logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Hooverphonic
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 02 september 2010 02:00

July Flame

Binnen de vrouwelijke sing/songwriterpop schuiven we de jonge Laura Veirs niet opzij. De folkycountry lady met het onschuldige ronde kleine brilletje had in 2004 een bescheiden doorbraak met de plaat ‘Carbon Glacier’. Een goede zes jaar later brengt ze op even bescheiden wijze staaltjes sfeervol, sober semi-akoestische materiaal, die de pop, de folk en de americana traditie hoog in het vaandel houden. Regelmatig kunnen de songs breder zijn, wat kleur, elan en een groove geeft aan de ingehouden songs. Op die manier wordt haar akoestische gitaarspel en fluwelen stem ondersteund door viool, blazers, steelpedal, soundscapes en miminale drums; ook een prachtig koortje hoort erbij.
Kortom, op de nieuwe plaat horen we songs met een onderhuidse spanning, met de titelsong op kop …

donderdag 02 september 2010 02:00

Nerve Up

’Nerve Up’ is een fijne, overtuigende debuutplaat van de uit Manchester afkomstige Julie Campbell aka Lonelady. Tien stijlvolle, onderkoelde songs, die op puike wijze indie, electropop en postpunk vermengen, catchy, fris en onbevangen. Lonelady grossiert doorheen deze stijlen op een niet storende wijze.
De songs intrigeren door de rauwe melodieën, de hoekige riffs, de nerveuze ritmes, een rinkelende gitaarriedel en ‘80s wavesynths. Ze weet heel goed om te springen met haar invloeden en refereert vocaal aan Kristin Hersch’s Throwing Muses vs Tanya Donelly’s Belly.
Al meteen trekt ze de aandacht met “If not now” en “Intuition”, die de basis vormen van het materiaal; variaties horen we met de dreunende, repeterende ritmes horen van “Marble” en de titelsong. Terecht werd “Immaterial” als single gekozen door z’n toegankelijkheid. En tot slot daalt de gemoedsrust over de plaat met het afsluitende ingehouden “Fear no more”. Wat ervoor zorgt dat alles prima in balans is en een wondermooi debuut oplevert!

donderdag 02 september 2010 02:00

Head first

Na het beluisteren van de nieuwe cd van Alison Goldfrapp – Will Gregory moeten we besluiten dat haar electrokitschdiscopop nu voldoende is uitgemolken en/of er nog verder behoefte aan is. Eenvormigheid sluipt om de hoek, ‘Head first’ is een verderzetting van ‘Black cherry’ en ‘Supernature’. Maar hier ontbreken échte hits en ze zijn zo inwisselbaar, ondanks het feit dat de eerste vier songs “Rocket”, “Believer”, “Alive” en “Dreaming” wat blijven hangen. Inderdaad, Goldfrapp behoudt een dromerig, sensueel, licht swingende lijn en hitgevoeligheid met een huppelend, zalvend niets-aan-de-hand- sfeertje maar minder pakkend en beklijvend dan vroeger. We horen de invloedssfeer van Giorgi Moroder, Olivia Newton- John en Madonna natuurlijk, doch ze kan zich niet meer onderscheiden van de andere discopopdames Little Boots, La Roux, Ellie Goulding of een Lady Gaga.
Van de frisse afwisseling van de vorige plaat ‘Seventh tree’, die deels teruggreep naar haar hemels debuut ‘Felt mountain’ is bitter weinig te horen. Een fragiele popsong van weleer is er met het afsluitende “Voicething”. Allemaal best wel leuk, catchy en ontspannend, maar beetje flets en plat. Ze zal van een creatiever vaatje moeten tappen om nog te kunnen boeien …

vrijdag 13 augustus 2010 02:00

Beirut: onderhouden Balkanfeestje

Beirut, rond de talentvolle singer/songwriter Zach Condon uit Albuquerque, New Mexico, debuteerde in 2007 en bracht op een goed jaar tijd twee belangvolle cd’s uit ‘Gulag Orkestar’ en ‘The flying club cup’. Met een zevenkoppige band slaagt de charismatische Zach erin verschillende culturen samen te brengen van Balkan, zigeunerpop, wereldse ritmes en melodieën, indiefolk, americana en pop, gedragen door z’n melancholisch zweverige, dwarrelende stem, die nauw durft te leunen aan Jeff Buckley.
Vorig jaar verscheen dan de dubbele EP ‘March of the Zapotec’, die door de blazersectie de zigeunerBalkan richting hoempapa trapte en ‘Realpeople Holland’, die elektronica uitstapjes introduceerde. De plaat prikkelde minder en werd matig ontvangen. De heren werken aan nieuwe songs, voor een groot deel in Mexico opgenomen als inspirerende trigger; In het pittoreske Rivierenhof konden we er al iets van horen.
En Zach heeft alvast iets met Frankrijk, luister maar naar de talrijke verwijzingen aan Franse chansonniers (Charles Aznavour, Françoise Hardy en ons eigen Jacques Brel). Hij loofde alvast onze J. Brel, neuriede “Marieke”en hield met z’n band van ‘the Belgian beers’.

De band moet over een garde hondstrouwe fans beschikken, want het optreden was al vroeg uitverkocht en het bekendste materiaal is al ruim twee jaar oud en. De concerten van Beirut hebben een sympathieke, subtiele rommeligheid en chaos; ook vanavond leek het er niet beter op … het is altijd een oefenronde om alle instrumenten en melodieën op elkaar afgestemd te krijgen. Het onderhouden, beheerste spel klinkt heerlijk, ontspannend, dromerig, fris en uitgelaten. Beirut balanceerde tussen zwier, melancholie en ontroering. Het balorkest met z’n orkestleider had een breed assortiment aan blazers (trompetten, trombone, tuba, …), gitaren (akoestische gitaar, ukelele, mandoline en banjo), accordeon, piano, toetsen, (contra) bas en drums mee, riep beelden op van een tuinfeest en refereerde nauw aan Kaizers Orkestra, Goran Bregovic, de ‘Balkan Banquets’ van Orchestra Vetex en Les Negresses Vertes.
Binnen de noemer van hun Balkan pop trokken ze een wolkendek op in het zalvende “The concubine” en het meeslepende “Elephant gun”, gingen we prat op de aanstekelijke ritmes van “Nantes” en het ingetogen ”The shrew”, waarop zelfs een tapdansje van af kon.
Maar overwegend hoorden we doorsnee evenwichtige Balkanpop met sfeervolle en huppelende ritmes, waaronder  “Scenic world”, “Cherbourg”, “Sunday smile” en nieuwkomers “East Harlem” (gevoelige pianotune!) en de afsluitende “Untitled/closing song”. “Postcards from Italy” sierde door het trompetgeschal. En spaghetti western fragmenten waren niet vreemd op “The akara” en het instrumentale “Cocek”.
In de bis prikkelden en klonken de Sergio Leone tunes enthousiaster. Op een nummer als “Carousels” was de band duidelijk op dreef want ook “Mt. Wroclai” en “Gulag Orkestar” overtuigden sterk door de zwierige aanpak. Onder de indruk waren we tot slot van het broeierige “Penalty”, dat eerst solo werd ingezet op ukelele.

Op het Beirut-feestje ontbraken enkel de zigeuners van ‘la vie & la lumière’ nog om het blazergarnizoen en de hoempapa krachtig door te trekken, wat maakte dat het vanavond wat onderhouden bleef …

Ook de support, het uit Oxford afkomstige Stornoway, was hier op z’n plaats met hun onschuldige neo-romantische folkpop. Het dromerige, pakkende materiaal, gedragen door de heldere vocale pracht van zanger/tekstschrijver Brian Biggs en de meerstemmige backing vocals, waanden ons niet in het Rivierenhof, maar in een verlicht binnenhof van een goed versterkte burcht als in Bouillon: kaarsjes en lampjes zijn de sfeermakers. Tja, niet voor niks klinkt de Britfolk van Fairport Convention en Steeleye Span door, en voelen we de adem van  de fijne, subtiele, beeldschone pop van James en Belle & Sebastian. Stornoway plaveit zich een weg tussen The Decemberists, The Unthanks en Megafaun. En onderhuids is er de sfeervolle country inslag van Fleet Foxes en Mumford & Sons. Hun boeiende, hemelse, lieflijke luistertrip vormde het ideale aperitiefconcert en nodigde uit voor een avondje keuvelen en mijmeren aan het kampvuur. Op die manier waren ze een geslaagde opener, met songs als “The coldharbour road”, “Boats & trains”, “Here comes the blackout”, “Watching bars”, “I saw you blink” en een stevige “On the rocks”; En met “Zoring” speelden ze de meest belangvolle song van de plaat ‘Beachcomber’s windowmill’.

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

donderdag 12 augustus 2010 02:00

Rhinocirrhosis EP

Even aankloppen bij onze Brusselse vrienden? Inderdaad, naast Lucy! Lucy! is er ook de ‘explosive’ rock van Bikinians, een kwartet rond de broers Lontie. Intens broeierige rock die refereert aan de directe stijl van het oude Supergrass. Ze zijn toe aan hun tweede EP ‘Rhinocirrhosis’, waarop vier songs staan die in dezelfde lijn liggen en toch even onze aandacht trekken. Alvast een leuke ontdekking, die het verdient airplay te krijgen in Vlaanderen.

De afsluitende familiedag in Dranouter kon opnieuw rekenen op heel wat belangstelling. 27000 mensen konden genieten van een afwisselende, kleurrijke programmering van pop, soul, afro en folk, waarbij Solomon Burke feat. Joss Stone een set buiten categorie speelden …

Maar er viel al een volle Kayam tent te noteren tijdens het vieruutje van het festival, want Daan, één van de meest geboekte Belgische artiesten tijdens de festivalzomer, gaf een wervelende synthpop en rootsrock setje. Sinds de cd ‘Manhay’ verscheen, vernoemd naar het Waalse dorpje, waar hij frisse lucht opsnoof om inspiratie op te doen, is hij met z’n band onophoudelijk ‘on tour’ en kreeg hij terecht 4 awards mee van de MIA’s 2009. Een ‘new face’ en ‘sound’ presenteerde hij. De band was erg goed op elkaar ingespeeld en na kleppers “Exes”, “Crawling from the wreck” en “Icon” van de laatste cd, speelde de James Dean lookalike een reeks aanstekelijke, dansbare instant klassiekers, refererend aan de eighties als “The player”, “Addicted (to love)”, “Eternity”, “Victory”, “Sweet designer drugs” en het obligate “Housewife”; de gitaren, drums en synths klonken fors door en de leden hotsten heen en weer op het podium, wat aanstekelijk werkte op de dansspieren. De hitmachine Daan was op hol geslagen. De tent stond al vroeg in de namiddag op z’n kop … Moest er nog ‘Daan’ zijn?!

Van het intieme Isbells hebben we maar een glimp kunnen zien … én ze hebben er eigenlijk zelf voor gezorgd, want wat hebben we als bezoeker en fan gevloekt op het gezelschap! De overdreven, enerverende soundcheck van ‘iets hoger’, ‘iets lager’ liep ruim 20 minuten uit, waardoor we enkel de breekbare songs “BB Chevelle”, “Without a doubt” en “Reunite” konden horen. De doorbraaksingle “As long as it takes” zal wel iets verderop gezeten hebben. Het project van Gaëtan Vandewoude is een Belgisch unicum binnen de alt.country/americana, folk en sing/songwriting en brengt een ganse ‘wave’ op gang, waaronder we ook Amatorski kunnen rekenen. Naast een instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, mandoline, steelpedal, toetsen en spaarzame jambee-tics, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre van zachte, zalvende, meerstemmige en hemelse vocals, aangevuld met obligate ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’. Pareltjes van songs in een herfstig decor, dromerig en beklijvend allemaal, maar hun eigen stomme stoorzender soundcheck verbrodde het unieke sfeertje van de intimiteit … Isbells, aub, blijf je leest!

De perfecte sensuele tongkus kregen we van het Franse Nouvelle Vague die uitpakten met een keuze van bekend en minder bekend werk van ‘80’s (punk) pop en new wave classics. De coversongs hebben een zwoele, groovy ondertoon en krijgen leuke, frisse, knappe en creatieve impulsen. Het geheel klinkt bevreemdend, sensueel en romantisch, bepaald door de vocals van twee charmante zangeressen, die in navolging van de Cocorosie dames een prominente rol innemen. Met hun broeierige, fluisterende sexy stemmen en verleidelijke danspasjes kregen we een de ideale cocktailparty van ‘Was het nu ’70 of ’80’ - catalogus voorgeschoteld, waaronder “Master & servant”, “Ever fallen in love”, “The guns of Brixton”, “Dancing with myself”, “Making plans for Nigel”, “Blister in the sun” en “I just can’t get enough”. Waverocken konden we met de obscure single “Dance with me” (van Lords of the new church) en de afsluitende pakkende en opbouwende “Love will tear us apart” van Joy Division, waarbij iedereen meeklapte en het refrein meezong. Meer dan noemenswaard was de duivelse versie van Bauhaus “Bela Lugosi’s dead” en de Dead Kennedy’s klassieker “Too drunk to(o) fuck”, die veel aan de verbeelding overliet …

Minder vaart liep het bij Hope Sandoval & The Warm Inventions. De intimistische, broeierige, dreunende pop is een stijl apart. We weten onderhand wel dat Hope Sandoval niet de meest ‘happy’ muziek maakt. Na haar werk met de Mazzy Star en het gezinsleven, was ze sporadisch nog te horen als guestvocaliste; ze heeft met de nieuw geformeerde band twee platen uit, die in het verlengde liggen van haar vroegere band. Traag slepende melodieën, repeterende, dreunende tunes hebben een donkere ondertoon en bepalen samen met haar hemels dreigende stem de sfeer. Het sober ingehouden materiaal, spaarzaam begeleid, kreeg warmte door de haar bespeelde toetsen en xylo. Een beklemmend sfeertje, waarvan de dramatiek aan het hart van het publiek sloeg. Daarenboven is ze niet de meest praatlustige lady en was er de koele uitstraling en statische opstelling van de band, waardoor de finesse en subtiliteit van haar songmateriaal wat aan het publiek voorbij ging …

Een totaal ander sfeertje snoven we op bij het Congolese Staff Benda Bilili. Hun muziek zit binnen de afroworld van Congolese rumba, soukous, reggae en funk. We hadden nog niet alles gezien na Amadou & Mariam, Tinariwen en Toumani Diabéke, me dunkt, want de kern van de band, 4 polio-patiënten, zanger-gitaristen, die, alhoewel ze aan hun rolstoel gekluisterd zijn, in een funkende James Brown stijl letterlijk freewheelden op het podium, bijgestaan door een heuse ritmesectie. Intrigerende, opzwepende, dansbare nummers, ongelofelijk knap in elkaar gestoken door de afwisselende en door elkaar lopende stijlen. De vier heren ‘in a wheelchair’ zorgden voor een leuk feestje, dat niks anders dan respect afdwong van.

Peggy Sue uit Brighton … We zagen ze nog als support van Archie Bronson Outfit tijdens Les Nuits Bota 2010; ze spelen dramatiek met een rauw randje en hellen daarmee over naar de vrouwelijke songwriterpop van Feist, Cat Power en Joan as Policewoman, houden van de dromerige folkpop van Indigo Girls en Tegan & Sara en durven wel eens in de richting gaan van de ruwe bolsterrock van Sleater-Kinney en van de begindagen van PJ Harvey …. Zachte strelingen en ruwe partijen dus …

Maar niks op het ganse festivalweekend kon tippen aan de zalige muziek van Solomon Burke – Joss Stone, of beter gezegd Solomon Burke & The Soul Alive Orchestra with Joss Stone. De twee grootheden vonden elkaar en trekken voor een paar concerten op tournee. En wie erbij was keek en luisterde ernaar … Solomon Burke, een man van formaat, letterlijk en figuurlijk, preacher en ‘godfather of soul’, op zijn met goud bezette troon, werd geëscorteerd door enkele bevallige soulzangeressen en een heuse begeleidingsband, grossierde in z’n rijkelijk gevulde oeuvre, entertainde het publiek alsof hij de zondagsmis in de kerk van Dranouter aan het doen was, strooide met complimentjes en deelde roosjes uit, en … had nog een surprise achter de hand … de blanke soulzangeres Joss Stone … en dan voelde je doodgewoon de vonken spatten van een heerlijke, frisse, speelse en beheerste Motown combinatie van pop, (Memphis)soul, blues en gospel. Dit klikte zondermeer! Joss dartelde rond Burke, flirtte met het publiek en zorgde door haar charisma dat een romantische avondzon neerdaalde. De soulprinses kreeg van de Master himself ruimte om een paar eigen nummers te zingen als “Tell me what we’re gonna do now”, een “Don’t give up on me” - duet en een ‘jamming version’ van “Super duper love”. Bloemetjes en bijtjes waren er in overvloed op covers “Wonderful world”, “Rolling on a river” en “Everybody needs somebody to love”. Tot slot was er nog een medley rond “The saints go marching in”. Hier ontbrak enkel die The Wedding Chapel nog … Verbluffende gig!

Het kroonstuk van het festival moesten de folkrockpunkers van het eerste uur, The Pogues feat shane MacGowan zijn. The Pogues waren één van de bepalende bands, die de folk medio de jaren ’80 een vooraanstaande plaats gaven in de poprock. ‘Rum, Sodomy & The Lash’, ‘If I should fall from grace with God’ en ‘Hell’s ditch’ waren drie puike platen van het Londense collectief. Creatieve spil Shane kon met z’n doorleefde, grauwe, melancholische Engelse dialectvocals de songs elan geven. Maar door de overmatige ‘streams of whiskey’ en cocktails slaagde hij er met de jaren onvoldoende in nog een oerdegelijke set af te leveren en te beëindigen. Op die manier ontstonden mythes rond de ladderzatte figuur van … A. komt hij nog af en B. haalt hij de eindmeet in de set. Nu, hij slaagde vanavond in beiden, maar nuchter zullen we hem wel nooit op het podium zien.
Ze speelden een ‘Best of’, waar de klemtoon natuurlijk kwam op de zwierige en speelse folkpop, en waarbij Shane op en van het podium strompelde, als een Lanegan zich vastklampte aan z’n microstatief, af en toe nipte aan een glas (gin), wat brabbelde tot z’n publiek en zo goed mogelijk probeerde de nummers tekstvast te zingen. De toon werd gezet door ”Streams of whiskey”, “If I should fall from grace with God” en “Broad Majestic Shannon”. De banjo, accordeon en tin whistle gaven kleur. De band speelde strak, wat mogelijk maakte dat Shane niet uit z’n rol viel. Verder hoorden we alvast fijne versies van “Kitty”, “Sunnyside of the street”, “Thousands are sailing”, een rockende “Tuesday mornings” (vocaal door Spider Stacey (?)) en een aangrijpende “Rainy night in Soho”. Er zaten een paar mindere momenten in, die Shane ook meesleurden. “Dirty old town”, “Sickbed of Cuchulainn” en de feestelijke afsluiter “Fiesta!” waren goed geprogrammeerd om de zwakkere plekken op te vangen.
De succesvolle Dranoutereditie kon besloten worden door de drinkemansliederen van een matig tot goede de Pogues. Prosit! CU Next Year!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Het lijkt erop dat Dranouter een vierdaags festival is geworden , want op de vooravond was de grote Kayam tent al meteen gevuld om onze Belgische artiesten Absynthe Minded en Gorki aan het werk te zien. 15000 bezoekers noteerde de organisatie. In het festivaltafereel van Dranouter vergeten we de komiek/mentalist Gili (bekend van De Laatste Show) niet. Hij vervangt Friedl’ Lesage, die jaren aan een stuk de optredende groepen aan elkaar praatte. Kort, krachtig, nuchter en ludiek trok hij de aandacht en kondigde hij de artiesten aan, met een vleugje zelfrelativering. De aftrap van het Festival Dranouter is gegeven, die naast de naamsverandering een frisse popwind inslaat, met oog voor (familie) tradities en nieuwigheden (Low Impact Zone, Jesus Miracle Lab, Wedding Chapel, Radio Dranouter live, zweefmolens, theatervoorstellingen, enz …) ,die het festival warmer en aparter maken van de andere grote festivals.

Prédag 5 augustus 2010
James Walsch, spil van Starsailor, mocht na de Australisch sfeervolle indiepop van Expatriate definitief het festival voor geopend verklaren. Hij last een sabbatjaar in en is momenteel op solopad, waarbij hij een duik nam in de vier Starsailor platen, stilstond bij het onovertroffen debuut ‘Love is here’ en een tipje van de sluier liet horen van komend werk. Hij eigende zich een plaatsje toe naast Coldplay, Travis, Elbow, Keane, Air Traffic en het oude Muse. De songs werden bepaald door akoestische gitaar, waarbij de snaren krachtig tokkelden. Alsof Luka Bloom achter de Britse sing/songwriter stond. “Silence is easy” en “Alcoholic” vatten de set aan en werden sober, elegant en emotievol op toetsen gespeeld. Hij wisselde het af met ingetogen, ingehouden songs als “Poor misguided fools”, “Lullaby“ en “The good souls” die middenin en op het eind van het nummer het begeesterende gitaarspel van Walsch benadrukten en zelfs een elektrische swing kregen. “Tell me it’s not over” was directer en toonde de rockkant van Walsch. Het refrein van “4 to the floor” werd luidkeels meegezongen en een paar nieuwe songs hield hij uiterst intiem en innemend. Danig waren we onder de indruk van het duet “In that way”met de Vlaamse artiest van Andes, die het Nederlands perfect op de Engelse vocals van Walsch inpaste. Chique! Meteen het hoogte punt van de set …
Walsch bevestigde als rasecht muzikant en performer; moeiteloos palmde hij z’n publiek in; hij boeide solo enorm en de sober gehouden songs overtuigden!

Abstynthe Minded is ‘hot’ en vanavond was hier het meeste volk voor gekomen. De band rond Bert Ostyn heeft al vier platen uit en is nimmer zo populair als nu. Dik verdiend, want ze leverden één van de beste platen af vorig jaar; de warme, sfeervolle en speelse sound en de gevarieerde aanpak van gevoelige, frisse pop en rootsrock met jazzy-, blues-, swing en Balkan capriolen, gedragen door Ostyns emotievolle melancholische stem, slaan aan.
De band was in topvorm. Begrijpelijk want na de talrijke clubconcerten en hun programmaring op bijna elk festival zorgden voor een goed (af)getrainde, ge-oliede band die hun songs een stevig rockkleedje toestopte, zonder aan emotionaliteit, muzikale subtiliteit, veelzijdigheid en grilligheid in te boeten. Ze grossierden in hun oeuvre. Schitterend hoe de (huidige) singles als “Moodswing baby”, “Papillon”, “Envoi” en “Plane song”de stevige scheut verdroegen en sterk onthaald werden. Of hoe het bezwerende geluid, de Oost-Europese invloeden, de contrabas, viool- en toetsenpartijen en de verrassende wendingen intrigeerden van een “There is nothing”, “People of the pavement”, “Stuck in reverse”, “Dead on my feet” en “I am a fan”. Stevig rockten “Mercury”, Weekend in Bombay” en “Substitute” en op het eind konden we niet omheen de classic “My heroics, part one”. Duidelijk is dat ze nog meer zieltjes hebben gewonnen. Wie nu nog twijfelt omtrent de muzikale kwaliteit van de band …

Tot slot gaf Luc de Vos met Gorki in Dranouter het enige optreden van het jaar. Ook hij kan al terugblikken op een lange carrière en spreekt de kleine, de tiener, de rijpere jeugd en de ouderdomsdekens aan met z’n eenvoudige, mooie meeslepende, broeierige Vlaamstalige gitaarpoprock. Ook hij wist handig in te spelen op het nieuwe Dranouter concept en wou de folktraditie niet aan zich voorbij laten gaan .. .Samen met 2 volleerde accordeonisten, Wim en Didier, kreeg “Billy lag te slapen” en “Beste Bill” de juiste folky injectie, swing en emotie. Eén voor één kwamen de eigen bandleden op het podium om “Beste Bill” verder te zetten in de gekende Gorkipop vs hoempapa. Het gaf de song nogal wat identiteit! Ook middenin de set op “Hij leeft” en “Monstertje”, werkte deze formule aanstekelijk. Voor de rest hoorden we het broeierige, meeslepende materiaal zoals we van Gorki gewend zijn de laatste jaren met “Schaduw in de schemering”, “Joeri”, “Ik doe mee”, “Xtc” en “Stotteraars aller landen” onder de luchtige, vrolijke, melancholische tonen en Devos’stokpaardjes “Sexy bitches” en “Yeah baby”. Het laatste half uur kon de tent volledig uit z’n dak gaan met meezingers van het eerste uur “Anja”, “Lieve kleine piranha”, “Soms vraagt een mens zich af” en het leuke “Veronica komt naar je toe”. Een uitgesponnen, uit volle borst meegezongen, intieme “Mia” (na al die jaren nog steeds beklemmend door het pakkende pianospel) mocht de succesvolle, officiële eerste festivalavond besluiten. ‘Rock’n’roll rules’ volgens de regels en de kunst van Devos … Nog tem in het voorjaar van 2011 zien we hem op solopad …

Ondertussen konden we nog lekker uitwaaien op de de beats’n’pieces van de DJ’s Desperado en Buscemi die de Palace omtoverden in een danstent en de Biertent van de vroegere dagen deed herleven …

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Op dag 3 kwam de klemtoon op het rockluik. Vandaag geraakte het festival uitverkocht voor de eerste keer in z’n 36e editie. 30000 bezoekers … en daar zal het éénmalig optreden van dEUS wel voor iets tussen hebben gezeten.

De scharen waren al vlijmscherp toen Meuris het festival opende in de Kayam. Hij trok de voorbije maanden in het clubcircuit om geselecteerde songs van Noordkaap en Monza het nieuwe decennium in aangepaste, frisse, pittig versies te spelen, wat het album ‘Spectrum’ opleverde. Een ‘director’s cut’ heet dat volgens Meuris. En inderdaad, een goed op elkaar afgestemde band gaf het materiaal een stevige injectie, de toetsen klonken goed door en Meuris beleefde een nieuwe jeugd als zanger en performer. Broeierig en slepend krachtvoer speelden ze met “Panamarenko”, “Gigant”, “Druk in Leuven”, “Een heel klein beetje oorlog”, “Wat een fijne dag/het zou niet mogen zijn”en “Hoopvol”. Op “Satelliet Suzy” kon band als publiek even op adem komen. Tot slot werd Will Tura in de bloemetjes gezet met de versie van “Arme Joe” die een leuke synthtune kreeg op z’n Editors “Papillon”.

De sfeervolle, ingehouden rootsrock van Joan Wasser aka Joan as Policewoman klonk flets in de te hoog gegrepen Kayam tent. Begin volgend jaar verschijnt een nieuwe cd en daarvan kregen we enkele nummers van te horen waaronder het rustig voortkabbelende “Flash” en het heupwiegende “The magic”. Ook Public Enemy’s “She watch Channel Zero” dompelde ze onder in een laidbackversion. De songs worden bepaald door een semi –akoestische gitaar, piano/toetsen en een spaarzame drums, naast haar indringende, emotievolle stem. Maar haar innemende droompop beschikt ook over te weinig ‘jus’ na haar debuut om de aandacht van het publiek te houden. Het waren vooral de aanstekelijke en gevoelige oudjes van ‘Real life’ als “Eternal flame”, “Save me” en de titelsong van haar debuut die konden prikkelen. Het lijkt erop dat JAPW een stille dood tegemoet gaat, ondanks de enthousiaste ingesteldheid. Benieuwd dus wat die nieuwe plaat zal zijn in z’n totaliteit …

Blij dat we dan op zo’n moment Electric Celi konden zien, één van de komende bands binnen de traditionele scène in Ierland. De groep gaf het materiaal een uptempo swing door gitaar,toetsen, flutes en viool. Aangenaam, ontspannend, leuk en kleurrijk!

De Engelse sing/songwriter Tom McRae mag al tien jaar worstelen met droefgeestige songs, steeds weet hij te boeien, door de gevarieerde inbreng en de gigs al of niet met band. Op het recente ‘The alfabet of hurricane’ priemden de zonnestralen door. Eerder overtuigde hij al in het clubcircuit en ook vanavond kon hij veel meer dan JAPW het publiek houden. Hij ontpopte zich als een charismatische zanger, en ontlaadde de spanning door z’n weemoedige muziek enkele bezwerende en opzwepende stroomstoten te geven. Een sterke band ondersteunde hem. “Me and Stenton”, “End of the world news” stonden naast “I still loves you”, “A & B song” en de absolute kraker “Boy with the bubblegum”, die venijn in de staart had. Deprimerende songs die lieflijk, dromerig, aangrijpend als uitgelaten en dynamisch klonken. We kregen het allemaal. Zo zie je maar tot wat dit talent in staat was …

In afwachting dat Tindersticks kon postvatten, dwarrelde troubadour Harper Simon op de Mainstage rond. Vliegtuigproblemen gooide voor beiden roet in het eten: Tindersticks die een deel van hun materiaal miste in Zavemtem en Simon die er in de namiddag niet geraakte. Harper is nog niet zo bekend als z’n papa Paul, maar vuurde toch enkele bedwelmende akoestische gitaarliedjes op ons af. Een half uur lang konden we fijne songs horen van z’n pas verschenen debuut.

Tindersticks luidde hun reünie een paar jaar terug in met ‘The hungry saw’. ‘Falling down a mountain’ is de opvolger en Tindersticks klinkt nog als Tindersticks van in z’n eerste dagen – sfeervolle, romantische, melancholische (k)luisterpop, onder de typische ‘crooner’, raspende, zalvende stem van Stuart Stapels. De Tindersticks nummers blijven gedrenkt in smachtende soul en retro en krijgen diepgang en kleur door de toevoeging van piano, toetsen, blazers, xylo en strijkers.
Soms is de getormenteerde zielenpop wat zwaar om te dragen; we waren dus verheugd dat er zowel op plaat als live oog is voor een Cave-iaans krachtiger aanpak als op “Harmony around my table” en “Black smoke”. Spijtig genoeg hebben ze door de problemen de set moeten verkorten, waardoor de extravertie onvoldoende kon uitgespeeld worden. Een tweede kans is hen zeker gegund …

Een andere exclusiviteit op Dranouter was de programmering van dEUS. In de nieuwe optiek van het festival was het éénmalig concert dat dEUS dit jaar (buiten de ‘last instant’ in OLT Rivierenhof) alvast de kers op de taart voor de organisatie. In afwachting van de nieuwe cd die volgend jaar komt te verschijnen, zijn er een paar muzikale trainingen in Europa. Op Pukkelpop 2009 concerteerden ze nog voor 2 gigs en hoorden we al twee nieuwe nummers. Vandaag werd er 1tje toegevoegd “Second nature”, die middenin de set was en een doorsnee dEUS song was met een broeierig sfeervolle opbouw. Verder speelden ze net als Meuris een messcherpe set. Ontspannen, goedgeluimd maar uiterst beheerst en geconcentreerd ging het kwintet te werk. Sterk op elkaar ingespeeld kon elk wel z’n eigen ding doen, Janzoons op viool/xylo maar vooral op toetsen, die een meer prominente rol innamen en Mauro door z’n prikkelende gitaarwendingen en z’n raspende, schreeuwende backingvocals.
We stonden tegen elkaar gedrumd op openers “Little aritmetics die naar het einde explodeerde, een funky en dansbare “Fell of the floor, man” en een rockende “The architect”. Het gaspedaal werd met o.a. “Real sugar” en “Nothing really ends” niet steeds even fel ingedrukt. De sobere maar strakke lightshow zorgde voor bijkomende sfeerschepping. Na een snedige “Slow” en het meeslepende “Favourite game” konden we ons hartje ophalen op een uitmuntende heftige “Theme from Turnpike”. En ze hielden het tempo strak, na dit nummer met “Bad timing” en “Don’t get what you want”. Tot slot kon een uitgesponnen en afwisselende versie van “Roses” niet ontbreken om iedereen mee te krijgen. En ze hadden er zin in om de bedreven set nog meer elan te geven: een op Mauro’s lijf geschreven “Mortichair”, “Suds & soda” en een intieme “Serpentine” kon de pittige, sierlijke set definitief besluiten. Geen “Hotellounge”, maar dat hoefde ook niet meer na wat dEUS ons had voorgeschoteld. In dat jaartje toonden ze aan dat ze niet hebben stilgezeten in hun ‘Vantage Point studio’s’ …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

donderdag 29 juli 2010 02:00

Soldier of love

Het Britse model Sade Adu (Afrikaanse roots, Nigeria) bracht medio de jaren ‘80 drie pakkende, smachtende laidback r&b souljazzy platen uit, ‘Diamond Life’ – ‘Promise’ – ‘Stronger than pride’. Van haar debuut onthouden we alvast volgende spraakmakende singles “Smooth operator”, “Your love is king”, “Hang on to your love” en de gekende cover “Why can’t we live together” . Verder hadden we nog “Is it a crime” en “The sweetest taboo” uit de tweede cd en tot slot “Paradise” en de titelsong “(love is) Stronger than pride”. Het daaropvolgend materiaal had weinig meer om het lijf. Invloedrijk voor haar werk waren Ray Charles, Al Green, Stevie Wonder, Aretha Franklin, Nina Simone, Billie Holiday, Dianne Warwick, Diana Ross en Grace Jones. Samen met Everything but the girl en Swing Out Sister gaf ze die souljazz een poppier gezicht …
Na tien jaar stilte komt ze met een nieuwe cd af, ‘Soldier of love’ .Even leek het er op dat ze met de titelsong nieuwe wegen zou inslaan door de trippende beats en ritmes, maar aan haar muzikale formule van heerlijk (weg)dromende en ingetogen soulpop is weinig veranderd. De eerste songs boeien nog “The moon & the sky”, “Babyfather” en “Long hard road”, er is de toevoeging van strijkers, blazers en piano, maar dan zinkt ze weg en zijn de songs een herhalingstoets, mooi maar onopvallend door de weinige varianten. Kortom de songs klinken als Sade … en niks anders …

donderdag 29 juli 2010 02:00

The Fortunate Few

Het kwintet The Fortunate Few debuteert met gevarieerde sing/songwriterpop op hun EP. De vijf songs hebben een broeierige spanning, een zwoele groove en klinken innemend als bevreemdend mysterieus … Klankkleur door de puike arrangementen. De vocals van Jan-Pieter Delcour zijn nauw verwant aan Piet Goddaer van Ozark Henry en ook de bijdrages van zus Joke hebben hun meerwaarde.
Een afwisselende EP horen we van de band; ze trekken meteen de aandacht met de ritmes en de vibes van “Marillon” en “Sudden void”, zijn sfeervoller en gevoeliger op de subtiele “Saint-Peter’s Avenue” en “Scribble” en besluiten met een relaxte, luchtige en frisse versie van Bob Marley’s “High tide, low tide” die sing/songwriting en reggae kruist …
The Fortunate Few smaakt naar meer en kan een mooie toekomst tegemoet gaan. Duimen maar …

Info http://www.myspace.com/thefortunatefewspace 

Pagina 280 van 338