AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Epica - 18/01/2...

Katleen Scheir

Border Guards

Geschreven door

Als zangeres van het akoestische folkgezelschap The Golden Glows weet Katleen Scheir sinds 2005 haar stempel te drukken op het folkgebeuren in ons land en ver daarbuiten. De band bracht het in 2018 tot 'residence artist' in onze Ancienne Belgique in Brussel, en dat is toch heel wat. Met 'Border Guards' bracht Katleen Scheir haar debuut op de markt. In de traditie van Joni Mitchell, Alela Diane en Beth Gibbons gooit de jongedame haar grootste wapen in de strijd. Die bijzonder breekbare engelenstem die je ontroert of een glimlach op het gezicht tovert. Spelen met emoties is dan ook de rode draad op het debuut, en daarvoor is bewust gekozen. In de biografie lezen we namelijk: ''Border Guards bevat een selectie van 12 uiterst persoonlijke, emotionele maar vaak ook hoopvolle songs. Katleen Scheir vertelt in de songs haar persoonlijke verhaal: van opgroeien in een ontwricht gezin, volwassen worden met vallen en opstaan en het proces van een slepende ziekte waaraan haar moeder in 2016 overlijdt. "
Vanaf de eerste sprankelende parel “Back To My Isle” legt Katleen de lat enorm hoog om de aanhoorder een krop in de keel te bezorgen. Maar gelukkig bevatten de beste emotioneel mooie songs als “Border Guards”, “Here And Now” en “I Know Your Planet” voldoende zonneschijn om er niet voor te zorgen dat je daardoor depressief dreigt te worden. Eerder zijn die songs gedrenkt in een badje van melancholie tot weemoedigheid. Echter schuilt er telkens hoop achter de donkere wolken. Uit het leven van elke dag gegrepen dus. De jongedame laat zich bovendien omringen door klassemuzikanten die haar songs naar een Hemels hoog niveau tillen. We citeren: ''Katleen deed voor de opnames van ‘Border Guards’ in de Sputnik Studio beroep op haar vaste bandleden: Martine de Kok op piano en accordeon,  Lotte De Blieck op bas en Hans Dockx op drums.Daarnaast hoor je op het album bijdragen van trompettist Jon Birdsong (Black Flower, Beck, Jan Swerts), gitarist Geert Hellings (Guido Belcanto, Jim White), zangeres Nel Ponsaers (The Golden Glows, Stef Kamil Carlens), violist Toon Dockx (And They Spoke in Anthems), celliste Charlotte Vavourakis , trombonist Maarten Scheir (Ambrassband) en de Italiaanse Grammy-genomineerde mondharmonicavirtuoos Fabrizio Poggi (Garth Hudson, Robert Plant, The Blind Boys of Alabama). "
Op dit gevarieerde elan blijft de jongedame, geruggesteund door een sprankelende pianoklank of een viool-inbreng die je naar verre oorden doet zweven, dan ook doorgaan tot het bittere einde. Op songs als “The Green Road”, “Lullaby For Achilles”, “Gypsy” en “Narcissus” brengt Katleen melancholie en weemoedigheid samen tot een sprankelend en goudeerlijk geheel waarbij je dus een traan wegpinkt, maar een glimlach eveneens niet kunt onderdrukken.
'Border Guard' is een best persoonlijke plaat geworden waarbij Katleen Scheir haar ziel volledig bloot legt. De songs vertellen echter niet enkel haar, maar ook mijn en uw verhaal. En dat zorgt ervoor dat dit bijzonder aantrekkelijk fokdebuut een schijf is die aan je ribben zal kleven, van begin tot einde; die je enerzijds zal ontroeren, waarbij je een traan wegpinkt van verdriet en innerlijke gemoedsrust en anderzijds dus ook een glimlach op de lippen zal toveren bij het eerste zonlicht van de dag, want die schijnt na elke donkere wolk, weet je wel. Door middel van haar bijzonder uiteenlopend stembereik hypnotiseert Katleen je letterlijk, en laat ze je met een goed gevoel vanbinnen achter, waarbij tranen van verdriet, maar eveneens van intensieve vreugde tot het oneindige met elkaar worden verbonden.

Tracklist: Back to My Isle (3:50)  Border Guards (2:29) Here And Now (5:13) I Know Your Planet (3:48) Bump On My Road (3:33) The Green Road (4:44) Lullaby For Achilles (3:39) Gypsy (4:45) Narcissus (2:09) Out Of The Comfort Zone (3:33)  That's Where She Belongs (3:32) The Sun (2:45)

Althea

The Art Of Trees

Geschreven door

De Italiaanse progressieve metalband Althea ontstond feitelijk al in 1998. Waarom dat aan ons is voorbij gegaan, is tot op heden nog steeds een raadsel. Echter na enige demo's en bezettingsperikelen bleef het redelijk stil rond de band. Pas in 2014 brengt Althea een volwaardige EP uit: 'Eleven'. Gevolgd door een knappe progressieve metal schijf 'Memories Have No Name'. De band ontving hiervoor zeer goede recensies.
Sinds begin januari ligt er nieuw werk in de winkel: 'The Art of Trees'. Een knappe schijf boordevol melancholie en intensiviteit, die doet denken aan een wandeling in de bossen en het daarbij bewonderen van de bomen rondom u. Inderdaad, de kunst van de boom uit de doeken gedaan.
De toon wordt al gezet bij “For Now”. Een heel warme song die wordt opgebouwd naar een zekere climax, zonder echt door de geluidsmuur te gaan. Eerder valt het serene karakter van de songs ons nog het meest op. Daarbij is de warme stem van zanger Allissio Accardo een enorme meerwaarde binnen het geheel. Bij elke songs speelt de man dan ook heel bewust met de emoties van de aanhoorder, en doet hij een zekere gemoedsrust over jou neerdalen. Zonder je in slaap te wiegen, maar eerder door de aanhoorder onder te dompelen in badjes van weemoedigheid raakt Althea telkens een gevoelige snaar.
Zowel vocaal als instrumentaal blijkt Althea bovendien een zekere zin voor improviseren naar voor te brengen en zelfs lichtjes te experimenteren. Het wordt de aanhoorder echter ook niet al te moeilijk gemaakt. De songs moeten namelijk gemakkelijk in het gehoor liggen, maar intensief genoeg zijn om je niet in slaap te wiegen of al te melig te gaan klinken. Een opzet waarin Althea met brio slaagt. De gehele plaat ademt dan ook iets hartverwarmend uit, vergelijkbaar met wat je voelt na die fijne boswandeling. Alsof je al de problemen in het dagelijkse leven even kunt vergeten, door je te storten in walmen van diepe intensiviteit zonder al te grote woorden te gebruiken. Maar eerder door de eenvoud vergelijkbaar met een wandeling in dat bos, en het aanschouwen van de schoonheid van de natuur rondom u.
Althea brengt een bijzonder aantrekkelijke progressieve rockplaat uit, die je enkele luisterbeurten moet gunnen. Want na elke beurt ontdek je weer bijzonderheden die je voorheen niet had opgemerkt.
'The Art of Trees' is een melancholische ontdekkingsreis in het bos van het leven, die je dan ook na elke luisterbeurt opnieuw zal verwonderen en diep raken. Dankzij de bijzonder intensieve manier waarop de songs je hart raken, op een heel bijzondere plaats en op een zeer eenvoudige maar al even intensieve wijze.

Tracklist: For Now; Deformed To Frame; One More Time; Today; Evelyn; Not Me; The Shade; The Art Of Trees; Away From Me; Burnout.

BØM

Blue Beard (Or How He Lost His Cock) -single-

Geschreven door

BØM’s eerste single (“Harlot”) verdiende op deze site reeds een dikke pluim. Op hun tweede single, “Blue Beard (Or How He Lost His Cock)”, gaan ze nog een paar stappen verder. Het is opnieuw een komen en gaan van potige blues, progrock en stoner, maar deze keer nemen ze daar ruim negen minuten voor. Dat toont dat ze alvast genoeg ambitie hebben (en compleet niet mikken op airplay).
Ze voegen ook nog iets toe aan het recept van “Harlot”. Ergens rond de zes minuten ver in deze track komt de breed uitwaaierende hardrock van Led Zeppelin even langs, die wordt afgelost door – opnieuw – Jimi Hendrix en Josh Homme.
We zijn streng. De ambitie om de volle negen minuten te kunnen boeien, wordt niet ingelost. Vooral aan de nochtans zorgvuldig (en mooi volgens de regels van de progrock) opgebouwde intro hadden die van BØM nog wel een minuut en iets meer kunnen afpitsen zonder aan de kracht en geest van het nummer te raken.
Ook in de productie scoren ze minder dan op “Harlot”, omdat het drumgeluid hier net iets minder zorg en liefde kreeg. Maar dat zijn schoonheidsfoutjes waar we een jonge band niet willen op afrekenen. Onthoud dus toch vooral dat deze “Blue Beard” nog altijd meer dan zeven minuten luistergenot biedt voor alle fans van stoner en prog.

De Delvers

De Delvers

Geschreven door

Aroma Di Amore is verleden tijd. Maar zie De Delvers probeert de leegte die ze achter gelaten hebben in te vullen. Dit vijftal grossiert in een blend van wave en postpunk met Nederlandstalige teksten. Op hun debuut in eigen beheer staan tien tracks die gemiddeld twee minuten lang zijn. En dat is prima, want nergens krijgen we eindeloze herhalingen. Het is net als de muziek en de teksten basic, to-the-point. Geen flauwekul of lange solo’s. En toch zit alles erin wat er moet in zitten.
Daar waar de Engelstalige teksten in veel bands gewoon een klankbord zijn, vinden we hier teksten die persoonlijk maar ook veelzeggend zijn. Ik ben heel blij dat ze hun teksten in het coverboekje hebben gezet. Niet dat ze niet verstaanbaar zijn, want ze zijn in het Algemeen Nederlands gezongen. Geen woord staat er teveel, juist voldoende om je er je eigen betekenis aan te geven. De muziek is, zoals we eerder zeiden, direct en soms best catchy. “Onrust” is bijvoorbeeld een heel sterke song waarin je de onrust ook in het nummer kan voelen. Op “1000 Vragen” doet Laura Haemels (toetsen) de lead vocals. Dat levert dan een andere soort vibe op. Ze doet het niet perfect (er kan nog wel wat geschaafd worden aan haar zangstem), maar wel met de juiste inzet. Heel in de verte hoor je dat ze nu en dan de mosterd halen waar onder andere A Slice Of Life (die nieuwkomer van vorig jaar) ook uit put.
Soms punkrocken ze ook ferm zoals op “Wij Worden Wakker”. Hier doen ze mij een beetje aan de Nederlandse band De Dood denken. Op “Ik Volg De Wind” krijgen we dan weer darkwave van de bovenste plank.
De Delvers bewijzen dat het Nederlands ook best mooi en spannend is om in te zingen. Dit samen met de gebruikte invloeden vullen ze het gat dat bands zoals Noordkaap, Aroma Di Amore en zelfs Arbeid Adelt (alhoewel die nog actief zijn) achterlieten. En we zijn blij met een band zoals De Delvers. Ik miste dat ongecompliceerde en directe dat ze in huis hebben. Een heel fijn debuut! Nu es checken waar ik die in de buurt aan het werk kan zien.

Esplanades

Rebirth Of Bravery

Geschreven door

Esplanades is een Frans duo (uit het naburige Lille) dat probeert flamboyante en energieke pop te maken. Op hun eerste EP, die zeven tracks bevat, slagen ze bijzonder goed in hun opzet. Het doet mij wat aan Mika denken qua energie en rijkdom. In elke song zitten vrij veel ideeën verwerkt. De samenzang en afwisseling van de stemmen werkt goed. Elke song gaat wel meerdere kanten uit. Veelzijdigheid is het woord dat ik erop plak. Het vergroot tevens het luisterplezier. Daarnaast klinken een aantal refreintjes ook wel vrij catchy. Ik denk dan aan hun single “Funny Talking Animals”, “Everywhere Is Safe” of “Kiruna”. Maar dit zonder te hervallen in de gekende clichés. Ze weten dus wel hoe een song te maken en de productie klinkt ook piekfijn. Alain Douches ( o.a. bekend van zijn werk voor Midlake, Mastodon, Sufjan Stevens, …) deed hier de mastering. Ze lieten dus niets aan het toeval over en dat loonde. Afsluiter “Heart-Sized Parade” begint als een popsong en eindigt met een gitaarsolo in de stijl van Muse. Dat is Esplanades, er altijd nog een weerhaakje of een twist aan toevoegen.
Wie op zoek is naar goede pop met diepgang zit hier goed. ‘Rebirth of Bravery’ is een kleine storm in een glas water. Maar wel eentje die mij doet verblijden. Indiepop die ergens te situeren valt tussen Mika, Robbie Williams, Queen en MGMT.

Innerwoud

Haven

Geschreven door

Breng twee bijzondere en tot de verbeelding sprekende artiesten in hun genre samen en er ontstaat een magie die we niet anders kunnen omschrijven als onaards. Innerwoud (ofwel Pieter-Jan Van Assche) is een imposant contrabasspeler, die geluiden uit dat instrument tovert waarvan we tot op heden het bestaan nog niet kenden.
Voor zijn nieuwste project 'Haven' werkte hij samen met sopraan Astrid Stockman. Deze artieste speelde theaterrollen als ‘Venus’ (Venus & Adonis, Blow), ‘Belinda’ (Dido &  Aeneas) en ‘Donna Elevira’ (Transparent - Laika). En dat is maar een kleine greep uit het aanbod.
Elke song op ‘Haven’ is opgebouwd rond die contrabas gecombineerd met het Hemels hoog stembereik van Astrid. Waardoor we prompt zijn aanbeland in een theaterzaal waar een sopraan haar publiek op het puntje van de stoel doet zitten. Eens de stem de hoogte ingaat, bezorgt Astrid je dan ook kippenvel en een krop in de keel en gaan de haren op onze armen prompt recht staan van innerlijk genot. Geruggesteund door die al even grensverleggende contrabasgeluiden, die je wegvoeren naar heel, heel verre oorden.  Het meest interessante aan dit meesterwerk echter is dat beide artiesten elkaar blindelings lijken te vinden, en bovendien hun hele gewicht in de weegschaal werpen om de aanhoorder een perfecte trip aan te bieden. De perfectie wordt dan ook over elk van de vier songs op deze schijf gewoon overschreden, zonder de spontaniteit uit het oog te verliezen.
'Haven' van Innerwoud & Astrid Stockman zorgt voor een intensieve, deugddoende donkere trip die je de adem afsnijdt. Beide artiesten zijn in ieder geval virtuozen wat stem en contrabas betreft. Eens die bijzondere stem van Astrid en uitzonderlijke contrabas inbreng van Innerwoud met elkaar in aanraking komen ontstaat echter iets magisch dat je zonder meer kunt bestempelen als onaards. Elke keer opnieuw, ook na meerdere luisterbeurten, drijven we dan ook weg naar die ongekende oorden ver verwijderd van de harde realiteit van het leven. Binnen een donkere omkadering, zonder pijn te doen maar eerder door een zwarte walm over je hart te doen neerdalen die je tot diepe innerlijke gemoedsrust brengt.

Tracklist: Elegy I 05:46; Elegy II 11:55; Elegy III 01:59; Elegy IV 11:01

Haven
Innerwoud en Astrid Stockman
Consouling Sounds

Dave Keuning

Prismism

Geschreven door

Dave Keuning is de leadgitarist en mede-oprichter van The Killers, met wie hij tot nu toe vijf albums heeft opgenomen. 'Prismism' is zijn debuutalbum als solo-artiest. Toen hij zich opgebrand voelde door het toeren met The Killers begon hij wat muzikale ideeën die hij door de jaren heen had verzameld aan elkaar te koppelen in zijn thuisstudio. De bedoeling was om één song te maken, maar het werd een verzameling van 14 tracks waarbij Keuning alle instrumenten zelf heeft ingespeeld, behalve enkele drumpartijen. Hij is op ‘Prismism’ verantwoordelijk voor alle akoestische en elektrische gitaren en veel keyboards. Hij toont een fascinatie voor elektronische muziek die hij niet helemaal kwijt kan bij The Killers.
Keunings fascinatie voor elektronische muziek kan je in grote lijnen terugvoeren naar de synthpop van de jaren ’80. Niet de vaak gitzwarte undergroundmuziek uit die periode, maar de verhalende, smoothe popmuziek die toen de nationale radio domineerde. Denk aan Scritti Politti, Japan, Godley & Creme, Thomas Dolby, Hall & Oats, Howard Jones, The Psychedelic Furs, Womack & Womack, …
In zijn teksten graaft Keuning iets dieper dan zijn Killers-kompaan Brandon Flowers, maar tegelijk heeft hij het moeilijker om een pakkend refrein te bedenken. Keuning heeft ook niet echt een aaibare stem die je de songs insleurt, maar eerder een zeurderige, dromerige klankkleur. Op titelsong “Prismism” gebruikt hij een stemvervormer, maar dat brengt evenmin zoden aan de dijk.
Keuning kan wel perfect een popsong voor stadions en arena’s in elkaar knutselen. Dat hij dat eerder al deed bij The Killers, blijkt o.m. op “Boat Accident”, “I Ruined You” en “Pretty Faithfull”. Die hebben een duidelijk herkenbare Killers-stempel, al zijn ze net iets minder bombastisch dan volbloed Killers-songs. Het zijn overigens de betere songs van dit album, want als hij de afslag neemt naar de radiovriendelijke retro-synthpop, blijkt dat de kwaliteit eerder middelmatig is.

Legion Of The Damned

Slaves of The Shadow Realm

Geschreven door

De Nederlandse band Legion Of The Damned draait al mee sedert 1990. Aanvankelijk was het onder de naam Occult waarmee ze vijf albums uitbrachten. Met hun laatste nieuw album zijn ze met Legion of the Damned aan hun zevende album toe en o mijn god wat scheuren ze als jonge honden op ‘Slaves of The Shadow Realm’. Het album is een plezier om naar te luisteren. Dit dankzij de heel fijne productie waardoor de bas heerlijk zingt en de gitaarstukken en de drums mooi hun plaats krijgen. Maar eveneens ook vanwege het goede materiaal en het enthousiasme dat je hoort. Luister maar eens naar de knaller “Charnel Confession” waar we meegezogen worden door de wervelwind van de ritmesectie en de heerlijke gitaarriffs. Toch wordt het melodieuze dat ze op de laatste platen hanteren niet vergeten. Het moet gezegd dat het ene het andere niet in de weg staat. Ook de zang van Maurice Swinkels is ditmaal van hoog niveau. Elke song heeft wel minstens iets dat het aantrekkelijk maakt. Op “Slaves Of The Southern Cross” krijgen we thrashmetal en een refrein dat live uit volle borst meegezongen kan worden. Op “Noctural Commando” staan mooie overgangen. “Black Banners In Flames” heeft dan weer een schitterend stuk ritmesectie waar de track loos op kan gaan en zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Alleen op de openingstrack krijg je het gevoel dat ze moeite hebben met het tempo, waardoor de song wat haastig overkomt. Maar de andere tracks maken dit kleine euvel meer dan goed.
We hebben vijf jaar op nieuw werk moeten wachten maar met een album als dit, was het wel het wachten waard. Een eerste hoogtepunt in het jonge metal jaar. Verplichte voer voor de liefhebbers van het genre.

Pagina 162 van 460