logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Epica - 18/01/2...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 04 februari 2010 01:00

What will we be

Een goede twee jaar na ‘Smokey rolls down thunder canyon’ is er nieuw werk uit van de freakfolkgoeroe Devandra Banhart, ‘What will we be’. Hij hanteert en freewheelt in diverse stijlen, wat een gevarieerde, boeiende plaat, maar weinig samenhangende plaat oplevert. Het past bij mans concept van ‘iedereen komt & gaat’ … het toonbeeld van de ultieme vrijheid en de ‘peace en love’ hippe toestanden in muziek en denkpiste.
Het gaat in de veertien songs van freakende folkpop (o.a.“Can’t help but smiling, foolin”) naar mooi breekbare en betoverende droompop (waaronder “First & last song for B”, het leuke “Chin chin & muck muck” en “Walilamdzi”), Spaanstalig songmateriaal (“Brindo” en “Meet me at lookout point” en tot slot ‘70’s retrorock, “16th & Valencia Roxy Music” en “Rats”.
We horen dus een aangename, ontspannende, frisse veelkeurige stijl in een ‘big smile’ concept. We stellen alvast “Angelika” en “Baby” voorop van de fraaie composities – in – een - verknipte aanpak!

In de jaren ’90 ontstond er een ware Suede-mania rond Brett Anderson en z’n Londense band, zowel naar hun pose, uitstraling als naar hun ‘70’s opwindende poprock, gekruid van glam en wave. Referenties naar T-Rex, Echo & The Bunymen en The Smiths waren op hun plaats, en het Briticoon kreeg terecht ook de gelijkenis met David Bowie opgezadeld.
Suede werkte naar een uitgebalanceerde, fijnzinnige sound met orkestraties wat de sfeer geladener maakte in de zin van dramatiek, pathos en (pretentieuze) bombast. Anderson hief de band op, ondanks de puike comeback cd ‘A new morning’; het daaropvolgende The Tears werd een misplaatst avontuur (ook al maakte gitarist Bernard Butler, Suede man van het eerste uur, deel uit van de band!). Tot slot waagde hij zich solo. De tijd dat hij gehuld in leren jasje vetgalmende gitaarsongs stond in te zingen, behoren tot het verleden. Hij presenteert zich als een singer/songwriter die intieme liedjes met klassieke arrangementen van diepgang voorziet. Pas met de recente derde cd ‘Slow attack’, die in de winterperiode verscheen, begon hij z’n weg te vinden; de twee vorige cd’s ‘Wilderness’ en het titelloze debuut hadden samen maar een handvol interessante songs. Hij heeft nu een echt compleet solo album uit , waarvan de nummers beter ingekleurd zijn met strijkers en blazers (cfr. vergelijk met de muzikale evolutie van Suede!). Een impressionistisch geluid die terecht Japan’s “Nightporter” en het eerste werk van David Sylvian oproept.

Live kreeg het innemende materiaal een flinke scheut Suede glamrock’n’roll mee. Anderson en de zijnen speelden een gevarieerde set, een directer geluid, zonder brede arrangementen en tierlantijntjes; de intense ingehouden en begeesterende piano- en toetsen en Anderson’s unieke heldere, overtuigende gepassioneerde stem boden de gepaste emotionaliteit.
In de goed halfgevulde zaal drumden die-hard fans om hun halfgod een handdruk te kunnen geven. Het stapje terug in kleine zalen gaf een goed gevoel en zorgde voor een nauw contact met het publiek.
De eerste songs “Hymn” en “Wheatfields” lagen in de lijn van de plaat, hadden een donkere ondertoon en waren indringend. “Hunted” toonde hoe het anders kon; een broeierige spanning, een rauwer geluid en een opbouw die krachtiger klonk. Ook zagen we een bezielde zanger die vol overgave te werk ging; z’n vroegere podiumprésence, de armbewegingen en de danspassen was hij nog niet verleerd. Dan stapte hij over naar een spaarzame “Ashes of you” en “Leave me sleeping”, bepaald en gedragen door breekbare pianotunes en emotievolle vocals.
Hij wisselde verschillende stemmingen af, onmiskenbaar was de oude Suede te horen op bedreven versies van “Julian’s eyes” en “The swans”, die konden rekenen op een warm onthaal. Het werd muisstil toen hij, gezeten op een barkruk, akoestisch “The empress” en “Clowns” speelde. Om kippenvel van te krijgen. Z’n stem alleen al fascineerde en hield je in de ban! Een ingetogen “Chinese whispers”, terug die twee-eenheid stem-piano, en een sober gehouden “A diff’rent place” volgden .In een closing final’ reeks, hoorden we ouder solowerk, “Love is dead” en “Back to you”, in een onversneden intense rockversie, voorzien van de gepaste galm en pathos. Kale nummers op plaat, die live harder en feller waren. Voor de aanwezigen was het de link naar de hoogdagen van Suede!
En of dat ze er nog zin in hadden … een ingehouden ”Scarecrows” en een intens meeslepende, verbeten “Funeral mantra” volgden in de bis. Samen met z’n band haalde hij hier krachttoeren uit, en stopte het in een grootse, stevige jam, die door de pedaaleffects, noise-erupties en repetitieve zware toetsen glans kreeg.

Op die manier tekende Anderson voor een uiterst gevarieerde, avontuurlijke set; de muzikale streken van vroeger waren goed ingebed in de huidige sound! Een oude vos verliest z’n …, maar niet z’n …

Organisatie: Trix, Antwerpen

Ongelofelijk tot wat de mooi ogende lieftallige en de immer glimlachende Britse jonge Joss Stone, nog maar 23, in staat is. Ze is al toe aan haar vierde cd, debuteerde op 16 jarige leeftijd met een aparte cover CD, ‘The soul sessions’, en viel op met haar goddelijke, doorleefde, gevoelige, soulstem in de voetsporen van de Motown sound, Aretha Franklin en Dusty Springfield. We horen gave, puntige soulsongs van toegankelijke melodieën bepaald door jazzy blazers, emotievolle orkestraties, funky grooves en logge drums. Het geheel klinkt intens pakkend, warm, sfeervol en broeierig; de uitstapjes naar gospel en hiphop geven een fris, freakende indruk.

Wat een muzikaal talent zagen we on stage! Ze speelde een evenwichtige, gevarieerde en afwisselende set met haar puike, mooi uitgedoste begeleidingsband, die naast de traditionele opstelling aangevuld werd met bezwerende Hammond en sax, vocaal gedragen door fijne, zalvende backing vocals. Joss dompelde ons onder in een wereld van romantiek, verleidelijkheid en bonkende Valentijntjesharten door haar love & peace attitude en haar onvoorwaardelijke liefde voor muziek. Een heerlijk geluid, hoe instrumentatie en zang bij elkaar pasten. We moeten zeggen dat de black music door de jonge blanke dame met de gouden fluwelen stem geestesgenoten Amy Winehouse, Duffy en Adele achter zich liet en het moet mooi zijn om onze eigen Selah Sue te zien groeien naar dit talent.
Ze putte uit haar vier cd’s, zonder écht het recentste ‘Colour me free’ voorop te stellen. Wat wel opviel was dat het tweede album ‘Mind, body & soul’ bijna zo goed als niet aan bod kwam.
Joss trad op in een spannend bloemetjesshirt, was op blote voeten en ging gretig in op de reacties van het publiek. Middenin de set, tijdens “Victims of a foolish heart” kon ze probleemloos de microfoonproblemen omzeilen. Ze bleef even speels, optimistisch en enthousiast.
Het sfeervolle, innemende “Choking Kind” van haar debuut, opende de ruim anderhalf uur durende set. Ze zette dan meteen de zwierige, funkende groove van het schitterende “Free me” in van de huidige cd. Een happy gevoel creëerde ze bij de afwisselende, uitgesponnen versie van “Super duper love”, die niet omheen gospel kon; de ‘Say yeahs’ en de handclaps sloegen om de oren. Om kippenvel van te krijgen.
Als een volleerd fotomodel wandelde ze en als een dartelend veulen swingde ze op het podium. “Put your hands on me” ademde de sfeer van een donkere, rokerige nachtkroeg in gedempt licht en door de broeierige sax klonk de ‘50’s swingjazz door. Ze gaf haar stem meer draagkracht door de armbewegingen, die ook een teken waren over te stappen van een vollere naar een beperktere instrumentatie. Joss Stone ging gepassioneerd te werk, wat overtuigende versies gaf van subtiel uitgewerkte “Fell in love with a boy” en “Could have been you” (bezwerende pianotoets!), een heupwiegende cover van “Some kind of wonderfull” en een opwindende “You had me”. In het afsluitende “Tell me about it” stipte ze een medley aan van verschillende covers waaronder … jawel “You got to love” van Candi Station (het meest gecoverde nummer nu - is ook op de plaat te horen!), konden de groepsleden eventjes soleren en kwamen de twee backing vocalisten op het voorplan.

Joss Stone had een groot charisma en overstelpte haar fans met bloemetjes in de bis. We hoorden een swingende” Big ol’game”, waarin ze elementjes van andere covers verwerkte en “Uncredible”, die ze haar best geschreven song vindt. De twee nummers besloten de uiterst heerlijke, aangename, sfeervolle, broeierige set van een grootse, lieve dame die vooral zichzelf bleef.

Ook de support Jenny Lane mocht er best zijn. De 31 jarige Nederlandse zangeres kreeg de kans een dik half uur de debuut cd ‘Monsters’ voor te stellen. Ze won trouwens de talentenjacht in het Apollo Theatre in Harlem, NY. De vrolijke spring in ‘t veld is van vele markten thuis en brengt een warme, aanstekelijke en groovy sound van soul, pop en jazz. Ondanks de middelmatigheid van de songs, kon ze in sommige songs pit en dynamiek steken, wat ervoor zorgde dat we een prikkelende en bruisende “Say say say”, “Fear” en “Something beautiful” hoorden. De act, de podiumprésence en de sensuele danspassen waren een leuke toevoeging. Ze slaagde als een Lily Allen erin haar publiek op te hitsen en te verleiden tot meezingbare “Oohoohs” en handclaps. Kortom, iemand die je met de glimlach naar buiten deed gaan!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

De vijf Californiërs van Local Natives putten uit de traditie van warme, dromerige, opbouwende indiepop/folk/americana, die al in 2009 sterk werd onthaald met bands als Fleet Foxes, Grizzly Bear, Patrick Watson en Band Of Horses. Ook zij weten met stemmingen te werken. Aan de basis hiervan ligt de combinatie van vier zangers. Op die manier komt de huidige rits bands Megafaun en Fredo Viola na Local Natives bovendrijven.

Local Natives wist in geen mum van tijd een afgeladen Rotonde in te palmen. Ze durfden wat krachtiger en harder te gaan dan hun soortgenoten, gaven aan sommige nummers een groove door kleurrijke en zalvende toetsen, huppelende ritmes en een dubbele, opzwepende percussie, wat hen richting ‘andere geestesgenoten’ Vampire Weekend en Yeasayer bracht. We vergeten hierbij de invloed van het Canadese Arcade Fire niet, maar zeerzeker klinkt de ‘60’s traditie door van Beach Boys, Simon & Garfunkel, Crosby, Stills & Nash, en de ‘80’s funky loops van Talking Heads; niet voor niks staat “Warning sign” op hun grootse debuut ‘Gorilla Manor ‘ als cover. Het is een heel evenwichtige plaat geworden, die net als deze van Band Of Skulls (een tiental dagen eerder in de Bota te zien!) getipt wordt als één van de ontdekkingen van 2010!

Het was mooi om te zien en vooral om te horen hoe de vijf goed op elkaar waren ingespeeld, beschikten over een emotievolle stemmenpracht (vooral Ryan Hahn – Taylor Rice) en speels, gevat konden stoeien met hun instrumenten. Het kwintet kwam live heel sterk voor de dag. De sfeervolle en forser klinkende songs hadden een subtiele melodie en kregen soms een aardig leuk ritme mee.
We hoorden een afwisselende set, die stevig werd ingezet met “Camera talk”. Op het nummer hoorde je al hoe ze hun indiepop konden verfijnen en uitbalanceren. De popgroove klonk door op het opbouwende “World news” en het bezwerende en stuwende “Warning sign”, die het origineel oversteeg! En in deze outfit pasten enkele heerlijk sfeervolle parels als “Cards & quarters”, “Cubism dream” en “Stranger things”, letterlijk in de voetsporen van Simon & Garfunkel. Trouwens, in de bis speelden ze zonder versterking, ondersteund van handclaps “Cecilia” van de heren! “Wide eyes” en “Shape shifter” zaten middenin de set en vormden het hoogtepunt: gevarieerde, aanstekelijke, zwierige songs door de verrassende wendingen en de bezwerende, opzwepende percussie, sambaballen en synths; en de meerstemmige zang bood de dromerige ondertoon.
De groep breidde er een snedig slot aan met “Airplanes”, “Who knows who cares” en een mooi uitgesponnen “Sunhands”, die gekenmerkt werd door enkele instrument- en vocale explosies.

Local Natives speelde vol overgave, kon rekenen op een sterke respons en tekende alvast als één van de doorbraken voor 2010! De band moest het hebben van de wisselende stemmingen, gevoelige en bedreven instrumentatie en ontroerende vocale pracht!

Organisatie: Botanique, Brussel

De grensverleggende theatertournees ‘Code Red’, ‘The next dimension’ en ‘Frame by Frame, where art meets technology’ verweefde de Praga Khna sound van Maurice Engelen en Olivier Adams met spitsvondige technologieën van art, design, dans, choreografie en communicatie.
Moreese.com is de nieuwste productie van Maurice Engelen; hij geeft in z’n show, onder z’n toezicht, aanstormend talent de kans zich te ontplooien. Hij benadrukt het principe van ‘everybody is an artist’. De productie is trouwens gebaseerd op ‘virtuele communities’, die een brug slaan tussen de virtuele en de echte wereld, en die virtuele vrienden worden actief betrokken in de show. Hij zet zijn pionierswerk als creatieve katalysator verder. Moreese.com is een volgende stap in mans al indrukwekkende oeuvre … ‘life is art –take part of the experience’ …

’The creative adult is the child who has survived’… Moreese.com vertelt het verhaal van Vince, een jonge man op zoek naar zijn artistiek talent. De weg ligt bezaaid met doornen, maar gesteund door zijn vrienden en geïnspireerd door zijn grote voorbeelden kan Vince zijn reis tot een goed einde brengen. Mensen en beelden imponeren Vince, met vallen en opstaan, om zijn droom te verwezenlijken en iets van zijn leven te maken. Doorzettingsvermogen en vastberadenheid schenken hem de kracht en het zelfvertrouwen. Het is een gewoon verhaal, dat in een multimediale show is gegoten ….‘You can do it, Vince’ zoals Maurice telkens aanhaalt …

Op een groot scherm werd de communicatie van vrienden geprojecteerd; achteraan het podium speelden bevriende muzikanten van Maurice zachte en krachtige dromerige, sfeervolle en filmische electropop, die soms aardig kon rocken of hemels klassiek kon zijn, met een operazangeres. Wanneer Vince zich niet vooraan op het podium bevond, werd die plaats ingenomen door dansers of zagen we een (leuke) act met flashy lights, wat het geheel op een hoger niveau bracht. Een mix van beelden en gebeurtenissen en Maurice zelf, die overal eens kwam tussenfladderen en het geheel aan elkaar zong of praatte …
Ze probeerden beeld, muziek en show tot één ritmisch concept te versmelten, ondanks het feit dat het verhaal niet altijd te vatten en te volgen was …maar ja, voor niks noemt men dit postmodern entertainment.

Belangrijk was dat de creatieve uitspattingen van Maurices Facebook-vrienden en de talenten aan de captatiewagen, die de afgelopen zomer het ganse land doorkruiste, een mooie, voorname kans kregen met deze tour; een onvoorwaardelijk respect voor Maurice, die steeds opnieuw zichzelf probeert uit te vinden …

Organisatie: Kursaal, Oostende

Het Britse Drugstore onder de bevallige zangeres/bassiste Isabel Monteiro, van Braziliaanse origine, maar dag en dauw gehuisvest in Londen, gaf de vrouwenpop midden de jaren ’90 elan, in de voetsporen van bands als 4 Non Blondes, The Breeders, Kristin Hersh’s Throwing Muses, Belly, Echobelly en Hope Sandoval’s The Mazzy Star.
Ze boden melodieus broeierige, ingetogen en kwetsbare gitaarpop, die kleur kreeg door cello, toetsen en haar licht melancholische, overtuigende stem. De tweede cd ‘White magic for lovers’ had een handvol instant hits als “Sober, “Say hello”, “Song for Pessoa”, “The funeral” en het duet met thom yorke “El President”. In 2002 hield de band het voor bekeken, maar kijk, zeven jaar later was er de live reunion gig, waarbij bleek dat Monteiro de smaak zal te pakken hebben om in 2010 met nieuw materiaal op de proppen te komen.
We horen live songs van de drie cd’s en enkele opmerkelijke rarities en covers (waaronder Zeppelins “Communication breakdown”; besluiten doet de cd met enkele sober gespeelde nummers van de dame zelf, waaronder een paar nieuwe intieme songs. Turin Brakes kwam er ook nog bij om het feestje compleet te maken. Het wordt dus halsreikend uitkijken wat Drugstore 2010 zal betekenen …

zondag 24 januari 2010 01:00

Bezwerende muzikale Archivetrip

Het uit Londen afkomstige Archive dompelde ons ruim twee uur lang onder in een ‘neverending’ bloedstollende, bezwerende filmische trip. Live klonk hun episch, etherisch, avontuurlijk geluid indrukwekkend. Losgerukt van de tijd overstelpten ritmisch, slepende melodieën, huiveringwekkende, sferische soundscapes, trippop, industriële beats, ‘70’s psychedelica en indierock. Archive, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, is een unieke band die boeiende, broeierige werkstukken aflevert door de repeterende, opbouwende lagen gitaar, dreigende toetsen, pompende synths en strakke percussie onder een rapzang (Rosko John), een aparte zang die soms hemels is en hoog kan uithalen (door Dave Pen en Danny Griffiths zelf) en nog kan ondersteund worden door de soulfulle stem van Maria Q. Muzikaal komen ze hier het dichtst in de buurt van Massive Attack, Portishead, Tricky, Spacemen 3, Sigur Ros en Pink Floyd.

We waanden ons in een nieuw gecreëerde fatalistische wereld, een soort apocalyps met een day after gevoel. De set stond bijna volledig in het teken van de huidige twee ‘Controlling Crowds cd’s. Al van in de opener “Pills” stootten we op een ‘Lost Highway’ sfeertje: in de projecties zagen we door de koplampen van een auto enkel de onderbroken witte strepen van een niet verlichte weg. We hoorden een repetitieve basis van synths/piano die door de opbouwende drumpartijen en de krachtiger wordende gitaarlagen aanzwol. Ze zetten die lijn verder in het oudje “Sane” en het ijzig dromerige “Finding it so hard”. Na ruim een kwartier konden we even op adem komen met het sfeervolle hiptrippende “Rased to the ground”, zonder dat ze écht moesten inboeten aan hun muzikale identiteit.
Ze brachten voldoende variaties aan en behielden die spannende dreiging. “Collapse collide” kon op een Massive album staan door de heerlijke vrouwelijke vocals en de hemelse zang, er was het donkere hiptrippende “Bastarised ink” door de raps, en de bezwerende opbouw van “Kings of speed”.
Ze zweepten dan de sfeer op en grepen bij het nekvel: de verrassende wendingen op “Fuck you”, die door de krachtige instrumentatie een tandje bij kreeg en een groovy klinkende “Lines”, die kleur kreeg door de meerstemmige zang en raps. Ze waren de aanzet van een verbluffende finalereeks; de leden trokken “Blood in numbers”, “You make me feel”/ “Danger visit” en “Lights” open, verhoogden het tempo en freakten uit, wat zorgde voor breed uitwaaierende, soms (git) zwarte composities. En ze breidden er nog een ongelofelijke bis aan van ruim een half uur met o.a. broeierige versies van “Bullets”, “Pulse” en de titelsong van de huidige cd’s. Wat een apotheose!

Ondanks het feit dat “Veins” en “Sit back down” opgeborgen bleven, waren we sterk onder de indruk van de bezwerende muzikale Archivetrip. De band brengt een minimum aan singles uit, wordt weinig gedraaid, maar beschikt over een brede horde trouwe fans, die de band op handen draagt. En dat voelden ze zelf ook aan, want ook zij onthaalden érg warm hun fans …

Org: Agauchedelelune, Lille ism Le Manège, Maubeuge

vrijdag 15 januari 2010 01:00

Post-Nothing

’Two member’- bands zijn steeds goed bewaarde geheimen. Ook het uit Vancouver afkomstige duo Japandroids, Brian King (gitaar) en David Prowse, die overstelpen met een woeste bak rauw rammelende lofi noiserock, terend op de ‘90’s noisepop en posthardcore. Niet verwonderlijk dat Fugazi, Jesus Lizard, Husker Du en Mudhoney een belangrijke invloedssfeer zijn, ze opkijken naar bands als Sebadoh, Lightning Bolt en Liars, en dat zij samen met Crystal Antlers, Wavves en No Age een nieuwe wind blazen.
Het duo heeft al een tweetal cd’s uit, maar begint in Europa pas nu voet aan de grond te krijgen met de plaat ‘Post-Nothing’. Hun broeierig en snedig materiaal wordt bepaald door heftige drums, een scheurende fuzzgitaar en dromerige mistige vocals. Ze weten het allemaal binnen een toegankelijke, aanstekelijke melodieuze lijn te houden. Nergens verliest het duo zichzelf en bieden ze een frisse, energieke sound op de acht songs. Allen overtuigen ze … we selecteerden alvast “The boys are leaving town”, “Young hearts spark fire”, “Wet hair”, “Crazy/forever”, “Sovereignty” en “I quit girls”, 6 van de 8, en U weet waarom wij zo enthousiast zijn over de band …

donderdag 14 januari 2010 01:00

Tentacles + EP

Het uit Long Beach, Californië, afkomstige Crystal Antlers komt aandraven met een intens verschroeiende debuutplaat. Ruisende noiserock, bezwerende garagepunk van gierende gitaren, opzwepende drums, pompende baslijnen, heerlijk getikte ‘70’s synths/toetsen en feedbackgeraas, balancerend tussen melodie, tegendraadse ritmes en experiment. Het geheel is een weirde opwindend goedje, beheerst door de praktisch onverstaanbare, schreeuwerige vocals en zegzang van Jonny Bell, die doet terugdenken aan de onderschatte Michael Gira in z’n jonge Swans jaren.
Binnen de huidige lichting Japandroids en No Age, is hun sound doordrongen van Liars, The Mars Volta en van doorgedraaide 13th Floor Elevators, Flaming Lips en The Doors. Een overweldigende, compromisloze sound, die door een paar instrumentals en een paar toegankelijke nummers als “Until the sun dies” en “Memorized” ons opnieuw op adem brengen.
Een voorproefje hoorden we al met een titelloze EP, die zes heel sterke songs bevat, waaronder “Until the sun dies”, “A thousand eyes”, “Arcturus” en “Parting song for the torn sky”.
Op het eind van ‘Tentacles’ slaat het kwintet totaal door met weirde songs “Your spears”, “Swillen sky” en “Several tongues”. Weergaloos wordt de inhoud van ons hoofdje leeggezogen …Crystal Antlers zorgt voor de ideale schreeuwtherapie …

donderdag 14 januari 2010 01:00

Black Swan

Als we de muziek van het sympathieke Britse kwintet horen, komen volgende zaken naar boven … Band met hitpotentie… radiovriendelijk, toegankelijk, neigende naar stadionrock … Coldplay, Snow Patrol, Keane en Doves. De band heeft totnutoe vier cd’s uit, waarvan ‘Beyond the neighborhood’ uit 2007 het minst sterk klonk. Maar ze bijten sterk van zich af op het recente ‘The black Swan’, dat kwalitatief gerust naast de oudere ‘Vehicles & animals’ en ‘Tourist’ kan staan.
In Engeland zijn ze succesvol, bij ons loopt het veel minder vaart; de singles horen we regelmatig. Athlete is hier zeker geen hype, nee, het is een bedreven band die de kunst heeft goede Britpop te produceren van dromerig, sfeervol, ontroerend en emotievol materiaal. Ze hebben met Joel Potts een sterke zanger.
’Ordinary guys’ die in de voetsporen treden van Coldplay en U2. Ze hebben evenwichtige songs bij elkaar geschreven door melodieus fijne, subtiele gitaarloops, kleurrijke toetsen/ synths en een dromerige zang.
De doorwinterde band heeft sfeervolle poprockers uit als “Superhuman touch”, “The getaway” en “The unknown”, bieden een sterke opbouw aan “Don’t hold your breath” en raken de gevoelige ziel met pakkende, breekbare songs als “Love come rescue”, “Light my way” en “The awakward goodbye”.  Kortom, op ‘The Black Swan’ horen we niks dan mooie popsongs!

Pagina 288 van 338