logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Stereolab
Concertreviews

Down

Down - overweldigend

Geschreven door

Het was alweer van 2008 geleden dat we 'de heavy metal combinatie' in ons landje mochten aanschouwen, Down. De supergroep rond kopstuk Phil Anselmo ( Pantera) is back on track na ettelijke breaks en de nodige problemen die de laatste jaren rond de bandleden sluimerden.
Een net niet volgelopen Ancienne Belgique stond te trappelen van ongeduld om zich over te geven aan de verwoestende Down-storm.

Vanaf het startschot veranderde de zaal dan ook in een kolkende massa, de temperaturen gingen omhoog en het headbangfestijn kon beginnen. Anselmo – wat een formidabele strot heeft die macho toch- en de zijnen gaven direct plankgas en dropten met “Losing all” en “The Path” in de startronde de eerste van een reeks splinterbommen. Direct gevolgd door sentiment toen “Lifer” opgedragen werd aan de vermoorde gitarist van Pantera, Dimebag Darrel.
De wederkerende opruiende taal van de charismatische frontman inspireerde de zaal om nog harder op te gaan in de vibe en was de rode draad van een kat en muis spelletje met het publiek dat tot het einde zou aanhouden.
De slome Southern stonerrock met invloeden van blues en doom metal voorzien van de nodige groove klonk moddervet mede door Pat Bruders die op bass Rex ( Pantera) verving wegens een slepende ziekte. In het middenstuk kwamen favorieten “Ghosts along the Mississippi” en “New Orleans Is A Dying Whore” voorbijrazen en kwamen de invloeden van Black Sabbath en Deep Purple boven.

De band bleef doorbeuken en ramden op een goed uur 12 tracks – voornamelijk uit de eerste albums- door de boxen. Nadat “Big Phil” even had ‘geteasd’ met “Walk” kwamen de toegifts met “Stone the crow” en het onvermijdelijke “Bury me in smoke”.
Toen de rook om ons hoofd was verdwenen en de zaallichten aanfloepten konden we enkel concluderen dat we terug een memorabele avond hadden beleefd.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Chic

Nile Rodgers presents Chic - Disco demi-god predikt the boogie

Geschreven door

U moet het zich voorstellen, een aangenaam warme juni avond na een verlengd weekend, een afgeladen Ancienne Belgique en waarschijnlijk wel de helft van het meest briljante songschrijversduo uit de discoperiode die in het nieuwe millennium weer lustig aan het toeren is geslagen met een nieuwe generatie eersteklasmuzikanten.
Nile Rodgers met name dus, die nog altijd beter bekend is als het creatieve brein achter Chic. Niet de eerste keer dat hij de afgelopen jaren in België passeerde, dus wist je ergens ook wel wat te verwachten. Amerikaans entertainment op topniveau, erg professioneel maar met misschien niet genoeg soul om iedereen te overtuigen. De niet-overtuigden waren evenwel thuis gebleven en wie wel aanwezig was wou een feestje bouwen.

Geopend werd er met een uitgesponnen “Everybody Dance”, dan moet je met de handen klappen en zo. Niet de meest subtiele song, maar vreselijk effectief zoals de hele Chic-sound eigenlijk gebaseerd is op vreselijk simpele maar net daardoor zo briljante baslijnen. Meteen daarna al “Dance Dance Dance”, nog zo’n discostomper. Goed maar je kreeg zo’n klein beetje te veel het idee naar een vooraf perfect bij elkaar gedachte show te kijken. Ook al omdat meteen overgegaan werd op een medley van hits voor Diana Ross en Sister Sledge. Nu heb ik het zo al niet echt voor medleys, maar het was vervelend om schitterende songs als “I’m Coming Out” en “Upside Down” niet volledig tot hun recht te zien komen. Beter was een erg mooie versie van “I Want Your Love”. Rodgers en Bernards hebben in de jaren tachtig heel wat hits voor anderen geschreven, en daar put hij nu ook – terecht – rijkelijk uit, met onder meer een versie van “Like a Virgin” voor een volgens Rodgers niet zo bekende artieste en een door de drummer met verbazingwekkend op Bowie lijkende stem gezongen “Let’s Dance”.
Het ging maar door, hit na hit. De mooiste momenten vond ik “Thinking of You” wat ik sowieso al een van Chics sterkste nummers vind en een überfunky Chic “Cheer”.
Leuk maar een beetje melig was de contest waarbij 5 would-be sterren hun versie van “le Freak” mochten spelen met achteraf een applausmeting.
Dan toch liever de echte Chic die afsloten met het voor de hand liggende “Good Times”, met bassolo’s toe, die ze heel vlotjes lieten overgaan in een versie van “Rapper’s Delight”. De vent zal het gezien de royalty’s die het hem opgeleverd heeft, vast niet over malen dat Sugarhill wat al te graag leentjebuur was gaan spelen.

Het publiek had gekregen waarvoor het gekomen was en ging tevree naar huis. Een goed, maar geen onvergetelijk concert. En de volgende keer moet hij “Lost in Music” spelen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

The Raveonettes

The Raveonettes - Was het nu vijftig, zestig of tachtig met The Raveonettes

Geschreven door

The Raveonettes is zo één van die bands die van hun beperkingen hun troeven maken: zo nam het Deense tweetal al hun nummers op hun eerste twee platen in het zelfde gitaarakkoord op, een beetje zoals de Deense regisseur Lars Von Trier het Dogma-concept in zijn films toepaste: heel duidelijk vastleggen wat je niet gaat doen, om zo de volledige artistieke vrijheid te bereiken binnen een bepaald concept.
Binnen die beperkingen, is ieder album van The Raveonettes toch weer iedere keer anders, van het op Phil Spector geïnspireerde fifties en sixties vintage geluid op ‘Pretty in black’, het door drummachines gekaapte ‘Lust, lust, lust”, tot het bedriegelijk poppy ‘In and out of control’, waarin enkel de teksten (over moord, sex,drugs en inbreken in auto’s) het laagje glazuur op de songs als zwavelzuur wegbijten.

Twee jaar na ‘In and out of control’, is er nu ‘Raven in the grave’, met een ander geluid, veel meer op new wave en Jesus and Mary Chain geïnspireerd, en misschien wel de grootste verandering is dat dit een heel persoonlijke plaat lijkt: geen teksten over grootsteedse thema’s als sex, drugs en rock ’n roll (minder Quentin Tarentino pulp als het ware) , maar wel contemplatieve songs over spijt, stuk gelopen relaties, en hoe goede tijden niet terugkeren. Op een bepaalde manier sluiten deze Deense oudjes op hun laatste album, wonderwel aan bij jonge honden als The Pains of being pure at heart en Warpaint.
In Frankrijk zijn The Raveonettes blijkbaar niet zo populair als in België, de Grand Mix was vanavond maar matig gevuld. The Raveonettes waren vanavond uitgebreid tot een kwartet, in plaats van de drummachines van de vorige tournees, was de band nu uitgebreid tot een viertal, waarbij de twee extra bandleden naast gitaar, vooral in een dubbele drumbezetting opereerden. Het concert begon in het halfduister, met de openers van de laatste plaat, die vanavond de hoofdbrok van de set zou uitmaken. Neonkolommen lichten fel rood of blauw op, je waande je zo op een concert van The Cure ten tijde van ‘Pornography’.
De eerste vijf nummers klopte het plaatje echter niet, er was iets mis met de bas van Sharin Foo, en de nummers hingen als los zand aan mekaar, het was pas na een technische pauze, dat het concert echt uit de startblokken schoot met “Love in a trash can”. Vanaf dan zat alles juist, we kregen een triootje uit de nieuwe plaat: “Apparitions” met zijn Warpaint gitaar en basloopje, het epische “Evil seeds”  , een mentale danstrip, en het als Joy Division aanzettende “Ignite”. Bij momenten werd het optreden heel erg Jesus and Mary Chain, ”Just like Honey”, maar dan zonder de decibels in de rooie te jagen. Sharin Foo wekte withete noise op haar basgitaar op, endorfine voor de oren. Na de jaren tachtig shoegaze was het tijd voor wat garage rock: “My Tornado” kon goed doorgaan voor een trash-nummer van The Kills, terwijl “Attack of the ghost riders” en “Heart of stone” voluit de surf en rockabilly kaart trokken met veel reverb en de samenzang van Sune Rose Wagner en Sharin Foo. Het  wiegeliedje “My time’s up”, vaag aan Velvet Underground’s “Sunday Morning” refererend, was de perfecte afsluiter vanavond.

Ondanks de haperende start, was dit een leuk concert, waarop The Raveonettes hun vele gezichten lieten zien, ergens tussen vetkuiven, leren jekkers en vogelnestkapsels in, maar wel een concert dat ons niet zo van de sokken blies als de passage van het Deense duo op FIHP, toen ze echt Deens Dynamiet waren.

Setlist: Recharge
and revolt - War in heaven - Let me on out - Dead sound - Noisy summer - Love in a trash can Lust Apparitions - Evil seeds Ignite - The love gang - My tornado - Attack of the ghost riders - Heart of stone - My time’s up

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

Danzig

Danzig - De kleine man met de grote stem kan het nog!

Geschreven door

Voor ‘Evil Elvis’ en zijn kompanen het podium betraden kregen we Diablo Blvd, de metalband van stand-up comedian Alex Agnew, voorgeschoteld. Ze kregen een schamele 30 minuten speeltijd toebedeeld, die ze vooral gebruikten om hun tweede langspeler ‘Builders of empires’ te promoten. Uit die platen kregen we stevige spierballenrock met tracks als de huidige single “Black heart bleed”, het snelle en agressieve “Endless reign”, het gelijknamige titelnummer, het opzwepende “Conquer all” en het gitzwarte “Between the hammer and the anvil”. Alex Agnew bedankte Glenn om te mogen openen voor zijn grootste idool. Van hun eersteling ‘The greater God’ hoorden we “Scarred and undefeated”, “Virus” en de afsluiter “Outcast”.
Degelijk optreden, goede uitvoering maar toch ontbrak het de band aan een eigen gezicht. Een euvel waar aan gewerkt kan worden.

Uiteraard waren de meeste gekomen om Danzig nog eens aan het werk te zien. Glen Allen 'Danzig Anzalone' was met legendarische bands als The Mifits en Samhain de grondlegger van de horrorpunk. In '87 richtte hij Danzig op waarbij de eerste vier albums van nog steeds staan als een huis. Hierop was het geluid meer gebaseerd op de vroege Black Sabbath en ook meer 'bluesy' van ondertoon. 
Daarna ging het compositorisch en kwalitatief wat minder voor de wind met experimentele uitstapjes richting industrial en gothic. Het vorig jaar verschenen negende album met de illustere titel ‘Deth red saboath’ was weer een stap in de goede richting. Zijn laatste passage op Belgische bodem dateerde immers al van Graspop '99!! En aangezien de kleine man met het grote ego en dito stem dit jaar 56 wordt zou het wel eens de laatste keer zijn. Verwachtingen waren dus hooggespannen.

De band die Glen Allen 'Danzig' Anzalone om zich heen had verzameld was niet mis: Tommy Victor (Prong, occas. Ministry) op gitaar, Steve Zing (Samhain, Son of Sam, The Undead) op bas en drummer Johnny Kelly (Type O Negative, Sevent Void). Een ‘allstar’bezetting dus.
Er werd afgetrapt met het filmisch, Wagneriaanse instrumental “Wotans procession” en het heftige en uptempo “Skincarver” (beiden van ‘Circle of snakes’). Daarna kregen we een prachtige en nostalgische reis door het roemruchte en duistere muziekverleden van de heer Danzig voorgeschoteld.
Enkele hoogtepunten waren: het zompige en duistere “Her black wings”, het sinistere “Twist of Cain”, “Bringer of death” en het luidkeels en magnifiek opgebouwde “How the Gods kill”. Klassiekers die de tand des tijds moeiteloos doorstaan hebben. Meteen viel op dat er weinig sleet op de stembanden van het gespierde Satanskind gekomen was, al liet hij de hoge regionen verstandelijk over aan het enthousiaste en talrijk opgekomen publiek. De band was goed op elkaar ingespeeld en hadden zichtbaar plezier op het podium.
Ook het nieuwe werk kon op redelijk wat bijval rekenen: het pikzwarte “Hammer of The Gods”, het nihilistische “Rebel spirits”, het bluesy “Juju bone” en het vertrouwd klinkende “On a wicked night”. Andere hoogtepunten waren het ooit voor Johnny Cash gecomponeerde “Thirteen”, “Do you wear the mark?” en natuurlijk “Mother”, de song waarmee hij zijn grootste bekendheid mee verwierf.

Na een toegift bestaande uit de oudjes “She rides” en “Long way back from hell” was de koek op en keerde we moe maar voldaan huiswaarts. Jammer genoeg geen “Dirty black summer”, “Am I demon?”, “Cantspeak” of “Tired of being alive”. Toch, dit is detailkritiek, we waren getuige van een indrukwekkende performance van een veteraan die nog niet uitgeteld is.
Evil Elvis is not dead!!

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix)

Beoordeling

The Raveonettes

The Raveonettes: cool as ice, black as hell

Geschreven door

‘Less is more’ … Het is een muzikaal credo als een ander, maar wel één dat in het wapenschild staat gegraveerd van bijzonder schoon volk als The White Stripes, The Kills, The Dresden Dolls, Matt & Kim, The DØ, Blood Red Shoes en een trits andere opwindende boy-girl combinaties die het begrip ‘rock’n’roll groep’ tot de wiskundige essentie herleiden. Van alle hedendaagse m/v duo’s lijken de Deense Raveonettes het meest openlijk te flirten met de muzikale erfenis van de 50ies en early 60ies. Of het nu een surfpunk uppercut, bubblegum pop of een Spectoriaanse ballad betreft, stuk voor stuk staan hun songs stijf van de reverb en krijgen ze close-harmony vocals mee van meesterbrein Sune Rose Wagner en diens bevallige sidekick Sharin Foo.
Op hun vijfde en jongste full album ‘Raven In The Grave’ lijken The Raveonettes nu ook de donkerste kant van de 80ies te hebben ontdekt, wat hen terug een stuk credibiliteit oplevert die ze wat hadden kwijtgespeeld na hun nogal vrijblijvende vorige worp ‘In And Out Of Control’ (‘09). Als opwarmer voor de festivalzomer, en Pukkelpop in het bijzonder, kwam het Deense duo afgelopen donderdagavond afgezakt naar de Gentse Vooruit voor een kort maar krachtig late night concert.

Anno 2011 zijn shoegaze, new wave en gothic met mondjesmaat binnen gesijpeld in het gitzwarte Raveonettes universum, maar gelukkig bleef de bijpassende eyeliner in de kast. Opener “Recharge & Revolt” plakte wat dat betreft meteen tegen onze trommelvliezen aan als een niet mis te verstane poppy knipoog naar My Bloody Valentine en Pale Saints. De twee extra personeelsleden, die vooral dienst deden als percussionisten netjes rechtstaand gepositioneerd tussen vier lichtzuilen, pasten perfect in het plaatje als was dit een showcase voor Top Of The Pops ergens diep in de jaren’80. Dat de onheilszwangere synths die prominent aanwezig zijn op ‘Raven In The Grave’ ‘ergens’ uit een doosje kwamen was daarentegen wel even wennen.
Ook verderop in de set had Raveonettes opperhoofd Sune Rose Wagner vakkundig een aantal referenties naar het donkerste decennium uit de popgeschiedenis verstopt. “Apparitions” leek ontsnapt uit het repetitiehok van The Cure ten tijde van de ‘Pornography’ sessies, tijdens de strakke intro van “Ignite” vreesden we even voor een Joy Division cover die er gelukkig dan toch niet kwam, en als er iets of iemand zich ooit mag vergrijpen aan het pastorale “Evil Seeds” dan mogen de winnaars gerust Siouxie & The Banshees heten. Sharin Foo, de vrouwelijke Raveonettes helft met de femme fatale looks, mocht van haar kant voor het eerst uitpakken op “War In Heaven”. Tijdens dit oppermelancholisch nummer droop de etherische schoonheid net niet van het podium, meteen goed voor één van de absolute hoogtepunten.
Naar goede Scandinavische gewoonte behield de groep de nodige cool op het podium; het al dan niet ter plaatse verzinnen van bindteksten of enig contact zoeken met de fans lijken niet echt besteed aan Wagner of Foo. Het publiek daarentegen reageerde hier en daar wel redelijk uitbundig, zeker toen bleek dat de oudjes “My Tornado” en het nog steeds onweerstaanbare “Attack Of The Ghost Riders” uit de debuut EP ‘Whip It On’ (‘02) op de setlist prijkten en nog niets aan rauwheid hebben ingeboet.
Het lieflijke slotakkoord “My Time’s Up” zou een toepasselijke afsluiter geweest zijn, maar Wagner & Foo zochten en vonden hierna ook nog een tweede adem. De nieuwe single “Forget That You Are Young” werd opgespaard tot in de bisronde, en tijdens de op een dreigende triphop beat drijvende afsluiter “Aly, Walk With Me” verloren Wagner en Foo uiteindelijk toch één keer hun cool en werd een beleefd robbertje met gitaar en bas uitgevochten.

Conclusie: The Raveonettes zijn klaar om op 19 augustus tegen pakweg middernacht de Marquee of Club tent op Pukkelpop gitzwart te kleuren. Allen daarheen, met of zonder eyeliner.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

The Cave Singers

The Cave Singers - Hoog tijd om uit hun hol te kruipen

Geschreven door

Het optreden van The Cave Singers in de Brusselse Botanique was volgens zanger Pete Quirck het laatste op het Europese vasteland, en wellicht ook één hun betere. Het vrolijk verwaaide en bebaarde trio uit Seattle wou er duidelijk nog eens stevig invliegen, en hun (dronken?) overgave werkte des te aanstekelijk bij het publiek. Zat iedereen elkaar bij het openingsnummer traditioneel nog wat twijfelend en voetstampend te begluren, dan zat al vanaf het tweede nummer vrijwel niemand meer neer op de houten trapjes van de Rotonde. The Cave Singers surfen tussen 2 muzikale golven die al opvallend veel bijval geoogst hebben bij de Belgische muziekliefhebber: langs de ene kant, de bezwerende bluegrass van pakweg 16 Horsepower, langs de andere kant de uitbundige folkrock van Mumford & Sons. Op hun nieuwe album ‘No Witch’ opteren The Cave Singers voor een donkere, psychedelische tussenweg, waarin ook echo’s van The Doors doorschemeren.
Ingetogen nummers als “Beach House”, “Haller Lake” en “Seeds Of Night” wisselden af met up tempo songs als “Summer Light” en “Dancing on Our Graves” , waarin het nasale stemgeluid van Pete Quirck en de opzwepende gitaar riffs van Derek Fudesco de toon zetten, maar het gejoel in de zaal pas echt opsteeg als Marty Lund zijn drums liet galopperen. Deze heren hebben overduidelijk de folk tijdsgeest mee om hun hol te verlaten en een breder (festival)podium te betreden!

Het zou al te gemakkelijk zijn om Bachelorette zo maar af te schilderen als het Nieuw-Zeelandse antwoord op Björk. De gelijkenissen qua stemgeluid waren weliswaar treffend, maar tussen de elektronische geluidscollages en intrigerende visuals door hoorde je even goed de naïeve sixties invloeden van Broadcast (“Her Rotating Head”) en de droompop van Beach House (”Donkey”).
Op verzoek van slechts één jongeman in het publiek was zangeres Annabel Alpers niet te beroerd om haar laptop opnieuw op te laden om nog een bisnummertje te spelen, wat haar op slag een stuk sympathieker maakte. Ondanks herhaalde publiciteit tussen de nummers door slaagde deze jongedame er (nog) niet in om veel volk te lokken naar haar CD standje na het optreden. Toch was de korte set te boeiend en gevarieerd om op basis daarvan een oordeel te vellen.

Organisatie: Botanique, Brussel 


Beoordeling

tUnE-yArDs

Kleurrijk en begeesterende tUnE-yArDs

Geschreven door

Ferm gerespecteerd en warm onthaald werden ze, de uit Oakland afkomstige zangeres/multi-instrumentaliste Merrill Garbus en bassist Nate Brenner. Ze houdt er betreffende haar project tUnE-yArDs een speciale schrijfwijze op na. De sympathieke Garbus is toe aan haar tweede album, die het twee jaar geleden ‘BiRd BrAiNs’ opvolgt. Ze stoeit met allerlei geluiden, samples en stijlen waarin we folk, jazzy grooves, dampende funk, r&b, afro, hiphop en aanstekelijke drumloops horen. Het lijkt allemaal een beetje rommelig, een soort bizarre knutselpop met hiphopachtige beats, kleurrijk en ritmisch en die tot de verbeelding spreekt. De songs werden in een mooi lofi world concept gegoten.

Het duo schilderde enkele indianenstrepen over de kaken en op haar shirt waren enkele roze veren geprikt. Muzikaal stonden twee blazers het duo bij. Afwisselend materiaal van de twee cd’s hoorden we, met de smachtende “Gangsta” (single!), “Bizness”, “Real life flesh” en “My country” die het publiek in de AB Club ophitsten. In die broeierige, groovy songs ademde een kleurrijk Couleur Café door, doordacht en dansbaar, met verrassende wendingen.
Er was sprake van een gretig afwisselende aanpak. “Hatari” in de beginfase, solo ingezet op ukelele van Garbus, die even verderop breder en forser klonk door de ritmebox, afrobeats, gitaarloopjes en de vooraf opgenomen voicesamples, gedragen door haar bedwelmende, variërende zangpartijen. Ze beet fel van zich af. Met beperkte middelen een doeltreffend geluid produceren … “Powa”, “Fiya” en “Riotriot” volgden  … Doe het haar maar na … al of niet met meer world, percussie en blazers. De psychedelica drong meer door in songs als “Es-so”, ergens Stereolab en Laetitia Sadier.
tUnE-yArDs maakt een som van Soul Coughing, Zap Mama, Animal Collective, Stereolab en G Love en dompelt het onder in lofi.

Vol lof was het publiek voor de excentrieke, ritmische, kleurrijke sounds van het talentrijke tUnE-yArDs, die zelfs twee keer terugkwamen en met “Killa”, “Doorstep” en een lofi Seasick Steve song begeesterend klonken. Straf spul subliem gebracht. Chapeau!

Thousands, Kristian Gerrard en Luke Bergman, een duo uit Seattle, stelde als support hun debuut ‘The sound of everything’ voor, new acoustic movement en sing/songwriterpop in de voetsporen van Elliott Smith en Nick Drake … Sober ingehouden, breekbare pop en een integer, emotievol stemgeluid. ‘Skyhigh music’ omschreven ze het zelf. Mooi gevonden alvast!
 
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Moby

Moby - Niet het verhoopte dansfeestje, wel aardig concertje

Geschreven door

Dat het sympathieke kleine mannetje in een snel veranderende muziek- en dancewereld op vandaag niet meer ‘hot’ is, is een understatement. Sedert ‘Play’ uit 1999 heeft hij geen deftige plaat meer uitgebracht (opvolger ‘18’ was nog een commercieel succes, maar het was niet meer dan een lauw doorslagje van ‘Play’ en de platen die er op volgden waren zowaar nog zwakker, met als absolute dieptepunt het vehikel ‘Hotel’).
In de Botanique kwam Moby zijn nieuwste album ‘Destroyed’ voorstellen, een plaat die laat ons zeggen wel zijn momenten heeft, maar die alweer mijlenver staat van de klasseplaatjes als ‘Everything is wrong’ en ‘Play’.

Wetende dat de ukkepuk ondertussen een mega status verworven heeft -gewoonlijk speelt hij in immense zalen of op grote festivals voor duizenden toeschouwers- leek het ons toch wel bijzonder om hem te gaan bekijken in de gezellige Orangerie van de Botanique voor amper zeshonderd trouwe fans.
Een paar zaken werden ons meteen duidelijk : vernieuwend is de muziek van Moby al lang niet meer en de nieuwe songs zullen het niet tot klassiekers brengen. We troffen wel een uiterst enthousiaste Moby aan die genoot van elke minuut die hij op dat podium van die kleine zaal mocht staan. Speciaal voor het Belgisch volkje speelde hij de rocker “That’s when I reach for my revolver” die niet in de reguliere setlist was opgenomen en die voor ons meteen als één van de hoogtepunten van de avond kon doorgaan. Ook had hij er geen erg in om één song (“Natural blues”) in verschillende toonaarden twee keer na elkaar te spelen, en dit vooral om zijn zangeres een plezier te doen. En dit bracht ons meteen naar het volgende probleempje. De donkere dame was gezegend met een prachtstem, wat zowel haar sterkte als haar zwakte bleek te zijn. Ze overdreef nog geen klein beetje met het etaleren van haar vocale bereik, en dat was soms een zegen maar elders stond het dan weer de songs serieus in de weg. Moby zou het mens een beetje meer moeten intomen.
Voor het overige was de haarloze lilliputter zelf verduiveld goed op dreef en bleek hij ook een verbluffend gitarist te zijn die naast een paar hete funky riffs ook knappe solo’s uit zijn instrument toverde (heel even dachten we aan Prince). Ergens schuilt er een hevige rocker onder dat kale kopje, wat we nog meer moesten beamen nadat hij zich waagde aan een splijtende versie van “Whole lotta love”.
Moby had vanavond nogal wat het geduld van het publiek op de proef gesteld, hij was met aardig wat zwier aan zijn set begonnen, met ondermeer een hitsig “Go”, maar schakelde dan een versnelling terug waardoor het danslustige publiek een beetje op zijn honger bleef zitten. Maar het verhoopte dansfeestje kwam er op het einde dan toch met opzwepende dance tracks als “Disco lies”, “The stars” en als finale eindspurt het uitbundige feestje “Feeling so real”.

Eén en ander deed ons na dat bescheiden fuifje van twee uurtjes concluderen dat Moby ergens tussen dance, elektronica en rock zweeft (wij zijn benieuwd naar de dag dat hij eens een echte rockplaat zal maken), dat hij bijzonder sterke songs op zijn kerfstok heeft (“Why does my heart”, “Porcelain”, “In this world”, “Honey”, “Bodyrock” waren om van te snoepen) maar helaas ook enkele hele zwakke (“Lift me up” en “We are all made of stars” waren ook vanavond niet te pruimen) en dat hij op alle gebied en in elk genre zijn (kleine) mannetje kan staan. Chapeau !

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pagina 297 van 386