logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Epica - 18/01/2...
CD Reviews

Del Amitri

Fatal Mistakes

Geschreven door

De Schotse rockband Del Amitri had in ons land twee radiohits: “Nothing Ever Happens” in 1989 en “Always The Last To Know” in 1992. Die hits zijn wat in de vergetelheid geraakt, maar de oudere muziekliefhebber zal ze meteen herkennen. Na die internationale hits volgden nog hits in de UK en na de split in 2002 ging zanger Justin Currie solo. In 2014 en 2018 waren er echter succesvoille reünie-tournees en nu is er nieuw werk van de band, met vooral gitarist Iain Harvie als vaste waarde.
De kans dat één van de tracks op ‘Fatal Mistakes’ een internationale hit wordt is niet onbestaande, maar toch ook weer niet zo groot. Currie en Harvie zijn heel degelijke songschrijvers en performers, maar de jaren ervaring hebben de scherpe kantjes er wat afgevijld. Het klinkt allemaal heel degelijk, maar tegelijk ook heel smooth en het passeert zonder veel sporen na te laten. Dat Del Amitri op ‘Fatal Mistakes’ nog steeds klinkt als eind jaren ’80, begin jaren ’90 is tegelijk een vloek en een zegen.  Het is vooral herkenbaar, maar meteen ook een beetje gedateerd.
“Otherwise” zou als single zeker zijn plaats vinden op Radio 1, meer dan de door band en label uitgebrachte eerste single “Close Your Eyes And Think Of England”. “Otherwise” is één van de sterkste songs op het album. Andere uitblinkers zijn de stuwende tracks “Missing Person” en “Nation Of Caners”, het heel intimistische “Lonely” en het catchy “You Can”t Go Back”.

https://www.youtube.com/watch?v=lCGigqiAEXU

Tannhauser Orchestra

The Fade

Geschreven door

Tannhauser Orchestra (vroeger Tannhauser) is nog steeds de band van Erick De Deyn. Voor het nieuwe album ‘The Fade’ krijgt hij hulp van Geert Janssens (sinds 2012 bij de band) en nieuwkomer Loes Besieux. Zij leverde ook het knappe artwork voor deze release.
In deze opstelling klinkt Tannhauser Orchestra heel erg als tal van alternatieve/shoegaze/indie gitaarbands van eind jaren ’80 begin jaren ’90. Denk aan The Jesus And Mary Chain, Dinosaur Jr., Yo La Tengo en zelfs Pixies en Sonic Youth zonder de scherpste kantjes. De tracks waarop Loes zingt, voeren mij terug naar de hoogdagen van Elastica, Belly, Lush, Juliana Hatfield en Echobelly. De mannelijke vocalen springen er in verhouding wat minder uit, maar de variatie is wel top.
De vaak dreamy gitaar/synthsound van Tannhauser Orchestra op ‘The Fade’ is betoverend en geeft deze band een unieke plek in het muzikale landschap van vandaag, al slaat de slinger net zo goed in de richting van artpop en grunge.
Dit album schittert het hardst op het mysterieuze “Yamahaze” en ook nog op “Plain Jane” en “Late In The Game”. Het lang uitgesponnen “Deaf” heeft soms wat moeite om de luisteraar de volle negen minuten bij de les te houden, maar heeft net zo goed momenten die die epische speelduur verantwoorden. “Three Little Birds” (geen cover van Bob Marley) is met zijn trage ritme een beetje een spelbreker, maar heeft ook wel wat charme.
Tannhauser leverde met ‘The Fade’ een charmant en gevarieerd album dat in zijn leukste momenten ongegeneerd linkt naar het strafste uit de nineties.

https://tannhausermusic.bandcamp.com/

Prestige

Exit -single-

Geschreven door

Prestige brengt dit jaar een nieuw album uit bij Massacre Records. De band werkt sinds 2006 aan een comeback en nu is er eindelijk ook nieuw materiaal.
Deze Finse thrashmetalband bestond in een eerste versie van 1987 tot 1992, waarbij enkel materiaal werd uitgebracht bij een lokaal label. Daarna zat gitarist Jan Örkki Yrlund in een hele reeks bands zoals o.m. Lacrimosa en het (half-)Nederlandse Imperia, maar ook in de Belgische bands Danse Macabre en Ancient Rites.
Met de nieuwe drummer van Prestige, Matti Johansson, die lang bij Korpiklaani zat, komt de comeback van Prestige in een stroomversnelling. De nieuwe single heet "Exit" met "You Weep" als B-kantje, want dit komt gewoon ook op vinyl (45 T) uit. Beide tracks klinken alsof de tijd is blijven stilstaan in 1992: catchy thrash met veel Amerikaanse en Teutoonse invloeden. "Exit" heeft een mooie, klassieke intro terwijl "You Weep" meteen met de deur in huis valt en ook nog een hoog meebrulgehalte heeft. Goeie thrash kan du sook gewoon uit Finland komen.

https://www.youtube.com/watch?v=jcnB_jTfzKk

Squid

Bright Green Field

Geschreven door

Nieuw, fris, dwars, spannend, avontuurlijk, energiek, spits, bijzonder en uniek. Mogen wij u voorstellen: Squid, jonge Britse creatieve geesten die in het kielzog van andere eigenzinnige bands als Black Midi en Black Country New Road de Britse rock compleet binnenstebuiten keren. Bij momenten is dit dansbaar als de pest, elders dan weer zo tegendraads dat een mens er haast gek van wordt, maar steeds is het opwindend en zuigt het al onze aandacht op.
Hier valt geen genre op te plakken. Doe vooral geen moeite, Squid omzeilt met verve alle hokjes. Dit klinkt eigenwijs en vooral onvoorspelbaar. Nerveuze gitaartjes landen plots in een poel van noise (“2010”), prikkelbare postpunk slaat halverwege om in een verwarde sonische geluidseruptie (“Boy Racer”), punk-funk à la LCD Soundsystem wordt door een Sonic Youth molen gedraaid (“Peel St”) en een streep gekraakte jazz snijdt doorheen een dreigend “Global Groove”. Hoogtepunten “Narrator” en “Pamphlets” zijn zowat de meest opwindende dingen die we de laatste maanden gehoord hebben, bruisend, prettig gestoord en bijzonder aanstekelijk.
‘Bright Green Field’ is sowieso één van de meest vernieuwende en spannende albums van het jaar.
Squid speelt, als tante Corona het belieft, op 08/10 in de Brusselse Botanique. Eentje om absoluut bij te zijn.

The River Curls Around The Town

Buiten zinnen/Losing our minds

Geschreven door

Het foto- en gedichtenboek ‘Buiten Zinnen/Losing Our Minds’ van Eddy Verloes en Benno Barnard wordt uitgebreid met een cd van de Tiense band The river curls around the town. Uit deze samenwerking is een mooi verhaal gegroeid. Muzikaal is er een fijne afwisseling tussen de poëtische spoken words in een minimale begeleiding en de zalvende semi-pop/elektronische luistersongs . Een herfstig kleurenpalet is het resultaat. Het ligt in het verlengde van de invalshoek van de band , die op hun materiaal weemoed uitstralen en een soort gemoedsrust wensen te brengen .
We horen een bijzonder innemende , sfeervolle, pakkende, hartverwarmende harmonieuze sound, vocals en spoken words in elf nummers  , van opener “Vision” , “The denier”, “Afterglow” tot “With a whimper”, “Psst, Jacob?”, incluis het themanummer “Losing our minds”, als afsluiter . Intiem, ontroerend , boeiend , avontuurlijk melodieus klinkt dit concept. Eenvoudig  en treffend . We zijn er ferm van onder de indruk.
Luister en onderga de mooie afwisseling van deze unieke samenwerking, perfect op elkaar afgestemd.

Een overzicht van de samenwerking
De Boutersemse fotograaf Eddy Verloes nam een jaar geleden een reeks foto’s van chassidische Joden bij stormweer aan de Belgische kust. De fotoreeks, die de titel ‘Losing Our Minds’ kreeg, viel op een jaar tijd wereldwijd meer dan 30 keer in de prijzen. Hij won er onder meer de prestigieuze titel ‘Travel Photographer of the Year 2020’ mee in de categorie ‘best single image/people of the world’. Recent werd hij door de grootste Amerikaanse fotowebsite ‘All-about-Photo.com’ met de fotoreeks geselecteerd voor een online solotentoonstelling tijdens de maand maart.
De hoofdredacteur van het tijdschrift Joods Actueel bracht Eddy Verloes in contact met de bekende Nederlandse dichter-schrijver Benno Barnard (auteur van tal van publicaties zoals ‘Het Trouwservies’, ‘Dagboek van een landjonker’ en ’Zingen en creperen’). Benno Barnard is een kenner en minnaar van de Joodse cultuur. Onder de indruk van de foto’s van Eddy Verloes schreef hij er 10 gedichten bij die tevens vertaald werden in het Engels. Het initiële plan was het uitgeven van een foto -en gedichtenboek (bij Uitgeverij Poëziecentrum Gent.)
Daarmee stopt het verhaal niet. Begin december 2020 komt Eddy Verloes in contact met het studioproject ‘The river curls around the town’ van de Tiense muzikanten Bart Bekker & Jan Vanwinckel. Deze heren brengen een elegante en mysterieuze mengeling van elektronica en luisterpop. Hun debuut-cd ‘more than a break’ verscheen in 2008 en op 29 februari 2020, verscheen hun tweede album ‘nightshadows’.
Lees hier de review
http://www.musiczine.net/nl/ontdekkingen/item/32806-More_than_a_break.html
http://www.musiczine.net/nl/cd-reviews/item/78108-nightshadows.html

Eddy vertelt Bart & Jan over het project ‘Buiten Zinnen / Losing Our Minds’ waarop deze laatsten onmiddellijk voorstellen om - geïnspireerd door de foto’s - de Engelse gedichten van Benno Barnard op muziek te zetten. Benno en Eddy gaan na het beluisteren van een paar proefnummers onmiddellijk akkoord en overtuigen de uitgeverij om de publicatie uit te breiden met een cd.
Door de coronacrisis schreven Bart & Jan de muziek samen en toch apart. Beiden werkten in hun eigen homestudio’s aan de muziek en wisselden digitaal bestanden uit zonder elkaar één keer fysiek te ontmoeten (op een wandeling met Eddy om het project te bespreken na). Voor de opnames van ‘spoken word’ deden ze - net zoals bij hun eerdere albums - een beroep op hun Engelstalige vriend Mick Shorter.
Het eindresultaat is héél straf te noemen en Benno en Eddy zijn bijzonder tevreden, zo blijkt ook uit hun reacties.
Eigen reacties
Eddy Verloes: “De mysterieuze sfeer die over de foto’s hangt, wordt in de poëzie en in de muziek perfect weerspiegeld. Er is een prachtige symbiose tussen beeld, woord en klank”.
Benno Barnard: "Ik ben een liefhebber van klassieke zang, maar in mijn ervaring legt de muziek de poëzie gewoonlijk het zwijgen op (grote componisten kozen dan ook vaak tweederangs gedichten en het gemiddelde operalibretto is literair waardeloos). Maar nu blijkt het verbazingwekkend genoeg mogelijk poëzie te laten klinken, in een genre dat nooit het mijne is geweest en het verbazingwekkend genoeg nu opeens blijkt te zijn."

The Black Keys

Delta Kream

Geschreven door

Na de belegen mainstream-rock van hun laatste twee albums ‘Turn Blue’ en ‘Let’s Rock’ hadden wij The Black Keys al bijna bij het grof huisvuil gezet, maar de heren Dan Auerbach en Patrick Carney roepen ons prompt terug met het verrassend frisse ‘Delta Kream’, een plaat waarmee ze teruggrijpen naar hun eerste liefde, de blues.
Met de albums ‘The Big Come Up’ (2002) en onze favoriet ‘Thickfreakness’ (2003) stak het duo destijds de neus aan het venster met de meeste vettige en compromisloze bluesrock die enkel zijn gelijke vond in de eerste platen van The White Stripes. Het is met dit soort blues dat The Black Keys nu terug het mooie weer maken, niet meer zo venijnig en vettig als toen, wel meer relaxed en groovy. Geen eigen werk deze keer, The Black Keys graven in delta-blues originals van John Lee Hooker, RL Burnside en hun all time favorite Junior Kimbrough, die ze ook al prezen met het geweldige ‘Chulahoma’ uit 2006.
John Lee Hooker’s “Crawling King Snake” mag dan al ettelijke keren gecoverd zijn, de Black Keys versie mag er toch maar best wezen met dat heerlijke slide gitaartje die doorheen de song rolt. Een ander prijsbeest is “Going Down South” (van RL Burnside) die bediend wordt van dat hoge soulstemmetje die The Black Keys zich na al die jaren hebben toegeëigend. “Come On And Go With Me” van Junior Kimbrough is ook zo’n soulvolle laidback-blues waarbij wij ons maar al te graag laten doorzakken, whiskeytje binnen bereik.
Niet zelden doen The Black Keys ons denken aan The North Mississippi Allstars, ook al toegewijde bluesadepten uit de entourage van RL Burnside die de blues van een frisse wind voorzien.

Voor Carney en Auerbach, die zich hier trouwens ook laten begeleiden door een stel rasmuzikanten die de stiel rechtstreeks hebben geleerd bij RL Burnside en Junior Kimbrough, is ‘Delta Kream’ maar een corona-tussendoortje. Het heeft hen echter meer dan goed gedaan om even opzij te stappen van hun mega-groep allures, want ze hebben in tijden zo fris en puur niet meer geklonken.
Laat ons hopen dat ze die herwonnen fleur en energie kunnen overzetten op het nieuwe werk dat er nog zit aan te komen.  

Monster Magnet

A Better Dystopia

Geschreven door

Doorgaans halen wij onze neus op voor weer eens een coverplaat van een band die zijn helden wil eren. Meestal betreft het dan in het beste geval deugdelijke versies van een resem songs waarop wij niet echt zitten te wachten, omdat veel van die songs al zo goed als platgecovered zijn en uiteindelijk de originele versies toch nooit overtroffen worden.
Maar wat Monster Magnet hier doet kan ons wel bekoren, omdat Dave Wyndorf met zijn bende hulde brengt aan een handvol halfvergeten wilde psych- en garagerockbands uit een ver verleden.  
De Hawkwind klassieker “Born To Go” komt hier meteen de toon zetten, een song die Monster Magnet op het lijf geschreven is, want daarop is immers hun ganse sound gebaseerd. Zonder Hawkwind was Monster Magnet immers nooit uit de bloemkolen ontsproten.
Hawkwind en The Pretty Things (“Death”) zijn zowat de meest bekende bands die hier bejubeld worden. Verder heeft Wyndorf gekozen voor obscure covers van bands die in hun tijd onder de radar gebleven zijn, maar die stuk voor stuk een stel vergeten pareltjes hebben voortgebracht. Seventies bands als Poobah, Dust, Pentagram, Josefus, Jerusalem en Morgen worden hier met branie van onder het stof gehaald, en het blijkt alleen maar een schande dat ze daar de ganse tijd hebben liggen wegteren. Vandaar een dikke pluim voor Wyndorf om de ongekuiste wilde psych-rock van die bands terug onder de levenden te brengen. Monster Magnet doet dat dan nog eens met de furie van hun beste jaren, ze lijken hier de tijd van hun leven te hebben.
Met de primitieve fuzz en garagerock van Fuzztones en Scientists weten ze ook wel raad, ze brengen “Epitapth For A Head” en “Solid Gold Hell” met evenveel vunzigheid en punk-attitude als de garagerockers van weleer. Ook de proto punk van “It’s Trash” (Cavemen) gulpt hier op zijn vuilst uit de rioolbuizen. De enige hedendaagse band die een beurt krijgt is Table Scraps, hun “Motorcycle” is een regelrechte punkrocker die stijf staat van de adrenaline.

Met ‘A Better Dystopia’ graaft Monster Magnet op plaatsen die gedurende jaren onberoerd zijn gebleven, maar waar kolkende rock’n’roll blijkt te bruisen. Dit is wat wij noemen een geslaagde coverplaat. Maak er uw werk van om al deze bands te gaan uitspitten, het zal u niet beklagen.

Darqo

Tannhauser Gate EP

Geschreven door

Vorig jaar zou Darqo op Alcatraz spelen, maar dat feestje ging niet door. Ook studio-opnames met de hele band konden niet georganiseerd worden. Van de lockdown maakte de band dan maar gebruik voor een experimentje: het begon met een fragmentje dat van het ene naar het andere bandlid werd gemaild, telkens met een toevoeging. Omdat niet elk bandlid een eigen studio heeft, moest er al eens geïmproviseerd worden. De drums werden samples en de bas werd een Moog bass synth plugin. Ook aan de gitaren is niets klassiek.
Het resultaat is “The Hauer Principle”, een bezwerende, dreamy, broeierige en heel mysterieuze track die op een bepaalde manier toch aansluit op het eerdere werk van de band, met veel minder sludge. Ze volgen dan wel een ander recept en koken met andere ingrediënten, maar je herkent in de doomy ambient nog de schaduw van hun ‘Nights In The Scullery’. Soms gaat het een beetje in de richting van Amenra en andere bands van die church.
Als extraatje is er de Creeptown Mix van “Nemo’s War”, de track die Darqo vorig jaar leverde voor ‘Polderrrifs Volume 1’, het verzamelalbum van hun label. Ook deze remix is dreamy, mysterieus en bezwerend.

https://darqo.bandcamp.com/album/tannhauser-gate

Nicolas Rombouts & Matt Watts

Muted Songs For Piano

Geschreven door

De in Brussel vertoevende Amerikaan Matt Watts is een meester in het bespelen van emoties, soms met een beetje bombast zoals op zijn vorige album ‘Queens’, soms heel intiem en klein zoals op het somber ‘How Different It Was When You Were There’.
Op een avond in november van vorig jaar sprak Watts met bassist/producer Nicolas Rombouts (Dez Mona, Guido Belcanto, …) af in diens opnamestudio Studio Caporal, aan het Antwerpse Centraal station. Het was een week na de zelfmoord van hun gemeenschappelijke vriend, de kunstenaar Loloman (Ward Zwart) en midden in de nasleep van een gefaald huwelijk. Getekend door pijn, verslaving en depressie besloten ze samen een opnamesessie te doen. Dergelijke initiatieven zijn doorgaans of subliem of enkel goed om stof te laten vergaren in een kluis. Denk bv. aan Neil Young’s in een roes opgenomen ‘Hitchhiker’ waarvan een aantal songs ‘gered’ werden door ze opnieuw op te nemen voor latere albums. Bij Watts en Rombouts slaat de slinger door naar de andere kant, naar het sublieme.
‘In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister’ om eens iets anders te gebruiken dan ‘less is more’. Die avond beperkte het duo zich tot een gedempte piano, een contrabas en het typerende fluisterende zingen van Watts, die het hier voor één keer zonder zijn gitaar doet. Tegen de volgende dag was hun nieuwe album klaar. Zeven songs in één ruk opgenomen en zo moet je het album ook beluisteren.
‘Muted Songs For Piano’ is eerder een trip dan een album, een soundtrack die nachtelijke demonen oproept, ermee worstelt en hen pas helemaal aan het einde met een vrolijke riedel wegstuurt, als de nacht opnieuw plaats maakt voor het ochtendgloren.
Individuele songs bespreken heeft weinig zin, maar denk als referentie aan het donkerste uit het oeuvre van Leonard Cohen op een muzikaal bedje van Boshaard, dan wel SJ Hoffman & Clairval.

Alice Cooper

Detroit Stories

Geschreven door

Voor de release werd alom aangekondigd dat Alice Cooper met zijn nieuwe plaat zou teruggrijpen naar de rauwe beginperiode, naar de wilde jaren waarin zijn band samen met The Stooges en MC5 de straten van hun hometown Detroit onveilig maakten met wilde, onstuimige en ranzige rockmuziek die hard en luid door de motor-city knalde. Klinkt veelbelovend, toch even checken of daar iets van in huis is gekomen.
Alice Cooper neemt helaas een serieuze valse start wanneer hij zich vergrijpt aan de VU klassieker “Rock’n’Roll”. Een erbarmelijke en banale cover, niet bepaald een respectvolle hommage aan de legendarische Velvets. Leefde onze favoriete brompot Lou Reed nog, hij had gegarandeerd Alice Cooper voor de rechter gesleept. Het is ons trouwens een raadsel wat The Velvet Underground, dé New York band bij uitstek, komt doen op een plaat die zich presenteert als een ode aan Detroit.
Over de behandeling die “Sister Anne” van de geweldige MC5 meekrijgt zijn we dan wel weer iets enthousiaster. Alice Cooper komt hier een stuk vinniger uit de hoek, hoewel deze versie niets toevoegt aan het reeds fantastische origineel maar wel fel genoeg klinkt om ons de rebelse rock van MC5 terug voor de geest te halen.
Verder krijgen we een wisselvallige vintage Alice Cooper plaat waar banale meezingers (“Our Love Will Change The World”, “Wonderful World”) afsteken tegenover een stel aardige en potige rockers (“Go Man Go”, “Independence Dave”), waar een poging tot een stomende soulsong op een sisser uitloopt (“$1000 High Heel Shoes”) maar de blues een betere beurt krijgt (“Drunk and In Love”), waar Dictators achtige punk-hardrock knap geëerd wordt (“I Hate You”) terwijl een potsierlijke en waarschijnlijk onbedoelde Weezer persiflage (“Hanging On By A Thread”) dan weer totaal de mist ingaat.
Haal er zelf uw voordeel uit, maar wij grijpen toch liefst terug naar platen als ‘Killer’, ‘School’s Out’ of ‘Billion Dollar Babies’ waar Alice Cooper echt op scherp stond. En stijf van de drugs, dat ook.

Pagina 74 van 394