logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Suede 12-03-26
Festivalreviews

Gent Jazz Festival 2008: The Neville Brothers, Marcus Miller en Brazaville

Geschreven door

De jonge en beloftevolle zeskoppige opener Brazaville won in 2007 de wedstrijd Jong Jazztalent in Gent. Zopas verscheen hun debuutalbum ‘Days of thunder, days of grace’ op het label Evil Penguin Jazz Records. De band mengt op aanstekelijke wijze jazz, funk en afrobeats. Stuk voor stuk zagen we goede, zelfs heel goede muzikanten aan het werk. Maar de composities van baritonsaxofonist Vincent Brijs kwamen helaas in het begin niet goed tot hun recht. De nervositeit en onzekerheid was duidelijk voelbaar. Belgen zijn nu eenmaal te weinig chauvinistisch. Maar gedurende het concert hebben ze dit ruimschoots goedgemaakt en belandden we uiteindelijk in een opwindende, stomende en pletwalsgewijze set. Vooral gitarist Hellings bewees dat hij zijn zessnaar perfect beheerste. Ze mogen gerust naast hun grote voorbeelden Herbie Hancock, Wayne Shorter, The Headhunters, Miles Davis tot Tony Allen, Fela Kuti en The Meters staan. We horen nog wel van Brazaville, maar dan wel op internationaal niveau.
Line-up: Vincent Brijs (baritonsaxofoon), Andrew Claes (tenorsaxofoon), Nicolas Rombouts (bas), Jan Willems (keyboards), Geert Hellings (gitaar), Maarten Moesen (drums).

Marcus Miller is ongetwijfeld een van de meest geniale en virtuoze multi-instrumentalisten, maar vooral een bassist met legio effecten. Naast zijn special guest DJ Logic had hij een hele resem andere effecten mee. We hoorden veel getrek, geslap en getab op zijn bas, de sax, drums en eender welk ander instrument werd door de effectenkast gejaagd, maar we hoorden geen bezieling. Marcus gaf ons vaak de indruk 'band' werk te leveren, maar dan niet in de muzikale zin van het woord. Tussen het bassen door stond hij soms doodleuk in zijn neus te peuteren. Gelukkig sloeg deze uiterlijke ongeïnteresseerdheid niet over op het publiek.
De set begon nochtans veelbelovend met een Indisch klinkende intro (toetsenist Gonzales Pena speelde op een  Moog), gevolgd door een schitterend Higher Ground van Stevie Wonder. Probeer de Marcus maar eens te volgen als medemuzikant. Maar toch laat hij nog ruimte voor hen.
Het vervolg werd er zowat aangebreid en ik kreeg de indruk eerder een coverband te horen die hun ding stond te doen (slechts één eigen nummer “Tanned”) Na een funky einde kregen we als bisronde nog maar eens een ode aan Miles in de strot geramd. Sorry, folks, maar ik had echt meer verwacht van dat genie.
Line-up: Marcus Miller (basgitaar, basklarinet), Alex Han (saxofoon), Fédérico Gonzales Pena (keyboards), Jason "JT" Thomas (drums), DJ Logic (turntables).

Gelukkig waren er nog The Neville Brothers, ook wel The First Family of Funk genoemd, en uitgegroeid tot één van de boegbeelden van de rijke muziekgeschiedenis van New Orleans en inspiratiebron voor talrijke bands. En deze reputatie maakten ze volledig waar. De kippenvelmomenten waren niet meer bij te houden en in tegenstelling tot bijvoorbeeld een Bootsie Collins , die vorige week nog in Cactus een typisch Amerikaans geforceerd do-you feel-allright-an-wanna-funk-sfeertje trachtte neer te poten, deden Art Neville, aka Poppa Funk, en zijn broers waarvoor ze gekomen waren: muziek spelen. Die pipo's ademen gewoon al vijftig jaar funk. En ze hadden ook nog The Funky Meters mee.
Het meest grappige was dat de zanger, een getatoeëerde kleerkast van 150 kg, zingt met een falsetstem. Gelukkig had de percussionist een misthoorn van een stem. We hoorden ondermeer beklijvende versies van “Fever” en “Ain't no sunshine” van Bill Withers (dat overvloeide in heuse reggae). Eindigen deden de broeders met een totaal overbodige “Amazing Grace” (waarom moest dat nou?) en een stomende “One Heart” van Bob Marley.
De aankondiging '50.00 watts of  pure funk' klopte als een bus, jammer dat het publiek bij momenten eerden ingetogen enthousiast reageerde.

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
info op http://www.gentjazz.com
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Gent Jazz Festival 2008: thema-avond Cuba y musica

Geschreven door

De vrijdagavond had het Gent Jazzfestival een volwaardige Cubaanse avond gepland. Vele vrienden-jazzfanaten fronsten hun wenkbrauwen bij voorbaat en stelden zich hierbij niet meer voor dan een ordinaire salsa-avond. De hoofdact van de avond, de Buena Vista Social ClubÒ verraste niet echt, maar kon anderzijds wel de verwachtingen inlossen met een show met een hoge spektakelwaarde. Toch waren er ook enkele aangename ontdekkingen te doen ...

Gelukkig ging de avond meteen van start met een jong Cubaans talent Roberto Fonseca. Hoewel deze pianist is grootgebracht in ware Buena Vista-traditie, brengt hij vele nieuwe accenten aan in zijn muziek en is zijn stijl veel meer jazzy dan verwacht. We kunnen zelfs zeggen dat Fonseca van vele markten thuis is. We vinden zowel Afrikaanse, klassieke, jazzy als disco-elementen terug in zijn veelzijdige pianospel. In het tweede nummer Congo Arabe klonken zelfs Arabische invloeden door. Dit pianotalent gaf een staalkaart van zijn in 2007 uitgebrachte CD ‘Zamazu’. En hoewel het publiek wat traag op gang kwam, bleek na afloop van het concert dat ze zijn composities wel konden smaken. In het derde nummer “Llego Cachaito” kwam Fonseca helemaal op dreef tijdens zijn pianosolo, enkel begeleid door de contrabas. Hij liet zich volledig meeslepen en toonde zich daarbij tevens als een klassiek geschoolde pianist. De Cubaan ging zodanig op in zijn spel en ging alsmaar meer achterover leunen op zijn pianokruk. Zodanig dat de vrouw achter mij zich bezorgd begon af te vragen of hij van zijn kruk zou donderen. Naar het einde toe ontroerde het nummer opgedragen aan Ibrahim Ferrer, voornamelijk door het subtiele klarinetspel van klarinetist/saxofonist/fluitist Omar Gonzalez. De warme, zachte ondertoon van de klarinet kon moeiteloos de herinnering aan de zachtaardige Ferrer weer levendig maken. Als afsluiter schakelde Fonseca even over van zijn piano naar een keyboard en toverde funky en disco-achtige tonen te voorschijn in “Zamazamazu”. Het publiek bleek helemaal opgewarmd voor de rest van de avond.

Omara Portuondo staat bekend als de Cubaanse Edith Piaf. Een oma in een oranje soepjurk verscheen ten tonele. Maar wat een presence ...! Omringd door een orkest van jonge, knappe mannen gaf ze het beste van haarzelf. Haar leeftijd – Portuondo is al 78 – speelde haar soms wel parten: af en toe ging ze erbij zitten en ook haar liedjesteksten moest ze enkele keren raadplegen. Dit deed echter niks af van de muzikaliteit en de theatraliteit van deze “grand old lady”. Wel jammer dat in het tweede nummer de geluidsinstallatie kuren kreeg. Zowel up-tempo nummers als getormenteerde liefdesliederen passeerden de revue. Haar stem bereikte fantastisch mooie hoogtes en laagtes en ze liet zich graag gaan in uitgebreide vibrato’s, waar het publiek helemaal wild van werd. De Buena Vista-liedjes, waaronder “Dos Gardenias”, konden op de meeste bijval rekenen. Wat er toch op wijst dat het publiek ook uiteindelijk was gekomen om de Buena Vista Social ClubÒ te bewonderen.

De Buena Vista Social ClubÒ moet het tegenwoordig stellen zonder Ibrahim Ferrer, Compay Segundo en Ruben Gonzalez. Vers Cubaans bloed speelde samen met enkele oudgedienden, zoals Orlando ‘Cachaito’ Lopez (contrabas), Manuel ‘Guajiro’ Mirabal (trompet), Jesus ‘Aguaje’ Ramos (trombone) en Manuel Galban (gitaar). De zanger, Carlos Calunga, beschikt over een engelenstem, maar heeft toch niet de uitstraling van Ferrer of Segundo, ondanks zijn jeugdigheid. De zangeres, Idania Valdes, kon wel boeien met haar zwoele stem én uitstraling. Maar vooral pianist Rolando Luna bleek een zeer goede aanwinst voor de ploeg te zijn. In een nummer opgedragen aan wijlen Ruben Gonzalez kon hij zich dan ook een waardige opvolger tonen van deze legende. De groep is voornamelijk een goed geoliede machine die een mooi spektakel opvoert. Het valt echter op dat er weinig tot geen ruimte voor spontaneïteit is en dat maakt het allemaal nogal voorspelbaar op muzikaal vlak. Er kwamen enkele kunstjes aan te pas met de Laud, enkele gekke danspasjes en het publiek werd aangepord om mee te zingen en te klappen. De Belgische zomer werd even vergeten.

Kortom, de avond was geen kolfje naar de hand van jazz-puristen, maar ging er in als zoete koek bij levensgenieters allerhande. Roberto Fonseca was de revelatie van de avond en toonde zich de meest veelzijdige muzikant.

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info op http://www.gentjazz.com
Fotoschoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Gent Jazz Festival 2008: Erykah Badu

Geschreven door

Een overvolle tent … misschien ook vanwege het druilerige weer en … de terrasjes waren bijna zo goed als leeg. Erykah zelf had een half uur vertraging … ‘technical problems’.
De band zette in met een DJ en hoewel de muziek opzwepend was, was ik bang dat dit de toon van het concert zou zetten ( makkelijk werk). Na 2 nummers werd de platenboer verwezen naar de achtergrond, waar hij nog steeds puik werk leverde. De band (met 2 sexy backing vocalistes) kwam nu volledig tot zijn recht, wat door de komst van Erykah nog iets later, werd bevestigd.
Maar wat voor een verschijning … een Nubian Queen die met haar stem kon uithalen en wiens lichaamsbeweging zo gracieus was; zoiets mocht ik nog maar weinig aanschouwen.

Wat volgde was een concert met heel veel enthousiasme en een publiek dat daar volledig in mee ging. Wat me opviel, was dat het publiek hier jonger was. De sowieso al puike en vlekkeloze organisatie had dit heel goed bekeken. Zo konden de jongere snaken ook proeven van de roots en fusion jazz van dame Erykah!

Al bij al een toffe ontdekking en een sterke set van een wijf met kloten, die een voortreffelijke mix van soul, hiphop en r&b bracht. Maar ondergetekende als ‘oudere’ zak kende haar net iets te weinig om écht te beklijven. Toch sliep ik héél goed. Laat me zeggen dat ik haar in het begin het einde vond….

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info: http://www.gentjazz.com
fotoshoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Cactusfestival Brugge 2008: zondag 13 juli 2008

Geschreven door

De afsluitende dag vatten we aan met Devotchka. Het Amerikaanse gezelschap was al te zien op Pukkelpop en Werchter, en begonnen meteen met een uniek showtje, want de dame van het gezelschap haalde enkele halsbrekende toeren uit, naast haar trombone en viool. Rootsrock, zigeunerpop, Balkan, mariachi en country zijn de muzikale ingrediënten om het zondag loungy gevoel te doorbreken. Een zinderende sound, ondanks de stille versterking; hun passage viel meer dan behoorlijk mee. De ambiance en een dankbaar publiek ontroerde de band.

De beloftevolle live band Shantel & The Bucovina Club Orkestar loste de verwachtingen in op een groots podium ,na de clubconcerten. Zij voerden het tempo van Devotcha op en legden de klemtoon op de zigeuner/Balkan beats en punk, met behoud voor de Oost-Europese authenticiteit. Een welig ‘Disco Partizani’ vertier van blazers, drums en violen. Fans van Gogol Bordello, Think Of One en Balkan Beat Box hebben er een aardig bandje bij!

En het bleef kleurrijk aan het Minnewaterpark tijdens deze zomers dag. Publiekstrekker Arsenal kon rekenen op een sterke respons. Hun multi- culturele sound klinkt met de nieuwe cd ‘Lotuk’ iets directer. Ze bewezen terug één van de trekpleisters te zijn. Een gevarieerde set , waarbij ze ons van het ene naar het andere sfeertje dropten, een smeltkroes van exotische, dansbare pop tot een meer strakke aanpak. John Roan en vaste backing vocaliste Leonie Gysel betrokken telkens het publiek bij hun aanstekelijke, zuiderse zomerpop; een elektronisch tapijt, pulserende beats en een warme samenzang.
Ze trokken al meteen de aandacht met twee puike nieuwe songs “Turn me loose” en “Estupendo”; het tempo bleef hoog met de opbouwende groove van “Switch”, “Lotuk” en “Longee”. Na het aangename rustpunt “Either”, wat akoestisch werd toongezet, kon de band het ganse park inpalmen met “Personne ne bouge”(zonder Baloji weliswaar! ), “Saudade” en de opzwepende en ophitsende bisklassiekers “Mr Doorman” en “A volta”.
Arsenal werd enthousiast onthaald en was meteen de uitschieter van deze namiddag.

De garagerockabillyblues van het Brits/Amerikaanse duo Jamie ’Hotel’ Hince en Alison ‘VV’ Mosshart, The Kills,  was totaal andere koek na de hoempapa/zuiderse pop van de vorige bands. We hadden te maken met een rauwe, rudimentaire rocksound, en de doorleefde, verbeten, soms krijsende zang van Alison, aangevuld met op voorhand opgenomen drumbeats en elektronica. Gejaagd en lieflijk materiaal van het duo: “Pull A.U.”, “Black rooster”, “Cheap & cheerful”, “Kissy kissy”, “URA fever” en “The good ones”. Een trashy gitaar van Captain Beefhearts “Dropout boogie” besloot na meer dan een uur de zompige, smerige, rommelige en rammelende Killsrock’n’roll met een dosis fuzz en noise.

Sophia, onder Robin Proper-Sheppard, is een vaste klant van de Cactus organisatie. Innemend nam hij al een solo en met z’n band het park in.
We zagen hem nu voor de tweede keer met z’n String Section, die de nummers wat meer orkestratie en ademruimte voorzagen, wat de melancholie, die in de songs schuilt, onderstreepte. Z’n indrukken lijmden de nummers aan elkaar. Een sfeervolle, rustige benadering hadden o.a. “The sea”, “Oh my love” en “So slow”. “Birds” en “Lost (she believed in ..)” klonken donker en dreigender. En tenslotte verraadden “The desert song” en het afsluitende “The river song” het oude God Machine met een repetitieve, pittige en krachtige opbouw. Kortom, Sophia met strijkers stond garant voor intimiteit met een dromerig, donker en rockend karakter.

Het huisorkest van James Brown, de trombonist Fred Wesley en de funkende basvirtuoos Bootsy Collins stonden op 1 podium voor een uniek concert te België. Afspraak voor de funk- en soul liefhebbers, die een selectie JB songs, een JB imitator, en enkele virtuoze soli van Collins te horen kregen. Het duurde ruim een kwartier voor hij er zelf op het podium aan begon; de heupwiegende handclapping eerste rijen waren duidelijk te vinden voor die diepe funk. Na een lang uitgesponnen “Sex maxhine”, vond Bootsy het tijd om dicht bij zijn fans te zijn. Hij klom over het dranghekken en dompelde het publiek minutenlang onder een groovende party van “We got to funk, so sing it loud”. Bootsy Collins & The Hardest Working Band overtuigde voor de ene meute enthousiastelingen, voor anderen was dit gimmick.

Paul Weller had een paar maand geleden z’n optreden gecancelled. In de plaats kwam de Senegalees Youssou N’Dour met z’n vijftienkoppige Etoile de Dakar. De man werd onderweg opgehouden, waardoor hij een ruim half uur te laat aan z’n set kon beginnen. Z’n warme Afroworldpop kon maar matig boeien; hoogtepunt is en blijft mans “7 seconds”, die hij zong met een even indrukwekkende vocaliste; Warmte en intensiteit ok, maar geen befaamde als wervelende afsluiter.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2008: zaterdag 12 juli 2008

Geschreven door

Het Belgische beloftevolle Headphone uit Gent vatte overtuigend de tweede dag aan van het festival. De groep intrigeerde met een pak goede dromerige songs. De toetsen, trompet en de heldere stem van songschrijver Ian Mariën waren een duidelijke meerwaarde. “She’s electric”, “Ghostwriter, Moneylender en PJ Harvey’s “Down by the water” waren een subtiele, toegankelijke flirt met Notwist en Radiohead.

Saul Williams op z’n beurt schudde ons meteen wakker. De woeste Maxi Jazz was geschminkt als een Indiaan. Ook z’n muzikanten moesten niet onderdoen om die militante, loeiharde, bedwelmende beats, elektronicagefreak, hiphop drum’n’bass en dubstep, onder de fel verbeten raps van Williams, elan te geven, waaronder we “Sunday Bloody Sunday” van U2 herkenden. Harde en retestrakke set. Overdonderend vlijmscherp geratel. Op oorlogspad, nota bene! Tussen enkele nummers las Williams declamerende voordrachten van z’n dichtbundels. De man waande zich zelfs in Brussel, wat schaterlachend werd onthaald.

Het nomadencollectief Tinariwen uit Mali, van de minderheidsgroep Touareg uit de zuidelijke regionen van de Saharawoestijn, brak vorig jaar definitief door met hun derde cd ‘Aman Iman’. De typische Arabische klederdracht met amuletten droegen bij tot hun muzikaal concept. Het repeterend bluesy gitaargetokkel en de bezwerende djembé geraakten net niet een tandje hoger. Hun frisse, aanstekelijke en opzwepende ritme en de gepassioneerde danspassen en golvende armbewegingen van de dames bleven grotendeels uit, wat ervoor zorgde dat hun exotische woestijn worldpop minder pittig en broeierig klonk. Deze keer geen dansende mensen, maar eerder een genietend publiek.

Pinback is een graag geziene band op het festival. Net vier jaar terug trad de uit San Diego afkomstige band, rond Armistead Smith en Rob Crow, ook al op. Behouden blijft het sfeervol, dromerig materiaal doordrenkt van melancholie: subtiel gitaargetokkel, een wrakkig klinkend orgeltje, een diepe bas, een droge percussie en een goed op elkaar afgestemde en afwisselende zang. Hun instant klassiekers “Penelope”, “Boo”, “Tripoli” en “Loro” zaten mooi verborgen in de boeiende set, die tav vroeger de klemtoon op de rock bracht, snedig en krachtiger. En als toemaatje kregen we een stevig “AFK”.

Het zeskoppig Britse gezelschap The Cinematic Orchestra was ideale achtergrondmuziek voor op een terras met een frisse pint bier in de hand, genietend van hun avontuurlijk, filmische lounge, triphop en free jazz. Een atmosferisch warm klanktapijt en een breed muzikaal landschap waarbij af en toe een vrouwelijke soulzang te horen was. Een ingetogen, zweverige geluid, dat iets te vroeg op de avond was geprogrammeerd. Zwoele zomeravondmuziek …!

Dinosaur Jr is nu al een tweetal jaar bezig in de originele bezetting van J.Mascis, Murph en Lou Barlow. Ze brachten nog een nieuwe plaat uit ‘Beyond’. Deze grungepioniers zetten als vanouds de versterkers open en drukten de pedaaleffecten in om te genieten van een stevig brok gitaargeweld: de meesterlijke soli van J Mascis, het martelend basspel van Barlow en de strakke, opzwepende drums van Murph. Een overwaaiende geluidsbrij van fuzz, noise, en aardige soli.
Hun roemrijke verleden kwam ruimschoots aan bod: gekende songs als “Out there”, “Feel the pain” en “The wagon” combineerden ze met jaren ’80 oudjes “Severed lips”, “Raisans”, “Little fury things” en “Freakscene”, overspoeld van talrijke gitaar’wahwah’golven. Het nieuwe materiaal “Been there all the time”, “Back to your heart” en “Pick me up” waren iets minder spannend en bedreven. Ze gooiden er zelfs nog The Cure’s “Just like heaven” bovenop. Een messcherp optreden!
Deze veertigers blijven zich jong voelen in hun gitaargeweld. Na Pukkelpop 2007 opnieuw overtuigend op Cactus.

Nog zo iemand die nog maar weinig wilde haren kwijt is, is Arno. We hoorden een vertrouwde set van frisse en ingetogen funkende rock (met een knipoog naar z’n vroegere TC Matic), meezingnummers en een ‘godverdoemme’ tussendoortje. Hij blijft z’n publiek even dankvaar als vroeger, maar laat z’n welwillend commentaar meer achterwege. Minder van zeg tussendoor dus.
Maar de bezieling blijft, want energie en ‘jus’ hebben hij en z’n band nog ten over. Arno beschikt over een nieuwe gitarist die Jeffrey Burton goed heeft weten te vervangen. Net als Dinosaur Jr was er sprake van een afwisselende set van het recente ‘Jus de box’, een paar klassiekers en TC Matic stuff .Tijdloze rock met een funky sausje: van een stevige “Enleve ta langue”, “From Hero to Zero”, “Que passa” en “l’Union fait la farce”, naar een poppy “Mourir à plusieurs”, “Ratata” en “’Bathroom singer” (opgezweept door cymbalen!), die moeiteloos overgingen naar de intieme “Lonesome Zorro” en “Des yeux de ma mère” tot de classics “Oh la la”, Putain putain” en “Les filles du bord de la mer”.

Melodieuze poprock, intens broeierig en soms met een stevig randje, hoorden we van het sympathieke Starsailor, onder songschrijver/gitarist James Walsh. Ze staken meteen van wal met tweede emotievolle oudjes “Poor misguided fool” en “Alcoholic”. “Tell me it’s not over” en “Boy in waiting” (hulde aan Johnny Cash) leidden de nog te verschijnen nieuwe plaat in .Vóór de rockende apotheose van “Four to the floor” (met een vleugje Winehouse!), “Tie up my hands” en “Good souls” speelden ze warme, fijne songs als “Fever”, “Keep us together” en “Love is here”, waarbij Walsh z’n goed humeur naar boven haalde. Een stomende “Silence is easy” besloot op elegante, sobere wijze een rockend Cactus.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2008: vrijdag 11 juli 2008

Geschreven door

Het festival te Brugge was aan z’n 27ste editie toe. Het blijft steevast één van de gezelligste festivals in één van de mooiste parken. Eén podium, diverse stijlen van muziek, heerlijke spijzen, animatie, sfeer, gemoedelijkheid en … kindvriendelijk.
’Hear, See, Feel the world’ luidt hun credo, met de versmelting van verschillende culturen en muziek, wat de variëteit onderstreepte.
De organisatie kon rekenen op ongeveer 20000 bezoekers het ganse weekend. Goed weer, goede muziek, een paar blijvers en beklijvers maar … ook een paar ontgoochelingen!

dag 1: vrijdag 11 juli 2008

Sharon Jones & The Dap Kings gaven de aftrap, waarbij de begeleidingsband zich beduidend makkelijker voelde bij Jones, dan bij de grillige persoonlijkheid van Amy Winehouse. Een doorleefde sound van funk, soul, en een overtuigende aftrap.

Het Amerikaanse collectief The Brooklyn Funk Essentials deden al in het voorjaar eens een korte clubtournee. Een enig concert in de MaZ. Ze zetten een zomerse avondzon in te Brugge, met hun aanstekelijke, groovy dansbare mix van funk, jazz, soul, hiphop en reggae, die kleur kreeg door blazers, toetsen, raps en een(soul) zang. De songs jamden ze aan elkaar en ze stoeiden met evergreens en 70’s/‘80’s klassiekers als Sly Stone’s “I want to take you higher” in hun smeltkroes aan stijlen. Stomend concertje voor de eerste rijen, een aangename sound voor wie rond kuierde in het park.

Na een succesvolle theatertournee besloten Gabriel Rios, Jef Neve en Kobe Proesmans, hun intrigerende kruisbestuiving van modern klassiek, pop en jazz, gedragen door de warme stem van Rios, op enkele festivals uit te proberen. Maar deze vernuftige combinatie heeft het openlucht moeilijker te boeien naar een breed publiek.
De elegante sfeervolle en avontuurlijk aanpak en het intense samenspel van Neve’s beheerste pianospel, de droge drums van Proesmans en Rios’ gitaargetokkel, om eigen songs, covers  (waaronder “Voodoo Chile”) en Rios’ materiaal o.a. “Stay” en “I’ m gonna die tonight, in een ander arrangement te stoppen, hadden niet dezelfde uitstraling en impact als in de clubs. Net iets te hoog gegrepen?

De organisatie had al jaren de ogen gericht op de The world’s greatest party band The B 52’s. De band rond Fred Schneider en z’n vrouwelijke vocalistes Pierson/Wilson, bracht na 15 jaar een nieuwe plaat uit, ‘Funplex’, die nog altijd een zeker party gevoel uitstraalt, doch niet meer over dezelfde begeestering beschikt van hun jaren ’90 groovende rock.
Ze hadden er een korte nacht opzitten en live was dit aan te zien want de passie en het vuur stonden maar op een laag pitje. De nieuwe songs “Ultraviolet”, “Hot corner”, “Love in the year 3000” en de titelsong deden de aandacht verslappen. Het waren “Juliet of the spirits” en de oudjes “Planet Claire”, “Roam”, “Private Idaho”, “Love shack” en “Rock lobster” die net op de tijd de verveling tegengingen binnen het rommelige concept. We misten een partysfeertje, de krijsende ‘doowaddydees’ en de juiste versnelling funk, wave en rock, die het kwintet terecht hadden groots hadden gemaakt. Geen “Channel Z” en “Good stuff” als meestampers! The B 52’s zijn veel van hun prikkelende energie kwijt en sloten eerder mak, troosteloos, gelaten en routineus de eerste avond van het festival af.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Gent Jazz festival 2008: Pat Metheny: muzikaal geniaal

Geschreven door

Stefano Dit Battista had de eer de tweede festivaldag te openen. Wat een concert!  Hij speelde het klaar om als opener een  staande ovatie af te dwingen in een halfvolle tent, dit in tegenstelling tot het saaie en freewheelende Trio Grande, die met alle respect voor de muzikale genialiteit van de individuele muzikanten, nooit echt kon bekoren. Het zal wel mijn ding niet zijn…

Wat dient nog gezegd te worden over het fenomeen Metheny? Met welke superlatieven kan men nog uit de hoek komen, zonder steeds weer in herhaling te vallen?
Mijn zoveelste ervaring met deze meester-gitarist, was wellicht de meest overrompelende. De afwezigheid van zijn ‘group’, zette de gitarist en zijn twee muzikanten dusdanig in de spotlights, dat zijn virtuositeit nog meer uit de verf kwam.
Soms vraagt een mens zich af hoe hij het in godsnaam klaarspeelt om zo de sterren uit de hemel  te spelen? Een nachtelijke nakaarting met vrienden muzikanten leverde ons het antwoord: oefenen, oefenen en nog eens oefenen, maar het meest nog in het bezit zijn van een goddelijk natuurtalent. Vooral met dit laatste is Pat Metheny gezegend.
Een half uurtje intro, waarbij Metheny solo op scene stond. Zo werd dit aangekondigd, en meteen wist je wat Metheny uit zijn mouw ging schudden. De akoestische gitaar werd uitgehaald, ouder en nieuwer materiaal werd afgewisseld. Op het einde maakte hij wat tijd om zij speciale sitar-gitaar boven te halen. Een geweldig  - zelf ontworpen – instrument, waarop Metheny zijn uitmuntendheid tentoon kan spreiden. De mens speelt foutloos, en slaagt erin de overvolle tent op de Bijloke muisstil te krijgen.
Samen met Christian McBride op akoestische bas, en Antonio Sanchez  - vaste drummer uit zijn groep – werd een anderhalf uur durende vinnige show ten berde gebracht. Metheny toverde hemelse klanktapijten uit zijn Ibanez, en wat later op zijn bekende Roland gitaar-synthesizer. Voornamelijk recent werk uit zijn ‘Day trip’ was te horen.
Steeds opnieuw maakt Metheny  ruimte om de composities tot zijn recht te laten komen. Ook voor McBride en Sanchez maakt hij vaak ruimte om hun muzikaliteit te laten horen.

Een goeie passage van Metheny - door collega’s perslui afgeschilderd als een moeilijk en nors man, maar wie dit kan, mag dan al eens iets op zijn neus zetten me dunkt – die de tweede avond van het Gent Jazz festival in grote muzikaliteit afsluit.

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info op http://www.gentjazz.com
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Gent Jazz Festival 2008: Herbie Hancock: Herbie rides again

Geschreven door

De doortocht van meneer Herbie Hancock op Gent Jazz is niet stilletjes aan ons voorbijgegaan. Dat is het minste wat men kan zeggen van dit memorabel concert.
De eerste concertdag van Gent Jazz beloofde veel goeds. Het was echter wachten op Lionel Leouke voor het eerste vuurwerk van de dag. Zijn (te) korte set (een half uur) – en het opwarmertje voor Herbie, want Leouke maakt tevens deel uit van Herbie’s band – was om duimen en vingers bij af te likken. Een gitaarvirtuoos van Afrikaanse afkomst, met dito vocale mogelijkheden en een techniek van jewelste. Zijn adieu aan Afrika en opleiding aan het befaamde Berkeley, heeft alles nog wat verfijnd en heeft ertoe geleid tot wat hij nu is: een fenomeen! Hier horen we nog meer van…

Voorgangers Pascal Mohy – niet onverdienstelijk, getalenteerd pianist, maar opener dus lauw publiek en dito belangstelling, en Django d’or van 2007 Pierre van Dormael met extra gitarist Herve Samb, konden wel bekoren. Het laatste was me wat te lang en op den duur slaapverwekkend. Tijd om de innerlijke mens te spijzen in afwachting van zijne godheid.

Herbie Hancock: Hij maakte de afgelopen jaren twee nieuwe platen, ‘The River’ en ‘Possibillities’. Samen levert dit een concerttournee onder de noemer ‘The River of possibillities’. Maar wat een band! Vinnie Colaiuta op drums, Dave Holland op bas (ja, zelfs op een elektrische), Chris Potter op saxofoon en zoals eerder vermeld Lionel Leouke op gitaar. Herbie himself op piano en synth, en ten gepaste tijde bijgestaan door twee formidabele zangeressen, Amey Keys en Sonya Mitchell.
Er kwamen nogal wat tributes to Joni Mitchell aan te pas, waarbij laatstgenoemden bij momenten hunner keelgaten konden openzetten; Maar op sublieme wijze, bijgestaan door een goed geoliede band; Tuurlijk, Herbie speelt al jaren met Holland en Colaiuta.
Opener “Actual Hero” sloeg in als een bom. Een welkom geschenk na de vele slaapverwekkende voorprogramma’s. Als er al bomen stonden op de site van de Bijloke, wil ik morgen wel eens het resultaat zien van de restanten na zo’n opening. Colaiuta sloeg erop los alsof hij net animal uit de Muppets had gezien, en Herbie raasde als een bezetene over zijn piano. Fantastisch, gevolgd door enkele tributes en wat standards van Herbie himself. “When love comes to town” was hierop een vervolg en een moment de gloire voor onze twee superbe vocals. De tent stond op zijn kop.
Herbie legt na ieder nummer het concert stil. Een wat vervelende gewoonte als je het mij vraagt. Geef die man een micro in de hand, en hij is niet meer te stoppen. Nu, veel had hij niet te vertellen, met uitzondering dan van de titel van het volgende nummer en hoe fantastisch zijn muzikanten wel waren. Een uitloper van jewelste die uitmondt in “Cantaloop Island” was voor mij een hoogtepunt.

Een eerste jazzdag in Gent werd in schoonheid afgesloten met een geslaagd concert. En ja, bijna vergeten: Dré Pallemaerts kreeg de Django d’or voor gevestigde waarde van het jaar 2008. Een verdiende prijs voor een uitmuntend Vlaams muzikant-drummer.
! Tip aan de organisatie: laat de raaskallende en storende Duvel-drinkende VIPS in hun biotoop. Geef ze desnoods alles wat ze maar willen, maar laat ze niet aan de zijkant van de concerttent de resten van hun Duvels uitzuipen. En nee, “Cantaloop Island” is geen cover van US3, zoals een groepje onverlaten achter mijn rug beweerden. Herbie owns the song, you bastards!

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info op http://www.gentjazz.com
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L.Knaepen

Pagina 141 van 146