logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Suede 12-03-26
CD Reviews

Tusmørke

Leker For Barn, Ritualer For Voksne

Geschreven door

Een kinderplaat met progressieve invloeden? Dat krijgen we niet elke dag voorgeschoteld. ‘Leker Bor Barn, Ritualer For Voksne’ is vertaald ‘Spellen voor kinderen, rituelen voor volwassenen’. De inspiratie voor deze plaat vond de Noorse band Tusmorke dan ook in kinderliedjes. Dat laatste komt zeker naar boven bij elke song hierop. Waarom het album naar voren wordt geschoven als een progressieve folk schijf, is ons echter een raadsel. De band is echter niet aan zijn proefstuk toe, en gebruikte deze gedoodverfde formule ook in het verleden en kwam daar steeds mee weg.

Vanaf het springerige “Bro Bro Brille” voelen we ons terug een jonge snaak die de sprookjes van Grimm en dergelijke verslond. Tusmorke doet op een folkloristische wijze zeker een sprookjeswereld opengaan, waar het er niet altijd even gezellig aan toegaat. Niet dat we dit uit de teksten kunnen opmaken, daarvoor reikt ons Noors niet ver genoeg. Het is vooral een lichtjes grimmige sfeer, die je dus ook terugvindt bij sprookjes van Grimm die terugkeert bij songs als “Kjerringa Med Staven”, “Pa Tornersoses Slott” en ander “Den Tolvte Baal”.
De zeer catchy aankleding van de songs prikkelt de fantasie van het kind in ons, de folkse sfeer voert je weg naar die oorden waar je als kind vertoefde en waarvan je naderhand soms wel eens een nachtmerrie kreeg. In diezelfde lijn blijft Tusmorke verder de sprookjeswereld uit uw jeugd bewandelen of toch deze van de Noorse. 
Als volwassenen echter ontgaat ons de bedoeling van zulke platen een beetje. De Noorse taal is ons ook vreemd, waardoor we de teksten niet goed begrijpen.
Het lijkt dus eerder een schijf die puur voor kinderen is gemaakt, aan de biografie te lezen is dat echter niet het geval. Vooral zij die houden van springerige folkplaten, met een progressieve tongval en het bij voorkeur dus niet te ver gaan zoeken, zullen zeker hun gading hierin vinden. Wijzelf vonden het vooral leuk dat het kind in ons even terug werd aangesproken, en wilden ons verdiepen in de Noorse sprookjeswereld. Als we daar eens wat meer tijd voor hebben , zullen we dat zeker eens doen.
Tusmorke brengt dus een plaat uit die lekker aanstekelijk op de zenuwen werkt. En daardoor komen ze met dat kinderachtige binnen de folk zonder problemen weg. Laat dus dat kind in je gewoon los als je deze fantasie-prikkelende schijf beluistert.

Stereoseat

Heavenly Creatures

Geschreven door

Stereoseat werd in 2013 opgericht als een studioproject door songwriter Tom van Dorp, die bekend werd met de band Chrome Yellow, en geluidstechnicus Sergej ‘soundwizard’ van Bouwel (Absynthe Mind). Aanvankelijk vulden gitarist David van Glabeke (Kenji Minogue) en drummer David van Belleghem (Delavega) de bezetting aan. Zij zijn ook te horen op het debuut ‘Safety Car Crash’ uit 2015. In 2018 maakten zij plaats voor toetsenist Maarten de Meyer (Vive La Fête) en drummer Jelle Lefebvre (Pink Room, Celestial Wolves). Met 'Heavenly Creatures' slaat Stereoseat vooral een nieuwe bladzijde om in zijn carrière, is onze eerste vaststelling.
'Nine Inch Nails meets Queens of the Stone Age en Tool' is de eerste gedachte die door ons hoofd schiet bij songs als “Arcade”, “Coda” en “Landskin”. Bij “November” neigt het zelfs eerder naar die eerste. Meer nog, deze songs zouden gewoon door bovengenoemde bands kunnen geschreven zijn, maar dit is een project rond jongens uit Gent. Het extra interessante is de gevarieerde aanpak. Vaak binnen een eerder intieme maar daarom niet minder dreigende start, wordt telkens verschroeiend rauw en hard uitgehaald waardoor het aanvoelt als een mokerslag die in je gezicht terecht komt , is iets wat als een rode lijn door de plaat loopt. Luister maar naar het gestroomlijnd startende “Out Of Tune” of “Retard” dat telkens begint met een verdovende intro. Waarna alle registers worden open gegooid en de aanhoorder tegen de geluidsmuur wordt verpletterd. Klasse! Ondanks het feit dat die vergelijking er zeker is, weigeren we categoriek de band met eender welke band te vergelijken. Net omdat Stereoseat over een eigen smoel beschikt en niet moet onderdoen voor die voorbeelden die zijn aangehaald. Luister maar naar het perfect in elkaar geknutselde “Secret Hell” en “Shiver”. En voel die rillingen over je rug lopen, van angst of innerlijk genot laten we in het midden. In elk geval doet deze band op een uiteenlopende wijze een huivering ontstaan die door heel ons lijf loopt. Een chaotische brij die je tot waanzin drijft, dat schotelt Stereoseat je verder voor bij songs als “Sluthead”, “Waltz” tot het al even kokende hete “Whigs”. Het zijn allemaal songs die zorgen voor een aardverschuiving in ons hoofd, die ons hart doormidden doet scheuren. Een aanpak waardoor we niet zomaar over de streep worden getrokken. Hier wordt geschiedenis geschreven, wat ons betreft.
Vergeet Tool, NiN of Queens Of The Stone Age. Allemaal bands waar ik enorme fan van ben, laat dit duidelijk zijn. We stellen u voor Stereoseat, een band die deze bands zelfs lichtjes doet verbleken door een duivels verschroeiende, grensverleggende aanpak, die diep door je lijf snijdt tot er geen spaander geheel blijft. Dit allemaal binnen een bijzonder gevarieerde omkadering, die telkens tot een kookpunt stijgt, waaruit je niet meer kunt en wil ontsnappen. En vooral dit is potverdorie puur Belgisch!

Stef Bos

TIJD om te gaan leven

Geschreven door

 

Dat Stef Bos een poëet is, een klasseverteller die op zijn gezapig en meesterlijke wijze de snaar raakt van zijn aanhoorder op een bijzondere wijze, bleek toen we de man vorig jaar zagen aantreden in OLV Hemelvaartkerk in Eksaarde (Lokeren).

Het verslag kunt u hier nog eens nalezen: http://www.musiczine.net/nl/concertreviews/item/75911-stef-bos-als-je-ruimte-zoekt-zoek-ze-dan-van-binnen-uit.html  .
Met 'TIJD om te gaan leven' slaat Stef Bos een andere bladzijde om en komt die verteller in zichzelf voortdurend bovendrijven, in een zeer positieve omkadering. De songs stralen meer dan ooit hoop uit. Hoop op betere tijden. Tijd is uiteraard de rode draad op deze plaat. Alle aspecten daarvan worden uitvoerig uit de doeken gedaan.
Na het instrumentaal “Voor De Tijd” laat Stef Bos al een tipje van de sluier horen en zien bij “Ruimte”. Hierbij geeft hij al een duidelijke boodschap mee die als volgende klinkt: '' Hoe kleiner je bent, Hoe groter de ruimte Hoe verder je gaat, Hoe dichter je komt Hoe meer dat je verzwijgt, Hoe sterker de woorden Hoe meer dat je loslaat, Hoe lichter je wordt". Een levensles die kan tellen en zoveel waarheid bevat. Of toch een soort 'waarheid' waar ik me goed kan in vinden. En we zijn er zeker van dat velen het met ons eens zullen zijn.
Stef Bos doet niet aan intensief hartenbreken, maar wel op een bijzonder ingetogen wijze snaren raken. Luister maar naar “Ons Hoofd Is Een Huis”, een duet met Diggydex, waarbij Stef verder jou, mijn en zijn verhaal vertelt op zodanige wijze dat je voortdurend zit mee te knikken, met een traan in je ogen. Het is vooral die bijzonder intieme en ingetogen wijze waarop hij het doet dat ons daarbij het meest over de streep trekt. Song na song vertelt hij een ander verhaal, zonder hoge woorden door de strot te rammen, maar wel vaak een boodschap mee te geven die je diep raakt. ''Reisde verder en verder. Volgde alleen nog een droom. Lag onder een hemel vol sterren. Maar leefde teveel in mijn hoofd. Je bent nergens geweest. Als je niemand hebt gemist". Het gaat over hoe we worden ingehaald door de tijd, door voorbij te gaan aan wat echt telt. Vaak onbewust en soms als het te laat is. Ook daar zal wellicht iemand die naar de teksten luistert zichzelf herkennen.
We kunnen nog zoveel voorbeelden geven. Het is iets wat bij elke song terugkeert. Van “Lorrlei” over 'alles wat onhaalbaar lijkt' tot “Tijd Om Te Gaan Leven”. " Op een dag dan ben je grijs En je wordt wat je verzwijgt Ik heb lang genoeg gewacht Was verdwaald in dat wat was Tijd om te gaan leven" … is niet alleen de tekst van “Tijd Om Te Gaan Leven” maar de ultieme rode draad op een plaat die ondanks alles zeer veel positiviteit uitstraalt.
'Tijd om te gaan leven' is een plaat geschreven voor iedereen die ingehaald wordt door diezelfde tijd. Elke dag opnieuw. Stef Bos verkondigt zijn boodschap zodanig ingetogen en zachtmoedig, dat je er gewoon stil van wordt in je hart en hopelijk de tijd vindt om echt te gaan leven. Want dan pas heeft de boodschap echt zin, als je hieruit lessen trekt. Want na elk einde is er altijd een nieuw begin. Elke dag opnieuw en opnieuw. Stef Bos veroordeelt trouwens ook niets of niemand. Hij houdt je enkel een spiegel voor en wil er alleen voor zorgen dat je als mens even nadenkt en tijd maakt om terug te gaan leven, maar echt leven. Een boodschap die hij dus schrijft voor zichzelf, maar dus ook voor jou en mij.

SJ Hoffman

Alright -single-

Geschreven door

Steven Borgerhoff debuteerde begin 2019 met het album ‘The Long Now’ dat op heel wat bijval van de pers en muziekliefhebbers kon rekenen. Ook op deze site overigens. Binnen enkele maanden verschijnt zijn tweede album ‘Waves Holding Time’. Als aperitiefje is er nu al de uiterst sfeervolle single “Alright”. De bijna Lou Reed-achtige stem van SJ Hoffman herken je meteen. De sound voorbij de intro is nieuw. Die komt deze keer van Pieter Van Dessel van Marble Sounds. Denk dan eerder aan “The Time To Sleep” dan aan het bekendere “Leave A Light On”. De match tussen Hoffman en Van Dessel werkt hier wonderwel. Daar willen we meer van horen.

https://www.youtube.com/watch?v=Z4y0snRNFXg

Partisan

Savage Peace

Geschreven door

Ik leerde Partisan kennen toen ze in het voorprogramma van Maudlin speelden in De Grote Post in Oostende. Ze hadden toen een EP uit ‘We Have Been So Terrible Betrayed’. Daar was ik onder de indruk van het openingsnummer “No Last Surrender”. Een catchy en gedreven nummertje. Nu is er hun eerste full album dat uitgebracht wordt door het Berlijnse label Isolation Records en de promo komt in de handen van Consouling Agency. Het betekent dat ze het iets ernstiger willen aanpakken met dit album. Niet dat ze het daarvoor niet deden, maar het is een kwestie van de juiste kanalen te vinden.
Bon, muzikaal dan… We krijgen acht tracks op ‘Savage Peace’. Allen in de stijl die we kennen van op hun vorige release: uitwaaierend gitaarwerk, heel degelijk bas- (Thijs Goethals) en drumwerk ( Ivo Debrabandere) dat de gitaar en zang ondersteunt en voortstuwt.
We kunnen na enkele beluisteringen al stellen dat alles op dit album beter uit de verf komt en consistenter klinkt. Welke tracks springen eruit? Eerst en vooral “Patience” omdat de zang van Cédric Goetgebuer hier iets anders klinkt dan we gewoon zijn van hem. Het past goed bij de song en de sfeer. De opbouw van de song zit knap in elkaar. De gitaarvervorming is hier iets minder aanwezig waardoor de song mooi kan groeien. Very nice. Ook “Heaven” drijft op een knappe ritmesectie. De zang en de gitaar heeft de handen vrij om er een galmtapijtje over heen te strooien. Ook “Without A Word” rockt op deze wijze met een nadrukkelijk aanwezige bas en drum waarover de rest dan gestrooid wordt. “Shame” is een volgend hoofdpuntje: alle Partisan-elementen komen hier goed uit de verf. Ook het gitaarwerk is hier goed gelukt. Het titelnummer sluit het album af. We krijgen hier een mooi uitgesponnen intro die de song traag op gang trekt. Opener “I Believe In You” is, net als “Fear”, een nummer dat wat tussen postpunk en shoegaze in zweeft en zo op hun vorige EP had kunnen staan. Heel degelijke nummers maar voor mij zijn al de nummers die erna komen iets sterker qua sound en mix. Maar da’s persoonlijk natuurlijk.
Partisan is met dit album ongetwijfeld gegroeid ten opzichte van hun vroeger werk. Het klinkt beter en de nummers zijn iets sterker dan op ‘We Have Been…’ uit 2017. Vooral “Patience”, “Shame” en “Heaven” zijn prijsbeestjes. Ik ben heel benieuwd om hen met dit werk live aan het werk te zien.

Noseholes

Ant And End

Geschreven door

Je kan wel stellen na het horen van hun nieuwste release dat het Hamburgse Noseholes een band is in ontwikkeling. De vorige, ‘Danger Dance’ uit 2017, klonk al coherenter en gestroomlijnder dan hun debuutEP. De gekte was gelukkig gebleven. Op ‘Ant And End’ gaan ze verder in die richting. Ze laten ditmaal negen songs op ons los. Je vindt er elementen uit de wave terug waarbij ik denk aan B52’s, The Selecter of The Go Go’s. Maar ook gelijkenissen met The Rapture of The Ting Tings. Daarmee maken ze songs die bondig, fris en puntig zijn. De opener “Snowsuit Ranger” is een uptempo nummer dat je wel tot dansen moet aanzetten. De muziek illustreert bij momenten mooi de lyrics. Op “IQ Model” weten ze een space-sfeertje neer te zetten.
Het titelnummer “Ant And End” vertoont wat gelijkenissen met het openingsnummer: het off beat-gitaartje, de wat absurd klinkende tekst… Het is eveneens ook vrij catchy. “Vacuüm Flies” is een traag nummer met een sax die een vlieg imiteert. Een goede variatie op een bestaand thema in de muziek. Denk even aan The Cramps met “The Human Fly” of “I’m Nature’s Mosquito” van Jonathan Richman and the Modern Lovers. Het is meteen, met zijn vijf minuten, het langste nummer.
De meeste songs draaien immers rond de twee minuten. De uptempo tracks zijn catchy en liggen meestal makkelijk in het gehoor. De iets tragere nummers zijn meestal iets ingenieuzer van makelij en hebben wat meer tijd nodig. Ik hoor veel fijn baswerk passeren (zoals op “Casino E Vino” of “Jackson 4”). Nu en dan hoor je waar ze hun inspiratie gehaald hebben, maar ze weten er hun eigen draai aan te geven.
Op ‘Danger Dance’ vond ik ze al amusant en gegroeid, maar met ‘Ant And End’ zijn ze volwassen geworden. En dat doet niets af van hun gekte en puntigheid. Integendeel, nu dat is gegoten in sterke en goed uitgewerkte songs komt alles nog sterker over. Heel sterke postpunkrelease!

Mind The Mill

September Flower

Geschreven door

Jerney en Pieter Molenaar vormen samen het duo Mind The Mill.

De band ontsnapte niet aan onze aandacht en kreeg van onze Waalse collega al een mooie recensie die u hier eens kunt nalezen : http://www.musiczine.net/fr/chroniques/item/77106-september-flower.html  Terugkeren in de tijd doen we zelden, maar voor dit bijzondere project maken we graag een uitzondering. 'September Flower' verscheen namelijk reeds eind vorig jaar, 2019, maar is een tijdloos pareltje.
In een mail die we te lezen krijgen, gaf Pieter aan het leuk te vinden dat er een Franstalige recensie verschijnt wegens zijn liefde voor Franse chanson en o.a. Serge Gainsbourg . Wat blijkt? Je hoort inderdaad wel een streepje Franse chanson weekeren in de kristalheldere en warme stem van Jerney, toegedekt met een warm deken van gitaarklanken die harten sneller doen slaan en zielen verwarmen. Daardoor is deze 'September Flower' een bijzonder zachtmoedige schijf geworden, die je echter niet in slaap wiegt. Integendeel zelfs. Vanaf opener “Comfort Zone” zijn we vertrokken voor een trip waar sprankelende klanken en verdovende vocalen elkaar perfect aanvullen. Een rode draad dat ook terugkeert bij songs als “Summer Is Over”, “Broke My Promise” en andere parels als “North”, “Parallel” tot afsluiter “One More Kiss”. Weemoedige songs gedrenkt in vele badjes melancholie, die echter zoveel schoonheid uitstralen waardoor je niet in een tranendal terechtkomt, maar eerder met een glimlach op de lippen ontwaakt.
Zelf omschrijven zij hun werk als filmische songs die trip-hop combineren met de sound van de sixties. Dit duo brengt echter zoveel muziekstijlen samen waardoor het onmogelijk is een label te kleven op de muziek die ze brengen. Weer een extra pluim op de hoed. Die filmische omkadering komt echter wel bovendrijven op deze plaat, song na song worden zoals we reeds aangaven, meerdere gevoelige snaren geraakt waardoor je zicht prompt beelden voor de ogen haalt. Mooie beelden trouwens, geen stormtroepen die heilige huisjes omverstampen. Maar een zonneschijn op een zondagochtend die je slaapkamer binnenwaait, na een lange werkweek en je gezicht streelt. Dat gevoel van welbehagen dat je dan overvalt, overviel ons ook bij een eerste tot meerdere luisterbeurten van deze plaat. 'September Flower' heeft daardoor een meditatieve inwerking op je gemoed, je komt tot een soort rust waaruit je niet meer wil en vooral kunt ontsnappen.

 

Michelle David

The Gospel Sessions Volume 4

Geschreven door

De New Yorkse, in Amsterdam wonende zangeres Michelle David bracht zopas ‘The Gospel Sessions Volume 4’ uit met gospel, soul en blues. Michelle David volgde les aan de befaamde Fame School (die van de films en tv-serie), maakte deel uit van verschillende Broadway-producties en verzorgde de backing vocals bij o.m. Diana Ross. Samen met Onno Smit en Paul Willemsen maakt ze vanuit Nederland een reeks albums onder de noemer The Gospel Sessions.
In dat rijtje hoort ook ‘Volume 4’ thuis, met behalve uiteraard gospel nog hoofdrollen voor soul, blues en funk. Soms een beetje retro, soms net heel modern. Mij doet dit album - op de gospel na dan - hard denken aan Sound & Color, het tweede, nogal experimentele album van Alabama Shakes. Dat had ook een krachtige, heldere stem als vertrekpunt en een uitstekende band die heel nederig alle lege vlakken daarrond inkleurt. Van dat gospel-aspect moet je overigens niet te veel schrik hebben: de typische massakoren die wij ons daar bij voorstellen, vind je hier niet. Wel zit de gospel in de typische melodielijnen en soms in de lyrics. De Heer wordt al eens rechtstreeks of onrechtstreeks vermeld en een centrale zin als ‘Am I my brother’s keeper’ kan je moeilijk anders interpreteren dan in een religieuze context. Toch is het niet zo dat je op dit album elke vijf seconden struikelt over een geloofsbelijdenis. De lyrics zijn net zo gevarieerd als het rijke buffet aan genres van waaruit Michelle de mooiste stukken op haar bord schept.
Voor fans van Aretha Franklin, Sharon Jones, Charles Bradley en het tweede album van Alabama Shakes.

John Blek

The Embers

Geschreven door

John Blek is een Ierse folkartiest en singer-songwriter die al menig jaren zijn sporen heeft verdiend binnen deze muziekstijl. In 2018 werd hij zelfs genomineerd voor de beste song op de Internationale Folk Music Awards voor “Salt In The Water”. Het betekende zijn doorbraak in 2019. Dit dankzij het album 'Thistle & Thorn'. Met 'The Embers' brengt John Blek zijn ondertussen vijfde plaat uit. Boeiende songs, waar de man zich profileert als een troubadour en klasseverteller.
Breekbare songs verpakt in een sound die je naar adem doet happen, worden door die bijzonder warme stem van John toegedekt met een deken tegen koude nachten. Dat is de rode draad op deze gezapige plaat, die eigenlijk wat diezelfde lijn uitgaat maar geen seconde verveelt doordat John Blek je hart vanaf de eerste tot de laatste noot letterlijk omarmt. Vanaf “Empty Pockets” voel je dan ook een intense gloed over jou neerdalen. Met de ogen gesloten wanen we ons in een toestand van complete 'zen' even weg van de harde realiteit rondom ons. Nee, de man doet niet aan scherp uithalen of geluidsmuren omver werpen., noch meningen door de strot rammen of heilige huisjes omver stampen.  Maar op een eenvoudige en sobere wijze die gevoelige snaar raken. Telkens opnieuw en opnieuw. Dat doet John Blek wel keer op keer. In die lijn gaat het dus ook uit bij “Death & His Daughter”, “Ciara Waiting” en andere “Old Hand”. Elke song opnieuw doet hij je naar adem happen, waardoor de pijn in je hart verzacht. Een opvallend mooi moment krijgen we bij “Revived”. De Ierse singer-songwriter Mick Flannery zingt met Blek een mooi duet. Flannery zijn diepe stem past perfect bij de zachte stem van John. Het zorgt voor nog een magie die de haren op je armen doet rechtkomen. Die bedwelmende sfeer keert terug tot het einde met een kers op de taart in de vorm van “Walls”.
John Blek doet je op deze 'The Embers' voortdurend naar adem happen met zijn toch wel zeer bijzondere warme stem. De dromerige en bedwelmend mooie songs op deze plaat zijn één voor één verslavend. Eens onder hypnose gebracht, pink je een traan weg door de emotionele impact van dat wondermooie en het zeer unieke stembereik dat John Blek tentoon spreidt. Het mooiste echter is dat de klasseverteller in alle eenvoud je hart doet bloeden, zonder je pijn te doen. Eerder doet hij een warme gloed over jou neerdalen, waaruit ontsnappen onmogelijk blijkt.

Gauss

Heartbeat

Geschreven door

De ‘moeilijke tweede plaat’ wordt weleens beweerd maar dat lijkt niet op te gaan voor Gauss. Het helpt misschien wel als je weet wat je wil en je je daar door niets rondom je heen laat vanaf brengen. Het feit dat bands dezer dagen veel meer in eigen handen hebben in vergelijking met vroeger waar de grote platenlabels beslisten welke producer en songs er moesten komen op je album zal er ook wel voor iets tussen zitten.
In elk geval gaat het duo van Gauss gewoon verder van waar ze stopten met hun eerste album: het maken van elektronisch sfeervolle maar alternatieve muziek. Muziek met meerdere lagen en met een heel eigen smoel. Getuige van de eenheidsworst die radiostations dezer dagen uitzenden , zijn we dan ook blij met een streepje originele muziek. En dat is bij Gauss wel het geval. De stem van Mati Le Dee is begeesterend en feeëriek.
Het doet mij soms een beetje aan SX denken. De synths van Emile Sertyn zijn groots, tegendraads, sfeerrijk… Je hoort heel veel variatie en toch vormt het geheel een mooie homogene sound. Opener “Dance” trapt Portishead-gewijs af (vooral inzake ritmiek) en is vrij introvert. De vervormde mannenstem past heel goed tussen dit grootstad geluid. “Heartbeat” drijft op een sound dat aan een hartslag/monitor refereert. Een song als “A Walk” klinkt de eerste maal wat gek en moeilijk maar zit heel clever in elkaar. De bas, de percussie en de eigenzinnige zang (Björk?!) geven een vreemde sfeer aan de song. Maar wel een topnummertje.
Tien van deze eigengereide nummers staan er op “Heartbeat”. Heerlijke songs die de middelmaat met gemak overstijgen. Ik was al mee met hun debuut en met deze tweede lijken ze nog beter geworden te zijn. In plaats van Hooverphonic naar Eurosong te sturen met een vrij onopvallend liedje hadden ze beter Gauss gestuurd. Ze zouden zeker opvallen en een resem verschillende meningen oproepen. In elk geval klinkt alles goed en zal je met elke beluistering nog nieuwe dingen ontdekken. Super plaatje!

Pagina 109 van 394