logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Afghan Whigs
garbage_olt_riv...
Festivalreviews

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Miles Kane

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Villagers - Miles Kane

Om vinger aan de pols te houden wat het muzikaal hart van de Bota biedt, is het dus leuk meegenomen eens in elk zaaltje te vertoeven.
Op die manier ging vanavond onze tocht van de Rotonde (Colourmusic/Miles Kane)  naar de Grand Salon (Kiss the anus of a black cat) en eindigde het in de Chapiteau met het beloftevolle Villagers.

Eventjes perplex waren we van Colourmusic (Rotonde), een band uit Oklahoma, die  nogal loodzware alternatieve psychedelische prairie rock loslieten. De songs met een licht overwaaiende praatzang hadden vaart. De leden stoeiden met pedaaleffects, fuzz en noise en zorgden met de toevoeging van een dubbele percussie voor een opzwepend, hitsende sound. De repeterende, donkere basses en de logge ritmes waren de rode draad doorheen het krachtige geluid. We herkenden tunes van My Bloody Valentine en A storm of light. Treffende Gestructureerde Chaos …

De dreigende donkere ‘dark’ folk van vroeger bij het Belgische Kiss the anus of a black cat (Grand Salon) ervaarden we minder op de nieuwe songs. Het klinkt gemoedelijker, eenvoudiger, zonder z’n complexiteit te verliezen. Dramatiek en mystiek zijn gegeerde thema’s, het kwartet speelde in een repetitie opstelling en bracht sober ingehouden materiaal die door de repeterende ritmes crescendo konden gaan. Op die manier werden we meegezogen in hun bedwelmend, hypnotiserend, meeslepend semi-akoestisch materiaal, die vooral het recente ‘Hewers of wood and drawers of water’ voorop stelt.

Een glimp hoorden we nog van Lucy Lucy! (Chapiteau) , die onderdak vonden bij het 62TV Record Label. Het ensemble zweept met ‘dertien-in-een-dozijn’ Britpopmelodieën van onschuldige, strakke melodieuze rock; soms kwam de band er aardig mee weg met die broeierige pop, maar het geheel verbleekte, en wist niet ten volle te raken.

We keken uit naar Miles Kane die een nokvolle Rotonde op z’n knieën kreeg ... Inderdaad, hier was de Britpopliefhebber voor gekomen. Kane debuteerde onlangs solo met ‘The colour of the trap’, na het uiteenvallen van z’n bandje The Rascals, een fijne verzameling liedjes die de melodieuze Britrock van Oasis en The Beatles dierbaar zijn en zich door het snedig soms onheilspellend gitaarwerk onderscheiden. Ook hoorden we hier invloeden van The Last Shadow Prophets, z’n samenwerking met Arctic Monkey’s lid Alex Turner.
Er werd stevig gestart met gierende gitaren, “Better left invisible” en “Kingcrawler”, die meteen sterk onthaald werden. Dan klonk hij met z’n nieuwe band gematigder en konden zelfs de toetsen een meer prominente rol innemen naast het gitaarwerk, waaronder “My fantasy” en de luidkeels meegezongen “Rearrange”, de single van de doorbraak.
Verder hoorden we een gevarieerde set van broeierig en sfeervol werk, om tot slot stevig te eindigen met “Come closer”, “Hey bulldog” (cover) en “Inhaler”. Een donkere, ingetogen Jesus & Mary Chain van de broers Reid sijpelde door in de titelsong van z’n solo debuut.
Miles Kane plezierde de Britpopharten ongetwijfeld …

Het beloftevolle Villagers besloot in de Chapiteau, het project van de Ierse sing/songwriter Conor J. O’Brien, die eerder al een succesvolle passage kende in de Bota. Hij debuteerde vorig jaar met ‘Becoming a Jackal’, en is in één adem op te noemen met het werk van Bright Eyes en Bon Iver. Hij put trouwens  uit de traditie van de Brits/Ierse folkmuziek en de onvolprezen Elliott Smith.
Hij ondersteunde z’n intieme, hartverwarmende songs met een full band en liet ruimte om enkele songs solo lofi sober en elegant te spelen. Hij kreeg meteen de tent muisstil met het pakkende “Cecelia”, die door summier gitaargetokkel en z’n indringende stem de aandacht trok. Naar het eind van de set deed hij hetzelfde met enkele ingehouden songs, solo of sober begeleid, en ondanks de ietwat schorre stem, palmde hij z’n publiek in met adembenemende songs als “To be counted among man”, “27 strangers” en “Pact (I’ll be your fever)” die een Bon Iver gestalte kregen.
Tussenin was het genieten van de sfeervolle sing/songwriting, indiefolk/americana ‘kamer’ pop van O’Brien en de zijnen, “Ritual”, “The bell” en “Greatful song” waren al een interessante rits nieuwe songs en intrigeerden naast het debuut van “Set the tigers free”, “Home” en de titelsong. Het avontuurlijke, grillige “Ship of promises” besloot na bijna anderhalf uur de boeiende set.
In de bis hoorden we spannend semi-akoestische droompop, “Newfound land”, “Memoir” en “Sunlit stage”, die onderstrepen dat deze artiest met z’n band een beloftevolle toekomst tegemoet gaat …

Organisatie: Botanique Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Kokopellifestival 20111 - 13, 14 en 15 mei 2011 in Gullegem - De grote wereld in het kleine dorp

Geschreven door

Kokopellifestival 20111 - 13, 14 en 15 mei 2011 in Gullegem - De grote wereld in het kleine dorp

Kokopelli ‘Open Minded Music festival’ kende een geslaagde vijfde editie.
Zijn kleinheid staat nog synoniem voor gezelligheid. Een Gullegemse ‘dorpsheid’ ook die gek genoeg de hele wereld open trekt. Qua muziek, maar ook naar andere kunsten toe. Een kleine rondleiding doorheen het weekend van 13, 14 en 15 mei.

Vrijdag 13 mei 2011
Terwijl de mensen van Toverspel letterlijk de vijfde editie van het Kokopellifestival nog in vuur (en vlam) aan het zetten waren, sijpelden de eerste festivalgangers bij mondjesmaat binnen. Veel jong en ook wat alternatief volk, maar allerminst een overrompeling. 

Kokopelli – met als logo en naam een symbool van een vruchtbaarheidsgodheid – programmeerde op  die eerste avond vijf namen, waarvan drie dj-sets. De eerste ‘act’ was een thuismatch voor Chaka Chaka Sound uit Gullegem (bij Kortrijk) zelve. Reggaevibes als opwarmer dus van een kleurrijk weekend waar niet alleen muziek geboden wordt.  Kokopelli staat – zoals ze het zelf omschrijven - voor een uitgebreid muzikaal aanbod, diverse workshops, gerechten uit de wereldkeuken, stand-up comedy, straattheater en kinderanimatie. Met een ‘hart van hout’, want het festival zorgt ook voor een hectare nieuwe bomen in Bolivia.

De drie uur durende set van reggaende mannen van Chaka Chaka Sound  - C-Zion, 2Massive, I-Rey, Botcha en Dunda B – liet de thuisfans genieten. Het voorlopige hoogtepunt in hun carrière was de dubbele set op Reggae Geel 2009 en het volgende wordt de clash tegen Silverbullet eind dit jaar.

Los Callejeros was de eerste band die de (nog maar) half volgelopen schuur  mocht entertainen en het zootje ongeregeld ontpopte zich meteen tot de beste gig van de avond. Een bonte bende Vlaamse wereldmuzikanten, aangevuld met een Mexicaan, stak het vuur écht aan de lont en er werd al stevig gedanst en gezongen op een hete mengeling van reggae, ska en latino-vibes. In 2009 lanceerden ze hun debuutalbum ‘El Camino es el Destino’ en een jaar later doopten ze hun tweede ‘Presente!’ waarmee ze nog meer de klanken van over de hele wereld omarmden.

Ook de (weinige) rustigere partijen  vielen in Gullegem erg in de smaak en deden zelfs even denken aan Afro Celt Sound System. De bandleden illustreerden ook perfect wat muzikale ‘multitasking’ inhoudt. Dat er in het geweld een snaar sneuvelde, betekende allerminst een hapering in het feestje. Ook visueel was het een aardige aanblik van enthousiaste muziekmakers die zelfs met koeienkaakbeenderen en lepels de sfeer erin  hielden. Vlaams, Spaans en Frans: de aardbol op een podium dus, een ode aan de tweede naam van Kokopelli.

Daarna was het de beurt aan Government 4000, een project van DJ Vladimir Popovic uit Servië die vooral het jonge volkje in beweging hield met ‘hardere wereldmuziek ofte folktechno’. De oudere bezoeker trok liever even langs de wereldkeuken of trakteerde zichzelf op een heerlijke Sint-Bernardus van Watou in – jawel – een glas !

Bitty McLean was met zijn Homegrown Band de tweede en laatste band van de avond en er werd vol verwachting naar uitgekeken. De intussen volle Pajtaba-schuur keek toe en werd verrast door een honingzoete reggae waar – los van de technische probleempjes - iets aan mankeerde. Waren het de lyrics die niet bij de muziek pasten? Of de afgeborstelde looks van Bitty die niet strookten met het imago van de rasta-reggae? In elk geval, hij ging (ons) gauw vervelen, ondanks zijn schitterende stem en de hit “It keeps raining (tears from my eyes)”. Muzikaal ok, maar er klopte iets niet. We omschrijven het maar ‘het ontbreken van een ziel’.

S
ugar Charlie – jarenlang de vaste huis-dj van Open Tropen en achtmaal op Reggae Geel - mocht de eerste avond afsluiten met een zwoele mix van salsa, balkan, reggae en funk.

Zaterdag 14 mei 2011
Zaterdag is traditioneel dé dag op Kokopelli met naast muziek ook The Tingling Square waar naast workshops ook een volledig alternatief programma in de tent op poten gezet werd. En opnieuw was er ook een kinderanimatieoptocht die van uit de rondliggende straten het festivalterrein op danste, dit keer begeleid door sambapercussieband Coco Ralado.

Waza Roots was de eerste echte groep van de dag en die kwam op de affiche als winnaar van de vi.be contest. Reggae is de basis waarop de Gents- Ghanese broers Acharle T en Jimmy Ghetto hun muziek ontplooien en dat sloeg zaterdag ook meteen aan. Lekker vettig en multicultureel.


Het festivalpubliek dikte snel aan en haalde de dag de kaap van de duizend (kinderen niet meegerekend), na zo’n 700 op vrijdag en 800 een dag later. ‘Veel willen we niet meer groeien, want uiteindelijk willen we vooral op deze stek blijven’, aldus Jelle Stragier.

Na het lachuurtje met Guga (Baùl), die David Galle in extremis kwam vervangen, was het de beurt aan S.W.A.N. Musica, omschreven als een Belgisch-Congolese sensatie uit de Brusselse Matonguéwijk en een nieuw project van David Bovée van Think of One, de kleurrijke en openwereldse groep uit Antwerpen. De sfeer zat er meteen in en er werd – zoals haast het hele weekend – duchtig gedanst.

Ochestre International Du Vetex speelde een thuismatch in Gullegem. De ‘Kortrijkse’ multicultiband telt immers met Dries Degrande, Annelies ‘Bolle’ Remaut en Jan Cuvelier drie Gullegemnaars in zijn rangen. De eerste twee zetelen bovendien ook in de  Kokopelli-organisatie. De Vetex feestte de pajtabaschuur (zoals gewoonlijk) plat. Ooit begonnen als een fanfare van buurtmuzikanten, maar intussen uitgegroeid tot een muzikaal ensemble dat telkens  een massa op de bühne brengt. Van de buurtfeesten en festivals in Zuid-West-Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk  trok de groep intussen steeds verder het buitenland in en ze smeerden de Balkanmosterd dik over hun zwierige muziek. Altijd een aanrader voor een feestje.

Even uitblazen bij Radio Desperado en de Kalima Bellydancers lukte ook al niet echt want ook daar hing een rode draad van Balkanbeats, gekoppeld aan een aantal Oosterse en Latijnse klanken. Lekker dus.

Maar de topper moest Roy Paci  & Aretuska worden, al voelde de Siciliaan zich niet zo frisjes wegens maagklachten. Maar daar was op het podium niets van te merken. Hij blies de pajtaba haast omver en nodigde halverwege Thomas Morzevski van de Vetex uit voor een guest performance. De door ska gedragen muziek combineerde Paci naadloos met hiphop en reggae. Een topper die top was !

Zondag 15 mei 2011
Net als de voorbije twee dagen kreeg Kokopelli geen druppel regen op het hoofd en het middenplein zat en lag ook op zondag aardig vol. Zeker tijdens de demonstratie van de twee ‘Russische’ acrobaten.

Daarvoor had Soulrock Avenue de schuur al geopend. Amper een dertig kijk- en luisterlustigen toen ze eraan begonnen om 14u30, maar de  funky sounds lokten gestaag volk naar binnen. De zeskoppige West-Vlaamse formatie (met één Gentenaar) is pas een jaar bezig, maar nu is al duidelijk dat hen een mooie toekomst te wachten staat. Allemaal eigen seventies-nummers à la Michael Jackson en James Brown – aan wie ze ook een ode brachten – in een funk-soul-rap-sausje.  Zanger Jeffrey Bearelle dacht even dat het al avond was, maar voor zijn sublieme stem maakte dat alvast geen verschil.


Henk Ryckaert – met gitaar – kreeg erna een uurlang de tent vol en aan het lachen waarna de traditioneel geklede woestijnmannen en –vrouwen (zang en dwarsfluit) van Kel Assouf een leuke mengeling brachten van Maliblues met reggae en latin.

Che Suddaka was de fesivalsluiter van dienst. Op grootse maar vooral wilde wijze met de ska-punk-mestizo, een heel goeie kopie van Manu Chao met een al even zotte livereputatie en verwijzingen naar de problematiek van de mensen zonder papieren (leuk gebracht op een eigenwijze versie van Stings “I am an alien”). De Spanjaarden zetten een groot uitroepteken achter een alweer geslaagd Kokopelli.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Kokopellifestival, Gullegem

Les Nuits Botanique 2011 - Laurent Garnier Live Booth Sessions - Garnier predikt het evangelie

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Laurent Garnier Live Booth Sessions - Garnier predikt het evangelie

Volgens sommigen is Laurent Garnier ‘God’. Ze hebben waarschijnlijk gelijk. Zijne Heiligheid was voor de derde keer in een paar maand tijd naar België afgezakt met nog maar eens zijn ‘Live Booth Session’-concept en deze keer mocht ik uiteraard niet ontbreken.
Het concept was me op voorhand niet helemaal duidelijk maar dat zou wel snel gebeuren ... Het algemene idee van zo’n live is dat je wat aanklooit met effecten en dingen die door je plaat heen gemixt worden. In de praktijk is het verschil met een traditionelere DJ-set niet even eenvoudig, maar goed dat was toch het idee.

Losse zomersfeer op de terrassen buiten de Botanique, waar je allerlei multiculti hapjes kon nuttigen en pintjes, in vorstelijke hoeveelheden, terwijl uit de Chapiteau-tent al de eerste beats nogal hol doorklonken. Voor subtielere geluidskwaliteit moest je toch wel binnen zijn. Geslaagde - door elegante wolken omcirkeld - zonsondergang ook. Barbecuesfeertje kortom, en een publiek dat niet echt nog veel te maken had met de ‘days of yore’ toen techno een subcultuur was en in voldoende mate gevaarlijk leek. Maar dat kon in een duistere tent allemaal achterwege blijven, zoals Alice het ooit ook allemaal anders zag, wat dan ook gebeurde.
Garnier is ondertussen na ruim twintig jaar een van de peetvaders van de techno en ik had ergens een beetje een geschiedenisles verwacht met een bredere selectie qua genres en behoorlijk wat classics, maar daar had Garnier duidelijk geen zin in.
Een Brussels publiek is, afgaande op zijn interventies als MC, altijd wel in voor rechtdoor gemixte straight-up techno en dat kregen we dan ook. Gelukkig heeft hij zijn ondertussen gehavende oor voor kwaliteit nog lang niet verloren en de selectie was dan ook uitstekend en ging na een anderhalf uurtje richting propulsieve trance-inducerende beats. Zweven om zo te zeggen. Bepaalde momenten van wat je niet anders dan ‘total mayhem’ kan noemen. Door de mangel gehaalde Garnier-kippenvelmomenten als “Crispy Bacon” of “Man with the Red Face”.
Een publiek dat er zonder meer voor ging in een festivaltent die slechts door duisternis iets kon toevoegen aan wat er al in je hoof omging. Techno was voor een huidige generatie van dertigers religie, doet bijzondere dingen met een ontvankelijk zenuwstelsel dat nog veel andere kanten, in enkel maar de verbeelding, uitgaat, en die voldoende bloedspiegels aan psychofarmaca of een natuurlijke aanleg kunnen faciliteren. Het gaat over het bereiken van die andere kant, de mystieke ervaring zoals U wellicht weet, en daar zijn we een aantal keer dicht bij geweest; maar dat zal wel altijd het privilege van de aanwezigen blijven.

Ik heb al gehoord over Garnier-sets waar hij toch gedurfder en breder draaide, maar gezien de kwaliteit van wat hij vanavond bracht, hoor je mij absoluut niet klagen. Sinds een aantal, misschien later als ‘de Berliner Zeit’ te catalogeren jaren, is techno weer helemaal terug en het is verfrissend dat een veertiger daar nog zonder meer in meegaat. Geen transcendente momenten maar meer dan genoeg om met een brede grijns een wat frisse mei-nacht in te duiken.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)


Les Nuits Botanique 2011 - The Bony King Of Nowhere (B) - Cascadeur (F) - Cocoon (F)

Geschreven door

 

Les Nuits Botanique 2011 - The Bony King Of Nowhere (B) - Cascadeur (F) - Cocoon (F)

Op deze avond stonden er drie groepen  geprogrammeerd in een warm en zweterig Koninklijk Circus: The Bony King Of Nowhere (B) - Cascadeur (F) - Cocoon (F)

Deze laatste groep was duidelijk de headliner en beide andere groepen waren voorprogramma. De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat wij vooral voor The Bony King Of Nowhere gekomen waren en de twee andere groepen ons eerder onbekend waren.

The Bony King Of Nowhere
The Bony King Of Nowhere (TBKON) mocht deze avond aftrappen en deed dat en verve. TBKON is Bram Vanparijs, een 24 jarige singer-songwriter uit Gent, die z’n songs solo of met groep brengt. De nieuwste CD ‘Eleonore’ is meer dan een trip naar uw favoriete platenboer waard en het titelnummer wordt geregeld gespeeld op onze nationale zenders.
In de korte set (40 minuten) hoorden we vooral nummers uit hun laatste CD (“Eleonore”, “Here I am”, “The Garden”, “Sleeping Miners”, “Some are fearfull”, ...). Deze nummer werden op een heel pure en sobere manier begeleid door een heel goede begeleidingsband die TBKON rond zich verzameld had.
Een speciale vermelding voor een heel naakte versie van "Favourite" uit hun eerste CD ‘Alas my love’ dat begeleid werd door een fluitende frontzanger, een sterke versie van "The garden" en een nieuw nummer ("Traveling") dat als soundtrack zal dienen bij een nieuwe film (‘Le Geant’). Veel te snel was al dit moois voorbij en werd er afgesloten met een sterke versie van "Eleonore".
Deze zomer zal TBKON te zien zijn op het betere festival bij u in de buurt. Wij zullen alvast op post zijn tijdens het Boomtownfestival op de Gentse Feesten.

Cascadeur
Cascadeur is een Franse artiest, die niet zo maar in een hokje te vangen is. Het begint al bij de podiumopbouw; een batterij keyboards en andere elektronica staan opgesteld voor een groot uitgevallen wit iglo tentje waarop knappe visuals geprojecteerd worden tijdens het optreden. Cascadeur treedt onherkenbaar op en was in Brussel getooid in een witte overall, een pilotenhelm en bijpassende zonnebril.
De podiumact is heel ‘arty’ en meermaals kon de vraag gesteld worden of we naar een muziekoptreden, dan wel naar een kunst performance aan het bijwonen waren. Uit al die elektronica haalt Cascadeur wel mooie klanken en ontstaan er mooie songs (alhoewel het woord ‘soundscape’ hier misschien meer aangewezen is). Meestal wordt er een stukje gesampled (muziekdoos, geklap van het publiek, taalcomputer voor kinderen, ..) waarrond Cascadeur met piano speelt en (goed) in het Engels zingt.
Cascadeur maakt zeker niet de gemakkelijkste muziek, maar deze performance was zeker een van de interessantste die we de laatste tijd te zien kregen.
Als u de kans krijgt om hem live aan het werk te zien, is dit zeker een aanrader. Check anders eens op Youtube voor de video van het nummer "Walker".

Cocoon
Cocoon is een nieuw bewijs dat we in België in twee aparte landen leven. Voor ons Vlamingen is Cocoon totaal onbekend (één muziekkenner beweerde dat ze de naam al eens gehoord had), terwijl voor het Franssprekende deel van het publiek dit absolute helden waren (denk aan Bart Peeters die optreedt op Dranouter). Nummers worden van begin tot einde meegezongen, er wordt meegeklapt op alle mogelijke momenten en het applaus is niet te stoppen. Cocoon speelde een thuismatch en had op voorhand reeds gewonnen.
Cocoon is een Frans duo dat in het Engels zingt. Het bestaat uit de grote en charismatische Mark Daumail, vooral actief op gitaar, en het breekbare elfje Morgane Imbeaud dat gans de avond blootsvoets achter haar mooie buffetpiano zat. Voor deze optredens laten ze zich bijstaan door een ganse schare muzikanten (drums, bas, contrabas, viool, cello) die de nummers goed begeleiden.
Het podium was gezellig aangekleed met een schutting en wat visnetten waardoor het allemaal wat huiselijks en maritiems kreeg. Bij het begin van het concert was er enkel een wit zwaailicht (zoals in een vuurtoren) en kwamen de groepsleden op in stilte met elk een olielamp in de hand, wat een mooi beeld gaf.
De leadzanger heeft bakken charisma en weet dit goed te gebruiken (vooral bij het vrouwelijke deel van het publiek). Tussen de nummers werd er uitgebreid met het publiek gecommuniceerd. Onze Franstalige vrienden noemen dit waarschijnlijk ‘gezellig’, wij vonden het vooral ‘rommelig’ en hadden de indruk dat de vaart hier en daar uit het optreden gehaald werd.
Zoals gezegd was en is de muziek van Cocoon een onbekende. Het enige nummer dat we herkenden was een cover van "American boy" van Estelle als eerste bis nummer. Alle nummers werden goed en professioneel gebracht. Sommige ingetogen, als enkel het duo speelde, maar het merendeel viel te catalogeren onder pop / folky zonder ooit ‘plat’ te worden.

Playlist: Sushi, Owls, Mother, On my way, Baby seal, Sea lion II, Hummingbird, Hey ya, Super powers, Comets, Dee doo, Oh my god, Cliffhanger, Dolphins, Chupee, American boy, Tell me, In my boat, Vultures, Cathedral

Ohja, Cocoon is bezig aan een uitgebreide tournee door Frankrijk en is deze zomer te zien op Glastonburry, op Les Ardentes in Luik en op 11/10 in de AB …

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 - Congotronics vs. Rockers - Congotronics brengen de wereld mee

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Congotronics vs. Rockers - Congotronics brengen de wereld mee

Officieel net niet meer, maar naar mijn gevoel toch zo’n beetje de openingsavond van Les Nuits Botanique met een wel heel interessant project rond Konono n1 en Kasai Allstars (samen dan Congotronics voor de voor geïnteresseerde leek gewenste duidelijkheid) die een hoop op het eerste gezicht niet per se gerelateerde artiesten opgetrommeld hadden voor deze eerste van een reeks concerten die straks ook nog Couleur Café mag opvrolijken en erna de hort opgaan voor een groot stuk van Europa tot in Japan toe.

Konono n1 is al een paar jaar een erg hippe naam en ze maken dat muzikaal ook waar met uitgesponnen percussieve en multi-instrumentale sessies waarin me vooral het aparte geluid van, naar wat ik vernomen heb, een vingerpiano heet, opgevallen was.
Vrij geweldige atonale ritmiek, zoiets, U moet het gewoon eens horen.
Hun platen waren in ieder geval voldoende opvallend om in de selectie van meesters als Gilles Peterson en François Kevorkian terecht te komen. De bedoeling vanavond was om met alle gasten een alternatieve benadering door een aantal eerder rock-georiënteerde bands of artiesten te bereiken. O.a. een stel gestoorde Belgen die manisch, door een wel erg laaiend vuur bezeten aan de slag gingen met daar niet per se voor uitgerust materiaal, de Argentijns Juana Molina die haar liedjes door veel meer geluid mocht laten begeleiden dan ze gewend is en dan misschien ook goed is voor haar, en dan nog een hoop gitaristen bij, waarschijnlijk Deerhoof en Wildbirds & Peacedrums.
Resultaat was een man of twintig op het podium met nog een aantal dansers die er af en toe tussen kwamen gesprongen. De beste Funkadelic-traditie dus.
De Congolezen hadden nog zoiets als traditionele kledij aan, wat bij mij het duistere vermoeden wekte dat een zekere vorm van ironie hier toegepast werd, maar er kan best wel een verhaal aan vastzitten.
De vent met het petje en het vreselijke ruitjeshemd vond ik eigenlijk leuker, behalve dan de oude vent die een poging tot sensualiteit uit zijn smalle heupen schudde die best wel geslaagd was te noemen, als het effect niet door het enigszins door ouderdom aangetast gezicht teniet was gedaan.
Aphex Twin-video’s kwamen spontaan in mijn gedachten. Een van de trommelende Belgen wist nog zijn ‘15 minutes of fame’ te bereiken om - als apart te catalogeren poging -  motorisch uiting te geven aan zijn diepste zelf. Lichte verbijstering en enthousiasme voor zoveel authenticiteit alom.
Het leukste waren eigenlijk de uitgesponnen jams die maar door en door gingen waarbij drums en gitaren elkaar naar steeds grotere hoogtes voerden. Mocht eindeloos blijven doorgaan wat mij betreft. Feestje zonder meer. Het publiek kon zich daarin vinden.
Minder vond ik de vocale nummers door zowel de zangeres van Congotronics als onder meer Juana Molina. Weinig memorabele songs gehoord, en de melodieën zijn, nu ja soms nogal Congolees om het zo te zeggen, maar dit kan ook een kwestie van smaak zijn.

De zomer was al helemaal daar, en ik ben eigenlijk wel benieuwd wat zo’n act op een groot zomerfestival allemaal teweeg kan brengen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv les Nuits Bota)

  

Labadoux 2011: zondag 8 mei 2011

Geschreven door

Labadoux 2011: zondag 8 mei 2011
FIESTA
Op moederdag kwamen we net op tijd in de pubtent aan om te horen hoe Fiesta de reeds zomerse temperaturen nog enkele graden de hoogte injoeg. Je denkt direct aan sangria ipv Guinness of aan Zuiderse stranden ipv Ierse rotskusten als je deze bende aan het werk hoort. Maar liefst 25 mannen en vrouwen stonden op het podium als haringen in een ton. Het plezier dat ze zelf hebben bij het musiceren sloeg over naar het publiek! Wat ons betreft mogen ze volgend jaar in de concerttent staan, al was het maar omdat ze daar dan meer plaats hebben en misschien zelf eens een danspasje kunnen wagen op hun podium!

KADRIL
Toen Fiesta hun laatste adem hadden uitgeblazen (wat betreft Labadoux dan toch) haastten we ons naar de grote tent waar Kadril net begonnen waren. Zij zijn één van de sterkhouders op gebied van Folk(rock). Met hun tournee dit voorjaar ‘That’s All Folk!’, samen met nieuwe zangeres Karla Verlie waren ze al te gast in diverse zalen in het land. Ook Labadoux mocht vaststellen dat ze lang nog niet aan het einde van hun Latijn zijn.
Eerst kregen we enkele nummers die ooit nog door Patrick Riguelle gezongen werden: “Vogel in de muite” en “Seelands Daal”. Toen volgde een zeer sfeervol nummer uit het Indiaans vertaald. “De stem van de donder, de stem van de sprinkhaan”. Daarbij kwam een soort Indiaanse bodhran prominent aan bod.

Toen kwam gastmuzikant Daithi Rua, een Ierse singer-songwriter een prachtige versie brengen van “The Long Journey Home”, (soundtrack van de gelijknamige film werd ingespeeld door de Chieftains). Een kippenvelmoment voor ondergetekende.
Ze sloten af met “Louise”, maar kwamen op aandringen van het publiek nog met enkele bisnummers, waaronder een “Oud vuil Westvloams liedje” dat we moesten meezingen omdat ze er zelf te beschaamd voor waren... de tekst zullen we hier niet herhalen... Wie er meer van lust kan hen terug zien in onze provincie op 03/09/11 om 22u30 in Wervik op de Celticnight 
!

TEACHERSBAND
Die Foyer op Labadoux is een mooie kweekvijver voor talent! Ook de Teachersband waren blij met het podium dat ze hier kregen. Leerkrachten van allerlei achtergrond (ook andere van muziek) speelden samen volksmelodieën op een heel assortiment aan instrumenten. Wat ooit begonnen was met een kerstconcert, wordt nu stilaan een voldragen repertoire. Achteraf spraken we met de bezieler, Peter Mergaert, en zijn kritiek voor het festival was zeer lovend. Wij kunnen hem alleen maar bijtreden.

FLIP KOWLIER
De Gentse Izegemnaar (of hebt u liever Izegemse Gentenaar?) speelde in Ingelmunster nagenoeg een thuismatch. Hij begon heel ernstig op de melodica en oude akoestische gitaar, een instrument dat duidelijk al een heel leven achter de rug had. Na enkele nummers sloeg de vlam in de pan en begon hij aan een reeks hits in het bekende reggae-ritme: “Bistje” zat in zijn hoofd en wie er in nog het “Zwembad” zat, kreeg het zeker koud want de temperaturen op die avond waren al serieus aan het dalen.
De kort, gebalde West-Vlaamse uitdrukkingen worden door de rapper-zonder-dreadlocks in catchy melodieën gegoten: “’t Zweet van ne leegaard zit gauwe g’reed”. “Mo ba nin” zong de hele zaal uit volle borst mee. En hier moesten er geen refreintjes in het Engels of het Gaelic voorbereid worden.  Zo gaat dat als je voor eigen volk speelt.
Hij eindigde solo met “In de fik” en “Min moaten”. Daarvan waren er veel die hij niet bij naam kende!
De grote concerttent mocht voor dit jaar afgebroken nadat Flip zijn fans naar huis stuurde met nog drie bisnummers: “Donderdagnacht”, “El mundo kapotto” en “Smetvrjis”. Hopelijk had de opkuisploeg geen smetvrees...


Ochestre International du VETEX
Eigenlijk hadden we al zo’n band gezien, enkele uren geleden. Toch kregen de Fransen en Belgen van de Vetex hun publiek aan het dansen. Een sterke afsluiter van een mooi festival die waarschijnlijk nog uren kon doorgaan. Wij hebben het niet gecheckt hoe lang... Moe maar tevreden reden we de ondergaande zon tegemoet.
Benieuwd wat Labadoux volgend jaar zal brengen...


Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Labadoux 2011: zaterdag 7 mei 2011

Geschreven door

Labadoux 2011: zaterdag 7 mei 2011
AN ERMENIG
Een streepje Bretoense muziek is altijd mooi meegenomen. Sedert Alan Stivell in de seventies een wereldster werd met zijn Keltische harp, zijn we verkocht aan de muziek uit het land van Asterix en Obelix.
De groep bracht dansen uit het heel Bretagne, maar uitleg over de danspassen hoefde niet.
Een kleine kern dansers was goed op de hoogte van het vereiste voetenwerk. Ze bleven hardnekkig meedansen met de nummers waarvan we u de titels zullen besparen. Daarmee kregen we niet alleen harp en doedelzak of bombarde te horen. We kregen ook nog een gratis schouwspel bij. Met dank aan de dansers die in het zweet ‘huns aanschijns’ de augustustemperaturen trotseerden.

CAMAXE
Migual Allo begon met de aankondiging dat de tijd voor het concert beperkt was en dat hij niet veel uitleg zou geven. Aangezien dit in het Spaans gebeurde, was daanra waarschijnlijk niemand rouwig om. Met de typische doedelzak van Galicia kreeg de kleine energieke Spanjaard de hele tent in zijn ban. Soms deed het wat denken aan Hevia. Toch vertelde hij tussendoor honderduit. Gitarist Filip Lambrechts vertaalde telkens kort (voor zover hij het zelf begrepen had ...). Zo begrepen we dat het nummer “Stem van de zee” over het voortbestaan onze planeet ging. In Galicia, in het noorden van Spanje, kunnen ze van milieurampen meespreken sedert het zinken van de Prestige, bijna 10 jaar geleden.
Voor elk concert nodigt Camaxe een zangeres uit, een keuze die maakt dat elk concert een uniek accent krijgt. Dit keer was dit de bevallige Montse Ogando, die een mooie ballade bracht in ¾ maat.

LIGHTNIN’ GUY
Toen wij de pubtent betraden was de Belgische bluesman al bezig met een fantastische versie van “Voodoo Child” toen de geest van Jimi Hendrix roet in het eten kwam gooien. De stroom viel uit en zowel Guy als zijn gastzangeres Aminata Seydi uit Senegal zaten in het donker en het werd stil... Na een tweede mislukte poging, kwamen ze met de voltallige groep op het podium en gaf Aminata een prachtige versie ten beste van “Take me to the river” (van Al Green of voor het jonge volkje van de Talking Heads). Daarop volgde “Ain’t No Sunshine” (van Bill Withers en 144 covers) waarin plots een stuk “No woman no cry” van Bob Marley doorklonk. Gelukkig bracht deze geest geen nieuw panne want de soul bleef in de tent met “Papa was a rollin’ stone” van de Temptations gevolgd door een ode aan Luke Walter Jr. Van Blue Blot: “Who is she...”
Lightnin’ Guy haalde slide-gitarist Marino Noppe van achter de coulissen en we doken weer de blues in. Met Guy op harmonica werd het “Boogie Time” en de dansvloer stond vol “doing the Hip Sake Baby”. Bliksemse Guy had de hele tent intussen bij de strot en gaf nog een lesje in verleiden, dat hij van Sklim Harpo had: “If you meet a woman, don’t talk too much, you only have to find her rythm” en “If the man is a harp, the woman is a guitar!” Daarop volgde een solo van Marino. Ze hadden de smaak goed te pakken en gaven nog twee bisnummers. “Ze moeten anders maar de prieze uittrekken” sneerde Guy nog eens goedlachs...

MORRISON TRIO
Na de ruige blues waren de drie Schotten een verademing om op het grote podium van de concerttent. Fred Morrison is één van 's werelds meest bekende doedelzakspelers. Hij bespeelde op Labadoux vooral de Ierse ‘Uilleann pipes’. Niet voor niets wordt hij ‘the Jimi Hendrix of the pipes’ genoemd. Terwijl hij in de jaren ’90 deel uitmaakte van de groep Capercaillie, speelde hij ook de muziek in voor de film ‘Rob Roy’ met Liam Neeson en Jessica Lange in de hoofdrollen. Met een stem als die van de bekende schot Billy Connolly en invloeden uit alle windstreken, maakt hij een mengsel van jazz en folk. Op het einde van het optreden speelden ze een opzwepend ritme dat steeds verder opgedreven werd tot de handen van het publiek roodgloeiend stonden. Een verdiende ovatie volgde!

DOUGIE MACLEAN
Als we een man solo op een groot podium zien staan, gewapend met enkel een gitaar, dan hebben we altijd bij voorbaat sympathie voor de eenzame bard die het publiek gaat bespelen. Dougie Maclean kon dit als de beste. Zijn bindteksten duurden smos even lang als zijn nummers en toch verveelde hij geen minuut. Zoals bij het nummer “Talking to my father”: hij vertelde hoe zijn vader tegen het eind van zijn leven in een stadium gekomen was dat niets hem nog wat kon schelen en tegen iedereen fucking honest was. Iedereen die hij niet mocht, kreeg dat meteen te horen.
Toen zette hij een mondharmonica in een brace, niet omdat hij zo’n virtuoos is op dit instrument –zoals hij zelf zei- maar omdat hij één van Dylan is. Na een verhaal over een Schots eiland zonder bomen waar hij de natuurelementen kan voelen, werd het tijd om weer eens mee te zingen: “I feel so near to the howlin’ of the wind, to the crasgin’ of the waves, to the flowers in the field”. De tent zong gewillig mee en zelfs toen Dougie er het zwijgen toe deed, klonk het refrein verder uit honderden Vlaamse kelen. “Belgen zijn de beste zangers.” Vond hij...
Met de onlangs afgelopen Schotse verkiezingen kregen we nog een verzuchting naar onafhankelijkheid mee: “We got rid of the dead head politicians”. “Caledonia” werd de afsluiter. Was dit een hint voor de Belgische politiek?

MUTEFISH
Op de Oosterse tapijten in de foyer kwamen enkele twintigers doorleefde folk spelen. Mutefish is een vijfkoppige band uit Dublin, Polen, Litouwen en Oekraïne. Het leken ‘The Young ones’ wel uit de Engelse serie met een hippie en een punker zij aan zij. Een fluitsolo met enkel een ritmesectie sneed door merg en been. Jigs en reels volgden elkaar in snel tempo op. Geen bindteksten, enkel retestrakke muziek. Op zondag kwamen ze voor een groter podium in de pubtent.

BLACK PROPHET
Dit kan alleen op Labadoux: slechts vijf minuten wandelen over de ‘peloeze’ en je komt vanuit Ierland terecht in Jamaica. De reggaeklanken passen perfect bij de tropische temperaturen. Maar Black Prophet is een Ghanees die in Accra, de hoofdstad zijn geluk zocht en vond. Hij werd al op vijftienjarige leeftijd zanger en voorman van de reggaeformatie Vibration Boys. Zijn laatste album ‘Prophecy’ is gevuld met Roots Reggae, traditionele Afrikaanse invloeden en positieve lyrics. Zowel in de pubtent als op de peloeze werden de tropische klanken gesmaakt!

MOYA BRENNAN
Met een zeskoppige band stond het podium van de concerttent weer vol. Prominent vooraan: twee Keltische harpen. Dit werd één van de toppers worden van Labadoux. De stem van Clannad bracht afwisselend bekend en (voor ons toch) minder bekend werk. Wie de pure folk verkiest, zal de synthesizerklanken misschien minde kunnen smaken. Maar de Romeinen wisten al dat over smaken niet te twisten valt. De Kelten misschien niet?
In ieder geval kregen de fans waar voor hun geld. Ze had het publiek reeds horen zingen bij Dougie Maclean en kreeg ook haar zin: een zingende tent aan haar voeten. “Theme from Harry's Game”, “She moved through the Fair” zijn maar enkele van de vele nummers die Moya Brennan bracht.

ARID
De afsluiter van de zaterdag was opnieuw een grote Vlaamse naam. Jasper Steverlinck en de zijnen deden wat het publiek van hen verwachtte. Ze speelden een strakke set en honderden kelen brulden de gekende nummers mee. Zoals de avond ervoor bij Gorki waren de stoelen in de eerste helft van de tent weggehaald. Zo kon het jonge volkje lustig rondspringen en meehossen op de tonen van de rockmuziek.
Net zoals in Dranouter wordt stukje bij beetje de folktraditie losgelaten door het populaire genre te programmeren op de late avond. Het is een wandeling op een slappe koord om een gevarieerd aanbod in evenwicht te houden met de financiën. Wij zullen ons dan ook niet mengen in dit debat waar teveel verschillende meningen met elkaar botsen. En mochten de organisatoren zomaar kiezen wie ze willen, zonder op gages te laten, wie zouden ze dan programmeren. Die vraag stellen we volgend jaar eens...

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Labadoux 2011: vrijdag 6 mei 2011

Geschreven door

Laboux 2011 - Op het eerste zicht bood het programma van 2011 niet echt veel uitschieters. Geen onbereikbaar icoon zoals Garland Jeffries bijvoorbeeld. Maar wel bekende namen zoals Gorki, Arid, Kadril en Kowlier. Toch werden we verrast door nobele onbekenden zoals Mutefish of Daniel Champagne. En ook de grote namen bevestigden.
Het prachtige weer maakte van Labadoux een soort Klein Dranouter. Op gras van de Peloeze waanden we ons in de maand augustus.
Alleen de gedachte aan maandag weer school of werk verstoorde het vakantiegevoel. Zelfs toen Flip Kowlier de laatste avond opriep om nog drie dagen te blijven... Iedereen was akkoord, maar wie er op maandag weer van de partij was, zal wel bij de opkuisploeg geweest zijn.
Labadoux is een klein maar fijn familiefestival waar grootouders en kleinkinderen samen naartoe komen. En de kleine oortjes worden meestal beschermd met stevige koptelefoons of oorbeschermers zodat ze op latere leeftijd nog kunnen genieten met intacte trommelvliezen.
Mooi is dat!

dag 1 - vrijdag 6 mei 2011
BALOJI
Deze Belgische rapper van Congolische kreeg de ondankbare taak om het festival te openen. In een mengsel van Frans en Engels en een snuifje Nederlands kreeg hij het kleine publiek in de ban van zijn muziek. Op de website lezen we: In zijn debuutalbum ‘Hotel Impala’ komt zijn dichterstalent waarmee hij al poëziewedstrijden gewonnen heeft, naar boven en vertelt hij zijn rumoerige levensverhaal.
Zijn tweede cd ‘Kinshasa Succursale’ kwam vorig jaar uit.
Ondanks de Congolese temperatuur in de tent danste hij alsof zijn leven ervan afhing. Net als Elvis gebruikte hij de pelvis om zijn songs kracht bij te zetten. dat werd ten zeerste gesmaakt door de meisjes achter de dranghekken! Zoals het een echte rapper betaamt ging hij politieke thema’s niet uit de weg. Hij had het ook over de verontwaardiging (‘indignation’) over de mistoestanden in Afrika, o. a. de ‘vuile’ verkiezingen in Nigeria. In ieder geval een ferme opener van dit festival.

BERT GABRIELS
Tijd om de concerttent even te verlaten voor wat komedie. Multitalent wiens laatste show, Gestorven Onzin, de onzin van het bestaan blootlegt. Comedy over de pijn van het zijn, en plastieken verpakkingen die je met je vingers niet open krijgt, lezen we. Blijkbaar was die verpakking voor onze vingers te moeilijk om te openen. we hebben niet echt genoten van dit optreden. Absurde humor kan leuk zijn, maar dit konden we maar matig smaken: “Ik had gedronken lag aan de kant van de weg. Toen begon ik te bellen... Want iemand nam me op en zei: Hallo?” Als het publiek dan niet lacht wordt het als dom afgedaan. Daarop volgde wat onderbroekenlol waarmee hij toch enkele lachers op de hand kreeg. “Aha, zijn jullie van dat slag?” was het besluit van de komiek. Tijd om de tent te verlaten...

KOSHKA
Onze verwachtingen waren iets hoger gespannen toen we inde pubtent ginggen kijken naar dit multinationaal trio met al even wijdverbreide multimuzikale invloeden. Vorig jaar stond één van hen, vioolvirtuoos Oleg Ponomarev, nog op het podium van Labadoux als gastmuzikant bij de Ierse band No Crows. En dat waren we nog niet vergeten! Geflankeerd door twee Russische violisten speelde jazzgitarist Nigel Clark uit Glasgow, rustig maar virtuoos. Ze brengen samen een World Gipsy & Jazz geluid voort dat niet te evenaren is. En het is geen woord gelogen! De vijftiger Clark speelde reeds een mooi palmares bijeen, samen met grootheden uit de jazz zoals John Scofield, uit de folk zoals Maire Brennan (van Clannad) en uit de rock zoals Jan Akkerman. Misschien mocht dit trio wel in de concerttent geprogrammeerd zijn?

FRANCES BLACK
Deze Ierse zangeres startte haar carrière in de jaren '80 met The Black Family, waarbij ook haar (beter gekende) zus Mary Black speelde. De hits die ze ten gehore bracht waren prachtige nummers die ons echter onbekend in de oren klonken. Maar dat kon de pret niet drukken. Ze vertelde telkens waar ze haar inspairatie haalde en even mocht de tent een kijkje nemen op het Noord-Ierse Rathlin Island waar ze ook werkzaam is. Kijk even mee op http://www.youtube.com/watch?v=LRcqPZB-sZU
Het publiek liet zich inpakken door haar complimenten en zong gewillig het aangeleerde refrein mee van “Wall of tears” dat ook verheen op ‘Only a Women’s heart’ met o. a. haar zus Mary Black, Eleanor McEvoy en Sharon Shannon. Een mooi optreden, en een pluim op de hoed voor haar begeleiders op gitaar en contrabas!

YGOR
Toen we ons gingen aanmelden op het secretariaat van het festival liepen we Filip Haeyart tegen het lijf. We zagen hem nog in het najaar van 2010 in een zeer serieus programma rond de oorlog. Even wisten we niet waar we hem in welke tent we hem straks aan het werk zouden zien. Toen we in de clubtent kwamen herkenden we hem in de gekke Ygor met bivakmuts. Dit keer bleven we met plezier luisteren naar de heel herkenbare verhalen over kapotte straatlantaarns die weer blijken te werken als ze plots uitgaan overdag. Ook de biologen onder ons werden weer wat wijzer na de les over de knieën van de pinguïn. HUmor van de bovenste plank van dit multitalent

DANIEL CHAMPAGNE
In de foyer lagen enkele Oosterse tapijten die betere dagen gekend hadden. Maar met het talent dat op die tapijten voor ons kwam spelen was het gelukkig beter gesteld! Tot onze grote spijt hebben we het optreden van Tyberware gemist. Deze sympathieke Ingelmunstenaars hadden beter verdiend. Volgend jaar een ehrkansing (voor ons dan)?
Deze Australische Daniel Champagne zagen we wel. Misschien staat deze jonge gitaarvirtuoos volgend jaar op heel wat grotere podia. Een aanstormend talent voor fijnproevers. Daar rekenen we ons graag bij. We herkenden in ieder geval een vreemde versie van “That Spoonful” van Willie Dixon en “Pogeniomen” in 1960 door Howlin’ Wolf. Een ode aan twee bluesgoden door een jonge aanstormende god...

GORKI
Voor Luc Devos en de zijnen op het podium verschenen konden we het LED-scherm bewonderen dat als achtergrond diende. Patronen in diverse kleuren werden digtaal door het scherm gestuurd zodat op de hele achterwand een soort film werd afgespeeld. Mooi effect voor op de foto’s.
Het concert zelf was een zoveelste bevestiging van het succes van één van onze grootste Vlaamse bands. De gitaren stonden hard en luid en Luc Devos was goed bij stem, dankzij een gezonde dosis keelspoeling. Eerst werd vooral werk gespeeld uit de gloednieuwe cd ‘Research & Development’. Tussendoor kregen we de ‘oude’ nummers die ook meegebruld werden door een publiek dat nog in de bloemkool vertoefde toen die voor het eerst te horen waren! Kan je een betere maatstaf voor kwaliteit verzinnen dan dat je muziek de decennia overleeft en gesmaakt wordt door diverse generaties?

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster


Pagina 118 van 147