logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Young Gods
dimmu_borgir_01...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 13 mei 2010 02:00

Steve Conte & The Crazy Truth

’Who the fuck is Steve Conte?’ zien wij u al denken. Steve Conte, beste mensen, is de gitarist die bij de herboren New York Dolls de onmogelijke taak heeft gekregen om Johnny Thunders te vervangen. Laat ons zeggen dat hij zich bij The Dolls tamelijk goed van die taak gekweten heeft, maar daar heeft hij natuurlijk nog ouwe rot Sylvain Sylvain naast zich staan. Nu hij als volwaardige NYD (ook zijn imago is dermate aangepast) enige naambekendheid heeft verworven, vond hij de tijd rijp om zijn eigen band The Crazy Truth samen te stellen en hiermee een plaatje te maken. En nu wil u natuurlijk weten wat wij als NYD fan daarvan vinden.
Wel, Conte is Thunders niet, The Crazy Truth zijn The New York Dolls niet. Maar daarmee is natuurlijk nog niets gezegd, want in twee groepjes spelen en met allebei hetzelfde doen, dat zou pas een beetje dom zijn, denkt u niet ?
Vooruit dan maar. Dit album is niet onvergetelijk, wel verdienstelijk. Er staan een paar potente rockers op, maar die gaan net iets te weinig in het rood naar ons gedacht. Het is soms iets te veel op de Amerikaanse leest geschoeid, alhoewel de rock cliché’s af en toe met glans worden gemeden. Er mogen bijvoorbeeld al eens blazers meedoen en die staan dikwijls op hun plaats, en op “Get off” komt zelfs een dwarsfluit opduiken.
Geen van de songs zal echter als klassieker de geschiedenis ingaan, de kracht van het album zit hem eerder in de variatie. We horen classic rock en soms wel snedige hard rock met een sleazy kantje, Zo rollen “Her higness” en “This is the end” lekker door en de plaat eindigt ook nog eens stevig met de vuile rocker “Junk Planet”. Onvervalste en licht ontvlambare rock’n’roll komt er uit “Strumpet-hearted monkey girl” en met “Indie Girl” wordt er gas terug genomen in de vorm van een fijne Zuiderse ballad. Zelfs de blues komt aan de deur piepen in “Busload of hope” dat nogal naar Tom Waits of diens volgeling Chuck E Weiss neigt.
Op deze plaat staan er overwegend korte songs trouwens, wat het geheel een puntig rechttoe-rechtaan gevoel geeft. En dat is goed bekeken van Steve Conte, hij is er zich van bewust dat hij niet de beste songs maakt, maar hij weet ze wel overtuigend te brengen.

donderdag 13 mei 2010 02:00

Koonyum Sun

Rudd’s vorige album, het sterke ‘Dark shades of blue’ dreef voornamelijk op grillige en soms wel donkere rock, een niet echt voor de hand liggende wending voor deze vrolijke Australiër. De nieuwe ‘Koonyum Sun’ leunt echter weer dichter aan bij Rudd’s vorige werk en ziet het leven dus aan een wat zonniger kant via organische wereldmuziek, luchtige reggae, swingende funk en overwegend optimistische klanken.
Met zijn Zuid-Afrikaanse ritmesectie Tio Molontoa (bass) en Andile Nqubezelo (percussie) heeft Xavier Rudd een lekker swingend duo te pakken gekregen. De heren voegen vaak een aardige hap schwung toe aan de songs, zo doen zij het extreem funky “Set me free” een flink potje swingen en voelen zij zich perfect thuis in de opzwepende reggae van “Yandi” en “Fresh green freedom”. Hun stemmen (want zingen kunnen ze wel degelijk) accentueren nog wat meer het wereldlijke karakter van de songs. In combinatie met het alweer uitgebreide instrumentarium (didgeridoo, banjo’s, conga’s, funky orgeltje,…) bezorgt dit steeds avontuurlijke muziek.
Ook dit keer zijn er hele mooie ingehouden en akoestische momenten te bespeuren, zoals “Love comes and goes” en het perfecte wiegeliedje “Soften the blow” dat met een heerlijk slide gitaartje voorbij glijdt. Xavier Rudd’s stem doet weer wonderen, van helder naar hoog, van indiaans naar zacht. Maar het is vooral zijn zalvende gitaar die schittert, ze klinkt nergens overdadig en is meermaals wonderbaarlijk, ondermeer in lentefrisse pareltjes als “Woman dreaming”, “Breeze” en “Bleed”.
In de lekkere laatste song “Badimo” wordt het nog eens duidelijk gemaakt, het album ‘Koonyum Sun’ is een zwoel en ritmisch Australisch-Afrikaans huwelijk. U haalt er de zomer mee in huis.

De leadgitarist van het Brusselse Driving Dead Girls had zich voor de gelegenheid door zijn coiffeur een heuse vetkuif laten zetten, maar het was vooral de zanger/gitarist die hardnekkig probeerde Jon Spencer te zijn. Helaas is er een hemelsbreed verschil tussen proberen en slagen en de man viel dan ook volledig door de mand. Zijn geforceerde rock’n’roll pose ergerde ons mateloos en het geluid mocht dan wel strak en stevig zijn, echt overtuigend was het nooit wegens te veel clichés en te weinig songs. Er zit nog meer rock’n’roll in de broodrooster van ons grootmoeder. Termen als nep en fake waren hier volledig op hun plaats.

Over naar Wintersleep dan maar, een Canadese indie groep. Weer zat het probleem bij de zanger. Die had wel een paar aardige songs, die in het beste geval iets naar Grandaddy neigden, maar met zijn stem was het al veel erger gesteld. De man stond te zingen alsof er voortdurend iemand met een dildo in zijn aars zat te koteren en die irritante stem overheerste jammer genoeg de vaak wel interessante songs. Wil er dus dringend iemand dat ding uit zijn reet komen halen. 

Ook van Zaza hadden wij nog nooit gehoord, en wij zouden dat graag ook zo houden. Hun setje kunnen we nog best omschrijven als mislukte Raveonettes, en verder willen wij hier geen woorden aan vuilmaken.

Taai dat we zijn, hebben we toch de beproeving van de drie voorprogramma’s weten te doorstaan en werden we hiervoor rijkelijk beloond met een wervelende twee uur durende show van The Black Rebel Motorcycle Club. Uiterst nieuwsgierig waren we na de geweldige nieuwe plaat ‘Beat the devil’s tattoo’, en de band overtrof onze stoutste verwachtingen. Uit dat album werd trouwens rijkelijk geput, met maar liefst 9 songs, en met al direct twee overtuigende kleppers op kop, de stroomstoten “War machine” en “Mama taught me better”. De sound zat meteen goed, BRMC klonk van bij de aanvang fel, gretig en verbeten. Lekker gemeen, maar ook loepzuiver.
Met nu al vijf albums op zak kunnen BRMC terugvallen op een breed repertoire met pure rock’n’roll, shoegaze en donkere blues. Werkelijk al het beste uit die platen zat in de setlist vanavond. Een sterke troef is dat zij met Robert Levon (bas/zang) en Peter Hayes (gitaar/zang en af en toe eens een scherpe smoelschuiver) eigenlijk twee frontmannen in huis hebben, die ook al eens van instrument durven te verwisselen, en dat maakt dat op geen enkel moment het spook der verveling kan komen opduiken, de heren houden het lekker spannend.
Dat de blues soms onderhuids schuilt in hun massieve sound, mochten we ervaren in “Beat the devil’s tattoo” en in een geweldig “Ain’t no easy way”. Ook de nieuwkomers “Aya” en “River styx” werkten bezwerend, donker en bluesy. Een tandje hoger schakelden ze met rauwe en smerige rock’n’roll in het ophitsende trio “Berlin”, “Weapon of choice” en prijsbeest “Whatever happened to my rock’n’roll”.
De vuilste, heetste en meest vlammende song uit de nieuwe plaat is “Conscience killer” en was ook vanavond moordend en wild, de song werd meteen in dezelfde furie gevolgd door het stomende “Six Barrel shotgun”, ook een hete lap dynamiet.
In een versnelling minder was BRMC vooral overtuigend met de slepende gitaarnoise van “Love burns”, “Red eyes and tears”, “Bad blood”, “Half state” en “Spread your love”. De stekker mocht er zelfs een keertje volledig uit toen Robert Levon een mooi akoestisch “Mercy” bracht.
BRMC wist de spanningsboog maar liefst twee uur aan te houden en overdonderde ons van de eerste tot de laatste minuut. Onze vriend de Oasis-fan floepte er zelfs in al zijn enthousiasme een gemeend ‘Fuck Oasis’ uit. En of hij gelijk heeft.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organistie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

donderdag 06 mei 2010 02:00

Astro Coast

Een beetje te veel groepen willen naar onze goesting vandaag op Vampire Weekend lijken, maar voor Surfer Blood willen wij toch een beetje tijd vrijmaken. Omdat zij ook naar Pavement, The Modern Lovers, The Pixies, Weezer, My Morning Jacket en Band of Horses geluisterd hebben. En omdat zij puntige en frisse songs ineengeknutseld hebben. Daarom.
Elders zal men u misschien vertellen dat zij de mosterd zijn gaan halen bij The Beach Boys, maar laat u vooral niks wijsmaken, daar is nauwelijks iets van aan. Hun naam, afkomst en hun zomerse sound verwijzen natuurlijk wel naar de zonnige Californische stranden, maar Beach Boys it ain’t, gelukkig maar.
Dit is een avontuurlijk, optimistisch en fijn plaatje met exotische uitstapjes (Vampire Weekend, weet u wel) en hier en daar wat stekelige gitaartjes a la Pavement en soms zelf een beetje SonicYouth. Dit werkt aanstekelijk en smaakt naar meer.
Beloftevolle jonge band, zeg maar.

zondag 25 april 2010 02:00

The NYD - Nostalgische proto-punk

Samen met The Stooges (die we vorige week nog magistraal aan het werk zagen in Lille, check het verslag op deze website) kunnen de NewYork Dolls aanzien worden als de ware voorvaders van de punk. Net als Iggy’s wilde bende speelden zij al punk van voor het woord werd uitgevonden. Daar waar The Stooges vooral rauwer waren, gingen de Dolls wat meer richting glamrock en soms ook zelfs 50’s bubblegum pop, maar de spirit en oerkracht van wat men later punk zou noemen zaten al duidelijk in hun muziek vervat. De platen ‘New York Dolls’ (1973) en ‘Too Much too soon’ (1974) zijn de mijlpalen die als vereeuwiging van The Dolls hun proto-punk in onze platenkast staan te pronken.

Op vandaag staan The New York Dolls er terug, weliswaar maar met twee originele bandleden (de rest is al lang het hoekje om), de graatmagere zanger David Johansen die zijn Mick Jagger allures nog niet is kwijtgespeeld en de immer fris ogende en uiterst sympathieke gitarist Sylvain Sylvain. Het zijn ook deze twee die vanavond de meeste aandacht naar zich toe trekken. Verder is de band aangevuld met een drietal jongere gasten die zich met gemak het nonchalante NYD imago aanmeten. De sound die het vijftal groep weet te brengen is fel, verbeten en straight to the bone. Volledig naar onze goesting, dus.
Onder de reünie bezetting hebben The Dolls trouwens al twee voortreffelijke platen opgenomen die live de nodige aandacht verdienen. Vooral de snelle en potige songs “Cause I sez so” en “Gotta get away from Tommy” beuken dat het een lust is. Ook de felle jungle rock van “Dance like a monkey” is hier welgekomen, alleen jammer dat The Dolls er geen “Stranded In The Jungle” aan koppelen, een song waar wij vergeefs de hele avond op zitten te wachten.
Van jungle rock gesproken, Met het heftige “Pills” wordt de erfenis van Bo Diddley in ere hersteld. De song wordt uitgebreid met flarden “Bo Diddley” en “Who Do you love” en mondt zo uit tot een knap eerbetoon aan de overleden bluespionier.
Ook The Dolls hun eigen punk-icoon Johny Thunders wordt geëerd in het knappe “You can’t put your arms around a memory” (Sylvain achter de micro) met daaraan een fraai “Lonely planet boy” geplakt.
Nog een hoop klassiekers : “Looking for a kiss” en “Private world” rammelen dat het een lust is, “Who are the mystery girls” is spits, fel en very punk, “Trash” is gloeiend heet en is middenin voorzien van de frisse reggae uitwaaier die het ook op de laatste plaat heeft meegekregen en “Personality Crisis” is de onvermijdelijke stomende genadestoot als afsluiter.

Het mocht van ons gerust iets meer zijn, want een hoop van onze NYD favorieten (“Frankenstein”, “Puss’n boots”, “Subway train”, “Chatterbox”,…) worden vanavond jammerlijk achterwege gelaten. Maar ja, wij zijn dan ook nooit content.
Uiteraard kan dit niet tippen aan die uitmuntende buffelstoot van een concert waarmee The Stooges ons vorige week overdonderden in Lille, maar qua oudjes die nog steeds geloofwaardig rock’n’roll plegen te spelen, kan dit ook wel tellen.

Organisatie: Depot, Leuven

donderdag 22 april 2010 02:00

Turn ons

The Hotrats, genaamd naar dat fantastische Zappa album, zijn het hobbyclubje van Danny Goffey en Gaz Coombes van Supergrass en Radiohead producer Nigel Godrich.
Met ‘Turn Ons’ hebben zij een fris plaatje vol met covers gekwakt. Fijne, veelal straightforward rockende versies van bekende en minder bekende songs van de betere der aarde. Een vrij aardige selectie met maar een paar uitschuivers.
“Fight for your right” van de Beastie Boys is op hoogst originele wijze omgebouwd tot een sixties song in regelrechte Who- en Kinks traditie. The Kinks hun “Big sky” wordt hier trouwens ook met verve gecoverd. Costello’s “Pump it up” heeft nog nooit zo stevig gerockt en “The Lovecats” van The Cure is zo opzwepend dat we met graagte het origineel (wat ook al niet mis was) onderaan in de kast gaan opbergen. “I can’t stand it” van de Velvet Underground is nog feller en verbetener dan het al grillige origineel (wij durven wedden dat ouwe knorpot Lou Reed deze versie maar niks zou vinden maar wij zijn er helemaal weg van, en wij zijn wel degelijk VU-fan !) en The Doors hun “Crystal ship” krijgt een extra portie dynamiet toegediend. En we hadden er nog nooit eerder bij stilgestaan maar “Queen Bitch” van Bowie is een verdomd krachtige song. Met de psychedelica van Syd Barrett’s Pink Floyd in “Bike” weten ze ook wel raad en de eighties klassieker “Damaged Goods” van The Gang of Four krijgt een uiterst potente viagra injectie.
Het is evenwel niet altijd feest, “Up the junction” (Squeeze) is wat slapjes, met “Love is the drug” (Roxy Music) hebben The Hotrats bitter weinig aangevangen en The Sex Pistols’ “E.M.I” is ontdaan van al zijn punk energie, en dat kan niet de bedoeling zijn geweest.
Desalniettemin, heel fijn coverplaatje.

donderdag 15 april 2010 02:00

Black Rock

Op ‘Black Rock’ wordt het nog eens pijnlijk duidelijk: Bonamassa is een gitarist, geen songschrijver. Enkele keren waagt de man zich aan het verwerken van Griekse invloeden in zijn bluesrock. Geen goed idee, blijkt, “Quarryman’s lament” en “Bird on a wire” (totaal verneukte Leonard Cohen cover) zijn slijmballen van songs waarvan onze tenen serieus beginnen te krullen. De sirtaki-blues is vooralsnog dus geen optie, een duet tussen John Lee Hooker en Zorba De Griek zouden wij eerlijk gezegd ook nooit hebben zien zitten.
Verder blijft Bonamassa wijselijk binnen de lijntjes van de blues kleuren, wat hem ook beter ligt want er komt geregeld soul uit zijn stem en vuur uit zijn gitaar. Toch worden de cliché’s van het genre ook dit keer niet omzeild. Bonamassa heeft wel BB King weten te strikken op “Night life”, maar dat werkt niet echt de originaliteit in de hand, integendeel, de song klinkt zo kenmerkend BB King dat je hem al even gauw terug vergeten bent (wij hebben BB King trouwens altijd al een beetje te braafjes gevonden).
Het album neigt iets meer naar de traditionele Britse blues (John Mayall en consoorten) en wat minder naar de macho power blues die we van Bonamassa geregeld door onze strot krijgen geramd. Om de liefhebbers van dergelijke spierbundelblues toch niet te ontgoochelen : het zit er nog wel degelijk in, maar ’t is een beetje verminderd, u zal dus nadien nog een Walter Troutje moeten opleggen als u zich nog tekortgedaan voelt.
Conclusie : Ook voor Joe Bonamassa geldt wat we van veel artiesten in het genre van de bluesrock kunnen zeggen : qua virtuositeit en muzikaliteit is ‘Black Rock’ dik OK, qua originaliteit valt hier weinig te beleven.

donderdag 15 april 2010 02:00

Dream get together

‘Dream get together’ is een aangename en dromerige trip doorheen 7 (midel)lange songs. Het gaat van zwevende folk rock a la Midlake tot soms wel southern rock, beetje Allman Brothers zelfs, althans in de bijzondere knappe opener “Careful with that hat” die beladen is met uiterst knappe gitaarsolo’s. Ook in “Secret breakfast”, één van de talrijke instrumentals (zo vet veel wordt er niet gezongen op dit album), wisselen akoestische en elekrische gitaren elkaar boeiend af. Wij horen ingehouden Motorpsycho of prille Pink Floyd (ten tijde van Meddle). Verder mag u het in het straatje gaan zoeken van Dungen, Howlin’ Rain en Comets on Fire. De uitschieter van de plaat is “Hunter”, een geweldige instrumentale song met fijne interactie tussen keyboards en heerlijke gitaren met een bruisende riff er bovenop.
Knap samenspel, zoete melodieën, gelaagde gitaren en soms fluweelzachte vocals, dit is zo een beetje het geluid van Citay samengevat. Om lekker in onder te dompelen, deze plaat.

Een avondje ’Extremely Raw Power’
Vooraleer de levende legende kwam aantreden mocht het Franse publiek kennis maken met de crème van de Belgische rock.
Frankrijk was onder de indruk van de sherpe en luide hard rock van Triggerfinger. Potig en loeihard beukte Triggerfinger de stomende riffs in de Fransen hun hersenpan, Ruben Block ging bovenop de verstekers staan om afsluiter “On my knees” af te vuren, dit kon qua rock’n’roll gehalte nogal tellen.

En dat de vettigste garage rock dezer dagen ook uit België komt, weten de Fransen nu ook. The Black Box Revelation wisten de zaal stevig op te hitsen met hun rauwe rock’n’roll.
Wij denken niet echt dat Iggy er wakker zal van gelegen hebben, maar zijn publiek kon nooit beter opgewarmd geraken dan met het geluid van deze Vlaamse kwade honden.

Wij zullen Iggy Pop eeuwig dankbaar zijn dat hij na het jammerlijke overlijden van Ron Asheton een telefoontje pleegde naar James Williamson en vroeg om The Stooges verder in leven te houden. Williamson moest nog niet te lang nadenken en haalde prompt zijn gitaar van onder het stof. Drummer Scott Asheton en bassist Mike Watt (ook een legendarische naam voor wie enigszins een beetje thuis is in de alternatieve scène) waren nog aan boord, dus The Stooges konden weer op de rails gezet worden.

In ’73 werd James Williamson voor de eerste keer aan de haak geslagen, toen om de The Stooges hun derde klassieker op rij ‘Raw Power’ in te blikken. Nog nooit werd een album beter omschreven door zijn eigen titel.
Anno 2010 is de live uitvoering van dit monument nog even rauw, intens, vuil, gortig en smerig als destijds. Quasi de volledige plaat werd er gewelddadig doorgeramd met een volop ontketende Iggy aan het roer. Het onvermijdelijk stuiterende “I wanna be your dog” was bij wijze van uitzondering de enige overblijver uit de pré Raw Power periode. Verder werden we aangenaam verrast door ronkende uitvoeringen van “Johanna”, “Kill City” en “Beyond the law”, vergeten parels uit ‘Kill City’, de ietwat uit het oog verloren schitterende plaat die Pop en Williamson in ’77 maakten. En wat te denken van het geile en vuile “Open up and bleed”, dat in een oerversie ook staat te pronken op de rommelige live plaat ‘Metallic KO’ ?
Dat Iggy de enige echte ‘godfather’ van de punk is, stampte hij er hier nog maar eens in met kolkende punksongs als “I got a right”, “Raw power”, “Death trip” en “Search and destroy”. De zwaar ontvlambare en gemene slepers “Penetration”, “I need somedoby” en “Gimme Danger” waren vuiler en dreigender dan ooit.
Op geen enkel moment misten wij de nochtans beestig goede songs van de eerst twee Stooges platen, en al zeer zeker niet het puike post Stooges werk. Dus dat wil wat zeggen. Iggy’s bedoeling vanavond was duidelijk : Give those motherfuckers some raw power !

Beste mensen, het beest Iggy Pop was alweer fenomenaal, extatisch, overdonderend, explosief en verpletterend.
Wij weten niet wat u gaat doen op uw zestigste, maar als het maar een greintje in de buurt komt van wat deze halve gek op een podium weet te presteren, dan bent u nog geen klein beetje prettig gestoord.
Tot slot geven wij u nog een naam en een datum, doe er iets mee : Rock Zottegem, 9 juli !!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Een avondje ’Extremely Raw Power’
Vooraleer de levende legende kwam aantreden mocht het Franse publiek kennis maken met de crème van de Belgische rock.
Frankrijk was onder de indruk van de sherpe en luide hard rock van Triggerfinger. Potig en loeihard beukte Triggerfinger de stomende riffs in de Fransen hun hersenpan, Ruben Block ging bovenop de verstekers staan om afsluiter “On my knees” af te vuren, dit kon qua rock’n’roll gehalte nogal tellen.

En dat de vettigste garage rock dezer dagen ook uit België komt, weten de Fransen nu ook. The Black Box Revelation wisten de zaal stevig op te hitsen met hun rauwe rock’n’roll.
Wij denken niet echt dat Iggy er wakker zal van gelegen hebben, maar zijn publiek kon nooit beter opgewarmd geraken dan met het geluid van deze Vlaamse kwade honden.

Wij zullen Iggy Pop eeuwig dankbaar zijn dat hij na het jammerlijke overlijden van Ron Asheton een telefoontje pleegde naar James Williamson en vroeg om The Stooges verder in leven te houden. Williamson moest nog niet te lang nadenken en haalde prompt zijn gitaar van onder het stof. Drummer Scott Asheton en bassist Mike Watt (ook een legendarische naam voor wie enigszins een beetje thuis is in de alternatieve scène) waren nog aan boord, dus The Stooges konden weer op de rails gezet worden.

In ’73 werd James Williamson voor de eerste keer aan de haak geslagen, toen om de The Stooges hun derde klassieker op rij ‘Raw Power’ in te blikken. Nog nooit werd een album beter omschreven door zijn eigen titel.
Anno 2010 is de live uitvoering van dit monument nog even rauw, intens, vuil, gortig en smerig als destijds. Quasi de volledige plaat werd er gewelddadig doorgeramd met een volop ontketende Iggy aan het roer. Het onvermijdelijk stuiterende “I wanna be your dog” was bij wijze van uitzondering de enige overblijver uit de pré Raw Power periode. Verder werden we aangenaam verrast door ronkende uitvoeringen van “Johanna”, “Kill City” en “Beyond the law”, vergeten parels uit ‘Kill City’, de ietwat uit het oog verloren schitterende plaat die Pop en Williamson in ’77 maakten. En wat te denken van het geile en vuile “Open up and bleed”, dat in een oerversie ook staat te pronken op de rommelige live plaat ‘Metallic KO’ ?
Dat Iggy de enige echte ‘godfather’ van de punk is, stampte hij er hier nog maar eens in met kolkende punksongs als “I got a right”, “Raw power”, “Death trip” en “Search and destroy”. De zwaar ontvlambare en gemene slepers “Penetration”, “I need somedoby” en “Gimme Danger” waren vuiler en dreigender dan ooit.
Op geen enkel moment misten wij de nochtans beestig goede songs van de eerst twee Stooges platen, en al zeer zeker niet het puike post Stooges werk. Dus dat wil wat zeggen. Iggy’s bedoeling vanavond was duidelijk : Give those motherfuckers some raw power !

Beste mensen, het beest Iggy Pop was alweer fenomenaal, extatisch, overdonderend, explosief en verpletterend.
Wij weten niet wat u gaat doen op uw zestigste, maar als het maar een greintje in de buurt komt van wat deze halve gek op een podium weet te presteren, dan bent u nog geen klein beetje prettig gestoord.
Tot slot geven wij u nog een naam en een datum, doe er iets mee : Rock Zottegem, 9 juli !!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Pagina 92 van 111