logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Stereolab

Stefaan Tubex

Ego

Geschreven door

Voor zijn tweede plaat koos Stefaan Tubex ervoor om in zijn moedertaal te zingen in plaats van in het Engels. En dat loont ergens wel, want zo klinken zijn nummers nog dichter bij de luisteraar. Ze zijn begrijpelijker en toegankelijker. De plaat werd geproduceerd door Robin Aerts (Het Zesde Metaal).
Wat krijgen we nu op ‘Ego’? Zeven folknummers die heel sfeervol klinken. Ze hebben bijna een poppy karakter. Het geheel klinkt heel warm en dat is deels te danken aan de warme elektrische gitaarklanken. Ook het feit dat ze bijna alles live opgenomen hebben in de thuisstudio van Nicolas Rombouts (ex-Dez Mona) geeft het album een bepaalde vibe. Daarnaast is er ook de samenzang met Sarah Budts (ex-Koala en backings bij Het Zesde Metaal), zoals in het refrein van “Barricaden”, die zorgt voor die warmte. Stefaan Tubex heeft, net als de manier waarop hij zingt, een heel karakteristieke stem. Dat zorgt voor een eigen geluid maar ik kan mij voorstellen dat het voor sommigen wat wennen is.
Zijn muziek zit goed in elkaar. Alles lijkt zo simpel maar is toch vrij gelaagd. Daarnaast werd er ook gebruik gemaakt van de mellotron en piano. De baspartijen werden door Nicolas Rombouts ingespeeld en de drums door Maarten Moesen. “Uitweg” is een aantrekkelijk uptempo liedje. Op “Samen Alleen” mag Sarah haar ding doen en tonen wat ze in haar mars heeft. Afsluiter “Weeral Ik” is een heel intiem klinkend nummer. Je hoort hem zijn gitaar vastpakken en beginnen zingen. Met bijna niets meer dan dat maakt hij een mooie uitgeleide voor zijn album.
‘Ego’ is een geslaagd album met een warme sound. Geschreven door Tubex en opgenomen door muzikanten die al elders hun sporen hebben verdiend. Hier en daar kan de zangstem van Tubex nog een beetje bijgeschaafd worden. Het feit dat hij overgeschakeld is van het Engels naar het Nederlands geeft nog een beetje meer eigenheid aan het album.

Uma Chine

Uma Chine

Geschreven door

Uma Chine is niet éénduidig te omschrijven. Van bij de eerste track, “A Cake Spell”,zit je constant op het verkeerde been. Het begint met een soundscape en een rafelige lick op een akoestische gitaar en daar worden steeds laagjes aan toegevoegd: ijl meerstemmig harmonisch gezang dat ergens tussen This Mortal Coil en Enya hangt, handgeklap, dan een drumroffel die vrij klassiek opbouwt en zich dan achteraan in de mix nestelt, enz. Daarmee is “A Cake Spell” een goed visitekaartje voor de rest van het album. De ingrediënten verschillen al eens, maar het recept blijft telkens om instrumenten, stemmen en ritmes heel uitbundig te combineren.
“Lonely Giant” doet iets verfrissend met elektro-jazz en (naar het einde toe) overstuurde gitaren. Het nummer doet mij als oude, grijze muziekreviewer wat denken aan Pas De Deux, maar misschien zoek ik het dan wat te ver terug in de tijd om aanknopingspunten te vinden voor deze bende jongelingen. Pas De Deux waren overigens hun tijd ver vooruit, in 1983, maar vandaag is dit minder exuberant. IJsland is eveneens een referentie die een paar keer spontaan opduikt op dit album als geheel. Denk aan The Sugarcubes, ADHD (de band dan), Aristidir en Sigur Ros. “Heights” heeft – waarschijnlijk onbewust – roots in de experimentele Belgische elektroscene van begin jaren ’80. Denk aan 2Belgen zonder de hits. “Heights” drijft op een onbehaaglijke sound die zo uit de coldwave geplukt is, maar dan met een modern ritme zoals bij SX of Oscar & The Wolf.
“A Tribe” heeft bij momenten een ritme dat je eerder verwacht in de sludgemetal dan in de synthjazz. Ook “Bagman” heeft stonerfragmenten met ruige gitaren en drums die je eerder aan The Girl Who Cried Wolf zou toeschrijven. Het leuke is dat elke track uit heel diverse etappes bestaat, waarbij het gaat van drones naar dromerige pop, van (de late) Radiohead naar Mauro Pawloski, van mysterieus naar eigenwijs, van Frank Zappa naar Air, en van elektronoise naar psychedelica. En toch hangt alles mooi organisch aan elkaar, zonder bruuske zijsprongen of overgangen. Het intrigeert van begin tot eind. Het zijn songs die je als luisteraar niet laten ontsnappen. Ook als je na zeventien luisterbeurten al goed weet wat er waar komt, blijven de songs van Uma Chine je hersenen kietelen.
Referenties geven is dan ook niet makkelijk, maar als je een paar namen herkent uit het rijtje Beach House, Uncle Wellington, Nova Flares, Feliz, Fortress, Aristidir, Future Old People Are Wizards en DaDaWaves, zal je dit vast ook weten te smaken.

Ben Sluijs Quartet

Particles

Geschreven door

We schrijven oktober 2016. Toen zakten we af naar W.E.R.F. labelnight in Concertgebouw in Brugge. We waren diep onder de indruk van de manier waarop een zekere Ben Sluijs zijn saxofoon bespeelde, alsof hij een onderdeel van dat instrument is geworden. Vanaf die avond waren we hevig fan van deze jazzvirtuoos. In februari zakte Ben Sluijs af naar de Lokerse JazzKlub en kwam daar zijn album 'Particles' onder de naam Ben Sluijs Quartet voorstellen. Dit leek ons een goede gelegenheid om die schijf, ook al is die al in 2018 op de markt gekomen, nog eens onder de loep te nemen. Met Bram De Looze (piano), Dré Pallemaerts (drum) en Lennart Heyndels (contrabas) weet Sluijs weer muzikanten rond zich te verzamelen die zijn intens mooie muziek tot een hemels hoog niveau doet opstijgen.
In alle bescheidenheid is Ben aan de weg blijven timmeren. In Ben Sluijs huist een uitzonderlijk getalenteerde muzikant die letterlijk zijn instrument tot leven brengt. Waardoor hij eerder thuishoort in de hoge regionen binnen het jazzgebeuren i.p.v. veilig verborgen voor de buitenwereld. Maar we vermoeden dat de man heel bewust voor deze weg heeft gekozen, en ook dat siert hem. Op de schijf is het dan ook die (alt)fluit en saxofoon die de toon aangeven van de plaat. Echter blijkt dus de inbreng van zijn medemuzikanten een enorme meerwaarde te zijn in het geheel. Getuige daarvan een sprankelend mooie “Air Castles” waar Bram zijn pianoklanken je een ware krop in de keel bezorgen, laat klinken als een warme gloed tegen koude winteravonden. Die lijn wordt eigenlijk doorheen de volledige schijf doorgetrokken.
In de Lokerse Jazzklub waren we danig onder de indruk van Dré zijn uitzonderlijke drumwerk. Dat hoor je ook op deze schijf terug. Luister maar naar songs als “Cell Mates” en “Mali” twee songs die worden gedragen door een uitzonderlijk gevarieerd drumwerk, van uiteenlopende kwaliteit, met zelfs een zekere zin tot experimenteren en vooral heel intensiviteit gebracht. Breekbaar als porselein, maar ook net energiek genoeg om je niet in slaap te wiegen is de rode draad doorheen voornoemde songs maar ook doorheen de gehele schijf. De zin tot improviseren tot in het oneindige, iets wat ik zo bijzonder vind aan jazz, keert eveneens terug op deze plaat.
Meermaals tuimel je van de ene adembenemende verrassing in de andere. Ben Sluijs laat niet direct in zijn kaarten kijken, waardoor je deze schijf toch enkele luisterbeurten moet geven, om dan weer andere ontdekkingen te doen. Zwevend, adembenemende songs als “Mali”, waarbij dus dat perfecte drumwerk wordt aangevuld met een fluit/saxfoon-inbreng die je onder hypnose brengt, is daar een mooi voorbeeld van. Het doet wat denken aan rituelen waar een fluitspeler de aanhoorder in een soort diepe trance doet belanden door middel van spelen met emoties van de aanhoorder.
U hebt nog niets gelezen over de inbreng van de contrabas? Nu, als je een kers op de taart zoekt in deze schijf dan is het net dit. De baslijnen van Lennart zorgen er namelijk voor dat een warme gloed neerdaalt over je hart. Telkens opnieuw. Tot je, eens in die trance beland, niet wil ontsnappen. Waardoor zijn inbreng van al even grote meerwaarde kan genoemd worden in het geheel.
Ook al ligt de focus enorm op de saxofoon en (alt)fluit van Ben zelf, je hoort hier een band waarvan elk van de leden hun instrument niet bespelen. Nee, ze brengen dat instrument letterlijk tot leven waardoor een perfecte jazzplaat ontstaat. Fragiel als de glimlach van een kind, en net ruw genoeg om je zodanig te hypnotiseren op een zelfs lichtjes dreigende wijze, dat je murw wordt geslagen. Niet door het optrekken van een geluidsmuur, maar door net op die plaats je hart diep te raken waardoor je wegzakt in een andere, mooiere wereld die dit kwartet je aanbiedt.

Tracklist: Particles, Song For Yusef, Miles Behind, Air Castles, Cell Mates, Mali, Jemima, Ice Chrystal

Blues/Jazz
Particles
Ben Sluijs Quartet
Ben Sluijs
On Purpose Records

Slumberland

Sea, Sea, Sea, Drifter-See, See, See, Drifter

Geschreven door

Jochem Baelus is een ware virtuoos die sinds 2013 experimenteren tot kunst heeft verheven. Door middel van naaimachines, filmprojectoren en dergelijk moois , weet hij een deur  te openen binnen de muziekwereld die nog maar weinig is open gegaan. Na meerdere soloshows besloot hij in 2018 zijn band Slumberland uit te breiden met twee drummers, Alfredo Bravo (Flying Horseman) en Frederik Meulyzer (Stray Dogs), wat ervoor zorgt dat het geluid organischer en voller klinkt. Nu brengt Slumberland zijn tweede album op de markt 'Sea, Sea, Sea Drifter/See See, See, Drifter', waar de man zijn mogelijkheden tot dat experimenteren verder uitspit.
Het leuke aan deze plaat: je blijft geboeid luisteren en genieten van wat Slumberland je aanbiedt. Achter songs als “Rashomon”, ”Roomers Of Rumours” en “Manta Ray” schuilt enorm veel absurditeit. Daarvoor heeft Jochem bewust gekozen want daardoor word je voortdurend op het verkeerde been gezet. Eens vertrokken worden deuren opengestampt, ontstaan wilde orkanen en brengen rustige momenten je tot gemoedsrust, maar nooit voor te lang. Een ander bijzonder punt aan deze schijf is dat je na meerdere luisterbeurten weer nieuwe ontdekkingen doet.
De rode draad op de schijf is langgerekte atmosferische, donkere postpunk vermengen met krautrock en sausjes psychedelisch muziek. De dwang om tot in het oneindige te experimenteren daarmee wordt nog aangewakkerd door de verschroeiende druminbreng van voornoemde heren. En dat is meteen de grote meerwaarde aan de nieuwe schijf. Het duidt meteen aan dat het eindpunt nog niet is bereikt. Waar de man de inspiratie blijft halen is een wonder. Was zijn eerste plaat eigenlijk al een grensverleggende schijf geworden, dan lapt Jochem daar bewust nog enkele straffe schepjes bovenop.
Wat ons bovendien telkens opvalt, ondanks het opbouwen van een zeker spanningsveld, de dreigende ondertoon en de vaak donkere omkadering, blijft die spanning eerder onderhuids hangen. Echter daarmee geluidsmuren afbreken doet de band niet, maar wel ervoor zorgen dat het angstzweet door die snijdende spanning je op de lippen staat dan weer wel. Luister maar naar de afsluiter van deze schijf “When The Frozen Lake Starts To Sing” waarbij dat geflirt met geluidsnormenoverschrijdend gedrag telkens de kop wordt ingedrukt door een - we wikken onze woorden - ingetogen vorm van angst aanjagen. Griezelig en sluw als een giftige slang dringt Slumberland je aders binnen tot je bloed begint te stollen en je hart in gruzelementen op de vloer terechtkomt.
Slumberland slaat anno 2019 nog steeds duchtig aan het experimenteren in tot het oneindige. In een donkere en angstaanjagende omkadering die ervoor zorgt dat je, met de angst in de ogen, deze dodelijk trip van begin tot einde doormaakt. Net de intensieve kant van de zaak, met een psychedelische inbreng, zorgt ervoor dat je niet anders kunt dan geboeid luisteren en genieten van zoveel drang naar experimenteren tot in het oneindige.

Tracklist: Rashomon, Roomers Of Rumours, Manta Ray, Deep Down Yonder, Offbeat, Lines, When The Frozen Lake Starts To Sing

 

 

The Specials

Encore

Geschreven door

Sinds de reünie van 2008 (ongeveer) was het wachten op nieuw werk van The Specials, de band die van 1979 tot 1981 de 2-Tone ska op de kaart had gezet en die tot 2008 in onderlinge ruzies was verzand. Opgetreden werd er al wel opnieuw gedaan.

Van de oorspronkelijk zeven Specials zijn er op ‘Encore’ nog drie over: zanger Terry Hall, gitarist Lynval Golding en bassist Horace Panter. Een beetje jammer dat ze toaster Neville Staples, recent weer in goeden doen, over het hoofd hebben gezien, maar wie de bandgeschiedenis een beetje heeft gevolgd, snapt ook wel waarom.

The Specials hebben zichzelf een nieuwe band cadeau gedaan, met Nikolaj Torp Larsen, Steve Cradock, Kenrick Rowe, Tim Smart en Pablo Mendelsohn. Voor de opnames van Encore kwamen daar nog een strijkertrio, een cello-speler en gastzangeres Saffiyah Khan bovenop. Deze laatste mag op dit album de stem van MeToo vertolken op “10 Commandments“. Het klinkt een beetje als een knieval voor de (licht) vrouwonvriendelijke lyrics uit de begindagen van The Specials. Chapeau dat ze zo openlijk schuld bekennen en daarvoor zelfs het heilige huisje van Prince Buster durven slopen.

En het valt op dat deze versie van The Specials heel goed bij de les is, met zowat actuele issues op een rij: racisme (“Black Skin Blue Eyed Boys” (van The Equals) en “Black Lives Matter”), de U-bochten van politici (“Vote For Me”), de risico’s die de wereld neemt door presidenten als Trump de code van kernwapens toe te vertrouwen (“The Lunatics” (Have Taken Over The Asylum, een cover van Fun Boy Three), de druk van het internet en social media (“Breaking Point”), wapendracht (“Blam Blam Fever”), het moeilijk vinden van mentaal evenwicht (“The Life And Times (Of A Man Called Depression)”. Zelfs de jeugd met hun hoodies en gangs krijgt een ferme veeg uit de pan op “Embarrased By You”.

Het valt overigens op dat ‘Encore’ geen volbloed ska-album is geworden. “Black Skin Blue Eyed Boys” is disco-pop en ook “Black Lives Matter” drijft op een oldschool discodeun en met die parlando/halve rap eroverheen doet deze track wat denken aan “Rapture” van Blondie. “Vote For Me” doet inzake toon en sfeer dan weer heel hard denken aan het morbide van “Ghost Town”, de oude wereldhit van deze Specials. Volbloed-Specials is “Vote For Me” dus zeker wel, maar een volbloed ska-track zeker niet. “The Lunatics” is ska op een wals-ritme, wat als geheel een beetje klinkt als The Nits.  Pas op “Breaking Point” valt er voor ska-liefhebbers muzikaal al wat te rapen, maar nog veel meer kunnen zij hun hart ophalen op “Blam Blam Fever” en “Embarrased By You”. “10 Commandments” en “The Life And Times (Of A Man Called Depression)” zijn opnieuw parlando/half rap en zeker die tweede mellow track is er eigenlijk al te veel aan. Het goud zit zoals wel vaker helemaal op het einde van de mijngang: “We Sell Hope” is een met doom en gloom overladen reggaeballad met harmonische zang en zelfs een leuk strijk-arrangementje. Pas op deze track bewijst het overblijvende trio dat ze ook zonder Jerry Dammers recht in de roos kunnen mikken.

Wie een beetje uitkijkt kan dit album als CD aanschaffen met een bonus-CD. Daarop krijg je liveversies van een reeks Specials-klassiekers als “Gangsters”, “A Message To You Rudy”, “Stereotype”, “Too Much Too Young” en “Ghost Town”, aangevuld met het betere coverwerk (o.a. “Redemption Song” van Bob Marley).

Moonstruck

Web of Deception

Geschreven door

De Nederlandse band Moonstruck bestaat nog maar sinds 2015, maar aan de muziek is dat niet te horen. Ze zijn niet te verwarren met gelijknamige bands uit het verleden. Er was een melodic deathmetalband en er zijn nog hedendaagse bands onder die naam zoals een Zweedse metalband en een Amerikaanse band die hardrock speelt. Het is dus wel even zoeken op Spotify om de juiste Moonstruck terug te vinden.
Na een EP in 2016 hebben ze nu hun debuut uit. De invloeden van bands zoals Iron Maiden, Rush en vooral Queensrÿche zijn aanwezig maar ze maken er hun eigen ding mee. En we moeten het zeggen dat het goed klinkt. De zanger heeft een krachtige stem die uitstekend blendt met de muziek. De gitaren klinken vertrouwd, soms stevig en soms melodisch. De ritmesectie vormt een solide en stevig geheel. “Web of Deception” is een meteen een knaller van een opener. Op “Dark Medicine” trekken ze die lijn door. De zang- en gitaarlijnen zijn best catchy bij momenten. “Metamorphoses” is een echte progressieve track van elf minuten. Akoestische gitaren trekken de song op gang, de vocals vallen in. Daarna wordt de song een ballad. Uiteindelijk wordt de song helemaal opengebroken en bloeit die helemaal open. Er komt ook nog een mooi gitaarduel voorbij in de solo. Een prachtige track.
Ook afsluiter “The Assassin’s Blade” heeft een gelijkaardig songstructuur maar met een andere inkleuring. Hier zijn de piano, wat subtiele gitaartoetsen en andere sounds die de intro kleuren. Eveneens een geweldig mooie song.
De meeste nummers zijn vrij potig en uptempo zoals “Beyond Your Wildest Dreams”, “Moonstruck” etc… Enkel de lange en progressief gerichte tracks hebben enkele rustige passages in hun song zitten. Ook zo tijdens “The Observer Of Chaos” dat voortdurend wisselt tussen uptempo (zwaar rockend) en slow tempo (meer laidback en melodisch).
Moonstruck heeft een fantastisch debuut afgeleverd. Laten we zeggen dat ze dicht bij de NWHOBM aansluiten. Echt vernieuwende dingen ga je hier niet horen, maar wat ze brengen is echt van een hoog niveau. Ze slagen erin om hun eigen wereld op te bouwen in hun debuut.

Ô Lake

Refuge

Geschreven door

Sylvain Texier ( Ô Lake ) is een Franse pianovirtuoos. Zijn muziek wordt omschreven als cinematic piano, een term die goed past bij zijn debuutalbum 'Refuge'. Sylvian haalt zijn inspiratie bij één van de beroemdste gedichten in de Franse literatuur '’The Lake'’ door Alphonse de Lamartine. We citeren: ''Sylvain Texier vond de inspiratie in één van de beroemdste gedichten in de Franse literatuur: «Het meer» door Alphonse de Lamartine. Met «Ô Lake» sluit de Franse componist opnieuw aan bij zijn contemplatieve passies, waar de thema's die hem dierbaar zijn, harmonieus worden verzameld. Hier wordt zijn fascinatie voor de natuur en zijn relatie tot het verstrijken van de tijd gecombineerd. Met een echte geluidspoëzie drijft de muzikant ons naar nieuwe prachtige kusten waar de woorden afwezig zijn, en hij biedt ons een aantal geruststellende stukken en rauwe emoties.''
Poëzie vertolkt in filmische muziek en niet in woorden? Dat is inderdaad de rode draad in deze heel breekbare en intensief rustgevende mooie plaat van Ô Lake. Vanaf die eerste song “Refuge” voelen we ons dan ook letterlijk wegdrijven naar andere oorden, daarbij is het aangewezen uw fantasie de vrije loop te laten. De beelden er dus zelf bij bedenken. Het is namelijk een heel filmische schijf geworden die inderdaad de fantasie prikkelt. Ondanks de sombere omkadering van songs als “Reveries”, “Portrait Of Solitude” en “Conversation” straalt er telkens een beetje hoop uit de verdovende mooie pianoklanken.
Fans van modern klassiek en een elektronisch geluid, van Ólafur Arnalds, Ben Lukas Boysen, Jon Hopkins, Brambles en, natuurlijk, Nils Frahm zullen in deze knappe, heel fragiele schijf, hun gading vinden. Het is dan ook niet zozeer de songs afzonderlijk die er voor zorgen dat we met meerdere kroppen in de keel een traan wegpinken van innerlijk genot.
Het is het totaalplaatje dat belangrijk is bij deze plaat. Wij legden even alles stil rondom ons, en lieten ons - met de ogen dicht - gewillig meedrijven over die magische golven van innerlijke rust en stilte die Ô Lake ons aanbood. De man is dus niet enkel een pianovirtuoos, hij weet ook perfect de emoties van de luisteraar aan te spreken in een breekbaar concept dat harten breekt.

Elektro/Dance
Refuge
Ô Lake
Patchrock & Night-Night records

Rosalyn

Single Mother (EP)

Geschreven door

Rosalyn is het zijproject van Frédéric Aellen die daarnaast voornamelijk bezig is met The View Electrical. Je moet eens hun debuut ‘Roseland’ checken, een pareltje. Rosalyn ontstond vlak na het maken van ‘Heiligenstadt’. Dat was ergens eind 2017-begin 2018. Hij voelde de drang om iets totaal anders te maken. Iets introverts, intiemer en akoestisch. Zo begon hij eraan met enkel zijn gitaar en een laptop. Hij ontdekte de software garageband en dat was zijn redding aangezien hij er niet meteen in slaagde om een band op poten te zetten voor zijn zijproject.  
In de zomer van 2018 sloot hij zich op in de No Sun studio’s met zijn View Electrical-kompaan Raul Bortolotti om aan songs te werken. Het is niet helemaal akoestisch geworden; er zijn namelijk ook wat elektrische gitaren en piano te horen. Uiteindelijk had hij maar liefst zestien gevoelige songs klaar. Het thema in de meeste songs ging over tragische of getraumatiseerde vrouwenfiguren.
Op ‘Single Mother’ krijgen we al een voorsmaakje van het album ( ‘All Your Silences’) . Vier songs waarvan “Single Mother” en “Laura” het meest naar indiepop en folk neigen. Een beetje de Zwiterse variant van Milow, maar dan met iets meer diepgang. Op “Broken Again” krijgen we weidse gitaargeluiden. “Rusty” wordt voornamelijk door piano ondersteund. Het is een eerder donkere song en iets minder toegankelijk dan de andere.
Deze voorbode doet het beste verhopen voor het komende album in het voorjaar. Wie fan is van The View Electric zal dit ook weten te waarderen. We mogen het niet zeggen, maar de songs hier hebben toch veel weg van die bij The View Electric. Alleen is het soberder verpakt.

Pagina 157 van 460