De leadgitarist van het Brusselse Driving Dead Girls had zich voor de gelegenheid door zijn coiffeur een heuse vetkuif laten zetten, maar het was vooral de zanger/gitarist die hardnekkig probeerde Jon Spencer te zijn. Helaas is er een hemelsbreed verschil tussen proberen en slagen en de man viel dan ook volledig door de mand. Zijn geforceerde rock’n’roll pose ergerde ons mateloos en het geluid mocht dan wel strak en stevig zijn, echt overtuigend was het nooit wegens te veel clichés en te weinig songs. Er zit nog meer rock’n’roll in de broodrooster van ons grootmoeder. Termen als nep en fake waren hier volledig op hun plaats.
Over naar Wintersleep dan maar, een Canadese indie groep. Weer zat het probleem bij de zanger. Die had wel een paar aardige songs, die in het beste geval iets naar Grandaddy neigden, maar met zijn stem was het al veel erger gesteld. De man stond te zingen alsof er voortdurend iemand met een dildo in zijn aars zat te koteren en die irritante stem overheerste jammer genoeg de vaak wel interessante songs. Wil er dus dringend iemand dat ding uit zijn reet komen halen.
Ook van Zaza hadden wij nog nooit gehoord, en wij zouden dat graag ook zo houden. Hun setje kunnen we nog best omschrijven als mislukte Raveonettes, en verder willen wij hier geen woorden aan vuilmaken.
Taai dat we zijn, hebben we toch de beproeving van de drie voorprogramma’s weten te doorstaan en werden we hiervoor rijkelijk beloond met een wervelende twee uur durende show van The Black Rebel Motorcycle Club. Uiterst nieuwsgierig waren we na de geweldige nieuwe plaat ‘Beat the devil’s tattoo’, en de band overtrof onze stoutste verwachtingen. Uit dat album werd trouwens rijkelijk geput, met maar liefst 9 songs, en met al direct twee overtuigende kleppers op kop, de stroomstoten “War machine” en “Mama taught me better”. De sound zat meteen goed, BRMC klonk van bij de aanvang fel, gretig en verbeten. Lekker gemeen, maar ook loepzuiver.
Met nu al vijf albums op zak kunnen BRMC terugvallen op een breed repertoire met pure rock’n’roll, shoegaze en donkere blues. Werkelijk al het beste uit die platen zat in de setlist vanavond. Een sterke troef is dat zij met Robert Levon (bas/zang) en Peter Hayes (gitaar/zang en af en toe eens een scherpe smoelschuiver) eigenlijk twee frontmannen in huis hebben, die ook al eens van instrument durven te verwisselen, en dat maakt dat op geen enkel moment het spook der verveling kan komen opduiken, de heren houden het lekker spannend.
Dat de blues soms onderhuids schuilt in hun massieve sound, mochten we ervaren in “Beat the devil’s tattoo” en in een geweldig “Ain’t no easy way”. Ook de nieuwkomers “Aya” en “River styx” werkten bezwerend, donker en bluesy. Een tandje hoger schakelden ze met rauwe en smerige rock’n’roll in het ophitsende trio “Berlin”, “Weapon of choice” en prijsbeest “Whatever happened to my rock’n’roll”.
De vuilste, heetste en meest vlammende song uit de nieuwe plaat is “Conscience killer” en was ook vanavond moordend en wild, de song werd meteen in dezelfde furie gevolgd door het stomende “Six Barrel shotgun”, ook een hete lap dynamiet.
In een versnelling minder was BRMC vooral overtuigend met de slepende gitaarnoise van “Love burns”, “Red eyes and tears”, “Bad blood”, “Half state” en “Spread your love”. De stekker mocht er zelfs een keertje volledig uit toen Robert Levon een mooi akoestisch “Mercy” bracht.
BRMC wist de spanningsboog maar liefst twee uur aan te houden en overdonderde ons van de eerste tot de laatste minuut. Onze vriend de Oasis-fan floepte er zelfs in al zijn enthousiasme een gemeend ‘Fuck Oasis’ uit. En of hij gelijk heeft.
Neem gerust een kijkje naar de pics
Organistie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)