logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_07
Epica - 18/01/2...
CD Reviews

Chalice

Ashes Of Hope

Geschreven door

‘I refuse to give up’ is één van de eerste zinnen op ‘Ashes Of Hope’, het nieuwe album van de Vlaamse death/thrashband Chalice. Het is misschien ook één van de sleutelbegrippen van het album, want opgeven staat niet in het woordenboek van bassist Chris, na 20 jaar het enige overgebleven originele bandlid van de band. Opgeven is overigens niet aan de orde. Afgaand op ‘Ashes Of Hope’ gaat het uitstekend met Chalice.

‘Ashes Of Hope’ is nog maar het vierde album van deze band. Ze kiezen eerder voor kwaliteit dan voor kwantiteit en als band zetten ze hier collectief een stap vooruit. Voor de liefhebbers van death en thrash is dit dan ook een album om duimen en vingers bij af te likken. Een bijzondere heldere geluidsmix, gerijpte en mooi dooraderde composities, vonkende gitaren, strak en gevarieerd drumwerk, veel variatie in het stemgebruik van de zanger, … alles zit goed. Ook inhoudelijk klopt het verhaaltje bij de muziek. Rauwe emotie en maatschappijkritiek wisselen elkaar mooi af op een bedje van agressie en melodie.

De beste songs zijn “Amongst The Damned”, “Cult Of Serpents” en “For You”, maar het knapste werkstuk van het album is zonder meer het afsluitende “A Death Without Warning”. Een bijzonder nummer over hoe zelfmoord gewoon logisch is voor de betrokkene, terwijl de omgeving soms niets doorheeft. Deze track heeft zowel muzikaal als inhoudelijk een louterende en zinderende intensiteit die je kan vergelijken met het beste van Amenra (inhoudelijk) of Wiegedood (muzikaal). In de liveset van Chalice is dit al langer het sluitstuk en elke keer moet het publiek even bekomen van deze stomp in de maag.

Met ‘Ashes Of Hope’ zet Chalice zich na 20 nog maar eens op de kaart. Hopelijk weigeren ze nog lang om op te geven en kunnen we binnen vijf jaar een volgend en opnieuw bijzonder sterk album beluisteren. Voor zoiets willen we wel even geduld hebben.

 

The Kut

Valley Of Thorns

Geschreven door

Even dacht ik met een tributeband van Hole te maken te hebben, maar The Kut heeft toch wel een eigen gezicht. Princess Maha, de enige constante in de band, heeft een stem die hard lijkt op die van Courtney Love en ze zingt ook nog eens net zo verveeld-boos als de weduwe van Kurt Cobain op het eerste volledige album ‘Valley Of Thorns’ van dit meidentrio.
Maar tekstueel en muzikaal zijn er wel verschillen. Princess Maha is zeker geen doetje, maar ze gebruikt toch minder beledigingen en schuttingtaal als Love. Het groepsgeluid van The Kut zit dichter bij de grunge van L7, Alice In Chains en Screaming Trees, terwijl Hole misschien eerder richting The Melvins en Nirvana zat. Net zo goed zit er wat hardrock en soms wat van de Runaways in deze ‘Valley Of Thorns’.
Er zijn wel meer bands die vandaag teruggrijpen naar de luide gitaarmuziek van de jaren ’90 en The Kut doet dat hier met een raak neergezette sound en brengt alles met veel overtuiging en vertrouwen. Dat mag ook als je in eigen land op de grotere festivals speelt en volop awards en (terecht) lof krijgt.
Maar de tijdsgeest leert ons dat het Belgische publiek op dit moment meer openstaat voor breekbare muziek met veel emotie. Vandaar dat deze Britse band in ons land nog niet verder geraakt is dan de Kinky Star in Gent. Er zijn slechtere plaatsen als startpunt om ons landje te veroveren, maar het zet je als band wel mooi met beide voeten op de grond. Om met deze grunge een Vlaams/Belgisch publiek voor je te winnen, wordt een werk van lange adem.

Reef

Revelation

Geschreven door

De Britse band Reef verschijnt terug op het toneel. Wie de jaren ’90 meemaakte, kent misschien nog hun radiohit “Place Your Hands”. Reef zat ergens tussen de grunge en de Britpop in en moest het vooral hebben van het charisma van zanger en songschrijver Gary Stringer.
Na ‘Glow’, het album van “Place Your Hands”, deemsterde de band weg. Het nieuwe materiaal sloeg niet aan, de band sloeg nieuwe paden in die hen nog minder publiek opleverden, er kwamen een hele reeks zijprojecten, … Maar nu is er ‘Revelation’, het eerste album sinds ‘Getaway’ uit 2000. Sheryl Crow, een andere ietwat weggedeemsterde ster uit de 90’s, zingt mee op de niet onaardige single “My Sweet Love”. Voor “How I Got Over” en nog een paar andere nummers werd een gospelkoor ingehuurd. Bovendien werd de oorspronkelijke gitarist Kenwyn House ingeruild voor Jesse Wood, zoon van ex-Rolling Stone Ron Wood, wat de band toch wat extra aandacht oplevert.
Is ‘Revelation’ daarom meteen een goed album? Het heeft zeker een aantal verdiensten. Openingsnummer “Revelation” is een vintage Reef-song die perfect aansluit op ‘Glow’ en zo staan er nog wel een paar op.
Wie nog steeds CD’s uit de jaren ’90 speelt, zal meteen mee zijn. Voor het jonge volkje is dit vermoedelijk veel te ouderwets, te voorspelbaar en te traag. Dat gospelkoor geeft bovendien het geheel een kerk-toets en dan helpt het niet dat Stringer ook nog een paar keer de Bijbel en de Heilige Geest aanhaalt. Bij de Zuiderse bluesrock van The Black Crowes werkte die aanpak, maar bij de bleke Britten van Reef haalt die gospel het venijn uit het album. En venijn kan je nooit genoeg hebben.

Iedereen gunt Reef een comeback door de grote poort, maar daarvoor teert ‘Revelation’ net iets teveel op het verleden.  

Grimmer

Vanadrottning

Geschreven door

Vikingmetalbands zijn niet nieuw. Amon Amarth, Ensiferum en Tyr zijn gevestigde namen. Vorig jaar nog kwam From North als nieuwkomer op de proppen. Het Zweedse Grimner is geen nieuwkomer, maar is hier nog zo goed als onbekend. Eerder dit jaar stonden ze nog op het Durbuy Rock Festival. Het nieuwe album zal hen vast ook in Vlaanderen een pak nieuwe fans opleveren.
De albumtitel ‘Vanadrottning’ verwijst naar een godin uit de Noorse mythologie en die mythologie komt uiteraard een paar keer aan bod in de nummers, net als de klassieke viking- en folkthema’s. De lyrics zijn evenwel in het Zweeds. Dat zorgt wat extra authenticiteit, maar komt bij de gemiddelde Vlaming de begrijpbaarheid uiteraard niet ten goede.
Grimner leunt muzikaal hard op folkmetal en gebruikt ook de geijkte folk-instrumenten. Grimner geeft zijn folkmetal wel een agressief en dynamisch kantje, wat leidt tot tracks die soms liggen te broeien van opwinding.
Muzikaal volgt Grimner het straatje van Heidevolk, Eluveite, Månegarm en Korpiklaani. Erik Grawsiö van Månegarm zingt overigens mee op de single “Fafnersbane”.
De nummers die er een beetje bovenuit steken, zijn “Fafnersbane”, “Dödens Dans” en “En Fallen Jätte”. 

2 Tone Club

Don’t Look Back

Geschreven door

2 Tone Club is een Franse band met een misschien niet zo originele bandnaam, maar wel een bandnaam die mooi de lading dekt. Of toch het grootste deel van de lading. Want deze ska-band beperkt zich niet tot de Britse 2 Tone-ska zoals we die kennen van The Selecter, The Beat en The Specials.
Ze gaan ook terug naar de roots van de 2 Tone-ska en die liggen in Jamaica. En ze gaan zelfs net als de als ska-band begonnen Madness vrolijk de pop-tour op. Zo heb je “So What” en “Seven Days A Week” dat klinkt als Britse 2 Tone, “One In A Million” dat klinkt als Jamaicaanse ska uit de sixties en “I’m Not Safe With Your Love”, “Never Give Up” en “My Friend” die zuivere popsongs met reggae-vibes zijn.
Het kleurenpallet van deze negenkoppige Franse band is zelfs nog uitgebreider, want op “Three Little Words” zitten ze in de jazzy slipstream van The Skatalites en op “Epitaphe (Born Dead)” zit zelfs voorzichtig wat rap. In het Frans dan wel, met een refrein in het Engels. Er sleept wel meer Frans in de lyrics, maar grofweg 80% is in het Engels. “Black Mamba” heeft dan weer een soundsystem-aanpak.
‘Don’t Look Back’ is een heel vermakelijk album. Je krijgt bovendien het hele pakket aan ska-varianten, terwijl het helemaal niet storend overkomt dat het alle richtingen uitgaat. 2 Tone Club is gewoon goed, welke ska-variant ze ook aanpakken of in welke taal ze ook zingen. Inzake ska moet dit één van de beste Europese bands zijn.

Youff

Et Cetera

Geschreven door

U houdt van muziek waar veel directheid in schuilt en maar weinig subtiliteit in aanwezig is? Dan zou de vierde worp van deze jonge honden. Het duo werkte tien songs uit die voornamelijk gebaseerd waren op improvisatie. Dit is een procedé dat zowel goed of slecht kan uitdraaien. So what, ze bivakkeerden een week in een barak om dan hun resultaat in een album te gieten.
Is het er aan te horen? Als je bedoelt dat het een rauwe en directe plaat is geworden dan is het antwoord zeker ja. Dit is noise en rock op speed, intens en to-the-point. Bijna een punk/hardcore geluid. Ze zoeken ergens de limieten op en dat levert ‘Et Cetera’ op. Het vraagt wel wat inspanning om hen een eerste keer te beluisteren. Het is namelijk geen doorsnee muziek. Maar ik heb muziek leren ontdekken in de jaren 80 en dat maakt het voor mij wat herkenbaarder. Indertijd had je ook van die Amerikaanse imports van bands zoals The Butthole Surfers, The Hard Ones, Vandal X en dergelijke meer. Daar zat ook rauw (en soms met een erbarmelijk kwaliteit opgenomen) materiaal tussen.
Je moet dus niet meteen naar melodie en harmonie zoeken. Maar naar intensiteit, je gal uitspuwen en meer van dat. Soms zijn het eerder korte ontboezemingen (zoals “Habit Notes” of “Jerking Myself To Jesus”) en soms zijn het tracks die voorzien zijn van een min of meer herkenbare songstructuur (zoals “Permafuck” of “No Glove Loved”). Afgesloten wordt er met “Kwaadmechelen”, een epos van 11 minuten dat als één lange intro klinkt. Je denkt constant dat er straks zal overgegaan worden naar een middenstuk.
Youff heeft met ‘Et Cetera’ een knoert van een plaat uit. Eén die je een djoef op je muil uitdeelt, die je op het verkeerde been zet en die zowel rauw als intens is. Aan u of je daarvoor kunt vallen.

Faces On Tv

Night Funeral

Geschreven door

Het lichtjes boomende Faces On Tv heeft het creatieve brein Jasper Maekelberg in zijn gelederen. De man is ook het brein achter onder meer Bazart, Tsar B, Warhaus. Hij is verantwoordelijk voor tientallen Belgische hits. Niet zo verwonderlijk dat wij dan ook erg benieuwd zijn naar de eerste langspeelplaat van deze band. Vooral na de veelgeprezen EP ‘Travelling Blind’ waren de verwachtingen hooggespannen. Om met de deur in huis te vallen: ze worden ingelost.
‘Night Funeral’ brengt ons tien tracks hoogwaardige, boeiende indie die de ene keer meer als avantgarde, dan weer als electropop of indierock klinkt. Maar alles is zo gemixt en geproduceerd dat het album een mooi geheel vormt. Het album is geschreven met 2017 in Jasper zijn achterhoofd. Dit was een hectisch jaar voor hem met veel tourwerk, onthechting en het uit elkaar groeien met zijn vriendin. Dat alles was voeding voor de tekst en muziek op dit album. Het is er een beetje aan te horen. De muziek straalt soms wat afstand en isolement uit. Het titelnummer is daar hét voorbeeld van. Muzikaal en tekstueel. Het is een cliché maar miserie levert mooie songs op. Dat is hier niet anders. Verder klinkt alles vrij gestyleerd, bevat ze vlotte breaks en beats en meezingbare refreinen zonder goedkoop te klinken.
Faces On Tv heeft met een ‘Night Funeral’ een machtige plaat gemaakt dat zeker in het rijtje van hun labelgenoten past (o.a. Millionaire, Trixie Whitley, Madensuyu…). Een eigenzinnige en boeiende plaat dat ervoor kan zorgen dat ze hiermee groot/groter worden. Hou ze maar in het oog.

Helge Iberg

Jazzkammer

Geschreven door

De titel van het album zegt al wat je kan verwachten van dit album. Met name jazz. Jazz heb je natuurlijk in allerlei gedaanten. Van freejazz tot fusion en diets meer. Helemaal thuis ben ik niet in dit genre maar ik kan wel zeggen dat dit redelijk lounge en laidback klinkt. De piano, niet zo verwonderlijk want Iberg is een pianist, speelt een grote rol in de nummers. Op een vorige release, ‘Standards and Vanguards’, deed hij wat hij nu terug doet: bekende standards een nieuw jasje geven. Er staan hier nummers op van o.a. The Beatles, Thelonious Monk, Jerome Kern, Henry Mancini en andere grootheden. Erg herkenbaar zijn de nummers niet meer. Ze werden grondig herbouwd en in een jazz jasje gestoken. Het is meer dan covers spelen dat de man hier met deze muziek doet. Daarbij maakt hij gebruik van instrumenten zoals de sax, bass, piano, vocals en drums. Het klinkt vrij klassiek, speels zoals de hoes en niet erg zwaar op de hand.
Intelligente muziek dus dat een tweede leven geeft aan bekende standards.

Meadowlake

Meadowlake

Geschreven door

Het vijfkoppig Groningse Meadowlake brengt op 11 mei hun debuut uit. Muzikaal zijn ze wat verwant aan acts zoals The National, M83 en andere indierock bands. Een stevige bas, een donkere stem, een weidse sfeervolle sound in de songs typeren hen.  Intussen zijn er al verscheidene singles uit het album uitgekomen. “Hot Punch” was de eerste en klinkt wat als een wave song. De gitaren en synths roepen dit beeld op. Met erboven de warme zang. Een mooie bridge maakt de song af. “Heavy” is misschien nog een stukje beter. Het is een nummer over afscheid nemen. Afscheid nemen in al zijn aspecten: sterfgeval, emigratie, stukgelopen relatie… Vrij melodieus nummer. “No Tomorrow” is een stuk ritmischer en uptempo. Terug zit alles goed in elkaar. De zang doet voornamelijk dienst als sfeerschepper en als muzikaal onderdeel. De melodieën komen vooral van de gitaren en/of synths.
Alles werd opgenomen in de Dufry studio in Amsterdam en de Mailmen in Utrecht onder productie van Minco Eggersman (o.a. At the Close of Everyday, The Spirit That Guides Us, The Beautiful Mess…).
We vinden hier op dit debuut 10 subtiele , sfeervolle songs die best goed in elkaar steken. Heel fijn debuut dat indie liefhebbers zal bekoren. Hier hebben we bandje met potentie en dat het ontdekken waard is.

Gil Hockman

Becoming

Geschreven door

‘Becoming’ is het vierde album van deze Zuid-Afrikaanse muzikant. Het album is al een half jaartje uit maar bereikte ons nu pas. Hij combineert wat traditionele singer-songwriter instrumenten met meer elektronische elementen om zo tot een eigen geluid te komen. Alles werd grotendeels geschreven en opgenomen in een kamer van zijn appartement in Johannesburg.
Het resultaat is een album originele , sfeerrijke liedjes. Het heeft een beetje een DIY vibe mee van Gotye. Op “Monday 7 september” komt Julian Redpath meezingen. Dat zorgt niet meteen voor grote verrassingen want de song ligt geheel in de lijn van de andere liedjes. De teksten gaan deze keer meer over de grote vragen van het leven en de weg die we afleggen in het leven. Echt vrolijke materie is het niet maar het past wel allemaal mooi in het geheel. Desondanks die teneur staan er best wel wat catchy dingen tussen.
‘Becoming’ is een sterk album. Sing/songwriting, maar we zouden het ook indiefolk kunnen noemen, goede songs  en een eigen geluid. Intrigerend album.

Pagina 160 van 394