Zullen we u hier even verblijden met een kanjer van een plaatje, een regelrechte djoef op uw bakkes, een harde trap in uw onderste regionen, een hardcore mokerslag, een smerige pot razernij ? Dat doen we, met ‘The chemistry of common life’ van het geweldige Canadese Fucked Up. Of hoe een groepsnaam niet beter kan gekozen zijn. Dit venijnige album raast door een betonnen muur, is gloeiend heet en vernielt alles wat het op zijn weg tegenkomt.
Fucked Up komt uit de hardcore scene, Black Flag is een groot voorbeeld maar men heeft ook selectief de mosterd gehaald bij Sonic Youth en Husker Du.
De band onderscheidt zich van de hardcore wereld door dingen die in het genre normaal taboe zijn op een fantastische manier in hun sound te verwerken, zoals synthesizers, blazers en zelfs een fluit (in opener “Son of the father”). De songs zijn doorgaans ook een stuk langer en heel zeker creatiever dan de modale hardcore song en er schuilt een gezonde melodie onder de agressie. “Days of last” en “Crooked head” zijn allesverslindende fenomenale lappen punkrock die een beklemmende razernij in zich dragen. “Royal Swan” heeft iets van een op hol geslagen Alice Cooper en “No epiphany” is een rauwe brok modderige punk die flirt met een shoegazer sound. Instrumentals als “Looking for God” en “Golden Seal” zijn aangename rustpunten die voor de nodige variatie zorgen op dit stomend en brandend schijfje.
De plaat eindigt met het machtige titelnummer, een vernietigend statement van een keiharde band die een magistrale kopstoot heeft uitgedeeld en voorgoed zijn stempel heeft gedrukt op de kaart van de rauwe en gemene rock. Een dijk van een plaat.

Nederlands
Français 
