Les Nuits Botanique 2011 - Kurt Vile & The Violators – ‘Vilijne’ schoonheid of de ondergang van het avondland?
Ooit al een hard-rock kapsalon geweten? Nee, tattoo-shops al wat je wil, maar de vrienden van de luide gitaar nemen ofwel zelf de tondeuse ter hand of laten het haar weelderig groeien. Kappers zijn nooit rijk geworden door een hard-rock cliënteel, of het moet in de vroege jaren tachtig geweest zijn , toen hairmetal bands als Motley Crue en Twisted Sister eigenhandig het gat in de ozonloog uitdiepten door middel van honderden bussen haarlak.
Ook Kurt Vile en zijn Violators hebben in jaren geen schaar gezien en moeten wellicht baby-shampoo gebruiken om knopen te vermijden. De nauwe jeans en sneakers vervolledigden het plaatje, het was net alsof de reïncarnatie van Iron Maiden een try-out kwamen spelen in de Rotonde .
‘Smoke ring for my halo’, Kurt Vile’s vierde album, wordt door sommigen het album van het jaar genoemd, maar daar is dit semi-akoestische album toch net iets te weerbarstig voor: dit is het soort plaat die je best met een hoofdtelefoon beluistert, omdat anders de sfeer verdwijnt: Vile’s stem is op zijn minst lijzig, de gitaren zijn vreemd gestemd, en als je de plaat uitzit, bekruipt je een landerig zondagnamiddaggevoel, alsof de hoofdpijn van de kater van de avond voordien al weg is, maar je toch geen zin hebt om veel uit te richten in wat er van het weekend rest.
We hadden een donker vermoeden dat de Violators live heel wat steviger uit de hoek zouden komen, en dat bleek al vanaf het eerste nummer “Hunchback”: Vile en Granduciel , de tweede gitarist, beiden kromgebogen, (hun moeder had het hun nog zo gezegd: “hou uw rug recht, ge gaat nog scheef groeien”), beten zich vast in hun afgeklemde gitaarnek en er volgde een rondje klassieke gitaarrock, waarin ook het op plaat akoestische “Jesus Fever’ een stevig rockjasje aangemeten kreeg.
Twee grote fans, laten we ze Ronnie en het Hippiemeisje noemen, vonden het fantastisch, en starten onmiddellijk een wilde pogo, wat maar matig door de rest van het publiek geapprecieerd werd, die overduidelijk een rustiger set verwacht hadden. Vile gaf echter nog wat gas bij in een nummer dat zo uit de pols van Neil Young leek te komen.
Pas na een halfuur, liet Vile de band even uitblazen, en bracht hij solo op zijn semi-akeustische gitaar, waarvan hij de snaren wel in een heel vreemde toonaard gestemd had, een aantal van de rustiger nummers van ‘Smoke ring for my halo’, genre “Runner ups”, “In My time” of “Peeping Tomboy”. In die songs, heeft Vile veel weg van M. Ward, die net als hij nummers maakt die uit een heel ander tijdperk lijken te komen dan het post-Osama 2011.
Na dit akoestisch tussenstuk, en opnieuw na veelvuldig stemmen van de gitaren werd de draad door de band weer opgepakt, met een voorname rol voor de drummer, die zowel met paukenstokken als met de blote hand zijn drums beroerde.
Ruim 95 minuten rock ’n’ roll, geen bisnummers, maar wel een knappe afsluiter met “Freak train”, met de bassist op saxofoon, zodat je wel ‘Stooges’ moest denken. Vile was gul vanavond, en zo mag het eigenlijk altijd zijn.
Theodore Dalrymple, de huisfilosoof van Bart De Wever, noemt rock de oorzaak van de ondergang van de westerse beschaving, Als Vile en zijn Violators de soundtrack van die ondergang mag zijn, dan zijn wij al best tevreden.
Twee voorprogramma’s vanavond, waarvan het eerste Spindrift, een vijftal uit LA, perfect aansloot bij de hoofact van vanavond, met zijn woestijnrock met indianengezangen en space-gitaren, en de tweede band, Still corners, een Londense band die op Subpop zit, een schoolvoorbeeld was van de avontuurlijke programmatie van de Botanique: het geluid en de podium-act van deze tweede band stond wel heel erg ver van wat Kurt Vile vanavond bracht: we zagen vier propere Londense jongens, een heel bedeesd meisje in een Audrey Hepburn mantelpakje, die een soort verstilde en vervreemde sixtiespop brachten, waarbij de ijle stem van Tessa Murray schipperde tussen Heather Nova en Beth Gibbons, en de band twijfelde tussen gitaarpop en elektronica met een sixtiesjasje zoals we dat kennen van Stereolab.
Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)