Air, onder het Franse duo Jean-Benoit Dunckel en Nicolas Godin, heeft met `Pocket Symphony' opnieuw een lekker dromerige, wegzwevende loungy plaat uit. Subtiele, stijlvolle, filmische keyboardpartijen, soundscapes en trancegerichte dansbeats zijn de rode draad; een betoverend sfeervol geluid?een `midnightsummer lovedream sound', zoals JJ Burnel van The Stranglers (niet toevallig een Fransman!) het ooit omschreef. Postcoïtale muziek!
Air brengt dus al vijf cd's lang (de soundtrack van `The Virgin Suicides' inbegrepen) trippoplounge, wat een elegante schoonheid is van het duo. Naast de instrumentals en de paar eigen gezongen nummers zijn er twee songs met gastzangers: ?One hell of a party? met Jarvis Cocker en ?Somewhere between waking & sleeping? met Neil Hannon van The Divine Comedy.
Op ?Napalm love? en ?Mer du Japon? klinkt het duo iets forser en groovy.
Godin ging zelfs in de leer bij een Japanse meester die hem de kunst van de koto (Japanse harp) en de shamisen (driesnarig instrument, lijkend op een banjo) heeft bijgebracht.
`Pocket Symphony' is een goede cd maar Air is Air en blijft Air, en verrast niet echt meer.