logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Cure
Afghan Whigs
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

De opwarmers van dienst komen uit Tel Aviv, niet bepaald een stad waar rock’n’roll floreert. The Great Machine heet de band, ze spelen een soort moordzuchtige doom-metal die dan weer overgaat in stevige stonerrock en af en toe opgejut wordt door vlijmscherpe ultra korte punk-metal songs, Ufomammut meets Kyuss meets Motörhead. Niet slecht verdomme, wij onthouden een verpletterend “Bitch” en een zwaar slepende stonerrocker “San Zekelin”.

Noem het een goed bewaard geheim, maar je kan het ook zien als de onwil van de media om de fantastische band All Them Witches in de armen te sluiten. Dit is namelijk een rockband pur sang, en bij Stu Bru bijvoorbeeld zijn ze al lang niet meer into rockbands, tenzij die Foo Fighters of Royal Blood heten en volledig binnen de mainstream-lijntjes kleuren. All Them Witches komen uit Nashville maar u mag opgelucht ademhalen, met country hebben ze niks van doen.
De band heeft al drie platen uit, de eerste (‘Our Mother Electricity’) was misschien nog een ruwe zoektocht naar een eigen sound, maar de andere twee (‘Lightning At The Door’ en ‘Dying Surfer Meets His Maker’) zijn pure rockgoudmijnen die gewoon nog niet door het wereldje ontgonnen werden. Het zou zonde zijn dat een band met zo een potentieel zou moeten blijven spelen in zaaltjes met een capaciteit van amper een paar honderd man.
De passage in de Antwerpse Zappa was al de derde doortocht op Belgische bodem dit jaar, na de AB Club en een stekje in de Shelter op Pukkelpop. De set in de AB is zelfs als een live album gereleased (‘Live In Brussels’), en ’t is een verdomd straffe plaat.
Ook in de Antwerpse Zappa speelde All them Witches voor een paar honderd gegadigden, maar ze deden het alweer met tonnen bezieling en force. Hun sound is moeilijk te bevatten, noem het psychedelische stonerblues voor ons part. Feit is dat die kerels een uniek geluid creëren waarbij de rock nog met een grote R mag geschreven worden en de instrumentatie al eens epische proporties mag aannemen zonder daarbij in potsierlijke prog-rock te vervallen. Een groovy Fender Rhodes orgel walst de ganse tijd doorheen de songs en dat geeft extra cachet aan een typische eigen sound die hiermee wordt ontwikkeld, retro maar toch ook weer niet, spacy en tegelijkertijd heel organisch.
Bij All Of Them Witches kunnen Led Zeppelin, The Who, The Doors, Pearl Jam, Goat, The Tea Party en Kyuss door één en dezelfde deur en komen ze met zijn allen in een boeiende kamer terecht waar blues, stoner, folkrock, grunge en southern rock door de speakers galmen.
Er huist flink wat variatie in hun set, een stevig “Dirt Preacher” en een in stonerrifs gehuld “God Comes Back” beuken hard tegen de muren aan terwijl de zwevende blues van “The Marriage Of Coyote Woman” en “Mountain” de tijd nemen om in heerlijke golven door de zaal te vloeien.
In hun live versies worden sommige songs flink opengetrokken. Er mag al eens gejamd worden en er is ruimte voor harde uitspattingen en breed uitwaaierende gitaren, doch alles komt telkens goed op zijn pootjes terecht en de songs lijden nergens gezichtsverlies. Absolute hoogtepunt is “Blood and Sand/ Milk and Endless Waters” dat uitmondt in een kwartier beuken, scheuren, soleren en jammen.
Als bis trakteren ze ons op nog zo een kanjer, “Swallowed By The Sea” start als een Indisch vliegend tapijt, rijt de boel open met een loodzware stonerrif en schakelt vervolgens over in een breed openwaaiende jam waarin de roffeldrums en echoënde gitaren het mooie weer maken.

All them Witches kondigen aan in februari een nieuw album te releasen, iets om met argusogen uit te kijken. Laat ons hopen dat daar weer een tour aan vasthangt die hen deze keer naar wat grotere zalen brengt.

Organisatie: Heartbreaktunes

vrijdag 21 oktober 2016 03:00

Fu Manchu - Extreem zompig & loud as fuck


Fu Manchu is één van de bands die in de jaren negentig het stonerrock genre definitief op de wereldkaart zetten. Grote broer Kyuss gaf er na vier albums al de brui aan (wat leidde tot de millionsellers Queen Of The Stone Age), Fu Manchu daarentegen ging gestaag verder met het onveilig maken van clubs en kleinere concertzalen, waarbij ze trouw bleven aan hun zompige stonerrock sound. Wereldsucces hebben ze nooit gekend, maar met de jaren hebben ze een heuse cultstatus verworven en kunnen ze terugvallen op een wereldwijde trouwe aanhang.

De band is er dezer dagen niet bepaald op gebrand om ons met nieuw materiaal te bestoken, ze kiezen er voor om hun fans te verwennen met integrale uitvoeringen van een stel potige albums die dateren uit de hoogdagen van de stonerrock. Bij eerdere passages op Belgische bodem waren ‘In Search Of…’ en ‘The Action Is Go’ al aan de beurt, deze keer is ‘King Of The Road’ het feestvarken, een album uit 2000 en ook al één van hun hoogtepunten.

Het album wordt er in zijn oorspronkelijke volgorde door geramd en met opener “Hell On Wheels” weten we het al meteen zeker, dit is nog even hard, onvermurwbaar en bijtend als 15 jaar geleden, stonerrock met stalen kloten en met een onbegrensde stootkracht, loud as fuck geserveerd. Fu Manchu raast met de genadeloze vernietigingsdrang van een Californische woestijnstorm doorheen de Casino, klassiekers als “Boogie Van”, “King Of The Road”, “Weird Beard” en een bloeddorstig “Hotdoggin’” hakken er keihard in.
De band blijft voor het grootste part trouw aan de oerkrachten van hun originele songs, wat inhoudt dat ze zich niet bezondigen aan onnodige uitweidingen of pocherige solo-momenten. Ze weten met verve de intensiteit van hun vettige sound opnieuw te creëren, en dat is de sterkte vanavond.
‘King Of The Road’ is een vette motherfucker van een album, en met de geweldige live vertolking ervan wordt dat nog eens duidelijk in de verf gezet, elke song wordt als een kruisraket meedogenloos afgevuurd tot de hele zaal aan flarden is geschoten.


De ‘King Of The Road’ tornado heeft dus al lelijk huisgehouden in de Casino, maar Fu Manchu heeft nog wat extra in de tank zitten. In een ronkende bisronde wordt wat meer tijd en ruimte genomen voor solo uitspattingen, onder meer in een alweer pompende versie van de Blue Oyster Cult klassieker “Godzilla”, een song die al jaren niet meer uit de setlist is weg te denken en die ze met een paar welgemikte mokerslagen volledig naar hun hand hebben gezet. Ook in het fenomenale “Saturn III”, uit die andere geweldige plaat ‘The Action Is Go’, worden alle registers nog eens wagenwijd opengetrokken, een hardrock klassieker van het puurste soort en een verwoestend slot van een stomende set.

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

donderdag 29 september 2016 03:00

Live In California

Overdaad schaadt, ’t is maar hoe je het bekijkt. Dit is dan ook een live album van een groepje die zodanig met de seventies dweept dat een mens er stoned zou van worden.
Bands die in de studio al vrij gul zijn met gitaarsolo’s doen er sowieso live nog een flinke schep bovenop, zo ook Radio Moscow. Dit trio heeft zowat alle inspiratie gehaald bij The Jimi Hendrix Experience, Cream, Blue Cheer, Cactus en Grand Funk Railroad, allemaal groepjes die bij wijze van spreken al eens durfden doorjammen tot een stuk in de ochtend.
Gitaarbeul van dienst bij Radio Moscow is Parker Griggs die zich in zijn overtollige solo’s laat bijstaan door trouwe volgelingen bassist Anthony Meier en drummer Paul Marrone. Een beetje zoals Hendrix en zijn toegewijde Experience luitenanten Noel Redding en Mitch Mitchell, de heren vallen niet echt op maar ze vormen wel een onmisbare en verdomd sterke ritmesectie.
Griggs is hier natuurlijk de grote hoofdrolspeler, zijn vocale capaciteiten zijn op zijn zachtst uitgedrukt eerder beperkt en daarom laat hij wijselijk dan ook uitvoerig zijn instrument spreken. Als u niet houdt van een overvloed aan gierende gitaarsolo’s dan mag u vroegtijdig de les verlaten. Wij daarentegen lusten hier wel pap van, maar wij hebben dan ook een dik pak platen van Jimi Hendrix en Rory Gallagher in onze kast staan.
Er komt 14 songs lang flink wat vuur uit Griggs zijn gitaar, de riffs en solo’s stromen in dikke lagen van de muren en de wah-wah pedalen zijn continue in de weer. Hoogvliegers zijn de bluesy medley “250 Miles/ Brain Cycles”, het in psychedelica ondergedompelde “Before It Burns” en de stevige afsluiter “So Alone”.
Fans die zoeken naar nieuw of onuitgegeven Radio Moscow materiaal blijven wat op hun honger zitten, de songs komen voornamelijk uit ‘Brain Cycles’ (2009) en uit de laatste studioplaat ‘Magical Dirt’ (2014). Het enige unicum dat hier te rapen valt is “Chance Of Fate”, een cover van het obscure seventies powertrio Sainte Anthony’s Fyre (een bandje die u heus even moet checken, we hebben dat ook gedaan en hebben het ons niet beklaagd) .
Gedurende een dik uur en een kwart gaat Radio Moscow onverstoord door met dit soort langharige retro-rock. Een beetje te veel van het goede misschien, maar dat heb je met zulke live platen. Love it or hate it.

donderdag 22 september 2016 03:00

A Weird Exits

Met de regelmaat van de klok (quasi jaarlijks) levert John Dwyer, de drijvende kracht achter het explosieve bandje Thee Oh Sees, het ene na het andere sublieme plaatje af. In juli heeft de band nog maar net het ophitsende ‘Live In San Francisco’ gedropt, een schitterende registratie van hun zinderende live reputatie, of ze zijn daar al met hun volgende studio plaat. Het moet zowat al de veertiende plaat zijn op 10 jaar tijd, maar schiet ons niet af als we er eentje naast zitten want we zijn onderweg misschien wel een beetje de tel kwijt geraakt.
‘A Weird Exits’ is voor een stuk een vintage Thee Oh Sees plaatje met de geliefde ingrediënten als geflipte garage rock en ontspoorde hardrock met psychedelische uitsteeksels. We krijgen met name een stel uiterst energieke songs die zich lekker zullen thuis voelen in de opwindende live sets. Extatische songs als “Dead Man’s Gun”, “Ticklish Warrior”, “Plastic Plant “ en vooral het uitzinnige “Gelatinous Cube” zijn ideale bommetjes om menig concertzaaltje te doen ontploffen.
Maar Thee Oh Sees verkennen hier ook andere oorden. Met de fijne instrumentals “Jammed Entrance” en “Unwrap The Fiend Pt 2” begeven ze zich op krautrockterrein en naar het einde van de plaat toe gaan ze breeduit relaxen met de luie psychedelica van “Crawl Out From The Fall Out” (doet ons trouwens sterk denken aan het bandje Brightblack Morning Light, waar hangen die tegenwoordig eigenlijk uit ? ergens ver in de kosmos?). Ook de in de sixties gedrenkte afsluiter “The Axis” - Procol Harum lonkt hier zelfs om de hoek- wijkt nogal van het spoor af, maar dat maakt er de zaken alleen maar interessanter op.
Een verdomd straf plaatje. Alweer.

zaterdag 17 september 2016 03:00

Thee Oh Sees - Onbesuisde energie

Zelf waren wij dit jaar niet op Pukkelpop aanwezig, maar als we onze betrouwbare bronnen mogen geloven (en dat doen we graag) dan waren Thee Oh Sees één van de absolute hoogtepunten op Chokri’s festivalletje (we hadden bijna geschreven alternatief festival, maar toen viel het ons terug in dat het verwaande wicht Rihanna daar aantrad).

Wij weten trouwens al langer dat het opzwepende bandje van John Dwyer een heuse belevenis is. Thee Oh Sees hebben ons enkele jaren terug al eens compleet omvergeblazen in de Antwerpse Trix en sedertdien verliezen wij dit energieke psych-garagerock-collectief nooit meer uit het oog. Met ‘A Weird Exits’ hebben ze in augustus hun zoveelste schitterende nieuwe album afgeleverd en dat amper een maand nadat ze een overweldigende live plaat ‘Live In San Francisco’ ter wereld hadden gedropt.
Een bloedhete Aeronef in Lille mocht dan niet helemaal zijn volgelopen, het kot zinderde en kolkte als nooit tevoren. De drive en de onbegrensde goesting van de waanzinnig spelende band (met twee drummers, dat kon tellen qua slagkracht!) sloeg al heel snel over op de zaal die menigmaal overkookte, er werd niet bepaald gekeken op een moshpit meer of minder.
Thee Oh Sees brachten een super-energieke set met een opeenvolging van uiterst opwindende motherfuckers van songs (“The Dream”, “Tunnel Time”, “Gelatinous Cube”, “Toe Cutter Tumb Buster”, “Ticklish Warrior”,…) met het tempo en de stootkracht van een kudde op hol geslagen bizons.
Extatische garagerock met een punkspirit van jewelste, meer hadden wij niet nodig om compleet uit de bol te gaan (of ’t was een dikke pint misschien, maar in de l’Aéronef duurde het alweer eeuwen om daar aan te geraken, dan bleven we toch maar wat liever op onze dorst zitten).
Pas met de superbe psychedelische sleper “Sticky Hulks” werd even het oververhitte gaspedaal losgelaten, maar daarna gingen de poppen al snel weer aan het dansen. De twee geestdriftige drummers zaten er zeker voor iets tussen, maar het was toch vooral de fantastische John Dwyer die telkenmale het boeltje deed ontploffen. Getooid in korte broek en met zijn gitaar op borsthoogte (een ander zou er niet mee wegkomen maar Dwyer is gewoon cool) manifesteerde hij zich wederom als een weergaloos gitarist die zijn instrument aan alle kanten liet piepen, scheuren en openbarsten (zelfs Thurston Moore zou zich zorgen mogen maken als er zo een concurrent aan de voordeur belt).
In de fenomenale afsluiter “Contraception”  (15 minuten lang, geen seconde te veel) mochten we Dwyer’s gitaargeseling uitvoerig en in vol ornaat aanschouwen. Een grandioze slotsong van een uitzinnig optreden.
We hebben gezweet als een rund en dorst geleden als een paard, maar genoten als een driftige reu in een kennel vol loopse teven.

Wat een geweldige band, het is geleden van Ty Segall & The Muggers in Le Grand Mix dat we nog zoveel onbesuisde energie op een podium mochten ervaren. Kan geen toeval zijn trouwens, Dwyer en Segall zijn goeie maatjes, ze gaan regelmatig samen op de lappen, trekken al eens dezelfde studio in en halen hun inspiratie uit dezelfde vruchtbare en vettige grond.

Organisatie: Aéronef, Lille

Lokerse Feesten 2016 – DAG 05 – Van Morrison – Arno – Kitty, Daisy & Lewis
Lokerse Feesten 2016
Grote Kaai
Lokeren
2016-08-09
Sam De Rijcke

Een familiefeestje in de zon, dat was Kitty, Daisy & Lewis. Zo’n een muzikale familie kom je maar zelden tegen, broer Lewis Durham die het podium deelt met zijn zusjes Kitty en Daisy (2 bevallige sexy dames, als je ’t ons vraagt, doch dit volledig terzijde) én met moeder op basgitaar en vader op ritmegitaar. De muziek zit duidelijk in de genen. Bovendien wisselden Kitty, Daisy en Lewis voortdurend van instrument. Piano, gitaar, harmonica en drums, het maakte hen niet uit, ze hanteerden het allemaal met de vingers in de neus. En die muziek dan. Hoewel er op hun laatste plaat wat meer pop is naar binnen geslopen, grossierde het gezelschap nog grotendeels in lekkere en authentieke retro muziek, frisse rockabilly en vintage blues. Met sprankelende songs als “Baby Bye Bye” en “It Ain’t Your Business” brachten ze het zonnetje binnen in Lokeren. Toen ze er de ouwe Jamaicaan Eddie ‘Than Than’ Thornton bij haalden werd het al helemaal een zomers feestje met een bekoorlijk reggae tintje. De ouwe snoeperd genoot met volle teugen van de aandacht die hij kreeg en speelde ondertussen een set aardige trompetpartijtjes bij elkaar, de dansspiertjes tintelden gretig.
Kitty, Daisy & Lewis eindigden hun geanimeerde set met hun bijzonder aanstekelijke versie van “Going Up The Country”, u weet wel, die Canned Heat klassieker die voor het leven vereeuwigd is met Woodstock.

Met Van Morrison weet men nooit. De man heeft de reputatie van eeuwige brompot en staat regelmatig flink tegen zijn zin op een podium wat al eens resulteert in tegenvallende concerten. Maar in Lokeren hadden we geluk. Niet dat hij nu plots de wilde publieksentertainer ging uithangen maar hij focuste zich vooral op de muziek, en alleen maar dat. Bindteksten ? nooit van gehoord. Geen tijd verliezen en spelen was de boodschap.
Eén van de allergrootste klassiekers “Moondance” mocht de aftrap verzorgen, toen wisten we al dat het goed zat.
Van Morrison en zijn voortreffelijke band wandelden doorheen diens indrukwekkende repertoire met fluwelen versies van onder meer “The Way Young Lovers Do”, “Someone Like You”, “Cleaning Windows”, “Have I Told You Lately”, “Here Comes The Night” en uiteraard een stevig rockend “Gloria”.
De ouwe knorpot had er duidelijk voor gekozen om zijn publiek te vermaken met een ‘best of’ en natuurlijk was er geen mens die daar om maalde. De melige country die hij op zijn meest recente platen bovenhaalde, was gelukkig nergens te bespeuren. Vandaag stonden subtiele blues, glooiende jazz en glansrijke soul op het programma. Het enige bezwaar dat we konden inroepen was dat het geluid wel heel stil was afgesteld. Wie niet vooraan had postgevat kon de muggen nog rond zijn oren horen zoeven. En dan nog bespeurden we fans met oordopjes in hun flappers, geen idee of die eigenlijk wel iets gehoord hebben.
Alles klonk heel netjes en beschaafd, geen wilde rockshow dus, maar wel een uitmuntende muzikale hoogmis. De bandleden zagen er ook niet bepaald rock’n’roll uit (eerder een verzameling Ierse pastoors) maar ze waren werkelijk op geen foutje te betrappen en speelden akelig perfect.
Van The Man stond ook prachtig te zingen. Zijn stem, waar de leeftijd duidelijk nog geen vat op gekregen heeft, was vanavond één van de hoofdrolspelers. De vocale hoogstandjes werden dan nog eens aangedikt met een heerlijke backingzangeres. Hier werd echt niets aan het toeval overgelaten, dit was een meer dan geslaagd Van Morrison optreden. Nauwelijks of geen interactie met het publiek (op een zeldzame ‘thank you’ na), wel non stop uitstekende muziek van een torenhoog niveau.
De fans smulden er van, maar wie niet vertrouwd was met Van Morrison’s muziek, was hier waarschijnlijk in een diepe slaap verzonken of zat achteraan op het terrein gretig aan de Lokerse paardenworsten.

Ons eigen rock’n’roll icoon Arno kwam dan een goede snok naar rechts geven aan die volumeknop. De man was weer volledig zichzelf en speelde een verdomd strakke set met alle typisch Arno ingrediënten en een reeks onvervalste klassiekers. Wederom liet hij zich hier omringen met die geweldige band waar hij nu al enkele jaren de hort mee opgaat. Zij lieten Arno’s songs, inclusief een stel onsterfelijke TC Matic klassiekers, verduiveld smerig en stevig klinken. Natuurlijk was het allemaal een beetje voorspelbaar, we wisten wat ons te wachten stond, maar toch overdonderde Arno ons nog maar eens met zijn gekende act die overliep van intensiteit, power, humor en rock’n’roll. En we weten intussen al lang dat hij een kleintje heeft, meer ‘t schiet godverdomme nog altijd VERRRREEE !!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2016/
Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

donderdag 21 juli 2016 03:00

Murder Machine EP

Eind jaren tachtig maakten de Brusselaars van La Muerte overal brokken met hun zware cocktail van industrial, overstuurde hard-rock en smerige blues. Na jaren van volledige stilte kwam La Muerte in maart 2015 terug boven water en volgde er een verpletterende reünie tour waarbij de band nog even frontaal en bloeddorstig klonk als weleer. Het herboren zootje ongeregeld overtuigde met onder meer doortastende passages op het prestigieuze Roadburn festival (elke band die al eens een loodzware gitaar aanslaat wil daar zijn) en op Graspop. Hun verwoestende aanval van vorig jaar op de Brusselse AB werd zelfs voor de eeuwigheid vastgelegd op ‘EViL’.

Op Record Store Day is La Muerte nu met de release van deze nieuwe EP ‘Murder Machine’ op de proppen gekomen, het eerste nieuwe werk in zowat 20 jaren en het is verdomme straffe kost. Drie moordzuchtige songs die vuil, agressief en loeiend hard tegen de straatstenen worden gekwakt. Dit is vintage La Muerte, de band haalt even vernietigend uit als in hun hoogdagen. “Whack This Guy” is een brok gloeiende garage-metal, “Je Suis Le Destructeur” is een verschroeiende pletwals die zijn titel alle eer aandoet en ”Get Whipped” is een slepend monster die acht minuten aan een stuk dodelijk gif spuwt.
Gewelddadig EP’tje, laat het volgende maar komen.

donderdag 30 juni 2016 17:32

Inanna

Drums‘n’Guns is ontstaan uit de restanten van stonerband Mogul, doch de stonerrock is helemaal met de Noorderzoon verdwenen. Diverse nieuwe richtingen worden ingeslagen, het is alsof Drums‘n’Guns op ‘Inanna’ per sé willen bewijzen dat ze niet in één hokje te vatten zijn. Je kan het als een gevarieerd album beschouwen maar tegelijkertijd ook als een speurtocht van een band die op zoek is naar een eigen sound en gezicht.
Wij horen flarden van de vroege Placebo (“Time Machine”), een beetje Savages, een tikkeltje Queens Of The Stone Age, een zweem Sixteen Horsepower (of Woven Hand als u wil), een rondje Flying Horseman (“Rand”), een snuifje Madensuyu (“Inanna Why ?”) en zelfs een ietsiepietsie Goat (“The Cycle”).
‘Inanna’ is gevuld met stuk voor stuk degelijke rocksongs die weliswaar nog niet voor de eeuwigheid bestemd zijn, maar die ook niet de nieuwste hypes of gangbare trends achterna hollen. Daarvoor alleen al verdienen Drums‘n’Guns een dikke pluim. Er is nog werk aan de winkel, maar ze gaan tenminste hun eigen weg, ook al gaat die nogal veel verschillende richtingen uit.

donderdag 30 juni 2016 03:00

Daddy Was Wrong

“Laten we vooral niet moeilijk doen, die versterkers volop open draaien en er wat luide ongecompliceerde hard-rock doorjagen” moeten de vier ouwe rockers van Daddy Was Wrong gedacht hebben toen ze dit EP’tje met vijf rechttoe-rechtaan rocksongs opnamen. Het beestje rockt overal stevig door, hoewel het niet echt doorbijt, daarvoor klinkt het allemaal een beetje te gewoontjes. Maar hey, dit is fun, hard-rock voor diegenen die de extremen en de capriolen van de metal er niet bij willen nemen (zwaarden, extreem bloederige taferelen, afgehakte ledematen, brandende kerken, duivelstekens alom, onleesbare bandlogo’s,…).
Daddy Was Wrong is vermakelijk vertier voor rockliefhebbers die houden van no-nonsens bandjes als Airbourne, The Datsuns, Rose Tattoo en Buckcherry, om maar iets te noemen. Best te consumeren ergens in een bruine kroeg waar het bier rijkelijk vloeit. Barkruk-rock, dat is het.
Contact : Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

donderdag 21 juli 2016 03:00

Still

Bij diegenen onder ons die al een dagje ouder zijn en de muzikale jaren tachtig in levende lijve hebben meegemaakt moet Siglo XX ergens wel een lichtje doen branden (zij het maar een heel kleintje, ze hielden het graag donker in die tijd). Dit cold wave gezelschap ging door het leven als de Vlaamse Joy Division en was populair bij al wie zwarte tipschoenen droeg, het kapsel volledig op Robert Smith afstemde, de depri-look tot kunst verhief en de potten zwarte verf per lopende meter kocht in den Brico.
Siglo XX vormde de Belgische soundtrack bij die tijdsgeest, ze zijn er nooit mee vanuit de undergound naar boven geklommen maar verwierven met de jaren wel een heuse cultstatus die tot buiten de landsgrenzen reikte. Eind jaren tachtig verdwenen ze dan voorgoed in de diepe kerkers van de vergane new wave groepen, om er nu pas terug uit te klauteren onder een nieuwe naam Honeymoon Cowboys.
Wat hebben ze al die jaren zitten uitvreten ? Zal ik het u zeggen, ze hebben er het ganse oeuvre van Nick Cave (inclusief Birthday Party en Grinderman) tot in de puntjes bestudeerd, geanalyseerd en drie keer binnenstebuiten gedraaid.
‘Still’ is eigenlijk wel een sterk album waar een permanente dreiging van uit gaat, maar het geraakt niet echt van onder dat Cave juk vandaan. Er wordt iets te gretig gejat uit de grote Cave catalogus, als daar maar geen proces van komt. Opener “Time Is Not Our Friend” ruikt zodanig naar “Tupelo” dat het geen toeval meer kan zijn en “Still (A Song For V.) is een schaamteloos verkapte versie van “Nature Boy”. “Sea Without Mercy” heeft een hap flinke gebeten uit “The Mercy Seat” en ook “Closed Souls” en “No One Is Innocent” wandelen zonder te blozen door het donkere Caveland.
Geen idee of het de bedoeling was, maar elders neigt de band dan weer naar Editors (“Broken Men” en “When The Sky Paints Blue”). Eén en ander heeft natuurlijk te maken met zanger Tom Van Troyen die in zijn eigenste Ian Curtis-persiflage ook sterk tegen de bariton van Tom Smith aanleunt. Met dit verschil dat Honeymoon Cowboys hun Joy Division toch liever binnen vertrouwde kring houden (check “Up On The Hill”), terwijl Editors er eerder mee naar Plopsaland zijn getrokken.
Hoewel de invloeden er wel heel sterk op liggen heeft deze nieuwe plaat recht op pakken krediet en respect. Er staan immers een stel verdomd solide en uitstekende songs op. Honeymoon Cowboys verdienen hiermee zonder enige twijfel hun stekje tussen het inmiddels sterk aangedikte legertje van fijne eighties revival bands.


Pagina 34 van 113