logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Suede 12-03-26
Concertreviews

Morten Harket

Morton Harket…er is leven na A-Ha

Geschreven door

Op 11 oktober 2010 mochten we in Vorst Nationaal het afscheidsconcert bijwonen van A-Ha. Met de: ‘Ending On A High Note’ tour nam de Scandinavische band wereldwijd in stijl afscheid van de fans. Het doek viel definitief voor A-Ha in thuisland Noorwegen waar 100.000 fans, verspreid over 4 avonden, begin december 2010 afscheid namen van hun popgoden. Het einde van A-Ha betekende gelukkig niet het einde voor Morten Harket, de charismatische frontman van de band. Zonet bracht hij een nieuw soloalbum uit onder de titel: ‘Out Of My Hands’, een album vol fascinerende luisterpopsongs met een elektronische inslag. Dit album kwam hij graag voorstellen in de Ancienne Belgique… maar natuurlijk had hij in zijn koffer ook enkel A-Ha klassiekers mee.

Als voorprogramma had Morten Harket de Engelse folkband Songdog meegenomen. Helaas had het publiek, dat gekomen was voor een post A-Ha feestje, totaal geen boodschap aan de literaire zwaarmoedige ballades van Lyndon Morgans & Co. De songs uit ‘A Life Eroding’ (2010) hadden ongetwijfeld meer mensen kunnen bekoren. Nu bleef alleen een onrespectvol en oorverdovend geroezemoes achter.

In november 2009 bleek de AB duidelijk te klein voor de Noorse hitband. Nu moesten we vaststellen dat Morten Harket (onder de noemer ‘The Voice Of A-Ha’) slechts de benedenverdieping van de Brusselse rocktempel deed vollopen. De afwezigen hadden echter helemaal ongelijk want na ruim 90 minuten waren we helemaal overtuigd dat er voor Morten Harket leven is na A-Ha!
Al van bij opener “Burn Money Burn”, een bewerkte Zweedse klassieker, werd Morten als een echte God aanbeden. De eerste drie songs waren liedjes uit z’n nieuwe soloplaat. Het was opvallend dat deze songs heel warm werden onthaald, terwijl ‘Out Of My Hands’ nog maar pas werd uitgebracht. Het bombastische elektronische jasje, de aanstekelijke Eurobeats en de rijke Eurosong-achtige productie zorgden er voor dat de nieuwe songs live een stuk overtuigender over kwamen.
Pas met “Crying In The Rain”, de uitstekende Everly Brothers cover, keerde Morten terug naar zijn periode met A-Ha. Gevolgd door het machtige (en door de fans gekozen om live te spelen): “Out Of Blue Comes Green”. Wat Morten ook deed, alles veranderde in goud. Zonnebrilletje af, leesbrilletje aan….het werd allemaal op luid hysterisch gegil onthaald. “Jullie zijn doorheen de tijd niet echt veel geëvolueerd hé…maar het is oké”, was Morten’s leuke reactie. De aantrekkingskracht is er dus nog steeds. Net zoals het jongensachtige geflirt met de vele vrouwelijke fans, ook al heeft de man de respectabele leeftijd van 52 jaar bereikt! Maar laat ons vooral onthouden dat het een avond was vol ongebreidelde, schone melodieën en de hemelse ‘vijf octaven stem’ van Harket. De begeleidingsband bestond uit de muzikanten die ook A-Ha live versterkten tijdens de vele wereldtournees , aangevuld met een nieuwe flamboyante gitarist die Morten aankondigde als Dan (z’n familienaam mochten we wegens te moeilijk gerust vergeten).
Hoewel de sound de ganse avond zeer synthesizer gericht was, waren er toch enkele sublieme melodieuze gitaarsolo’s te horen. Ook de setlist zat goed in elkaar met 7 nieuwe songs uit het nieuwe album, 4 songs uit het ‘Wild Seed’ (1995) en 8 songs uit de A-Ha periode.

Excellente show waarbij toch enkele songs opvielen. Het pittige “A Kind Of Christmas Card” en het waanzinnig mooie “We’re Looking For The Whales”, (lief opgedragen aan zijn vroegere bandleden Magne & Paul) behoorden tot de hoogtepunten van de avond. Niet “Take On Me” maar wel deze laatste song betekende de start destijds voor de Noorse band. “Scared Of Heights”, de huidige door Espen Lind geschreven single, werd de eerste encore. Waarna met “Stay On These Roads” de pure klasse van Morten nog eens duidelijk uit de verf kwam. Het was duidelijk ook niet teveel gevraagd om af te sluiten met A-Ha’s grootste hit: “Take On Me”. Want nog steeds waren er fans die op deze song de hele avond hadden gewacht. Sterk concert ondanks de magere opkomst!!!


Setlist: *Burn Money Burn *I’m The One *Keep The Sun Away *Crying In The Rain *Out Of Blue Comes Green *Move To Memphis  *Forever Not Yours *When I Reached The Moon *Los Angeles *Spanish Steps *A Kind Of Christmas Card *We’re Looking For The Whales *Just Believe It *Lightning
*Scared Of Heights *Stay On These Roads *Foot Of The Mountain
*Lay Me Down Tonight *Take On Me

Video Playlist Morten Harket @ AB, Brussel (4 video’s)
http://www.youtube.com/playlist?list=PLB5E4E4CABE1D49B9

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/morten-harket-08-05-2012/

Organisatie: Live Nation


Beoordeling

The Black Box Revelation

The Black Box Revelation - Hoe opzwepend kan garagerock zijn?!

Geschreven door

Tussen 2 Amerikaanse tours hield The Black Box Revelation even (opnieuw) halt om een thuismatch te spelen … Place to be was de Gentse Vooruit. Met supports voor Jane's Addiction en binnenkort voor Beady Eye en The Darkness gaat het de band duidelijk voor de wind. De positieve recensies van de derde plaat en hun intense liveshows openden deuren …

Toen ze het podium opkwamen werden ze al meteen warm onthaald . Het duo, die maar in de meest eenvoudige opstelling op het podium kan staan (gitaar – drums) , koos eerst voor onderhouden midtempo songs als “My girl”, “Shadowman” en “Bitter” . Het publiek hield er van, want al op de eerste akkoorden heerste er een broeierig sfeertje in de gezellig uitverkochte Vooruit .
Met “Rattle my heart” en “Gravity blues” werd een versnelling hoger geschakeld en kwam de trein goed op gang. Paternoster-Van Dijck toonde,  in vergelijking met de cd voorstelling in de AB, november ll, dat de nieuwe nummers strakker, snediger en volwassener kunnen zijn . Het nieuwe album zat dan ook bijna integraal verweven in de anderhalf uur durende set. Het poppy “Skin” – heupwieger éérste klas - gevolgd door 'oudje' “I don't want it” maakten het eerste half uur vol; het duo had de adrenaline in de aderen en zonder al te veel bindteksten hakten en sloegen ze zich een weg door de uitgekiende setlist. Ze hadden het publiek mee en hun kenmerkende spirit straalde.
Verademing noteerden we met het aan Neil Young gelinkte “Sealed with thorns” , traditioneel met een lange jam van Paternoster, en het 'dromerige' “2 Young boys” . Ze pasten volledig  in het huidige BBR concept.
Op het eind van de set werd nog een clusterbom van jewelste gedropt... een soort 'medley' van “I think I like you”, “Do I know you” en “Set your head on fire”,  ruwe power, snedige, scherpe en snerpende gitaren en roffelende drums, kortom, zompige bluesrock op z’n best! Crowdsurfers werden gespot, het kookpunt werd bereikt.
In de bis dezelfde variatie … een meeslepend en emotievol “Never alone” gevolgd door  “Madhouse” maakten de weg vrij voor “Crazy white man” en het afsluitende “High on a wire” , die alle registers nog eens opentrok.

Jan en Dries gaan met de juiste spirit te werk , stippelen verder hun carrière uit en tekenen voor liveshows vol overgave en dynamiek!

Setlist: 1. My girl, 2. Shadowman, 3. Bitter, 4. Rattle my heart , 5. Gravity blues, 6. Skin, 7. I don't want it, 8. My perception, 9. Shiver of joy, 10. Sealed with thorns, 12. 2 young boys, 12. Love licks, 13, I think i like you, 14. Do i know you, 15.Set your head on fire
Bis 16. Never alone, always together, 17. Madhouse, 18. Crazy white man, 19. High on a wire

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-black-box-revelation-08-05-2012/

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Foster The People

Foster the People – ‘Licht’ spektakel in AB …

Geschreven door

Misschien was het wel een beetje teveel van hetzelfde, maar de energieke (licht)show die het Amerikaanse Foster the People in de uitverkochte Ancienne Belgique bracht, was wel af. Al is dat natuurlijk niet de essentie van muziek.

Voor hun voorprogramma had de band uit Los Angeles Mini Mansions meegebracht, drie jonge kerels van wie pianist en drummer ook de zang voor zich namen. Het geheel deed ons wat denken aan Air.

Maar het was duidelijk dat Brussel wachtte op de doortocht van Foster the People. Alsof de opwarming niet naar behoren was, kwam net voor de gig nog een roadie met das wat dirigeren, wat het enthousiasme nog een stukje opschroefde.

Foster the People, dat is voor velen de hit “Pumped Up Kids”. En die is wel richtinggevend voor het geluid dat de Amerikaanse rock-pop-band – opgericht in 2009 - eigen is. Alles draait rond
Mark Foster die na wat stielen en ongelukken en wat eigen projecten met Mark Pontius en Cubbie Fink een klik vond. Maar muzikaal zag Foster het groots(er), vooral met veel verschillende instrumenten en dat veronderstelde meer volk en vooral gedegen muzikanten, wat in de AB ook weer bleek. Behalve de drummer nam elke artiest meerdere instrumenten ter hand.
De opbouw van de set zat juist. Ze speelden heel hun debuutalbum ‘Torches’ met recht doormidden nog twee andere nummers (“Broken Jaw” en “Love”). Ook elk nummer afzonderlijk werd steevast stevig opgebouwd, maar de sfeer werd vooral gemaakt door het knappe lichtspektakel en spelende beelden. Het licht kwam van alle kanten en het rolde als het ware over het podium om af en toe zelfs het publiek in de schijnwerper te plaatsen.
Ze staken van wal met ‘Houdini’ en creëerden met sterk rood licht meteen een sfeer. Na “Miss you” met wat donkere tonen, opende “Life On The Nickel” met xylofoon en bas en werd de frontman, die solo eindigde op de piano, toegejuicht door vooral gillende meiden die de voorste rijen bevolkten.
De vrolijk gekleurde melodie van “I Would Do Anything For You” werd een handjesdraaien-dansje waarbij hij zich vooral tot het publiek richtte: ‘De derde show in België, ‘it feels good. I love Brussels’.
De lichtshow trok verder over “Waste” – een beetje eighties - en even werd Foster poëtisch over muziek die “zoals zijn vriendin voelde, verliefd,  alsof hij van een klif sprong en niet wist of hij zou vallen dan wel vliegen.”
“Broken Jaw” viel blijkbaar goed in de smaak bij zijn fans waarna hij “Love” inzette, soms klinkend als een puber met een schrapende kikker in de keel. Niet meteen de mooiste stem ooit, die helium voice. Maar Foster weet zijn publiek te animeren.
Uiteraard had de airplay van “Call It What You Want” gezorgd voor een meezingmoment terwijl fijne witte lichtstralen de hoofden van het publiek streelden. “Don’t Stop” was dan weer een andere stijl, meer rock nadat eerst een sample van lachende kindjes weerklonk.
Opnieuw rrrrollend licht – geel-oranje tinten – en dat zorgde voor een podium on fire-effect met “Helena Beat”. Tijd voor een break, want veel meer hebben ze niet en als ze toch een bisnummer willen spelen… Zouden ze echt hun grote hit “Pumped Up Kicks” opsparen tot het allerlaatste?
Toch wel. Eerst zette hij “Warrant” in op een sample van een orgeltje met zacht geel licht als een opkomende zon, terwijl alles even zelfs wat weg had van een kerkdienst. De outtro van het nummer werd evenwel te lang gerekt, alsof echt tijd moest gevuld worden. En voorwaar, de aandacht van het publiek verslapte, maar daar trok Mister Foster zich niets van aan, hij liet zich volledig in trance wegglijden met als gevolg dat zelfs mensen de zaal verlieten voor ze uiteindelijk toch “Pumped Up Kicks” aansneden. Het duurde nog even voor het grote feest weer oversloeg op de zaal, maar dat gebeurde uiteindelijk wel. Goed, we hebben ze vooral gezien en ook wel gehoord, die Foster the People. Dat volstaat.

Setlist: 1. Houdini 2. Miss You 3. Life On The Nickel 4. I Would Do Anything For You 5. Waste 6. Broken Jaw 7. Love 8. Call It What You Want 9. Don’t Stop 10. Helena Beat
Bis: 11. Warrant 12. Kicks

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/foster-the-people-06-05-2012/

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

A Place To Bury Strangers

A Place To Bury Strangers – Donders en Bliksems …

Geschreven door

 

Een allesverwoestende trip kregen we te horen van het NY –se A Place To Bury Stangers . Hier werden onze trommelvliezen als vanouds nog eens goed getest, sie op het trio die grijpt naar de ‘90’s ‘Wall of Noise’ van My Bloody Valentine en Swervedriver, elementen neemt van de dreunende neurotische synthi van Suicide , de wave rock van Jesus & Mary Chain en de noisepop van Sonic Youth. En om de hoek piepen dan nog bands als Ride, Curve en is er wat psychedelica van Hawkwind en Spacemen 3 te horen. Een aanstekelijke mix waarbij de pedaaleffects gretig worden ingedrukt en de fuzz, feedback, distortion, wahwah galm en noisegolven ons om de oren vliegen. De gitaar en bas verkenden alle uithoeken van de zaal en kregen het hard te verduren, gezien twee gitaren van Oliver Ackermann er aan moesten geloven … snaren kapot en een gitaararm minder …  Een stofzuigersound , shoegaze in de meest pure , rauwe vorm , hoewel ze op ‘Exploding head’ wat beheerster durfden te klinken. De nieuwe EP ‘Onwards to the wall’ houdt het midden tussen de twee en doet ons reikhalzend uitkijken naar de nieuwe cd ‘Worship’.
Ze waren nog mee op tour met MGMT , maar de mensen die hun leuke tunes wouden horen, hadden eerst nog een zware beproeving te doorstaan met deze A Place To Bury Strangers .

In een mistig decor , dimmend licht , stroboscoops en enkele verbleekte beelden op een videowall , presenteerden ze hun ‘total sonic annihalation’, die onderhuids wat popmelodieën vertoont , zoals op “To fix the gash in your head” , “I know I’ll see you” en het nieuwe “So far away” en “Onwards to the wall” , die sterk de stempel van Joy Division kenmerkte .
De communicatie werd tot een minimum herleid , maar dat zijn we intussen gewoon van deze gasten .
‘Snoeihard en pokkeluid’ schreef de redactie eerder en zo blijven ze klinken . Doorheen de noise zijn er sterke momenten , een wervelwind van donkere en wilde gitaarerupties en loden bastonen onder weinig verstaanbare duistere vocals. Kijk, Jesus & Mary Chain heeft na hun “Never understand” ruim twintig jaar later z’n opvolger onder deze A Place To Bury Strangers.
“Ego death” nagelde ons meteen aan de grond en na reeks bliksemflitsen , woeste golven en  vulkaanuitbarstingen, werd afwisselend geput uit de 2 cd’s en de onlangs verschenen EP. We kwamen in het slot terecht in de apocalyps door de pijngrensoverschrijdende gitaarherrie van “I lived my life to stand in the shadow of yr heart” en “Oceans” . Indrukwekkende, verbluffende geluidsterreur die deed terugdenken wat My Bloody Valentine een paar jaar terug uitvoerde op Pukkelpop .
Verdwaasd werden we minuten lang achtergelaten met een onophoudelijk gedonder en bliksem,  stroboscoops en piepende sounds , met een link aan Sunn O))) en aan Sugar van Bob Mould (remember het optreden in de Vooruit tientallen jaren terug!) . Intussen was de helft de zaal uit om het aan de toog met een pint door te spoelen .

… Shoegaze zonder geluidsdemper , het werd er letterlijk ingeramd; live biedt hun lawine van fuzz en feedback iets speciaals en daar hielden we van .

Support was Maze , een winnaar van Westtalent . Het trio speelde rauw grommende noiserock , die Vandal X en Kapitan Korsakov deed opwaaien . De schelle , hoog uithalende en schreeuwende vocals boden dat ‘ietsje’ meer; een verdiende support van het aparte APTBS …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/a-place-to-bury-strangers-05-05-2012/

Organisatie: Kreun, Kortrijk

 

Beoordeling

Killing Joke

Het leven zoals het is: Killing Joke en het jaar van de ondergang

 

Er is goed en slecht nieuws voor fans van Killing Joke. De Engelse uitvinders van de gothic metal hebben met ‘MMXII’ weliswaar opnieuw een absolute knaller uit, maar tevens zou dit wel eens het laatste wapenfeit ooit kunnen betekenen voor Jaz Coleman en de zijnen. Hun jongste plaat is namelijk volledig opgehangen aan ‘The 2012 Phenomenon’, een reeks metafysische transformaties die zich volgens de Maya kalender op 21 december zullen voltrekken met het definitieve einde van de wereld tot gevolg. Met het deuntje van “We’re gonna party like it’s 2012” in het achterhoofd spoedde ondergetekende zich dus ijlings naar de Gentse Vooruit op zoek naar voortekenen van de aangekondigde apocalyps.

Een live set van Killing Joke is niet zomaar een optreden, op hun live albums heeft de groep het dan ook steevast over zogenaamde gatherings. Op zulke avonden loop je gezworen vrienden en oude bekenden tegen het lijf die tussen pot en pint straffe verhalen opdiepen uit de jongste 33 jaar, want zolang draaien deze Engelse doemdenkers intussen al mee. Niet toevallig werden de registers geopend met “Requiem”, de spacy begrafenismars die in ’80 op de nietsvermoedende wereld werd losgelaten. Het geluid zat meteen raak en vogelverschrikker-van-dienst Coleman voelde zich in zijn onafscheidelijke overall duidelijk in zijn nopjes, maar echt vonken deed het optreden bij aanvang nog niet. Ook tijdens “European Super State” en oudjes “Sun Goes Down”, “Chop Chop” en “Wardance” etaleerden originele leden Kevin ‘Geordie’ Walker (gitaar), Martin ‘Youth’ Glover (bas) en ‘Big’ Paul Ferguson (drums) hun klasse, maar leek de groep een tikkeltje te routineus om ons echt van onze sokken te blazen.
Geduld wordt meestal beloond, want met het funky B-kantje “Change” zetten de Engelse veteranen zich eindelijk in pole positie. Eindelijk kreeg het publiek ook een trits nummers uit ‘MMXII’ geserveerd, waarop de achterdochtige doemdenker in Coleman zich lustig in de afgrond van de maatschappij stort.
Zijn makkers willen het niet met zoveel woorden gezegd hebben, maar op dat jongste album lijkt de elektronische inbreng van het vijfde onofficiële groepslid Reza Udhin voor een frisse wind te hebben gezorgd. In een tweede leven naast Killing Joke is Udhin trouwens frontman van het elektro-industrial gezelschap Inertia. Tijdens de dreigende atmosferische sleper “Primobile” was de handtekening van deze kleurrijke hanenkam alvast onmiskenbaar. Ook de intro van het gebalde “FEMA Camp” lijkt bedacht door Udhin, al moesten zijn synths het al vrij snel afleggen tegen de betonnen gitaarmuur die door Geordie met achteloos gemak werd opgetrokken.
Niet dat we daar donderdagavond veel boodschap aan hadden, maar de door het Amerikaanse Federal Emergency Management Agency opgerichte FEMA kampen zouden trouwens wel degelijk bestaan om staatsvijanden en terroristen op veilige afstand te houden.
In het opus magnum van de nieuwe plaat, “Pole Shift”, doet Coleman het relaas over de repolarisatie (zuidpool wordt noordpool, en omgekeerd) die zich tijdens de aangekondigde apocalyps op 21 december zou voltrekken. En ja, voor wie niet vies is van een beetje fatalisme en over genoeg fantasie beschikt kon zich wel wat inbeelden bij de onheilspellende Morse codes en de opeenvolging van hard-zacht, traag-snel en ingehouden-brutaal. Als een volleerd hogepriester maakte Coleman vervolgens een diepe knieval bij de kaarsen die voor de drums als een soort relikwie stonden opgesteld: gewoon even op adem komen, of toch maar hopen dat het vuur van de beschaving nog even blijft branden?
We houden het op een stilte voor de storm, want daarna ging het hek helemaal van de dam. De Vooruit was bijlange niet tot aan de nok gevuld, maar tijdens een geweldig “Asteroid” bleken toch genoeg dapperen bereid om een pogo feestje in te zetten. De groep genoot zichtbaar met volle teugen, en gooide er meteen ook het aan bijna 3 miljard massaal consumerende Chinezen en Indiërs opgedragen “The Great Cull” achteraan. Na de dubbele Grand cru “The Wait” en “Pssyche”, trouwens twee persoonlijke favorieten van John Peel uit de begindagen van Killing Joke, gunde de groep zichzelf en het publiek een welverdiende adempauze.
De gathering eindigde uiteindelijk zoals ie begonnen was, namelijk in begrafenisstemming met een eerbetoon aan alle broeders en zusters die de Killing Joke familie de jongste decennia ontvallen zijn. Spijtig genoeg ging het aan hen opgedragen “On All Hallow’s Eve” wat de mist in. Ook het enige Killing Joke nummer dat je ooit op Radio Nostalgie te horen krijgt, “Love Like Blood”, paste niet echt in de bisronde en tekende voor de enige echte misser van de avond. Met het machtige slotakkoord “Pandemonium” zetten Coleman & co gelukkig tijdig orde op zaken.

Nam Killing Joke nu voorlopig of voorgoed afscheid van België? Met een bom van een nieuwe plaat en een live reputatie die ondanks de gekende kunstjes ons nog steeds op stang weet te jagen komt de apocalyps misschien wel wat te vroeg. Bij leven en welzijn, graag dus afspraak op 22 december voor een nieuwe gathering.

Eerder zagen we The Icarus Line uit Californië. Eén van hun nummers, “Up against the wall mxtchafuckers”, was meteen ook de attitude van zanger Joe Cardamone , die het publiek maar stijfjes vond op hun kronkelende en hinkstapspringende rock’n’roll, die rauw, hard, scherp, scheurend, ontregeld  en ontketend kon zijn.
Cardamone’s vocals zijn vervormd en schreeuwerig en met z’n band versmolt de sound van Iggy, MC 5, Nick Cave’s Birthday Party, Black Flag ,The Cramps en Frank Tovey.
‘Take it or leave it’ leek het credo wel . De muzikale razernij smaakte , maar degradeerde zichzelf tot een soundcheck, en tot slot enige hoffelijkheid was hier op z’n plaats …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/killing-joke-05-05-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-icarus-line-05-05-2012/

Organisatie: New-Wave Classix (Amusez-Vous)

Beoordeling

Band of Skulls

Band Of Skulls - Een knoert van een bevestiging

Geschreven door

 

Soms loont het om wat vroeger naar de AB te vertrekken. Wij hadden na enig opzoekwerk op het internet al een vermoeden dat het Canadese langharige bandje The Sheepdogs wel eens de moeite waard zou kunnen zijn. Algauw bleek dat we het bij het rechte eind hadden. De band speelde een misschien niet echt bijster originele maar wel frisse en strakke soort southern rock (beetje Lynyrd Skynyrd, maar evenzeer My Morning Jacket) en ze hadden die verpakt in een stel knappe songs. Met kloeke vocale prestaties en twee gretige gitaristen deden zij een ietwat vergeten genre met brio herleven. Ook het binnenstromende publiek leek er van te smullen, getuige het voor een support act uitzonderlijk warme onthaal. Een aangename ontdekking.

Band Of Skulls stonden vorig jaar in oktober nog in de Botanique voor een stomend concertje, nu mochten ze al een trapje hoger naar de AB die weliswaar om onbegrijpelijke redenen niet helemaal volgelopen was. Het bruisende trio kwam hier met quasi dezelfde setlist aanzetten, maar nu was wel al de nieuwe plaat ‘Sweet Sour’ gereleased waardoor de verse songs op wat herkenning konden rekenen bij de fans.
Om ons er snel van af te maken zouden wij u kunnen vragen om onze recensie van een half jaartje geleden te herlezen want in wezen verschilde dit concert in weinig of niets van dat in de Botanique. Wat hoegenaamd niet negatief bedoeld is, integendeel. Wij waren toen al enorm onder de indruk en nu was het gewoon weer even sterk, jachtig, zompig, strak en verbeten.
De enige song die er vorige keer niet bij was, was het mooie en gevoelige “Lay my head down” dat halverwege bruusk ontplofte om dan verder met een prachtige solo uit te glooien. Een alweer geweldig “Cold fame” raakte ook nog eens die gevoelige snaar maar voor de rest was het wederom fel en bruut rocken met potente stampers als “Wanderluster”, “Blood”, “You aren’t pretty but you got it going on” en een beestig rauw “Bomb”. De echte publiekslievelingen bleken nog steeds de krakers uit dat eerste album als “Fires”, “Hollywood Bowl”, “Light of the morning”, “Dead by diamonds and pearls” en natuurlijk “I know what I am”. Dergelijke potige songs zorgen er voor dat we die eerste plaat ‘Baby Darling Doll Face Honey’ toch nog altijd iets hoger zullen inschatten dan zijn opvolger ‘Sweet Sour’, hoewel die ook een stel rake kleppers in de etalage heeft staan.
Als toetje biste Band Of Skulls met de kopstoot “The devil takes care of his own” om dan in glans af te sluiten met een adembenemend “Impossible”, een song die met de jaren is uitgegroeid tot een ware klassieker waarmee de groep steevast hun gloeiende concerten afsluit.

Onze recensie van hun passage in de Botanique besloten wij met een warme oproep naar de festivalorganisatoren om Band Of Skulls op hun affiche ze zetten. Chokri heeft onze gebeden aanhoord. Schueremans zal het nooit begrijpen. Dus met zijn allen gaan rocken naar Pukkelpop in plaats van naar de opgezwollen kerkgezangen van Florence & The Machine te gaan luisteren in Werchter ...

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/band-of-skulls-03-05-2012/

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

White Rabbits

White Rabbits blijven een goed bewaard geheim

Geschreven door

Toegegeven, we zien wel wat radiomakers struikelen over een groepsnaam als Texas Chainsaw Mass Choir, maar ook toen een aantal leden deze band later omdoopten tot het minder tongue-in-cheek White Rabbits bleef het oorverdovend stil op de StuBru’s en Radio 1’s van deze wereld. Met drie albums vol springerige pop onder de arm is het naar New York uitgeweken gezelschap dus goed op weg om het zoveelste goed bewaarde geheim in indieland te worden. Getuigden de eerste twee platen nog van een gezonde fixatie voor grote voorbeelden The Specials en Spoon, met de vorige maand verschenen nieuweling ‘Milk Famous’ maakten White Rabbits de definitieve stap richting een eigen geluid die hen momenteel langs een reeks bescheiden clubs op het Europese vasteland brengt.

In een erg matig gevulde Rotonde van de Brusselse Botanique werden de instrumenten volgens goede DIY traditie door de groepsleden zelf in de juiste plooi gestreken. Geen overbodige luxe trouwens, want de nieuwe single “Heavy Metal” waarmee het zeskoppige gezelschap uiteindelijk aftrapte is zo een nummer waar werkelijk elk detail er toe doet. Met het gelijknamige muziekgenre heeft het niets van doen, wel met een smeltkroes van no wave, punkfunk en psychedelische pop. Neem daarbij nog de ingehouden falsetstem van frontman Stephen Patterson, zelf een hyperkinetische look-alike van Madness opperhoofd Suggs in zijn jonge dagen, en je zat gebeiteld voor een dik uur pop voor meerwaardezoekers die werkelijk geen seconde verveelde.
Live heeft White Rabbits twee of occassioneel zelfs drie gitaristen in de rangen, maar toch kan je de jonge Amerikanen bezwaarlijk een typische gitaargroep noemen. Daarvoor gaan ze conventionele gitaarriedeltjes of Sturm und Drang snarengeweld te bewust uit de weg, en dienen de minutieus afgemeten gitaren enkel om de gaatjes tussen de piano van Patterson en de drumtandem Jamie Levinson en Matt Clark dicht te plamuren. Enkel wanneer Clark de sticks inruilde voor zes snaren tijdens een uitgesponnen versie van het oudje “The Salesman (Tramp Life)” viel de groep even uit haar rol, en leek het podium even te klein voor zoveel jong geweld.
Het publiek zat of stond erbij en keek ernaar, sommigen uit verwondering voor de intensiteit waarmee die jonge gasten de ene na de andere compacte popsong uit hun hoed toverden, anderen uit verveling wachtend op een hit die nooit zou komen. Want voorwaar, met één radiohit op zak zouden wellicht een pak meer deuren open gaan voor White Rabbits. De groep was er al één keer erg dicht bij met het stuiterende “Percussion Gun”, in ’09 goed voor een bescheiden succes in de Alternative Billboard charts, en in een erg bescheiden kring voorlopig de enige cult classic van White Rabbits. Of neem nu het door een droge ritmebox op gang getrokken “Temporary”, wiens onweerstaanbaar baslijntje spontaan solliciteert voor een stekje in de back-catalogue van The Rapture of LCD Soundsystem, en waarvan de temperatuur op een kille lenteavond als afgelopen maandag prompt een paar graden de hoogte in gaat.
Het zestal bedankte de Belgische fans voor hun -zij het karige- opkomst met het nieuwe “Danny Come Inside”, een opzwepende kruisbestuiving tussen punkfunk en experimentele psychopop, en het oudje “Kid On My Shoulders” dat nog steeds duidelijk de calypso handtekening van The Specials draagt.

White Rabbits bewezen vanavond echter dat ze meer dan ooit op eigen benen kunnen staan, nu nog wat dovemansoren aan het radio-firmament wakker schudden en alles komt goed. En nee, toeval bestaat niet, want bovendien heeft Chokri naar verluid nog wat winddichte tentjes te vullen op Pukkelpop.

De avond werd gezellig maar ongevaarlijk op gang getrokken door Another Belgian Band. Nee, I kid you not, in de categorie ‘verzin eens een originele groepsnaam’ heeft dit vijftal al een prijs binnen handbereik. De muziek daarentegen is hooguit charmant te noemen, o.a. dankzij het gebruik van instrumenten met een eerder laag rock’n’roll gehalte zoals klarinet, ukelele, contrabas en klokkenspel. De groep kwam in de Rotonde haar debuut EP voorstellen waarop pop en folk braafjes met elkaar worden verzoend, occasioneel met een uitspatting richting zigeunermuziek, cabaret en chanson. Een tournee langs Belgische en Franse clubs is momenteel hun deel, eeuwige roem bijlange nog niet.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Patrick Watson

Patrick Watson en band: Avontuur in de Botanique

Geschreven door

Het nieuwe album van Patrick Watson, ‘Adventures in your own backyard’ was nog niet uit, maar niettemin was het concert van deze sympathieke Canadees uitverkocht.
Het was al even geleden dat we nog iets van Watson gehoord hadden, op de eerste editie van Crossing Border Antwerpen (al van 2009 geleden), was hij een van de hoogtepunten, naast Mumford & Sons die toen net voor de doorbraak stonden. Hij is ondertussen vader van twee kinderen, en combineert nu het gezinsleven in Montreal met een bestaan als muzikant. Pampers verversen was er de laatste jaren ook bij, logisch dus dat hij de titel van zijn nieuwe album dicht bij huis is gaan zoeken.

Als voorprogramma had Watson, stads- en labelgenoten Barr Brothers meegebracht, en dit voorprogramma mocht er zijn: ergens tussen folk en rock, met een inventief gebruik van harp en percussie, en een mooie samenzang van de vier muzikanten.

De Patrick Watson band kwam op in het donker, en Watson zette het concert subtiel in op piano, het publiek meteen betoverend met zijn unieke fluwelen stem. Dit openingsnummer begon heel rustig, mijmerend zelfs, maar kreeg plots een totaal andere wending, met een finale Ennio Morricone waardig. Watson is een heel veelzijdig artiest, naast verstilde ballades in de stijl van Antony en zijn Johnsons, pakt Watson ook heel energiek uit, met nummers die de energie van een Arcade Fire benaderen.
Watson is ondanks het vaderschap, een frivole framboos gebleven, als het concert te serieus of te intiem dreigt te worden, geeft hij graag tegengas, door in een onverstaanbaar Frans onzin te ratelen, of door het concert in een cabareteske richting te sturen. Een concert van Watson is dus altijd voorspelbaar onvoorspelbaar.
Eén van de mooiere momenten vanavond was toen de band besloot om een paar nummers rond een micro te brengen, zodat we op een ‘close harmony’ intermezzo getrakteerd werden. Toen die ene micro viel, bukte Watson zich gewoon, ipv de micro recht te zetten.
Veel nieuwe nummers vanavond, toch kregen we enkele oudjes, zoals het prachtige “Big bird in a small cage”, waarin Watson eerst er serieus naast floot, toen in slappe lacht schoot, maar daarna ongestoord verder ging alsof er niks misgelopen was en het publiek liet meezingen, in een vraag en antwoordspelletje.

Voor de bis mochten de Barr Brothers komen meedoen, en zij gaven een van Watson’s nieuwe nummers een serieuze draai van de bluesgitaar, Jack White waardig.
Tijdens die bis haalde Watson een blinde jonge fan op het podium, die hij ’s namiddags ontmoet had, en de jongen mocht Watson op piano begeleiden. Zijn avond kon niet meer stuk, en de onze eigenlijk ook niet.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pagina 274 van 386