logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gary Numan
L7
CD Reviews

Masters Of Reality

Pine / Cross Dover

Geschreven door

De laatst verschenen plaat van de ‘Godfathers of Stoner’, van de inmiddels 50 jarige Amerikaanse gitarist/songschrijver en producer Chris Goss, dateert al van vijf jaar terug. ‘Give Us Barabas’ was nu niet meteen een sterke plaat gezien het feit dat ze aanmodderde binnen de akoestische folk. Goss slaat met vaste kompaan/drummer John Leamy bikkelhard terug met de nieuwe ‘Pine + Cross Dover’. Inderdaad, we horen hier intrigerende, repetitief opbouwende doeltreffende riffs, bezwerende en opzwepende drums en fijn gearrangeerde zanglijnen, die een trip zijn naar de ‘70’s retro van Cream en Led Zeppelin, vasthouden aan de subtiele melodie van The Beatles en soms stoeien met psychedelica.
De cd is in twee stukken ‘Pine’ en ‘Cross Dover’. “King Richard tlh” en “Absinthe Jim and Me” doen het woestijnstof lekker opwaaien. “Worm in the silk” is de vreemde eend in de bijt en klinkt bevreemdend en onheilspellend in het eerste luik, en toont nogmaals de diversiteit aan van de Masters. “Johnny’s dream” is de psychedelische piano-instrumental (ode aan Johnny McLaughlin) en vormt de overgangssong. Deel twee laat meer ruimte voor de instrumenten. We horen intens broeierige, slepende songs die tot slot uitmonden in een langgerekte instrumentale trip “Alfalfa”. Vooraf aan het nummer kon een samenwerking met Unkle vriend James Lavelle niet uitblijven, “Testify to love”. Compositorisch minder boeiend, maar het onderstreept de dynamiek en puurheid van hun stonerrock!
Kijk, in twintig jaar Masters Of Reality weet Goss als geen ander de sound het best te laten klinken. Bijgevolg, een uitermate sterke zesde plaat dus.

Port O’Brien

Threadbare

Geschreven door

Een niet te onderschatten band is Port O’Brien uit Bay Area, Californië, gecentraliseerd rond het folkduo Van Pierszalowski en Cambria Goodwin. Zomers ging hij in Alaska zalm vangen op de vissersboot van z’n pa, zij voorzag de vissers van brood in de koude havenplaats en ’s avonds gingen ze samen liedjes maken. De zeelucht en de visvangst vormen de muzikale inspiratie, die passen binnen de folk/indiepop. Het debuut ‘All we could do was sing’ verscheen eind vorig jaar en bevatte sfeervolle, ingetogen, dromerige en soms krachtige rocksongs.
Nog geen jaar later is er de opvolger klaar. De akoestische gitaar, de banjo en de viool en de meerstemmige zang staan centraal en geven kleur aan het materiaal. We horen invloeden van Bon Iver’s/Bonnie Prince Billy’s americana en de indie van Arcade Fire en hun resem opvolgers. Ze zijn niet vies van een krachtiger worden rocktune, wat hen naar Pavement doet overhellen. Het plotse overlijden van de jongere broer van Cambria Goodwin was de aanzet van enkele broze ,ingehouden lofi composities, “Darkness invisible” en de titelsong van de cd. Ze staan tegenover het rockende “Sour milk/salt water”, “Leep year” en “Love me through”.
Port O’Brien brengt knappe, aanstekelijke bitterzoete songs. Toegankelijke droompop met een rauw randje. Ondanks het puike materiaal klinken ze minder verrassend. Binnen deze invalshoek en stijl mogen ze gerust eens de tijd nemen om nieuwe impulsen te voorzien.

HEALTH

Get color

Geschreven door

Het uit LA afkomstige jonge Health laat diverse lagen pop, noise, shoegaze, psychedelica en hardcore in elkaar vloeien. Hun rockende overwaaiende indiesound bevat onderhuids knappe melodielijnen. Een aparte sound die nog wordt geïnjecteerd door hemelse vocals.
De groep verwijst naar de energie van Naked City, een NYse avant garde band en beweegt zich ergens tussen Fugazi en Liars. De negen songs zijn op het scherpst van de snede klinken en staan tussen melodie en creativiteit. Door de korte tijdsduur lijken sommige nummers eerder brouwsels, die eigenlijk met enkele andere kunnen gebundeld worden, maar net dit vormt de trefkracht binnen hun concept. “Die slow”, “Death +”; “Severin” en “Eat flesh” springen er uit, maar het afsluitende en mooi uitgesponnen “In violet” biedt het gepaste evenwicht van een intense, broeierige opbouw en de zin voor avontuur, die ze op de volgende derde plaat kunnen uitwerken …

Titus Andronicus

The airing of grievances

Geschreven door

Vernoemd naar een een niet zo gekend stuk van William Shakespeare scherpt deze band uit New Jersey onze aandacht met hun debuut. De band haalt invloeden uit ‘70s Stooges en Clash punk, de stadionrock van Bruce, de lofi pop van Violent Femmes en Guided By Voices en kruidt hun gruizige rock’n’roll punk met een sausje folk. Ze zijn in één adem op te noemen met The Gaslight Anthem en Thursday. De eerste songs, “Fear & loathing” en “My time outside the womb” klinken snedig, broeierig en grauw. “Joset of nazareth’s blues” is lofi punk en hun “Titis Andronicus” song de meest rauwe punksong op de plaat. Het kwintet heft een sterke closing final met de opbouwende en mooi uitgesponnen “No future pt 1 & 2” en “Albert Camus”.
Kijk, Titus Andronicus is een beloftevolle band die overtuigt met hun groezelig en schurend materiaal, onder de krijsende zang van Patrick Stickles. 

Woodpigeon

Treasury Library Canada

Geschreven door

Het muzikale landschap wordt altijd wel mooi gekleurd als het over Canadese bands gaat. Een leuke ontdekking die naar Europa komt overgewaaid is Woodpigeon, de band rond Mark Hamilton, zanger/liedschrijver van deze collectie houtduiven. De groep heeft na enkele EP’s al twee volwaardige cd’s uit, waaronder ‘Songbook’ en deze ‘Treasure Library Canada’, soms toegevoegd van de EP ‘C/W Houndstooth’.
De band beweegt ergens tussen Arcade Fire, Belle & Sebastian en Sufjan Stevens en draagt de ‘60’s Beatles, Beach Boys en Crosby, Stills & Nash in het hart. Hun hartverwarmende, dromerige songs hebben een melodieus eenvoudige opbouw, klinken soms broos of worden door de bredere orkestratie kleurrijker; naast het intense gitaarspel en de spaarzame percussie dragen instrumenten als viool, cello, piano, toetsen, blazers en de harmonieuze samenzang bij tot de freaky en emotievolle folkpop. Ook refereren ze aan het singer/songwriterschap van Tim Hardin en Buckley.
Geniet van hun veertien aangename songs die als één trip kunnen beluisterd worden, … door “Knock knock”, “Piano pieces for adult beginners” en “In the battle of sun ..” trekken ze de aandacht en is het allemaal mooi toongezet voor de rest; ze deinen uit met de sfeervolle tintelingen van “Emma & Hampus”, “Now you like me how” en “Bad news brown”. De muzikale droomwereld in een bos wordt met het bezwerende “Tic Tac Toe, Woolen endings” overtuigend besloten.

Kings Of Convenience

declaration of dependance

Geschreven door

Het Noorse duo Erlend Oye en Eirik Boe, twee belangvolle singer/songwriters, namen hun tijd en lieten elkaar de ruimte om dan terug bij elkaar te komen. Het debuut ‘Quiet is the new loud’ dateert al 2001 en lag samen met het materiaal van Turin Brakes aan de basis van de toen heersende new acoustic movement, een voorliefde van eenvoudig en sober gehouden gevoelige, dromerige akoestische gitaarpop, gedragen door een soort engelenzang. Aan het vervolg ‘Riot on an empty street’, drie jaar later pas, eveneens een ‘60’s getinte akoestische plaat , werden af en toe piano, banjo en een blazer toegevoegd; nu lieten de heren vijf jaar op zich wachten. Ondertussen had Erlend Oye z’n handen vol met The whitest boy alive, het deejayen, dancenummers inzingen, het uitbouwen van een solocarrière enz … Boe werkte intussen z’n studie af.
Kijk als de heren elkaar vinden in het ‘so we meet again’ princiep, dan geeft het vonken. Inderdaad, opnieuw horen we die eenvoudig simpel gehouden akoestische folkpop, die zo pakkend klinkt. Het zijn lieve, dromerig uitgekiende prachtsongs, gedragen door hun samenzang of door de zachte fluisterstem van Oye. “Mrs cold”, “Boat behind“ en “Rule my world” kun je probleemloos meefluiten en neuriën. Het kan nog intiemer en kaler, zoals op “My ship isn’t pretty”, “Renegade”, “Power of not knowing” en de afsluiters “Second to numb” en “Scars on land” die enkel door akoestische gitaargetokkel en stem worden bepaald … een vat vol melancholie … voor bij zonsondergang of bij het haardvuur, op donkere winteravonden met een glas rode wijn … genietend van serene rust of het geeft een helende werking na een stressvolle dag! Beperkte bijdrages van viool en contrabas worden toegevoegd.
Simon & Garfunkel zijn één van de voornaamste referenties. Ergens las ik dat Kings Of Convenience de cocktail zijn voor verliefde stelletjes en oude geliefden die elkaar in de armen vallen …zo zie je maar … drama met een happy end!

The Fiery Furnaces

I’m going away

Geschreven door

The Fiery Furnaces hebben het deze keer wat eenvoudiger en iets rustiger aangepakt. Voorheen propten ze met graagte 56 ideeën in één song, hier beperkten ze zich meestal maar tot een drietal per stuk. ‘I’m going away’ klinkt dan ook een flink stuk minder nerveus dan zijn voorgangers. Een mens kan dit exemplaar makkelijk in één ruk uitzitten zonder dat ie van ’t kastje naar de muur geslingerd wordt om uiteindelijk compleet zotgedraaid of verdwaasd achter te blijven (de vorige ‘Widow city’ was om te zeggen zo een plaatje waar wij compleet hyper van werden, maar wel een kanjer van een schijf).
The Fiery Furnaces zijn na al die jaren ook al een serieus eind van de Velvet Underground verwijderd. Misschien herinnert u zich nog het prachtige debuutplaat ‘Gallowsbird Bark’ die compleet van de velvets doordrongen was, op ‘I’m going away’ is daar niets meer van te horen. De seventies zijn wel aan bod, deze keer, en dit vooral in de prettige gitaar- en orgelsolootjes van Matt Friedberger. Zusje Eleanor knoopt daar weer die frisse vocals en vreemde teksten aan met een geslaagd, zij het ietwat minder bizar, album als gevolg. Rustiger, vooral dat.
U hoeft echter nog niet te denken dat The Fiery Funaces de nieuwe Yes of -godbetert- Coldplay zijn geworden, hun songs (hier ook vrij kort volgens hun doen) zijn immers in al hun creativiteit nog steeds lekker tegendraads en eisen nog altijd de nodige moeite bij de beluistering. Wees gerust, de hitparade lonkt echt nog niet.

Soulsavers

Broken

Geschreven door
Het derde album van Soulsavers is er terug eentje om van te snoepen. Deze uit het Noorden van Engeland opererende band van Richin Machin heeft een uniek samenwerkingsproject klaargestoomd met de uit LA residerende zanger Mark Lanegan. Een samenwerking die groeide van de vorige cd ‘It’s not how far you fall, it’s the way you land’ (2007). Het duo Machin - Glover verdiende eerder z’n sporen met hun Soulsavers Soundsystem van remix werk (o.a. Beastie Boys en Starsailor) en soundscapes voor series en  films. In 2003 verscheen de eerst ‘echte’ plaat, het elektronica getinte‘Tough guys don’t dance’, met o.a. Josh Haden van het toenmalige Spain als gastvocalist.
We horen prachtsongs die de basis rock –americana - soul – jazz - gospel en triphop hebben; De spannende dreiging en de diepgrauwe, krakende stem van Lanegan en diens teksten passen ideaal in de Soulsavers outfit. Daarnaast zijn er nog een handvol bijzondere gasten: op de rauw rockende “Death bells” en “Unbalanced pieces” komen enerzijds Gibby Haines (Butthole Surfers) en anderzijds Mike Patton langs en Jason Pierce van Spiritualised neemt het orkestrale “Pharaohs chariot” voor z’n rekening. Een glansrol is weggelegd voor de Australische ontdekking Rosa Agostino, luster maar eens naar de sfeervolle “Praying ground” en “By my side”. Na Isobel Campbell scoort ze goed op de duets “You will miss me when I burn” (van Will Oldham geschreven btw!) en “Rolling sky”. “Some misunderstaing” van Gene Clark van The Byrds werd nieuw leven ingeblazen en kreeg een Crazy Horse solo mee. De twee instrumentals, “The seventh proof” en “Wise blood” grijpen terug naar de filmische soundscapes van het Soulsavers avontuur.
’Broken’ is een spannende, intens broeierige plaat die breekbaar pakkende stukken heeft en de knappe collaboratie onderstreept van het duo Machin - Glover, de band en z’n gastartiesten, met Lanegan en Agostino voorop!


The Temper Trap

Conditions

Geschreven door

Het uit Melbourne afkomstige The Temper Trap heeft na hun titelloze debuut EP van drie jaar terug een ijzersterk debuut uit, ‘Conditions’. In eigen land werden ze al sterk ontvangen omdat songs van de EP gebruikt werden in tv series en bioscoopfilms. De doorbraak gebeurt nu iets vlotter door het feit dat de band naar Londen verhuisde en terecht in de spotlights mag komen. We horen op hun debuut groots bezwerende, dromerige poprock, die door doordreinende, krachtige ritmes en een brok psychedelica en bombast voortgestuwd worden. Ze steken voldoende afwisseling in hun sferisch broeierige, catchy nummers. Meer dan overtuigend klinken “Rest”, Down river”, “Soldier on”, “Fools”, Science of fear” en de single “Sweet disposition”. Spil Dougy Mandagi kan hoog uithalen in z’n falsets, en stapt moeiteloos over in een meer directe, rauwe zang, zoals in “Resurrection”. Het lekker mee neuriënde “Fader” geeft dan de eenvoud weer van energieke poprock. In hun sound zijn er duidelijk referenties naar het oude U2, Glasvegas, TV On The Radio en Bloc Party. Voor de productie deden ze beroep op Jim Abbiss (die al instond voor Arctic Monkeys, Unkle, Adele en Bjork).

Wintersleep

Welcome to the night sky

Geschreven door

Danig onder de indruk zijn we toch van het Canadese Wintersleep, die al toe zijn aan hun derde cd; deze plaat laten we niet onopgemerkt aan onze neus voorbijgaan. We horen in de songs een duidelijke variatie van dromerig, ingetogen en krachtig dynamisch werk. Het zijn songs die er duidelijk staan,  van een lief, zacht naar een intens hardere, spannend bezwerende opbouw. De gitaren, piano, toetsen en Paul Murphys diepe vocals zijn de barometer van hun frisse boeiende sound.
Wintersleep barst van de potentie, ze geven hun sfeervol materiaal een stuwende wave ondergrond mee. Ze trekken meteen de aandacht met een broeierige “Drunk on Aluminium” en een snedige “Archaeologists”. De daaropvolgende “Dead letter & the infinite yes” en “Weighty ghost” klinken sfeervoller en hebben een folky tint. Maar sterk overtuigd zijn we van het opbouwende “Murder”, “Laser beams”, het langgerekte -van postrock ontdane – “Miasmel smoke & the yellow bellied freaks” en het in wave gesmoorde “Oblivion”. Wintersleep houdt het bij de Canadese scène van Arcade Fire, maar giet er een flinke scheut Editors en Interpol op!

Pagina 353 van 402