logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_04
Deadletter-2026...
CD Reviews

Tinariwen

Hoggar

Geschreven door

Tinariwen - Hoggar: terug naar het kampvuur, zonder de wereld buiten te sluiten

Na de omzwervingen van ‘Amatssou’, waarop banjo’s, pedal steel en de schaduw van Americana nadrukkelijk aanwezig waren, kiest Tinariwen op ‘Hoggar’ opnieuw voor de essentie. Geen grote productiefranjes, geen opvallende stilistische omwegen, maar een plaat die klinkt alsof ze rechtstreeks werd opgenomen rond een kampvuur ergens tussen Tamanrasset en Kidal. Meer dan 45 jaar na hun ontstaan bewijzen de pioniers van de desert-blues dat teruggrijpen naar de basis geen stap achteruit hoeft te zijn.

Dat ‘Hoggar’ ontstond in ballingschap, voel je in bijna elke noot. Door de aanhoudende onrust in Noord-Mali weken verschillende groepsleden uit naar Algerije, waar de plaat werd opgenomen in de studio van de jongere Toearegband Imarhan. Die context maakt van ‘Hoggar’ meer dan zomaar een nieuw Tinariwen-album: het is tegelijk een thuiskomst, een reünie en een muzikale overdracht tussen generaties.
Muzikaal blijft de groep trouw aan het vertrouwde recept van repetitieve gitaarpatronen, handgeklap, bezwerende samenzang en grooves die langzaam onder je huid kruipen. Toch klinkt ‘Hoggar’ warmer en intiemer dan veel van hun recentere werk. Alsof de band bewust opnieuw aansluiting zoekt bij de manier waarop deze muziek oorspronkelijk ontstond: akoestische gitaren en stemmen die in elkaar overvloeien.

Openingsnummer “Amidinim Ehaf Solan” zet meteen de toon. Golvende gitaren en call-and-response-zang dragen een tekst vol hoop en overlevingsdrang. Tinariwen blijft immers een politieke groep, al wordt hun engagement nooit slogansmuziek. De songs vertellen over ontheemding, verdeeldheid en het verdwijnen van een nomadische levenswijze, maar altijd met poëtische omwegen en melancholie als drager.
Eén van de opvallendste momenten is “Imidiwan Takyadam”, waarop José González een Spaanse zangbijdrage levert. Het had makkelijk geforceerd kunnen klinken, maar het nummer behoudt verrassend genoeg zijn natuurlijke flow. González voegt geen exotisch laagje toe; hij lijkt eerder zachtjes in het collectief opgenomen te worden.
Nog sterker is “Sagherat Assani”, gebaseerd op een traditioneel Soedanees lied dat Abdallah Ag Alhousseyni eind jaren tachtig leerde kennen aan de grens tussen Libië en Soedan. De bijdrage van de Soedanese zangeres en oud-speelster Sulafa Elyas geeft het nummer een extra melancholische diepte. Haar stem zweeft elegant boven de repetitieve ritmiek uit en herinnert eraan hoe belangrijk vrouwelijke stemmen altijd zijn geweest binnen de Toearegcultuur (een traditie die vandaag steeds meer onder druk staat).
Thematisch wordt ‘Hoggar’ donkerder naarmate de plaat vordert. “Erghad Afewo” ademt spanning en conflict, terwijl afsluiter “Aba Malik” zonder omwegen de Wagner Group viseert, de Russische paramilitairen die mee verantwoordelijk zijn voor de instabiliteit in Noord-Mali. De dreigende gitaren en slepende cadans geven het nummer iets ceremonieels, alsof Tinariwen niet enkel protesteert maar tegelijk rouwt.
Wat ‘Hoggar’ vooral sterk maakt, is dat de plaat tegelijk vertrouwd en levendig klinkt. Tinariwen probeert zichzelf niet krampachtig te vernieuwen, maar verfijnt wel verder wat hen al decennia uniek maakt. Voor sommige luisteraars zal dat misschien te weinig verrassend zijn.
Wie radicale stijlbreuken verwacht, komt bedrogen uit. Maar terwijl zoveel bands hun identiteit verliezen in experimenten, blijft Tinariwen koppig vasthouden aan een geluid dat tijdloos en herkenbaar is.

Tot slot nog dit: de titel verwijst naar het Hoggargebergte in de Algerijnse Sahara: een herkenningspunt voor nomaden, zichtbaar van ver in een uitgestrekt landschap. Dat beeld past perfect bij deze plaat.
Hoggar’ is geen revolutionaire koerswijziging, maar wel een baken. Een album dat de wortels van Tinariwen opnieuw blootlegt en tegelijk de fakkel doorgeeft aan een nieuwe generatie muzikanten die de desert-blues levend houdt.

The Black Keys

Peaches

Geschreven door

Vanaf het slappe ‘Turn Blue’ uit 2014 waren wij The Black Keys kwijt, de heren hadden hun eigen roots onbeschaamd overboord gegooid en leken definitief overgestapt naar onschadelijke en steriele mainstream-rock volledig gericht op mega concertzalen en grote festivals.
Tot daar plots het tussendoortje ‘Delta Kream’ kwam in 2021, een aangename terugkeer naar hun eerste liefde de blues, zoals ze die eerder ook omarmden op schitterende plaatjes als ‘The Big Come Up’, ‘Thickfreakness’, ‘Rubber Factory’ en ‘Chulahoma’. Het bleek echter maar een tijdelijke heropflakkering, want daarna maakten ze alweer een stel ongevaarlijke en onderling inwisselbare plaatjes met de veiligheidshendel constant op (‘Dropout Boogie’, ‘Ohio Players’, ‘No Rain No Flowers’).
Maar kijk, daar zijn ze terug met ‘Peaches’, een rauw plaatje dat niet toevallig aanvankelijk als werktitel ‘Delta Kream II’ meekreeg. Het is opnieuw een ode geworden aan hun bluesidolen, een compromisloos plaatje die de blues in zijn meest pure en primaire vorm weergeeft, hoegenaamd geen Bonnamassa dus.
Het is een verzameling obscure covers waarbij vergeten blueslegendes (RL Burnside, Junior Kimbrough, Robert Cage, Big Lucky Carter, Earl Hooker,…) terug in het leven worden geroepen. De songs worden door The Black Keys op een rauwe manier naar hun hand hebben gezet met steeds voldoende respect voor het origineel. Junior Kimbrough is zo een bluesrot die hen kennelijk nauw aan het hart ligt. De man had met het schitterende ‘Chulahoma’ al een volledig album als eerbetoon gekregen, maar voor The Black Keys was dat nog niet genoeg, hier krijgt “Nobody But You” een lekker nonchalante en relaxe uitvoering vanuit de losse pols. In “You Got to Lose”  (Earl Hooker) gaan ze dan weer een stuk wilder tekeer, alsof ze de lijn willen verder trekken die George Thorogood er mee uitzette op zijn onovertroffen debuutalbum.
“She Does it Right” is een ode aan de rechttoe-rechtaan pubrock van de onvolprezen Wilko Johnson en Dr Feelgood, The Black Keys steken die hier voor de gelegenheid in een zompig ZZ Top achtig kleedje. De blues mag dan weer lekker rollen op “Who’s Been Fooling You” en al zeker op “Tomorrow Night”, waarin de pot vet van ‘Thickfreakness’ terug wordt bovengehaald.
Dit zijn The Black Keys zoals wij hen het liefst hebben, met beide voeten in de modderachtige blues en mijlenver weg van de pompeuze stadionrock. De heren spelen voor één keer zonder enige vorm van pretentie en met de goesting van een stel jonge hongerige wolven.
We kunnen niet anders dan vaststellen dat bij The Black Keys de tussendoortjes stukken beter zijn dan de reguliere (of moeten we zeggen obligate) platen.
Vandaar dat ze waarschijnlijk de komende jaren terug een stel inferieure ‘veilige’ plaatjes zullen releasen om dan na 5 jaar hopelijk terug uit te pakken met zo een fenomenaal vervolg op deze ‘Peaches’. Daar kunnen we mee leven.

Mehmet Ali Sanlikol

The Electric Out Man Speaks and you Listen

Geschreven door

Mehmet Ali Sanlıkol groeide op in Istanbul, zijn moeder was een klassiek pianiste, en hij bracht zijn jeugd door met muziek van Beethoven, Mozart en Chopin, voordat hij de jazz ontdekte. Het betekende een keerpunt, hij verdiepte zich in het genre en ging naar het Berklee College of Music. Boston is nu zijn thuisbasis en de jazz is in de man geworteld. Zijn laatste album ‘The Electric Out Man Speaks and you Listen’ vat net die verschillende invloeden samen van z’n roots, klassiek, blues en jazz.

De bezwerende klank op “Pickin ‘A Shuffle alla Turca” laat al meteen die verscheidenheid horen. Het instrumentarium spreekt tot de verbeelding. Er is ook wat bluegrass in vervat.
Deze invloedssfeer brent een oude, lekkere warme sound. We horen het verder op “Another dream in Nihavend” , eentje van meer dan tien minuten. Het klint boeiend door de improvisaties en de talrijke wissels van ingetogenheid en dynamiek . “Talk about A Turkisch Blues” ademt z’n roots en blues uit, En is niet vies van enig experiment. Een energieke solo drijft het tempo op. Prachtig dus. “A 1. Poignant Truth” en “No big deal” gaan verder in dit elan.
Het album steunt op decennia van onderzoek, cultuurgeschiedenis en instrumentontwerp; het klinkt herkenbaar, vertrouwd, maar biedt openheid naar avontuur en experimenteerdrift. Hij weet een breed publiek aan te spreken, uit de jazz-, blues-, Anatolisch-Turkse psychedelische en alternatieve wereldmuziekscene. Sanlıkol brengt het in de eigen muzikale taal waarmee hij is opgegroeid. Zijn persoonlijk verhaal wordt hier muzikaal uitgebeeld. Een interessant plaatje dus.
https://music.youtube.com/playlist?list=OLAK5uy_nNqJydMDPXevHt4x6LWopPUEAF0OodDX8

Tracklist: Pickin' A Shuffle Alla Turca - Another Dream In Nihavend - Talk About A Turkish Blues - A 1. Poignant Truth - No Big Deal.

Benjamin Herman

The Tokyo Sessions

Geschreven door

Benjamin Herman is een veelzijdig jazz muzikant. Hij staat al drie decennia aan de top van de jazz, waarbij hij regelmatig de grenzen van het genre opzoekt en overschrijdt, onder meer met het gezelschap New Cool Collective. In 2025 trok hij letterlijk de grens over met een reis naar Japan. Die tocht zit nu in de plaat, 'The Tokyo Sessions' …
Op “Sugii” neemt de altsax nog een voornaam plaatsje in; de invloeden uit Japan hoor je op “Wasshoi”, beetje op bevreemdende wijze worden we in deze wereld gedropt. Het klinkt ingetogen, lichtjes dreigend en er is de experimenteerdrift met z’n muzikanten , die de brug slaan tussen de twee werelden, de Westerse en de Japanse. Die instrumentatie vindt elkaar hier. We zijn bijgevolg onder de indruk van het chaotisch mooie en deels overstuurde “The room” en “Kazegafuku”.
Benjamin Herman zorgt ook voor lichte , zachte botsing in deze culturen, zoals op het filmische “Tokyo Moon”. Fantasie prikkelend.
Benjamin Herman maakt dus een wereldreis met zijn altsax. Samen met z’n muzikanten en hun verfijnde , rauwe instrumentatie zorgen ze voor een veelkleurige aanpak, die de culturen met elkaar verbindt, op welke wijze ook, mooi uitgekiend als hobbelig.
De bonustracks zijn alvast meegenomen, “Spyware” en “Hohokekyo”.
De Oosterse cultuur spreekt sowieso tot de verbeelding, met de Westerse jazzlink krijgen we een beklijvende trip van Bejamin Herman en C°.

Tracklist:  1. Sugii 2. Wasshoi (feat. Otomo Yoshihide) 3. Kazegafuku (feat. Akihito Obama, Ko Ishikawa) 4. NRFS (feat. Tomoaki Baba) 5. YAMAN 6. Aozora 7. Gaa-Gaa (feat. Otomo Yoshihide) 8. The Room (feat. Shinpei Ruike) 9. Tokyo Moon (feat. Tomoaki Baba ) 10. One For Itsuno (feat. Ko Ishikawa) 11. Dede Shinpei Ruike (feat. Shinpei Ruike) 12. Pit Inn 13. Jam Jam Radio (feat. Otomo Yoshihide)
Bonus tracks  14. Spyware (feat. Otomo Yoshihide) 15. Hohokekyo (feat. Akihito Obama)

The Ultimate Dreamers

Paradoxical Implants (remix EP)

Geschreven door

Na hun goed onthaald album “Paradoxical Sleep” keren ze nu terug met een remix-EP. Dit werd gemaakt samen met hun vaste producer Len Lemeire (o.a. Implant). Er werden maar liefst zes songs bewerkt. Len Lemeire brak de songs af en bouwde ze met de bouwstenen die hij overhield terug op. Zo krijgen we zes nummers waarin je de stijl en hand van Len Lemeire hoort.
“Digging” heeft een nog rauwe en duistere kant gekregen. Heel geslaagd. “Kids Alone (Late Night)” is een track geworden voor de liefhebbers van de meer klassieke EBM. “Spiritchasers (Neon Glow)” gaat dan weer eerder richting synthpop uit. “Far Away (Dispencing)” kreeg wat diepere synths mee. “Into The Fog (Visible)” heeft wat meer dreamscapes gekregen. Tenslotte sluit deze EP af met een uitgeklede en cold wave versie van “Envoler (Ailé)”.
De remix EP kan je geslaagd noemen omdat het meer is dan enkel een beat zetten onder de track. Wie van The Ultimate Dreamers houdt moet deze EP zeker eens checken want je vindt nieuwe invalshoeken van de reeds gekende songs terug in deze remixen.

Cold Wave/post punk
Paradoxical Implants (remix EP)

Nomad

Oxygen

Geschreven door

Ontstaan in de schaduw van de Kortrijks underground, ontpopt Nomad zich als een mysterieuze kracht in de wereld van de metalcore. Met zes energieke leden weven ze een klanktapijt dat de grenzen tussen licht en duisternis doet vervagen. Onder leiding van een boeiende zanger is de sound van Nomad een meedogenloze spervuur van beukende drums, ingewikkeld gitaarwerk en sfeervolle synthesizerlagen die ons meevoeren naar onbekende oorden.
Hun teksten gaan over reizen, verlatenheid, existentiële crises en de zoektocht, betekenis van  een wereld die wordt verteerd door chaos.
We hadden al een fijne babbel met de band https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/102165-nomad-een-gezonde-mix-tussen-oudere-en-nieuwere-metalcore-en-andere-metalinvloeden-maakt-ons-uniek-binnen-de-scene We waren aanwezig op de album voorstelling in DVG Club, Kortrijk: https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/102254-wasteland-2026-een-splijtbom-aan-uiteenlopende-emoties

Hoog tijd voor de plaat zelf
De emotionele geladenheid maakt Nomad bijzonder. “Breath” is zo’n voorbeeld, rauw, meedogenloos én vol opgekropte woede. Oorverdovende melodieuze uppercuts krijgen we te verwerken. “Desert of woe”,  “Feather” zijn houtklievers, straight to the bone. “Opio” klinkt waanzinnig door een meesterlijke gitaar solo. En huiveren doe je op “Sun” en “Mind”. Verder is er nog “Daerk”, melodieus donker, dreigend.

"Verpulverend hard als melancholisch gevoelig ging de band te keer. Een splijtbom aan emoties die zijn publiek letterlijk meesleurt naar confrontaties met zijn demonen. Hier bleven  we totaal verweesd achter" , schreven we over hun optreden in DVG Club.
In het interview liet de band optekenen ''Een beetje inspelend op die generatiekloof - of generaties die samenkomen en elkaar daarin vinden - dat os inderdaad de rode draad. We wilden op dit debuut de verschillende kanten van onszelf laten horen." , maar ook ''Wat belangrijk is: wat we ook doen - zoals bijvoorbeeld een akoestisch nummer maken - het blijft altijd NOMAD.''.
Diversiteit en emotie valt dus te noteren binnen het genre van de metalcore. Het is een overtuigende plaat, als een splijtbom. Wat een beleven!

Tracklist: 01 Breath 02 Desert of Woe 03 Feather 04 Opio 05 Sun 06 Mind 07 Daerk 08 Elevate

Nicole Johänntgen

Solo III

Geschreven door

Nicole Johänntgen, saxofoniste, componiste en coach, begon haar muzikale carrière op zesjarige leeftijd. Eerst genoot ze een klassieke piano opleiding en jaren later vond ze de weg naar de jazz en legde zich toe op sax. Toen ze 17 werd richtte ze in Saarland haar band Nicole Jo op die totnutoe zes albums uitbracht. Al snel verbreedde ze haar horizont. Ze speelde in Amerika met de Sisters in Jazz (2003) en was lid van het European Swinging Jazz Orchestra, de IASJ (International Association of Jazz of Schools) en het Nederlandse Rembrandt Frerichs Project.
Door de jaren heen is ze zichzelf blijven ontwikkelen als muzikante en performster.  De solo plaat 'Solo III' klinkt boeiend, divers en kleurrijk, gevarieerd .
Het bezwerende mooie “Warm Breeze”tekent meteen de lijnen van het album uit. Een walm walm warmte, ingetogenheid die een trance gevoel creërt. Soms klinkt de sax intenser, feller . Hoedanook de emoties borrelen op in het songmateriaal; 'The secret of a tree” en “The path of life” zijn mooie voorbeelden.
Ze is één met haar instrument. Muzikaal echt een warme klankkleur. We ervaren een zekere gemoedsrust op “The lady in the mirror”, “A Call of Trust” en “Eagle eye”.
Verder een droomwereld op “In Love” en “Mountain Hike”, de afsluitende tracks.
Het totaalplaatje is van belang. Van gewoon intens emotievol naar een vorm van bevreemding en experiment. Een prachtig stilistisch album

Tracklist: 1.Warm Breeze 2.Pointillistic Sax Blues 3.Seaview 4.Bird Call 5.The Secret of A Tree 6.The Path of Life 7.The Lady in The Mirror 8.A Call of Trust 9.Eagle Eye  10 A Call of Trust 11.In Love 12.Mountain Hike

N.E.L. & J.P.

Kapotgeliefd -single-

Geschreven door

Het duo Nel & J.P. kennen we intussen van hun donkere, Nederlandstalige postpunk met punkpoëzie van Nel en de diepe bas-grooves van J.P. over een bedje van beats. Wel, voor hun nieuwe single “Kapotgeliefd” veranderen ze het geweer van schouder. J.P. pakt zijn oude liefde op – de gitaar – en dat levert sprankelende gothic rock op zonder de kenmerkende laagjes synth. Wij horen meteen echo’s van Johnny Marr van The Smiths. In de lyrics gaat het over de liefde die zo hard kan branden dat de kaars ook snel opgebrand is, waarbij het koppel bruusk van zijn wolk valt naar een poel van doffe ellende.
Een knipoog naar “Love Will Tear Us Apart” van Joy Division bovendien.
Mooi, deze “Kapotgeliefd”.

Gardens

The Biggest Dog You’ve Ever Seen EP

Geschreven door

GARDENS is een vierkoppige band uit Wenen/Oostenrijk. Op hun nieuwe EP brengen ze dreampop afgekruid met ‘gentle garage’ en wat slacker.
De EP ‘The Biggest Dog You’ve Ever Seen’ omvat zeven nummers. Niet alle zeven zijn op zich gedenkwaardig, maar als geheel bieden ze een mooi beeld van waar deze band muzikaal voor staat: sprankelende gitaren, warme synths, relationele introspectie en maatschappijkritische teksten (feminisme is een terugkerend thema) en vooral catchy melodieën.
De ‘big dog’ uit de albumtitel en van de openingstrack staat voor het willen vasthouden van een mooi moment. Zoals je ‘verliefd’ wordt op je puppy en daarna het voeren en gaan wandelen van de volwassen hond (big dog) een emotieloze routine worden, zo heb je ook relaties waar je na de hoge emoties van bij de kennismaking al snel vervalt in het routinematig en monotone bij elkaar blijven vanwege de mooie herinnering. Het is een tekenend beeld over hoe een generatie vandaag kijkt naar de liefde.
Bij mij roept dit muzikaal herinneringen op aan enkele 4AD-bands uit de jaren ’90 (Belly, Breeders, …) en aan Lush, Juliana Hatfield, Cocteau Twins en Mazzy Star. Dichter bij huis herken ik hier ongeveer dezelfde invloeden als bij Momoyo, And Then Came Fall, Dadawaves en Uma Chine. Mijn favoriete tracks van deze EP zijn “Thunderstealer”, “Waves” en “Mailbox”.

GARDENS levert met deze EP een leuk visitekaartje af. Hopelijk komen we hen binnenkort eens tegen in het clubcircuit.

https://www.youtube.com/watch?v=WC8j4kMIPQY&list=OLAK5uy_nK68pDGPcQjpSdfvI64I79SpJJj3xWFXY

Empty Head

Vincent -single-

Geschreven door

Luik is al enkele jaren een broedplaats voor noise, garage- en punkacts met bands zoals It It Anita en Cocaïne Piss als enkele voorbeelden. Empty Head (de mannen resideren dezer dagen in Brussel) wil dezelfde weg op gaan en brengt de single “Vincent” in afwachting van hun aankomende album ‘Freak Show’, dat trouwens opgenomen werd met Damien Vanderhasselt van Millionaire. Dit kan misschien de link zijn om ook in Vlaanderen aan de bak te komen want het is als band nog steeds niet zo gemakkelijk om te scoren aan de andere kant van de taalgrens.
“Vincent” klinkt heerlijk. Het kreeg een goede productie mee. Het nummer heeft iets catchy en is ritmisch interessant. Het verschil met een Cocaïne Piss is dat dit een uitgewerkte song is waar alles mooi op zijn plaats staat, melodieus is en rockt.
Deze song zou goed staan op enkele radiozenders zoals StuBru, Willy, radio 1…
Voor wie houdt van Sons, The Hives, Hickey Underworld…

Noise/Rock/Indie
Vincent -single-

https://on.soundcloud.com/nwh2Ece5KIKGs63ECw

Pagina 4 van 397