logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

woensdag 09 maart 2011 01:00

Electric Wizard – Een heavy trip£

Electric Wizard begeeft zich al jaren in de underground van de metal. In bepaalde kringen worden zij aanzien als the heaviest band on earth en dat komt voornamelijk door hun extreem logge en loodzware doom- en stonermetal. Wij hadden dus uit voorzorg al zeker onze oordoppen op zak. En of we die nodig hadden ! Een prop weed in de oren had trouwens ook gekund met die gedrogeerde psychedelische metal.

Hun typerende ultra zware sound gaat live inderdaad door merg en been en doet de Antwerpse Trix flink op zijn grondvesten daveren. In die zin is een Electric Wizard gig een unieke belevenis. Maar op een podium loert de eentonigheid toch wat om de hoek, en dit vooral omwille van de aanhoudende drone. Wat op plaat een unieke sound is -en dan hebben we het vooral over hun meesterwerk ‘Dopethrone’ uit 2000 en toch ook wel een beetje over de nieuwe ‘Black Masses’- ontbreekt live wat aan variatie en diepgang. De brute kracht en intensiteit blijven wel behouden maar we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat het geheel soms als een eenzijdige vette brij aandoet waardoor de nummers moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Het vernuft van hun sterke platen gaat voor een stuk verloren in de massieve geluidsmuur, en dat is jammer.
Toch kunnen wij af en toe nog genieten van deze drone metal, het beukt bij momenten heel stevig en veroorzaakt een vorm van slowmotion headbanging onder de aanwezigen.
Met hun lome en extreem heavy aanpak is Electric Wizard een buitenbeentje in de metalscene en zo treffen wij in hun publiek ook nogal wat alternatievelingen aan, mensen die al wel eens een optreden van Earth of Sunn O))) bijwonen, bands die het qua extreme drone sound nog een stuk verder drijven.

Electric Wizard hun op Black Sabbath geïnspireerde volumineuze sound blijft ondanks alles steeds indrukwekkend en meeslepend. Een heavy trip als het ware, maar iets meer nuance zou welkom zijn.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Heartbreaktunes)

zondag 06 maart 2011 01:00

Tony Joe White - Back to the swamp

Geheel relaxed en supercool (zonnebril en hoed bleven de ganse set op) ging Tony Joe White achter zijn microfoon zitten om op sublieme wijze op zijn eentje de set te beginnen met twee heerlijk verstilde songs. Zo bleek het nagelnieuwe “Roll train roll” uit de voortreffelijke cd ‘Shine ’een pareltje van het zuiverste water te zijn.
Vervolgens kwam zijn drummer op het appèl en kreeg die typische ‘swamp blues sound’ een stevige power injectie met het potige “Undercover agent of the blues”. Niet dat we hier nu aan een hard rock sessie waren begonnen, maar White liet toch bij momenten zijn gitaar nogal vettig scheuren, soms zelfs een beetje à la Crazy Horse.
Lekkere swamp rockers als “Tunica Motel”, “Roosevelt and Ira Lee” en natuurlijk het schitterende “Polk Salad Annie” hadden de nodige portie vuur in zich. Fijn ook om te zien hoe TJW zijn vingers met passie over zijn instrument liet glijden. Van een plectrum was er geen spoor en qua relaxe ‘laid back’ attitude konden wij maar aan één gelijkgezinde gitarist denken, JJ Cale natuurlijk. Ook de stillere momenten waren subliem, bij het nieuwe emotievolle “Season Man” kon je zowaar een speld horen vallen en de klassieker “Rainy night in Georgia” was ronduit adembenemend.
Tony Joe White spaarde het krachtige en onvermijdelijke “Steamy windows” op tot het einde om er een knoert van een punt achter te zetten.
De immer coole verschijning (67 is hij al) leek zich vanavond opperbest te voelen. Een gitaar, een drummer, een occasionele mondharmonica en last but not least, een prachtige diepe baritonstem, meer had de man niet nodig om de Brugse Magdalenazaal uit zijn hand te laten eten.

Sterk optreden dus, maar minder hadden we dan ook niet verwacht.

Voorprogramma van dienst was de bedenkelijke West-Vlaamse singer/songwriter Bruce Bherman. Tussen de vertolking van zijn futloze songs achtte de man het nodig om, in bekakt Engels, een beetje te pochen met het feit dat hij enkele nummers in Nashville had opgenomen. Beste Bruce, als je nu gaat kakken in Nashville of in Poelkapelle, een drol blijft een drol. Bovendien was wat aanstellerige namedropping hem ook niet vreemd, maar wij vinden dat een respectvol songschrijver als Kurt Wagner veel beter verdient dan in één adem met deze Bherman vernoemd te worden. Nog een geluk dat Bherman met Wowo Spaens een sterke gitarist had meegebracht die nog enigszins een beetje kleur kon geven aan de inspiratieloze songs, zowaar geen makkelijke taak.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

dinsdag 01 maart 2011 01:00

Content

Bands als Franz Ferdinand, !!!, Radio 4 en The Rapture, die allemaal een vijftal jaren geleden ontzettend hot waren, hebben het nooit onder stoelen of banken gestoken dat zij een groot deel van de mosterd waren gaan halen bij Gang Of Four. De nieuwe wind die rond waaide in de muziekwereld werd omschreven als de wedergeboorte van de punkfunk en Gang Of Four werden meteen gebombardeerd tot godfathers van het genre. Daarop vond het herontdekte Gang Of Four dat de rijd rijp was om terug de hort op te gaan en hun beste songs in een gerestaureerde versie op plaat te zwieren (‘Return The Gift’ uit 2005 ). Op nieuw werk was het echter nog wachten geblazen. Tot nu.
En we zullen het maar meteen verklappen, met het nieuwe ‘Content’ laten ze dié groepjes een ferm poepje ruiken. De plaat mag gerust plaatsnemen tussen hun beste werkjes ‘Entertainment’ uit 1979 en ‘Solid gold’ uit 1981.
Grootste pluspunt is dat de gitaarlicks van Andy Gill even scherp, spits en snedig zijn als op die twee meesterwerkjes van dertig jaar geleden. Zijn heerlijke hakketak gitaartjes bijten als venijnige beestjes in gloeiende songs als “You don’t have to be mad”, “Second life” en “Who am I”. Quasi alle songs zijn uiterst energiek, vinnig en stomend. Gang Of Four klinken fris en uiterst vitaal op dit album, alsof het hier een beginnend bandje betreft. In “You’ll never pay for the farm” briesen de heren zelfs als een bende jonge punks.
De zweterige funk van “I can’t forget your lonely face” en “I party all the time” bewijst waarom de jonge Red Hot Chili Peppers ook al fan waren en die sterk beïnvloed werden door de hitsige sound van Gang Of Four. Let wel, we hebben het hier over de Peppers toen die nog echt heet waren, en niet over de op-safe-spelende bende softies waar zij nu voor doorgaan.
Alleen op “It was never gonna turn out too good” slaat Gang Of Four heel even de bal mis. Geen idee wat de bedoeling was van de stemvervormers die dit niemendalletje ontsieren, het gaat in ieder geval hevig de mist in. Maar voor de rest niets dan lof voor deze kwieke vijftigers.
Pittig plaatje.

vrijdag 25 februari 2011 01:00

White Lies - Klaar voor het grote werk

Het Amerikaanse Transfers zocht een beetje tevergeefs naar een eigen smoelwerk, en net toen onze aandacht dreigde te verslappen, overvielen ze ons warempel met een kathedraal van een song “White Horse”. De heren wisten zelf natuurlijk dat dit hun sterkste staaltje tot op heden is en sloten daar dan ook wijselijk hun setje mee af.

Crocodiles was voor ons wel een aangename verrassing. Het bandje van de nogal extatische zanger Brandon Welchez, die ons nogal sterk aan een jonge Lou Reed deed denken (het kan ook de zonnebril geweest zijn), speelde een potje hete shoegaze (beetje Spacemen 3, beetje Jesus & Mary Chain, beetje Horrors en zelfs een flard Suicide) verpakt in puike songs (met op kop een geweldig “Stoned to death”) die meermaals een verslavende werking bleken te hebben. Heel fijn concertje. U moet dringend ook eens het laatste album ‘Sleep Forever’ checken, een aanrader.

White Lies is in België op korte tijd zeer populair geworden, beetje Editors achterna. Iets te snel, denken wij dan. Op basis van hun sterke debuutplaat ‘To lose my life’ is het succes te verantwoorden, maar met de pas verschenen opvolger ’Ritual’ heeft de band zichzelf een beetje te veel in de richting bombast in plaats van richting songs gestuurd.
Om in de Brusselse AB aan een ticket te geraken moest u al een speedsurfer of een gelukzak zijn, zo snel was hun concert uitverkocht. In Frankrijk liep het zo geen storm voor deze Britten. Le Grand Mix, een aangename club met amper een capaciteit van 600 stuks, was maar een weekje op voorhand uitverkocht en de zaal was dan nog voor meer dan de helft gevuld met Vlamingen die aan geen ticket geraakt waren voor de AB.
Dat White Lies dezer dagen hot zijn was te merken aan de respons van het uitbundige publiek. En het was niet slecht voor deze jongens dat ze, aan de vooravond van de grote doorbraak, in deze eerdere kleine zaal hun geluid even konden uittesten. Ze klonken strak, vloeiend en tamelijk stevig en ze creëerden een volledig op de ‘80s gebaseerde sound die het ongetwijfeld goed zal doen in grotere zalen en op festivalweides.
De evolutie naar meer synths, en dus ook meer bombast, die ze met ‘Ritual’ bewerkstelligd hebben is gelukkig niet helemaal overgewaaid naar hun live act. Ze zijn wel uitgebreid van trio tot vijftal en de keyboards en synths zijn prominenter aanwezig, maar het geluid heeft niet aan kracht moeten inboeten en de gitaren blijven fel uit de hoek komen.
White Lies wist de intensiteit en stevigheid van hun debuutplaat te behouden en deze toe te passen op nieuwe songs als “Holy Ghost”, “Strangers” en “Bad love” die in hun live versie een stuk beter uit de verf kwamen. Toch was het zo dat het echte vuurwerk er kwam met de prijsbeesten uit de debuutplaat, vooral “Farewell To The Fairground” (onze favoriet van de avond) was een voltreffer en ook “Death” en “To lose my life” bleken hun effect niet te missen.
De successingle “Bigger than us”, een hit zeg maar, werd netjes tot op het einde opgespaard om de zaal nog eens tot kookpunt te brengen. Beetje voorspelbaar, misschien, maar het werkte wel.
Vanavond bewees White Lies vooral dat ze een fameuze live reputatie aan het bouwen zijn, want wat ons op plaat soms maar matig kan bekoren (vooral dan het laatste album) weet ons live toch voorzichtig te overdonderen.

Op de zomerfestivalpodia zullen ze nog eens komen bewijzen dat ze niet langer het kleine broertje zijn van Interpol en Editors. White Lies is immers terug zo een groep die lijkt gemaakt te zijn voor de festivals. Eerlijk gezegd hebben wij daar niets op tegen. En de Schuer ook niet, wedden ? En ohja, volgende maand in de AB …

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 10 februari 2011 01:00

Anna Calvi

Toen we Anna Calvi aan het werk zagen in het voorprogramma van Grinderman hadden we het al meteen door, dit was een bijzonder vrouwmens waar we mooie dingen zouden mogen van verwachten.
Nu haar eerste plaat uit is wordt zij overal met zodanig veel lof overladen dat ze als het ware als een nieuwe godenkoningin wordt beschouwd. Te veel lof is nooit goed voor een mens, maar ’t is echt wel de moeite. We mogen hier gerust gewagen van een sterk en indrukwekkend debuut.
Calvi’s overtuigende stem klinkt soms wat theatraal maar gaat nooit over de schreef. Zo neigt ze soms naar PJ Harvey of Siouxsie in beteer tijden. Toch is het vooral haar zwevend gitaarspel dat blijft hangen. Dat horen we van meet af aan in de duistere en galmende bluesklanken van de instrumentale opener “Rider to the sea”. De zweverige gitaar kronkelt zich ook een weg doorheen het ingehouden en sfeervolle “No more words” en het bevreemdende “I’ll be your man”. Calvi schittert verder helemaal in het dromerige, ijle en uitermate fantastische “The Devil”, misschien wel de beste song op deze plaat.
Het begeesterende “First we kiss” had volgens ons niet misstaan op Jeff Buckley’s ‘Grace’ , en -misschien zijn we de enige- wij herkennen een flinke portie Chrissie Hynde op “Blackout”.
De spanning wordt tot aan het gaatje aangehouden, afsluiter “Love won’t be leaving” is nog zo’n intrigerende parel met een sluimerende gitaar en bezwerende vocals.
Dit is bijgevolg een schitterend debuut van een geweldige nieuwe madam aan het firmament van de indrukwekkende rockdames.
PJ Harvey kan maar beter opletten, diens nieuwe plaat ‘Let England shake’ heeft ons trouwens niet zo erg geraakt als dit hier. Wij hebben zo de indruk dat Anna Calvi haar grote voorbeelden niet alleen evenaart, maar ze ook nog eens smalend voorbijsteekt.

donderdag 03 februari 2011 01:00

James Blake

Het zogenaamde dubstep genre is nog niet helemaal tot de muziekwereld doorgedrongen, of vooruitstrevende would-be kenners hebben het al over post-dubstep. En voor het gemak steekt men iemand als James Blake dan maar in dat vakje. Tegelijkertijd heeft men Blake al direct gebombardeerd tot ‘the new thing’ en wordt zijn debuutalbum overladen met de meest lovende recensies. Ons maakt het alleen maar achterdochtig.
Het moet gezegd  -wij zijn ook niet doof-, de jonge kerel had ook al onze aandacht getrokken met de wondermooie Feist cover “Limit to your love”, een bijzonder pareltje, of hoe men met behulp van koude laptops toch een song heel warm kan doen klinken. Het mindere nieuws is dat James Blake dit staaltje maar één keer evenaart, met het al even prachtige “Wilhelms Scream”.
De overige songs zijn minimalistische stukjes laptop plak- en knipwerk maar wij soms nogal wat moeite mee hebben. Ten eerste vinden wij het allemaal nogal depressief klinken voor zo een jonge gast (met de helft van de songs kan u gerust een begrafenis opfleuren) en ten tweede houden wij sowieso nog altijd meer van muziek die met echte instrumenten wordt gespeeld. Deze zijn hier, op een subtiele piano na, echter compleet afwezig en naast wat geknoei op de laptop experimenteert Blake enkel nog wat met zijn stem. Hij gaat hiermee echter te vaak de richting uit van Anthony & The Johnsons, en wil het nu net lukken dat wij niet echt houden van de slijmerige pathetiek van Anthony & The Johnsons.
Buiten de twee eerder genoemde pareltjes staat er dus niets onvergetelijks op deze plaat, maar toch willen wij erkennen dat er in James Blake wel een uniek talent schuilt. Als de man binnen een paar jaar al zijn elektronica het raam uitgooit en een paar warme muzikanten inhuurt zal er gegarandeerd iets moois van komen.
Ook Jamie Lidell werd vroeger op het podium enkel omringd door een batterij laptops en computers, nu treedt hij op met warme muzikanten en de soul druipt er met bakken af. James Blake moet hem maar eens bellen.

donderdag 03 februari 2011 01:00

Red Barked Tree

Het inmiddels legendarische Wire mag gerust als een zeer invloedrijke groep beschouwd worden. Een hele resem indie- en postpunkbandjes staan qua geluid bij hen in het krijt, velen zonder het zelf te beseffen. Wire is er zelf nooit rijk van geworden, albums als ‘Pink Flag’, ‘Chairs Missing’ en ‘154’ staan geboekstaafd als klassiekers maar dit heeft zich nooit vertaald in verkoopcijfers. De band is altijd in de underground gebleven en voelt zich daar nog steeds perfect op zijn gemak, net als zanger/gitarist Colin Newman’s nevenproject Githead trouwens, die in 2009 een prachtplaat maakten die door zowat de hele wereld over het hoofd werd gezien, maar niet door ons.
Op de nieuwe ‘Red Barked Tree’ gaan die van Wire alweer volledig hun eigen weg, en dat is er een met een hoop interessante zijweggetjes. De fijne opener “Please take” zit bijvoorbeeld gegoten in een warme en radiovriendelijke poppy sound, maar een station verder horen we grillige nerveuze punk op “Two minutes” en “Moreover”, twee songs die het weerbarstige geluid van Wire, zoals we dat kennen van vroeger, typeren.
Van punk naar wave is maar een kleine stap, songs als “Adapt”, “Down to this”  en “Now was” ( B52’s zijn in de buurt) dragen gedoseerde eighties echo’s in zich. Toch teert Wire geenszins op een retro geluid, de springerige rock van “A flat tent”en de gruizige shoegaze van “Smash” geven hedendaagse groepjes als Arctic Monkeys en A Place to Bury Strangers het nakijken. De titelsong die de plaat afsluit is ook weer van een heel ander kaliber, de heren verkennen de grenzen van de psychedelica en komen op hun pad ergens Syd Barrett tegen.
Een plaat gekenmerkt door diversiteit en veelzijdigheid, op en top Wire dus, verpakt in amper dertig minuutjes eigenzinnigheid.

The Black Angels hebben met hun derde worp ‘Phosphene dreams’ wijselijk niet voor een drastische koerswijziging gekozen. Het album kan eerder als een logisch gevolg beschouwd worden op het ijzersterke debuut ‘Passover’ en diens voortreffelijke opvolger ‘Directions to see a ghost’. Zo heeft de band zich een eigen donker en bezwerend geluid toegeëigend gebouwd op sixties funderingen van Velvet Underground, Doors en vroege Pink Floyd en voorzien van een onderhuids eighties glazuur van Joy Division, Cramps en Spacemen 3. En als je op vandaag op zoek moet gaan naar bands die even begeesterend klinken, wendt u dan in de richting van Woven Hand, Nick Cave & The Bad Seeds en Interpol.

Met hun drie albums kon het vijftal terugvallen op voldoende sterk materiaal om een gans optreden te blijven boeien, zo bleek in een aardig volgelopen Aéronef in Lille.
De band dompelde ons van meet af aan onder in een donkere, meeslepende psychedelische sfeer met gretige sixties invloeden. De op het eerste zich schuchter lijkende zanger Alex Maas zat weer diep onder zijn pet verscholen maar toch kwamen zijn Jim Morrison demonen geregeld de kop opsteken. Zijn bezwerende zangpartijen vonden perfect hun gading onder het beklemmende en verslavende geluid die de band creëerde.
De drie openers op de nieuwste plaat, “Bad vibrations”, Haunting at 1300 Mc Kinley” en “Yellow Elevator” waren ook de eerste sfeerzetters voor deze avond, de band zou ons vervolgens vanaf een splijtend “ The Sniper at the gates of heaven” alleen maar heviger meesleuren in hun verzwelgende sound.
Wij lieten ons compleet meedrijven door de machtige onderhuidse spanning van het fantastische “Mission district” of door de donkere bastonen van “Science killer” en “Black Grease”.
Opvallend ook hoe The Black Angels ruim graaiden uit hun imposante debuutplaat (maar liefst 7 songs) en met geweldige versies van “Young men dead”, Bloodhounds on my trail” en “Manipulation” het concert op het einde naar een nog hogere dimensie stuwden.
Een verslindend “You on the run” zette als derde bis nog wat extra stoomkracht bij en The Black Angels deden bij wijze van pittig slot de sixties in ware Beatles stijl herleven met een uiterst vitaal en puntig “Telephone”.

Een bruisend optreden badend in galmende gitaren en meeslepende sixties psychedelica, en we hadden hoegenaamd geen zwaar gerief nodig om ons volledig te laten inpalmen (hooguit een zestal pintjes).

Organisatie: Aéronef, Lille (ism Radical Prod)

maandag 07 februari 2011 01:00

Kylesa - Metal zonder oogkleppen

Kylesa is een aangename frisse wind in metalland, dat hadden we al door met het verschijnen van de fantastische mokerslag ‘Spiral Shadow’, een dijk van een plaat (check gerust nog eens onze recensie bij cd reviews). Of ze dat uitmuntend staaltje met evenveel allure en power op een podium zouden kunnen brengen, was de hamvraag voor vanavond in de Vk*. Een volmondig ja, zouden we durven antwoorden.

Kylesa speelt metal zonder oogkleppen, in de voetsporen van bands als Baroness en Mastodon, met een knipoog naar grunge, stoner en indie. Een frontman (zanger/gitarist Philip Cope) én een frontvrouw (zangeres/leadgitariste en vrouw met ballen Laura Pleasants) verdelen de vocals netjes onder mekaar en zorgen voor een knappe variatie van schreeuwerige en puntige vocals. Ze worden in de rug gesteund door maar liefst twee drummers die zorgen voor een indrukwekkend vettig en vol geluid. De songs zijn voorzien van een sterke opbouw en kleuren via geslaagde ritme- en tempowisselingen meer dan één keer buiten de vooropgezette lijntjes van het metalgenre. Bovendien zit Kylesa er ook niet om verlegen om een vette streep psychedelica in hun muziek te wurmen. Dat is juist de sterkte van de band, ze blijven verrassen in alles wat ze doen. Ze hebben tonnen power en agressie in hun onderbuik zitten, maar hun sound staat ver weg van het oeverloze luidruchtige gebral die veel inspiratieloze metalbands kenmerkt (onder hen ook het Noorse Okkultokrati, het zeer bedenkelijke voorprogramma van vanavond).

De te korte set (amper een uurtje) van Kylesa is dan ook zeer overtuigend en smaakt naar meer. Wij voorspellen de groep nog een mooie toekomst, als ze tenminste niet tussen twee watertjes vallen. Want net omdat zij zo een verfrissend en gevarieerd geluid brengen zou het wel eens kunnen dat ze te alternatief klinken voor metalfans en te metal voor selectieve muziekfreaks. Wij zijn, samen met alle andere gegarandeerd overtuigde aanwezigen in de Vk, in ieder geval al verkocht.

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek (ism Heartbreaktunes)

donderdag 27 januari 2011 01:00

The Beat Club Sessions

Rory Gallagher, een briljant gitarist die met een bluesvirus in de genen werd geboren, heeft zo een 15 jaar geleden de pijp aan maarten gegeven. De brave man had door overmatig alcoholverbruik zijn eigen lever een beetje te veel op de proef gesteld en zou dat met het leven moeten bekopen toen er complicaties optraden bij een onvermijdelijke levertransplantatie.  Gallagher mocht zo op zijn 47 ste al een potje gaan jammen met Jim Morrison, Keith Moon en Phil Lynnot (yep, de beste bands spelen allemaal op de podia van de eeuwige jachtvelden).
Naar goede Hendrix gewoonte zijn er postuum een hele reeks platen verschenen, de ene al wat interessanter dan de andere en we hebben geluk, want deze hier is duidelijk een van de betere. De opnames dateren van uit het begin van Gallagher’s solo carrière, het betreft live-in-de-studio sessies voor de Duitse Beat Club series die ook in DVD versie te krijgen zijn. Niet toevallig in Duitsland, Gallagher was er immers zeer populair. Duitsers hebben dus toch smaak, … soms.
Voor de fans zal het echter vergeefs zoeken zijn naar nieuwe of ongekende dingen. Het album bevat bijna uitsluitend songs uit de eerste twee solo platen ‘Deuce’ en ‘Rory Gallagher’. Wat de plaat echter wel bijzonder maakt, is dat we Gallagher hier op het toppunt van zijn kunnen treffen. Hij speelt de ziel uit zijn lijf en het soleerwerk is razend knap, puur, energiek en uiterst levendig. De kwaliteit van deze opnames is uitstekend en het live gevoel is constant aanwezig. Bovendien overstijgen nogal wat songs de versies van de studio platen, “Hands up”, “Could’ve had religion”, “Used to be” en het zwaar naar Hendrix ruikende “Should’ve learned my lesson” klinken rauwer en beter dan ooit.
Daarom is dit ook voor de die hard fans een verplichte aanvulling voor hun collectie. Voor de leek is het een prachtige kennismaking met het talent van een briljant blues- en rockmuzikant die veel te vroeg deze aardbol heeft verlaten.

Pagina 84 van 112