logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Suede 12-03-26
Festivalreviews

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Twin Shadow, The Crookes en Holy Ghost!

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Twin Shadow, The Crookes en Holy Ghost!

Esben & The Witch (Orangerie), een trio uit Brighton, zette live alle registers op , waardoor het traag slepende , beklemmende songmateriaal binnen de etherische gothic pop, nogal fors overstelpt werd met overstuurd gitaargeweld, elektronica-effects en noise. Het trio overdonderde het publiek. De vocals waaiden over de sound heen.
Ze prikkelden alvast met “Argyria”, “Marching song”, “Warpath” en “Eumenides”. Dolenthousiast gingen ze te werk. Live waren ze nauwelijks herkenbaar, maar de suspense van de plaat behielden ze live.

De hype rond het Brooklynse Twin Shadow (Orangerie) van eind vorig jaar was duidelijk nog niet uitgewerkt op Les Nuits Botanique, getuige daarvan het bosje schoon vrouwvolk dat rond zanger George Lewis Jr. samentroepte in de cafetaria vóór het optreden. De gelijkenis met de jonge Lionel Richie, inclusief borsthaar, was frappant en het Khadhaffi hoofddekseltje dat op zijn weelderige donkere haardos als gegoten zat vermenigvuldigde zijn ‘cool factor’ moeiteloos met vijf. Qua présence een 10 op 10 dus, maar wij waren wel voor de muziek gekomen.
Live klonk dat alleszins een pak gespierder dan op het debuutalbum ‘Forget’, al bleef het typerende subtiele synth geluid gelukkig wel overeind. “Castles in the Snow”, “When We’re Dancing”, “Tyrant Destroyed” en “Yellow Balloon” waren allen doordrenkt met 80’s invloeden van de betere soort. Denk vooral aan Roxy Music en David Bowie, maar ook aan Talk Talk en de rusteloze gitaarrifs van Talking Heads. En blies daar niet even de filmsounds door van Giorgi Moroder en Flash Gordon…?!
Dat het geheel echter niet beter was dan de som van deze delen had vooral te maken met het feit dat Twin Shadow momenteel net niet voldoende kwaliteitnummers in huis heeft om een gans optreden te blijven boeien. Al rechtvaardigde dit optreden de groep wel een status om te blijven volgen.

Over naar de ingetogen pracht van Nive Nielsen & The Dear Children (GS). Nielsen komt uit Groenland, en kon naast haar eigen meegebrachte band op enkele aertiesten van hier rekenen, waaronder Tom Pintens. Ingetogen pracht die durfde crescendo te gaan en subtiele melodieën en sounds door een breed instrumentarium van piano, toetsen, contrabas, steelpedal, zingende zaag, blazers en ukulele. Sferisch warme pop en een ijskoude bries …

The Crookes (Rotonde): veelbelovend Brits bandje die melodieus toegankelijke, frisse, sprankelende en dromerige popsongs bracht in de beste Britse traditie, ergens tussen The Smiths, Morrissey, The Housemartins, The LA’s en Aztec Camera. Rinkelpop, energiek en bruisend; een dynamisch optreden  van een super enthousiast kwartet!

Tijdens hun eerste optreden op Belgische bodem bleken de New Yorkers van Holy Ghost! (Orangerie) al op zeer jonge leeftijd de kneepjes van de betere dansmuziek in de vingers te hebben. “Do It Again” en “It’s not Over“ hebben de potentie om ook nonkels en tantes op de dansvloer te krijgen, en zijn dat niet de beste dansnummers? Zo moet New Order geklonken hebben mochten ze niet vanuit het kille Manchester maar vanuit exotischer oorden opereren. Na verloop van tijd begonnen de trage, repetitieve beats en positieve vibes steeds meer verslavend te werken en stond vrijwel niemand in de zaal nog langer stil, en dat voor een late zondagavond waarop de volgende werkdag al begint te wenken! Afgaande op dit geslaagde optreden heeft Holy Ghost! de potentie om niet alleen de dansvloer maar ook de hitlijsten te bestormen.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)


Les Nuits Botanique 2011 –Grant Lee Buffalo - Heerlijke nineties nostalgie

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 –Grant Lee Buffalo - Heerlijke nineties nostalgie
Een aangenaam weerzien met dit fijne trio. Hoewel niet heel de wereld zat te wachten op een reünie van Grant Lee Buffalo vonden wij dat we dit hoegenaamd niet mochten missen. De band werd in de nineties de hemel in geprezen door de critici, maar de echte erkenning bleef uit. Vier prachtplaten hebben ze tussen ’93 en ’96 in elkaar gebokst. In die tijd stond de band zelfs twee keer op Torhout Werchter (’94 en ’96) maar echt rijk zijn ze er nooit van geworden en kort daarna was het liedje al uit. Frontman Grant Lee Philips ging de solotour op en heeft ondertussen al zes bescheiden juweeltjes gemaakt die weliswaar ook zonder veel poeha aan de wereld zijn voorbijgegaan.

Nineties nostalgie was vanavond de essentie. Philips liet zijn solowerk volledig achterwege en concentreerde zich volledig op vooral de eerste twee GLB platen ‘Fuzzy’ uit ’93 en ‘Mighty Joe Moon’ uit 94’.
Een horde trouwe fans waren afgezakt naar het Koninklijk Circus en die mochten met zijn allen netjes gaan zitten. Hadden we niet echt verwacht bij deze band, maar goed, zo konden we ons volkomen op de muziek concentreren. En die was meteen een schot in de roos. Kleppers als “The shining Hour” en het machtige “Jupiter and teardrop” zaten al heel vroeg in de set, waarmee het vuur er al goed in zat. Het trio had er duidelijk zin in en genoot van ieder moment. Dit was geen fake, het speelplezier was echt en gemeend
Philips, die nog steeds met een prachtige stem gezegend is, ging bij vlagen nogal tekeer op zijn gitaar, maar haalde er evengoed subtiele klanken uit op juweeltjes als “Mockingbirds”, “Demon called deception” en “Honey don’t think”. Als vreemde eend in de bijt zat het ingetogen opbouwende “Betlehem Steel” (samen met “Homespun” het enige nummer uit ‘Copperopolis’) mooi in het midden.
De bedrijvige bassist en multi instrumentalist Paul Kimble ging hiervoor even achter de toetsen zitten en bracht zo wat extra dramatiek in de set. Ook drummer Joey Peters genoot van elk moment en haalde om de haverklap zijn fototoestel boven om het enthousiaste publiek en de fijne locatie te vereeuwigen voor zijn fotocollectie, altijd leuk voor de kleinkinderen.
Vooral de overgang van rustig naar fel zat vanavond op de juiste plaats. Zo scheurde een verbeten “America snoring” de boel volledig open na een reeks ingehouden prachtsongs als “Sing along”, “Drag” en “It’s the life”. Die energiestoot werd meteen gevolgd door een werkelijk fenomenaal “Fuzzy”, een song waarvan we al lang wisten dat het een 18 karaats pareltje was, maar zo mooi als vanavond hadden we hem nog nooit ervaren.
Daarna was de bisronde ook om van te smullen met bronstige gitaren in een furieus en almachtig “Grace” gevolgd door een gedreven “Homespun”. Daarna werd er nog even subliem gas teruggenomen met het wondermooie “The hook” en het ultieme kippenvelmoment “You just have to be crazy”. Met de finale genadestoot “Lone star song” werd de elektriciteit weer volop ingeplugd, een geweldig en scheurend einde van een werkelijk schitterend optreden.

Minpuntje ? Wij vonden het gewoon doodjammer dat “Dixie drugstore” nergens te bespeuren was, de enige song trouwens van ’Fuzzy’ die de avond niet heeft gehaald. Ook de voortreffelijke vierde plaat ‘Jubilee’ werd straal genegeerd, maar dat zal wel te maken hebben met het feit dat Paul Kimble destijds voor de opnames van die plaat al het hazenpad had gekozen.

Setlist : The shining hour – Wish you well – Jupiter and teardrop – Demon called deception – Lady Godiva and me – Soft wolf tread – Stars n’ stripes – Betlehem steel – Honey don’t think – Mockingbirds – Happiness – Sing along – Drag – It’s the life – America snoring – Fuzzy
Bis : Grace – Homespun – The hook – You just have to be crazy – Lone star song

Organisatie: Botanique, Brussel, (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Perfume Genius en Wild Beasts

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Perfume Genius en Wild Beasts
Perfume Genius aka Mike Hadreas debuteerde vorig jaar met ‘Learning’, een plaat aangrijpende, rakende, kwetsbare songs op piano, live gevat en gepast aangevuld met keys, strijkeraandoende partijen en soundcapes. De fragiele, voorzichtige stempracht van Hadreas werd aangevuld door tweede man Alan Wyffels.

Een uur lang hielden ze de aandacht close en slaagden ze erin de zaal muisstil te krijgen; het muzikale leed en de traumatische verwerkingen zijn gebaad in een donker, melancholisch sfeertje. Vol respect stond men tegenover deze twee die een rits ingehouden songs speelden, vooral nieuw materiaal, die eerder nog onafgewerkte schetsen waren, gezien ze eerder abrupt stopten. Soms kon Hadreas hoog uithalen op z’n Antony’s of op z’n This Mortal Coils. In z’n totaliteit had dit z’n charme!
En toch scheen een sprankeltje hoop door; de verlegen, overgevoelige jonge gast doorprikte dit regelmatig, gezien hij tussenin graag wel eens giechelde, grapte en het publiek bedankte voor het warme onthaal.
De twee pareltjes “Lookout lookout” en de titelong “Learning”, - ergens middenin de set toen beiden aan dezelfde piano plaats namen, en elkaar aanvulden op zang -, zorgden voor variatie, intensiteit en diepgang. Toegegeven, het zijn termen die eigenlijk wel de ganse set op z’n plaats waren door de sterke ontroering. Solo kwam hij terug en overtuigde nog door een ingenomen, intieme “Never did”.

De muzikale worstelingen terzijde gelaten, leverde de jonge beloftevolle sing/songschrijver moeiteloos een sobere set af, een donker wolkendek op deze zomerse avond.

We moesten even aanpassen om ons te concentreren op de tweede gig van de avond, The Wild Beasts. De belangvolle indieband klinkt op de recente derde cd ‘Smother’ subtieler, intenser, sensueler en persoonlijker. De songs zijn met finesse uitgewerkt, hebben verrassende wendingen en stralen een lichte dreiging en mysterie uit zonder hun melodieuze gevoeligheid te verliezen; op die manier worden ze live sterk gebracht.
Fraaie, heerlijke, warme (opbouwende) songs, waarin een grotere rol is weggelegd voor toetsen en elektronica en die bepaald worden door de zangmelodieën van het duo Thorpe – Fleming, dromerig, verleidelijk, eigenzinnig en intelligent.
De fijne set had een ongehoorde finale van minutieus uitgewerkte gitaarmotiefjes en synthmelodieën, die door elkaar kronkelden en door de opvallende stukjes percussie je verder in hun muzikale leefwereld trokken. Jawel, langzaam maar zeker pakten ze je compleet in!

De Wild Beasts klinken als gevaarlijke wolven in schaapskleren. Een niet te missen buitenbeentje met een overtuigende muzikale boodschap!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota) 

Les Nuits Botanique 2011 - alle zalen – Third Eye Foundation Night, Dark-Dark-Dark en Intergalactic Lovers

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - alle zalen – Third Eye Foundation Night, Dark-Dark-Dark en Intergalactic Lovers

Tonight’s the night’ voor de doorwinterde elektronica liefheffer want er was de Third Eye Foundation Night, waarbij de vier artiesten eerst elk hun ding deden om tot slot een schitterende laptop/soundscape/klankenspectrum finale los te laten in de Orangerie. Verder kon je in de Bota terecht voor gitaarrock in de Chapiteau met o.m. Pigeon Detectives en één van de opkomende Belgische talenten, Intergalactic Lovers. Maar het addertje onder het gras, was het beloftevolle Amerikaanse Dark Dark Dark in de Grand Salon …

Goed op elkaar zijn ze ingespeeld, dit niet te onderschatten Amerikaans bandje Dark Dark Dark (GS). Het kwintet, een beetje uit alle uithoeken van de VS, zorgt voor dramatiek en speelsheid in de songs bepaald door de warme stem van de imposante Nona Marie Invie. Met een instrumentarium van piano, accordeon, akoestische en elektrische gitaar, een ingehouden drumpartij en soms mooi aangevuld met hobo, trompet, wordt sober en krachtiger een cabaresk sfeertje gecreëerd van het kwintet, dat neigt naar het vroegere Dresden Dolls. Melancholie en tristesse sijpelen door bij deze Amerikanen …

Een mooie toekomst is ook weggelegd voor het O-Vlaamse Intergalactic Lovers (Chapiteau). Bij ons in Vlaanderen hoeven ze zich niet meer te bewijzen. Het debuut ‘Greetings & Salutations' leverde al twee puike singles op nl “Fade away” en “Delay”… Eerder hadden ze al het O-Vlaams rockconcours en de Beloften op hun naam geschreven.
Onze Franstalige vrienden moeten wel nog wat overtuigd worden , vandaar dat de programmatie tijdens Les Nuits Bota mooi meegenomen was. Het kwartet brengt broeierige, vernuftig in elkaar gestoken poprock, met een toegankelijk en grillig, donker randje, ondersteund van synthloops en een emotievolle zang van Lara Chadraoui (Libanese roots), die live terecht referenties oproept van Feist en Cat Power. “She wolf” en “Howl” onderstreepten de gelaagde gitaarpop, “Drive” een spannende opbouw en “Bruises” was de gedroomde popsong, die elan kreeg door steelpedal en Lisa's zang. De twee singles ontbraken niet. Deze band stond er, kon op aardig wat belangstelling rekenen en werd alvast goed onthaald. De festivalzomer lacht hen toe …

We proefden even de frisse, catchy en luchtige electropop van het jonge beloftevolle Canadese Young Empires (Chapiteau), die opzwepende punkfunk ritmes van een Friendly Fires toevoegt en een zang die refereerde aan Andy McCluskey van OMD.

De postpunk van The Pigeon Detectives (Chapiteau), die na drie jaar terug zijn, trokken fel van leer met hun broeierige, strakke, bruisende rock. Toch niet steeds overtuigend, daarvoor zijn de songs een beetje teveel van hetzelfde, maar ze zijn nog steeds een groep die er live staat en een 70’s Clash attitude uitstraalden …

Een speciale avond was het in de Orangerie om de release van het vijfde album van The Third Eye Foundation te vieren, het project van Matt Elliott, die in ’96 debuteerde na Flyer Saucer Attack en samen met Coldcut aardig wat laptops op de livegigs toevoegt. Na het gekende ‘Little Lost Soul’, tien jaar geleden verschenen, en  vijf jaar na de laatste release  komt Matt Elliott met ‘The Dark’ terug, een plaat waar hij al zijn talenten bij elkaar heeft geschraapt, en wordt bijgestaan door Chris Cole (Manyfingers), Chris Adams (Bracken / Hood) en Chapelier Fou.
Bijna anderhalf uur werden we ondergedompeld in een web van abstracte elektronica, (laptop/soundscape/ambient), klankenspectrum, stoorzendergeluidjes en electro, aangevuld met een dwarrelende gitaar, cello en viool. Het kwartet liet veel aan de verbeelding over, maar klonk door de mistige sounds soms pittig, onheilspellend, dreigend en spooky. Deze elektronicatechneuten gingen op die manier minder zalvend dan een Boards of Canada te werk en klonken minder toegankelijk dan de huidige Mouse On Mars.

Eerder speelde elk bandlid een soloset: Elliott zelf beperkte zich grotendeels tot een akoestische set en wat sounds, Manyfingers aka Chris Cole stoeide met geluiden en bleek achterna meest bezig met experimentjes. Hij haalde allerlei filmorkestraties aan in dit grillig elektronicaweb en bood avontuurlijke wendingen. Gepassioneerd en gedreven was hij bezig en voegde er soms nog een drumpartijtje en een cello aan toe.
Bracken hield van sferische soundscapes in de traditie van de Boards of Canada en Future Sound Of London, maar hij is met z’n tijd mee en voegde er dubstep/drum’n’bass aan toe en met een donker Ed Rush & Optical kantje ...

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 - Animal Collective - Weerbarstige set

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Animal Collective - Weerbarstige set van Animal Collective

Animal Collective is de overtreffende trap van bands zoals Yeasayer en MGMT: elektronica gemengd met psychedelica, maar in tegenstelling tot die andere bands neemt bij A.C. het experiment het voortouw op de melodie. Weinig kans dat er een remix van Animal Collective op een DeMax verzamelaar terecht komt. Hun laatste album, ‘Merriweather Post Pavillion’, was een langgerekte, vloeibare LSD-trip, en het was wellicht op basis van de reputatie van dat album, dat het Koninklijk Circus vanavond aardig volgelopen was.

Animal Collective houdt er van om in het halfduister te spelen, met op de achtergrond psychedelische projecties, en dit was ook vanavond het geval. Ze hebben ook de reputatie om live vooral nieuwe nummers te spelen, en dit was ook zo in het Koninklijk Circus. Na het psychedelische “Merriweather Post Pavillion”, is de band duidelijk op zoek naar een nieuw geluid: de elektronica was minder prominent vanavond, gitaren, keyboards en drums vormden de basis van de nieuwe nummers, zodat je een geluid kreeg dat dichter bij Battles zat dan bij pakweg MGMT.
Avey Tare, ofte David  Portner nam de meeste zanglijnen voor zijn rekening, maar zijn stem kon mij maar matig charmeren: hij klonk ruw en bijwijlen schreeuwerig. In een aantal nummers nam drummer Josh Dib de zang over, en toen schoot het niveau direct omhoog: hij heeft een ijle stem, die gewoon veel beter bij de muziek past, en het psychedelisch effect nog versterkt.
In een aantal nummers  kon Animal Collective het publiek op een trip meevoeren, maar soms had je ook het gevoel dat je net iets teveel gedronken had: de zaal draaide rond, en het draaien wou niet stoppen en je wou dat het ophield. Het experiment staat duidelijk voorop bij deze band, ze zingen wel in het Engels, maar het klinkt als een exotische taal, en ook in de muziek zitten er af en toe wel wereldmuziek-invloeden, al zal je deze band natuurlijk nooit op Couleur Cafe zien staan.

Heel even kreeg Animal Collective de zaal volledig mee, in het op een Braziliaanse beat gebouwde “Brothersport”, dat heel erg aan Buscemi deed denken, en tegen het einde van de set in “Summertime Clothes”, waarbij de zang aan Vampire Weekend deed denken. De bis was dan weer volledig experimenteel, zodat we toch met een ietwat onbevredigd gevoel naar huis gingen.

Animal Collective is zo een band die een straat vooruit loopt op negentig procent van zijn publiek, en ik vrees dat ik bij die negentig procent zit.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 - Kurt Vile & The Violators – ‘Vilijne’ schoonheid of de ondergang van het avondland?

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Kurt Vile & The Violators – ‘Vilijne’ schoonheid of de ondergang van het avondland?

Ooit al een hard-rock kapsalon geweten? Nee, tattoo-shops al wat je wil, maar de vrienden van de luide gitaar nemen ofwel zelf de tondeuse ter hand of laten het haar weelderig groeien. Kappers zijn nooit rijk geworden door een hard-rock cliënteel, of het moet in de vroege jaren tachtig geweest zijn , toen hairmetal bands als Motley Crue en Twisted Sister eigenhandig het gat in de ozonloog uitdiepten door middel van honderden bussen haarlak.

Ook Kurt Vile en zijn Violators hebben in jaren geen schaar gezien en moeten wellicht baby-shampoo gebruiken om knopen te vermijden.  De nauwe jeans en sneakers vervolledigden het plaatje, het was net alsof de reïncarnatie van Iron Maiden een try-out kwamen spelen in de Rotonde .


‘Smoke ring for my halo’, Kurt Vile’s vierde album, wordt door sommigen het album van het jaar genoemd, maar daar is dit semi-akoestische album toch net iets te weerbarstig voor: dit is het soort plaat die je best met een hoofdtelefoon beluistert, omdat anders de sfeer verdwijnt: Vile’s stem is op zijn minst lijzig, de gitaren zijn vreemd gestemd, en als je de plaat uitzit, bekruipt je een landerig zondagnamiddaggevoel, alsof de hoofdpijn van de kater van de avond voordien al weg is, maar je toch geen zin hebt om veel uit te richten in wat er van het weekend rest.
We hadden een donker vermoeden dat de Violators live heel wat steviger uit de hoek zouden komen, en dat bleek al vanaf het eerste nummer “Hunchback”: Vile en Granduciel , de tweede gitarist, beiden kromgebogen, (hun moeder had het hun nog zo gezegd: “hou uw rug recht, ge gaat nog scheef groeien”), beten zich vast in hun afgeklemde gitaarnek en er volgde een rondje klassieke gitaarrock, waarin ook het op plaat akoestische “Jesus Fever’ een stevig rockjasje aangemeten kreeg.
Twee grote fans, laten we ze Ronnie en het Hippiemeisje noemen, vonden het fantastisch, en starten onmiddellijk een wilde pogo, wat maar matig door de rest van het publiek geapprecieerd werd, die overduidelijk een rustiger set verwacht hadden. Vile gaf echter nog wat gas bij in een nummer dat zo uit de pols van Neil Young leek te komen.

Pas na een halfuur,  liet Vile de band even uitblazen, en bracht hij solo op zijn semi-akeustische gitaar, waarvan hij de snaren wel in een heel vreemde toonaard gestemd had, een aantal van de rustiger nummers van ‘Smoke ring for my halo’, genre “Runner ups”, “In My time” of “Peeping Tomboy”. In die songs,  heeft Vile veel weg van M. Ward, die net als hij nummers maakt die uit een heel ander tijdperk lijken te komen dan het post-Osama 2011.
Na dit akoestisch tussenstuk, en opnieuw na veelvuldig stemmen van de gitaren werd de draad door de band weer opgepakt, met een voorname rol voor de drummer, die zowel met paukenstokken als met de blote hand zijn drums beroerde.

Ruim 95 minuten rock ’n’ roll, geen bisnummers, maar wel een knappe afsluiter met “Freak train”, met de bassist op saxofoon, zodat je wel ‘Stooges’ moest denken. Vile was gul vanavond, en zo mag het eigenlijk altijd zijn.

Theodore Dalrymple, de huisfilosoof van Bart De Wever, noemt rock de oorzaak van de ondergang van de westerse beschaving, Als Vile en zijn Violators de soundtrack van die ondergang mag zijn, dan zijn wij al best tevreden.

Twee voorprogramma’s vanavond, waarvan het eerste Spindrift, een vijftal uit LA, perfect aansloot bij de hoofact van vanavond, met zijn woestijnrock met indianengezangen en space-gitaren, en de tweede band, Still corners, een Londense band die op Subpop zit, een schoolvoorbeeld was van de avontuurlijke programmatie van de Botanique: het geluid en de podium-act van deze tweede band stond wel heel erg ver van wat Kurt Vile vanavond bracht: we zagen vier propere Londense jongens, een heel bedeesd meisje in een Audrey Hepburn mantelpakje, die een soort verstilde en vervreemde sixtiespop brachten, waarbij de ijle stem van Tessa Murray schipperde tussen Heather Nova en Beth Gibbons, en de band twijfelde tussen gitaarpop en elektronica met een sixtiesjasje zoals we dat kennen van Stereolab.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen – Akron/Family en Agnes Obel

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen – Akron/Family en Agnes Obel
Vanavond was er variëteit troef in de verschillende Bota zalen. We hielden halt in de knus ingerichte Grand Salon voor Stranded Horse en Akron/Family en in de Orangerie stipten we de pianoballads aan van de klassiek geschoolde dames Alina Orlova en Agnes Obel. Een specifieke recensie krijg je van wat er in de Bota Rotonde geprogrammeerd stond.

Stranded Horse: een vleugje mystiek misstond niet bij het soloproject van Yann Tambour die deel uitmaakt van het postrock ensemble Encre. Op basis van de innemende (postrock) sounds hoorden we die wasem door het gitaargetokkel, de kora en zijn zacht nasale stem. Sober, emotievol materiaal, die tot z’n recht kwam in de intieme sfeer van de GS. Perfect dus!

Ook het NYse trio Akron/Family maakte hiervan dankbaar gebruik van om hun inventieve, bevreemdende freakfolk op charismatische wijze los te laten. Hun muziek is niet makkelijk te doorgronden, songs krijgen een jam, experimentele uitvoeringen, hebben verrassende wendingen en zijn live moeilijk te herkennen, én ergens tussenin hoor je de subtiliteit, de finesse en zijn schoonheid door een toegankelijke melodie, gevatte akkoorden en fabelachtige geluidjes. Ze zorgen voor een broeierige intensiteit en raken door een harmonieuze samenzang. Ze laten ruimte voor verbeelding en betrekken het publiek bij de nummers (door lichaambeweging, vingertics, …).
Hypnotiserend, sfeerschepping, lekker wegdromen en dan wakker schieten in de realiteit …Als en eigenbereide rockende, freefolkende band speelden ze, die met het recentste album ‘Akron/Family II - the cosmic birth and journey of Shinju TNT’ de lichtjes in de GS deden fonkelen …

Verstilde pracht hoorden we van Alina Orlova en Agnes Obel in de uitverkochte Orangerie.

Alina Orlova is actrice, schilder, fotografe en een sing/songwriter .Ze is op vele fronten actief, maar zorgt voor een begeesterede schoonheid op piano, indringend, sober, pakkend of door de huppelende ritmes sprookjesachtig, gezongen half in de eigen moedertaal als in het Engels.
Ook zijn ze doordrongen van klassiek, tango en cabaret. Haar hemels, indringende soms hoog uithalende vocals ondersteunden het emotievolle, beladen pianospel. Het publiek was in afwachting van Agnes Obel al aandachtig naar haar werk. Joanna Newson en An Pierlé konden al op de eerste rij staan.

En dat zouden ze zeker doen voor het materiaal van Agnes Obel. Het debuut van de Deense, ‘Philharmonics’ is een schot in de roos. België hangt aan de lippen van de jonge, beloftevolle talentvolle dame die sober, streng en met een vlechtenlook op plaat staat, maar live uitermate lief en sympathiek is. Na een uitverkochte Rotonde, AB Box en Bota zal het publiek ook op Gent Jazz Fest voor haar vallen … Iedereen in de uitverkochte Orangerie was muisstil en onderging de fijne, meeslepende, speelse pianomelodieën, onder haar heldere, expressieve stem. Ze werd bijgestaan door Ane Ostsee, die subtiel en snedig op haar cello speelde en de backing vocals verzorgde.
Ze stelde de songs van haar debuut voor, ingetogen en frisse elfenpop, die een dromerig, donker randje kon hebben en een lichte dreiging kon uitstralen; filmische instrumentals werden toegevoegd om de sfeerschepping te beklemtonen. Op die manier stonden de titelsong, “Beast”, “Just so” en het instrumentale “Louretto” moeiteloos naast elkaar. Op “Brother narrow” kwam even een akoestische gitaar boven. De ingetogen pracht van “Katie Cavel”, “Over the hill” en een pure versie van de gekende  single “Riverside” waren kwetsbaar en emotievol geladen.
Die muzikale verkenningstocht op piano en cello is mooi … Het nieuwe, lang uitgesponnen  “Fuel to fire?” ontroerde en gaf ons de kans lekker weg te dromen. “Close watch“ van John Cale kreeg een avontuurlijke draai. Hier keken Kate Bush en Tori Amos om de hoek en was het duo een excentriek kamerorkest.
Crescendo en krachtiger klonk het duo op de intens broeierige “Sons & daughters” en het afsluitende “On powdered ground”, zonder in te boeten aan fijngevoeligheid.
Ze werden heel erg warm onthaald, en genoten van het de bijval en het succes. Obel speelde tot ze écht geen songs meer had, solo of met de celliste , intiem, eenvoudig en treffend. Het succes is haar gegund en een ‘Waaaw’ - gevoel was hier op z’n plaats …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 - Bill Callahan en Sophia Knapp - Vrolijk deprimerende perfectie

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Bill Callahan en Sophia Knapp - Vrolijk deprimerende perfectie

Toen Sophia Knapp in een lang en licht doorschijnend roze gewaad het podium betrad dachten we dat we het foutste van die avond wel achter de rug hadden. Maar dat was buiten haar muziek gerekend. Bedeesd begon de jongedame op de snaren te tokkelen, enkel begeleid door een voorgeprogrammeerde muziekdoos waaruit een mengeling van overstuurde en holle eighties synthesizer geluiden weerklonken die zelfs aan Vangelis refereerden.
We houden het op ‘Eighties folk, een genre dat wat ons betreft niet echt verder moet geëxploreerd worden.  Met een mengeling van compassie en lichte afschuw kon het publiek voor het eerst kennis maken met de live (?) uitvoering haar onlangs verschenen ‘Nothing To Lose’ debuutplaat. Dat de jongedame naar het einde toe toch nog wat bijval oogstte was vooral te danken aan haar niet onaardige stem, die ergens aan Nina Persson van The Cardigans deed denken.
We raden Sophia echter aan om haar muziekdoosje dringend in te ruilen voor een begeleidingsband met ballen, wil ze voor de rest van haar muzikale carrière niet als een fout curiosum geboekstaafd staan.

Een stormachtig onthaal viel dan weer te beurt aan Bill Callahan, de eigenzinnige Amerikaan die al meer dan 20 jaar aan een panoramische muzikale weg timmert, lange tijd onder het ‘Smog’ pseudoniem, maar sinds enkele jaren ook in eigen naam. Voor de gelegenheid uitgedost in een kraakwit kostuum en begeleid door twee, weliswaar uitmuntende, muzikanten (elektrische gitaar en drums) solliciteerde Bill Callahan met zijn vrolijk deprimerende songs anderhalf uur lang uitdrukkelijk naar de titel ‘beste optreden Les Nuits Botanique 2011(?)’.
Vast staat dat de aanwezigen die avond getuige waren van een nagenoeg perfect concert dat nog lang zal blijven nazinderen. Zo bleef de emotionele intensiteit op nummers als “Riding For The Feeling” en “Too Many Birds “ niet boven de hoofden van het publiek cirkelen, nee, ze vloog rechtstreeks naar de keel om ze vervolgens onverbiddelijk toe te knijpen. Een luid applaus na ieder nummer was de enige manier om weer even op adem te komen, voor heel even maar. “Baby’s Breath” van het nieuwe album ‘Apocalypse’ zinderde van de levenswijsheid op banjo en ‘The land of opportunity’, of wat er nog van overblijft, werd ongenadig op de korrel genomen tijdens “America”. Om vervolgens te bedaren met “Jim Cain”, nog zo een ingetogen meesterwerkje waarvan pakweg Stuart A. Staples van The Tindersticks wou dat hij het zelf eerder geschreven had.
Wat was er dan zo uitzonderlijk aan dit concert? Omdat Bill Callahan met zijn diepe baritonstem als onverbiddelijke scheidsrechter live demonstreerde dat eenvoudig en complex of luchtig en ernst niet noodzakelijk muzikale tegenpolen hoeven te zijn, maar in tegendeel, dat het ingrediënten zijn die gecombineerd een optreden ver boven zichzelf kunnen doen uitstijgen.  

Moge Bill Callahan zijn roes van uitmuntend songschrijverschap nog lang niet uitgewerkt zijn, en zeker niet alvorens een volgende Nuits Botanique.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Pagina 113 van 143