logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gary Numan
L7
CD Reviews

Yeasayer

Odd Blood

Geschreven door

Begin 2008 verschenen verschillende bands uit de New Yorkse wijk Brooklyn op het alternatieve rocktoneel. MGMT, Vampire Weekend, White Rabbits…. Ze profileerden zich allen als eigenwijze bands met een eigen geluid waarbij ze rock en pop wisten te vermengen met wereldse en spirituele invloeden.
Ook Yeasayer mag je als een van de vaandeldragers van deze muziekscène beschouwen. Hun eerste plaat ‘All hour Cymbals’ , een  mix van psychedelische samenzang, experimentele pop, hoekige gitaarrifs, exotische sferen, dreigende ritmes, bizarre tempowisselingen en al even vreemde teksten sloeg in als een bom. Zelf  omschreven ze hun sound als ‘Middle Eastern-pscyh-snap-gospel’!
Net als de meeste van reeds genoemde groepen komt ook Yeasayer dit voorjaar met een nieuwe plaat op de proppen. ‘Odd Blood’ is allesbehalve een doorslagje van het debuutalbum en Yeasayer heeft duidelijk niet voor de gemakkelijkste weg gekozen; er wordt op deze plaat volop geëxperimenteerd met een wirwar van instrumenten. De band componeerde tien zeer uiteenlopende nummers die wonderbaarlijk genoeg toch één geheel vormen.
Nog steeds overheerst het psychedelische geluid van de eerste schijf maar ‘Odd Blood’ klinkt toch iets toegankelijker (uitgezonderd dan het dreigende openingsnummer “The Children”). De zweverige zang van Chris Keatin is niet meer weggestopt in de geluidsmix maar knalt fris uit de speakers. Opvallend ook is dat de percussie meer op de voorgrond staat en dat levert met het poppy “One”, “Rome” en het zeer catchy “Love me girl” enkele zeer dansbare nummers op. De iets tragere composities zijn evenzeer de moeite waard, uitschieters zijn de single “Ambling Alp” en het liefdesliedje “I Remember” dat door de synths nogal doet denken aan Kraftwerk.
Het is duidelijk dat  Yeasayer in al zijn experimenteerdrift er opnieuw in geslaagd is een zeer fijn plaatje te maken die het zeker op de zomerfestivals prima zal doen.

FM Belfast

How to make friends

Geschreven door

Uit IJsland zijn ze afkomstig het leuke electrokwartet FM Belfast … en ze hebben meteen vrienden gemaakt met hun debuutplaat. Het kwartet draait rond de stemmen van Loa Hlin Hjolmtysdottir en Runar Hlödversson, die vocaal refereren aan Roisin Murphy en het duo Els – Danny van Vive La Fête.
We horen binnen die popelektronica lekker wegdromende en hitgevoelige dance/electro, die af en toe eens durft te ontregelen.
Ze voegen flarden bekende pophits toe in de intens broeierige, zuigende nummers. Openers “Frequency” en “Underwear” werken aanstekelijk op de dansspieren door de groove; ze gaan dan over in een spaarzaam gehouden “I can feel love” of ze gaan de ‘80’s electro achterna met songs als “Lotus” en “Optical”. Ook overtuigen ze met en traag slepende minimale “Pump up the jam” van Technotronic. Het afsluitende “President” klinkt intrigerend en brengt al de variaties van de vorige songs samen en heeft een venijnig, repeterende opbouw. Mooi, leuk plaatje dus.

Definitivos

Courtrai Tonight

Geschreven door

Eind jaren 70 stond Kortrijk, lang voor Ozark Henry, Balthazar, Gessman, Goose en Steak nr8, reeds op de fameuze Belgische muziekkaart. De jonge snaken Frank Holvoet en Marnik Den Hert konden met moeite hun gitaar en bas vasthouden, maar ze hadden zeker kaas gegeten van wat punk was en nog steeds is. Frank schreef al nummers en ze modderden wat aan tot ze drummer Rik Masselis leerden kennen. Rik had al zijn sporen verdiend in the scène en wat ze nog nodig hadden was een real wild one: Luciente. Ze werden heel snel local heroes en Johan Clarysse sleurde hen de studio in. De rest is geschiedenis: Voorprogramma van o.a. DAF, versterkt door Peter Coppens  werd Definitivos heel snel een begrip, zeker in de alternatieve circuits.
Van Noord Frankrijk tot en met de Melkweg in Amsterdam. Met hun 150 tot 200 optredens per jaar kon de grote doorbraak niet uitblijven. Maar ..winsten werden vooral geïnvesteerd in booze en Griekse restaurants en Peter en Lucien moesten het veld ruimen voor Dominique Decandt en een zekere Philippe Decoene…
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Onderhuids bleek Defintivos nog steeds verder te leven in vele juist gestemde Kortrijkse en andere zielen. Ludo Halsberghe begon een fanclub op FB en had alras door dat het geen grap was. Iedereen  wilde blijkbaar ‘Lucien back on stage’. 
Het enige wat erop zit is dan een schitterende cd uitbrengen, en daar zijn ze met verve in geslaagd. Men zette de alom gekende  Serge Feys achter de knoppen voor een heuse remastering zonder de typische sound en spirit van die tijd te verliezen, men neme de klassiekers “The modern Dance”, “Mr C” en “Courtrai tonight’, men neme een zeven tal ijzersterke nummers die nooit op hun doorbraak-lp gekomen zijn – lees onuitgegeven materiaal - , en men geve als toemaat nog enkele live-registraties. Op die manier valt er best te capteren hoe energiek, goed en sterk die kerels wel waren, en hoe ze de tijd des tand weergaloos hebben doorstaan.
We horen uiteraard nog die typische eighties-sound (een beetje Red Zebra, ja, uit dezelfde lichting en studio), maar godzijdank heeft Definitivos niet alles hergoten of heropgenomen en zo hun eigenheid en sterkte verloren.
Definitivos is terug van nooit weg  geweest.
Ohja, Je kan Courtrai Tonight bestellen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

The Radio Dept

Clinging To A Scheme

Geschreven door

The Radio Dept. zijn een trio uit Zweden die het met hun derde CD ‘Clinging to a scheme’ wel eens helemaal zouden kunnen maken.
Na jarenlang ploeteren in de underground wordt dit deze heren dan ook van van harte gegund.
Sinds Sofia Coppola twee van hun nummers gebruikte in ‘Marie Antoinette’ zijn dan ook alle spotlights op deze drie Zweden gericht en werd van deze CD zowaar een klein meesterwerkje verwacht.
Ze hebben er wel hun tijd voor genomen want hun vorige release dateert ondertussen al van 2006 maar van een echte geluidsverschuiving is er geen sprake.
Zanger Johan Duncanson zingt nog steeds in zijn typische dromerige sfeer terwijl de muziek het midden houdt tussen shoegaze (af en toe hoor je inderdaad zo’n typisch Slowdive-gitaartje) en dreampop (denk aan Magnetic Fields of  New Order maar dan wel zonder de dansbeat).
De muziek is ook doelbewust rommeliger opgenomen, af en toe hoor je een echte geluidsbrij maar dat is zogezegd enkel bedoeld om het lo-fi gevoel levendig te houden.
’Clinging to a scheme’ is een mooie plaat geworden die per luisterbeurt blijft groeien ook al moeten we er aan toevoegen dat een plaat waarop men vier jaar moest  wachten best iets langer mocht duren, maar voor de rest geslaagd!

The Drums

Summertime EP

Geschreven door

De sneeuw is nu met alle zekerheid het land uit, de eerste zonnestralen bereiken ons en er wordt al luidop gedroomd over een zwoele zomer met barbeques en strandfeestjes. Onder die vrolijke wind komt er nu een band die dat gevoel alleen maar versterkt heeft. Ze komen uit Brooklyn en heten The Drums. Misschien u wel bekend van “Let’s Go Surfing”, het liedje waar ze nu furore mee maken. Bewust simpel gehouden, maar desondanks dat feit, loopt u de rest van de dag het refrein na te fluiten. Herinnert u zich nog Peter, Bjorn en John met “Young Folks”? Een aha-erlebnis van jewelste! “Let’s Go Surfing” gaat evenwel niet zo snel vervelen, net als de andere surfrock op deze plaat, samen met wat eightiespop.
The Drums brengen de meest zomerse nummers op hun EP met de nogal toepasselijke naam ‘Summertime!’. We zien spontaan de golven voor de Californische kust waar een bende jongeren uitgerust met surfplanken naar toe rent. “Saddest Summer” is ondanks de titel nog zo’n voorbeeld, samen met “Submarine” en “I Felt Stupid”. Wie nog een nummer wil meefluiten op deze EP verwijzen we door naar “Make You Mine”.
Kortom, een heerlijke EP. Wij dromen ondertussen nog wat weg in afwachting van de zomer.

Amy Macdonald

A curious thing

Geschreven door

Eén van de grootste zomerhits was “This is the life” van de jonge Schotse singer/songschrijfster Amy Macdonald. De grootste solohit voor een vrouwelijke artieste! Het zorgde ervoor dat ze meteen naam en faam maakte en maar liefst drie miljoen exemplaren verkocht van haar debuut, die aanstekelijke, meeslepende, frisse en sfeervolle poprockfolk bevatte. Niks nieuws onder de zon, maar het werkte .. en het werkte goed.
De opvolger werd opgenomen in de studio’s van Paul Weller, die zelfs een handje meehielp. De songs zijn meer rock, minder folk, en ze haalt vocaal ook minder uit. Alles klinkt meer gematigd, komt op die manier op z’n plooi en biedt een coherente afwisselende plaat, zonder veel tierlantijntjes.
Af en toe durft onze lieftallige dame zelfs nog steviger, luchtiger en uitbundiger te klinken; de openers “Don’t tell me that it’s over” en “Spark” springen meteen in het oog. “Love Love”, “Ordinary life” en “Next big thing” hebben een broeierige, spannende opbouw. En ze wisselt een rocker met een sfeervolle popsong af, die door akoestische gitaar, toetsen of strijkarrangement kleur en intensiteit krijgen, zoals bij “No roots”, “Give it all up”, “My only one” en “Troubled soul”. Een emotievolle “What happiness means to me” op piano sluit de gepolijste melodieuze plaat af. Als toetje krijgen we iets verderop nog een akoestische “Dancing in the dark” van Bruce te horen.
De ‘Mrs rock’n’roll’ heeft alvast een volwaardige tweede plaat uit die weldegelijk naast het debuut kan staan door het meer pop- en rockgehalte.

Clare & The Reasons

Arrow

Geschreven door

De sprookjes van Grimm …Elfjes dansen in het rond … De zondagse aperitief … Lekker wegdromen bij de avondzon of de ideale ‘Morgenstemming’ plaat …Een ongedwongen, losse sfeer creëert het duo Clare Muldaur en Oliver Manchon.
We horen op hun tweede plat ‘Arrow’ sfeervolle, dromerige composities die minimaal, spaarzaam worden begeleid of een breed instrumentarium (strijkers, blazers, flutes, piano, toetsen) toegewezen krijgen. De melodieuze rijkdom, de subtiliteit en de finesse staan duidelijk voorop bij de muzikale familie Manchon – Maudaur, want Clare haar ouders zweren trouw bij de traditionele wortels van jazz en blues. Dochterlief houdt bij de pop en brengt een relaxte, gevarieerde sprookjesplaat. Met alles erop en eraan, met zwermen ‘birds & bees’ om ons heen.
Leuk en fijn klinken de songs, luister maar eens naar “All the wine”, “Ooh you hurt me so”, “You getting me”, “This is the story of” en “Perdue a Paris”. De Genesis cover “That’s all” overtuigt door de blazers. Af en toe is er een vleugje elektronica mee gemoeid, maar dat nemen we er graag bij in het droomlandschap van Clare & The Reasons.

Joe Bonamassa

Black Rock

Geschreven door

Op ‘Black Rock’ wordt het nog eens pijnlijk duidelijk: Bonamassa is een gitarist, geen songschrijver. Enkele keren waagt de man zich aan het verwerken van Griekse invloeden in zijn bluesrock. Geen goed idee, blijkt, “Quarryman’s lament” en “Bird on a wire” (totaal verneukte Leonard Cohen cover) zijn slijmballen van songs waarvan onze tenen serieus beginnen te krullen. De sirtaki-blues is vooralsnog dus geen optie, een duet tussen John Lee Hooker en Zorba De Griek zouden wij eerlijk gezegd ook nooit hebben zien zitten.
Verder blijft Bonamassa wijselijk binnen de lijntjes van de blues kleuren, wat hem ook beter ligt want er komt geregeld soul uit zijn stem en vuur uit zijn gitaar. Toch worden de cliché’s van het genre ook dit keer niet omzeild. Bonamassa heeft wel BB King weten te strikken op “Night life”, maar dat werkt niet echt de originaliteit in de hand, integendeel, de song klinkt zo kenmerkend BB King dat je hem al even gauw terug vergeten bent (wij hebben BB King trouwens altijd al een beetje te braafjes gevonden).
Het album neigt iets meer naar de traditionele Britse blues (John Mayall en consoorten) en wat minder naar de macho power blues die we van Bonamassa geregeld door onze strot krijgen geramd. Om de liefhebbers van dergelijke spierbundelblues toch niet te ontgoochelen : het zit er nog wel degelijk in, maar ’t is een beetje verminderd, u zal dus nadien nog een Walter Troutje moeten opleggen als u zich nog tekortgedaan voelt.
Conclusie : Ook voor Joe Bonamassa geldt wat we van veel artiesten in het genre van de bluesrock kunnen zeggen : qua virtuositeit en muzikaliteit is ‘Black Rock’ dik OK, qua originaliteit valt hier weinig te beleven.

Citay

Dream get together

Geschreven door

‘Dream get together’ is een aangename en dromerige trip doorheen 7 (midel)lange songs. Het gaat van zwevende folk rock a la Midlake tot soms wel southern rock, beetje Allman Brothers zelfs, althans in de bijzondere knappe opener “Careful with that hat” die beladen is met uiterst knappe gitaarsolo’s. Ook in “Secret breakfast”, één van de talrijke instrumentals (zo vet veel wordt er niet gezongen op dit album), wisselen akoestische en elekrische gitaren elkaar boeiend af. Wij horen ingehouden Motorpsycho of prille Pink Floyd (ten tijde van Meddle). Verder mag u het in het straatje gaan zoeken van Dungen, Howlin’ Rain en Comets on Fire. De uitschieter van de plaat is “Hunter”, een geweldige instrumentale song met fijne interactie tussen keyboards en heerlijke gitaren met een bruisende riff er bovenop.
Knap samenspel, zoete melodieën, gelaagde gitaren en soms fluweelzachte vocals, dit is zo een beetje het geluid van Citay samengevat. Om lekker in onder te dompelen, deze plaat.

Arid

Under the cold street lights

Geschreven door

Het Gentse Arid gaf in 2008 nieuw teken van leven met de cd ‘All things come in waves’. Na de succesvolle eerste twee platen ‘Little things of Venom’ (’99) en ‘All is quiet now’ (‘02) nam de band een break, maakte Jasper een solo uitstap, maar werd ook genekt en moest langdurig herstellen van toxoplasmose.
Ondanks het feit dat de vorige cd weinig nieuws onder de zon bracht en een goede afwisseling bood van poprock en ballads, gedragen door Jasper’s vocale capriolen, behielden ze de Vlaamse fans en wonnen zieltjes in Wallonië en Frankrijk. De band werd in ieders armen gesloten; het werd een happy return aan het muzikale front dus.
Het tot een trio gereduceerde Arid, Steverlinck – Du Pré - Van Havere verbaast nu toch wel met hun vierde plaat. ‘Under the cold street lights’ versmelt de eerste twee platen tot één en zorgt ervoor dat hun derde cd een handig tussendoortje werd. Inderdaad het is een meesterlijke nieuwe plaat, een forse stap voorwaarts in hun oeuvre, zoals het al eerder moest zijn. De sound is steviger, venijniger, smeriger en grauwer, zonder aan melodie in te boeten; de songs hebben een onderhuidse spanning, zijn intens broeierig, slepend, gedreven en het ballad gehalte is tot een minimum herleid. Ook de toetsen krijgen een prominente rol en de dubbele zanglijnen betekenen een meerwaarde. Opener “Flood” zet meteen de nieuwe toon van Arid; “Come on”, “All that’s here is all that’s left” en “Custom gold” zijn snedige rockers. “Seven odd years” en “Mindless” zijn Aridsongs als vanouds. En op “Broken dancer” hoor je Arid in z’n meest alternatieve vorm. Variatie en veelzijdigheid troef dus, wat zorgt dat het een erg overtuigende cd is geworden.

Pagina 345 van 402