logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15433 Items)

Carmel

Carmel - Een geslaagde nostalgie trip, die van begin tot einde aan de ribben kleeft

Geschreven door

Begin jaren tachtig was de jazz, r'n'b, Soul en Gospel band Carmel (****1/2), ofwel Carmel McCourt, bassist Jim Parris en drummer Gerry Darby, redelijk populair. Als grote voorbeelden haalt Carmel artiesten aan als Ben E. King, Percy Sledge maar vooral Aretha Franklin. En dat was ook te merken aan haar performance op o.a. Torhout/Werchter 1988 en op Via Rock 1993 toen we Carmel op beide evenementen zagen.
Nostalgie trips zijn altijd een beetje een risicovolle onderneming. Zo zorgde de doortocht van die andere jaren '80 icoon Paul Young in Sint-Niklaas voor erg uiteenlopende reacties. De Casino, Sint-Niklaas was goed vol gelopen voor dit optreden van een Jazz/R&B/soul diva die wellicht de meeste aandacht naar haar toe trekt, maar haar bandleden en publiek met zoveel liefde omarmt, dat het eerder het totaalplaatje is dat ons over de streep trekt.

Dat laatste blijkt al vanaf de eerste song op de setlist. Carmel gooit haar wonderbaarlijke en heldere stem in de strijd, maar zet ook een stap opzij - vaak letterlijk - om haar muzikanten de kans te geven de ene solo na de andere uit hun mouw te schudden. Zo waren we danig onder de indruk van de piano virtuoos die de klavieren streelde , of de talentvolle achtergrond zangeres, die een stapje naar voren zette. Met dank aan een frontvrouw die deze dame deed stralen op dat podium. Ook de drummer van dienst mocht regelmatig tot het oneindige improviseren, gerugsteund door een saxofonist die de ene warme klank na de ander uit zijn instrument tovert. Als kers op de taart mogen natuurlijk gitaar en basklanken niet ontbreken.
Om maar te zeggen, als een top artiest zijn of haar muzikanten de vrijheid geeft om zich volledig te ontplooien , dan ontstaat er een magie die je zelden tegen komt.
Hoe groot die liefde is bleek toen Carmel verjaardagwensen in ontvangst mocht nemen van haar band. Ze mag vandaag - zaterdag 24 november - namelijk 60 kaarsjes uitblazen. Ook het publiek reageerde wild enthousiast. Het enthousiasme van de fans en de band op het podium werkte trouwens als een rode lap op een stier, en ook dat siert een artieste als Carmel. Ze ontving dat warme applaus van band en publiek met enorm veel liefde, en legt de lat prompt nog hoger om uiteindelijk alles in de strijd te gooien om de fans een perfecte avond voor te schotelen waardoor ze met een gelukzalig gevoel vanbinnen de zaal verlaten.
Ondanks de status geen routineklus af te leveren, maar alle registers open te gooien en een kinderlijke spontaniteit uit te stralen als een jonge wolf in het vak? Daarvoor krijgt Carmel dan ook een sterretje meer in onze eindafrekening.

Besluit: Carmel grasduint in haar volledige oeuvre , een kleine twee uur lang. Dat sommige nummers vrij lang worden uitgesponnen mede door muzikanten die tot het oneindige improviseren stoort daarbij totaal niet. Bovendien is Carmel nog steeds heel goed bij stem, en straalt een charisma en spelplezier uit als een jong veulentje in het vak, met de ervaring van een jazz en soul diva zoals haar grote voorbeeld Aretha Franklin.
Tijdens het door het publiek meegebrulde “More, More” bleef het publiek roepen om meer. Waarna de voltallige band tot twee keer toe een bisnummer bracht. Ik was met niet al te hoge verwachtingen vertrokken richting Sint-Niklaas, dat geef ik eerlijk toe. Maar Carmel bezorgde mij en alle aanwezigen een top avondje dat aan de ribben blijft kleven. Niet door veel show vertoon, maar door op een eenvoudige , spontane wijze ons hart diep te raken. Aan de reacties van het publiek te horen tijdens en na het concert, was ik niet de enige die met een brede glimlach huiswaarts keerde. Soms kunnen nostalgie trips wel degelijk geslaagd zijn.

(Foto Carmel: Sven Dullaert)

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

DadaWaves

All The People's Faces -single-

Geschreven door

DadaWaves is  de semi-psychedelische popband van singer/songwriter Jasper Stockmans.  De groep zette zich reeds op de kaart met de radiohit “Wise Old Owl” die het goed deed op Radio 1. In afwachting van hun nieuwe album dat in februari 2019 zal verschijnen bij Starman Records is er de nieuwe single “All The People’s Faces”, een intrigerende kampvuur-meezingmantra, die mens en technologie (smartphoneverslaving) op de korrel neemt.
De nieuwe single is misschien net iets minder zomers dan het vorige werk, maar er zitten sterke hints naar de jaren ’70, Beach Boys en Byrds. Sterke arrangementen en kleurrijke, meerlagige melodieën staan in schril contrast met de  satirische lyrics. Retro-dream-psych-pop zo u wil.
Mocht Duyster nog een programma zijn op StuBru, dan zou deze single daar elke week te horen zijn.

Parcels

Parcels - Disco-pop op een zomerbedje

Geschreven door

Afkomstig uit Australië, ontwikkeld in Berlijn. Parcels vond in die laatste stad de juiste ingrediënten om zich te ontplooien tot de band die ze nu zijn. En dat ging niet onopgemerkt voorbij. Voor hun Botanique show mochten de heren van Parcels het bordje ‘sold out’ al maanden op voorhand boven halen. De Orangerie zat dus afgeladen vol voor de disco-pop maatjes van Daft Punk.

Toen Parcels enkele weken geleden hun eerste langspeler ‘Parcels’ uitbracht waren er uit vele hoeken enorm hoge verwachtingen. Eerst en vooral omdat zij afgelopen zomer op Dour een enorm sterke show neerzetten en ten tweede omdat Parcels toch wel een hype aan het worden is. Als zelfs Daft Punk met deze Australiërs wil samenwerken, wil dat toch wel wat zeggen.
Helaas viel hun eerste LP wat tegen. De nummers klonken iets te plat en hadden precies ook minder inhoud dan wat we gewoon waren van hun live shows.
Bij het begin van hun show bewees Parcels weer waarom ze het wel waard zijn om van hun te houden. Een band die zo op elkaar is ingespeeld met nummers die zo strak overkomen, verdient alleen maar waardering.
Openen deed Parcels met “Comedown”, tevens ook het openingsnummer op hun plaat. Nadien volgde een mooie overgang van “Lightenup”. Een goede start als je het ons vraagt, want het publiek stond meteen scherp om er samen met de band een goede avond van te maken.
Parcels staat vooral bekend voor zijn catchy gitaarrifjes en disco-pop invloeden, maar er is meer. Op “Hideout” toonde de band dat ze ook af en toe eens durven experimenteren met sterke beats en iets donkere elektronica. Zeer geslaagd, als je het ons vraagt!
De single waar heel de Botanique op wachtte was uiteraard “Tieduprightnow”, dat zorgvuldig door elke ziel in de zaal werd meegezongen. Dit werd vervolgd met de nummers “Closetowhy” en het toch ook wel aanstekelijke “Overnight”. Bissen deed de band niet, dus werd hun set afgesloten met “IknowhowIfeel”.

Parcels zette een heel aangename show neer in de Botanique. Een muzikaal hoogtepunt was het niet persé, maar laat ons zeggen dat we wel enorm fan zijn van de strakke set die deze heren telkens brengen. En eerlijk, wie wordt er nu niet gelukkig van een band met zo veel zomervibes als die van Parcels!

Organisatie: Botanique, Brussel

Kadavar

Kadavar - Geweldige retro heavy psych-rock

Geschreven door

Het Zweedse Monolord mag de Kreun een eerste keer op sleeptouw te nemen. En dat slepen mag je letterlijk nemen, want Monolord doet het met trage extreem heavy sludge-metal met loodzware bassen, scheurende gitaarintermezzo's en monsterlijke hompen van songs die niet zelden de 10 minuten-grens overschrijden. Het heeft een verslavende werking op het publiek dat hier gewillig in meegezogen wordt en zich aan een potje slowmotion-headbangen waagt.
Monolord, die met het ronkende ‘Rust’ een knoert van een laatste album heeft uitgebracht, is dan ook niet zomaar een snel bij elkaar gebokste support act. Dit is immers een band die met hardvochtige doomrock de Kreun vanavond al meteen drie kwartier op zijn grondvesten doet daveren.

Het Duitse powertrio Kadavar is een band die onbeschaamd enkele decennia terug gaat in de tijd maar nooit oubollig klinkt. Zowel hun looks, hun neanderthaler-baarden als hun sound zitten diep geworteld in de vroege jaren zeventig, een tijd waarin bands als Black Sabbath, Led Zeppelin, Ten Years After en Humble Pie hoogdagen beleefden. De valkuilen uit die tijd omzeilt Kadavar echter met glans, je zal de band niet betrappen op songs van een half uur of eindeloze drumsolo’s. Het had gekund, want Kadavar heeft een verdomd ijverige en geweldige drummer in hun rangen, naar alle waarschijnlijkheid de bastaardzoon van Ginger Baker en halfbroer van onze favoriete Muppet Animal. Die kerel is een attractie op zich, hij mept zich de pleuris maar bezondigt zich nergens aan egotripperij.

Kadavar haalt het beste uit Sabbath en Hawkwind en laat dat gretig rondspartelen in een woelig bad van kolkende stoner-rock. Stevige hardrockstampers als “Skeleton Blues”, “Vampires”, “Tribulation Nation” en “Into The Wormhole”, uit die alweer steengoede laatste plaat ‘Rough Times’, harken en stampen dat het een lust is. De songs laten blijken dat Kadavar op dat laatste album misschien iets minder retro-minded is en wat meer inzet op een robuust en heavy geluid. In ieder geval klinkt het hard, gemeen en fantastisch en is het gelukkig ook volledig gevrijwaard van de alom gevreesde rockballads. Kadavar mag dan al een Duits combo zijn, ze blijven mijlenver uit de buurt van The Scorpions. En ook van de coiffeur.
Het is echter een oudje die zich als eerste absolute hoogtepunt aanbiedt, met name “Living In Your Head”, een stomende retro rocker uit hun eerste plaat. De song krijgt een lange en superbe live uitvoering waarmee Kadavar alle registers opentrekt. En op dat elan gaan ze gretig door, splijtende riffs, gierende solo’s en uitgelaten wah-wah pedalen vliegen in het rond. Het mag dan al retro klinken als de pest, hier zit flink wat vaart en power in.
Kadavar kan, Hawkwind indachtig, ook als de besten een space-rock feestje organiseren. Zo is de klassieker “Purple Sage” wederom een indrukwekkende en dreinende lange psychedelische trip die laat vermoeden dat de heren geregeld met zijn allen zwaar aan de paddo’s zitten.
Met reeds vier ijzersterke albums op hun actief kan Kadavar inmiddels al putten uit een rijke back catalogue. En daarin hebben zich mettertijd ook al een paar onsterfelijke klassiekers ontwikkeld, zoals een geweldig stomend “Doomsday Machine” dat steevast een gegeerd orgelpunt is op een Kadavar concert.
Mogen we daar ook gerust aan toevoegen : onsterfelijke vintage seventies rockers als “Black Sun” en “All Our Thoughts”. En na vanavond weten we ook dat het nieuwe “Die Baby Die”, hier als wervelende bis opgevoerd, een heuse publiekslieveling is geworden. Snedig, denderend en dodelijk heavy.

Kadavar, geweldige band die nog onbeschaamd durft rocken met de haren in de wind !

Neem gerust een kijkje naar de pics
Monolord
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/104
Kadavar
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/105

Kadavar + Monolord
Kreun
Kortrijk

Organisatie: Wilde Westen

LeWis

Mathilda -single-

Geschreven door

LeWis (Louis De Roo) heeft muzikaal al een lang parcours afgelegd en dat hoor je in zijn nieuwe single "Mathilda". Op het eerste gehoor past hij in het rijtje zoetgevooisde jongemannen waar we eerder Milow, Milo Meskens en Mooneye ondergebracht hebben. Of als we buiten de landsgrenzen gaan kijken: George Ezra en Bastille. Maar er is meer. Deze “Mathilda” is heel matuur in de arrangementen en songopbouw, waardoor alles ook net iets langer blijft hangen. Ook de lyrics getuigen van een combinatie van talent, ervaring en het je laten omringen met de juiste mensen.
Het is bovendien een heel raak gekozen single, want een beetje relationeel drama in een ballad van een knappe jongeman doet het tegenwoordig goed. Er kan maar weinig fout gaan met de carrière van LeWis.
Singles als deze smeken om opgepikt te worden door Radio 1, Radio 2 of zelfs Studio Brussel en ook Spotify zal ongetwijfeld voor de bijl gaan. Is het niet met deze “Mathilda” dan wel met één de volgende singles.
https://www.youtube.com/watch?v=WrlWakXAv6Y

Sleath

Autumn Skies EP

Geschreven door

Het Gentse label Vuilbak grossiert doorgaans in ambient en experimentele muziek, maar brengt regelmatig ook knappe lo-fi uit. Zopas is er de EP 'Autumn Skies' van singer-songwriter Sleath.
In de goede Vuilbak-traditie krijg je hier ongepolijste 'slaapkamer-opnames' van een artiest die nog zijn weg zoekt, maar die hebben hun charme. Sleath heeft niet veel meer nodig dan zijn stem en een akoestische of elektrische gitaar en met beide weet hij de juiste accenten te leggen. Zodanig dat de percussie op het voorts prachtige “Blue Monochrome” eerder stoort dan iets toevoegt. Op de Red House Painters-cover “Uncle Joe” klopt het plaatje met de percussie wel.
“The Last Twist Of The Knife” heeft een lekker psychedelische gitaar-outro die nog te vroeg afgebroken werd. Het parlando op “Survival Kitten” enerveert meer dan het scoort. Het is vooral op titeltrack “Autumn Skies” dat Sleath een grote onderscheiding haalt, met een outro die doet denken aan REM in hun begindagen.
Deze EP doet in zijn doodeerlijke aanpak een beetje denken aan het Hitchhiker-album van Neil Young, aan de jonge Lou Reed, Fred Abong, Dee Calhoun of – dichter bij huis – Pauwel De Meyer. Als songwriter moet Sleath nog een stuk groeien en nog eelt op de ziel kweken. Er is nog wat schaafwerk aan de lyrics, maar ik kijk uit naar wat deze Sleath zou doen met een volledige band, voldoende studiotijd en de strenge hand van een ervaren producer.

Blak Juju

Murder Style -single-

Geschreven door

Blak Juju werd in 2015 opgericht door Dirk Jans (drummer bij De Mens en Brasseur), zangeres Sibyl Jacob (Moiano, DJ4T4, Buscemi) en DJ Dirk Swartenbroekx. Later werd de band aangevuld met zanger/rapper TD Rankin (Steve Emmanor en Buscemi) en bassist Ben Brunin (Vive la Fête, Isolde et les Bens). De bandnaam telt één ‘c’ minder dan Black Juju, de song van Alice Cooper en de naam van een Griekse doommetalband.
Blak Juju focust in de eerste plaats op stomende liveshows waarbij dub, reggae, electro en EDM op originele  en exotische wijze  blenden tot een oververhitte dansvloer.
Volgend jaar komt er een volledig album, maar nu is er reeds de single “Murder Style”, met een Buscemi die het groepsgeluid zeker niet overheerst. Het zijn de muzikanten en de zanger en zangeres die hier de show stelen, anders dan op de eerste tracks die op Bandcamp gezet werden. “Murder Style” klinkt alsof het in Jamaica opgenomen werd en is dansbaar van begin tot eind. Positif vibes all the way. Als alle tracks van dat komende album dit niveau halen, zal het inslaan als een bom.
https://www.youtube.com/watch?v=4VveExVYWxc&feature=youtu.be

Hell City

Flesh & Bones

Geschreven door

Heavymetalband Hell City haalt hard uit met het comeback-album ‘Flesh & Bones’. Over de term comeback kan je wat discussiëren, maar deze Limburgers hebben toch een tijdje stilgelegen na het onverwachte overlijden van hun (vorige) bassist. Dat gegeven had de basis kunnen zijn voor een flinke dosis melodrama, maar de band koos ervoor om Michael Konovaloff in de eerste plaats te eren met een sterk album. Een keuze die op zich al ons respect verdient.
Op ‘Flesh & Bones’ is het enthousiasme om muziek te maken bijna tastbaar. In vergelijking met de vorige albums van Hell City is dit een pak zwaarder en agressiever en daar is drummer Tommy Goffin verantwoordelijk voor, die met zijn grunts accenten legt op de cleane vocalen van zangeres Michelle Nivelle. Enkel op de relatief korte anti-Trumptirade “Bogus Potus” zijn de grunts de leadvocalen. Ook de andere bandleden presteren hier bovengemiddeld sterk.
Een aantal tracks steken er bovenuit: de singles “Your Darkest Hour” en “Supernatural”, het vinnige “Me My Enemy” en de epische titeltrack “Flesh & Bones”. Inzake songopbouw, lyrics en speeltechniek moet de vernieuwde bezetting van Hell City geen lessen meer krijgen en met een sterproducer als Dan Swanö kozen band en label voor topkwaliteit.
Met dit album kan Hell City opnieuw meespelen in de Europa League van de heavymetal.  

Bob Mould

Sunshine Rock -single-

Geschreven door

De single “Sunshine Rock” van Bob Mould is de voorloper van het gelijknamige album dat begin volgend jaar uitgebracht wordt. Bob Mould kennen we nog van Hüsker Dü en Sugar en van zijn solowerk. Hij verhuisde in 2015 naar Berlijn en dit is het eerste album sinds de Amerikaan in Duitsland woont.
De nieuwe single sluit aan op dat van Sugar ten tijde van ‘Copper Blue’ en van zijn vorige solo-album ‘Patch The Sky’: veel energie en snelheid en luide gitaren met die typische Mould-sound en -akkoorden. De gitaar overstemt het meeste van de lyrics, maar je weet dat het ondanks de zonnige titel waarschijnlijk niet over bloemetjes en bijtjes zal gaan.
Hoewel … deze single klinkt een stuk minder donker dan de gemiddelde track op ‘Patch The Sky’. Er zitten deze keer wat strijkers in en dat zijn we nog altijd niet gewoon bij Mould’s muziek, maar hier storen ze niet. Ongewoon zomers voor een rabiate treurwilg als Bob Mould. Benieuwd of hij de zon kan laten schijnen over een volledig album.

Siglo XX

Box

Geschreven door

Siglo XX ontstond in 1978 in Genk. In navolging van de punk wilden ze hun eigen muziek maken. Hun naam ontleenden ze aan een Boliviaanse mijn waar sociale onrust was. Iets wat ze ook in Genk kenden met de sluiting van de mijnen en de bijhorende werkeloosheid, armoede en drugs.
Hun werk begon als Cold Wave en evolueerde naar Darkwave. Ze hadden hun eigen label (Straatlawaai Records dat nog steeds bestaat) waar ze hun eerste single op uitbrachten. Begin de jaren ‘80 tekenden ze bij Antler Records. Ze brachten via hen 2 EP’s en een mini lp uit. ‘The Art of War’ (1982), ‘The Answer’(1983) en ‘Dreams of Pleasure’ (1983).
Deze opnamen zijn nu via Onderstroom Records uit op 3xlp en/of cd. In totaal 13 songs en een bonustrack. Deze verzameling is de basis/kern van hun oeuvre. Niet dat ze erna geen goede dingen meer hebben gemaakt (tussen 1987 en 1989 brachten ze nog 3 albums uit via PIAS tot ze er in 1991 de brui aan gaven) maar deze drie releases hebben hen op de kaart gezet. We krijgen hier songs die sterk beïnvloed waren door Joy Division; songs zoals “La Vie Dans La Nuit”, “Until A Day” en “Dreams of Pleasure”. Maar er zitten ook eerder experimentele songs in zoals het mooi en verstilde “Autumn”. De openingsminuut met de piano kan zo dienst doen als achtergrond bij een film. Of “In The Garden” waar ze proberen hun geluid open te trekken. De eerlijke en recht vanuit hun hart muziek zorgt ervoor dat heden ten dage de muziek nog zeer beluisterbaar blijft. Als toemaatje krijgen we een live versie uit Beverlo 1983 van “Whispers”.
Aangezien het werk van Siglo XX niet gemakkelijk verkrijgbaar is, is deze box een geschenk voor wie hun werk in bezit wil hebben. En het is ook een geschikte kennismaking voor jongeren die de roots van de Belgische wave muziek wil leren kennen. Daarbij mag Siglo XX zeker niet ontbreken. Heden ten dage treden ze enkele keren op en wie weet heb je de kans om ze eens live aan het werk te zien. Moet je zeker eens doen.

King Dick

Mean Phases

Geschreven door

King Dick is een ongeleid synthpop-projectiel met o.m. roots in de Antwerpse jazz-scène. Als King Dick gaat Wim De Busser aan de slag met vooral eighties-elektronica en stemvervormers en voorts zowat alle elementen van een klassieke rockbandbezetting. Het resultaat op ‘Mean Phases’, het vierde album van King Dick, is een homogeen klinkend knip-en-plakwerk dat in de meest poppy rockmomenten doet denken aan het vroege werk van Beck en Eels.
In de Lage Landen zou ik verwijzen naar Pascal Deweze’s ‘Cult Of Yes’, naar LR Flores ‘Sportsmen In Doubt’ of naar My Baby’s ‘Mounaiki’. Tegenover al die referenties is King Dick op dit album evenwel heel wat naïever, vaak kwajongensachtig en vooral minder gepolijst. Alles wordt bewust lo-fi gehouden en ideeën worden met opzet niet of weinig uitgewerkt, of zo wil King Dick het toch laten overkomen. Alsof je naar een demo luistert die nog een eindmix moet krijgen. Gladde en platgeproducete synthpop hebben we al in overvloed, dat klopt. Maar je moet dus wat stof wegblazen om de pareltjes te zien op ‘Mean Phases’.
Het sterk aan Air schatplichtige “Puppy Love” is zo een pareltje. Eentje dat je bovendien nog redelijk makkelijk als parel herkent. Andere ruwe edelstenen vergen al wat meer aandacht en luisterervaring, zoals single “Prayer” en voorts de psychedelische mantra “Pale White Moon” en “Baby Needs Love”. Hoewel alle elementen aanwezig zijn om dansbaar te zijn, is het in dat verband vaak een verhaal van ‘net niet’ op ‘Mean Phases’.
En ook niet elke track op dit vinylalbum kan helemaal overtuigen. Een paar keer verdenk ik deze Koning Lul ervan dat het concept, de formule van de song belangrijker was dan het resultaat. Maar misschien zie of hoor ik dat volledig verkeerd.

Stop Calling Me Frank

Spider In My Beer And Other Songs

Geschreven door

De Amerikaanse band Stop Calling Me Frank is de ultieme reïncarnatie van pubrock, een genre dat nochtans onmiskenbaar Brits is. Zowel in de muziek als in de lyrics is dit één grote ode aan cafébezoek, dronken rockdromen en toogpraat. Hun muziek is die die daar het beste bij past: easy going rock ’n roll zonder veel franjes: beetje rhythm’n blues, beetje punk, beetje rockabilly, beetje soul. De enige vreemde eend in dit verhaal is de saxofoonspeler, die op zijn eentje deze pubrock vijftig extra tinten kleur geeft. Het is het eerste studiowerk van de band in meer dan 30 jaar, terwijl de bandbezetting nauwelijks wijzigde.
Zelf geven ze aan dat ze de mosterd halen bij Stax, Motown, Ramones, the Mighty Mighty Bosstones en the Real Kids. Wij horen vooral echo’s van The Smithereens, The Fratellis, Dr. Feelgood, Eddie & The Hot Rods, Treat Her Right en Morphine (die sax, natuurlijk).
Op het eerste gehoor is dit een album met weinig muzikale ambitie. Pas na een paar luisterbeurten begin je te beseffen hoe vernuftig deze puzzelstukjes aan elkaar hangen en met hoeveel métier dit in elkaar gebokst werd. Eenvoud en efficiëntie zijn de sleutelwoorden: geen noot te veel en net genoeg akkoorden om catchy te zijn. Tegenover die door ervaring aangescherpte compositie-kwaliteiten zijn de lyrics eerder lichtvoetig en de grapjes goedkoop. Liever hadden we hier een tekstschrijver gehad die zich kon meten met Nick Lowe, Warren Zevon of de jonge Elvis Costello, drie namen die in hun vroegste werk niet zo heel ver van de pubrock stonden, maar Stop Calling Me Frank geraakt tekstueel niet verder dan het niveau van Kid Rock, Sheryl Crow en (heel soms) Tenacious D.
De nummers waarop alles op zijn plaats valt, zijn “Gimme Life”, “My Baby Is An Ax Murderer From The State Of Wisconsin”, “Beat That Dog”, “Drinking After Work” en “5.000 Miles”.
Stop Calling Me Frank brengt rock die je het beste kan horen met een frisse pint in je hand. Haal deze band naar Europa voor een tournee langs kleine zaaltjes en grote cafés. Succes verzekerd.

Soul Grip

Not Ever

Geschreven door

Soul Grip heeft zijn wortels liggen in het hardcore milieu. Vandaar dat je die elementen ontegensprekelijk tegenkomt in hun muziek. Maar ze mengen daar ook black metal en post metal doorheen waardoor je een nieuwe blend krijgt. Zo krijg je songs die het ene moment richting Amenra gaan en het andere moment dan weer als een post rock band. Hokjes houden hen niet tegen dus en daar houden we wel van.
Deze Gentse vijfkoppige band begon in 2014 op te treden in België maar ook in de omringende landen. Zo hebben ze al een heleboel steden en landen (Duitsland, Denemarken, Nederland…) in hun jonge bestaan aangedaan. Ze speelden al op Ieperfest, Antwerp Metal Fest en Bloodshed Fest (Nl). Ervaring hebben ze dus al genoeg opgedaan en dat hoor je ook aan hun mature sound. Ze weten mij ook bij momenten te verrassen. Bijvoorbeeld op “Grav I” waar de overgang onverwacht is en helemaal de song opentrekt. Het ritme schiet de hoogte in en zoekt jachtig zijn weg doorheen de song. Fantastisch nummer met een verslavende riff. “Grav II” heeft bijna niets te maken met de voorgaande track. Het begin is jachtig maar valt dan stil om een ambient-achtig intermezzo aan het woord te laten. Naar het eind toe ontploft de boel nog kort.
‘Not Ever’ is boeiende en verrassende Post Black Metal. Vol vuur, energie en emotie. Weg van de platgetreden paden en dat kunnen we waarderen. In zijn genre is dit een van de beste releases die ik in 2018 reeds te horen kreeg.

 

Post Black Metal
Not Ever
Soul Grip

 

The Twilight Sad

It Won’t Be Like This All The Time

Geschreven door

Ik leerde de band en zijn muziek kennen begin 2015 met de release van hun vorig album (‘Nobody Wants to be Here…’). Een aangenaam album dat hier thuis nu nog regelmatig gedraaid wordt. Kort daarna zag ik hen in het Sportpaleis in het voorprogramma van The Cure. Daar konden ze mij iets minder overtuigen maar support zijn is niet altijd een dankbaar gegeven. Eigenlijk zou ik ze eens aan het werk moeten zien in een kleinere zaal. Het album komt uit op Mogwai’s label Rock Action Records.
Het vorig album was een voorzichtige stap voorwaarts en ook met dit album zetten ze een voorzichtige stap vooruit. Voor de opnames en het songschrijven haalde het duo Graham/Mc Farlane ook hun meetoerende muzikanten Doherty (bas) en Smith (keys) naar de studio om zo het niveau naar een hoger niveau te tillen. Het was tijd om ze officieel als bandleden te noemen volgens Graham. Qua stijl en sfeer is er tegenover het vorige album niet erg veel veranderd. Het is weer een vrij donker album geworden met de typische teksten en zang van James Graham.
Waar zitten de stapjes vooruit? Ik vind toch vooral in de mix en de productie. Het album klinkt iets gevarieerder en voller dan het voorgaande. De bas komt in enkele songs ook meer naar de voorgrond zoals in “Vtr” (hun volgende single) en “The Arbor”. Daardoor krijgen een aantal songs meer een darkwave/postpunk vibe. Er staan naast een aantal uptempo tracks, zoals de sterke opener “10 Good Reasons For Modern Drugs”, ook enkele mooie ingetogen songs. “Sunday Day 13” is zo’n nummer. Het drijft voornamelijk op de stem en de synths. Een mooi opgebouwd en melancholiek nummer. “I’m Not Here” is qua tekst, opbouw en teneur een typisch Twillight Sad nummer. Een heel degelijke song. Met “Auge Machine” lonken ze naar de grotere podia. Het is een song dat een beetje de grandeur van The Editors in zich heeft. Met “Keep It All To Myself” zitten ze dicht bij Joy Division aan. “Girl Chewing Gum” is een catchy song met een middelmatige en heel herkenbare riff. “Let’s Get Lost” klinkt dan wel geïnspireerder, ook cathcy en de keys hier zijn top. Een topliedje.
Het album sluit af met “Videograms”, hun single. Een heel fijne song dat best wat aandacht verdient op de radio.
Of het hen zal lukken om met dit album (het vijfde reeds) groot te worden blijft voor mij een vraagteken. Ze zouden het nochtans verdienen. Ik vond het trouwens al verrassend dat dit niet gebeurde met het vorige. Maar om eerlijk te zijn hoop ik ook een beetje dat ze blijven zoals ze nu zijn. Een cultband, zoals The Editors in hun beginperiode, die persoonlijke en weemoedige muziek maakt.
‘It Won’t Be Like This All The Time’ is een heel goed en gevarieerd album dat veel mensen zal aanspreken. Het is een kwestie van hen ermee in aanraking te brengen. Voor liefhebbers van The Editors, The National, The Cure…

Gazer Tapes

Gazer Tapes/Gazers #2 (compilation)

Geschreven door

‘Gazers #2’ is een verzameling van 30 nummers (op cassette of mp3) uit de hedendaagse Belgische scene. Het is de tweede keer dat dit label dit doet. De vorige keer was begin 2017 en bevatte 25 songs. Het label brengt ook materiaal van iets bekendere Belgische bands zoals Tonsils en Beech. Die laatste twee hebben we ook reeds gereviewd.
Ook ditmaal valt er heel wat pareltjes te ontdekken. Zoals The Empathy Exams met “Close To The Knives”. Een wat sullige bandsnaam maar met een heel leuk indie nummertje. The Third Kind brengt hier een darkwave liedje terwijl Bleak wat doet denken aan de jaren 90 alternatieve rock en shoegaze. Fake Indians geven je een lel om je oren en Berg staat hier met “Leap” op haast eenzame hoogte. The LVE is ook het vermelden waard. Verder komen we nog Peuk, The Tubs, King Dick etc tegen.
Ik ga hier niet alle dertig nummers bespreken maar er staat veel op dat de moeite waard is en er zullen ongetwijfeld bands hiervan doorstoten naar een grotere bekendheid. Intussen is dit een fijn medium om hen te presenteren. Er staan ook wel wat nummers tussen die er niet op hadden gehoeven maar laten we dat aantal tot een vijftal beperken.
Zo blijven er nog 25 genietbare tracks over en dat lijkt mij meer dan geslaagd voor een compilatie met haast onbekende bands. Goed werk van het Turnhoutse Gazer Tapes!

Rock/Electro
Gazer Tapes/Gazers #2 (compilation)
Gazer Tapes

The Black Eyed Peas

The Black Eyed Peas – Geslaagd voor sfeer en gezelligheid

Geschreven door

‘I got a feeling that tonight’s gonna be a good night’. Met die gedachte spoorde ik zaterdag richting Brussel om The Black Eyed Peas na een achtjarige afwezigheid terug aan het werk te zien. Toen ik op de trein nadacht over de songs die ze in het verleden lanceerden, moest ik vaststellen dat een karrenvracht ervan ooit de hitparades sierden. Hun derde album ‘Elephunk’ (2003) heeft hier alles mee te maken: het is niet enkel het eerste album waarbij de band alternatieve hiphop inruilt voor een eerder ‘poppy’ sound, maar ook het debuut van Fergie als zangeres. Wie nog nooit de singles “Where is the Love”, “Shut up” en “Let’s Get it Started” gehoord heeft, moet ofwel onder een steen geleefd hebben, ofwel in volledige ascese trappist gebrouwen hebben.

Het ging hard voor de band, tot in 2011: de leden van de Black Eyed Peas beslisten om een tijdelijke stop in te lassen waarbij ze ver weg van de schijnwerpers aan nieuw materiaal zouden werken. Na enkele ritjes op de geruchtenmolen verliet Fergie vorig jaar echter de band om zich te focussen op haar solocarrière. De overige leden lieten het niet aan hun hart komen en werkten het zevende studio-album, Masters of the Sun Vol. 1,  af dat op 26 oktober van dit jaar boven de doopvont gehouden werd. Een gelijknamige tour, die aangekondigd werd als de wedergeboorte van de Black Eyed Peas, kon uiteraard niet uitblijven. Zaterdag 17 november was ons land dus aan de beurt.

De Belgische DJ Daddy K en opkomend talent India Love mochten het verwachtingsvolle publiek opwarmen. Dat ze daar ruimschoots in slaagden, bewees de mexican wave net voor de Black Eyed Peas het podium betraden.

Black Eyed Peas - De Amerikaanse band opende met – hoe kan het ook anders – “Let’s Get it Started” en de toon was gezet. De vierkoppige liveband en een knappe scenografie die bestond uit een gigantische, verlichte driehoek, ondersteunden de verschijning van een opgewekte Will.iam, Apl.de.ap en Taboo, de drie originele leden van de Black Eyed Peas. Alvorens de enthousiaste fans de kans kregen om op adem te komen, volgden “Imma Be” en “Rock That Body”. Het licht euforische gevoel van herkenning dat ik had, werd al gauw getemperd want hoewel de drie heerschappen blakerden van zelfvertrouwen, zongen ze (te) vaak naast het ritme. Daarenboven kreeg de PA waarschijnlijk bericht om de micro’s luid genoeg te zetten zodat iedereen zonder problemen ieder woord zou horen. Dit benadrukte helaas de vocale tekorten en zorgde bij momenten ook voor een storende galm.
Dat Fergie er niet bij zou zijn, wisten we op voorhand. Het was dan ook nieuwsgierig uitkijken naar wie haar plaats zou innemen. Na een viertal nummers kwam het antwoord:  Jessica Reynoso, een finaliste van The Voice of the Philippines. Een prima zangeres én meerwaarde voor de show, die helaas als een lookalike van Fergie werd neergezet.  Hoewel de zangeres zeker Fergies pumps zou kunnen dragen, zie ik haar nog niet onmiddellijk in haar voetsporen treden, daartoe mist ze simpelweg de x-facor die Fergie heeft. Mij leek het ook alsof ze door de andere bandleden in haar vrijheid beknot werd en niet mocht verwachten dat ze dezelfde aandacht zou genieten als hen.
Ondanks dit alles vliegt het eerste uur voorbij en bouwt Vorst een feestje. De meeste mensen die naar Brussel afgezakt zijn, komen immers niet om muzikaal te degusteren maar om de hitjes mee te brullen. Gaandeweg het midden van de set was er echter een dip in de show. Nieuwe singles als  “Ring The Alarm”, “Constant” en “Big Love” waren duidelijk (nog) niet gekend en leverden dan ook een akelige stilte op in het publiek. Lieve woorden van Will.i.am en Taboos getuigenis over zijn gevecht tegen kanker vier jaar geleden , wakkerden de betrokkenheid van het publiek opnieuw aan. Dankzij enkele Will.i.am hits, die mijns inziens overbodig waren op een Black Eyed Peas concert, steeg de sfeerbarometer zelfs maximaal. De climax werd echter bereikt op het einde, toen “Where is the Love?” en “I Gotta Feeling” Vorst in lichterlaaie zette.

Al bij al was het ‘a good night’ dankzij de vele hits die de Black Eyed Peas in hun repertoire hebben en die ze strategisch op de setlist plaatsten. Gelukkig was de uitvoering ondergeschikt aan de vreugde die de hits teweegbrachten. Om hun achtjarige afwezigheid goed te maken wordt er trouwens nieuw werk verwacht in april én oktober 2019.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/135
Organisatie: Live Nation

The Human League

The Human League - Strak geregisseerde synthpop zonder houdbaarheidsdatum

Geschreven door

Ook zonder écht relevante platen uit te brengen verdient Sheffield’s finest The Human League reeds decennia lang een aardige stuiver in het 80ies revival circuit. Het grootste deel van dat lucratieve pensioenplan heeft het Engelse gezelschap opgebouwd van pakweg ’81 tot ’86 toen hun tussen kunst en kitsch laverende synthpop zowel door new wave adepten als door de commerciële mainstream wereldwijd werd gesmaakt. De drie voornaamste veteranen uit die glorieperiode, frontman Philip Oakey en zangeressen Susan Ann Sulley (‘de blonde’) en Joanne Catherall (‘de zwarte’), horen we niet klagen als zou hun populariteit inmiddels tanende zijn: schijnbaar moeiteloos liepen zowel de AB, het Kursaal en de Roma afgelopen weken vlotjes vol om de hitmachine uit het foutste decennium van de muziekgeschiedenis aan het werk te zien.  

The Human League trekt dit jaar de wereld rond met hun ‘Red tour’, een nostalgische knipoog naar een vroegere gewoonte van de band om hun vinyl singles rood te merken als ze expliciet voor de dansvloer bestemd waren. De designers van de flashy video wall op de achtergrond hadden dat duidelijk goed begrepen: rood was een regelmatig terugkerend kleur in een verknipt decor van muziekclips, video animaties en fluoprojecties dat het publiek in een handomdraai terug naar de 80ies katapulteerde op de strakke synthpop beats van “The Sound Of The Crowd”. Meteen viel op hoe de onderkoelde bariton van de inmiddels 63-jarige Oakey nog steeds akelig perfect klinkt. Was dit het betere lip sync werk ... of toch het resultaat van een popster pur sang die zich gewoon goed soigneert in de herfst van zijn carrière en als een afgetrainde atleet van de ene naar de andere trap holde? We hebben geen bewijzen voor het eerste dus veronderstellen dan maar het tweede.
Dé voornaamste bestaansreden van The Human League anno 2018 zit verpakt in ‘Dare’, dat ene classic album uit ’81 waarop de synthese tussen de elektronische spielerei van Kraftwerk en de space disco van Giorgio Moroder het nieuwe handelsmerk van de groep werd. De klassieke synthpop singles uit dat album zoals “The Things That Dreams Are Made Of”, “Open Your heart” en “Love Action (I Believe in Love)” ontbraken natuurlijk niet in Oostende en lokten prompt een horde dolle vijftigers uit hun comfortable zetel richting frontstage om een danspasje op een halve tegel te wagen. Voeg daarbij andere popparels als “The Lebanon” (yep, ineens werd hier zowaar een gitaar gespot op het podium), de lichtvoetige Motown pastische “Mirror Man” en de enige noemenswaardige 90ies hit “Heart Like A Wheel”, en je hebt het recept voor een onvervalst feestje der herkenning dat gewoonweg niet kón mislukken.
Oakey & co hadden gelukkig ook wat minder evidente songs op het menu staan. Het atmosferische “Seconds”, met voorsprong het beste nummer uit ‘Dare’, werd toendertijd weggemoffeld als B-kantje van “Don’t You Want Me” maar heeft intussen zijn eeuwigheidswaarde bewezen als inspiratiebron voor uiteenlopende acts van Ladytron tot LCD Soundsystem. Ook met de okselfrisse elektropop van “Night People”, een vergeten single uit League’s laatste album ‘Credo’ (’10), overbrugde de Engelse veteranen moeiteloos een aantal generatiekloven. Op haar beurt keek de groep ook eens achterom richting eigen inspiratiebronnen, en kwam wonderwel uit bij Ryuichi Sakamoto’s Yellow Magic Orchestra wiens “Behind The Mask” een glossy en zeer geslaagde makeover kreeg.
De meeste ogen mochten dan al gericht zijn op de drie oorspronkelijke leden, toch verdienen de twee synthspelers en de drummer evenveel krediet om de tot in de puntjes uitgekiende greatest hits show van begin tot eind strak te regiseren. Het gaf Oakey en zijn twee stoïcijns voor zich uitkijkende Griekse godinnen meteen ook de tijd en ruimte om vestimentair uit te pakken en hun voormalige reputatie als stijliconen van de new romantic movement hoog te houden. Oogverblindende glitters, potsierlijke pluimen, halve kilts en doorzichtige regenjassen: you name it en het zat in de verkleedkoffer van Sheffield’s finest.

Tijdens de twee toegiften schetste The Human League mits magistraal gekozen contrasten haar eigen muzikale evolutie van een avant-gardistisch elektro gezelschap (“Being Boiled”) naar een catchy synthpop band met Abba-esque neigingen (“Together in Electric Dreams”, een toenmallige joint venture tussen Oakey en de onvermijdelijke Moroder).
Slotsom: net als bij de recente concertreeksen van Kraftwerk voelde de tot op de milliseconde strakke timing toch wel wat steriel aan, maar evenzeer als hun geestelijke vaders kwam The Human League hier toch vooral bewijzen dat hun muzikale erfenis weinig aan relevantie heeft ingeboet. Kunst - kitsch: 1 - 1.

Organisatie: Live Nation

Uncle Acid & The Deadbeats

Uncle Acid & The Deadbeats - Onversneden garage-metal

Geschreven door

Uncle Acid and The Deadbeats wordt nogal snel bestempeld als een metal band. Een beetje kort door de bocht is dat, vooral voor een band die net iets te graag zelf uit die bocht vliegt. Laat ons aannemen dat het hier gaat over een soort metal die bij voor voorkeur in een gammele schuur is opgenomen in plaats van in een peperdure studio. Metal ontdaan van alle bombast, kapsones, spierballen of lachwekkende haardossen. Uncle Acid houdt het liever rauw en smerig en dompelt de versterkers maar al te graag in een bad van steengruis alvorens ze volledig in het rood te laten gaan. Denk aan Black Sabbath en Blue Oyster Cult die in een vochtige kelder zijn opgesloten, of aan Ty Segall die Kyuss door een versleten vleesmolen draait.

Geen band die de lo-fi metal beter beheerst dan Uncle Acid & The Deadbeats (of het moet Fuzz zijn, niet toevallig weer een hobbyclubje van Ty Segall), getuige de vijf albums die ze inmiddels al bij mekaar gesmeed hebben. ‘Wasteland’ is daarvan de laatste en het is wederom een ferm staaltje grofkorrelige garage-metal. Daaruit zijn de gejaagde en snedige gruisrockers “I See Trough You” en “Shockwave City” blijkbaar al tot publiekslievelingen uitgegroeid, en met het slepende monstertje “No Return” wordt Black Sabbath door een toxisch bad van modder en salpeterzuur gesleurd.
Verder graait Uncle Acid ook nog flink uit hun back catalogue. Krakers als “I’ll Cut You Down”, “Mt Abraxas”, “Waiting For Blood” en een verschroeiend “Death’s Door” doen de stoom uit alle schouwen tegelijk blazen. Het klink ronduit geweldig, sneert als een heuse orkaan door de AB en laat daarbij heel wat vunzige rock’n’roll-smurrie achter.
Live weet Uncle Acid immers dat rauw en gemeen geluid nog een extra dimensie te geven. De onverstaanbare vocals klinken alsof ze uit een ondergronds buizenstelsel komen, maar ze zitten de ongepolijste powersound als gegoten. Zo ook de gitaarsolo’s, dit zijn hoegenaamd geen spreidstand-ego-trips met guitar-hero allures, ze staan daarentegen volledig in dienst van de scheurende songs. Uncle Acid creëert daarmee een sfeertje waarin het publiek wordt opgezogen in een bad van giftige stoner-rock en smerige proto-metal. De voltallige AB Ballroom laat zich er vanavond gewillig in onderdompelen.

Als dit al metal zijn, dan is Uncle Acid & The Deadbeats tenminste een band die de rock’n’roll terug in het genre heeft gebracht. En dat is meer dan welkom.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

James Christian

Craving

Geschreven door

James Christian is ook bekend van zijn werk/rol in House Of Lords. De band is al sedert 1987, mits een hiatus van enkele jaren, bezig in de muziekbussiness. Zij zitten eveneens bij het Italiaanse label Frontiers Records. Zo nu en dan neemt James ook een solo album op. ‘Craving’ is zijn vierde solo-album.
Is er veel verschil met zijn hoofdband? Niet erg veel. Het grootste verschil is misschien dat de gitaren hier soms eerder semi-akoestisch zijn wat maakt dat ze wat zachter rocken dan dat je bij House of Lords gewoon bent. Voor de rest zijn er veel gelijkenissen. Melodische AOR rock met veel aandacht aan de refreinen en dito melodieën. Voeg daarbij ook nog de typerende stem van James en je zal hier niet veel nieuws onder de zon ontdekken.
Is deze plaat dan een sof? Nee , helemaal niet. Het is heel degelijk gemaakte en catchy rock. Een beetje clichématig dat wel. Het doet soms wat aan Journey of Bon Jovi denken. Het grootste minpuntje vind ik de teksten. Die zijn veelal nietszeggend en staan vol met holle aanklachten of woorden. Wat gladjes dus. O.m. op “Wild Boys”. De tekst is oppervlakkig maar de song op zich is wel te genieten. Het titelnummer “Craving” is dan wel geslaagd op elk vlak. “World of Possibility” is een degelijke ballade met een vrij fijne melodielijn. Helaas heb ik die al ergens eerder gehoord. “Sidewinder” is een leuke rocker dat wat aan Aerosmith doet denken. De man brengt ook enkele songs met een gelovige inslag. Elf tracks staan er in totaal op ‘Craving’.
Wie graag House of Lords, of de bands zoals ik hier eerder heb opgenoemd hoort, zal hier wel tevreden mee zijn. Zelf vind ik het een heel vakkundig gemaakt album maar ik mis toch wat magie en eigenheid om het meer dan dat te noemen.

Hardrock/AOR Rock
Craving
James Christian

Parquet Courts

Parquet Courts - Tevredenheid op een koude donderdagavond

Geschreven door

Het is een koude donderdagavond, midden november, wanneer Parquet Courts zijn nieuwe plaat 'Wide Awake' voorstelt in de Botanique.
De New Yorkse groep bracht met deze zevende plaat een accurate beschouwing van de moderne tijd. Met elk nummer, kritiek op een deel van onze hedendaagse samenleving.

Zoals “Total Football”, de opener van de plaat, maar ook van deze avond, dat eindigt met “and fuck Tom Brady”. (Quarterback, populaire jongen en Trump-aanhanger).
“Fuck Donald Trump” schreeuwde iemand nog. “We’re on the same page,” kreeg deze enthousiasteling sarcastisch terug van gitarist en songwriter Andrew Savage.
Wat volgde was een goed gebalanceerde set van 80 minuten. De afwisseling tussen funky 60’s pop ballads als “Freebird II” en knallers als “Almost had to Start a Fight/In And Out of Patience” brachten dynamiek en een verhaal in de set.
Alleen kwam de uitvoering niet echt over. Het leek alsof ze in hun cynische teksten zelf gegroeid zijn (of het tourleven was net iets te hard). Ze hebben bewezen dat ze alle vier goede muzikanten zijn, maar er was lak aan attitude om de boodschap over te brengen.
Het US-radiohitje “Tenderness” werd als de “Smells Like Teen Spirit” of de “Where Is My Mind” van … afgerammeld, terwijl mensen zaten te duwen om bier te halen.
Naar het einde toe begon de band te jammen, vertrekkende vanuit “One Man No City”. In deze uitgerokken trip leken ze het licht terug te zien. Voor het eerst zagen we een band.
Eindigen deden ze wel in stijl met het één minuut lange “Light Up Gold II” en een “We’re Parquet Courts, thank you bye!
Deze laatste was goed genoeg om de mensen met een tevreden ziel naar huis te laten gaan.

Er zijn namelijk niet veel bands als Parquet Courts. We vergeven hun iets zwakkere showdus graag.

Organisatie: Botanique, Brussel

SONS

SONS - Knallen in de ‘Charla’!

SONS - Geen betere plek dan de broeierige 'Charla' om een stevige garagerockband als SONS het beste van zichzelf te laten geven. Want eerlijk, deze rockers in een schouwburg, het zou als een tang op een varken zijn geweest.

SONS raasde als een kanonskogel door een 45 minuten durende set zonder enig rustmoment. En dat het echt oerend hard zou gaan , bewezen ze onmiddellijk in het begin van het optreden. Een nieuw nummer, titel nog niet bekend, ging vooraf. Het werd een typisch SONS-nummer met meer dan genoeg ronkende gitaren.
Daarna gingen we verder met bekender werk zoals “Wanted Dead” en “Concrete Waves”. Die laatste had een coole spacey outro. We kregen al wat handgeklap en de handjes gingen omhoog. Robin, Jens, Arno en Thomas gingen onverminderd door met pompende bassen en knallende drums. Met “I Need a Gun” bewezen de SONS ook hard melodieus uit de hoek te komen. Als een trein ging de band naar het einde van het nummer, waarbij ze het niet konden laten om de versterkers even te laten krioelen.
Ondertussen waren we al over de helft van de set, en vond SONS het tijd voor een covertje. We hoorden een ruige versie van “Lonely Boy” van The Black Keys. Een verkrachting op een goede manier? Het blijkt dus te kunnen. Daarna kregen we “Tube Spit”, dat met enkele rustpauzes zorgde voor nog sterkere bommetjes tijdens de song. En tijdens “Ricochet” zagen we nog een heuse sitdown, zodat ook de mensen achteraan even hallo konden zeggen tegen de band. In het echt klonk de hit natuurlijk nog rauwer dan op de radio. Dat konden we alleen maar toejuichen.
Als bisnummer genoten we nog van “Do They See Me”, waarna we zelfs wat gabbermuziek hoorden om het helemaal strak af te sluiten.

We kregen dus een top optreden. Geen wonder dat deze jonge gasten de Nieuwe Lichting van Studio Brussel wonnen. Het is een unieke band in België, die de garage punkrock helemaal terugbrengt. Het is uitkijken naar de rest van het nieuwe werk.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-photo/156
Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 219 van 498