zo stoned dat ie nooit heeft geweten dat hij op het podium stond, maar bij ons staat het concert in ons geheugen gegrift bij de afdeling “legendarisch”. Dus nu terug met volle goesting er op af, er ons terdege van bewust zijn dat het concert van Babyshambles op de laatste snik kon afgelast worden, want met Doherty weet je nooit. We hadden geluk, Pete was er, en hoe ?

Er zijn mensen die Doherty een omhooggevallen talentloze junk vinden, maar zij dwalen. Doherty is een begenadigd musicus en songschrijver en vanavond bewees hij daarbovenop ook nog eens een geweldig performer te zijn. Dat hij geregeld van alles spuit, slikt, rookt of opdrinkt weet het kleinste kind maar in l’Aéronef troffen we hem verrassend fris en nuchter aan. Hij raasde met volle overgave en zonder veel commentaar doorheen een korte, uiterst opwindende set. Amper een uurtje heeft het geduurd. Een wervelend uurtje trouwens, gevuld met puntige, rammelende songs en hitsige gitaarlicks. Zijn songs klonken op het podium nog een stuk feller dan op zijn platen en de ingetogen nummers werden thuis gelaten.
Dit optreden baadde volledig in een punksfeer, punk zoals die in 1977 oorspronkelijk bedoeld was : kort, krachtig, energiek, rommelig en altijd rechtdoor. De formidabele kopstoot van een single “Delivery” zat al heel vroeg in de set en bracht de temperatuur in de zaal meteen in het rood. De thermometer zou voor de rest van het optreden niet meer omlaag gaan en dit was ondermeer te wijten aan een hoop overenthousiaste jonge meisjes in het publiek. Sedert dat Doherty de wandelende tak Kate Moss aan de deur heeft gezet, is hij blijkbaar weer fel gegeerd bij de jonge kippetjes. Pete stoorde er zich niet aan en stormde gewoon door via knallers als “Side of the road”, een lel van een punksong die al gedaan was voor ie goed begonnen was, maar wat een kanjer. Andere adrenalinestoten waren een opgehitst “Pipedown” en de spetterende afsluiter “Fuck forever”.

Bisnummers ? Niets van, Babyshambles waren zo gauw weer weg als ze gekomen waren, ze hadden ons tegen dan toch al compleet omver gespeeld en dan, boef, gedaan. Yep, zoals eerder gezegd, very punk : Stomend, wild en uiterst kort. Meer moet dat niet zijn. Eentje om in te lijsten.
Pas de tweede keer dat we Pete Doherty live mochten bewonderen en alweer legendarisch. En deze keer kon hij er zelf ook nog van genieten, wegens tamelijk clean.

Organisatie: Agauchedelalune/ Aéronef, Lille

donderdag 10 januari 2008 01:00

Every second counts

Nieuwe aflevering in de reeks ‘snotneuzen maken wereldhit maar zijn verder volledig verwaarloosbaar’. Ook U heeft waarschijnlijk al tot vervelens toe de superhit “Hey There Delilah” moeten aanhoren, dus deze song moeten we u niet meer leren kennen en, geloof ons vrij, de rest ook niet.
Plain White T’s is het zoveelste talentloze poppunkbandje van dertien in een dozijn uit de States, genre Fall out Boy en Blink 182. ‘Every seconds counts’ staat vol met plastieken liedjes die zijn weggelopen uit de een of andere Amerikaanse tienerfilm. Dit is het soort slappe kost waar Amerikanen massaal hun geld aan uitgeven en die terug te vinden is in de hoogste regionen van de billboards. Zeer rendabel voor de platenindustrie, complete rotzooi voor de muziekliefhebber.

donderdag 10 januari 2008 01:00

Ash Wednesday

Knappe debuutplaat van deze Amerikaanse singer/songwriter. Perkins begeeft zich in het straatje van de folkpop en laat zich sporadisch bijstaan door een begeleidingsband die met behulp van trompet, vibrafoon en viool voor een mooie sound zorgen ter ondersteuning van diens akoestische gitaar. Elvis Perkins heeft duidelijk de namen van Nick Drake en Leonard Cohen in zijn notaboekje staan. Zijn songs en teksten zijn soms wat neerslachtig maar hebben tot ook steeds een opgewekt en positief tintje. Het is met name niet allemaal kommer en kwel, ook al heeft de man al wat meegemaakt (vader en acteur Anthony Perkins in ‘92 overleden aan aids en moeder overleden bij de 9/11 aanslagen). Mooie songs als “Ash Wednesday”, “Moon woman II” en, “Sleep sandwich” klinken toch hoopvol, en opener “While you were sleeping” is ronduit een prachtsong.
Perkins kan nog net niet het volledige album blijven boeien maar toch is dit een meer dan aangename kennismaking met deze nieuwe naam.

donderdag 10 januari 2008 01:00

Yes, U

Devastations heeft een album gemaakt die zich sluimerend in onze hersenpan nestelt en er hardnekkig blijft hangen. Een donker en bij momenten zeer onheilspellend album, maar o zo mooi. Het begint nog vrij opgewekt met het aan Secret Machines verwante “Black Ice” maar het wordt algauw zwaarbewolkt in het trage “Oh me, oh my” en een onweer dreigt en barst uiteindelijk los in de fuzz en distortion van “Rosa”.
Devastations zijn Australiërs en hebben niet alleen hun nationaliteit gemeen met Nick Cave, de weerbarstige sound doet immers meermaals aan de grootmeester denken. De songs van Devastations dreigen dikwijls om open te breken en doen dit dan uiteindelijk niet,  een spannende koppigheid houdt ze in bedwang. Ook het filmische karakter van het werk van Barry Adamson herkennen we in “The pest” en het instrumentale “As sparks fly upward” zou op zijn beurt niet misstaan op de soundtrack van een Franse film. “The face of love” is een mooie lovesong vanuit het desolate landschap tussen Nick Cave en Leonard Cohen.
Jawel, Devastations weten verdomd goed waar zich te nestelen. “An avalanche of stars” is ook zo’n parel, eentje die in het vaarwater drijft van het schandelijk onderschatte en inmiddels jammerlijk ter ziele gegaan Arab Strap. De prachtige tristesse van “The saddest sound” en van de instrumentale uitwaaier “Misericordia” doen deze plaat in schoonheid eindigen. In dit album willen we gerust verdwalen deze winter, we houden ons wel warm.

donderdag 03 januari 2008 01:00

What doesn’t kill you

Blue Cheer, hardrockers uit de oertijd, lagen zonder het zelf te weten aan de wieg van de metal, grunge en vooral de stoner-rock. Grunge-iconen Nirvana, niet de eerste de beste,  hebben altijd luidop geroepen dat Blue Cheer één van hun favoriete bands waren.
Met ‘Vincebus Eruptum’ en ‘Outsideinside’ maakte Blue Cheer in 1968 twee legendarische platen vol zompige, zware en vuile blues en hard-rock. Op hun volgende platen ging het er al wat gepolijster aan toe waardoor deze albums niet bepaald als klassiekers de geschiedenis zijn ingegaan. Nu, maar liefst een veertigtal jaren later komt Blue Cheer aanzetten met ‘What doesn’t kill you’, een come-back album die er best mag zijn. De heren zijn ondertussen al 60 maar weten toch nog venijnig te rocken. Natuurlijk is het niet meer zo grensverleggend  als destijds. In tijden van black-metal, death-metal, grindcore en consoorten kan een rockband als Blue Cheer niet meer extreem zijn (anno 1970 was dat wel even anders), maar ook niet potsierlijk of belachelijk, dat is een feit.
Hun hardrock is op vandaag bij momenten nog altijd ruw en brutaal, de gevreesde FM rock of AOR rock (noem het zoals u wil) wordt volledig geschuwd (alhoewel, op de ballad “Young lions in paradise” komen ze gevaarlijk in de buurt maar de song blijft nog net overeind). De blues daarentegen zit er wel nog stevig ingebeiteld en de seventies zijn kennelijk ook nooit weggeweest.
Het is de betere biker-rock, niks origineels, wel lekker vettig. Stevig wegscheurende rockers als “Rollin’ them bones”, “I don’t know about it”, “Just a little bit” (zwaar en zompig als weleer), de vette blues “No Relief” en vooral de zware sleper “I’m gonna get to you” maken van ‘What doesn’t kill you’ een beresterk album. Het aanschaffen waard, maar niet zonder dat u eerst de essentiële platen ‘Vincebus Eruptum’ en ‘Outsideinside’ tot u genomen hebt. Zit u een beetje krap bij kas, dan is de sterke verzamelaar ‘Good times are so hard to find’ uit 1988 een aan te raden alternatief als kennismaking met het oude materiaal.

donderdag 27 december 2007 01:00

Here are the roses

De eerste onvermijdelijke reactie is de volgende: Godverdomme, die gasten hebben alles gejat van The Editors en Interpol. ’t Zal wel , maar hebben Editors en Interpol ook niet alles gepikt bij Joy Division en The Sound ? Yep, ook weer waar. Laten we dus gewoon stellen dat we Dragons kunnen bijplaatsen in het rijtje nieuwe bands die de mosterd met een vette pollepel zijn gaan halen in de eighties. De echo gitaren zijn dus van de partij, de donkere en diepe vocals ook, en bij Dragons wordt er ook nog een streep synths toegevoegd waardoor we met momenten wat Simple Minds toestanden krijgen, zoals in “Treasure”. Het is allemaal wel wat voller, harder en strakker dan de Simple Minds en de Messias trekjes blijven gelukkig ook achterwege.
Ze hebben dus geen nieuw geluid ontdekt en doen dingen die allemaal al wel eens eerder door anderen zijn voorgedaan, maar de songs zijn bijzonder sterk en dat is wat ons betreft de reden waarom Dragons niet moet onderdoen voor gasten als Interpol en Editors. De sterke openers van de plaat “Here are the roses” en “Conditions” bevestigen dat alleen maar. De synths en vocals op het heftige “Obedience” neigen wat naar de industrial tonen van Depeche Mode, maar dan beter. De gitaren van “Trust” zijn zomaar weggelopen uit een Cult song ten tijde van ‘Love’ (“Revolution” en consoorten, weet u nog wel).
U ziet het, ‘Here are the roses’ is echte de moeite waarde, maar iemand moet deze band dringend vanuit de schaduw van Interpol en Editors weghalen.

donderdag 20 december 2007 01:00

In Rainbows

Niet iedereen is even opgetogen met de zet die Radiohead gedaan heeft met hun nieuwste werkje. Inderdaad, een groep als Radiohead kan het zich commercieel immers permitteren om hun nieuwste plaat bij wijze van stunt volledig legaal gratis door het grote publiek te laten downloaden. Ze zullen de mislopen inkomsten wel compenseren met peperdure toegangstickets voor hun shows en met de opbrengst van de onvermijdelijke deluxe-edition met extra songs die begin volgend jaar in de winkels zal liggen. Een gemene en echt wel pretentieuze zet, als je’t ons vraagt, en een kaakslag voor vele bands die met alle moeite van de wereld hun plaatjes verkocht krijgen. Maar goed, wie vandaag een beetje met een computer en met internet overweg kan , weet toch zomaar alles illegaal te downloaden, alleen bij Radiohead mag het ook officieel gratis. Dus we gaan verder niet mopperen en zullen het hier over de plaat zelf hebben.
‘In Rainbows’ is een eerder korte en overwegend rustige plaat geworden, met uitzondering van het grillige en fantastische “Bodysnatchers” die hard tegen alle muren bonkt. Het is een sfeervol album waarop Thom Yorke net niet te veel gaat zeuren en waarop Greenwood alweer allerhande sounds en effecten uit zijn gitaar haalt zonder in overdreven experimenteel gebral te vervallen. Een typische Radiohead plaat, iets minder experimenteel dan ‘Kid A’ en ‘Amnesiac’ en net niet van het niveau van de ongenaakbare topper ‘OK Computer’.
Geen verrassingen dus, wel een handvol prachtige songs die bij elke beluistering blijven groeien, songs met klasse, romantiek en elegantie doch gespaard van elke vorm van overdreven sentiment.  Een hoopje nieuwe klassiekers zijn geboren als “Weird fishes/Arpeggi”, “Bodysnatchers”, “Nude” en “House of cards”.
Radiohead kan voor de komende concerten met toevoeging van deze nieuwe pareltjes dus een pracht van een playlist gaan samenstellen om de fans helemaal te doen smelten. En smelten zullen ze !
Kortom, ‘In Rainbows’ is alweer van een bijna niet te evenaren schoonheid en laat de concurrentie mijlenver achter zich.

dinsdag 27 november 2018 17:31

Tour De Chauffe

Een dubbel cd die is verschenen naar aanleiding van een reeks concerten in Noord Frankrijk in november. Een 17 tal Franse bands leveren hier elk twee songs. Alle genres komen aan bod, van funk tot jazz tot hardcore tot elektro tot world. De ene band klinkt al wat beloftevoller dan de andere en het Engels van die Fransen doet dikwijls pijn aan de oren, maar toch is er soms wat verdienstelijke muziek te bespeuren zoals de sound van Lena Deluxe die wat dicht aanleunt bij Portishead, of de opgefokte dance rock van Sexual Earthquake in Kobe waarin we Vive la Fète herkennen. Ook de akoestische instrumentale muziek van 3x6 is mooi en sfeervol en duidelijk op zoek naar een bijbehorende film. Luna Lost heeft dan weer een PJ Harvey meets Nick Cave allure en levert met “The party” een dreigende en kolkende song. Aangename ontdekking verder is de band Roken is dodelijk (echt wel een Franse band) met een eigen sound en twee mooie ingetogen songs.
Bij de meeste bands hoor je echter veelal de geforceerde drang om de grote buitenlandse voorbeelden te imiteren, met meestal een minder geslaagd resultaat. Bands die allemaal op zoek zijn naar een eigen smoel, zeg maar.

donderdag 06 december 2007 01:00

Widow City

The Fiery Furnaces hebben er zo een beetje hun handelsmerk van gemaakt om de luisteraar telkenmale op het verkeerde been te zetten. Elke song verandert evenveel van tempo als van melodie, een fijne pianoriedel wordt zonder omkijken plotsklaps omgezet in luide gitaren en het ritme wordt om de haverklap gewijzigd. Op de duur weet je niet meer in welke song je zit. Er staan er zestien op ‘Widow city’ maar het zijn er precies wel 56. Maar let wel, de formule die zij toepassen is uniek en geslaagd en met geen enkele andere band te vergelijken.
Het is een avontuurlijke klotsende cocktail ontsproten uit het creatieve brein van twee boeiende figuren,  broer en zus Matthew en Eleanor Friedberger. Ongetwijfeld moet hun kop overlopen van zotte ideeën  en geschifte gedachten. Wat er uit komt is van een ongeëvenaarde muzikale genialiteit en spitsvondigheid. U zal misschien compleet gek worden van al die tempowisselingen en plotwendingen, wij daarentegen vinden dit bijzonder knap en geestig.

dinsdag 04 december 2007 01:00

Black Mountain: overrompelend

Het Canadese Miracle Fortress had 2 drummers (staand !) in hun rangen die er enthousiast op los mepten. Het geluid van deze band is niet in een vakje te steken, het varieert van licht psychedelisch naar berekende noise met de zang wat naar achteren gemixt, een beetje zoals bij vergeten bands The Pale Saints of The Rain Parade.
In hun korte set speelde dit vijftal enkele vernuftig in elkaar gestoken songs voor een vrij enthousiast publiek. Voorwaar een aangename kennismaking met een bandje die ons totaal onbekend was.

Een bijzonder uiteenlopend publiek was gekomen voor Black Mountain, variërend van metalfans tot hippe alternatievelingen. Wat ons ook niet verwonderde, want Black Mountain spreekt verschillende muziekliefhebbers aan met hun mix van stonerrock, lo-fi, zweverige pop, psychedelica en krachtige americana. Wij waren vooral naar hier gekomen omdat we begin dit jaar sterk onder de indruk waren van hun fantastische titelloze debuutalbum waaruit hier amper twee songs werden gespeeld, het furieuze “Don’t run our hearts around” en het dreigende “Drugonaut”.
Voor de rest was de set volledig gevuld  met materiaal van het nieuwe album dat in februari moet verschijnen. En, beste mensen, bestel al maar een exemplaar, want het nieuwe werk klonk zo overweldigend dat we er nu nog niet goed van zijn. Die prachtige zweverige stem van Amber Webber ! die lekkere groovy keyboards ! die openbarstende gitaren ! Die bezwerende songs ! Alles was aanwezig.
Black Mountain ontpopte zich de ene keer als een donkere stoner rock groep, de andere keer als een Americana band met tweeledige zang (denk My Morning Jacket,) nog elders als een psychedelische kosmische trip.
Hun slotnummer van zowat 15 minuten bracht ons in hogere sferen. Het was de apocalyps  van een indrukwekkend, stevig en overrompelend concert. Wij waren high zonder dat we aan het stuff hadden moeten zitten.

Verder nog een flinke pluim op de hoed van de plaatselijke dj die tussen de optredens door de meest fantastische stonerrock en de meest weirde sixties muziek met elkaar in het huwelijk deed treden, uiterst groovy.  Een welgemeende thank you.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Pagina 105 van 111