logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
avatar_ab_13
Concertreviews

Mike Posner

MC Mike Posner brengt het er goed van af

Geschreven door

De jeugd van tegenwoordig was op de afspraak om de beloftevolle Mike Posner aan het werk te zien in de pittoreske Rotonde, die zo goed als eivol zat. Hij scoorde in het najaar een aardige hit met “Cooler than me”. De Amerikaanse jonge producer/sing/songwriter heeft zich in korte tijd opgewerkt en veroverde na z’n ‘A matter of time mixtapes’ met het debuut ‘31 Minutes to take off’ de jonge meisjesharten. Muzikaal hebben we een mix van r&b, hiphop, pop en clubdance, goed voor een dansfeestje, en die ook ruimte biedt van lijf tegen lijf …
Posner is een MC die goed bij stem is en die terecht vergelijkingen van Justin Timberlake, Enrique Iglesias en Miike Snow opwerpt. Hij wist een klein uur lang z’n publiek te vermaken, hitste de jonge fans op door een pompende, opzwepende beat en naast een danspasje werd duchtig met de armen heen en weer gezwaaid; bij sommige refreinen kon men z’n keelgat eens goed openzetten.
“Please don’t go”, “Do U wanna”, “Drug dealer girl”, “Gone in september”, “Cheated” en de wereldhit “Cooler than me” zorgden voor de eerste lentekriebel en zomerzon en hadden de juiste frisse, sensuele, energieke groove en beat. Tussenin mocht een meisje van de eerste rijen op het sfeervolle “Bow chicka wow wow” het podium betreden en in de armen vallen van de afgetrainde Posner; ze kreeg een grote teddybeer mee naar huis en na dit onvergetelijke slowtje kwam het intieme “Falling”, die Posner sober en elegant op keyboards speelde, en iedereen eventjes deed wegdromen …

Samen met de DJ bracht het jeugdidool Posner er al bij al goed van af; hij amuseerde zich, was goed op dreef en genoot van de respons en het warme onthaal. Een leuk ontspannende set dus!

Eerder deed de DJ de temperatuur in de Rotonde stijgen met enkele ambiance tracks van o.m. Martin Solveig (de dansklassieker bij uitstek btw), Black Eyed Peas, Ceelo Green en Rihanna. Als ontvangende partij hebben we er met de heren een leuk feestje van gemaakt. Mooie remedie tegen een lazy zondagavond …

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

The Phantom Band

Ongrijpbare Phantom Band op halve snelheid

Geschreven door

Bestaan ze eigenlijk nog wel, van die jonge Angelsaksische groepjes die vanaf de eerste noot niet meteen worden versleten voor een zoveelste smakeloos afkooksel van Joy Division, Gang Of Four of The Chameleons? Bandjes die okselfris en gretig klinken, maar waarbij je ‘begot’ niet meteen kan raden waar ze de muzikale mosterd vandaan hebben? Met de geboorte van het Schotse sextet The Phantom Band lijken al onze gebeden ineens te worden gehoord. Hun meer dan beloftevol debuut ‘Checkmate Savage’ uit 2009 is wat blijven steken tussen de plooien van de tijd, maar de vorig jaar verschenen opvolger ‘The Wants’ oogstte unaniem lyrische recensies en stak hier en daar zelfs de kop op in menig eindejaarslijstje. Zelden zo’n intrigerende mix van epische folk, meerstemmige pop en krautrock gehoord, dus wij naar het Gentse muziekcafé De Charlatan om te horen en zien of we ook live even ondersteboven blijven van deze eigenzinnige bende uit Glasgow.

Op hun trip langs de clubs van het Europese vasteland was The Phantom Band in Gent toe aan de laatste stop, en op het eerste zicht bleek het zestal wel wat door haar beste krachten heen te zitten. De verwaaid ogende frontman Rick Anthony vond niet onmiddellijk zijn draai op het gezellige maar claustrofobisch kleine podium van De Charlatan, en op de guitige drummer Damien Tonner na blonken ook zijn makkers niet bepaald uit in speelplezier. Bovendien moesten de Schotten het wel met een heel erg matige opkomst stellen, want na het voorprogramma van eigen bodem bleek zowat de helft van het publiek plots in het ijle verdwenen. Met “O”, één van de absolute prijsbeesten uit ‘The Wants’, leek alles opeens toch in de juiste plooi te vallen. Andy Wake liet uit zijn keyboards een verslavende minimale electrobeat opborrelen, en aanvankelijk deed Anthony’s speelse falset vermoeden dat het nummer richting lichtvoetige Hot Chip discopop uitging. De pastorale bariton van Anthony, een dreigend synthtapijt en logge drums beslisten er echter anders over, en wat overblijft is een geluid dat even ongrijpbaar als verslavend is.
The Phantom Band is gehuisvest bij hét Schotse indie label bij uitstek, Chemikal Underground, dat ooit ook onderdak verleende aan streekgenoten Arab Strap en Mogwai. Niet toevallig moeten al deze groepen het vooral hebben van hun muzikale nonchalance, en werd er duidelijk niet nagedacht over een bepaald imago op of naast het podium. Het feit dat één van de twee gitaristen gedurende gans het optreden zijn rug naar het publiek keerde, spreekt wat dat betreft boekdelen. Ook de Schotse roots worden in het sappige accent van frontman Anthony niet verloochend. Bij het rustige begin van “The None Of One” lijkt hij aanvankelijk wel een zich aan whiskey lavende folkzanger, totdat een verschroeiende krautrock beat het nummer onverwacht richting repetitieve trance uitstuurt. Op de recentste single “A Glamour” krijgen strakke gitaren en tribal drums het voor het zeggen; de magistrale intro van “Into The Corn” lijkt dan weer weggelopen uit een rarities collectie van Kraftwerk.

Om onduidelijke redenen kregen de sympathieke Schotten geen bisnummers toebedeeld, en moesten ze de klus afmaken met de uitgesponnen instrumental “Crocodile” uit hun debuut. Onze eerste live kennismaking met The Phantom Band kon door de aarzelende start en het  ietwat abrupte einde de hoog gespannen verwachtingen weliswaar niet geheel inlossen, maar als er zoiets bestaat als muzikale gerechtigheid dan verwachten we van deze unieke muzikale bende straks niets minder dan een regelrechte revanche in de Chateau tent op Pukkelpop, toch?

Het overwegend jonge publiek leek zaterdag vooral naar de Charlatan afgezakt om met opwarmer Low Vertical de nieuwste knuffelberen van het Vlaamse indie landschap aan te moedigen. Dit jeugdig trio uit het Westvlaamse Beernem maakt, jawel, enigszins prettig gestoorde rocktronica waar liefhebbers van knisperende beats, emo en shoegaze een mooie kluif aan hebben. Ondanks hun enthousiasme en creativiteit heeft de groep momenteel echter één huizenhoog probleem: in het muzikaal straatje waarin ze momenteel vertoeven zijn alle huisnummers al opgeëist door Radiohead v2.0 die vanaf ‘Kid A’ indie gitaren, Warp synths en ijle vocals tot een uniek geheel hebben gekneed. Maar ach, ze zijn nog jong meneer. Met hun huidige fanbase en de uitdrukkelijke steun van StuBru’s Select team moeten deze jongelingen er op korte termijn toch wel in slagen om zich een eigen smoel aan te meten.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Stromae

Stromae - Welkom thuis-feestje met strik rond

Geschreven door

 

Muziek verzacht de zeden en verenigt de geesten. Hét muzikaal exportproduct van een gevierendeeld land vierde op vrijdag 4 maart in de Ancienne Belgique  zijn ‘thuiskomst’. ,Ik had niet gedacht dat mijn eigen stad en mijn eigen land mij ooit zouden steunen’. Stromae nodigde iedereen bij hem ‘thuis’ uit en het werd een feestje met een strik rond.

Een Belg met een strikje die de wereld verovert. Nee, niet Di Rupo, wel een Brusselaar in hart en nieren. Paul Van Haver, alias Stromae, mag dan al een half importproduct zijn van een Rwandese vader en een Belgische moeder, hij voelt zich op en top Belg. Al duurde het tot zijn tiende nummer eer hij zijn genodigden ook even in het Nederlands toesprak. Niet toevallig gebeurde dat toen hij Arno aankondigde, een Vlaming, een Brusselaar en een Europeaan …  die vooral in het Frans zingt. De versie van “Putain Putain” was een slap afkooksel van het (weliswaar onevenaarbare) origineel, maar het verrassingscadeau van Arno – met harmonica - op de planken stuwde de decibelmeter toch tot 108.
Al teert Stromae vooral op zijn wereldsucces “Alors on danse”, dat hij die avond in twee versies zou brengen, het feestje was meer dan gezellig. Het waren (voornamelijk Franstalige) fans en vrienden die de dansparty bijwoonden. Ze kenden naast de radiohits (“Te Quiero” en “Je cours”) duidelijk ook de andere nummers van zijn eerste album ‘Cheese’, dat intussen al goed is voor platina in ons land en buiten onze grenzen al meer dan anderhalf miljoen keer over de toonbank gleed.
Van Haver is een manusje-van-alles. Naast (electro) muziek maken, zingt en speelt hij zelf, schrijft zijn (gravende maar toch positieve) teksten en – zo bleek in de Ancienne Belgique die hij zelf voor de eerste keer in zijn leven betrad – weet als een performer niet alleen op de planken zijn publiek te begeesteren maar ook de artistieke omkaderingslijnen perfect uit te tekenen.
Hij stopte een verhaal in zijn voorstelling. Beginnend met “Bienvenue  (‘on est chez nous’)” tegen een huiskamerachtergrond, gaf hij wat (levens) lessen mee en deed niet eens de moeite om die boodschappen verborgen te houden: v-vingers op “Peace or Violence”, drugs-behalve-muziek-zijn-slecht in “Rail de Musique” en de nieuwe religies van “House’ lleluja”.
De one-man-show had hij uitgebreid met twee synthesizermuzikanten die hij in een soort Jansen en Janssens-outfit zelf als robotten op het podium neerplantte. De zorgvuldig opgebouwde projecties kleurden zijn show op een scherpzinnige manier. Bij “Silence” was er aanvankelijk een minimalistische tekenreeks en de lichtshow paste perfect op de beats die hij losliet: zwart-wit op house-muziek die vezels van “We come on” van Faithless knap integreerde om met zware electrodrums even een Afrikagevoel op te wekken. Op “Je cours” ging hij zelf de songlang op een loopband te keer met fraaie nachtbeelden van een eenzame straat tegen een flikkerende wereldstad als Brussel.
Enkele sterke momenten dus in zijn gig, die niet altijd hetzelfde niveau kon aanhouden. Het wiegeliedje “Dodo”  werd nog uitgebreid meegezongen, maar “Up saw liz”  bijvoorbeeld kabbelde niet snel genoeg voorbij. En de slow met ‘la philosofie de ma vie’ “Cheese” was ook niet meteen een geschikt hoogtepunt om zijn dansfeestje mee af te sluiten.

Hoe zeer Stromae zijn best deed om een hele performance neer te zetten, de kapstok (en de reden waarom hij ook de AB kon doen vol- en warmlopen) was “Alors on danse”. Halverwege zijn set had hij al een sterke en aanvankelijk plagerige nineties-versie gesampeld met een grote snuif “Pump up the Jam” van Technotronic en brede kleurenbeelden als feestelijke inkadering.
Ook voor zijn bis greep hij terug naar zijn monsterhit (die zelfs de grote Kayne West al remixte), maar hij ontkleedde die helemaal en bracht een symfonische interpretatie met een knipoog. Achter zich projecteerde hij een heus orkest, haalde er wat grappen mee uit en serveerde een naakte versie à la Jacques Brel. Knap, maar het publiek had (stiekem?) gehoopt op een dansclimax.

Setlist: 1. Bienvenue (Leçon 1) 2. Summertime 3. Te Quiero 4. Peace or violence 5. Dodo 6. Silence 7. House ‘lleluja 8. Rail de Musique (Leçon 2) 9. Alors on danse 90’s 10. Putain Putain 11. Up saw liz 12. Je cours 13. Cheese
Bis 14. Alors on danse

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

 

Beoordeling

Tony Joe White

Tony Joe White - Back to the swamp

Geschreven door

Geheel relaxed en supercool (zonnebril en hoed bleven de ganse set op) ging Tony Joe White achter zijn microfoon zitten om op sublieme wijze op zijn eentje de set te beginnen met twee heerlijk verstilde songs. Zo bleek het nagelnieuwe “Roll train roll” uit de voortreffelijke cd ‘Shine ’een pareltje van het zuiverste water te zijn.
Vervolgens kwam zijn drummer op het appèl en kreeg die typische ‘swamp blues sound’ een stevige power injectie met het potige “Undercover agent of the blues”. Niet dat we hier nu aan een hard rock sessie waren begonnen, maar White liet toch bij momenten zijn gitaar nogal vettig scheuren, soms zelfs een beetje à la Crazy Horse.
Lekkere swamp rockers als “Tunica Motel”, “Roosevelt and Ira Lee” en natuurlijk het schitterende “Polk Salad Annie” hadden de nodige portie vuur in zich. Fijn ook om te zien hoe TJW zijn vingers met passie over zijn instrument liet glijden. Van een plectrum was er geen spoor en qua relaxe ‘laid back’ attitude konden wij maar aan één gelijkgezinde gitarist denken, JJ Cale natuurlijk. Ook de stillere momenten waren subliem, bij het nieuwe emotievolle “Season Man” kon je zowaar een speld horen vallen en de klassieker “Rainy night in Georgia” was ronduit adembenemend.
Tony Joe White spaarde het krachtige en onvermijdelijke “Steamy windows” op tot het einde om er een knoert van een punt achter te zetten.
De immer coole verschijning (67 is hij al) leek zich vanavond opperbest te voelen. Een gitaar, een drummer, een occasionele mondharmonica en last but not least, een prachtige diepe baritonstem, meer had de man niet nodig om de Brugse Magdalenazaal uit zijn hand te laten eten.

Sterk optreden dus, maar minder hadden we dan ook niet verwacht.

Voorprogramma van dienst was de bedenkelijke West-Vlaamse singer/songwriter Bruce Bherman. Tussen de vertolking van zijn futloze songs achtte de man het nodig om, in bekakt Engels, een beetje te pochen met het feit dat hij enkele nummers in Nashville had opgenomen. Beste Bruce, als je nu gaat kakken in Nashville of in Poelkapelle, een drol blijft een drol. Bovendien was wat aanstellerige namedropping hem ook niet vreemd, maar wij vinden dat een respectvol songschrijver als Kurt Wagner veel beter verdient dan in één adem met deze Bherman vernoemd te worden. Nog een geluk dat Bherman met Wowo Spaens een sterke gitarist had meegebracht die nog enigszins een beetje kleur kon geven aan de inspiratieloze songs, zowaar geen makkelijke taak.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Beoordeling

The Bewitched Hands

The Bewitched Hands - Sprankelend sextet betovert (het) net

Geschreven door

 

Het internet opent deuren én oren. Vraag het maar aan The Bewitched Hands, een sextet uit het Franse Reims, dat via het Net serieus met (internationale) complimenten overladen wordt. Een hype in chauvinistisch Frankrijk, daar kunnen we nog inkomen. Maar als ook de UK lijkt te vallen voor deze opgewekte en behekste surf-folk-rock dan moe(s)ten we toch eens gaan kijken. En luisteren. In de Botanique, op een zonnige vriesdag begin maart 2011.

Het spelletje “Noem eens een goeie en internationaal doorgeschoten Franse groep” bracht ons niet verder dan Daftpunk en Phoenix. Maar vergeef ons in deze misschien wel onze anglomanie. Nu, The Bewitched Hands zingt in het Engels. Toch? Ja, al waren we blij dat we wisten wat we gingen bekijken want de zelfaankondiging ergens tussen lied 2 en 3 klonk als ‘On s’apelle Zie biewiedjt hens’.
Het was een avondje vrolijke opgewektheid met een zestal dat zich duidelijk amuseert op de set en erbuiten wellicht nog meer. Ze hadden er net een minitournee opzitten in Duitsland (leve de internetpromotie of heeft het exotische Engels ermee te maken?) voor ze weer retourneerden naar la patrie. Het was even wachten voor ze van start gingen, maar het draaiende bloemetjestapijt dat de belichting in de Rotonde neerwierp, gecombineerd met de feelgood achtergrondmuziek  gaf ons al een happy (draaierige) vibe.
De vierjarige band heeft net met ‘Bird and Drums’ zijn eerste album uit en dat werd door veel critici op handgeklap verwelkomd. Een muzikale blender mixte dertien nummers uit leutige melodietjes, meertonige gitaren (ze hadden er zeven mee in de Bota), veel zang en happy refreintjes. En het klinkt allemaal leuk. Blijft de vraag: is ‘leuk’ een woord dat je wil horen als men je artistieke werk beschrijft?
Verder durven we echter niet gaan. Ook niet over de avond in Bota. Niets wereldschokkend, volgens ons, maar best leuk. Je kan niet blijven stilstaan bij hun vrolijkheid, dat is een feit. En daarom dansten onze gedachten mee naar links die we konden terugvinden in hun werk: Weezer, Franz Ferdinand, the Beach Boys,B’52s, The Flaming Lips, …. Maar niets echt uitgesproken. Niet dat dat hoeft, want zo blijven ze onvoorspelbaar, al duikt er altijd wel een stevige gitaar op en is het melodieuze samenzang van Sébastien Adam, Nicolas Karst, Baptiste Lebeau, Benjamin Pinard, Anthonin Ternant en Marianne Mérillon  (met twee, drie, vier of zelfs vijf samen) het onmisbare bindmiddel voor het zomers sausje. Op “Out of myself”, zelfs a capella: lekker gezellig samen rond één micro. Zelfs de drummer had zijn trommels gelaten voor wat die waren.
Dat er onmiskenbaar fans onder het haast volledig Franstalige publiek stonden, deed de twee frontmannen glimlachen. Maar ook fronsen toen die – overduidelijk boven hun theewater - het even te gortig maakten. De drie die het podium opklommen om “Hard to cry” meet te bulderen (ook soms ja) werden vakkundig terug naar af geleid.

Zestien nummers in nog geen uurtje. En dan nog snel-snel een paar bisnummers eraan vastgeknoopt. ’t Was leuk. Maar dat schreven we al zeker? Allé vooruit: sprankelend dan. (Ook) Omwille van hun champagneherkomst.

Setlist 1. Happy with you 2. Ben Song 3.
Underwear 4. Birds and Drums 5. I don’t know 6. 50’s are good 7. Ah Ah Ah Ah 8. Work 9. Staying around 10. Cold 11. Out of myself 12. Sea 13. Dracula 14. A low song 15. 2 4 get 16. Hard to cry
Bis 17. I’m in slim 18. So cool

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Cloud Nothings

Cloud Nothings en Yuck – overtuigende double bill

Geschreven door

De Botanique kon met de ‘double bill’ Yuck en Cloud Nothings onovertroffen z’n muzikale strooptocht van ontdekkingsbandjes rustig verder zetten.

Cloud Nothings  is de band van de vriendelijke Dylan Baldi uit Cleveland die een hoop lofi rammelrock speelt, energiek, fris, aanstekelijk, en gekenmerkt van een fijne melodieuze opbouw … een ‘back to basics’ geluid, lekker rauw en hard, van het kwartet. En ondanks de losse praatjes met het publiek raasden en gaspelden ze in snelvaart er de songs door. We lusten de sound wel van het jonge, dynamische bandje die z’n EP’s samenbalde op ‘Turning on’ en net de eerste echte studioplaat uitheeft.
In een kleine 45 minuten hoorden we een glimp van de gitaarmagie, te situeren binnen het huidig concept van Wavves, Vivian Girls, Woman en die teruggrijpt naar Band Of Susans en Sebadoh. We waren meteen gewonnen voor songs als “Nothing’s wrong”, “Hey cool kid” “Should have” en de titelsong …

En een mooie toekomst wenkt ook Yuck. Het Engelse kwartet plaatst zich in de spotlights met het titelloze debuut en brengt heerlijke onstuimige en beheerste noisy (lofi) gitaarpop, die de brug slaat naar charmante, rakende catchy gitaarpop en wat durft af te wijken met shoegaze pedaaleffects.
De band zorgde in hun klein uur durend optreden voor het gepaste evenwicht en variaties en pootte op die manier een boeiende, overtuigende set neer. Daniel Blumberg en Max Bloom zijn de spil van de band. Als jonge Thuston Moore’s hebben ze nog een jonge Kim Gordon, bassiste Mariko Doi en een Mars Volta ‘lookalike’ Jonny Rogoof,  in de band.
Yuck intrigeerde door jengelende, rauwe, broeierige, intens meeslepende gitaargeluidjes, - golven, - erupties en uitgeklede, verrassende, melodieuze wendingen. Ze nestelden zich ergens tussen Pavement, Buffalo Tom, Dinosaur Jr, Yo La Tengo, Teenage Fanclub, het oude Soul Asylum, Luna en de shoegaze van Swervedriver en Jesus & Mary Chain. Deze referenties zijn duidelijk op hun plaats als je bezwerende nummers hoort als “Georgia”, “Get away” en “Rubber”. Tussenin hoorden we een sfeervolle “Shook down” en “Suicide policeman” , het springerige “Milkshake” en “Operation”, die gitaarriffs en baspartijen onderhuids verborg van Sonic Youth’s “Teenage riot”.
Kortom, energiek en ingetogen stuiterend materiaal door het korrelige geluid, een set die emotievol raakte en af en toe wat gladjes klonk. “‘t jukte” met Yuck, dat was bewezen na vanavond!

Een geslaagde ‘double bill’ Cloud Nothings en Yuck …

Organisatie Botanique, Brussel

Beoordeling

Yuck

Yuck en Cloud Nothings – overtuigende double bill

Geschreven door
De Botanique kon met de ‘double bill’ Yuck en Cloud Nothings onovertroffen z’n muzikale strooptocht van ontdekkingsbandjes rustig verder zetten.


Cloud Nothings  is de band van de vriendelijke Dylan Baldi uit Cleveland die een hoop lofi rammelrock speelt, energiek, fris, aanstekelijk, en gekenmerkt van een fijne melodieuze opbouw … een ‘back to basics’ geluid, lekker rauw en hard, van het kwartet. En ondanks de losse praatjes met het publiek raasden en gaspelden ze in snelvaart er de songs door. We lusten de sound wel van het jonge, dynamische bandje die z’n EP’s samenbalde op ‘Turning on’ en net de eerste echte studioplaat uitheeft.
In een kleine 45 minuten hoorden we een glimp van de gitaarmagie, te situeren binnen het huidig concept van Wavves, Vivian Girls, Woman en die teruggrijpt naar Band Of Susans en Sebadoh. We waren meteen gewonnen voor songs als “Nothing’s wrong”, “Hey cool kid” “Should have” en de titelsong …

En een mooie toekomst wenkt ook Yuck. Het Engelse kwartet plaatst zich in de spotlights met het titelloze debuut en brengt heerlijke onstuimige en beheerste noisy (lofi) gitaarpop, die de brug slaat naar charmante, rakende catchy gitaarpop en wat durft af te wijken met shoegaze pedaaleffects.
De band zorgde in hun klein uur durend optreden voor het gepaste evenwicht en variaties en pootte op die manier een boeiende, overtuigende set neer. Daniel Blumberg en Max Bloom zijn de spil van de band. Als jonge Thuston Moore’s hebben ze nog een jonge Kim Gordon, bassiste Mariko Doi en een Mars Volta ‘lookalike’ Jonny Rogoof,  in de band.
Yuck intrigeerde door jengelende, rauwe, broeierige, intens meeslepende gitaargeluidjes, - golven, - erupties en uitgeklede, verrassende, melodieuze wendingen. Ze nestelden zich ergens tussen Pavement, Buffalo Tom, Dinosaur Jr, Yo La Tengo, Teenage Fanclub, het oude Soul Asylum, Luna en de shoegaze van Swervedriver en Jesus & Mary Chain. Deze referenties zijn duidelijk op hun plaats als je bezwerende nummers hoort als “Georgia”, “Get away” en “Rubber”. Tussenin hoorden we een sfeervolle “Shook down” en “Suicide policeman” , het springerige “Milkshake” en “Operation”, die gitaarriffs en baspartijen onderhuids verborg van Sonic Youth’s “Teenage riot”.
Kortom, energiek en ingetogen stuiterend materiaal door het korrelige geluid, een set die emotievol raakte en af en toe wat gladjes klonk. “‘t jukte” met Yuck, dat was bewezen na vanavond!

Een geslaagde ‘double bill’ Cloud Nothings en Yuck …

Organisatie Botanique, Brussel

Beoordeling

Tyvek

Tyvek - Eindelijk nog eens garagepunk uit Detroit

Geschreven door

Rock-'n-roll lijkt dood. Zelfs in Detroit, traditioneel een broeihaard van vuige garagerockbandjes, is de bron zo goed als opgedroogd. Zeker nu The White Stripes ermee ophielden (niets te vroeg want ze waren nog slechts een pastiche van zichzelf meer) en The Dirtbombs het noorden kwijt zijn (hun laatste plaat ‘Party Store’ is echt niet meer dan een lange grap).
En daar duikt dan toch plots Tyvek op, zou deze groep de erfenis van The Stooges en MC5 nieuw leven in kunnen blazen? Met twee platen op hun actief, eentje op ‘Siltbreeze’ en de laatste op ‘In The Red’, zakten ze naar Europa af om er 40 optredens in evenveel dagen door te jagen. Een gebrek aan de juiste attitude kan je ze alvast niet verwijten.
Zanger Kevin Boyer mag er dan als een ietwat verloren gelopen schoolmeester uitzien, toen hij na wat technische problemen eindelijk het podium opstapte veranderde hij meteen in een gedreven podiumbeest.
 Er werden korte, krachtige punksongs in een garagejasje op ons afgevuurd, waarvan er toch eentje me aan Wire deed denken en mag dat nu net de groep zijn waaraan ik liever niet meer herinnerd wil worden na hun laatste en bijzonder slappe passage in de 4AD. Maar voor de rest absoluut geen klagen: gruizige punk gebracht met gemene gitaren, een intelligent meppende drummer en een sensuele bassiste. Wat moet een mens eigenlijk meer hebben? Niets toch... Of misschien een paar echte knallers van songs die net iets langer dan vijf minuten in je hersenpan blijven ronddolen en de kers op de zo ook al smakelijke taart hadden kunnen zijn.

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Beoordeling

Pagina 305 van 386