logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
avatar_ab_07
Festivalreviews

Rock Werchter 2007: vrijdag 29 juni

Geschreven door
The Van Jets (Main Stage) De winnaar van HRR 2004, onder de broers Verschaeve, lieten een puike indruk na op dit vroege uur in de miezerige regen. Hun retrogitaarrock’n’roll werd smaakvol onthaald. Het viertal, af en toe aangevuld met een toetsenist, speelde een uitgekiende, afwisselende set: de stevige rockers “You”, “Ricochet” en “Electric soldiers”, het sfeervolle “Johnny Winter”, David Bowie’s “Fashion” in een avontuurlijk kleedje en tenslotte twee songs gericht aan hun helden Iggy en Rare Earth nl. Run’n hide” en “Boulevard”. Het was duidelijk dat de ‘70’s diep ingebakken waren bij het jonge bandje.

Jason Mraz (Pyramid Marquee)
was een singer/songwriter die deed denken aan de performances van Xavier Rudd en Jack Savoretti, die op sobere wijze het publiek boeiden door akoestische gitaar en emotievolle vocals. De zanger, met hoed en zonnebril op, geplukt uit de freefolk, pleitte voor ‘Peace & Love’ en bracht een combinatie van pop, folk en hiphop onder z’n zangrap. Fijne ontdekking.

Enter Shikari (Main Stage)
uit Londen zorgde meteen voor wat opwinding met hun niet alledaagse mengeling van metal, grindcore, emocore en house, drum’n bass en trance. ‘Take to the skies’ is hun pas verschenen debuut. De bandleden speelden, dansten en hotsten heen en weer op het podium. Ook al waren niet alle nummers even geslaagd, de performance was een dankbare zonnestraal!

Het uitgebreide Britse collectief Oi Va Voi (Pyramid Marquee) staat garant voor een muzikale smeltkroes van stijlen: het is een zomers exotische cocktail van pop, wereldmuziek en Balkan; naast de afwisselende vrouw- man zang intrigeerde het instrumentarium van viool, melodica en klarinet. Het resultaat was een groovy dansbare set, een gemiste kans voor de organisatie van Folkdranouter.

Kings of Leon (Main Stage)
Het Amerikaans muzikaal familiebedrijfje Followill heeft een nieuwe cd uit ‘Because of the times’, die tav hun vroegere southern/americana rock’n’roll directer en strakker klinkt. 
In het begin voelde het viertal onwennig aan op het podium en waren ze erg geconcentreerd en cool. De bezieling leek wat uit, maar vanaf “The bucket” ging het allemaal losser aan toe. De hees doorleefde, emotievolle zang van gitarist Caleb gaf kleur. “On call” werd sterk onthaald en met “Slow night, so long” en “Trani” bereikten ze een hoogtepunt. Eddie Vedder werd er toen bijgehaald en gaf de song pit door z’n backing vocals en slagen op de tamboerijn.  Een venijnig einde van een goede set. 

Kaiser Chiefs (Main Stage)
is zo één van die festivalbands die van elk optreden een feest maken, door het publiek te betrekken bij hun frisse, opzwepende gitaarpoprock. Zanger Ricky Wilson was de volksmenner van dienst. Meteen zat de swing er in met “Everyday I love you less & less”, “Everything is average nowadays” en “Ruby”. Meezingers en stampers van formaat! Aanstekelijk klonken de subtiele songs “Heat dies down” en “Modern way”. “The angry mob” en “I predict a riot” trokken het tempo opnieuw omhoog. Het uitgesponnen “Oh My God” werd luidkeels meegezongen. De voetbalminnende Kaiser Chiefs behaalden op de wei te Werchter een duidelijke overwinning! 

Het publiek werd getrakteerd op twee hippe bands na elkaar op de Main Stage deze namiddag. Bloc Party was nu aan de beurt. Tijdens de clubtournee in het voorjaar lieten ze te Lille een vermoeide indruk na, maar herstelden de dag nadien in de AB te Brussel. 
Bloc Party klonk fris, aanstekelijk en ontspannen. Zanger/gitarist Kele Okereke was onder de indruk van de belangstelling, lachte z’n witte tanden bloot en gaf een stroomstoot aan de nummers. Een stevig begin met  “Song for Clay”, “Positive tension”, “Hunting for witches” en “Banquet”. Ze namen vaart terug op “I still remember”. “This Modern love”, “The Prayer” en “So here we are” hadden een prachtige opbouw en met ‘oudjes’ “Like eating glass”, “She’s hearing voices” en “Helicopter” besloten ze op schitterende wijze. Het ging allemaal vanzelf deze maal, een geoliede machine! Bloc Party nestelde zich in de voorste rijen van de postpunk. 

We konden nog een paar songs  meepikken van Lily Allen  (Pyramid Marquee). Haar set deed denken aan Leela James vorig jaar: pop, soul, reggae en hiphop waren de muzikale ingrediënten, die een zomerzon bezorgden. De rebelse jonge dame had er duidelijk zin in. Luidkeels zong het publiek “Smile” mee en ze trakteerde ons op enkele geslaagde covers als “Oh My God” (Kaiser Chiefs) en “Heart Of Glass” (Blondie). De halve liters bier en Jägermeister tijdens de set waren haar van harte gegund!

Queens of the Stone Age (Main Stage)
“This is Queen of the God Damned Stone Age” kondigde zanger/gitarist Josh Homme de band aan … en verdomd ze speelden een verbluffende set. Een paar jaar terug dompelden ze songs onder in oeverloze gitaarnoise en fuzz. Deze maal was het strakker en gedoseerd in een sober lichtdecor van witte lampen: een ontketende drummer, een snedig gitaarspel, een diepe bas en een sterke zang zorgden voor een stevig portie gitaargrungerock van het viertal. Homme gaf alvast Amy Winehouse mee op te letten van de combinatie alcohol en pillen. Ze putten afwisselend uit hun rijkelijk gevulde oeuvre: “Little sister”, “Feel good hit of the summer”, “Sick sick sick”, “No one knows” en “Go with the flow”. Tijd om op adem te komen was er niet, want het krachtige tempo hielden ze genadeloos een uur vol.  

Arctic Monkeys (Main Stage)
Vier jonge Britse gasten brengen in een recordtempo twee cd’s uit (‘Whatever people say I am, that’s what I am not’ en ‘Favourite worst nightmare’), zijn de succesvolste band in Engeland momenteel en fel begeerd voor jonge meisjesharten. Hun rauw rammelende melodieuze postpunk klinkt energiek, fris en aanstekelijk. 
Ze jaagden er een pak songs door;  een handvol songs intrigeerden, want het klonk een beetje té veel van hetzelfde. Het contact met hun publiek bleef grotendeels uit. Zanger/gitarist Alex Turner maakt van z’n wegrollende ogen en schichtige blik z’n handelsmerk. “View from the afternoon”, “Brainstorm”, “Dancing shoes”, “Fluorescent adolescent”, “I bet that you look good on the dancefloor”, “Leave before the lights come” en “When the sun comes down” onderscheidden zich.

Pearl Jam (Main Stage)
Vorig jaar in het Sportpaleis te Antwerpen konden we voor het eerst Pearl Jam op Belgische bodem aan het werk zien en wat deed het deugd om hun onversneden gitaar(grunge)rock’n’roll op overtuigende wijze te horen. Geen pretentie, geen sterallures, gewoon rechtdoor.  De groep speelde een gevarieerde set en verbleekten generatiegenoten en huidige postpunkbands! Eén van de topconcerten van 2006!
Te Werchter konden ze nu ook voor de eerste maal optreden; derde maal scheepsrecht! De groep koos voor een stevige aanpak, wat een indrukwekkend resultaat opleverde: “Last exit”, “Animal”, “Brain of J”, “World Wide Suicide” en “Once” om de set aan te vatten. De band stond als een Crazy Horse dicht bij elkaar opgesteld en gaven enkele volleerde soli om U tegen te zeggen. Een glansrol was weggelegd voor Vedder en gitarist Mc Cready.  “Dissident” was het eerste sfeervolle nummer. Maar dan gaven ze opnieuw gas op songs als “Evolution” en “Corduroy”. De Irak oorlog zit Vedder enorm omhoog: Werchter was het afsluitend Europees concert, wat betekende dat ze bij de thuiskomst zullen werken om de ‘garbage in het Witte Huis‘op te kuisen! “Jeremy” sloot aan op z’n woorden en was het eerbetoon voor elk jong strijder in de oorlog!  
Ze behielden een hoogstaand strak tempo: “Why go”, “Even flow” en “Life wasted”, onder die emotievolle stem van Vedder.  De band gaf nog een uitgebreide bis: “No War”, akoestisch toongezet door Vedder en naar een apotheose ging het met “Better man”, “Alive” en The Who’s “Babe O’Riley”, met hulp van Josh Homme, waarbij ze de song eindigden in gecontroleerde noise.
Wat een afgewerkt concert van een superband! Thanx Pearl Jam.

Organisatie: Rock Werchter (Live Nation)

Rock Werchter 2007: donderdag 28 juni

Geschreven door
Rock Werchter had opnieuw een schitterende affiche klaar. Grotendeels gespaard door de weergoden was het vierdaagse festival muzikaal hoogstaand. De headliners Beastie Boys, Muse, Queens Of The Stone Age, Pearl Jam, Keane, The Chemical Brothers, Metallica en Faithless bevestigden (wat vorig jaar anders was).

De nieuwe generatie Britse en Amerikaanse bands en het handvol Belgische bands (glansrol voor Goose) overtuigden.
Een tevreden publiek, een tevreden reporter..moet er nog meer muziek zijn?

Billy Talent (Main Stage )
mocht, naast Milow in de Marquee, het festival voor geopend verklaren.
Het Canadese gezelschap nestelt zich binnen de emorock en heeft met “Fallen leaves” al een fijn hitje op zak. Zanger Benjamin Kowalewicz deed vocaal denken aan Zack de la Rocha van RATM. Ze trokken alvast fel van leer met songs als “How it goes” en “Devil”. Ze wisten een pak jongeren te boeien met “Try honesty” en “Fallen leaves”. Een potig, dynamisch setje van een veel-in-dozijn-bands. Goede aanzet van het vierdaags festival.

Het Limburgse Zornik (Main Stage) op z’n beurt, heeft een nieuwe cd ‘Crosses’uit, en warmde zich al op in de Lotto Arena, een paar maand geleden. Vooraan het podium was het duidelijk dat Zornik jonge meisjesharten bekoorde. Koen Buyse trad op met 40° koorts, wat niet belette om er meteen in te vliegen met “Lost and Found”. De groep haalde z’n Afrekening hits uit de kast: “Believe in me”, “It’ so unreal” , “Scared of yourself” en “Black hope shot down”. De four-men-in-black beklemtoonden het recentste album. Live result: net zoals bij hun laatste doortocht moeten we besluiten dat de songs van Zornik op zo’n groots podium net onvoldoende beklijven!

Het jonge Britse Air Traffic (Pyramid Marquee) intrigeerde met hun fijne, subtiele gitaarpoprock die de ene maal snedig klonk, de andere maal ingetogen. Het publiek maakte kennis met hun melodieus opgebouwde emotievolle songs. Een overtuigende set, met een uitgelaten zanger op toetsen en piano. Air Traffic plaatste zich ergens tussen Bloc Party, Franz Ferdinand in de krachtige songs als de single “Just abuse me” en door het intense pianospel aan Keane en Coldplay. Tof bandje, die zich meteen onderscheidde. Het wordt uitkijken naar het te verschijnen debuut.

My Chemical Romance (Main Stage) maakt deel uit van een nieuwe lichting emoglampoprock als Fall Out Boy, Lostprophets en Panic! at the Disco. Ze hebben al een pak hits afgeleverd met hun recentste cd. Het vijftal uit New Jersey  profileerde zich als een stadion rock band, refererend aan Queen en Smashing Pumpkins. Ze speelden een afgelijnde set, maar het hoofdpodium was iets te hoog gegrepen om aanhoudend te boeien. De glans was er met songs als “Disappear”, “Welcome to the black parade”, “Helena”, “Famous last words” en het ingetogen “Cancer”.

Marilyn Manson (Main Stage)
de wereld van Marilyn Manson is er geen van engeltjes. De duivelse ‘Antichrist Superstar’ serveert een stevige portie donker dreigende industrial gothic metal. Sex, drugs, Caligula taferelen en Satanisme staan in mans muzikaal woordenboek. ‘Eat me, Drink me’ is de onlangs verschenen cd om onder de aandacht te brengen. Op het podium bleef de drive uit (aan de nieuwe songs schort er toch wat!) en was de act minder spectaculair dan verwacht: het bleef bij de zwarte klederdracht, kaarsen op het podium, een ‘lookalike’ vlijmscherp mes aan z’n microfoon, en veel schmink! Op de koop toe viel het geluid een paar maal uit. Het waren opnieuw de covers “Sweet dreams” en “Tainted love” en enkele onversneden oude songs als “The dope show” die de set boeiden. Het rookgordijn en de snippers op het eind konden de gig niet redden. Zette Brian Warner  z’n definitieve passen in het hellevuur?!

Beastie Boys (Pyramid Marquee)
Een afgeladen Marquee zag de drie dolle veertigers AdRock, MCA en Mike D op hun best. De voorbije tournee was geslaagd, doch rommelig, met een pak punkrocksongs. De drie MC’s (in maatpak), hun dj (Mixmaster Mike) en hun band (waaronder toetsenist Money Mark) stonden op scherp en serveerden een aanstekelijke, dynamische en opzwepende cocktail van rock, hiphop, soul, funk en ‘70’s psychedelica, onder een spervuur aan raps en scratches. 
Al van in het begin van de set maanden de drie MC’s het publiek aan om elkaar te helpen, want het ging er vooraan nogal heftig aan toe door de snel op elkaar volgende punkrocksongs “Time for living” en “Egg grid”. De lange afwezigheid van The Beasties zal daar wel voor iets tussen hebben gezeten! “Root down” zette de toon van hun twintigjarige carrière: van “Triple trouble”, “Sure shot”,  “Body movin’”, “Super disco breakin’” tot de oude oldschool “Brass monkey”, hun eerste single ooit! Deze nummers werden mooi afgewisseld met instrumentale funky soulpop van de nieuwe cd ‘The Mix Up’.
The Beastie Boys zetten de tent op z’n kop:  “So what’cha want”, “Remote control”, “3 MC’s & 1 DJ”, “No sleep till Brooklyn”, “Check it out” en “Intergalactic”. “Sabotage”,  aan het adres van de President of the United States, mocht totally weirdo de set besluiten. Wat een wervelwind in de Marquee!

Van de ene naar de andere wervelwind, want Muse  trad aan op de Main Stage, als afsluiter van dag 1. Het Britse drietal, onder Matthew Bellamy, live met vier, dwingt respect af  van wat ze op een kleine zeven jaar hebben verwezenlijkt: pittig verbeten en sfeervolle gitaarrock en bombast kunnen overbrengen in bruisende livesets.
Vorig jaar waren we onder de indruk van hun optredens op Werchter (toen was net ‘Black Holes & Revelations’ uit) en in zaal te Lille en te Antwerpen, hun indrukwekkende lightshow en het decor van een veelhoekige kap over de drums. Het goed op elkaar afgestemde viertal speelde een stevige set; af en toe  namen ze gas terug. “Knights of Cydonia”, “Hysteria” en “Map of the problematique” wisselden ze af met aanstekelijke songs als “Feeling good en “Sunburn”. We fronsten de wenkbrauwen van wat Bellamy uitvoerde op z’n gitaar; hij manipuleerde zelfs het geluid met een (resonantie)plaatje (cfr. Mark Bell bij de Björkset).
De groep zag, kwam en overwon: “Invincible”, “Starlight”, “Time is running out” en in de bis ‘Newborn”, “Plug in baby” en “Take a bow”. Ze gingen erin als zoetenkoek!
Wat een gemotiveerde, alles gevende band en een sterke respons allemaal niet oplevert.

Organisatie: Rock Werchter (Live Nation)

Schwung 2007: Classic Rock is still alive and kickin’!

Geschreven door
Het jaarlijkse Rock & Roots festival Schwung te Roeselare slaagde er terug in om enkele schitterende namen bij elkaar te sprokkelen. Dit West-Vlaamse rockfeestje was al aan zijn negende editie toe. Het begon allemaal in 1999. Toen had men reeds Uriah Heep & Golden Earring op de affiche staan. Doorheen de jaren profileerde dit festival zich als een volwaardig Classic Rock festival. Bands zoals Deep Purple, Status Quo, Thin Lizzy, Cheap Trick, Thunder, Europe, Scorpions en Alice Cooper stonden allen op de Schwung podium. Dit jaar was het vooral uitkijken naar REO Speedwagon. Want waarin zelfs het grote Arrow Rock festival niet slaagde, deden de Schwung organisatoren wel en ze haalden de Amerikaanse band REO Speedwagon naar België. Opmerkelijk want deze band was al meer dan 20 jaar niet meer in onze contreien live te zien. Het monsterlijke Lordi moest toch ook wat volk naar Roeselare brengen. Terwijl Megadeth niet bij elke Classic Rock fan werd onthaald als een gepaste afsluiter.

Toch kwam er weer heel wat volk (zo’n 7000 man) opdagen voor deze Schwung editie. Schwung is ook een erg relaxt festival. Hier geen heen en weer geloop naar de verscheidene podia, geen optredens die elkaar overlappen. Nee, Schwung eert de oude festival formule: één dag, één podium. Tussen de optredens van de negen bands zat er een korte pauze waarin je naar hartelust je opnieuw kon opladen of eventjes op adem kon komen in de frisse buitenlucht. Nieuw dit jaar waren twee videoprojectieschermen aan beide zijkanten van het podium. Organisatorisch had dit festival dus een zeer sterke basis.

Toen we aankwamen in Roeselare hadden al twee bands hun set afgewerkt. De Nederlandse Guns & Roses tribute band Gunz & Rozes en gitaarwonder Paul Gilbert hebben we jammer genoeg moeten missen.
We waren net op tijd voor het optreden van de Nederlandse symfo formatie Focus. Deze formatie die in 1969 werd opgericht door de organist/fluitist Thijs van Leer had ik nog nooit eerder live gezien. Vooral het schitterende melodieuze gitaarspel van Niels van der Steenhoven was adembenemend. De solospots die van Leer voor zijn rekening nam drongen bij mij iets minder door. “Hocus Pocus” mag dan wel hun grootste hit zijn, van het gejodel van van Leer ben ik echt geen groot liefhebber. Focus bracht een leuk uurtje instrumentale symfo rock.
Daarna was het de beurt aan de heavy rock van het Zwitserse Krokus. De band speelde een stevige set in de goede ‘Alive & Screamin’ traditie. Terug in de Krokus bezetting was gitarist Mandy Meyer die, na enkele jaren dienst als tweede gitarist bij Gotthard, ons verraste met erg stevig gitaarwerk. Toch was het vooral zanger Marc Strorace die met zijn strot à la Bon Scott het meest imponeerde. Vanwege zijn illuster stemgeluid waanden we ons AC/DC te horen. AC/DC, Saxon, Iron Maiden het zat allemaal erg dicht bij. “Rock City” Roeselare ging voor het eerst echt uit zijn dak.
Vervolgens was het de beurt aan de Nederlandse wereldklasse van Golden Earring. Deze band die actief is sinds 1961 is nog steeds niet uitgespeeld. Deze band stond al voor de derde keer op Schwung en had dan ook niet de minste moeite om het publiek te overtuigen. Hay, Kooymans & co brachten een energieke set, fris en jeugdig. De Golden Earring jukebox draaide op volle toeren en de fans genoten met volle teugen van: “When The Lady Smiles”, “Twilight Zone”, “Long Blond Animal” en een wel erg uitgesponnen versie van “Radar Love”. Deze rocklegenden bieden dus nog steeds waar voor hun geld. Al zal de band waarschijnlijk ook wel iets duurder geworden zijn in vergelijking met het Schwung openingsjaar 1999.
Van totaal ander fabrikaat waren de monsters van Lordi. Deze Finse melodische heavy rockband werd bij het grote publiek vooral bekend na hun Songfestival overwinning van 2006. Origineel zijn ze niet echt. Liefhebbers van de creaturen van GWAR verwijten Lordi een slap afkooksel te zijn en ook muzikaal heeft deze band weinig om het lijf. Alhoewel, de monsters treden op in loodzware kostuums en maskers en dat op zich mag toch wel verdienstelijk genoemd worden. Hun ware identiteit is dan ook hun best bewaarde geheim. Geen geheim dat ze muzikaal hun mosterd halen bij acts zoals Alice Cooper  (“Who’s Your Daddy”). Toch was er duidelijk een publiek voor de groteske, doch zeer vermakelijke show. Tussen de nummers door was er net iets te weinig schwung. Maar ja, de heren hadden het bijzonder druk om de verschillende moordtuigen en attributen bij elkaar te zoeken. Tonnen vuurwerk en een gigantische hoeveelheid papiersnippers zorgden voor een wervelende finale. “Hard Rock Hallelujah”, blij dat we dit overleefd hebben! Van UFO ben ik nooit een grote fan geweest. Alleen van het A.O.R. getinte album ‘Misdemeanor’ (een album dat door de meeste UFO fans als bijzonder zwak werd onthaald) uit 1985 was ik erg onder de indruk. Ook na enkele malen UFO live te hebben gezien, heeft deze band mij nog nooit echt kunnen charmeren. Deze Britse Classic rockformatie heeft ontelbare groepswissels gekend. De huidige bezetting is er een zonder Michael Shenker maar wel met gitarist Vinnie Moore. Phil Mogg en Pete Way vormen nog steeds de spil van deze band. Mogg was opmerkelijk goed bij stem en vooral er was geen ruzie op het podium. UFO bracht echter een onopvallende, vlakke set. Enkel tijdens de klassieker “Doctor Doctor” gingen de handen tot midden in de zaal de lucht in.
Rond 21.30 was het dan eindelijk de beurt aan REO Speedwagon. De band waar we gans de dag naar uit hadden gekeken. Deze Amerikaanse band uit Illinois is reeds bedrijvig sinds 1967 en toch waren ze slechts een handvol keer te zien in Europa. Ruim 25 jaar was het geleden dat ze nog in België te zien waren en net zoals bij Journey was dit voor de fans een droom die in vervulling ging. Muzikaal ligt Journey mij nog iets nauwer aan het hart maar toch had ik tijdens het REO Speedwagon optreden vaak diezelfde intense gevoelens. Vanaf opener “Don’t Let Him Go” tot afsluiter “Ridin’ The Storm Out” heb ik intens genoten van deze pure Amerikaanse classic rockshow. Zanger/gitarist Kevin Cronin was erg onder de indruk van zoveel enthousiasme en gaf dan ook het beste van zichzelf. De set bevatte de ene hit na de andere. Een enkele keer (met “Smilin’ In The End”) werd er gegrepen naar nieuw muziekmateriaal. De band heeft namelijk, na elf jaar!, met ‘Find Your Own Way Home’ een nieuw album uit. De REO klassiekers volgden elkaar in snel tempo op. Opvallend was dat enkele jongeren naast mij de meeste Speedwagon songs erg goed onder de knie hadden. De ballades “Keep On Loving You” en “Can’t Fight This Feeling” bereikten natuurlijk nog meer zielen en werden luidkeels meegezongen. Naast deze rustpunten liet REO Speedwagon echter horen een goed geoliede machine te zijn, die bovendien erg stevig kon rocken! Gitarist Dave Amato trok stevig van leer en ook bassist en blonde God Bruce Hall liet zich erg verdienstelijk opmerken. Deze laatste mocht ook de song “Back On The Road Again” voor zijn rekening nemen. REO Speedwagon voldeed aan alle verwachtingen. Met de belofte om heel vlug opnieuw naar Europa te komen toeren kwam er voor ons een einde aan deze schitterende Schwung editie.
Even bleven we nog kijken naar de trash metal van Dave Mustaine & co. Doch Megadeth is Metallica niet. Een objectief oordeel kan ik over het Megadeth optreden niet vellen. Dat laat ik liever over aan de echte Megadeth fans die toch nog talrijk hun band gadesloegen. Ook de safety mensen hadden plotseling heel wat meer werk met crowdsurfende Megadeth fans.

Dit Schwung festival eindigde voor mij met REO Speedwagon. Afsluiten in schoonheid noem je zoiets. Schwung 2007 was een zeer geslaagd festival. Op naar de tiende editie, waarbij ik hoop dat de organisatie opnieuw zal uitpakken met enkele verrassende namen!

Foto's: http://www.pixagogo.be/5993714199

Organisatie: Schwung, Roeselare

Pestpop 2007: zaterdag 21 april

Geschreven door
Dag twee verliep in een al even relaxte sfeer want veel meer volk was er niet komen opdagen. Ik vermoed dat het aantal toeschouwers net iets minder was dan tijdens de editie van 2006. Tijdens dag twee was er ook een tweede podium waar vooral lokale bands en enkele buitenlandse subtoppers hun ding mochten doen. Voor het B-podium hebben we ons nog goed geamuseerd met de rock'n'roll show van het Belgische Southern Voodoo. Deze Mötorhead klonen speelden een genietbaar optreden, inclusief minivuurwerk, erotische danseres (nu ja?elk zijn smaak hé!) en vuurspuwer. Even ervoor hadden op het hoofdpodium Zak Stevens en zijn band Circle II Circle nog een erg verdienstelijk optreden gegeven, met een bloemlezing uit de 3 Circle II Circle albums maar ook songs uit zijn periode bij Savatage. Hoogtepunt van het Circle II Circle optreden was toen Chris Caffery (die in de namiddag ook een sterk optreden had gegeven) het podium mee op mocht om af te sluiten met het ijzersterke ?Edge Of Thorns?.

Na Southern Voodoo was het, voor de tweede maal in evenveel dagen, tijd voor Jon Oliva's Pain. Ditmaal werd het een volledig elektrisch optreden van ongeveer 90 minuten. Anders dan de dag ervoor was Jon Oliva nu wel erg goed bij stem. Dat er toch wat meer fans waren opgekomen stemde hem duidelijk gunstig wat resulteerde in een wervelende show. Jon Oliva's Pain bracht het beste uit beide JOP albums en natuurlijk erg veel Savatage songs. Ook zijn band had er duidelijk zin in maar misschien had dit ook wel te maken met het feit dat dit het allerlaatste optreden van de tour was. Gitarist Matt Laporte (niet moeders mooiste) speelde zeer melodieus en vrij efficiënt. Hoogtepunten alom! Vooral de `Streets - medley' (bijna het ganse Savatage album `Streets - A Rock Opera' werd gespeeld) was fenomenaal. Jammer van de vele technische storingen tijdens dit optreden. Zo gebeurde het vaak dat de microfoon van Jon niet werd versterkt toen die van de ene naar de andere microfoon liep.

Ook erg storend was de soundcheck van Mortiis die zich aan het klaarmaken was tijdens de JOP set op het tweede podium. Dit was ook Jon niet ontgaan. Na een welgemeende fuck you kon de man de prachtsong ?Heal My Soul? dan toch nog verder afmaken. Een beetje meer respect was hier zeker op zijn plaats geweest. Meer dan ooit liet Jon ons ook herinneren aan het overlijden van zijn broer Chris en droeg hij meerdere songs op aan zijn broer en soulmate. De finale kwam er met de opener van `Maniacal Renderings': ?Through The Eyes Of The King?gevolgd door part 1: ?Hall Of The Moutain King? met opnieuw Chris Caffery op gitaar. Voor de P.A. man was dit duidelijk een brug te ver want die bakte er tijdens deze laatste song niets van en verklootte deze ultieme Savatage klassieker. Conclusie: een zeer sterk optreden van Jon Oliva's Pain (zoveel beter dan de dag ervoor) dat toch wat werd ontsierd door de vele technische foutjes.

Daarna zagen we nog een stuk van het angstaanjagende, explosieve optreden van het Noorse Mortiis. De mix van Black Metal en Industrial Rock sprak ons echter niet aan waardoor we, net zoals de meeste Savatage fans, vroegtijdig huiswaarts keerden en My Dying Bride aan ons lieten voorbij gaan.

Als we eerlijk zijn was Pestpop 2007 niet helemaal wat we er van verwacht hadden. Het klasse optreden van Jon Oliva's Pain heeft echter veel goed gemaakt maar voor de rest waren de bands redelijk zwak en voor ons melodieuze rockfans weinig interessant.

Misschien zou het toch doeltreffender zijn om het festival uit te bouwen in de richting van één specifiek genre waarbij op zijn minst één grote naam wordt geprogrammeerd.

In elk geval blijkt dat de organisatie ook na deze teleurstellende editie het hoofd boven water kan houden want het heeft al plannen voor een derde editie.

Die komt er volgend jaar op 19 april 2008. Het wordt een editie `back to basics', met één dag en één podium.

Organisatie: Pestpop

Sinner’s Day Festival 2010 - the kings of new wave & punk all together – uiterst geslaagd!

Geschreven door

Na een schitterende 1ste editie vorig jaar keken we reikhalzend uit wat Sinner’s Day editie II in petto zou hebben: … van 1 naar 2 zalen, … én van 8 naar 17 groepen …
Zou de sfeer hierdoor hetzelfde blijven ? En ja hoor, we waren nog maar net de zaal binnen en het zwarte, donkere gevoel zat ‘em direct juist: dé ‘Rewind’ naar de jaren 80 .
Nu was het afwachten of de hoofdrolspelers ook hun duit in het zakje zouden doen om deze Ethias Arena ‘Back to the eighties’ te transformeren. Meer dan 10000 liefhebbers waren mee getuige …

Opener waren Red Lorry Yellow Lorry. Strak en netjes speelden ze de set in bijna één vloeiende beweging aan het vroege publiek. Een leuke opener, maar geen uitschieter en blijvertje …
 
Vlug naar de Main Stage om de Belgische opener Poésie Noire aan het werk te zien. Jawadda, direct werden we omvergeblazen door pompende donkere beats, zowel met nieuwe songs (o.a. “The Air” – “We’ll Die Dancing”) als met de oudere tracks (o.m. “Song Of Innocence” – “Deja Vu”). Ook Jo Casters had er veel zin in. Een erg energieke set van de man & z’n bende, maar springen op (een gezegende) leeftijd en wat vetbandjes rijker is niet steeds wat het moet zijn …

Terug in de Club waren de jongens van Department S al volop op dreef. Ze speelden straffe songs op strakke, zuivere wijze. De oorspronkelijke zanger Vaughan Toulouse kon schitterend worden vervangen; hij stond er met een grote uitstraling en dito persoonlijkheid in grijszwart pak het beste van zichzelf te geven; maar het was pas op het ongelofelijke “Is Vic There” dat de Club echt los kwam. Het eerste hoogtepunt van de dag …

Op de mainstage was de Britse punkband The UK Subs dan bezig. Met de openers ”I Live In A Car” & “NY State Police” zat het er knal op; het pogoën op de eerste rijen was een feit. De frontman, op deze leeftijd een look-a-like van Ozzy Osborne, dramde de korte hevige punknummers, zoals “Emotional Blackmail” – “Left 4 Dead” – “Riot”, met veel enthousiasme door ons strot.

Na een ‘drank- & eetpauze’ waren we present voor Marky Ramone en zijn Blitzkrieg. Hier overheerste de ‘net-niet factor’, hitnummers waren gekend maar misten de echte ‘Ramones-touch en kracht.
… Dus snel naar de Club voor het Zwitserse The Young Gods. Ja, dit was Sinner’s Day op zijn best, donkere elektronische ritmes en lekker dansbaar. Vooral de songs “El Magnifico” – “Kissing The Sun” – “Everythere” waren echte knallers. Later zou blijken dat zij tot de highlights van deze editie mogen gerekend worden.


Na de ‘jonge goden’, de ‘jonge helden’: Arbeid Adelt!. Marcel Vanthilt ( rood pak, zwart hemd en hoed) en Luc Van Acker (met gele gitaar) openden vol vertrouwen met “Ik Sta Scherp” – “Jonge Helden”. Voor het eerst stond de zaal zo goed als vol, maar de echte schwung kwam er niet in. Ook niet toen Marcel onder “Stroom” kwam met een lange zwarte mantel, die omwikkeld was met kerstboomlichtjes. Het was pas bij de oerklassieker “De Dag Dat Het Zonlicht Niet Meer Scheen” dat iedereen uit de bol ging. Dit toch wel knappe optreden, na 20 jaar inactiviteit, werd afgesloten met Jah Wobble op bas tijdens “Death Disco”. Mooi …

Na de ‘jonge helden’ op naar de (synth) pop van Heaven 17. Qua setopstelling en présence een logische knipoog naar de Human League, maar tav van hen vorig jaar, waren zij nét iets minder beklijvend. Een poptrein aan leuke songs hoorden we als “Let Me Go” en het lang uitgesponnen “Temptation”. Tot slot was er dié ultieme new wave song van het eerste uur, “Being Boiled”, ook het eerste gemaakte nummer van de Human League … 

De overgang van Heaven 17 naar de vroegere zanger van Soft Cell, Marc Almond was ideaal. “Torch”, “Tears Run Rings” & “Bedsitter” zetten de toon in het begin van de set; knap werk tussen cabaret & popelektronica. Ook de nieuwe “Bread” & Circus” – “Joey Demento” waren overtuigend. Pas bij de classic “Tainted Love” ontplofte de zaal andermaal. Conclusie: een zeer variërende en geslaagde show van ‘bleeksheet’ Marc Almond.

Een aanfluiting die avond bleek de Nina Hagen Band. De ‘oldfashioned puppy’ kon nu werkelijk niks aan. Zowel letterlijk als figuurlijk niet te pruimen, kortom, “Unbeschreiblich ‘Kut’ Weiblich’ …

The Psychedelic Furs was helend op dat moment. Vorig jaar cancelden ze nog, maar vandaag waren ze de headliner in de Club. En met bravure hebben ze een schitterende, fors bezwerende set gespeeld; de specifiek rauw rollende stem van zanger Richard Butler en de indringende sax-lijnen maakten er een prachtig geheel van met nummers als “Pretty In Pink” – “Sister Europe” – “Heartbeat” – “The Ghost In You” – “Heaven” … Het hoogtepunt van Sinner’s Day 2010 … Een stomende gig … En ze kwamen nog terug met een niet op de playlist vermelde indrukwekkende song “India”; wat een energie! Een prachtige apotheose!

Echo & The Bunnymen was de afsluitende band op de Mainstage . Ian McCulloch was onbeweeglijk aan z’n micro gekluisterd en zong bij momenten onverstaanbaar, maar creëerde op die manier met de band wel een donkere melancholische sfeer. Ze zetten een eigen unieke, grootse sound neer van prachtige intense songs. In het repertoire werd duidelijk dat ze een resem hits hebben geschreven als “The Back Of Love” – “The Cutter” – “Killing Moon” – “Lips Like Sugar”.

En op de trippende chillout, lounge en de ambiente beats ’n’ pieces van The Orb, met een beeldverhaal van golvende spacey trips en zwevende dolfijnen onder een nachthemel voor ogen, trokken we huiswaarts, nagenietend van deze aanstekelijke editie …

We concluderen dat Sinner’s Day 2010 opnieuw een geslaagd concept was. Een uitstekende broeierige postpunk en wave sfeertje in een goed in elkaar gebokste formule. Een dikke proficiat dus aan de organisatie die de sfeer van de eerste editie evenaarden en dit jaar de praktische mankementen hadden weggewerkt …
Vooruit kijken kunnen we want met Wayne Hussey’s The Mission wordt SD 2011 getekend.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Sinner’s Day Festival (More-Entertainment)

Popallure 2007 : groots voorjaarsfestival

Geschreven door
Popallure was aan de derde editie toe. De voorbije malen waren succesvol, en in 2006 kon men rekenenen op ruim 1400 man met groepen als A Brand, Daan, Delavega, Gorki en Vive La Fête. Popallure trok voor het eerst naar de Brielpoort, en bereikte de kaap van 1500 man. De overstap werd positief ervaren. Popallure is uitgegroeid tot een groots voorjaarsfestival!

Opener van het festival was Aia Hewick, een poprockband die het concours van Popallure won.

Vervolgens stonden de Rock Rally winnaars van 2004 op het podium. The Van Jets stelden hun debuut `Electric Soldiers' voor, snedige rock'n'roll waarin The Datsuns en Iggy zijn verwerkt. Live klonken ze wat onwennig, maar wisten dit te overbruggen met hun inzet en bezielde overgave: ?I don't know why?, ?Ricochet?, ?What's going on?, ?Johnny Winter? en de titelsong boden in de vroege namiddag al een pak respons.

Bulls On Parade, vier gasten uit Vlaanderen, gaven een tribute to RATM. Ze speelden een toffe songkeuze van de drie cd's van Rage. Het draaide dus niet enkel rond hun memorabel debuut van '92. Het viertal onderscheidde zich met prachtige gitaarsoli, diepe bas, een opzwepende percussie en een zang aan Zack De La Rocha. Ze openden met het dynamische ?Bulls On Parade? gevolgd door ?Bullet in the head?; twee songs die al onmiddellijk werden meegezongen en aanzetten tot crowdsurfen. ?Guerrilla radio?, ?Fistfull of steel? en ?Freedom of speech? benaderden de RATM aanpak en met en het onnavolgbare ?Killing in the name of? was het koekenbak vooraan! Puike set!

Verrassing van de avond was Foxylane. Het Belgisch viertal bracht de sound van Soulwax nite Versions, Goose en LCD Soundsystem samen en brachten een uurtje dansplezier met een `hi tech/switch' sound van punkfunk en elektronisch vernuft. Hun weirdo trance neurotische repetitieve beats klonken avontuurlijk en hitsten het publiek op. ?Same shirt? en ?Shut up bitch?, de twee singles van de band, waren overdonderend. In de Brielpoort bewezen ze dat ze alle troeven in handen hadden om opgemerkt te worden.

Absynthe Minded, het vijftal onder zanger/componist Bert Ostyn, heeft al drie cd's uit en eindigden tweede toen The Van Jets de Rock Rally wonnen. De songs op de derde cd `There is nothing' zijn subtiel en verfijnd uitgewerkt. Het publiek kwam op adem na Foxylane en het was genieten van het broeierig songmateriaal als ?Plane song? , ?Ask me anything? en ?I'll be allright?. ?People of the pavement? klonk snedig, maar de band benadrukte de rustige, gemoedelijke aanpak met ?I like you when you're sad? en ?My heroics, part one?. Ze voorzagen ruimte voor enkele grillige songs, waarin een vleugje Balkan was verwerkt, als ?Singalong song?en ?A great height?. Naar het eind klonken ze meer uptempo en bouwden ze de set op met ?Let's be radical?, ?Stuck in reverse? en de titelsong. Absynthe Minded trakteerde ons nog op een bis; een afgewerkte set, wat werd geapprecieerd door het publiek.

Dog Eat Dog mocht de rockavond besluiten. Het vijftal uit New Jersey stonden medio de jaren '90 garant voor een crossover van hardcore en hiphop; ze braken meteen door met `All boro kings'. Na '99 werd het opvallend stil, maar midden vorig jaar hoorden we opnieuw van Dog Eat Dog in een hernieuwde bezetting; de klemtoon kwam op een toegankelijk groovy sound te liggen.

Ze deden alvast hun best om het publiek op te zwepen op ?Expect the unexpected?, ?Who's the king? en ?Rocky?, maar ze slaagden er niet het publiek aanhoudend te boeien, daarvoor vielen sommige nummers van de recente cd `Walk with me ` te zwak uit. Al rappend werden de songs aan elkaar gepraat.

`Ok, Dog Eat Dog loves us', die zegen namen we alvast mee na de afsluiter ?No fronts?.

DJ Dirk Stoops en Discobar Galaxie verzorgden de after-party tot in de vroege uurtjes.

Popallure onderstreepte een geslaagde, gevarieerde aanpak.

Organisatie: Popallure 2007

Pestpop 2007: vrijdag 20 april

Geschreven door
Net zoals vorig jaar zakten we ook deze keer weer af naar de Oktoberhallen van Wieze om de tweede editie van het Pestpop festival mee te maken. Dit jaar onderging de opvolger van Aalst Rockt een ingrijpende metamorfose. Want Pestpop editie 2007 werd een tweedaags festival met camping en met een extra B- podium. Al heel vroeg had de organisatie opnieuw Jon Oliva's Pain weten te strikken. Een goede zaak want tijdens de editie vorig jaar hadden we erg genoten van Jon Oliva's soloband. Toch werden we niet meteen laaiend enthousiast van de affiche toen er stilletjes aan meer en meer bands werden toegevoegd. Wel leek het erop een leuk post Savatage feestje te gaan worden want naast Jon Oliva's Pain stonden ook Circle II Circle (met ex-Savatage zanger Zachary Stevens) en Chris Caffery (ook al ex-Savatage) geprogrammeerd. Naast deze bands stonden ook nog (net zoals vorig jaar) het Belgische Sengir en het Finse Kotipelto op de affiche, naast nog een tiental andere bands uit de Black/Death Metal scène. Savage Circus haakte in laatste instantie af en werd vervangen door Tempesta. De Britse Doom/Death Metal band My Dying Bride mocht op zaterdag als headliner fungeren. Wijzelf hadden na de editie van 2006 om wat meer diversiteit gevraagd, wat ons nu werd aangeboden in de vorm van een overdosis Death & Black Metal. Maar goed, daar zou wel een publiek voor zijn?.dachten we.

Dag 1, vrijdag begon al om 18.00. Wel erg vroeg voor de hardwerkende mens. Doch de bands die toen reeds aantraden lagen te ver buiten ons interesseveld waardoor we pas richting Wieze reden om Sengir aan het werk te zien. Toen we aankwamen viel het meteen op hoe weinig volk er was opgedaagd. De immense Oktoberhal bleef zo goed als leeg voor de rest van de avond. We konden nog de helft van het optreden van Nostradameus meepikken. Een Zweedse metalband die ons overstelpte met alle mogelijke metalclichés en een bijzonder zwakke zanger. Het meest imponerende waren de dreigende duivelslenzen die de heren droegen. Daarna was het de beurt aan Sengir. Vorig jaar had deze Belgische band nog een goede beurt gemaakt maar wat ze nu lieten zien en horen was beneden alle peil. Het beloofde akoestische optreden werd van de baan geveegd. In de plaats kregen we een vrij kort, ongeïnspireerd elektrisch optreden. Zangeres Ellen zat er bovendien met de regelmaat van de klok ferm naast. Sengir was dit jaar heel erg zwak. Jon Oliva's Pain had de zware taak om de eerste dag toch nog te redden. Het werd een semi-akoestisch optreden dat vooral werd gekenmerkt door veel technische storingen en een niet zo'n zuivere stem van mister Oliva. De set bestond uit mooie akoestische uitvoeringen van Savatage klassiekers, Sava-rarities (een indrukwekkende ballad versie van ?Jesus Saves?) en enkele covers. Toch kon Jon Oliva's Pain niet verhinderen dat we in een sombere stemming de Oktoberhallen verlieten. De eerste dag was er één om vlug te vergeten.

Organisatie: Pestpop

Pagina 146 van 146