logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Deadletter-2026...

Swingin Utters

Here, Under Protest

Geschreven door

Slechts weinig bands (pioniers zoals Bad Religion, NOFX, Bouncing Souls en Screeching Weasel niet te na gesproken) die al zo lang bestaan en nog steeds zo relevant zijn in de hedendaagse punkrockscène als deze Swingin’ Utters. 
Constante in het bestaan van deze formatie is dat binnen het voortdurend veranderende wereldje de band nooit compromissen sloot om er toch maar bij te horen en dat er steeds kwalitatief hoogstaand materiaal werd uitgebracht. 
Swingin’ Utters staat voor gemakkelijk verteerbare en op folk geïnspireerde punkrock met daarbij een hoofdrol voor fijne en catchy gitaren en ietwat rauwe vocalen.  ‘Here, Under Protest’ is het eerste full album in acht jaar en zal zeker de oude fans maar ook het nieuwe publiek weten te boeien.
Nummes als “Brand New Lungs” en het enorm catchy “Time On My Own” hebben verdomd stevige riffs terwijl tracks als “Kick It Over” en “Sketch Squandered Teen” de meer poppy kant van de Utters illustreren.  Een nummer als “(You’ve Got To) Give it All To The Man” klinkt op zijn beurt dan weer lekker old school, razendsnel en to the point en komt als het ware recht uit de jaren negentig. Het folky “Scary Brittle Frame” tenslotte is een buitenbeentje op deze plaat maar konden we desondanks best smaken.   
Voor de jonge fans die willen weten waar veel van hun favoriete acts de mosterd halen; is  ‘Here, Under Protest’ absoluut verplicht luisterwerk.
Wat ons betreft, is dit alleszins een van onze top 10 favoriete punkalbums van 2011!

Me First & The Gimme Gimmes

Sing In Japanese

Geschreven door

Begonnen als een uit de hand gelopen grap mag het parcours van Me First And The Gimme Gimmes al meer dan gezien zijn.  Deze supergroep bestaat uit leden van NOFX, Lagwagon, Swingin‘ Utters en Foo Fighters en specialiseert zich sinds de oprichting in 1995 in het coveren van songs uit de meest diverse genres.  Uiteraard steken de gekende leden Fat Mike, Joey Cape, Dave Raun, Chris Shiflett en Spike Splawson de gecoverde liedjes  in een lekker punkrockjasje. The Gimme Gimmes hebben zo al ontelbare albums, ep’s en singles op hun conto staan en ‘Sing In Japanese’ is bijvoorbeeld al de tweede EP in 2011.
Zoals de albumtitel aangeeft, zijn alle zes de songs in het Japanees ingezongen.  De  nummers zijn oorspronkelijk van illustere bands als Kai Band, Tulip, Yoshida Takuro, Tigers, Kaze en Blue Hearts.  Enkel het laatste nummer “Linda Linda” was mij bekend en is met zijn gemakkelijk meezingbaar refrein misschien wel het topmoment van dit plaatje. Ook de andere vijf tracks zijn dik de moeite waard en tonen dat The Gimme Gimmes absolute top zijn in wat ze doen, nl energieke en uptempo punkrockcovers maken van nummers waarvan je nooit zou vermoeden dat ze tot een punkrockcover zouden verworden.  Dit vrolijke plaatje zal alleszins nog een heel eind in mijn cd-lader blijven steken.

The Antlers

Burst Apart

Geschreven door

We waren al te vinden voor de doorbraak plaat ‘Hospice’ van het NY-se The Antlers onder Peter Silberman,  een conceptplaat van dromerig, ingetogen songs; een niet voor de hand liggend geluid, avontuurlijk, creatief, ingenieus en die verrassende wendingen ondergaat. ‘Burst apart’ is een passend vervolg door het sfeervolle kader ; een nevelige sfeer door de elektronica soundscapes en de aparte, soms hoog uithalende, emotievolle stem van Silberman. Kaleidoscopisch, filmisch en soms ijzig, maar toegankelijk door de steeds nieuwe patronen in deze sound . “I don’t want love” en “Every night my teeth are falling out” komen sterk uit de verf. “Hounds”, “Corsicana” kunnen probleemloos in een film gebruikt worden .  Het rustig voortkabbelende “Putting the dog to sleep” sluit gemoedelijk de cd af.
Jawel, het trio heeft een overtuigende opvolger klaar !

Foster The People

Torches

Geschreven door

Net als Peter, Bjorn & John (single – “Young Folks”), een paar jaar terug , floten we nu ook moeiteloos “Pumped up kicks” mee van de Californische band rond Mark Foster. Fris en lekker in het gehoor liggende pop die door de toegevoegde elektronica en percussie gewichtiger klinkt. De groep refereert deels aan het toegankelijke materiaal van MGMT en Phoenix en houdt van ‘80s elektronica .
Opener “Helena beat” beantwoordt al meteen  aan de muzikale ingrediënten van de band. “Pumped up kids” volgt, maar ook “Call I what you want” tekent voor lichtvoetig, hitgevoelig werk, gekenmerkt van een lichte swing. En we houden  van “I would anything for you” en “Houdini”, verderop de cd. De percussie knalt op “Miss you”; “Don’t stop” en “Warrant” zijn hitsend en dynamisch .
Foster The People heeft alvast een leuk ontspannend, twinkelend, bruisend en zeemzoeterig plaatje uit … Eentje om van te snoepen!

Gavin Friday

catholic

Geschreven door

U zegt Gavin Friday (Fionan Hanvey…)? … In de jaren ’80  was hij het boegbeeld van de Ierse The Virgin Prunes die postpunk, coldwave, industrial en cabaret in elkaar deden vloeien. In de begindagen was er nog een connectie met Paul Hewson ( Bono van U2) , die nog steeds een goede vriend is van Friday. De band hield van experimentele performances, testten de grenzen van de ‘goede smaak’ en ontwikkelden een eigen kijk op de esthetiek (schoonheid en puurheid) met platen ‘A new form of beauty’ en ‘If I die I die’ ( met “Pagan lovesong” en “Baby turns blue” als singles) .
Na ’86 hield het avontuur op en Friday legde zich toe op het chanson. Drie cd’s bracht hij al uit, “Each man kills the thing he loves” (met The Man Seezer), ‘Adam & Eve”, die vooral piano, akoestische gitaar en de stem beklemtoonden, en het breder georkestreerde ‘Shag tobacco’. Op de soloplaten horen we politieke en persoonlijke bloedmooie songs met een donker, destructief randje .
Intussen 51 geworden , en zestien jaar later, brengt hij een nieuwe cd uit , een emotionele, persoonlijke plaat , niet meer scherp of confronterend , maar gemoedelijk tussen bittere tranen, troost en hoop. In een licht elektronisch decor horen we een stemmige, filmische plaat, die een surrealistisch , droomachtig decor opbouwt met cello, akoestische en elektrische gitaar, piano en veel violen. Zijn  krakende fluisterstem en backing vocals  zorgen voor de pastelkleuren . De dood zal - net als bij Robin Proper-Sheppard (Sophia) - de rode draad blijven vormen .
We luisteren naar fijn materiaal  toon gegeven door opener “Able” en “Land on the moon”; de plaat eindigt met “Lord I’m comin’” , samen met ex-Clannad folkzangeres Maya Brennan. ‘catholic’ (met kleine c ) is opnieuw een machtig mooi album geworden ...

Polar Bear Club

Clash Battle Guilt Pride

Geschreven door

Om maar meteen met de deur in huis te vallen,  we komen werkelijk superlatieven tekort om deze plaat te bewieroken!  ‘Clash Battle Guilt Pride’ is het derde album van Polar Bear Club, een band uit Rouchester (New York) die een mix brengt  van post-hardcore, punk- en indierock in navolging van een formatie als Hot Water Music.  Hun vorige album ‘Chasing Hamburg’ uit 2009 hebben we letterlijk grijsgedraaid en dat zal met deze cd  niet anders zijn.  ‘Clash Battle Guilt Pride’ bevat elf tracks die je van begin tot einde bij je nekvel grijpen. De muziek van Polar Bear Club is ingenieus opgebouwd, kent verschillende tempowisselingen en klinkt ongelooflijk catchy.  Het gitaarwerk is ronduit schitterend maar het is vooral de vocale prestatie van Jimmy Stadt die dit album zo geweldig maakt. Eerlijk, oprecht… het zijn slechts twee van de vele adjectieven die ons te binnen schieten als we luisteren naar de stem van Stadt.
Openingstrack  “Pawner” start met kalme gitaarakkoorden die geleidelijk opbouwen onder invloed van  de krachtige stem van Jimmy Stad’ts en voor je het weet, schiet “Killin It” uit de startblokken en kun je niet anders dan luid meezingen met Polar Bear Club… Tot op heden hoorden we in 2011  geen enkele release die met twee dergelijke kopstoten van start gaat.  Wat volgt zijn nog negen lekkere songs waarvan er geen enkel vullertje tussen zit.  “Scream In Caves” en “My Best Days” zijn  stevige tracks die we van PBC al voordien kenden, terwijl “Bottled Wind” en “Religion On The Radio” een nieuw en meer catchy kant van de ijsberen laat horen.   “I’ll Never Leave New York” die zeer rustig start om uit te monden in een stevige climax is dan weer  onze absolute favoriet.
Dit is een ronduit indrukwekkende plaat van een band die groot, heel groot zal worden.

Killed by 9v Batteries

The Crux

Geschreven door

Oude tijden doen herleven, het lijkt dé bestaansreden van de Oostenrijkers van Killed By 9 Batteries. De naam doet vermoeden dat het hier gaat om een of ander metalcollectief maar niks is minder waar.
Killed By 9 Batteries is een indierockband die zo uit begin jaren negentig lijkt weggeplukt en zwaar beïnvloed is door rockiconen als Thurston Moore en Lou Barlow.  Deze Oostenrijkers zijn alleszins veelschrijvers want sinds de oprichting in 2002 volgden verschillende split-cd’s en drie full albums (inclusief deze ‘The Crux’).   Wie op zoek gaat naar een band met een eigen smoel of een uniek geluid is er met dit trio aan voor de moeite.  Deze muziek is voorheen  al gedaan door honderden gelijkaardige bandjes, laat staan dat deze Killed By 9 Batteries  in de buurt komen van Sonic Youth, Dinosaur JR of Sebadoh.
Toch is ‘The Crux’ een degelijk album met een paar leuke songs (dit geldt vooral voor single “Worst Of Total Anarchy” en opener “Need More New Wrecks”). De verschillende nummers klinken ook vrij poppy wat volgens ons veel te maken heeft met de figuur van producer Patrick Pulsinger (die bijvoorbeeld ook het laatste album van Hercules and Love Affair opnam).
‘The Crux’ is zeker een verdienstelijk werkstuk maar we vrezen dat het plaatje  niet echt zal opvallen binnen het genre.

Red Hot Chili Peppers

I’m With You

Geschreven door

De beoordelingen die we de voorbije weken konden lezen over dit ondertussen tiende studioalbum van de Red Hot Chili Peppers lieten niet echt het beste vermoeden.  Met een ietwat bang hart begonnen we dus aan de recensie van een van onze all time favorite rockbands.
Na een tiental  luisterbeurten kunnen we stellen dat de Peppers op safe speelden en gewoon een goeie plaat afleverden zonder dat er echt instant klassiekers op staan. Het is overduidelijk dat deze multimiljonairs zich houden aan dezelfde succesvolle formule die ze sinds jaren eind jaren negentig hanteren. Dat betekent dat het vooral de typische gekende zanglijnen van Kiedis en de uitmuntende ritmesectie (met een vrij prominente rol voor drummer Smith)  zijn die zorgen voor een stevige basis.
Nieuwe gitarist Jos Klinghoffer heeft de onmogelijke taak om John Frusciante te vervangen maar hoewel hij zich niet uitdrukkelijk profileert, is ie best verdienstelijk.  Het zorgt voor veertien nummers die stuk voor stuk een eigen smoel hebben.
Vooral de drie eerste nummers vielen bij ons enorm in de smaak.  “Monarcy Of Roses” en “Factory of Faith” zijn zwierige nummers met stevige skatepunkgitaren, “Brendan’s  Death  Song” is op zijn beurt een akoestische track die misschien wel niet kan tippen aan “Under The Bridge” maar toch een van de hoogtepunten op dit album is.  
De rest van de plaat herbergt nog heel wat afwisseling en diverse fijne momenten.  Ongetwijfeld zullen er hieruit nog een aantal singles uit geput worden maar welke dat zullen zijn is voor ons niet zo simpel aangezien er eigenlijk geen slechte nummers te horen zijn. 
Het zal er ongetwijfeld voor zorgen dat de populariteit van de Red Hot Chili Peppers niet zal achteruitgaan. 
We kijken alvast uit naar de komst van deze band op een van de grote festivals tijdens de zomer van 2012.

Pagina 351 van 460