logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gary Numan
Viagra Boys
CD Reviews

Joss Stone

Colour me free

Geschreven door

Ze is nog maar goed twintig jaar en is al toen aan haar vierde plaat. Wat ons fascineert is de unieke warme, intens pakkende melodieuze soulpop onder haar doorleefde goddelijke, gevoelige stem. Toen ze 16 was waren we onder de indruk van ‘The soul sessions’, coversongs ondergedompeld in een soulbad. ‘Mind Body & Soul’ waren veertien eigen songs, die broeierig klonken en een gevarieerde aanpak hadden. De derde cd was de meest swingende plaat, groovende soulpop met een vleugje hiphop en beats.
Ze neemt nu een stapje terug qua muzikale omlijsting, maar het resultaat is en blijft doeltreffend. Ze koos voor de onvoorwaardelijke liefde in de muziek, want we horen gave, puntige songs van toegankelijke melodieën bepaald door jazzy blazers, emotievolle orkestraties, funky grooves en logge drums, gedragen door haar fraaie stem en de fijne, zalvende backing vocals. Een heerlijke, sfeervolle, verleidelijke sound dus, onder haar alles-veroverende aangrijpende soulstem, waarbij de beats tot een minimum zijn herleid. “Free me” en “Could have been you” zetten de toon van hoe instrumentatie en zang bij elkaar passen; “ 4 and 20”, “Big Ol’ Game”, “Stalemate” en de passende cover van Candi Station “You got to love” duiden op een volwassen plaat die aangenaam, leuk en gepassioneerd klinkt, wat ervoor zorgt dat‘Colour me free’ onweerstaanbaar klinkt!

Devandra Banhart

What will we be

Geschreven door

Een goede twee jaar na ‘Smokey rolls down thunder canyon’ is er nieuw werk uit van de freakfolkgoeroe Devandra Banhart, ‘What will we be’. Hij hanteert en freewheelt in diverse stijlen, wat een gevarieerde, boeiende plaat, maar weinig samenhangende plaat oplevert. Het past bij mans concept van ‘iedereen komt & gaat’ … het toonbeeld van de ultieme vrijheid en de ‘peace en love’ hippe toestanden in muziek en denkpiste.
Het gaat in de veertien songs van freakende folkpop (o.a.“Can’t help but smiling, foolin”) naar mooi breekbare en betoverende droompop (waaronder “First & last song for B”, het leuke “Chin chin & muck muck” en “Walilamdzi”), Spaanstalig songmateriaal (“Brindo” en “Meet me at lookout point” en tot slot ‘70’s retrorock, “16th & Valencia Roxy Music” en “Rats”.
We horen dus een aangename, ontspannende, frisse veelkeurige stijl in een ‘big smile’ concept. We stellen alvast “Angelika” en “Baby” voorop van de fraaie composities – in – een - verknipte aanpak!

Living Colour

The chair in the doorway

Geschreven door

Wat ooit een belangrijke band was in de alternatieve scène is nu een quasi vergeten groepje dat moeizaam probeert om terug aan het front te komen met een nieuw album. Helaas zitten daar, ondanks al het moois wat Living Colour in het verleden al gebracht heeft, weinigen op te wachten. Als we er dan bij vertellen dat het vuur, de power en de klasse van ‘Vivid’ (’88) en ‘Time’s up’ (’90) hier maar bij vlagen terug te vinden zijn, dan weet u al hoe laat het is. De levende kleuren zijn wat verbleekt op ‘The chair in the doorway’ en de inspiratie van weleer is voor een groot stuk weggeëbd. Hier en daar komt Living Colour nog wel eens venijnig uit de hoek, maar die momenten zijn te schaars. “Bless those” is zo een kloeke song die volledig onze goedkeuring wegdraagt, ook “Decadence” is een verbeten rocker, maar naar betere songs is het verder toch wel zoeken. Verdienstelijke pogingen als opener “Burned bridges” en het felle “Out of my mind” komen ook nog ergens in de buurt van een geslaagde song, maar dan is het vet van de soep. Alhoewel, met de hidden track “Asshole” mogen ze op het eind toch nog even schitteren : fijne riff, Glover en Reid goed op dreef, lekker rollend nummertje.
De mooie soulvolle stem van Corey Glover is wel immer present en ook het virtuoze gitaarwerk van Vernon Reid komt geregeld de kop opsteken, doch te weinig naar onze goesting. Die dingen zijn ze dus niet verleerd, maar er staan niet echt onvergetelijke dingen op ‘The chair in the doorway’. Wat we horen klinkt allemaal wel onderhoudend en soms wel stevig, maar niets blijft echt hangen, en dat is de zwakte van deze nieuwe plaat. Beetje jammer toch, want ze kunnen het nog, dit hebben we in den lijve ondervonden in de Vk* (eind 2009) en vooral bij hun onvergetelijke vlammend concertje in de Botanique in 2008.

Beak>

Beak

Geschreven door

Portishead producer en multi instrumentalist Geoff Barrow heeft onder de naam BEAK> een raar, donker, minimalistisch en tamelijk onheilspellend plaatje gemaakt die niks te maken heeft met hetgeen hij doorgaans met zijn reguliere band doet. We merken raakpunten met duistere eighties wave, Suicide, krautrock, een beetje dub en een lap Mogwai. Zelfs de donderwolken van Sunn O))) komen ons voor de verdoemde geest.
De plaat is quasi volledig instrumentaal en zit vol met stoorzenders, laaggestemde gitaren en depressieve synthesizers. Heel zelden hoor je op de achtergrond wat verdwaalde vocals die ook al helemaal niet de bedoeling hebben om het boeltje op te vrolijken. Een grimmig en onderkoeld sfeertje wordt hier verwekt maar de plaat werkt wel verslavend en is nogal bedwelmend voor de geest.
Interessant werkstukje, doch iets voor geoefende oren. Om de donkere winterdagen nog net iets meer te verduisteren.

Das Pop

Das Pop

Geschreven door

Deze plaat van het Gentse Das Pop leek eventjes op de Vlaamse versie van de klucht ‘Chinese Democracy’ te gaan lijken wegens zijn talloze verschuivingen in de releasedata. Maar eindelijk is ze er dan, de langverwachte opvolger van ‘The Human Thing’.
Slimmerik Bent Van Looy en de zijnen brengen een plaatje dat bulkt van de zwierige poprock, wat ook niet anders kan met die bandnaam. Opener “Underground” herbergt een heerlijke viool en koebel die samen met Van Looy’s stem een geniaal catchy nummer neerzetten. Die kleine en subtiele keuzes van korte klanken zijn de sterkste punten van het album en Das Pop kan die formule meermaals herhalen. Op en top pop dus. Heel goede pop zelfs.
Het geheel klinkt in tegenstelling dan wat je zou vermoeden niet extreem gelaagd. Voorbeelden te grabbel. Zo hebben we de mandoline in “Wings”, de stevige baslijn met handengeklap op “Try Again”, alweer die viool tijdens hit “Never Get Enough” en tweeluik “Saturday Night” part 1 & 2 moet het dan weer hebben van korte gitaarslagen. De schwung wordt nooit uit de nummers gehaald, maar het geheel is niet dansbaar van a tot z. Zo zitten de ballads “Girl Be A Man” en “September” meer naar het einde toe verstopt, waarna ze er weer wat steviger tegenaan gaan in “Feelgood Factors”.
Producers van dienst zijn de Dewaele broers, maar nergens is hun invloed stevig doorgedrukt. Ze stonden er op dat er géén synths gebruikt werden. Bent Van Looy (wie weet, binnenkort officieel De Slimste Mens) stuurt u de groeten vanuit Fuckland!

Rammstein

Liebe ist für alle da

Geschreven door

Het Duitse Rammstein heeft zich gaandeweg opgewerkt tot een grootse band met hun metal – rock - industrial concept binnen een melodieus toegankelijke lijn. De band rond Till Lindeman geeft elan aan het geluid door totaalspektakel op hun optredens en vunzige, seksuele fantasieën en nihilistische teksten.
Na ‘Reise Reise’ en ‘Rozenrot’ laste de band een noodgedwongen rustpauze in. De gigs eisten hun tol en leverden heel wat interne twisten op. ‘Liebe ist für alle da” is krachtig, rockt, beukt, en klinkt meer aanstekelijk door sfeervolle toetsen. De strakke, straffe riffs en de zwaardere electro (“Rammlied”/ “Ich tu dir weh”, “Waidmanns Heil”) wisselen ze met “Pussy”, “Früling in Paris”/”Mehr”/”Roter sand”, die opbouwend, sfeervol en dansbaar kunnen zijn.
Al bij al is de nieuwe cd toegankelijk door het afgewerkte karakter. Rammstein zorgt voor een avondje fun en ‘all what you think bout …, but afraid to do’ …

Tokio Hotel

Humanoid

Geschreven door

De vier jonge gasten uit Maagdenburg slaagden er twee jaar geleden in het jonge publiek te veroveren. Ze haalden zelfs vier TMF Awards binnen als beste nieuwe artiest, beste album (‘Scream’), beste clip en beste pop. Tokio Hotel, rond de tweeling Bill & Tom Kaulitz, waren het ideale exportproduct voor elke ‘rockmindende’ tiener.
Ook op de nieuwe plaat klinkt de band niet anders dan voorheen. Ze brengen melodieus stevige en pittige poprockers, gaan wat breder door de synths en hebben oog voor enkele ballads. Op die manier hebben we lekker in het gehoor liggende songs. Het zijn vooral “World behind my wall” en “Phantomaider” die sterk bekoren . “Dog unleashed” en “Human connect to human” refereren aan de ‘80’s electro en er klinkt een “Personal Jesus” –riff van DM door. “Zoom into” tot slot doet de meisjesharten sneller slaan. En daarmee heb je het recept gehoord van de toegankelijke poprock van de Tokio Hotel twintigers.

Rolo Tomassi

Hysterics

Geschreven door

We waren de voorbije zomer sterk onder de indruk van de uit Sheffield afkomstige noise band Rolo Tomassi. De band, onder broer James en zus Eva Spence, brengt een combinatie van noiserock, punkjazz en allerlei –core invloeden. De songs kunnen een opbouwende melodie hebben, gaan van hard naar zacht en zijn uiterst avontuurlijk en opzienbarend door de verrassende wendingen, bizarre kronkels en ontspoorde ritmes. We horen waanzinnige gitaar- en toetsenpartijen en opzwepende en strakke drums. En op de koop toe overstelpt de frontvrouwe ons met haar krijsende, schreeuwende en gillende zang. Maar ook deze frêle dame kan zacht klinken in haar vocals. En net precies al die tegengestelden maken de songs erg boeiend en spannend. “Oh Hello ghost” en “I love turbulence” geven de toon aan voor de rest van de plaat. Een song als “Fofteen abraxas” klinkt grauwer en donkerder en de psychedelica klinkt door op “An apology to the universe” en het afsluitende “Fantasia”. We krijgen momenten van rust aangeboden met enkele soundscape instrumentals. De herriemakers zorgen voor een letterlijke pletwalssound op ‘Hysterics’.

Drugstore

Drugstore live at Dingwalls, Camden Town London

Geschreven door

Het Britse Drugstore onder de bevallige zangeres/bassiste Isabel Monteiro, van Braziliaanse origine, maar dag en dauw gehuisvest in Londen, gaf de vrouwenpop midden de jaren ’90 elan, in de voetsporen van bands als 4 Non Blondes, The Breeders, Kristin Hersh’s Throwing Muses, Belly, Echobelly en Hope Sandoval’s The Mazzy Star.
Ze boden melodieus broeierige, ingetogen en kwetsbare gitaarpop, die kleur kreeg door cello, toetsen en haar licht melancholische, overtuigende stem. De tweede cd ‘White magic for lovers’ had een handvol instant hits als “Sober, “Say hello”, “Song for Pessoa”, “The funeral” en het duet met thom yorke “El President”. In 2002 hield de band het voor bekeken, maar kijk, zeven jaar later was er de live reunion gig, waarbij bleek dat Monteiro de smaak zal te pakken hebben om in 2010 met nieuw materiaal op de proppen te komen.
We horen live songs van de drie cd’s en enkele opmerkelijke rarities en covers (waaronder Zeppelins “Communication breakdown”; besluiten doet de cd met enkele sober gespeelde nummers van de dame zelf, waaronder een paar nieuwe intieme songs. Turin Brakes kwam er ook nog bij om het feestje compleet te maken. Het wordt dus halsreikend uitkijken wat Drugstore 2010 zal betekenen …

Basement Jaxx

Scars

Geschreven door

Al van op de vorige cd ‘Crazy Itch Radio’ (2006) grijpt het excentrieke leuke Britse duo Ratcliffe/Buxton terug naar hun eerste platen ‘Remedy’ en ‘Roots’. Intussen brachten ze ook nog een compilatie uit. Het duo biedt op die manier meer ruimte aan de muzikale stijlen in hun trancegerichte latindancepop. Er is minder (tot geen) sprake (meer) van overvloedige cocktailstijlen in één song zoals op de ‘Kish Kash’ cd, wat betekent dat het avontuurlijke en de spitsvondigheid op het achterplan is geraakt. Maar we kunnen dit zien als een normale evolutie van elke band.
Centraal blijft natuurlijk de integratie van pop, dance, Brazil/latin, funk en soul, die warm, feestelijk, dansbaar en bovenal toegankelijk klinkt. We zijn fan van Basement Jaxx, want geen enkele dancegroep kan als hen die heerlijk hoekige en leuke ritmes, melodieën en stijlen diverse tempowisselingen en verrassende wendingen geven.
Niet te vergeten zijn de talrijke guestbijdrages. Op de opener en de titelsong “Scars” is er Kelis, op “Saga F” komt Santigold aandraven, “She’s no good” – Eli ‘Paperboy’ Reed, “Stay close” – Lisa Kekaula en Yoko Ono horen we zelfs, “Day of the sunflowers”. Talrijke artiesten hielpen mee, waaronder Sam Sparro (“Feelings go”) , Yo Majesty! (“Twerk”), Amp Fiddler (“A possibility”) en Lightspeed Champion (“My turn”). En we horen een opperbeste fuifstemming op “Raindrops”.
’Scars’: al veel gehoord, geen directe vernieuwing, en ondanks de lichte muzikale vermoeidheid van de heren, nog steeds fijn, gezellig, ontspannend en dansbaar. Ze blijven zich op hun manier onderscheiden.

Pagina 350 van 402