logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
giaa_kavka_zapp...
Festivalreviews

Les Nuits Botanique 2011 - The Bony King Of Nowhere (B) - Cascadeur (F) - Cocoon (F)

Geschreven door

 

Les Nuits Botanique 2011 - The Bony King Of Nowhere (B) - Cascadeur (F) - Cocoon (F)

Op deze avond stonden er drie groepen  geprogrammeerd in een warm en zweterig Koninklijk Circus: The Bony King Of Nowhere (B) - Cascadeur (F) - Cocoon (F)

Deze laatste groep was duidelijk de headliner en beide andere groepen waren voorprogramma. De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat wij vooral voor The Bony King Of Nowhere gekomen waren en de twee andere groepen ons eerder onbekend waren.

The Bony King Of Nowhere
The Bony King Of Nowhere (TBKON) mocht deze avond aftrappen en deed dat en verve. TBKON is Bram Vanparijs, een 24 jarige singer-songwriter uit Gent, die z’n songs solo of met groep brengt. De nieuwste CD ‘Eleonore’ is meer dan een trip naar uw favoriete platenboer waard en het titelnummer wordt geregeld gespeeld op onze nationale zenders.
In de korte set (40 minuten) hoorden we vooral nummers uit hun laatste CD (“Eleonore”, “Here I am”, “The Garden”, “Sleeping Miners”, “Some are fearfull”, ...). Deze nummer werden op een heel pure en sobere manier begeleid door een heel goede begeleidingsband die TBKON rond zich verzameld had.
Een speciale vermelding voor een heel naakte versie van "Favourite" uit hun eerste CD ‘Alas my love’ dat begeleid werd door een fluitende frontzanger, een sterke versie van "The garden" en een nieuw nummer ("Traveling") dat als soundtrack zal dienen bij een nieuwe film (‘Le Geant’). Veel te snel was al dit moois voorbij en werd er afgesloten met een sterke versie van "Eleonore".
Deze zomer zal TBKON te zien zijn op het betere festival bij u in de buurt. Wij zullen alvast op post zijn tijdens het Boomtownfestival op de Gentse Feesten.

Cascadeur
Cascadeur is een Franse artiest, die niet zo maar in een hokje te vangen is. Het begint al bij de podiumopbouw; een batterij keyboards en andere elektronica staan opgesteld voor een groot uitgevallen wit iglo tentje waarop knappe visuals geprojecteerd worden tijdens het optreden. Cascadeur treedt onherkenbaar op en was in Brussel getooid in een witte overall, een pilotenhelm en bijpassende zonnebril.
De podiumact is heel ‘arty’ en meermaals kon de vraag gesteld worden of we naar een muziekoptreden, dan wel naar een kunst performance aan het bijwonen waren. Uit al die elektronica haalt Cascadeur wel mooie klanken en ontstaan er mooie songs (alhoewel het woord ‘soundscape’ hier misschien meer aangewezen is). Meestal wordt er een stukje gesampled (muziekdoos, geklap van het publiek, taalcomputer voor kinderen, ..) waarrond Cascadeur met piano speelt en (goed) in het Engels zingt.
Cascadeur maakt zeker niet de gemakkelijkste muziek, maar deze performance was zeker een van de interessantste die we de laatste tijd te zien kregen.
Als u de kans krijgt om hem live aan het werk te zien, is dit zeker een aanrader. Check anders eens op Youtube voor de video van het nummer "Walker".

Cocoon
Cocoon is een nieuw bewijs dat we in België in twee aparte landen leven. Voor ons Vlamingen is Cocoon totaal onbekend (één muziekkenner beweerde dat ze de naam al eens gehoord had), terwijl voor het Franssprekende deel van het publiek dit absolute helden waren (denk aan Bart Peeters die optreedt op Dranouter). Nummers worden van begin tot einde meegezongen, er wordt meegeklapt op alle mogelijke momenten en het applaus is niet te stoppen. Cocoon speelde een thuismatch en had op voorhand reeds gewonnen.
Cocoon is een Frans duo dat in het Engels zingt. Het bestaat uit de grote en charismatische Mark Daumail, vooral actief op gitaar, en het breekbare elfje Morgane Imbeaud dat gans de avond blootsvoets achter haar mooie buffetpiano zat. Voor deze optredens laten ze zich bijstaan door een ganse schare muzikanten (drums, bas, contrabas, viool, cello) die de nummers goed begeleiden.
Het podium was gezellig aangekleed met een schutting en wat visnetten waardoor het allemaal wat huiselijks en maritiems kreeg. Bij het begin van het concert was er enkel een wit zwaailicht (zoals in een vuurtoren) en kwamen de groepsleden op in stilte met elk een olielamp in de hand, wat een mooi beeld gaf.
De leadzanger heeft bakken charisma en weet dit goed te gebruiken (vooral bij het vrouwelijke deel van het publiek). Tussen de nummers werd er uitgebreid met het publiek gecommuniceerd. Onze Franstalige vrienden noemen dit waarschijnlijk ‘gezellig’, wij vonden het vooral ‘rommelig’ en hadden de indruk dat de vaart hier en daar uit het optreden gehaald werd.
Zoals gezegd was en is de muziek van Cocoon een onbekende. Het enige nummer dat we herkenden was een cover van "American boy" van Estelle als eerste bis nummer. Alle nummers werden goed en professioneel gebracht. Sommige ingetogen, als enkel het duo speelde, maar het merendeel viel te catalogeren onder pop / folky zonder ooit ‘plat’ te worden.

Playlist: Sushi, Owls, Mother, On my way, Baby seal, Sea lion II, Hummingbird, Hey ya, Super powers, Comets, Dee doo, Oh my god, Cliffhanger, Dolphins, Chupee, American boy, Tell me, In my boat, Vultures, Cathedral

Ohja, Cocoon is bezig aan een uitgebreide tournee door Frankrijk en is deze zomer te zien op Glastonburry, op Les Ardentes in Luik en op 11/10 in de AB …

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 - Congotronics vs. Rockers - Congotronics brengen de wereld mee

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Congotronics vs. Rockers - Congotronics brengen de wereld mee

Officieel net niet meer, maar naar mijn gevoel toch zo’n beetje de openingsavond van Les Nuits Botanique met een wel heel interessant project rond Konono n1 en Kasai Allstars (samen dan Congotronics voor de voor geïnteresseerde leek gewenste duidelijkheid) die een hoop op het eerste gezicht niet per se gerelateerde artiesten opgetrommeld hadden voor deze eerste van een reeks concerten die straks ook nog Couleur Café mag opvrolijken en erna de hort opgaan voor een groot stuk van Europa tot in Japan toe.

Konono n1 is al een paar jaar een erg hippe naam en ze maken dat muzikaal ook waar met uitgesponnen percussieve en multi-instrumentale sessies waarin me vooral het aparte geluid van, naar wat ik vernomen heb, een vingerpiano heet, opgevallen was.
Vrij geweldige atonale ritmiek, zoiets, U moet het gewoon eens horen.
Hun platen waren in ieder geval voldoende opvallend om in de selectie van meesters als Gilles Peterson en François Kevorkian terecht te komen. De bedoeling vanavond was om met alle gasten een alternatieve benadering door een aantal eerder rock-georiënteerde bands of artiesten te bereiken. O.a. een stel gestoorde Belgen die manisch, door een wel erg laaiend vuur bezeten aan de slag gingen met daar niet per se voor uitgerust materiaal, de Argentijns Juana Molina die haar liedjes door veel meer geluid mocht laten begeleiden dan ze gewend is en dan misschien ook goed is voor haar, en dan nog een hoop gitaristen bij, waarschijnlijk Deerhoof en Wildbirds & Peacedrums.
Resultaat was een man of twintig op het podium met nog een aantal dansers die er af en toe tussen kwamen gesprongen. De beste Funkadelic-traditie dus.
De Congolezen hadden nog zoiets als traditionele kledij aan, wat bij mij het duistere vermoeden wekte dat een zekere vorm van ironie hier toegepast werd, maar er kan best wel een verhaal aan vastzitten.
De vent met het petje en het vreselijke ruitjeshemd vond ik eigenlijk leuker, behalve dan de oude vent die een poging tot sensualiteit uit zijn smalle heupen schudde die best wel geslaagd was te noemen, als het effect niet door het enigszins door ouderdom aangetast gezicht teniet was gedaan.
Aphex Twin-video’s kwamen spontaan in mijn gedachten. Een van de trommelende Belgen wist nog zijn ‘15 minutes of fame’ te bereiken om - als apart te catalogeren poging -  motorisch uiting te geven aan zijn diepste zelf. Lichte verbijstering en enthousiasme voor zoveel authenticiteit alom.
Het leukste waren eigenlijk de uitgesponnen jams die maar door en door gingen waarbij drums en gitaren elkaar naar steeds grotere hoogtes voerden. Mocht eindeloos blijven doorgaan wat mij betreft. Feestje zonder meer. Het publiek kon zich daarin vinden.
Minder vond ik de vocale nummers door zowel de zangeres van Congotronics als onder meer Juana Molina. Weinig memorabele songs gehoord, en de melodieën zijn, nu ja soms nogal Congolees om het zo te zeggen, maar dit kan ook een kwestie van smaak zijn.

De zomer was al helemaal daar, en ik ben eigenlijk wel benieuwd wat zo’n act op een groot zomerfestival allemaal teweeg kan brengen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv les Nuits Bota)

  

Labadoux 2011: zondag 8 mei 2011

Geschreven door

Labadoux 2011: zondag 8 mei 2011
FIESTA
Op moederdag kwamen we net op tijd in de pubtent aan om te horen hoe Fiesta de reeds zomerse temperaturen nog enkele graden de hoogte injoeg. Je denkt direct aan sangria ipv Guinness of aan Zuiderse stranden ipv Ierse rotskusten als je deze bende aan het werk hoort. Maar liefst 25 mannen en vrouwen stonden op het podium als haringen in een ton. Het plezier dat ze zelf hebben bij het musiceren sloeg over naar het publiek! Wat ons betreft mogen ze volgend jaar in de concerttent staan, al was het maar omdat ze daar dan meer plaats hebben en misschien zelf eens een danspasje kunnen wagen op hun podium!

KADRIL
Toen Fiesta hun laatste adem hadden uitgeblazen (wat betreft Labadoux dan toch) haastten we ons naar de grote tent waar Kadril net begonnen waren. Zij zijn één van de sterkhouders op gebied van Folk(rock). Met hun tournee dit voorjaar ‘That’s All Folk!’, samen met nieuwe zangeres Karla Verlie waren ze al te gast in diverse zalen in het land. Ook Labadoux mocht vaststellen dat ze lang nog niet aan het einde van hun Latijn zijn.
Eerst kregen we enkele nummers die ooit nog door Patrick Riguelle gezongen werden: “Vogel in de muite” en “Seelands Daal”. Toen volgde een zeer sfeervol nummer uit het Indiaans vertaald. “De stem van de donder, de stem van de sprinkhaan”. Daarbij kwam een soort Indiaanse bodhran prominent aan bod.

Toen kwam gastmuzikant Daithi Rua, een Ierse singer-songwriter een prachtige versie brengen van “The Long Journey Home”, (soundtrack van de gelijknamige film werd ingespeeld door de Chieftains). Een kippenvelmoment voor ondergetekende.
Ze sloten af met “Louise”, maar kwamen op aandringen van het publiek nog met enkele bisnummers, waaronder een “Oud vuil Westvloams liedje” dat we moesten meezingen omdat ze er zelf te beschaamd voor waren... de tekst zullen we hier niet herhalen... Wie er meer van lust kan hen terug zien in onze provincie op 03/09/11 om 22u30 in Wervik op de Celticnight 
!

TEACHERSBAND
Die Foyer op Labadoux is een mooie kweekvijver voor talent! Ook de Teachersband waren blij met het podium dat ze hier kregen. Leerkrachten van allerlei achtergrond (ook andere van muziek) speelden samen volksmelodieën op een heel assortiment aan instrumenten. Wat ooit begonnen was met een kerstconcert, wordt nu stilaan een voldragen repertoire. Achteraf spraken we met de bezieler, Peter Mergaert, en zijn kritiek voor het festival was zeer lovend. Wij kunnen hem alleen maar bijtreden.

FLIP KOWLIER
De Gentse Izegemnaar (of hebt u liever Izegemse Gentenaar?) speelde in Ingelmunster nagenoeg een thuismatch. Hij begon heel ernstig op de melodica en oude akoestische gitaar, een instrument dat duidelijk al een heel leven achter de rug had. Na enkele nummers sloeg de vlam in de pan en begon hij aan een reeks hits in het bekende reggae-ritme: “Bistje” zat in zijn hoofd en wie er in nog het “Zwembad” zat, kreeg het zeker koud want de temperaturen op die avond waren al serieus aan het dalen.
De kort, gebalde West-Vlaamse uitdrukkingen worden door de rapper-zonder-dreadlocks in catchy melodieën gegoten: “’t Zweet van ne leegaard zit gauwe g’reed”. “Mo ba nin” zong de hele zaal uit volle borst mee. En hier moesten er geen refreintjes in het Engels of het Gaelic voorbereid worden.  Zo gaat dat als je voor eigen volk speelt.
Hij eindigde solo met “In de fik” en “Min moaten”. Daarvan waren er veel die hij niet bij naam kende!
De grote concerttent mocht voor dit jaar afgebroken nadat Flip zijn fans naar huis stuurde met nog drie bisnummers: “Donderdagnacht”, “El mundo kapotto” en “Smetvrjis”. Hopelijk had de opkuisploeg geen smetvrees...


Ochestre International du VETEX
Eigenlijk hadden we al zo’n band gezien, enkele uren geleden. Toch kregen de Fransen en Belgen van de Vetex hun publiek aan het dansen. Een sterke afsluiter van een mooi festival die waarschijnlijk nog uren kon doorgaan. Wij hebben het niet gecheckt hoe lang... Moe maar tevreden reden we de ondergaande zon tegemoet.
Benieuwd wat Labadoux volgend jaar zal brengen...


Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Labadoux 2011: zaterdag 7 mei 2011

Geschreven door

Labadoux 2011: zaterdag 7 mei 2011
AN ERMENIG
Een streepje Bretoense muziek is altijd mooi meegenomen. Sedert Alan Stivell in de seventies een wereldster werd met zijn Keltische harp, zijn we verkocht aan de muziek uit het land van Asterix en Obelix.
De groep bracht dansen uit het heel Bretagne, maar uitleg over de danspassen hoefde niet.
Een kleine kern dansers was goed op de hoogte van het vereiste voetenwerk. Ze bleven hardnekkig meedansen met de nummers waarvan we u de titels zullen besparen. Daarmee kregen we niet alleen harp en doedelzak of bombarde te horen. We kregen ook nog een gratis schouwspel bij. Met dank aan de dansers die in het zweet ‘huns aanschijns’ de augustustemperaturen trotseerden.

CAMAXE
Migual Allo begon met de aankondiging dat de tijd voor het concert beperkt was en dat hij niet veel uitleg zou geven. Aangezien dit in het Spaans gebeurde, was daanra waarschijnlijk niemand rouwig om. Met de typische doedelzak van Galicia kreeg de kleine energieke Spanjaard de hele tent in zijn ban. Soms deed het wat denken aan Hevia. Toch vertelde hij tussendoor honderduit. Gitarist Filip Lambrechts vertaalde telkens kort (voor zover hij het zelf begrepen had ...). Zo begrepen we dat het nummer “Stem van de zee” over het voortbestaan onze planeet ging. In Galicia, in het noorden van Spanje, kunnen ze van milieurampen meespreken sedert het zinken van de Prestige, bijna 10 jaar geleden.
Voor elk concert nodigt Camaxe een zangeres uit, een keuze die maakt dat elk concert een uniek accent krijgt. Dit keer was dit de bevallige Montse Ogando, die een mooie ballade bracht in ¾ maat.

LIGHTNIN’ GUY
Toen wij de pubtent betraden was de Belgische bluesman al bezig met een fantastische versie van “Voodoo Child” toen de geest van Jimi Hendrix roet in het eten kwam gooien. De stroom viel uit en zowel Guy als zijn gastzangeres Aminata Seydi uit Senegal zaten in het donker en het werd stil... Na een tweede mislukte poging, kwamen ze met de voltallige groep op het podium en gaf Aminata een prachtige versie ten beste van “Take me to the river” (van Al Green of voor het jonge volkje van de Talking Heads). Daarop volgde “Ain’t No Sunshine” (van Bill Withers en 144 covers) waarin plots een stuk “No woman no cry” van Bob Marley doorklonk. Gelukkig bracht deze geest geen nieuw panne want de soul bleef in de tent met “Papa was a rollin’ stone” van de Temptations gevolgd door een ode aan Luke Walter Jr. Van Blue Blot: “Who is she...”
Lightnin’ Guy haalde slide-gitarist Marino Noppe van achter de coulissen en we doken weer de blues in. Met Guy op harmonica werd het “Boogie Time” en de dansvloer stond vol “doing the Hip Sake Baby”. Bliksemse Guy had de hele tent intussen bij de strot en gaf nog een lesje in verleiden, dat hij van Sklim Harpo had: “If you meet a woman, don’t talk too much, you only have to find her rythm” en “If the man is a harp, the woman is a guitar!” Daarop volgde een solo van Marino. Ze hadden de smaak goed te pakken en gaven nog twee bisnummers. “Ze moeten anders maar de prieze uittrekken” sneerde Guy nog eens goedlachs...

MORRISON TRIO
Na de ruige blues waren de drie Schotten een verademing om op het grote podium van de concerttent. Fred Morrison is één van 's werelds meest bekende doedelzakspelers. Hij bespeelde op Labadoux vooral de Ierse ‘Uilleann pipes’. Niet voor niets wordt hij ‘the Jimi Hendrix of the pipes’ genoemd. Terwijl hij in de jaren ’90 deel uitmaakte van de groep Capercaillie, speelde hij ook de muziek in voor de film ‘Rob Roy’ met Liam Neeson en Jessica Lange in de hoofdrollen. Met een stem als die van de bekende schot Billy Connolly en invloeden uit alle windstreken, maakt hij een mengsel van jazz en folk. Op het einde van het optreden speelden ze een opzwepend ritme dat steeds verder opgedreven werd tot de handen van het publiek roodgloeiend stonden. Een verdiende ovatie volgde!

DOUGIE MACLEAN
Als we een man solo op een groot podium zien staan, gewapend met enkel een gitaar, dan hebben we altijd bij voorbaat sympathie voor de eenzame bard die het publiek gaat bespelen. Dougie Maclean kon dit als de beste. Zijn bindteksten duurden smos even lang als zijn nummers en toch verveelde hij geen minuut. Zoals bij het nummer “Talking to my father”: hij vertelde hoe zijn vader tegen het eind van zijn leven in een stadium gekomen was dat niets hem nog wat kon schelen en tegen iedereen fucking honest was. Iedereen die hij niet mocht, kreeg dat meteen te horen.
Toen zette hij een mondharmonica in een brace, niet omdat hij zo’n virtuoos is op dit instrument –zoals hij zelf zei- maar omdat hij één van Dylan is. Na een verhaal over een Schots eiland zonder bomen waar hij de natuurelementen kan voelen, werd het tijd om weer eens mee te zingen: “I feel so near to the howlin’ of the wind, to the crasgin’ of the waves, to the flowers in the field”. De tent zong gewillig mee en zelfs toen Dougie er het zwijgen toe deed, klonk het refrein verder uit honderden Vlaamse kelen. “Belgen zijn de beste zangers.” Vond hij...
Met de onlangs afgelopen Schotse verkiezingen kregen we nog een verzuchting naar onafhankelijkheid mee: “We got rid of the dead head politicians”. “Caledonia” werd de afsluiter. Was dit een hint voor de Belgische politiek?

MUTEFISH
Op de Oosterse tapijten in de foyer kwamen enkele twintigers doorleefde folk spelen. Mutefish is een vijfkoppige band uit Dublin, Polen, Litouwen en Oekraïne. Het leken ‘The Young ones’ wel uit de Engelse serie met een hippie en een punker zij aan zij. Een fluitsolo met enkel een ritmesectie sneed door merg en been. Jigs en reels volgden elkaar in snel tempo op. Geen bindteksten, enkel retestrakke muziek. Op zondag kwamen ze voor een groter podium in de pubtent.

BLACK PROPHET
Dit kan alleen op Labadoux: slechts vijf minuten wandelen over de ‘peloeze’ en je komt vanuit Ierland terecht in Jamaica. De reggaeklanken passen perfect bij de tropische temperaturen. Maar Black Prophet is een Ghanees die in Accra, de hoofdstad zijn geluk zocht en vond. Hij werd al op vijftienjarige leeftijd zanger en voorman van de reggaeformatie Vibration Boys. Zijn laatste album ‘Prophecy’ is gevuld met Roots Reggae, traditionele Afrikaanse invloeden en positieve lyrics. Zowel in de pubtent als op de peloeze werden de tropische klanken gesmaakt!

MOYA BRENNAN
Met een zeskoppige band stond het podium van de concerttent weer vol. Prominent vooraan: twee Keltische harpen. Dit werd één van de toppers worden van Labadoux. De stem van Clannad bracht afwisselend bekend en (voor ons toch) minder bekend werk. Wie de pure folk verkiest, zal de synthesizerklanken misschien minde kunnen smaken. Maar de Romeinen wisten al dat over smaken niet te twisten valt. De Kelten misschien niet?
In ieder geval kregen de fans waar voor hun geld. Ze had het publiek reeds horen zingen bij Dougie Maclean en kreeg ook haar zin: een zingende tent aan haar voeten. “Theme from Harry's Game”, “She moved through the Fair” zijn maar enkele van de vele nummers die Moya Brennan bracht.

ARID
De afsluiter van de zaterdag was opnieuw een grote Vlaamse naam. Jasper Steverlinck en de zijnen deden wat het publiek van hen verwachtte. Ze speelden een strakke set en honderden kelen brulden de gekende nummers mee. Zoals de avond ervoor bij Gorki waren de stoelen in de eerste helft van de tent weggehaald. Zo kon het jonge volkje lustig rondspringen en meehossen op de tonen van de rockmuziek.
Net zoals in Dranouter wordt stukje bij beetje de folktraditie losgelaten door het populaire genre te programmeren op de late avond. Het is een wandeling op een slappe koord om een gevarieerd aanbod in evenwicht te houden met de financiën. Wij zullen ons dan ook niet mengen in dit debat waar teveel verschillende meningen met elkaar botsen. En mochten de organisatoren zomaar kiezen wie ze willen, zonder op gages te laten, wie zouden ze dan programmeren. Die vraag stellen we volgend jaar eens...

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Labadoux 2011: vrijdag 6 mei 2011

Geschreven door

Laboux 2011 - Op het eerste zicht bood het programma van 2011 niet echt veel uitschieters. Geen onbereikbaar icoon zoals Garland Jeffries bijvoorbeeld. Maar wel bekende namen zoals Gorki, Arid, Kadril en Kowlier. Toch werden we verrast door nobele onbekenden zoals Mutefish of Daniel Champagne. En ook de grote namen bevestigden.
Het prachtige weer maakte van Labadoux een soort Klein Dranouter. Op gras van de Peloeze waanden we ons in de maand augustus.
Alleen de gedachte aan maandag weer school of werk verstoorde het vakantiegevoel. Zelfs toen Flip Kowlier de laatste avond opriep om nog drie dagen te blijven... Iedereen was akkoord, maar wie er op maandag weer van de partij was, zal wel bij de opkuisploeg geweest zijn.
Labadoux is een klein maar fijn familiefestival waar grootouders en kleinkinderen samen naartoe komen. En de kleine oortjes worden meestal beschermd met stevige koptelefoons of oorbeschermers zodat ze op latere leeftijd nog kunnen genieten met intacte trommelvliezen.
Mooi is dat!

dag 1 - vrijdag 6 mei 2011
BALOJI
Deze Belgische rapper van Congolische kreeg de ondankbare taak om het festival te openen. In een mengsel van Frans en Engels en een snuifje Nederlands kreeg hij het kleine publiek in de ban van zijn muziek. Op de website lezen we: In zijn debuutalbum ‘Hotel Impala’ komt zijn dichterstalent waarmee hij al poëziewedstrijden gewonnen heeft, naar boven en vertelt hij zijn rumoerige levensverhaal.
Zijn tweede cd ‘Kinshasa Succursale’ kwam vorig jaar uit.
Ondanks de Congolese temperatuur in de tent danste hij alsof zijn leven ervan afhing. Net als Elvis gebruikte hij de pelvis om zijn songs kracht bij te zetten. dat werd ten zeerste gesmaakt door de meisjes achter de dranghekken! Zoals het een echte rapper betaamt ging hij politieke thema’s niet uit de weg. Hij had het ook over de verontwaardiging (‘indignation’) over de mistoestanden in Afrika, o. a. de ‘vuile’ verkiezingen in Nigeria. In ieder geval een ferme opener van dit festival.

BERT GABRIELS
Tijd om de concerttent even te verlaten voor wat komedie. Multitalent wiens laatste show, Gestorven Onzin, de onzin van het bestaan blootlegt. Comedy over de pijn van het zijn, en plastieken verpakkingen die je met je vingers niet open krijgt, lezen we. Blijkbaar was die verpakking voor onze vingers te moeilijk om te openen. we hebben niet echt genoten van dit optreden. Absurde humor kan leuk zijn, maar dit konden we maar matig smaken: “Ik had gedronken lag aan de kant van de weg. Toen begon ik te bellen... Want iemand nam me op en zei: Hallo?” Als het publiek dan niet lacht wordt het als dom afgedaan. Daarop volgde wat onderbroekenlol waarmee hij toch enkele lachers op de hand kreeg. “Aha, zijn jullie van dat slag?” was het besluit van de komiek. Tijd om de tent te verlaten...

KOSHKA
Onze verwachtingen waren iets hoger gespannen toen we inde pubtent ginggen kijken naar dit multinationaal trio met al even wijdverbreide multimuzikale invloeden. Vorig jaar stond één van hen, vioolvirtuoos Oleg Ponomarev, nog op het podium van Labadoux als gastmuzikant bij de Ierse band No Crows. En dat waren we nog niet vergeten! Geflankeerd door twee Russische violisten speelde jazzgitarist Nigel Clark uit Glasgow, rustig maar virtuoos. Ze brengen samen een World Gipsy & Jazz geluid voort dat niet te evenaren is. En het is geen woord gelogen! De vijftiger Clark speelde reeds een mooi palmares bijeen, samen met grootheden uit de jazz zoals John Scofield, uit de folk zoals Maire Brennan (van Clannad) en uit de rock zoals Jan Akkerman. Misschien mocht dit trio wel in de concerttent geprogrammeerd zijn?

FRANCES BLACK
Deze Ierse zangeres startte haar carrière in de jaren '80 met The Black Family, waarbij ook haar (beter gekende) zus Mary Black speelde. De hits die ze ten gehore bracht waren prachtige nummers die ons echter onbekend in de oren klonken. Maar dat kon de pret niet drukken. Ze vertelde telkens waar ze haar inspairatie haalde en even mocht de tent een kijkje nemen op het Noord-Ierse Rathlin Island waar ze ook werkzaam is. Kijk even mee op http://www.youtube.com/watch?v=LRcqPZB-sZU
Het publiek liet zich inpakken door haar complimenten en zong gewillig het aangeleerde refrein mee van “Wall of tears” dat ook verheen op ‘Only a Women’s heart’ met o. a. haar zus Mary Black, Eleanor McEvoy en Sharon Shannon. Een mooi optreden, en een pluim op de hoed voor haar begeleiders op gitaar en contrabas!

YGOR
Toen we ons gingen aanmelden op het secretariaat van het festival liepen we Filip Haeyart tegen het lijf. We zagen hem nog in het najaar van 2010 in een zeer serieus programma rond de oorlog. Even wisten we niet waar we hem in welke tent we hem straks aan het werk zouden zien. Toen we in de clubtent kwamen herkenden we hem in de gekke Ygor met bivakmuts. Dit keer bleven we met plezier luisteren naar de heel herkenbare verhalen over kapotte straatlantaarns die weer blijken te werken als ze plots uitgaan overdag. Ook de biologen onder ons werden weer wat wijzer na de les over de knieën van de pinguïn. HUmor van de bovenste plank van dit multitalent

DANIEL CHAMPAGNE
In de foyer lagen enkele Oosterse tapijten die betere dagen gekend hadden. Maar met het talent dat op die tapijten voor ons kwam spelen was het gelukkig beter gesteld! Tot onze grote spijt hebben we het optreden van Tyberware gemist. Deze sympathieke Ingelmunstenaars hadden beter verdiend. Volgend jaar een ehrkansing (voor ons dan)?
Deze Australische Daniel Champagne zagen we wel. Misschien staat deze jonge gitaarvirtuoos volgend jaar op heel wat grotere podia. Een aanstormend talent voor fijnproevers. Daar rekenen we ons graag bij. We herkenden in ieder geval een vreemde versie van “That Spoonful” van Willie Dixon en “Pogeniomen” in 1960 door Howlin’ Wolf. Een ode aan twee bluesgoden door een jonge aanstormende god...

GORKI
Voor Luc Devos en de zijnen op het podium verschenen konden we het LED-scherm bewonderen dat als achtergrond diende. Patronen in diverse kleuren werden digtaal door het scherm gestuurd zodat op de hele achterwand een soort film werd afgespeeld. Mooi effect voor op de foto’s.
Het concert zelf was een zoveelste bevestiging van het succes van één van onze grootste Vlaamse bands. De gitaren stonden hard en luid en Luc Devos was goed bij stem, dankzij een gezonde dosis keelspoeling. Eerst werd vooral werk gespeeld uit de gloednieuwe cd ‘Research & Development’. Tussendoor kregen we de ‘oude’ nummers die ook meegebruld werden door een publiek dat nog in de bloemkool vertoefde toen die voor het eerst te horen waren! Kan je een betere maatstaf voor kwaliteit verzinnen dan dat je muziek de decennia overleeft en gesmaakt wordt door diverse generaties?

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster


Popallure 2011 – Ontpopt! met Belgisch Talent en Toekomstige Heroes

Geschreven door

Popallure 2011 – Ontpopt! met Belgisch Talent en Toekomstige Heroes
Een beetje een pijnlijke kwestie voor de organisatie van Popallure 2011 om de wel heel magere publieke opkomst te moeten aanschouwen. Hier in Vlaanderen mag men nog zo zijn best doen om een voortreffelijke affiche in mekaar te boksen, het is altijd afwachten of er wel genoeg volk zal komen opdagen. Niet dus, en dat is jammer, want hier stonden toch een paar aardige bands op het podium.

Zoals Drums Are For Parades bijvoorbeeld, die met hun rauwe mix van prille grunge (denk hier meer aan The Melvins dan aan Nirvana) en brutale stonerrock (zoek het vooral bij Karma To Burn) de zaal trachtten op te zwepen. Het trio bracht met een uiterst energieke en luide set met agressieve gitaren en dito zang het publiek toch wat in vervoering. Op hun hitsige debuutplaat ‘Master’ krijgen de songs nog soms wat verzachtende keyboards, sax of zelfs violen mee, maar live gooiden ze die in hun rauwste versie te grabbel. Hard, fel en furieus. Zo rauw lustten wij het wel.

Hoogtepunt van de avond waren The Sore Losers, die men ergens in de verte ook wel eens de Belgische Black Crowes durft te noemen. Doch wij zouden het veeleer houden bij The Raconteurs of The White Stripes. The Sore Losers klonken vooral zeer vinnig en levendig, hun songs stonden bijzonder sterk op hun poten en de elektriciteit droop er van af. Wij meenden hier het ontluikende enthousiasme van The Who in hun jongere tijden in te herkennen.
Quasi gans die uitmuntende debuutplaat werd er met een volle dosis power doorgejaagd en de zaal ging gewillig mee in dit rock’n’roll feestje. Bijzonder sterk, wat ons betreft mag dit een van de meest getalenteerde Belgische bands van het moment genoemd worden.

Wie te veel zijweggetjes inslaat, kan al eens de hoofdweg kwijt geraken, en dat is nu precies het probleem bij Tim Vanhaemel. Als wij hier al zijn nevenprojectjes en bandjes zouden gaan opsommen, dan komen we aan drie bladzijden, dus gaan we dat maar zo laten. Met zijn vriendje Pascal Deweze amuseert hij zich misschien te pletter in zijn nieuwste speeltje Broken Glass Heroes, maar van ons mag hij dringend zijn maatjes van Millionaire terug halen, want Broken Glass Heroes is niet veel meer dan een half geslaagde (dus ook half mislukte) sixties pastiche. Net als veel bandjes vinden die van Broken Glass Heroes het cool om te dwepen met The Beach Boys, The Beatles en The Byrds, maar vanavond bleek duidelijk dat het jonge publiek daar geen boodschap aan had, de sixties waren voor hen veel te ver af, iets voor ouwe mensen zeg maar. Gevolg, terwijl Vanhaemel en co zich naarstig verder amuseerden op het podium, droop het meeste volk af en stond de groep voor een nagenoeg lege zaal te spelen. Wij bleven wel tot het einde en zagen dat het slot toch nog de moeite waard was. De groep sloeg in het laatste nummer aan het jammen en dit resulteerde in een bezwerende psychedelische sound waar de Velvet Underground met vroege Pink Floyd (Syd Barrett periode) in zee ging. Helaas te laat.

Organisatie: Popallure, Nazareth-Eke

Roots & Roses Festival 2011 - Vive les Wallons! - Wat een heerlijk en sympathiek festivalletje

Roots & Roses Festival 2011 - Vive les Wallons! - Wat een heerlijk en sympathiek festivalletje
The Bellrays
De explosieve zangeres van The Bellrays heeft meer soul, punk, en whatever in haar linker teen dan alle Tina’s en Iggy’s samen. Met een vingerknip en met onder andere pure raw power hadden ze zo goed als geen moeite om ons een snedige les te geven .Stomende soul’n roll. Wat een zangeres – Lisa Kekaula! Op een verschroeiend tempo, ala Ramones. Een welkome afwisseling voor het eerdere Hayseed Dixies. En opwarmer voor latere ruigere werk van Jim Jones en Triggerfinger.

David Eugene Edwards
Moet zich dringend eens herbronnen, maar dan niet op religieuze wijze. De man die stilaan begint te gelijken op de lijkwade van Turijn, kraamt onzin uit. Moet geholpen worden, of teruggrijpen naar zijn vroegere werk met Wovenhand of 16 Horsepower. Als dat maar goed afloopt, denkende Jezus te zijn en zich als dusdanig zo te gedragen op het podium. Om het publiek te vermaken moet een mirakel gebeuren met dat oeverloze gezeik van hem. Speelde ook tegen zijn zin op vele momenten, geroezemoes in de tent, het leek wel een braderie met straatzanger; meer aandacht voor elkaar dan voor wat de muzikant brengt. Ga lekker bij Roger Vangheluwe gaan slapen.

Bjorn Berge
Fantastisch muzikant, ziet eruit als Wicky the viking, maar dan getatoeëerd van boven tot onder. Slide en akoestisch gitaar, afgewisseld met sterke zangpartijen, cover van Onze Eeuwige Pornosnor Lemmy met “The aces of spade”.  Begenadigd technisch gitaarspel, vingervlug, ongetwijfeld metalgitarist in zijn vrije uurtjes. De tent smaakte het wel; ‘eat your heart out’, David Eugene. Oh, ja, eventjes vergeten: die vogel stond gewoon alleen op het podium.

Giant Sand
Howe Gelb – een fenomeen. Op tournee in Europa met Europese – Deense – muzikanten. Speelden een erg aangename set, al was het voor de muzikanten niet altijd even duidelijk waar Howe naartoe wou. Aanzet en einde van nummers zijn hem totaal vreemd, we zien wel waar we uitkomen. Lyrisch frontman, die des duivels speelde met zijn beider microfoons, en zelfs even aangenaam irritant was toen hij zijn micro op de cymbalen van de stokstijve drummer liet balanceren. Enkele omstaanders snapten er niks van. “Il est toujours comme ca?” vroegen ze zich af, waarop ik een schampere “Oui” terug moffelde. Het vertrek van enkele bandleden naar Calexico, maakte van hem nog een meer verbeten singer/songwriter, niet verbitterd. De man van Tucson Arizona spéélt met Americana (ook met Europese muzikanten!), en slaagt erin in iedere song een immense rust tevoorschijn te toveren. Niet slaapverwekkend, maar gebalde rust , eerlijkheid en schoonheid. Jazz, folk, blues, metal en vooral gedrevenheid, meer dan soms samengebald in een nummer.

Hayseed Dixie
Deze bluegrassers met als groepsnaam een flauwe woordspeling op AC/DC konden ons de eerste nummers begeesteren, maar, driewerf helaas, verveling kan rap toeslaan. Backstage stond de gitarist een eeuwigheid zijn baard tot Osama-proporties uit te trimmen, en bracht uiteraard niets bij tot de muziek. Ok, leuk om even “You shook me all night long” op banjo’s en violen te horen, even een Bohemiantje door dezelfde haspel te draaien, maar alles behalve onweerstaanbaar. Sommige nummers moet je gewoon met rust laten. En de poses waren er ook even teveel aan.

The Sore Losers
Onze Vlaamse Black Crowes bewijzen waarvoor ze zijn aangekondigd: ‘Seventies are still there’. Het zijn blijkbaar de beste en meest powervolle groepen die nu net niet die rock rally winnen. Onze Waalse vrienden trekken zich daar terecht geen reet van aan. Alweer een revelatie op dit heuse festivalletje.

The Jim Jones Revue
Ik zal te weinig superlatieven vinden. Dus, commentaar, heel kort en krachtig: Als eeuwige Iggy en Stooges fan ( 27 optredens) : Waardige opvolgers.

Triggerfinger
De beste Belgische muzikanten, of nee, laat ons dit even uitbreiden: Ooit zal het oude continent te klein zijn voor deze heren.  Ruben en co hebben de gewoonte om ‘pletwalsgewijs’ iedere tent, café, parochiezaal, festival, noem maar op – het maakt hen niet uit waar ze moeten spelen- omver te blazen. En waarom niet even op de buiten in Lessen. Absolute climaxen worden aan elkaar geregen als was het een eenvoudig breiwerkje. Waanzinnige energie, de Gretsch wordt gefolterd, Lange Paul beroert de bas met verbazend gmak, Goosens foltert zijn vellen. Alles klinkt goed. Die klootzakken blijven pertinent weigeren om ons te vervelen. “Is it” wordt voor de leeuwen geworpen en ik zie menige liefhebbers hun gsm aanslaan om dit fantastisch moment toch te kunnen delen met hun lief of een of andere tooghangende vriend. Mijn vrees dat ze zich ooit zouden kunnen verbranden door te veel te spelen is bij deze totaal ongegrond. “Eat you heart out”.

Organisatie: Roots & Roses, Lessines


Dranouter aan Zee 2011 - Vlaanderen boven!

Met de nadruk op het Nederlandstalige werk programmeerde het familiefestival Dranouter Aan Zee zijn zondag. De sfeervolle, leuke bands en de talloze animaties in combinatie met de unieke locatie stonden garant voor een aangenaam, gezellig feestje.

Ravissante Nathalie Meskens mocht in de vroege namiddag openen in de Concerttent. Een beetje ondankbaar misschien, maar de huidige televisisiepersoonlijkheid en beste actrice van het jaar kweet zich moeiteloos van haar taak en bewees meer in haar mars te hebben dan enkel mooi te zijn.
Ondersteund door een strijkerstrio, etaleerde ze haar kwaliteiten als zangeres op nummers van o.a. Amy Winehouse, Tracy Chapman en bracht ze een topvertolking van Adele’s “Rolling in the deep”.
Ander hoogtepunt was een bluesy/countryversie van “No one knows” van Queens of the stone age met een catchy pianobegeleiding. Haar band speelde strak en Meskens nam moeiteloos het publiek mee met haar meezingers en biste uiteindelijk met “Crazy” van Gnarls Barkley.
Een 'opwarmingsact' die kon tellen!

De Vlaamse rock 'n roll chansonier Guido Belcanto betrad even later het grote podium. De koning van het Vlaamse levenslied had er zin in en bracht met het bluesy “La passionata” en het opgewekte “Op de pechstrook van het leven” direct meer schwung in de tent. Met z'n onvermijdelijke mondharmonica en charme beroerde deze sympathieke wielerliefhebber jong en oud met z'n vrolijke luisterliedjes. Kersvers gitarist Chris Peeters van de Laatste Showband vierde z'n debuut en was zeker een aanwinst in het collectief dat meerdere nieuwe nummers bracht uit het binnenkort te verschijnen album.
Belcanto genoot en plaatste met “Mijn verjaardag” en “Waarom altijd dat katholieke denken” een orgelpunt aan een uurtje ‘feelgoodmusic’.

Rond 16uur trokken we richting Clubstage waar we Johannes & Wolf voorgeschoteld kregen. Met Johannes en Wolf stond de helft van The Van Jets op Dranouter aan Zee, - ze brachten een duo akoestische set met voornamelijk nummers uit het The Van Jets repertoire. Zo openden ze met “Down Below” en vervolgden hun set met “Our Love Is Strong” en “What’s Going on?”. Even maakten ze een uitstapje naar Waldorf (band waar Wolf zanger van is) met “Mama Said”. Afsluiten deden ze met het wondermooie “Rolling In The Deep” van Adele.

Dat het merendeel voor publiekslievelingen Yevgueni kwam, was wel duidelijk, want voor het eerst zat de tent bomvol. Onder leiding van frontman en songschrijver Klaas Delrue en met een nieuw album onder de arm openden ze met voornamelijk ouder werk.
Zo kregen we in het begin “We zijn hier nu toch” en “Nieuwe meisjes” uit hun vorige plaat, de 'moderne kleinkunst' die ergens tussen Raymond  en Gorki ligt ging erin als zoete koek en werd luidkeels meegezongen. Gaandeweg werd de nadruk verlegd naar de nieuwe cd en werden het poppy “Elisa” en uptempo “Sneeuwman” met veel enthousiasme gebracht en zeer goed bevonden.
De ene keer luchtig de andere keer ontroerend, Yevgueni wist te bekoren en toonde geen eendagsvlieg te zijn met deze overtuigende prestatie. Met “Veel te mooie dag” en de titeltrack “Welkenraedt” zetten ze de puntje op de i en ook Nathalie Meskens kwam nog even vocale steun verlenen. Knappe set.

Even later kon de party echt beginnen met de aangespoelde Dolfijntjes XXL. Dit gezelschap uit Harelbeke gevormd  rond acteur/zanger Wim Opbrouck staat al jaren garant voor puur entertainment van de bovenste plank. Zo brengen ze hun West-Vlaamse versies van menig bekende nummers en vuren ze de meest uiteenlopende medleys op u af. Met een accordeon en een paar blazers kregen ze de goed volgelopen tent in een mum van tijd naar hun hand gezet. Dat nummers als “Zoad van ne moat” en “Oltid dezelfste” het enthousiasme van de vele West-Vlamingen aanwakkerde werd al rap duidelijk. Met “Margrietje” werd er een ode gebracht aan de Kortrijkse Johny Turbo.
Met De Dolfijntjes XXL passeerde er een zeer sterke band die er in slaagde een zeer fijn feestje te bouwen!

Voor we huiswaarts gingen hielden we nog even halt in de Clubstage voor Sherman, dat Sherman kunnen we na het uitbrengen van hun single “On your side” één van de revelaties van het voorjaar noemen. Sherman is de band van singer/songwriter Steven Bossuyt die sommigen misschien nog kennen van uit de jeugdserie Spring waar hij Pieter speelde.
Ondanks ze op een zondagavond na 20 uur geprogrammeerd stonden konden ze toch op een behoorlijk grote schare fans rekenen. Tijdens het eerste nummer was er in de tent erg veel kabaal waardoor de stem van Steven er niet echt goed uitkwam, maar naarmate de set vorderde wisten ze de tent het zwijgen op te leggen zodat iedereen kon genieten van de steengoede muziek die ze maakten. Sherman is een band die genoeg potentieel in huis heeft om het nog ver te schoppen en is er zeker eentje om in de gaten te houden! Evenals het album dat in de steigers staat.


Minpuntje in het gehele gebeuren was de capaciteit van de (te) kleine 'De Kring', een knusse tent met 100 zitplaatsen  waar de Dranouter rockrally plaatsvond. Meermaals probeerden we toegang te krijgen maar telkens stond de menigte buiten aan te schuiven om uiteindelijk niet binnen te raken, jammer!

Organisatie: Dranouter aan Zee (Festival Dranouter)

Pagina 114 van 143