logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 30 juli 2009 03:00

White lies for dark times

U mag het er gerust op nakijken op deze site. In september 2007, met de release van het zwakke ‘Lifeline’, schreven we nog : “We hopen van harte dat we de volgende recensie van Ben Harper eens mogen beginnen metBen Harper heeft nu eens een echte rockplaat gemaakt’ want momenteel zitten we met een ondermaatse prestatie van een groot artiest” . En kijk, de man heeft onze gebeden aanhoord.
Ben Harper heeft zijn Innocent Criminals voor onbepaalde duur aan de kant gezet en hen vervangen door een bende veel ruigere wolven genaamd The Relentless 7. Dat is zowat het beste wat hij kon doen want de nieuwe band staat hier wild en gedreven te spelen, en wat nog beter nieuws i : zelf heeft Harper ook zijn Hendrix-demonen terug tot leven geroepen. Gevolg, een paar killers van songs waarvan we niet meer wisten dat hij het nog kon.
Harper heeft een kwak uiterst ontvlambare benzine in zijn gitaar getankt en er komt nu terug ronkende blues uit in “Number wit no name”, puntige powerpop in “Shimmer and shine” en brutale bluesrock in “Why must you always dress in black”. De verschroeiende riffs en scheurende slide-gitaren maken van “Keep it together” een hoogtepunt en de jungle beat en dito drums in het lekker rollende “Boots like these” zijn leentje buur gaan spelen bij Bo Diddley, wij beschouwen het nummer dan ook als Harper’s hulde aan de jammerlijk overleden meester.
Het zijn trouwens niet alleen de gitaren die dit album zo sterk maken, ook vocaal is Harper in zeer goeie doen en pompt hij liters soul in het groovy en funky “Lay there and hate me” dat verder voorzien is van een heerlijk riedelend pianodeuntje, allemaal very seventies. Ook op “Up to you know” staat hij prachtig te zingen, een song die opent met een gitaar die ons zowaar aan Tool doet denken en die zich verder ontplooit als iets waar rock en soul tot een perfect huwelijk samensmelten.
Uiteraard zijn ook de obligate ballads, waar Harper de laatste jaren een beetje te veel een patent op had, van de partij. Hier heten ze “Skin thin”, “The word suicide” en “Faithfully remain”. Ze mogen er zijn, maar geloof ons vrij, het zijn niet de beste momenten op deze plaat, ook al zorgen ze voor de nodige variatie.
Ben Harper heeft op een overtuigende en vooral rockende manier een antwoord gegeven op zijn eerder matige platen van de laatste jaren. En dat vooral met dank aan The Relentless 7. Moge deze samenwerking jaren standhouden.

Een massale opkomst voor de beste Belgische live band van het moment. De Boomtown-organisatie moest al zowat een uur voor het aantreden van The Black Box Revelation de ingang afsluiten wegens een overrompeling van volk. Kan ook moeilijk anders als je één van de heetste en populairste bands van het moment gratis laat aantreden, in het kader van de Gentse Feesten dan nog wel. En uiteraard waren die twee coole kikkers weer fantastisch, wild, luid en energiek. Het Boomtown publiek was natuurlijk weer helemaal verkocht dankzij de reeds gekende buffelstoten van songs uit hun geweldige debuut en de bruisende nieuwe rockers die daar tussenin werden gegooid. Veelbelovend voor de komende nieuwe CD.

Daarvoor hadden we al kunnen genieten van de zeer aanstekelijke en lekker rammelende poprock van de bijzonder sympathieke Galacticos, jonge gasten die zweren bij frisse en stekelige pop ergens tussen Pavement en Weezer in. De kereltjes trokken een blik prima songs open voorzien van okselfrisse orgelpartijtjes en een knetterend gitaartje. De energie die uit hun frontman sproot deed het geheel als een venijnig wervelwindje over Boomtown waaien. Fijn concertje. Wij wensen die gasten een mooie toekomst toe.

Organisatie: Boomtownlive (ism Democrazy, Handelsbeurs en FihP), Gent

donderdag 23 juli 2009 03:00

So, who’s paranoid?

Yep, The Damned, die bestaan nog. Mogen we niet vergeten dat deze band met ‘Damned damned damned’ in 1977 het allereerste punkalbum op de wereld heeft gebracht (jawel, nog voor de Pistols). Nadien is de groep eigenlijk nooit opgehouden met bestaan, een paar personeelswijzigingen ten spijt, en hebben ze een hoop platen uitgebracht waaronder weliswaar weinig onvergetelijke. Ook de sound varieerde in al die jaren van punk naar een soort goth rock.
Dit nieuwe album heeft niks meer met de punk anno ’77 te maken, en evenmin met goth-rock. Dus Damned fans die daarop zitten te wachten zijn eraan voor de moeite. Op ‘So, who’s paranoid?’ krijgen we wel zowat de originele bezetting, dus met Captain Sensible en zanger Dave Vanian.
Op deze nieuwe plaat is The Damned erin geslaagd zichzelf een soort eigentijdse Britpoprock toe te meten die soms doet denken aan veel jongere bands als pakweg Maximo Park (in songs als “Danger to yourself” en het vinnige “Maid for pleasure”), elders dan weer aan The Who of Alice Cooper. In de sound sluipen al wat theatrale en bombastische momenten (in “Dr. Woofenstein”, “Since I met you” en “Nature’s dark passion”), dus de punk is wel heel ver af. Vanian’s zang doet meermaals aan Julian Cope denken (voor diegenen die niet met Cope’s werk vertrouwd zijn, dit is wel degelijk een compliment) en Captain Sensible laat zich heel dikwijls tot een heuse gitaarsolo verleiden, wat vroeger ook al volledig uit den boze was. Om de fans van het eerste uur nog wat meer af te schrikken krijgen we bovendien nog een lading piano, strijkers, een hoop keyboards en zelfs koorzangen. Zelfs de meest felle en energieke song “Nothing” neigt meer naar hard-rock dan naar punk en is voorzien van een ware hard-rock solo en dito keyboards.
Misschien toch een klein raakpuntje met het geluid van eind jaren zeventig, maar dan niet dat van henzelf : soms is er een zweem van generatiegenoten The Stranglers te herkennen, en dat is volledig te wijten aan een retro-orgeltje dat regelmatig komt voorbijdrijven, zoals in opener “A nation fit for heroes”.
De band eindigt zonder enige vorm van schroom met het 14 minuten durende psychedelische “Dark asteroid”, inclusief een lang uitgesmeerde wah-wah gitaarsolo waar geen einde lijkt aan te komen. U gelooft uw oren niet.  
The Damned heeft met ‘So who’s paranoid?’ het soort plaat gemaakt waar ze in 1977 hardnekkig zouden op gespuugd hebben. Toch is dit album best te genieten, als je maar de punk uit je hoofd kan zetten.

Sleepy Sun heeft een sound die stevig in de seventies gebeiteld is. Net als andere nieuwe bands zoals Black Mountain en The Black Angels dwepen zij met mistige psychedelica gedrenkt in noeste gitaren en met vette knipoogjes naar The Velvets, The Doors en Hawkwind. In een halfvolle Handelsbeurs wisten zij de kritische rockliefhebbers te overtuigen met een portie stevige songs van hun alhier nog totaal ongekende debuut ‘Embrace’ (een dijk van een plaat, moet u dringend gaan ontdekken).

Arbouretum is al evenmin gekend in onze contreien. De band gaat echter al wat langer mee (productief groepje, 4 albums in 4 jaar is niet meer van deze tijd) en heeft met ‘Song of the pearl’ een opperbeste nieuwe plaat uitgebracht. Arbouretum bracht hun doorleefde knappe folk-rock soms met lekker stevige Crazy Horse gitaren. Frontman Dave Heumann’s puike gitaarwerk neigde ook al eens naar Tom Verlaine, en dat is uiteraard een compliment. Hij zong zijn americana songs als Will Oldham of zelfs Bon Iver en goot er met zijn robuuste band een ronkende rocksaus en een paar knappe gitaarsolo’s overheen. De heren stuurden een handvol schitterende songs de zaal in (met het geweldige “False spring” als uitblinker) waarop zij op een welgemeend enthousiast en goedkeurend onthaal werden getrakteerd. Interessante band.

Na een deftige portie stevige rock kregen we iets heel anders met The Bony King Of Nowhere, en dan bedoelen we vooral iets heel moois. Ontzettend knappe en fijne neo-folk van de bijzonder getalenteerde Gentenaar Bram Vanparys die volgens ons het volledige oeuvre van Jeff Buckley, Nick Drake en Devendra Banhart in zijn CD rek heeft staan. Vanparys en zijn puike band verblijdden ons met frisse en heldere korte pop- en folksongs, een heerlijke stem en tonnen talent. Eindelijk nog eens een Belg die niet als zeurpieten Novastar en Ozark Henry hardnekkig probeert de Vlaamse Coldplay te zijn, wel iemand die helemaal zijn eigen ding doet en dit vertaalt in schitterende songs. Uiteraard speelde hij in de Handelsbeurs een thuismatch en moest hij het publiek niet echt meer van zijn kunnen overtuigen. Maar ons wel, want wij waren tot voor vanavond nog niet vertrouwd met de man zijn muziek, maar zullen nu als de bliksem zijn debuutplaat ‘Alas my love’ gaan aanschaffen.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder foto’s live

Organisatie: Boomtownlive (ism Democrazy, Handelsbeurs en FihP), Gent

donderdag 16 juli 2009 03:00

Gossip in the grain (2)

Talentvolle heren die teruggrijpen naar de soul van de golden sixties, het is een interessante nieuwe trend geworden, zie o.a. Jamie Lidell en Eli ‘Paperboy’ Reed.
Ook singer/songwriter Ray Lamontagne, gezegend met een heerlijke zachte stem, heeft bakken soul in zich. Dit bewijst hij al meteen met de opener, tevens eerste single, “You are the best thing”, een geweldig soulnummer dat doet denken aan grootheden als Otis Redding en Sam Cooke. De soul vloeit tevens rijkelijk in mijmerende ballads als “I still care for you” en “Let it be me”. Lamontagne ziet het wel wat breder en beperkt zich niet tot één genre, hij kan ook bloedmooie akoestische songs schrijven, getuige het afsluitende titelnummer en zeer zeker “Winter birds”, een naakte prachtsong, meteen onze favoriet van de plaat. Rootsy country en folk horen we achtereenvolgens in “Hey me, hey mama” en het prachtige bluesy “Henry nearly killed me” (we moeten hier even denken aan Peter Case).
‘Gossip in the grain’ is een intiem stukje romantiek, badend in heldere melodieën en zalvende gitaren, een zachte plaat om bij voorkeur bij een mooie zonsondergang te beluisteren. En laat ons nu maar stoppen, want we worden te melig.

Een nieuwe naam in de categorie veelbelovende rockbandjes is Joe Gideon & The Shark, een duo die met ‘Harum Scarum’ een bijzonder interessante debuutplaat heeft afgeleverd. Joe Gideon op gitaar en zang neigde door zijn vertellende zangstijl naar Mark E. Smith van The Fall. Ook de gitaarklanken hebben echo’s van The Fall in zich en verder meenden wij ook Lift To Experience te herkennen (wat is er in hemelsnaam met die schitterende band gebeurd?). De dame die zichzelf ‘The Shark’ noemt, gaf wat overtuigende rake klappen op de vellen en haalde ondertussen allerhande geluidjes uit de keyboards die haar sober drumstelletje omringden. Een sterk en fris optreden met boeiende songs.

65daysofstatic
was heel andere koek. Denk aan de postrock van Mogwai en Explosions In The Sky, maar dan volop in overdrive en opgehitst met hier en daar wat stomende dansbeats. De bandleden stonden hoegenaamd niet stil en creëerden een gezonde dosis herrie die duidelijk een hoop opzwepender klonk dan de wat rustiger sound die wij kennen van hun platen. Fameus concertje.

Retestrakke dirty ass rock’n’roll kregen wij van The Black Box Revelation, een supercool piepjong duo die met volle power hun stomende rock- en garagesongs op kolkende wijze de weide in knalden. De veelbelovende krachtige nieuwe songs deden ons ongeduldig hunkeren van verlangen naar de nieuwe CD die er zit aan te komen. Dit is het beste wat België qua rock’n’roll sedert jaren te bieden heeft. Geen wonder dat ook de buitenlandse pers niets dan lovende woorden publiceert over de overrompelende sound van dit duo. Uitermate fantastisch!

En dan… was het gedaan. De optredens die nog volgden, met uitzondering van de wervelende Paul Weller weliswaar, varieerden van matig tot ontstellend zwak. Toch maar een overzichtje, we zullen het kort houden: Joan As Police Woman was oersaai, haar set kabbelde eindeloos voort, niks van vuur, emotie of enige vorm van spanning. Bovendien had het mens een potsierlijk kruippakje aan en zag ze eruit alsof ze net uit de Tele Tubbies was weggelopen. De Cold War Kids hebben we ook al beter gezien, maar goed, zij hadden tenminste nog een handvol frisse songs en hun optreden verbeterde echt wel naar het einde toe, maar onvergetelijk? No way. De grootste ontgoocheling kwam van Gutter Twins. Wij hadden huizenhoge verwachtingen van deze twee supericonen van de alternatieve rockmuziek. Wat kregen wij? een akoestische set die wel zijn momenten had (Greg Dulli en Mark Lanegan hadden geen elektriciteit maar gelukkig wel hun stem meegebracht) maar die nergens het vuurwerk bracht die wij verwachtten. De Gutter Twins akoestisch is doodzonde, wij vergeven het hen nooit. Nadien zeurde ook Novastar onophoudelijk door waardoor wij, in afwachting van de onvolprezen Paul Weller, niet anders konden dan ons langdurig troosten met bier en wijn.

Gelukkig ontgoochelde goeie ouwe PAUL WELLER niet. Met zijn heftig rollende band speelde hij -zoals gewoonlijk met de nodige dosis vuur en goesting- een flinke greep uit zijn knappe nieuwe plaat ‘22 dreams’. Verder hoorden we één keer Style Council (een soulvol “Shout to the top”) en één keer Jam (een puntig en krachtig “Eton rifles”). Van het oudere materiaal onthouden we vooral een lekker lang en jammy “Porcelain gods’ en de onvermijdelijke powerstoot “Changingman”. De all time klassieker “Wildwood” werd op originele wijze in een ritmisch kleedje gestoken. Dat is wat Weller altijd zo sterk maakt. Zijn optredens en setlist zijn onvoorspelbaar, de man speelt nergens op automatische piloot en is nooit minder dan fantastisch. Ook weer vanavond in het Minnewaterpark had hij gekozen voor een minder voor de hand liggende setlist (dus geen greatest hits), waarmee hij zijn fans en de liefhebbers van de betere rockmuziek een groot plezier deed. Weller was samen met onze eigenste Black Box Revelation het beste wat we vandaag te zien kregen op Cactus.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

woensdag 01 juli 2009 03:00

Fucked Up: naam niet gestolen

Hoofdact Fucked Up is een band die zeer zeker zijn naam niet gestolen heeft. Wij zouden er zelfs gerust nog een ‘Completely’ aan toevoegen, en dat hebben ze volledig te danken aan hun zanger/krijser Pink Eyes (aka Father Damien), een compleet dolgedraaide dikkerd die zich meer tussen het publiek bevond dan op het podium. Hij rolde over de grond, ging menig partijtje pogo aan met zijn fans, sprong, brulde, kroop en liep in zijn onderbroek als een gedrogeerde stier door de zaal (de enige die qua zwijnerij een beetje in de buurt komt is David Yow, die gek van The Jesus Lizard).
Pink Eyes stond bol van de adrenaline, het publiek vond het geweldig en iedereen zweette zich te pletter. Op het podium stond een band met maar liefst drie gitaristen die een hardcore punk geluidsmuur optrokken waar geen poot meer tussen te krijgen was. De variatie en subtiliteit die op hun voortreffelijke album ‘The chemistry of common life’ nog een beetje te bespeuren was,moest men op het podium ver gaan zoeken, maar de explosiviteit en splijtende energie die van dit combo uitging, maakte alles goed. Dit was een ultraharde kopstoot van een optreden. Zelden zoiets gezien.

Het Belgische Drums Are For Parade keerde terug naar de primitieve brute power van Melvins, vroege Soundgarden en Karma To Burn. Zware gitaren, geen bass en een drummer die zijn ziel er uit schreeuwt. Niet voor doetjes of gevoelige oortjes.

TV Buddha vindt het ook al niet nodig om op het podium te gaan staan. “Wij doen ons ding tussen het volk, fuck the stage” denken ze. In ware White Stripes traditie (een gitarist en een schoon madam op een wel heel sober drumstelletje) wrong dit duo zich doorheen een dosis distortion en moordende riffs (a la White Stripes, Black Keys, Black Sabbath) met af en toe wat huilende zang (denk ergens tussen Jon Spencer en wijlen Lux Interior). Knap, heftig en vooral luid.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

donderdag 11 juni 2009 03:00

Cause I sez so

Spreken we eigenlijk nog van de New York Dolls als er maar twee oorspronkelijke groepsleden meer in leven zijn, namelijk Sylvain Sylvain en David Johansen ? Waarom niet ? Bij Lynyrd Skynyrd zijn er inmiddels al dubbel zoveel doden als er effectieve groepsleden zijn (onlangs zijn er nog 2 naar de haaien vertrokken) en de band blijft hardnekkig optreden.
Voor NYD is dit al de tweede come-backplaat sinds de reünie na 30 jaar, dit na de bijzonder gesmaakte ‘One day it will please us to remember even this’, en het is alweer eentje die er zijn mag. Fans van het eerste uur zullen wel even schrikken, het geluid dat hier wordt verwekt kan op zijn minst verrassend genoemd worden voor deze band. De groep heeft met de nieuwe bandleden ook een andere sound gecreëerd, wat resulteert in een gevarieerde en verrassende plaat. De eerste twee songs, de bruisende rockers “Cause I sez so en “Muddy Bones” zijn nog wel vintage NYD, en de afsluitende gemene lap punkrock “Exorcism of despair” is eveneens kenmerkend, maar elders lijkt het soms wel of David Johansen zijn alter ego van een aantal jaren geleden, nl “Buster Poindexter”, terug van onder het mos gehaald heeft (“Tempation to exist” en “Nobody got no bizness”). Ijzersterk is de ronkende blues “This is ridiculous” waarin Johansen met lichte overacting de show steelt, ook weer geen typerende song voor the Dolls maar wel een dijk van een nummer. En dat de heren een loopje nemen met hun verleden benadrukken ze met een wel heel speciale remake van hun klassieker “Trash”, die hier een fris reggae jasje wordt aangemeten.
Door de veelzijdigheid is ‘Cause I sez so’ eigenlijk meer een David Johansen plaat dan een NYD plaat geworden, maar ons hoort u niet morren, want het is een goeie.

zondag 14 juni 2009 03:00

ZZ Top: zompig en onverwoestbaar

De inmiddels al ietwat grijzere baarden van ZZ Top deden voor een uitverkocht en bijzonder enthousiast Vorst Nationaal wat van hen verwacht werd. De blues en boogie spelen, hard en zompig en zonder franjes. Billy Gibbons en Dusty Hill (beiden gans het optreden met zonnebril, zwart pak en Texas-hoed) hielden het showgedeelte beperkt tot enkele synchrone pasjes en een video wall met fijne projecties en clips. De heren zingen na al die jaren nog behoorlijk snedig en Gibbons’ gitaarspel blijft indrukwekkend, er zit hoegenaamd nog geen sleet op die immer bruisende en rokerige totaalsound.

De setlist kwam geheel uit de seventies en natuurlijk uit hun kanjer “Eliminator” uit ’83, zo speelden ze het ijzersterke trio “Gimme al your lovin’”, “Sharp dressed man” en “Legs” in één ruk na elkaar op het einde van de set, met de bijbehorende videoclips op de achtergrond, u weet wel, met die wulpse dames en de legendarische rode ZZ Top mobiel. Zelfs de witte wollen gitaren werden bovengehaald tijdens “Legs”.
Het optreden was al spetterend van start gegaan met een stuwend “Got me under pressure” en het even onvermijdelijke als wonderlijke duo “Waitin’ for the bus” en “Jesus just left Chicago”. Van dan kon het al niet meer stuk en de krasse knarren beukten op dit tempo verder gedurende anderhalf uur. Tussen de sterke seventies klassiekers door, waarvan een beestig “Just got paid” tot onze favoriet van de avond werd bekroond (die heerlijke slidegitaar !!), drenkte het trio zich verder in de blues via twee nieuwe songs (nou, nieuw, eentje ervan was een Muddy Waters cover) waardoor wij een vermoeden krijgen dat de nieuwe plaat (met Rick Rubin achter de knoppen!) wel eens een aardig stukje roots en retro zou kunnen worden. De Hendrix klassieker “Foxy Lady” kreeg een geweldige beurt en de absolute krakers werden netjes tot op het eind gehouden.

ZZ Top biste met de gemene boogie-lap “Tubesnake boogie” en ontplofte volledig met een lange versie van -uiteraard- “La Grange” (met een gloeiend stuk “Bar-B-Q” in verwerkt, nog zo een kraker van het eerste uur) en een wild “Tush” er onmiddellijk achteraan. Een bruisend einde van een geweldig avondje stomende hard-rock, boogie en blues.

Organisatie: Live Nation

donderdag 04 juni 2009 03:00

From hell to Texas

In de categorie ‘bier, rock’n’roll en tetten’ heeft Nashville Pussy alweer een voltreffer gescoord. ‘From hell to Texas’ heet hun nieuwe lap lawaai en die is even subtiel als een geile baviaan die schaamteloos ‘en plein public’ al zijn vrouwelijke soortgenoten een beurt geeft. Voor finesse en etiquette is Nashville Pussy radicaal gebuisd, voor vuile praat en vunzige rock’n’roll halen ze een tien op tien.
Vettig plaatje is dit. Motorhead, Alice Cooper, AC/DC en ZZ Top zijn nog steeds de referenties. Gooi daar dan een smak punkrock op en je hebt de formule van Nashville Pussy. Simpel en doeltreffend.
Het is al hun vijfde plaat en, ook al verschilt die qua sound in weinig van de voorgangers, het is hun beste sinds het debuut ‘Let them eat pussy’ van 10 jaar geleden. Vinnig, beestig, vet en rechtdoor.

Pagina 99 van 112