logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Gavin Friday - ...
CD Reviews

Power Trip

Nightmare Logic

Geschreven door

Power Trip, het beestige hardcore-trash-metal combo uit Texas, pakt op ‘Nightmare Logic’ uit met hondsbrutale metal die recht op doel afgaat. Het allesverwoestende album beukt met volle geweld de deuren in en slaat ondertussen alle ramen aan diggelen. Het staat bol van moordriffs, extreem vette trash-gitaren, bloeddorstige vocals en een pompende ritmesectie die de boel onverbiddelijk aan flarden rijt.
Acht barbaarse songs worden er in een dik half uur met een rotvaart doorgejaagd en ze richten flink wat averij aan. Geen tijd voor franjes of rustpuntjes, laat staan ballads. Er is maar één richting en dat is rechtdoor, alles wat men onderweg tegenkomt wordt meedogenloos verpletterd.
Dit is van de meest furieuze en directe metal die er dezer dagen te vinden is. Hiermee vergeleken is Metallica een loungegroepje en Slayer een balorkest.

Beyond The Labyrinth

The Art Of Resilience

Geschreven door

Het vierde album van Beyond The Labyrinth heeft na beluistering een beetje een progressieve insteek. Dit op muzikaal vlak. Maar ook het concept van het album dat gaat over jezelf oppikken en doorgaan op moeilijke momenten. De muziek heeft naast de ietwat progressieve uitwerking ook elementen van melodische, gothische en symfonische metal. De zang klinkt eerder als dat van een klassieke melodische metal/hardrock band. Dus geen grunts en growls. Dat zou bij deze muziek ook niet meteen passen. Voor de vocals deed men onder meer beroep op Will ‘Wizz’ Beauprez ( De vorig jaar overleden zanger zingt hier op “Carry On”), Filip Lemmens, Oliver Wright, Colin Flynn en nog een deel van gastzangers. Positief is dat het album daardoor gevarieerd maar toch samenhangend klinkt. Alle songs zijn mooi uitgebouwd en klinken haarfijn: van de traditionele ballad “Someone Watching Over You” naar de iets donkere en steviger song zoals “Prince of Darkness” tot de iets progressievere song “Salve Mater”. Op dit vlak kunnen we zeker niet klagen.
Bij momenten doet de muziek mij een beetje aan bands zoals Whitesnake, Y&T, Rainbow… denken. De goeie hardrock/metal bands uit de jaren 70, 80 en 90 dus. Het artwork is ook heel mooi tot in de details uitgewerkt. Sfeervolle foto’s, tekstboekje… Je merkt dat er werk in gestoken werd.
‘The Art of Resilience’ klinkt heel potent, melodisch en volwassen. Voor wie van deze stijl van metal/rock houdt is dit een heel aangenaam album waarin de songs centraal staan. Kwaliteit noemen we dat dan.

Neville Staple

The Return Of JudgeRoughneck

Geschreven door

‘The Return Of Judge Roughneck’ van Neville Staple is het beste ska-album van 2017! Niet dat de Brit in dit genre veel concurrentie zal hebben, maar toch. Neville Staple doorkruist de Britse ska-geschiedenis reeds sinds de jaren ’80. Hij was erbij in verschillende bezettingen van The Specials en Fun Boy Three en werkte reeds samen met leden van No Doubt, Bad Manners, Rancid, The Beat, Desmond Dekker, The Damned en The Clash.
Het pas uitgebrachte ‘The Return of Judge Roughneck’ is zijn derde solo-album. De rechter in de titel verwijst naar een personage dat Staple indertijd verzon voor de track “Stupid Marriage” van The Specials. Het is ook de naam van de openingstrack van dit album en die vervult elke belofte die in de naam zit. Je waant je meteen terug in het begin van de jaren ‘80, naar de periode dat The Specials, The Beat en Madness het mooie weer maakten met hun 2Tone-ska. 
De eerste track is misschien nog een beetje mellow ska en opvolger “Bangarang”, een cover van Lester Sterling & Stranger Cole, is meer reggae dan ska, maar voor het overige is het op dit album al ska en rocksteady wat de klok slaat. Neville Staple is niet de meest fantastische zanger, vooral een toaster, maar dat compenseert hij met veel enthousiasme en met een begeleidingsband die nergens een steek laat vallen. Zij houden je als luisteraar het hele album in de juiste flow.
Het album is een mengeling van ska-klassiekers uit Jamaica en de UK, nummers uit Staple’s eigen muzikale verleden en een paar welgemikte covers zoals Jimmy Soul’s “Be Happy”.  Behalve fantastisch genietbaar, vrolijk en dansbaar is het een fantastische trip down memory lane. Net als in de gloriedagen wordt er al eens subtiel of minder subtiel met de vinger gewezen: politici krijgen op verschillende songs een rake veeg uit de pan en ook andere dieven wordt de les gespeld, zoals op “Crime Don’t Pay”.
Maar het is vooral de muziek die primeert. “Lunatics” zit een beetje in het straatje van “Ghost Town” van The Specials en “Maga Dog” is een gepimpte versie van een song van The Specials. “Gang Fever” heeft een orgelriedel die van Madness had kunnen zijn.
Het ‘gewone’ deel van dit dubbelabum sluit af met een knappe versie van “Sweet Sensation” van The Melodians. Daarna is het de beurt aan een tweede album met dub-versies, die begint met een prachtige versie van de klassieker “Enjoy Yoursel”, die de liefhebbers nog zullen kennen van de versie van Prince Buster en die ook op de live-setlist van The Specials staat.  Daarna volgen nog dub-versies van “Maga Dog” en “Crime Don’t Pay”.  Sommige songs blijven mooi overeind in de dub-versie, maar andere dub-tracks zijn enkel voor de liefhebber genietbaar.
Neville Staple is een mooie aanvulling voor wie nog regelmatig een 2Tone-klassieker oplegt. Het proberen aansluiting vinden bij de liefhebbers van dub komt niet altijd mooi uit de verf.

My Baby

Prehistoric Rhythm

Geschreven door

De Amsterdamse band My Baby is in ons land al bekend bij het publiek van Radio 1. “Seeing Red”, de single van hun vorige album, stond heel wat weken op de playlist. Dezelfde mix van rock, blues en dance vind je op het nieuwe album ‘Prehistoric Rhythm’.
In vergelijking met de twee vorige albums heeft My Baby het dance-universum nog wat verder verkend, met name tot aan de triphop. Niet dat er zuivere triphop-tracks op dit album staan, maar een aantal ademen wel die sfeer van Massive Attack en Portishead. Het maakt dat deze muziek nog wat moeilijker te definiëren is, maar de belangrijkste ingrediënten blijven blues, rock en dance. Met een Belgische of Vlaamse band vallen ze moeilijk te vergelijken, maar er zijn vaagweg raakpunten met SX, (vroege) Hooverphonic, Bettie Serveert, Yazoo, Alabama Shakes en Intergalactic Lovers.
De mix van al die muziekstijlen werkt het beste in openingstrack “Electrified”, een hete, bezwerende smeltkroes van electro en blues, met als ultieme twist de licht vervormde stem van zangeres Cato van Dijck. “Same Wave” is dan weer traag, mysterieuzer en moeilijker in een hokje te duwen. Single “Love Dance” trekt het tempo weer omhoog, opent wat braaf, maar bloeit dan helemaal open tot een echt dance-nummer. Mooi opgebouwd, dansbaar, zelfs meezingbaar, maar misschien niet representatief voor de band en het album.
“Cosmic Radio” combineert de eerder vermelde triphop-feel met Midden-Oosterse invloeden. “Ancient Tribe” is dan weer heel opzwepend en opnieuw heel dansbaar, maar kan niet helemaal overtuigen. Daarvoor is er muzikaal en tekstueel toch wat te weinig vlees aan het been.
Ergens halfweg het album laat My Baby de dance-invloeden een beetje los en krijgen we een meer rockende en bluesy versie van dit trio te horen. “Moon Shower” leunt weer een beetje op Portishead, maar dan met een dikke streep bluesrock erdoor. Ook in “Make A Hundred” wordt er onbeschaamd gerockt. “Haunt Me” is verslavend en overtuigend bluesy, maar zit vol verwachting zonder echt open te breken. Dat doen “Sunflower Diesel Blues” en “Straight No Chaser” dan weer wel. Het is prachtige bluesrock, zoals we die kennen van bv. Alabama Shakes.
‘Prehistoric Rhythm’ sluit na dat rock-geweld af met een alternatieve versie van “Haunt Me”, dit keer verpakt als minimalistische electro. Als om nog eens te benadrukken dat My Baby uit heel veel verschillende vaatjes tapt. Het geëxperimenteer pakt meestal heel goed uit, maar evengoed zou je soms wensen dat ze niet alle richtingen tegelijk uitgaan.

Sepultura

Machine Messiah

Geschreven door

Sepultura is sinds 1998 de band waar Max Cavalera opgestapt is. De resterende bandleden en nieuwe zanger Derrick Green hadden sindsdien moeite om de bestaande fans ervan te overtuigen dat doorgaan met Sepultura nog wel zin had. Elk nieuw album van Sepultura werd zowel door fans als critici als wisselvallig en middelmatig bestempeld.  Maar Andreas Kisser, Derrick Green en Paulo Xisto hielden voet bij stuk en bleven touren en nieuw materiaal uitbrengen. Pas bij hun vorige album, The Mediator Between Head And Hands Must Be The Heart, waren de critici weer nagenoeg unaniem tevreden over het niveau.
Voor een deel van de ‘oude’ Sepultura-fans zal ook het nieuwe album Machine Messiah bij voorbaat een verloren zaak zijn, maar wie hier met een open vizier naar luistert, krijgt een album om duimen en vingers bij af te likken.
‘Machine Messiah’ opent met de gelijknamige track en die laat een Sepultura (en vooral een Derrick Green) horen die we nog niet kenden: traag en dreigend, met nagenoeg cleane vocals. Daarna slaan de Brazilianen terug met “I Am The Enemy” een broeierige deathmetaltrack zoals uit de goede oude dagen van “Arise”. Daarna krijgt de luisteraar al de mooiste parel uit dit album voorgeschoteld. “Phantom Self” is een uppercut die death en thrash vermengt met Oosters klinkende violen en die zich zo op het niveau hijst van het beste van het ‘Roots’-album. Alle puzzelstukjes vallen hier mooi in elkaar. “Iceberg Dances”, “Sworn Oath” en “Resistant Parasites” zijn van hetzelfde hoge niveau en verdienen dezelfde lof. Deze vier songs zetten andere tracks als “Alethea”, “Silent Violence” en “Cyber God” een beetje in de schaduw, maar elk op zich verdienen die wel nog een ruime voldoende, onder meer dankzij het uitstekende, heel gevarieerde drumwerk van Eloy Cassagrande. Fans van de ‘oude’ Sepultura en andere liefhebbers van de beter thrash en death die dit links laten liggen, hebben ongelijk.

As It Is

Okay

Geschreven door

As It Is is een Britse poppunkband die wel heel goed naar zijn Amerikaanse voorbeelden geluisterd heeft. Op hun nieuwe album ‘Okay’ brengen ze coole pretpunk in de stijl van New Found Glory, Good Charlotte, Sum 41 en Blink 182. Heel Amerikaans en soms heel catchy. Op vrijdag 16 juni mogen ze op Graspop op de Jupiler-stage spelen, maar of de Belgische metalheads deze pretpunk naar waarde zullen weten te schatten, is nog maar de vraag.
De punk van As It Is is meestal braaf en glad, zoals op “Pretty Little Distance” en single “Hey Rachel”. Evengoed staan er op ‘Okay’ enkele tracks waar helemaal geen punk in. “Curtains Close”, “Soap” en “Still Remembering” geraken niet verder dan een middelmatig pop-nummer. Een beetje jammer dat ze niet eens in de punk-geschiedenis van hun eigen land gedoken zijn.
Toch zijn er aantal nummers waarop de Britten zowel muzikaal als tekstueel hun tanden laten zien. “Patchwork Love” en “No Way Out” laten een jeugdig enthousiasme horen dat we nog kennen van de eerste platen van Green Day en The Offspring. Ook “Austen” en “Until I Return” zijn best genietbaar.
‘Okay’ is een prima album voor wie van compromisloze pretpunk houdt. Ideale muziek voor een warme zomer bij het skatepark.

Depeche Mode

Spirit

Geschreven door

Musiczine is één van de eerste Belgische online media die de mogelijkheid heeft gekregen om naar het nieuwe album van Depeche Mode te luisteren en er een gedetailleerde review van te schrijven. ‘Spirit’ is de nieuwe plaat van de Britse sterren , die officieel op 17 maart wordt uitgebracht.

De algemene eerste indruk is een combinatie van intensiteit, diepte en duisternis. Het tempo is traag, de sfeer is broeierig, soms bedreigend, en de teksten weerspiegelen de tragische situatie in de wereld. De titel van het album, ‘Spirit’ verwijst trouwens naar de ‘Spirit’, die in onze beschaving verdwenen is. "« Our Spirit has gone », zingt Martin Gore in het donkere « Fail ».
Op vlak van productie, hebben Dave Gahan, Martin Gore en 'Fletch' , James Ford gekozen. Die is vooral bekend voor zijn werk met Foals, Florence & The Machine en de Arctic Monkeys. Het geluid is vol, zwaar, om de tragische kant van de thema's te benadrukken.
De eerste song, « Going backwards », geeft onmiddellijk de toon weer: twee donkere akkoorden, ondersteund door een synth-bass, maken de weg vrij voor een couplet vol terughoudendheid. In het refrein zingen Gahan en Gore perfect harmoninisch. Het is 'puur’ Depeche Mode' zoals in de tijd van « Black Celebration ». We missen enkel een instrumentale riff om 100% tevreden te zijn.
Het thema van de 'lyrics' is politiek: Martin Gore schrijft een felle kritiek op de moderne wereld: « Armed with technology, We're going backwards to a caveman mentality ».
Dan komt de single « Where's the Revolution » , die we nu goed kennen. Langzaam en hypnotisch, het is een hymne voor een 'zachte' revolutie, de revolutie van gitaren en drums.
« The Worst Crime » gaat in hetzelfde elan verder, zwaar en verontrustend. Het is een soort elektronische blues die opkomt tegen het immobilisme bij iedereen: « Blame Misinformation, misguided leaders, We had so much time, How could we commit the Worst Crime... ».
Na de lowtempo’s, biedt « Scum » een sneller tempo. De toon is hier behoorlijk agressief, ten opzichte van de eerste liedjes. « Scum » betekent 'uitschot', maar helaas weten we niet tegen wie Depeche Mode zo boos is. De stem van Gahan heeft hier een overdrive-effect en in het refrein ("Pull the trigger"), zijn de synth-geluiden plechtig, als voor een ​​doodvonnis ... Huiverend ! Complete verandering van sfeer krijgen we dan, voor de enige compositie van Gore/Gahan: « You Move ».
Na de eerste nummers van Martin Gore, die tamelijk 'lineair' waren, schakelen we hier over naar een 'groovy', lichtere stijl. De lyrics zijn doodeenvoudig: « I like the way you move ». Na het refrein verschijnt een mooie, kristalheldere riff, van een analoge synth. Het is precies dat wat we misten in de eerste nummers. We profiteren des te meer dat deze lumineuze geluiden naar het einde toe het volledige spectrum overnemen. Prachtig !
« Cover Me » werd door Gahan met Christian Eigner en Peter Gordeno gecomponeerd. Het biedt een heel bijzondere sfeer. Het is een langzaam, 'ambient' nummer, over liefde en het Noorderlicht. Het heeft cinematografische accenten à la John Carpenter. Leuke verrassing : in het midden krijgen we een mooie 'sequence' van analoge synths. Een "minimal synth"-stijl die Martin Gore in zijn solo-project vaak gebruikt. Het einde van het nummer is een pracht van electro-symfonische muziek. Indrukwekkend !
« Eternal » is het eerste nummer dat door Martin Gore wordt gezongen. Het doet denken aan "Somebody", maar het mist helaas een echte 'catchy' melodie. Het nummer is kort (2'24) en heeft jammer genoeg een gevoel van 'te weinig'.
Na « Poison Heart », een trage wals, dat klinkt als een blues in mineur akkoorden, komt het beste nummer van het album « So Much Love ». Het ritme is snel (eindelijk!) en je voelt meteen dat het om een potentiële hit gaat. De arpeggio guitar riff herinnert aan Gavid Gilmour en de ritmische staccato zwelt aan en neigt naar een climax. Het toppunt komt jammer genoeg niet en dat is erg frustrerend. Maar « So Much Love » is toch een zeer sterke compositie.
« Poorman » is vrij rustig ondanks enkele tribale accenten en het album loopt langzaam ten einde in de sombere arabesken van « No More (This Is The Last Time) », een compositie van Dave Gahan en Kurt Uenala en in de duisternis van « Fail », het tweede 'solo'-nummer van Martin Gore. « Our souls are corrupt, Our minds are messed up, Our consciences bankrupt... Oh We're fucked » : het einde is wanhopig...
Coclusie : ‘Spirit’ is zeer sterk album, verwarrend bij momenten, én toch … echt betoverend. Het is erg donker, zelfs apocalyptisch maar in fase met de 'dysruptive' periode die we momenteel meemaken.
We hadden natuurlijk graag  een lichtere, new-wave-achtig album, in de traditie van de grote hits van de jaren '80 en '90, maar « Spirit » is de perfecte verlenging van de vorige LP, « Delta Machine » en in die zin is er een sterke consistentie.
Het is best het album meerdere keren te beluisteren ; het zal zijn verborgen schoonheden tonen, zoals altijd het geval is met Depeche Mode. In ieder geval, kunnen we het trio alleen maar feliciteren om, 37 jaar na de oprichting, nog steeds creatief te zijn, en ons te verrassen.
De « Spirit » ligt nog altijd in het hart van hun muziek...

Tracklist:
Going Backwards - Where's the Revolution  - The Worst Crime – Scum - You Move - Cover Me – Eternal - Poison Heart - So Much Love – Poorman - No More (This is the Last Time) - Fail
De « Deluxe »-versie omvat remixes (« Jungle Spirit Mixes ») : Cover Me (Alt Out) - Scum (Frenetic Mix) - Poison Heart (Tripped Mix) - Fail (Cinematic Cut) - So Much Love (Machine Mix)
Om « Spirit » te bestellen: http://smarturl.it/Spirit
Het concert in het Sportpaleis op 9 mei is uitverkocht. 

Vertaling Philippe Blackmarquis – Johan Meurisse

Spain

Carolina

Geschreven door

Spain is duidelijk aan z’n tweede adem toe. De band rond Josh Hayden debuteerde enorm sterk in 96 met ‘The blue moods of Spain’ , een pareltje binnen de slowcore , met een sensueel jazzmotiefje . Ze waren samen met Cowboy Junkies , Low en 3 Mile Pilot (btw - check ook het daaropvolgende Black heart procession eens , die momenteel terug bij elkaar zijn voor een tour) super in het genre met minimalistisch, traag slepende songs.
Sinds de return in 2012 zijn deze kenmerken niet vergeten en is er nog die sobere, intieme aanpak van somberte, maar gaat de band ook breder . De jazzy loops werden omgebogen naar een breder rootsamericana door banjo,  lapsteel en steelpedal, die een toegankelijk onderkoelde poppy sound laat horen.
Een evenwichtig geheel hebben we van die ingetogen, broeierige sound  in hun mijmermelancholie . Een sierlijk sfeervolle plaat van puntige , vaardige en traag slepende nummers , die gevoeligheid en emotie naar voren plaatsen.
Goed album dus , maar ‘de soul of Spain zit ‘em nog steeds in die jaren ’90 …

Weaves

Weaves

Geschreven door

Weaves is een jong band je geleid door de donkere punkchick Jasmyn Burke . Niet te verwarren met Wavves , gezien we evenzeer een lofi stuiterende, rammelende, schurende indiesound noteren.
Het kwartet hotst , botst op een speelse, onbesuisde wijze in het materiaal . We horen een bandje die rauwe emotievolle poprock brengt als “Shithole” en “Eagle” of ontregeld klinkt , zeker de eerste nummers, die snediger, feller zijn met jengelende gitaren, gekenmerkt van een ruwe, gortdroge ritmiek. De roekeloze uitstraling, attitude  heeft iets van een Courtney Barnett.
De elf songs komen zo uit de losse pols en zijn aangenaam , leuk zonder al te veel franjes! Fijn debuut.

Morgan Delt

Phase Zero

Geschreven door

Morgan Delt uit Californië tekent voor de ideale onthaastingsmuziek , één van indicatoren om de dagdagelijkse stress te ontzetten. We horen een dromerig , sfeervol , broeierig indiepsychedelisch popgeluid in de tien songs . We worden meegevoerd op de golven van het kabbelende water . Een onderkoelde cocktail wordt geserveerd op nummers als “The system of 1000 lies”, “Another person” en “The age of the birdman”. Op “I don’t wanna see what’s happening outside” , “Sun powers”  en “A gun appears” kan het tempo lichtjes worden opgeschroefd , en zit er wat meer vaart in . “Mssr Monster” refereert naar de begindagen van Pink Floyd met een dosis experimenteerdrift en gepaste feedback over het nummer heen .
Een trippy soundwave dus , waar nergens echt uit de bocht wordt gegaan .
Heerlijk genieten is het , op dit album van Morgan Delt!

Pagina 186 van 394