logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

L7
Guns N Roses
Concertreviews

Paramount Styles

Paramount Styles: een unplugged Girls Against Boys

Geschreven door

Scott McCloud, de (ex)spil van het New Yorkse Girls Against Boys, heeft een nieuw muzikaal project op poten: Paramount Styles. Hij behoudt op de soloplaat ‘Failure American Style‘ z’n handelsmerk van een donker, intens broeierig sound; met z’n ingehouden zacht krakende, kreunende, hese vocals dompelt hij de songs gevat onder in dit sfeertje.
Samen met twee vaste leden (bassist/toetsenist en drummer) en twee Belgen (gitarist en cellist) onderneemt hij een kleine clubtournee. Trouwens, het was al vijf jaar geleden dat McCloud met Girls Against Boys te zien was. Hoogst interessant dus om kennis te maken met z’n Paramount Styles.

Het publiek hoorde een sfeervol snedige set; de songs kregen meer ademruimte door een samenspel van akoestische gitaar, cello en toetsen. Een gemoedelijk en kaler unplugged Girls Against Boys. McCloud zat op z’n flightcase, dicht bij z’n publiek, en maakte af en toe een cynische opmerking. Het sobere “Drunx” opende. “All eyes”, “Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you” hadden een steviger popgehalte. McCloud wisselde ze af met ingetogener werk:  “Race ya till tomorrow”, “Crazy years”, “Starry nights”, “Paradise happens” en “More than alive”, die de set besloot.
Het warme onthaal bood z’n vernieuwende aanpak een hart onder de riem. In de bis gaf hij nog één nummer prijs …geluid en tekst à l’improviste …een artiest, mans songschrijven en een band, op dezelfde golflengte.
Paramount Styles speelde verslavend, beklijvend songmateriaal. Scott McCloud heeft een volgende stap gezet in z’n oeuvre.
.
Het Belgische Dead Souls kroop twee jaar terug in de huid van Joy Division’s Ian Curtis. Deze live coverband , die vaste support was van Monza, deed de voorliefde van het icoon van de new wave in Vlaanderen heropleven.
Hun debuut ‘Cognac & coffee’ heeft een eigen geluid binnen de waverock, die we voldoende kennen onder Editors en Interpol. Een energieke live band, die gretig gedurende zo’n vijfenveertig het nieuwe materiaal voorstelde: “Peter Chriss”, “Trying in crying”, “Boxoffice waiters”, “Smash your guitar” en de titelsong klonken overtuigend. Band met een mooie toekomst!

Organisatie: Cactus Club Brugge

Beoordeling

Timesbold

Een ingetogen en rockend Timesbold

Geschreven door

De inzet van het weekend werd in de MaZ gedrenkt in weemoed en melancholie door de desolate americanapop/alt.country van Timesbold (Jason Merritt) en Sleepingdog (Chantal Acda).

Timesbold is samen met Bonnie ‘Prince’ Billy, Dave Eugene Edwards, Alan Sparhawk, Robert Fischer en Conor Oberst, één van de pijlers binnen dit Duyster concept. Een intens broeierig sfeertje wordt gecreëerd door een instrumentarium van akoestisch gitaargetokkel en -slides, contrabas, toetsen/harmonium, melodica, zingende zaag en een ingehouden percussie.
Zanger/componist Jason Merritt, man met safarihoed én lookalike Finn Andrews van The Veils, schrijft geniale, beklijvende pareltjes bijeen en geeft met z’n zalvende, lichthese, krakende emotievolle stem zeggingskracht aan de songs. Hij borg momenteel z’n soloproject Whip even op.
Hij speelde, samen met de vaste crew leden Lichtenstein/Goebel en twee andere muzikanten, een klein anderhalf uur lang een boeiende en gevarieerde set: intiem,ingetogen en rockend door een snedig krachtiger aanpak. Ze zijn op tournee om de nieuwe plaat ‘Ill Seen Ill Sung’ voor te stellen; we hoorden de innemende “When I come around” en Hollow halo” als de stevige “Fencepost” en “Any lethal storm”, die live een rauw verbeten tint hadden. Op z’n Dylans ging Timesbold te werk op het oudje “Sing”. Er waren de donker, dreigende “Banish” en “Some awful man”, en het ingehouden “Whales” klonk avontuurlijk door een onverwachtse pianoswing en strijkstok op triangel. Tenslotte haalde Merritt nog solo hemels pakkend uit.
De intense spanning in de songs kon Merritt ontkrachten door enkele ludieke aanmerkingen. In de bis hoorden we dynamische melodieuze versies van “Old Hannah” en “Irene”.

Timesbold speelde een knap overtuigend concertje en gooide zoveel muzikale pracht te grabbel in een twintigtal nummers; een bij de keel grijpende; adembenemende set die en af en toe gepast en gevat kon ontladen.

Support was Sleepingdog van Chantal Acda, momenteel hoogzwanger van haar tweede kindje. Ze speelde samen met drie andere leden, in een sober geluidsdecor, een dromerig, intieme set onder haar hese fluisterzang; de songs van het recente ‘Polar Life’ verwezen naar haar IJslandse voorliefde.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Beoordeling

…And You Know Us By The Trail Of Dead

Full Force Windkracht 10! And You Will Know Us By The Trail Of Dead

Geschreven door

Het gezelschap uit Texas …Trail Of Dead bracht vorig jaar hun vijfde cd uit ‘So divided’ en onderneemt ter promo van de cd een heuse tournee, waaronder in de VK. De band kwam een achttal jaar terug in de belangstelling met platen als ‘Madonna’ en ‘Source Tags & Codes’, waaruit ze live nog steeds rijkelijk putten.
Het zestal onderscheidt zich met een verwoestend geheel van snedige, krachtige, compacte gitaarrock, symfo, psychedelica, orkestraties en bombast, wat door de dubbele percussie en repeterende toetsen wordt opgezweept en avontuurlijk klinkt door de abrupte overgangen en ritmewisselingen.

Live was er sprake van een overweldigende sound: fel, hard, verbeten stukken, die af en toe werden afgewisseld met enkele ingehouden, zachte, sfeervolle stukken . Van catchy melodieën, orkestraties en bombast was er geen sprake! Rauw, teder en beheerst gingen ze te werk; en behielden een intense spanning. Een paar leden wisselden probleemloos van instrument. Een mistige zang zweefde over de gebalde sound. Hun keuze viel op songs als “Relative ways”, “Stand in silence” en “Caterwaul”. Of ze lieten songs in elkaar overgaan als “Will you smile again” en “Another morning stoner”.
Het publiek werd volledig opgeslorpt door die muzikale leefwereld van Trail Of Dead.
Apotheose was een uitgesponnen “Totally natural”: repetitief opbouwend en broeierig; door de diverse tempowisselingen klonk de song krachtig, fors en subtiel, waarbij de 2 percussionisten hun drums pijnigden. De eerste rijen kregen zelfs een paar cimbalen. In de bis overtuigden ze met “Mistakes & regrets”.

…Trail Of Dead speelde een boeiend, intrigerend concert van felle windstoten. Windkracht 10 noteerden we.

De supports The Amber Light uit Duitsland bracht een goed half uur goed gekruide, stevige gitaarrock en het uit San Francisco afkomstige Bellavista liet zich beïnvloeden door ‘80’s Echo & The Bunnymen en ‘90’s Pale Saints en Stone Roses. Gitaarwerk met een zweverig randje!

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Beoordeling

The Whitest Boy Alive

The Whitest Boy Alive: zó onhip dat het toch weer hip wordt

Geschreven door

De Noor Erlend Æye wordt nog steeds (te) vaak in één adem genoemd met de zogenaamde New Acoustic Mouvement, een muziekstroom die in 1999 in het leven geroepen werd door de Britse pers nadat binnen de muziekwereld een verhoogde belangstelling voor de akoestische gitaar werd vastgesteld en bepaalde groepen succes oogsten door in hoofdzaak gebruik te maken van dit instrumentarium. Eén van die bands was onder meer Kings Of Convenience, een samenwerking tussen Erlend en zijn landgenoot Erik Glambek Bøe. Met albums als ‘Quiet Is The New Loud’ en ‘Riot On An Empty Street’ konden ook zij een breder publiek bekoren, mede wellicht ook door de verschijning van Erlend Æye zelf (die altijd te grote brilmonturen!).

Of deze hem ook letterlijk een bredere kijk op de wereld verschaften, laten we in het midden maar in ieder geval begon Erlend ook nieuwe horizonten te verkennen en distantieerde hij zich meer en meer van het genre waar hij bekend mee geworden was. Zo ging hij als dj aan de slag, maakte een ambient, elektrogetint soloalbum, stelde  een verzamel-cd in de befaamde DJ Kicks reeks samen, verleende zijn medewerking aan nummers van andere artiesten uit de elektronicawereld, waaronder “Poor Leno” van Röyksopp, en richtte hij vanuit Berlijn samen met b
assist Marcin Öz, drummer Sebastian Maschat en keyboardspeler Daniel Nentwig de groep The Whitest Boy Alive op. En het was met deze formatie dat Erlend Æye afgelopen vrijdag op de planken van de Handelsbeurs stond.

Als voorafje kregen we het Zweedse
Slagsmålsklubben (een vertaling van de filmtitel ‘Fight Club’) geserveerd. Deze groep kwam eind 2000 tot stand in Norrköping en hoewel voortvloeiend uit de progressieve rock groep ‘The Solbrillers’, heeft de muziek die ze brengen met dit genre geen enkele uitstaans meer. Integendeel, zelfs. Ze maken integraal gebruik van  oude 8-bit (spel)computers en mocht je pakweg Trans-X, The Moog Cookbook en Apparat Organ Quartet samen in een shaker voegen, dan zou het resultaat aardig in de buurt komen van de klanken die het Zweedse zestal uit hun arsenaal van instrumenten halen.
Het concert in de Handelsbeurs was meteen ook hun eerste op Belgische bodem. Dat dit echter niet zonder problemen zou verlopen, werd al meteen duidelijk toen de groep door fileperikelen later dan voorzien in Gent arriveerde en de set ingekort diende te worden. Maar dit euvel belette niet om op basis van slechts vijf nummer meteen het aanwezige publiek in te pakken en hen aan het dansen te krijgen. Op de tonen van de weliswaar vaak érg foute maar zo aanstekelijke nummers als onder meer “Hänt” en “Sponsored By Destiny” (beiden uit hun vorig jaar verschenen album ‘Boss For Leader’) leefde het publiek zich uit, terwijl ondertussen het jonge vijftal (waar het zesde groepslid gebleven was, is ons een raadsel) opgesteld achter hun, op enkele tafels geplaatste elektronische apparatuur druk in de weer was om aan de knoppen te draaien, flesjes bier te ontkurken en snoepgoed het publiek in te slingeren. Veel te vroeg naar de zin van het publiek en van de groep zelf, werd een einde gemaakt aan de miniparty om plaats te maken voor hun Noorse collega Erlend Øye en zijn groep The Whitest Boy Alive. Wat ons betreft, mogen zij hun oefening deze zomer nog eens komen overdoen op een zomerfestival. Programmeer deze in de Dance Hall of in de Boiler van Pukkelpop en pret en dansplezier gegarandeerd!

De vraag was of The Whitest Boy Alive het dansfeestje verder zou zetten of zich toch eerder zou houden aan de typerende stijl van hun enige album tot nu toe (‘Dreams’ uit 2006), zijnde een warme, vaak ingetogen sound met een mix van rock, pop en subtiele elektronica.

Snel werd duidelijk dat qua tempo de set opbouwend was samengesteld. Het concert begon namelijk rustig door middel van enkele nieuwe nummers afgewisseld met reeds bekend werk als “Golden Case”. The Whitest Boy Alive gaf daarbij impliciet mee dat de nummers van het later dit jaar te verschijnen tweede album, qua groepsgeluid in het verlengde zullen liggen van het debuut, getuige onder meer “Gravity” en “Intentions”.
Telkens zweefde de zo typerende zachte, melancholisch aandoende stem van Erlend Øye mooi over de afgemeten muzikale begeleiding van de Fender Rhodes en de Crumar synthesizer bespeeld door Daniel Nentwig, de sobere basgeluiden van Marcin Öz en het geconcentreerde drumwerk van Sebastian Maschat.
Pas met “Fireworks” werd er wat meer vaart in de set gestoken en dit op uitdrukkelijke vraag van Erlend zelf die het idee had dat zij nog nooit zoveel rustige nummers na elkaar hadden gespeeld. Meteen de aanleiding voor de zanger/gitarist om aan te tonen dat hij niet de nerd is waar velen hem voor aanzien en om zijn verborgen entertainerkwaliteiten ten toon te spreiden. Erlend zweepte het publiek op, vroeg aan de lichtman de zaal in duisternis te hullen en dreef aldus de spanning op. Ook Daniel Nentwig liet zich niet onbetuigd en kantelde zijn Crumar synthesizer richting publiek om het nummer aldus van een spetterend einde te voorzien. Na “Above You” begon hij zelfs wat te tafeltennissen en te frisbeeën.
Meteen de start van een gedaantewisseling van de groep want het publiek kreeg een pompende cover van “Show Me Love” (Robin S) dat vakkundig verweven werd met “Gypsy Woman (She’s Homeless)” (Crystal Waters). Over de geslaagdheid ervan kan getwijfeld worden (de stem van Erlend kwam wat zwakjes over om weerstand te bieden tegen de drumpartij en de beats) maar de impact op het aanwezige publiek was treffend. Onder luid applaus en gejuich werd er al snel massaal een dansje geplaatst, zeker toen de publiekslieveling, het onvermijdelijke “Burning”, niet alleen op plaat maar ook live het meest swingende eigen nummer, werd ingezet.
Als toegift kregen we uiteindelijk nog een mooi, vertederende “Don’t Give Up” waarbij een duozang met bassist Marcin Öz werd aangegaan, terwijl een cover van “Music Sounds Better With You” (Stardust) en een stukje “Move Your Body” (Marshall Jefferson) de definitieve afsluiters van dienst waren. Daarbij werden nog eens alle remmen los gegooid zowel op (Erlend bespeelde - wijselijk zonder zijn reusachtige bril - de cimbalen met zijn voorhoofd) als voor het podium. Enkele meisjes begaven zich almaar dichter richting de groep in een ultiem verlangen de aandacht te trekken van Erlend. Dit was ook hem niet ontgaan en hij trok resoluut een jonge deerne het podium op om zich met haar aan een dansje te wagen. Het gaf meteen aanleiding tot hilarische taferelen, zeker omdat de stijl die Erlend daarbij via zijn molenwiekende armen aan de dag legde, letterlijk en figuurlijk alle kanten uitging. Het wérkte want het publiek ging nog meer door het lint en trakteerde de groep op een uitbundig applaus.
Meteen bleek ook dat het ietwat sullige voorkomen van Erlend Øye slechts een façade is en geheel niet strookt met zijn geaardheid. Hij weet verdomd goed hoe hij de fans voor zich moet winnen en welk effect hij heeft op vrouwelijk schoon.
En om het bij het muzikale te houden, ook de nummers van The Whitest Boy Alive klinken op het eerste gehoor misschien wat eenvoudig en onsensationeel maar verraderlijk als ze zijn, blijven ze toch snel hangen en onbewust gaat men er gedwee bij neuriën. Dit was nu niet anders. Ook al vonden we hun passage op Pukkelpop vorig jaar straffer en strakker, afgelopen vrijdag was het opnieuw genieten geblazen.

De groepsleden bleken achteraf zelf niet onverdeeld positief te zijn over hun prestatie. Eén geldig excuus konden ze alleszins inroepen. Een drietal weken geleden brak Erlend Øye namelijk zijn arm en kreeg hij doktersverbod om een instrument te bespelen. Het was dus überhaupt een prestatie dat The Whitest Boy Alive een leuk concert kon geven, laat staan dat de tournee wordt afgewerkt.
De avond nadien, 17 mei, trad de groep op in de Muziekodroom te Hasselt en op 17 juli zijn ze ook nog  te zien en te horen op het Dour Festival.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Loney, dear

Les Nuits Bota 2008: Loney, dear, Kris Dane en Elvy

Geschreven door

Een te koesteren muzikaal geheim is het Zweedse Loney, dear, onder Emil Svanängen en Jens Lekman. Stijl: melancholische, dromerige, sfeervolle romantische indiepop met een gevoelig breekbare ondertoon. Loney, dear herbergt de ‘60’s pop van The Beach Boys, Belle & Sebastian, Arcade Fire en Sufjan Stevens. Ontroerend, teder, aangenaam en ontstressend!
Twee platen hebben ze tot nu toe uit; ze braken door vorig jaar met ‘Loney: noir’, maar in 2004 verscheen al ‘Sologne’.

Loney, dear komt maar al te graag afgezakt naar de Bota. Vorig jaar tijdens Les Nuits Bota hadden ze er een mooie herinnering aan. Hun toffe indruk was de drijfveer. Live verschenen ze als kwintet
Het vriendelijke, enthousiaste gezelschap hield het publiek een kleine twee uur lang in hun greep. Ze speelden een overtuigend, subtiel verfijnd concert, waarbij we langzaam konden wegdromen, aangenaam genieten en heupwiegen; de frisse, sprankelende toetsen, de lichte elektronicabombast, de zalvende, opzwepende percussie en de prachtige samenzang boden kwalitatieve schoonheid van de opbouwende, aanzwellende songs.
Ze putten rijkelijk uit de recentste plaat en lieten nummers vakkundig in elkaar overgaan als “No one can win” en “I will call you lover again”; we hoorden gejaagde, krachtiger versies van I am John” en “Hard days”, hun favoriet. “Sinister in a state of hope”, “Take it back”, “Saturday waits” en “The meters marks ok” klonken intiem, teder en waren de  kippenvelmomenten van de set.
Ze trakteerden op een uitgebreide bis en klonken steviger, zonder dat de fijne, subtiele melodielijn en de gevoelige snaar verloren gingen. “Carrying a stone” was een in te lijsten song en een schitterende apotheose.
De band werd op handen gedragen. Een terechte waardering trouwens.

Lionel Vanhaute, als Elvy, uit Namen, opende de sfeervolle avond. Hij brengt in september z’n eerste cd uit en zal met hulp van leden van Flexo Lyndo op tournee trekken.
Songs ontdaan van enige franjes en enkel bepaald door een akoestische gitaar, lappen tekst en een warme zang, zorgden voor een ingetogen tof concertje. Hij voegde er nog een nummer van Lauryn Hill aan toe en deed denken aan Jose Gonzales.

Kris Dane & The Bannes putten uit heel wat grootse artiesten van de vaudeville als Waits, Gallon Drunk en Wovenhand. Ze linken het moeiteloos aan Admiral Freebee, Cave, Lloyd Cole en een jonge Cash en Dylan. De band brengt broeierige, doorleefde en zompige rootsrock en americana, onder Dane’s doorleefde stem. De songs hadden een intense spanning en avontuur.
Een band die heel wat in petto had en uitstraling had door sfeerscheppingen. In de laatste songs, “To the belfry”, “Private Lee” en “The damage done” hoorden we een uniek geheel van een grauwe Cold War Kids meets The Waterboys.
Ze gaan een mooie toekomst tegemoet. Na de cd ‘Songs of crime & passion’ verschijnt binnenkort ‘Rise down of the black stallion’. We zijn gewaarschuwd!

Organisatie: Botanique, Brussel ikv Les Nuits Bota 2008

Beoordeling

CocoRosie

Les Nuits Bota 2008: Cocorosie & Mons Orchestra en Quinn Walker

Geschreven door

Welkom in de wondere, muzikale magische sprookjes-/droomwereld van het kunstminnende en cabaresque CocoRosie, uit New York, onder de zusjes Casady; het is en blijft iets uniek om te zien en te horen. Ze brengen een kleurenpalet van knusse, iets-niet-van-deze-wereld muziek. Hun freefolk/elektronica zette alvast een heuse beweging op gang met artiesten als Devandra Banhart, Antony (& The Johnsons), Psapp, Tunng, Yeasayer, Bunny Rabbit en de huidige support Quinn Walker.

CocoRosie ging in zee met het orkest van het Belgische Mons Orchestra; een gewaagde onderneming, waarbij de zalvende inbreng van strijkers, blazers, allerhande fluiten en trom/percussie een breder geluid gaven en het origineel avontuurlijke geluid van schrapende elektronica, piano, harp en beatbox, naast de twee aparte stemmen van de zusjes, ondersteunden. Het refereerde aan wat Ryan Adams en Sigur Ros (met Amina) al hebben uitgevoerd.
En toch, na het concert zat ik met het gevoel dat het Mons Orchestra er niet sterk genoeg uitkwam, door het feit dat ze dikwijls (bewust of niet) in een ondergeschikte rol werden geduwd en CocoRosie eenvoudigweg CocoRosie bleef.
Op die klankenwereld toonden ze kleurrijke projecties, familieportretten en zwart-wit fragmenten uit de jaren ’30 films.
Het Mons Orchestra leidde “Bloody twins” in, vocaal gedragen door de klassiek geschoolde operastem van Sierra. Bianca op haar beurt schitterende met haar rauwe, kreunende zegzang op “Beautiful boyz”.
De stemcontrasten van de zusjes, het beatboxen van Tez (= raps, grooves en scratches) hadden meteen een glansrol op “Good friday”, “K-Hole” en “Promise”. Toen Tez af en toe vaart bracht en kracht bijzette, werd hij de lieveling. Het publiek reageerde laaiend enthousiast! Hij tilde de songs, al of niet orkestraal begeleid, naar een hoger niveau, zoals het smachtende “Turn me on”. Iedereen was sterk onder de indruk toen hij een kleine vijf minuten solo zijn ding uitvoerde.
Als band trad CocoRosie in het midden van de set op het voorplan met vernuftig in elkaar verweven versies van “Black poppies”, “Werewolf”, “Animals” en “Rainbowwarriors”. Het Mons Orchestra trad vakkundig bij. Op het dromerige “God has a voice” nam de percussie van het ensemble een prominente rol in. Het nieuwe “Happy eyes” was er eentje met hitpotentie en was de aanzet naar het groovy, dansbare “Japan”, de frisse, speelse song bij uitstek met ‘Wizard Of Oz’/ Familie Trapp’ wortels; samen met de andere artiesten, bouwde CocoRosie een feestje. Sierra, in een vroeger verleden cabaretdanseres, dartelde als een jong veulen en voerde een soort regendans uit op het podium; de vaste afsluiter na anderhalf uur!
Tweemaal kwam CocoRosie terug: eerst met een geïmproviseerde kampvuurversie van “South second” en dan een sentimenteel intieme “By your side”, bepaald door de stemmenpracht van de zusjes. Eindigen in schoonheid, noemen ze zoiets…!

CocoRosie stond garant voor avontuur, durf en subtiliteit.

Support was Quinn Walker. De flower-power beweging van eind de jaren ’60 was nog niet was vergeten bij deze neo-hippie, die deel uitmaakte van het CocoRosie concept. Hij speelde psychedelische folkpop op gitaar en elektronica, en creëerde een galmend geluid door pedaaleffects en bleeps. Hij paste een vooraf opgenomen zang in op z’n hoog uithalende soms vervormde stem. Ergens tussen ‘60’s Rocky Erickson, Spiritualized, Animal Collective en Yeasayer te situeren.

Organisatie: Botanique Brussel ikv Les Nuits Bota 2008

Beoordeling

Shawn Smith

De prachtstem van Shawn Smith

Geschreven door

Een vrij magere opkomst in Gent voor de zwaar onderschatte Shawn Smith. De man is alhier nauwelijks gekend onder zijn eigen naam. Misschien dat bands als Satchel, Brad en Pigeonhead wel ergens een lichtje doen branden, bands waar al eens de gitaren mogen loeien, maar dit concert was van een heel ander allooi.

De organisatie in de Handelsbeurs wist wel raad met het weinig talrijke publiek en had met behulp van wat theelichtjes, een rookmachine en romantische opzet van enkele stoelen en tafeltjes de zaal omgetoverd tot iets wat leek op een jazzclub uit de fifties, een geslaagde onderneming.
Smith zelf zorgde van achter zijn vleugelpiano voor de intimiteit met een hele mooie ingetogen set. Als je de man aanschouwt - hij ziet uit als een zware rapper-  zou je niet meteen gaan verwachten dat hij de meest breekbare liedjes uit zijn mouw schudt. Smith speelt aardig piano en een zeldzame keer gitaar maar het absoluut meesterlijke instrument is die fantastische stem, mooi, warm, barstend van de soul en vooral uniek. Een stem die in deze naakte set nog veel meer tot zijn recht kwam dan op diens platen.
Smith ging van start met een Brad klassieker, het adembenemende “The day brings”, een song die hij later in de set nog eens op een fijne manier zou verweven in een verbluffende versie van “Purple rain”. Wij weten het, die Prince song is al platgecoverd, maar wat Shawn Smith er mee deed was meer dan geweldig. Smith speelde een mooie greep uit zijn solo platen, afgewisseld met enkele Brad- en Satchel songs. Wij waren vooral verheugd met de vier songs die hij haalde uit ‘The Family’ van Satchel, één van ons aller favoriete platen ooit.
“Isn’t that right”, “Not too late” en “Time of the year” waren absolute pareltjes. Eén keertje maar nam hij de gitaar ter hand om er gewoonweg een schitterende bluesversie van de Mother Love Bone klassieker “Chrown of thorns” mee te spelen, ronduit prachtig. Jammer dat Smith maar één song op de gitaar speelde want op deze manier hadden er voor ons best zo nog een paar fabuleuze momenten mogen bijkomen.

Omdat de ganse set zo adembenemend was kwam er al veel te vlug een einde aan. Het was te snel voorbij, maar het staat geboekstaafd als een wondermooi concert.

Organisatie: handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Madrugada

MMM: Madrugada Magistraal in MaZ

Geschreven door

Hoe zouden Nick Cave & The Bad Seeds klinken wanneer ze de desolate Australische prairie zouden inruilen voor de wijdse Noorse fjorden? Hoe zouden de onlangs herenigde Tindersticks reageren indien hun strijkerensemble op een blauwe maandag cello en viool plots inruilen voor een koppel smerige bluesgitaren? Op sommige vragen krijgt een mens nooit antwoord, maar dat is zonder Madrugada gerekend wiens muzikale invalshoek precies op het kruispunt ligt van beide bovenvermelde acts. Samen met o.a. Motorpsycho en Kings of Convenience vertegenwoordigen zij één van de weinige Noorse rockacts die ook buiten Scandinavië voet aan wal hebben gekregen dankzij een reeks puike albums vol epische emorock. Vorige zomer sloeg het noodlot echter hard toe in het Madrugada kamp met het plotse overlijden van gitarist en mede-oprichter Robert S. Burås kort na de eerste opnamesessies voor het nieuwe album. Ondanks dit immens verlies besloten de twee overgebleven leden alsnog om de reeds opgenomen nummers af te werken met de hulp van Noorse en Amerikaanse sessiemuzikanten. Terwijl door pers en publiek druk wordt gespeculeerd over de muzikale toekomst van Madrugada maakt de groep er zelf geen geheim van dat het resulterende titelloze album als haar muzikaal testament moet worden aanzien. Het drieluik geplande optredens te Brugge, Brussel en Turnhout zou dus wel eens de laatste Madrugada tournee op Belgische bodem kunnen geweest zijn; de Musiczine redactie zond op Pinksterzondag één van zijn zonen uit naar de Brugse Magdalena zaal om dit (voorlopig) afscheid bij te wonen.

De vijfkoppige band trok meteen van leer met de eerste drie songs uit het recent verschenen ‘Madrugada’ album: “Whatever Happened To You?” werd gedragen door breed uitwaaierende slidesolo’s van beide gitaristen, meteen daarop schakelde de groep in een hogere versnelling via “The Hour Of The Wolf” met zijn epische aan Crazy Horse refererende intro, en eerste single “Look Away Lucifer” mondde na een verraderlijk rustige akoestische aanloop uit in een bezwerende finale. De zaal baadde tijdens dit indrukwekkend openingstrio in een onheilspellende bloedrode schemering, maar bij aanvang van “Strange Colour Blue” uit het debuutalbum ‘Industrial Silence’ (’99) werden de cyaankleurige spots maximaal opengedraaid tot een bevreemdende chill-out gloed. Het publiek leek bij aanvang zowel muzikaal als visueel sterk onder de indruk, en dat was ook de boomlange en graatmagere frontman Sivert Høyem niet ontgaan. Høyem anticipeerde laconiek met “If you’re so quit, we can be quit too” als inleider voor een rits overwegend rustige en sfeervolle songs uit het jongste album waaronder het profetische “Highway of Light”, het naar Madrugada normen toch wat melige “Honey Bee”, de nieuwe single “What’s On Your Mind?” en jawel, het aan Cave schatplichtige “New Woman/New Man”.

Eens het grootste deel van het nieuwe album de revue was gepasseerd maakte de groep vervolgens ruimte voor een bescheiden ‘best-of’ selectie. “Black Mambo”, met voorsprong het beste nummer uit ‘The Nightly Disease’ (’01) en misschien wel uit de gehele Madrugada catalogus, ademde een broeierig voodoo sfeertje uit dat perfect pastte bij de intussen tropische temperatuur in de zaal. Met “Blood Shot Adult Commitment” en “Seven Seconds” uit het toch wat onderschatte ‘Grit’ (’02) bekenden Høyem & co dat ze naast Cave en Cohen ook The Stooges in de platenkast hebben staan. Opvallend feit was voorts dat het vorige, weliswaar commercieel succesvolle doch vrij makke album ‘The Deep End’ (‘05), nagenoeg onaangeroerd bleef, maar daar leek het publiek allerminst rouwig om. Het introverte “Valley Of Deception” uit het nieuwe album besloot na anderhalf uur het eerste deel van de set.

Het intussen dolenthousiaste publiek schreeuwde bij het terug verschijnen van de groep een spervuur aan verzoekjes naar het podium; frontman Høyem viel uiteindelijk voor de charmes van een vrouwelijke fan die koste wat kost nog eens alle remmen wou los gooien op “Lucy One”. Net zoals het vervolgens door de groep zelf gekozen “Only When You’re Gone” is dit nummer één van de vele juweeltjes vanop het intussen klassieke ‘The Nightly Disease’. Høyem & co besloten een bijna twee uur durende set op symbolische wijze met “Vocal”, het openingsnummer van hun debuut dat bijna tien jaar terug verscheen.

Als de geruchten weldra waarheid blijken verdwijnt met Madrugada één van de beste Noorse bands ooit. Samen met ‘The Nightly Disease’ en ‘Grit’ heeft de groep met het recente ‘Madrugada’ minstens drie tijdloze albums achter gelaten op deze planeet, niet slecht dus voor een groep die een kleine 15 jaar actief is geweest. Tijdens het schrijven van deze recensie kwam ondergetekende trouwens ter ore dat de groep deze zomer alvast nog geprogrammeerd is voor de komende BoomBox en Dour festivals, unieke herkansingen dus voor éénieder die op de valreep een stukje Scandinavische rockgeschiedenis in zijn/haar geheugen wil gegrift zien.

Organisatie: Cactus Club Brugge

Beoordeling

Pagina 377 van 394